Tag: Opperlans

Taalspeeltje: het lipogram

Door Marita Mathijsen

Een lipogram is een tekst waarin één bepaalde letter niet gebruikt wordt, of juist alleen maar één klinker toegepast is, of een tekst waarin elk woord begint met dezelfde letter. Zomaar een taalspelletje dus voor fanatiekelingen. Hugo Brandt Corstius was er dol op, Gerrit Komrij beoefende het (‘U-tumult’), je zou je kunnen voorstellen dat Drs. P er lol in gehad zou kunnen hebben maar ik geloof niet dat er een hedendaags dichter is die er zich mee bezighoudt. De meest fanatieke beoefenaar was wellicht de Engelse schrijver Ernest Vincent Wright, die de roman Gadsby in 1939 schreef zonder e en daarvoor deze letter uit zijn typemachine brak. De meest bekende is Georges Perec die in 1969 een boek zonder e schreef (La disparition), een crimi over de verdwijning van de e, en in 1972 een boek met alléen maar de klinker e: Les revenentes.

Het genre is al eeuwenoud, de Grieken beoefenden het al in de zesde eeuw voor Christus (kijk voor de gegevens even op de Engelse Wikipedia). Casanova schijnt voor een geliefde actrice een toneelstuk zo herschreven te hebben dat er geen r, die ze lelijk uitsprak, in voorkwam. Dat is pas liefde! Lees verder >>

Hoera, ze kennen Wrongman, een sadist

Een geschiedenis van het Nederlands in 196 sonnetten (180)
Het Nederlandse sonnet bestaat 453 jaar. Hoe is het de taal in die tijd vergaan?

Door Marc van Oostendorp

Illustratie: Susanne van der Kleij

Poly-interpretabel

In smakzoen hangen rode etenswaren
En zware honden (koest man!) en sigaren
Na Mao’s knarsen zweeg een hedonist
We zoeken dorstig manna, hè, en snaren

Een ranke non had zwanenroes gemist
Haar Weense kannen zoemen… ’n Drogist
Zwemt in Arosa, Dongen, Sneek en Haren
Hoera, ze kennen Wrongman, een sadist

Shoarma, snoer, Nanking, een zedenwet –
Zo werken grind en thee om ananassen
Ga! Wens een nazihemd en tsarenkroon
(Weer hazendrek, gans, tennis, anemoon!)
Haemorroïden wenken: zang en tassen?
Een heidens werk, zo’n anagramsonnet.

(Drs. P [H.H. Polzer], Het rijmschap)

De jaren zeventig en tachtig van de twintigste eeuw: de tijd dat in onze streken alom werd gespot met de wetten van de betekenis. In de taalwetenschap vierde het werk van Noam ‘Colorless green ideas sleep furiously‘ Chomsky hoogtij, volgens wie het overdragen van betekenis slechts een min of meer toevallige toepassing is van taal: het was hem om de pure vorm van zinnen te doen. Ook de computertaalkunde op – de pogingen om de computer te leren omgaan met taal, wat altijd is blijven betekenen: het manipuleren van tekens zonder te begrijpen wat ze betekenen, want dat kan de computer nog steeds niet. Tegelijkertijd bloeide het Opperlands van Battus én het plezierdicht van onder andere H.H. Polzer (wiens bekendste pseudoniem Drs. P was). Lees verder >>

Etymologisch snacken

Door Marc van Oostendorp

Wie een beeld van de Nederlandse taalcultuur aan het begin van de 21e eeuw wil schetsen, kan niet om Wim Daniëls heen. Die man verenigt in zijn persoon en zijn werk zo’n beetje die hele cultuur. Dat blijkt ook weer uit zijn nieuwste boek Koken met taal, dat verscheen bij Thomas Rap.

Daniëls is een aardige man: iemand die hard werkt, geen kapsones heeft en met iedereen kan praten. Dat klopt alvast, want de Nederlandse taalcultuur in onze tijd is in veel opzichten best een aardige. Zeker als je hem vergelijkt met die in andere landen: er wordt veel minder gemopperd, ik ken bijvoorbeeld eigenlijk geen bekende taalschrijvers die op gemopper hun carrière hebben gebouwd (de laatste was wijlen J.L. Heldring, en zelfs die deed dat op een verlichtere manier dan menig auteur in Franse, Britse, Spaanse kranten). Ook zijn er veel minder waanwijze zelfbenoemde deskundigen die ongestraft de grootst mogelijke onzin mogen beweren. Mensen die in Nederland over taal aan het woord worden gelaten zijn misschien geen Stephen Hawkings van de linguïstiek, maar hebben meestal toch wel een idee waar ze het over hebben. Lees verder >>

guur / onguur

Verwarwoordenboek Vervolg (31)

Door Jan Renkema

In het Verwarwoordenboek worden zo’n 500 woordparen behandeld met vaak onduidelijke verschillen: afgunst-jaloezie, bloot-naakt, geliefd-populair, plaats-plek, enz. Talrijke lezers hebben woordparen aangedragen met het verzoek om ook die te behandelen. Vandaar deze wekelijkse rubriek.

