Tag: onderwijs

Meertaligheid: risico of rijkdom?

door Suzanne Aalberse
Deze week kwam meertaligheid vaak langs. D66 bepleit tweetalig onderwijs voor de basisschool en ook op het VMBO en het MBO in plaats van alleen voor havo/vwo scholen, Emile Roemer wordt tijdens het eerste debat aangevallen om zijn gebrekkige talenkennis, talen zouden juist weer geen probleem zijn geweest voor de piloten uit het Airbus-passagiersvliegtuig uit het Spaanse Malaga. Die beheersen hun talen uitstekend werd gemeld op het journaal. Bovendien wordt er druk getweet over het drongo-festival, het festival over meertaligeheid genoemd naar de meertalige vogel, de drongo.

Is meertalig zijn leuk?

Lees verder >>

Advieslijst taalbeschouwelijke termen Nederlands

Het Agentschap voor Kwaliteitszorg in Onderwijs en Vorming heeft onlangs de Advieslijst taalbeschouwelijke termen Nederlands herwerkt onder de wetenschappelijke begeleiding van Frans Daems en op basis van de inbreng van heel wat gebruikers en experten.

Het gaat niet om grote aanpassingen. Er werd een aantal termen toegevoegd omwille van de consistentie. Daarnaast werden de voorbeelden en toelichtingen hier en daar aangepast omwille van de duidelijkheid. We hopen dat de geüpdatete lijst een instrument zal zijn dat de gebruiker nog beter zal helpen. Consequent zijn in het gebruik van terminologie is namelijk een belangrijke stap in het realiseren van goed talenonderwijs. Dat geldt niet alleen voor Nederlands maar ook voor moderne vreemde talen.

Taal en rekenen

Hier is een feit waarvan de implicaties volgens mij vaak onderschat worden: dat taal en rekenen in het dagelijks taalgebruik vaak op één lijn gesteld worden. Zie bijvoorbeeld het volgende, volstrekt willekeurige, voorbeeld, van de website van NRC Handelsblad van eerder deze week:

Het is slecht gesteld met de taal- en rekenvaardigheid van scholieren in het voorgezet onderwijs en middelbaar beroepsonderwijs. (…) Vanaf het schooljaar 2013/2014 moeten alle scholieren in het voorgezet onderwijs en middelbaar beroepsonderwijs deelnemen aan een taal- en rekentoets, die deel uitmaakt van het eindexamen.

Het voorbeeld is, als gezegd, volkomen willekeurig. Taal en rekenen staan, blijkens de website www.taalenrekenen.nl ‘voortaan centraal’: “Het regeerakkoord van september 2010 bestempelt deze vakken als de kernvakken van het onderwijs”.

Lees verder >>

Suzanne Aalberse: Positieve washback bij het CE Nederlands

Washback is het effect dat een toets sorteert. Als je weet dat het bij een toets belangrijk is dat je goed kunt voorlezen, dan train je voorlezen, ook als dat niet is waar je werkelijk het meeste aan hebt. Toetsen via voorlezen levert in dat geval negatieve washback op, want de tijd die je aan voorlezen oefenen besteedt, kun je niet meer besteden aan zinvollere dingen. Een toets zorgt voor positieve washback als hij stimuleert dat je verwerft wat je ook werkelijk graag wilt verwerven. Als een manier om positieve washback te stimuleren noemt Sible Andringa het methode-specifiek toetsen in zijn hoofdstuk in het NT2 handboek over toetsing. De stelling dat methode-specifiek toetsen positieve washback bevordert, wordt verder niet toegelicht.

