Tag: ontleden

Hoeveel voorzetselvoorwerpen kan een zin aan?

Door Marc van Oostendorp

In het nieuwe nummer van Nederlandse Taalkunde (hoera! er is een nieuw nummer van Nederlandse Taalkunde! zingen we bij mij thuis in koor als er een nieuw nummer van Nederlandse Taalkunde verschijnt) staat een interessante discussie tussen Ina Schermer-Vermeer en Hans Broekhuis over een vraag waarvan waarschijnlijk weinig mensen beseffen dat hij nog lang niet is opgelost: hoeveel voorzetselvoorwerpen kunnen er in een zin staan?

Het voorzetselvoorwerp is in de traditionele zinsontleding natuurlijk sowieso een problematische categorie. Wie herinnert zich niet de worstelingen op de basisschool over de vraag of een bepaalde voorzetselgroep nu een bijwoordelijke bepaling was of toch een voorzetselvoorwerp. Schermer-Vermeer en Broekhuis laten zien dat die worsteling tot op de dag van vandaag en tot in de toppen van de taalwetenschap door kan gaan.

Een centrale plaats in de discussie speelt de volgende zin, door Schermer-Vermeer ingebracht:

  • Jan discussieerde met zijn collega over het werk
Lees verder >>

Onderwerp en persoonsvorm als ANWB-echtpaar: een pleit voor meer narratieven in het grammaticaonderwijs

Door Henk Wolf

Leerlingen die goed zijn in ontleden, zijn niet altijd goed in ontleden. Zeker, ze kunnen een hoog cijfer verdienen door zorgvuldig geselecteerde woorden en zinsdelen in speciaal geconstrueerde zinnetjes juist te benoemen. Maar vaak snappen ze niet wat er nou eigenlijk in een zin gebeurt.

Het probleem

Een kleine illustratie: ooit vroeg ik een groep eerstejaarsstudenten Nederlands tijdens hun eerste studiedag om me te vertellen wat een lijdend voorwerp was en een meewerkend voorwerp en een voorzetselvoorwerp. Op die vragen kwamen antwoorden die getuigden van een goed geheugen, maar niemand wist me een antwoord te geven op de vraag wat nou eigenlijk een voorwerp was – zonder iets van lijdend of meewerkend ervoor. Of een bepaling. Het is alsof ze een herdershond en een keeshond kunnen onderscheiden, maar geen idee hebben dat er een zoiets als een hond bestaat.

Lees verder >>

Twee dagen praten over Het Schoolvak Nederlands

Door Henk Wolf

De taalkunde is een volwassen wetenschap, met heel veel beoefenaars die in de afgelopen decennia heel veel kennis over taal hebben opgedaan. In het onderwijs is daar alleen weinig van terug te zien. Het enige stukje taalkunde dat op scholen traditioneel veel aandacht krijgt, de zinsbouw, wordt nu nauwelijks anders behandeld dan honderd jaar geleden. Dat geldt inhoudelijk, maar ook didactisch.

Dat stoort me al lang. Ik heb de afgelopen jaren materiaal ontwikkeld om aankomende leraren in het basis- en voortgezet onderwijs te trainen op het opdoen van inzicht in taalstructuur en op het lesgeven op een manier die dat inzicht centraal stelt, zonder de ontleedlessen op te hangen aan trucjes en ezelsbruggetjes. Daar sta ik gelukkig niet alleen in. Lees verder >>

Is taalkundige ontleding hetzelfde voor alle talen?

Door Marc van Oostendorp

In mijn filterbubbel werd de afgelopen dagen driftig deze blogpost gedeeld: Norbert Hornstein die zegt dat iemand anders gelijk heeft!

Hornstein staat bekend als iemand met een duidelijke mening: het wetenschappelijk programma dat de Amerikaan Noam Chomsky ruim zestig jaar geleden voor de taalwetenschap heeft uitgezet is zeer succesvol en bovendien nog steeds een vruchtbare grond voor onderzoek. Met name Chomsky’s idee dat de grammatica’s van alle talen variaties zijn binnen een zeer beperkte bandbreedte op een thema, op een ‘universele grammatica’, kan rekenen op Hornsteins zeer nadrukkelijk geuite goedkeuring.

Maar in de blogpost zegt Hornstein dus dat Martin Haspelmath, een Duitse taalkundige die bekend staat als een criticus van het idee van een ‘universele grammatica’ misschien wel een punt heeft. Lees verder >>

2-1


De laatste broer van mijn vader overleed. Toen was er niemand meer met mijn achternaam tegen wie ik oom of tante zeggen kan. Correctiewerk en lesvoorbereiding bleven liggen, ik zat om de tafel met de uitvaartondernemer en de pastor om de uitvaart en de begrafenis te regelen. De volgende dag ontving ik via de mail de eerste drukproef van de rouwcirculaire die opende met de woorden: ‘Vol bewondering voor zijn levenskracht is, na een langzaam afnemende gezondheid, gesterkt door het H. Sacrament der zieken, overleden. Martinus Petrus van Lieshout’. 

Ik heb natuurlijk per kerende post geantwoord dat dit zo echt niet kan, dat de eerste komma niet na, maar voor is hoort te staan, dat de punt na overleden niet goed is, omdat de zin nog niet is afgelopen, maar vooral dat we hier te maken hebben met een klassiek geval van een foute beknopte bijzin. Dat ik mij niet kon voorstellen dat de dierbare overledene, mijn eigen ome Tinus nota bene, is overleden op hetzelfde moment dat hij zijn levenskracht aan het bewonderen was en dat zulks toch precies is wat er staat. 

Een halve minuut later ging de telefoon.

Lees verder >>

Je weet niet wat je weet

De taalkundige als jongeman (3)

Door Marc van Oostendorp


De leraar Nederlands! De mythische leraar Nederlands! Wie is er niet door hem geïnspireerd, voor wie zijn de poorten van de taal en de letteren niet opengegaan nadat een inspirerende docent het simsalabim uitsprak?

Ik heb in zes jaar tijd vijf verschillende leraren Nederlands gehad en nu ik met gemiddeld zo’n dertig jaar afstand terugkijk, moet ik zeggen: ze waren geen van allen bijzonder goed. Aardig, soms, jazeker, heel vriendelijk, en in sommige gevallen zelfs betrokken – ik heb nog eens meegespeeld in een door een leraar geregisseerde eenakter van Heijermans.

Maar de mogelijkheid dat een mens zijn leven ook in dienst kon stellen van de taal werd geloof ik zelfs niet aangestipt.
Lees verder >>