Mocht u ook een ‘verwarpaar’ behandeld willen zien, plaats dan een reactie onder deze rubriek. Kijkt u dan wel even op de website om te zien of de woorden al zijn opgenomen.

guur / onguur

Er is een klein verschil in betekenis, en een groot verschil in gebruik. Lees verder >>

De tien keer honderd vaakst gebruikte woorden van de taal

Door Marc van Oostendorp

Wie alleen 'aangenaam' kan zeggen, komt al een heel eind.Wat woorden in de krant NRC Handelsblad van dit weekend zeggen helaas veel over hoe boeken nu worden gemaakt. In het boek Dingenuitlegger, legt Randall Munroe allerlei moeilijke zaken uit: hoe een camera werkt, of het lichaam van een mens. Speciaal daarbij is dat Munroe daarbij alleen de 10 keer 100 vaakst geschreven woorden van zijn taal gebruikt.

De krant schrijft ook over hoe dat van Randalls taal naar de onze is gegaan. “Er was helaas geen tijd om het boek op een zo nerdy mogelijke manier te vertalen,” wordt daar gezegd. “Witteveen is niet begonnen met een lijst van de duizend meest gebruikte Nederlandse woorden en heeft ook niet achteraf gecheckt of hij onder de duizend gebruikte woorden is gebleven. AchterinDingenuitlegger staat een lijst met ‘de woorden die we het meest gebruiken’; dat is de lijst uit de Engelse editie, vertaald. Het zijn er 845. Witteveen vermoedt dat er geen woorden in de lijst staan die niet in het boek staan, en andersom, maar heel precies heeft hij dat niet gecheckt.”

Lees verder >>

Pas verschenen: Taalgids voor Opperlans

Opperlans: te gek voor woorden
Bijna 75 jaar geleden begon een jongetje in een schriftje woorden te verzamelen. ‘Lepel’ stond bovenaan, meteen gevolgd door angstschreeuw. Het schriftje werd een schrift, een stapel schriften, een voorraaddoos (5 letterparen!) schriften die uiteindelijk in een computer werd geleegd. Dat jongetje was Hugo Brandt Corstius, en dit is hoe hij het zelf vertelde. 

Obsessie
Hij hoopte voorgoed van zijn obsessie met wonderlijke woordvormen en bijzondere zinnen bevrijd te zijn toen in 1981 Opperlandse taal- en letterkunde verscheen. Maar de vrolijke tegenhanger van het Nederlands, dat in Opperland met vakantie is, zou hem nooit meer loslaten.

De volgende Opperlandse bijbel, Opperlans! Taal- en letterkunde, kwam uit in 2002. Nóg meer woorden en zinnen waar op het eerste oog niet veel bijzonders mee aan de hand lijkt, totdat je leert kijken zoals Hugo Brandt Corstius. De mol is kippig en de kip is mollig, en de deken vond kussen en slopen te laken. Lepel is een palindroom, maar het kan natuurlijk mooier, met melklepelklem of meetsysteem.  Etenswaar = weerstaan en gevoelsexplosie bevat sex.  Kind is de afkorting van Klein Individu, Nog Doorgroeiend. Eigenaars staan gelijk aan aasgieren, met een slome smoel. En misschien een shampoooor (4 o’s op rij!). Zin in zon? Zo’n onzin! 

Lees verder >>

π-zinnen in het Nederlands

Door Marc van Oostendorp

Dus u wilt u heden vertreden? Dan gaan we eens zwelgen in nutteloze taalweetjes. Of, althans, ik ga dat doen: zien jullie maar of je zin hebt om mee te doen. De aanleiding is een blogpost van Milfje Meulskens van vorige week. Zij legde daarin een nieuw spel uit:

  • Men neme een sequentie cijfers: 4 5 6 3 2 5 2 
  • Men make een grammaticaal kloppende zin waarbij de woorden precies het aantal letters hebben in de volgorde zoals in de opgave gevraagd is.
Milfje wijst er dan terecht op dat de techniek al gebruikt is voor ezelsbruggetjes, bijvoorbeeld voor het getal π, en verwijzen in dat kader naar deze mooie pagina met pareltjes als de volgende:

  • Eva o lief, o zoete hartedief , uw blauwe oogen zyn wreed bedrogen.
  • Zie, ‘k geef u thans, geleerden en leeken, ouden van dagen, frissche studenten, weinige regeltjes, die mij zijn gebleken, vaak nuttig te werken voor tal van docenten. Zie nu hoeveel decimalen.
Dat zijn leuke zinnen, maar ze zijn wel speciaal verzonnen.
Lees verder >>

Hier is je HBC-naam

Door Diveco Hijt (vh Marc van Oostendorp)


Het is een goede suggestie, die Jan Landsbergen doet in het In memoriam voor Hugo Brandt Corstius dat we vanochtend hier op Neder-L publiceerden: in plaats van een straat naar hem te noemen, zouden we beter allemaal onze door hem gesuggereerde naam kunnen gaan dragen.

Brandt Corstius’ idee verscheen in de eerste editie van Opperlandse taal- en letterkunde, te weten in het hoofdstuk over de N-gram (paragraaf 52d). Het moet eerder in Vrij Nederland verschenen zijn, in de tijd dat de discussies over het persoonsnummer begonnen, de voorloper van het huidige burgerservicenummer (BSN). Die persoonsnummer zouden uit 10 cijfers bestaan, waarin nooit een zelfde cijfer naast elkaar zou staan (dus 11, 22, 33, enz. kwamen niet voor). Brandt Corstius stelde voor dat je je nummer zou opdelen in vijf groepjes van 2, en die groepjes zou uitspreken volgens de volgende tabel:
Lees verder >>