Lees verder >>

Column 88: Gratis onderwijs


Toen het Japanse leger onder opperbevel van Hideki Tojo in juli 1937 het hart van China binnenviel, realiseerde men zich in militaire kringen te Washington DC dat Amerika vroeg of laat door de Japanse agressie in een oorlog in de Pacific betrokken zou raken. De ontwikkelingen in Europa namen dat gevoel van onrust geenszins weg. De aanvankelijk ‘vreedzame’ expansie van Hitler-Duitsland veranderde in een brute oorlog met de aanval op Polen in september 1939 en de verovering van Denemarken, Noorwegen, de Lage Landen en Frankrijk in het voorjaar van 1940. Roosevelt deed er alles aan om de hardwerkende Amerikaan, die nog maar net uit het diepe dal van de depressie opgekrabbeld was, te doen geloven dat Amerika buiten de oorlog kon blijven, ook al wist hij zelf beter.
  In het diepste geheim werden er vanaf 1937 voorbereidingen getroffen om het militair zeer zwakke Amerika weer enigszins op sterkte te brengen. Zonder woorden als herbewapening of mobilisatie in de mond te nemen werd opdracht gegeven tot het ontwerpen en bouwen van gevechtsvliegtuigen. Amerika was een groot land en kon daarom groot denken. De militaire denktank had begrepen dat in een volgende oorlog de luchtmacht wel eens doorslaggevend zou kunnen zijn.
  Dat besef leidde tot een opmerkelijk initiatief: het grootschalig opleiden van piloten. Verspreid over de gehele USA werden luchtmachtbases aangelegd, waar men tot piloot kon worden opgeleid. Ronduit revolutionair was dat er weinig of geen eisen gesteld werden aan de mannen die zich aanmeldden. Wie piloot wilde worden, moest als vrijwilliger dienst nemen in het leger, kreeg een gratis opleiding plus een bescheiden salaris. Deze carrière sprak vooral tot de verbeelding van ‘country boys’, jongens die op het platteland waren opgegroeid, niets van de wereld hadden gezien en – als zij deze buitenkans niet aangrepen – de rest van hun leven zouden slijten in of nabij hun old home town.
Lees verder >>

Onterecht Engels


De Nederlandse taal is hot, in de politiek. Gisteren was bijvoorbeeld her en der te lezen dat Halbe Zijlstra voortaan tegen onnodig Engels is op de universiteiten (terwijl hij zelf zijn hand niet omdraait voor een toespraak in het Engels).

Als de accreditatiecommissie, die iedere opleiding bezoekt om de kwaliteit te toetsen, vindt dat het niet nodig is om een bepaalde master in het Engels te geven, dan moet die opleiding voortaan maar niet meer in het Engels. Lees verder >>

Ze kunnen niet meer schrijven tegenwoordig

Slechts één keer in mijn leven heb ik een nota geschreven: toen ik mijn propedeuse Nederlands deed in Leiden. We moesten toen oefenen om een wetenschappelijke tekst te schrijven en dat gebeurde dus in de vorm van die nota — geen idee waarom dit zo genoemd werd. Van Dale Hedendaags Nederlands kent die betekenis niet.

Ik was enorm braaf in die tijd, en de nota was een braaf genre. Lees verder >>

Eindexamen Nederlands (4)

Al eerder (namelijk hier, hier en hier) schreef ik eindexamens Nederlands, nu weer – vandaag is het laatste examen, dat van het vmbo-BB. Waarop worden de BB’ers getoetst? Ze moeten teksten lezen waarover vragen worden gesteld en ze krijgen een schrijfopdracht. De teksten van het examen van vorig jaar staan hier, die van dit jaar worden hier gepubliceerd (althans, dat zou de bedoeling moeten zijn, maar aangezien het examen digitaal afgenomen wordt, is het blijkbaar niet mogelijk het examen toegankelijk te maken voor derden).

Het vmbo-BB is de laagste vorm van het vmbo en zou dus het makkelijkst moeten zijn. Als je echter het examen maakt, dan zul je zien dat deze leerlingen het dus helemaal niet makkelijk hebben. Integendeel, het examen Nederlands zit lastig in elkaar en kent veel valkuilen. Net als de overige vmbo’ers moeten zij leesvaardigheidsopdrachten en een schrijfopdracht maken in veel te weinig tijd, hetgeen een rare toetsvorm is. Als docent kijk je dus geen doordacht werk, maar haastwerk na.

Die schrijfopdracht moet er uit en dient in een aparte zitting afgenomen te worden, leesvaardigheid kan blijven. Na aanpassing, want met die huidige multiple choice-vragen is nogal wat mis. MC is vooral handig voor de docent, het nakijken gaat als een trein. Voor de leerling is het niet handig, omdat je vooral toetswijsheid moet hebben, de handigheid om met MC-vragen om te gaan.

Wordt er werkelijk valide en betrouwbaar getoetst op leesvaardigheid? Ik vraag het me af. Wat moeten leerlingen op het voortgezet onderwijs (welk schooltype maakt niet uit) kunnen als het gaat om leesvaardigheid? Leerlingen moeten de kern uit een tekst te kunnen halen. Dat is eigenlijk dat ze samen moeten kunnen vatten wat een ander schrijft.

Het examen Nederlands voor het vmbo-BB zou uit vier teksten moeten bestaan met onder iedere tekst de opdracht:

Vat iedere alinea samen in één zin. Zet alle zinnen achter elkaar zodat je een goedlopende samenvatting krijgt. Zorg ervoor dat je totale samenvatting uit minimaal zoveel en maximaal zoveel woorden bestaat.

De leerling kan zich goed voorbereiden op het examen, want hij weet wat er gevraagd gaat worden. Geen verwarrende MC-vragen, geen lees- én schrijfvaardigheid in één examen, maar duidelijkheid en eenduidigheid.

Eindexamen Nederlands (3)

Het havo-examen Nederlands was gisteren, het vwo-examen eergisteren en vandaag waren de leerlingen van vmboTL, GL en KB aan de beurt. TL en GL hebben hetzelfde examen, dat van KB wijkt voor een deel af. Het vmbo-TL/GL-examen bestaat uit een tekstboekje, een opdrachtenboekje en een uitwerkboekje. Voor de docent komt daar nog het correctievoorschrift bij. Ook het KB-examen kent een tekstboekje, opdrachtenboekje, uitwerkboekje en correctievoorschrift.

Deze vmbo-examens kennen drie categorieën: teksten met vragen, een tekst om samen te vatten en een schrijfopdracht (brief). Dit geheel dient binnen twee uur afgeraffeld te worden. Een examen is een serieuze zaak, er hangt veel vanaf voor de kandidaat, misschien wel zijn toekomst. Wat doen we in Nederland om een goed beeld te krijgen van het niveau van taalbeheersing? We laten de eindexamenkandidaten drie verschillende soorten opgaven maken in slechts twee uur tijd. Als kandidaat heb je geen tijd om na te denken, je bent je twee uur lang de blubber aan het schrijven.
Lees verder >>

Eindexamen Nederlands (2)

Gisteren ondergingen de vwo-leerlingen het eindexamen Nederlands, vandaag waren de havisten aan de beurt. Ook op dit schooltype is de samenvatting een onderdeel van het examen en ook op dit schooltype is de samenvattingsopdracht verworden tot een kunstje.

Kunstjes zijn heel leuk, maar je hebt er zo weinig aan. Ik kan een muntstuk laten verdwijnen achter mijn rechteroog, om het vervolgens weer tevoorschijn te laten komen via mijn keel. Dat is een leuk kunstje om mijn kleine neefje mee te verbazen. Iets soortgelijks is het examen Nederlands (maar dan zonder de verbazing). Na een paar keer oefenen weet je hoe het moet en kun je dit examen maken. Twee dingen zijn ervoor nodig: (1) vergeet alles wat je ooit geleerd hebt en (2) denk niet dat deze manier van samenvatten ergens toe leidt.

De teksten van het havo-examen staan hier, de opdrachten staan hier en als je het gemaakte werk na gaat kijken, dan heb je het correctievoorschrift nodig. De samenvattingsopdracht is als volgt:

Maak een goedlopende samenvatting in correct Nederlands van maximaal 200 woorden van de tekst ‘Bambi en het aah-gevoel’. Zorg ervoor dat deze samenvatting begrijpelijk is voor iemand die de oorspronkelijke tekst niet kent.
Uit je samenvatting moet duidelijk worden:
− wat het ‘aah’-gevoel ten aanzien van dieren inhoudt;
− hoe men in de oudheid de verhouding tussen mens en dier zag en wat vooral als verschil tussen mens en dier werd gezien;
− welke andere ontwikkelingen met betrekking tot (de kijk op) het dier vanaf de zeventiende eeuw volgden;
− hoe een groeiende kritiek op het denken tot een herwaardering van het dier leidde;
− met welke houding ten opzichte van dieren deze herwaardering samenging;
− hoe twee twintigste-eeuwse uitbeeldingen van het dierenfiguurtje Bambi een ontwikkeling in de houding van de mens ten opzichte van het dier laten zien;
− welk effect aan de meest recente uitbeelding van Bambi wordt toegeschreven.

Net als bij het vwo-examen dien je ook nu gewoon de streepjes te volgen. Begin je samenvatting met: ‘Het ‘aah’-gevoel ten aanzien van dieren houdt in…’. Als je alle zeven streepjes op deze manier nagelopen hebt, dan is een onvoldoende voor dit onderdeel schier onmogelijk.

Wat een gemiste kans is dit toch, onze havisten verdienen beter. Samenvatten dient een vaardigheid te zijn (1) waarvoor je goed moet oefenen en (2) waar je echt iets aan hebt.

Eindexamen Nederlands

Deze week zijn de eindexamens van het voortgezet onderwijs. Dus ook voor het schoolvak Nederlands moeten de scholieren aan de bak. Een belangrijk onderdeel van het examen Nederlands is de samenvatting – sinds mensenheugenis. Toen ik in 1988 vwo-examen deed moest ik een lange tekst samenvatten tot 500 woorden. Dat was de enige opdracht: ‘Vat deze tekst samen, gebruik niet meer dan 500 woorden.’ Ik citeer uit mijn hoofd, dus de precieze formulering kan afwijken.

Het schoolvak Nederlands kent een stel nutteloze onderdelen, zoals poëzie-onderwijs, en een stel nuttige. Dat nutteloze is prachtig! De kennismaking met literatuur voor volwassenen hoort op het voortgezet onderwijs thuis en ik vind het belangrijk dat er veel lesuren aan besteed worden. Het schoolvak Nederlands kent ook een paar nuttige onderdelen, zoals de samenvatting.

Niemand vond het leuk, die samenvatting. Toch vonden we het inderdaad nuttig, want (zo vertelde de docent) goed kunnen samenvatten is een vaardigheid waar je de rest van je leven wat aan hebt. Zeker als je gaat studeren. En hij had gelijk. Of het komt door de oefeningen en het examen, weet ik niet, maar ik denk dat ik best goed kan samenvatten, een vaardigheid die mij geregeld van pas komt.

Met de komst van de Tweede Fase is de samenvattingsopdracht veranderd. Hij zit er nog wel in, maar het is een kleiner deel van een groter leesvaardigheidsgeheel geworden. De samen te vatten tekst is korter en ook de samenvatting die de leerling moet maken is korter. Bovendien krijgt de kandidaat hulp geboden, door middel van aanwijzingen wordt hij aan het handje mee door de tekst genomen.

Je kunt het vwo-examen zelf ook maken, want het tekstboekje, de opgaven en het correctievoorschrift staan online. De samenvattingsopdracht staat op de laatste pagina en is als volgt:

Maak een goedlopende samenvatting in correct Nederlands van de tekst ‘Ornament en smaakdictaat’ in maximaal 180 woorden. Zorg ervoor dat je samenvatting begrijpelijk is voor iemand die de oorspronkelijke tekst niet kent.

Dat lijkt een prima opdracht, de examenkandidaten krijgen er echter aanwijzingen bij:

Uit je samenvatting moet duidelijk worden:
– hoe de invloed van de culturele elite was en is op kunst in het algemeen en de architectuur in het bijzonder;
– tot welk voorschrift deze invloed heeft geleid;
– welke ontwikkelingen hebben bijgedragen tot toepassing van dit voorschrift en bij welke maatschappelijke tendensen dit voorschrift goed aansloot;
– van waaruit en hoe inmiddels een andere benadering waarneembaar is;
– welke tegenstelling de auteur signaleert en hoe hij daar tegenover staat.

Je hoeft dus niet meer te kunnen samenvatten, het enige wat nodig is, is dat je de streepjes volgt. Er zijn vijf streepjes, dus als je samenvatting uit die vijf onderdelen bestaat, dan kan het niet meer stuk. Het antwoord wordt min of meer weggegeven in de opgave.

Stel dat je tijdens je studie een tekst samenvat om hem voor te bereiden voor een tentamen, staan er dan ook van die streepjes onder waar je rekening mee moet houden? Nee, natuurlijk niet. Wat je geleerd hebt voor je eindexamen Nederlands kan dus linea recta de prullenbak in. Samenvatten is geen vaardigheid meer, het is een kunstje geworden. Samenvatten is niet leuk, maar het is ook niet eens meer nuttig.

Lepels en vorken

Je kunt de dingen beter begrijpen dan ze uit je hoofd te leren. Een lezing op het congres over Germaanse talen waar ik dezer dagen ben, ging over hoe je het beste aan Amerikaanse studenten kunt uitleggen hoe ze een Nederlands woord in het meervoud moeten zetten. Het probleem voor buitenlanders is dat het Nederlands twee veelvoorkomende manieren heeft om een meervoud te maken: met de uitgang –s (lepels) en met de uitgang -en (vorken).

De twee uitgangen gaan zo’n beetje gelijk op en de meeste leraren Nederlands blijken hun studenten niet veel meer te bieden te hebben dan het advies om het allemaal uit hun hoofd te leren. Taalkundigen hebben echter ontdekt dat er achter die chaos in ieder geval wel een gedeeltelijke systematiek zit.
Lees verder >>

‘Zo sluw als een vos’

Taal is niet alleen maar gewoon taal, want met taal kun je bijzondere en creatieve dingen doen. In deze les staat de creativiteit van de taal centraal: we gaan kijken hoe de vos door de taal in onze cultuur terecht is gekomen. Strikt genomen is dit dus geen taalles, maar een cultuurles – misschien een leuke en ludieke (maar toch leerzame) afsluiting na een periode hard werken.
Ik heb hier al eerder geschreven wat je met fabels in de klas zou kunnen doen, maar het kan geen kwaad om nogmaals aandacht te besteden aan Esopet.

De oudste Europese verhalen waar de vos in voorkomt, zijn de fabels van de Griekse schrijver Aesopus uit ongeveer 600 voor Christus. Sinds die tijd zijn fabels met vossen niet meer weg te denken uit de diverse Europese culturen. Ook in de Nederlandse cultuur en literatuur komt de vos voor, zoals in Esopet uit de dertiende eeuw. Esopet bestaat uit 67 fabels over dieren. Het is niet bekend wie de fabels geschreven hebben, maar er worden al eeuwenlang twee auteurs genoemd: Calfstaf en Noydekijn.

De bekendste fabel in Esopet is nummer XV:

Lees verder >>

Esopet in de onderbouw

Maar al te vaak denken docenten Nederlands dat oudere literatuur typisch iets voor de bovenbouw van het vwo is. Niets is minder waar. Veel oude teksten zijn zeer bruikbaar in de onderbouw, je moet er echter wel iets voor doen om zo’n verhaal toegankelijk te maken. Met een goede tekstkeuze en genoeg enthousiasme krijg je je leerlingen heus wel warm voor, laten we zeggen, een Middeleeuws verhaal.
Hieronder heb ik een lessencyclus van drie lessen over Esopet, je weet wel, die Middelnederlandse fabelbundel. Leuke korte verhaaltjes, waar je in 2 havo echt wel iets mee kunt, of in een brugklas. Er hoort ook een leerlingenboekje met opdrachten bij. Aan de slag! En laat me weten hoe het gegaan is.

Lees verder >>