Tag: onderwijs

’n Vunzig verhaal

Door Marc van Oostendorp

Deze week onthulde de schrijfster Stella Bergsma dat een lerares Nederlands een verhaal van haar weigerde te laten lezen aan leerlingen omdat het ‘niet kies’ en ‘vunzig’ was. Dat was nog tot daaraan toe, maar diezelfde lerares bleek het werk van Jan Cremer wél kies te vinden, en niet vunzig. Wat?

Taalhiërarchie

door Leonie Cornips

Net ben ik begonnen aan de Universiteit Maastricht als een ongeruste moeder me opbelt om te vertellen dat zij haar kind ’s ochtends dialectsprekend naar de peuterspeelzaal brengt om het ’s avonds Nederlandssprekend mee naar huis te nemen. Met studente Vivianne Smeets van de Universiteit Utrecht spreek ik hierover tijdens het jaarlijkse DRONGO-Talenfestival en vervolgens kiest zij dit onderwerp uit voor haar BA-scriptie: welke talen spreken leerkrachten tijdens de alledaagse praktijk in de peuterspeelzaal? Om die vraag te beantwoorden, observeert Vivianne kinderen tussen twee en vier jaar oud in vier verschillende kinderopvangcentra in midden-Limburg. Al zittend op een bank op een afstand van de kinderen en de leerkrachten let ze op hoe en in welke situatie leerkrachten al dan niet wisselen tussen Nederlands en dialect of andere taal. Haar observaties schrijft ze meteen op in een notitieblok. Ze observeert zoveel mogelijk zonder verwachtingen en zo onbevooroordeeld mogelijk. Lees verder >>

Docentontwikkelteams op 5 juli jl. van start gegaan

Door Erwin Mantingh

Op een broeierige zomermiddag op de valreep van het schooljaar toog een vijftigtal onvermoeibare docenten Nederlands naar Utrecht voor de startbijeenkomst van vijf docentontwikkelteams (DOT’s)>.

Vakmeesters Theo Witte en Peter-Arno Coppen lichtten het kader en de uitgangspunten van de DOT’s toe, ervarings­deskundigen Clary van Tilborg en Riek Hazenbosch gaven een persoonlijke indruk van de praktijk zoals zij die als docenten al hadden beleefd. Daarna gingen de aanwezigen uiteen om binnen de docentontwikkelteams met elkaar kennis te maken en het onderwerp af te tasten.

Afgaand op de korte pitches bij de gezamenlijke maaltijd borrelt het van de goede ideeën en geestdrift om lesmateriaal te gaan ontwikkelen. In acht bijeenkomsten moet dat in de loop van het komend schooljaar zijn beslag krijgen. Begin juli 2018 komen de DOT’s weer bij elkaar om de opbrengsten uit te wisselen. Tegen die tijd laten wij zeker weer van ons horen.

Blended MA-cursus Mij maak je niets wijs! Cultuuranalyse en representatiekritiek, Leiden

Ben je student Nederlands? Volg nu 10 ECTS MA-onderwijs in Leiden op afstand! Inschrijven tot 8 september.

Op 11 september start aan de opleiding Nederlands van de Universiteit Leiden een blended MA-cursus Cultuuranalyse. Dat betekent dat de opdrachten en colleges digitaal te volgen zijn vanuit je eigen woonplaats. Een unieke kans om 10 EC op master-niveau te volgen in Leiden als je niet in staat bent om iedere week naar college te komen.

De cursus heet: “Mij maak je niets wijs! Cultuuranalyse en representatiekritiek”. Lees verder >>

In de klas: woordenschat – lexicon – vocabulaire

Door Roland de Bonth

De mobiele telefoon is een zegen voor leerlingen die de betekenis van een woord niet kennen. Je gaat – bijvoorbeeld – naar www.vandale.nl, typt boven aan de pagina het onbekende woord in en geeft vervolgens de zoekopdracht. In een oogwenk verschijnt de betekenis van het woord op het scherm van je mobieltje.

Helaas is deze manier om de betekenis van een woord te achterhalen niet geschikt tijdens het Centraal Schriftelijk Eindexamen, want de mobiele telefoon is daarbij geen toegestaan hulpmiddel. Wel mag een leerling tijdens alle schriftelijke examens woordbetekenissen opzoeken in een eendelig verklarend woordenboek Nederlands of – als de kandidaat een andere taal dan het Nederlands als thuistaal heeft – een woordenboek van Nederlands naar een vreemde taal. Een steeds groter wordend probleem is tegenwoordig dat leerlingen de volgorde van het alfabet niet meer zo goed kennen – dit is immers niet nodig bij online woordenboeken. Het opzoeken van onbekende woorden kost daardoor nodeloos veel tijd, die tijdens een examen beter aan de opgaven zelf besteed had kunnen worden. Wat kunnen leerlingen en leraren hieraan doen? Lees verder >>

In discussie of niet? Een reactie op recente bijdragen van Witte en Bonset.

Door Melchior Vesters

Onlangs verschenen op deze site enkele opmerkelijke berichten over ontwikkelingen in het schoolvak Nederlands. Het betreft allereerst de reactie van Bonset (12 juli) op een notitie van Witte over ontwikkelingen in het schoolvak Nederlands. Daarna volgde een reactie van Witte (15 juli), waarbij Bonset (16 juli) nog een kort commentaar toevoegde. Ik wil mijn verbazing uitspreken over de toon in de woordenwisseling en hoop met dit stukje een inhoudelijke discussie vooruit te helpen.

Bonset heeft in zijn commentaar van 16 juli een punt: de manier waarop Witte zijn reactie is gepresenteerd biedt de lezer geen optimale service. In de verwoording (“Schrijf eerst maar eens een behoorlijke tekst”) had Bonset zijn irritatie echter wel mogen intomen. Lees verder >>

Standaardnederlands op school

Door Jan Uyttendaele

In mijn bespreking van Nederlands voor Taalhelden heb ik de wens geuit dat de Taalunie ooit eens een publicatie voor het onderwijs zou laten verschijnen, waarin duidelijkheid wordt gegeven over het standaardtalige gebruik van een aantal courante schooltermen. Wat is het nu eigenlijk: kopies of kopieën, klassenleraar of klastitularis, nota’s of notities, beraadslagen of delibereren, bordveger of bordenwisser, quoteren of beoordelen, onderlijnen of onderstrepen, schoolagenda of klasagenda, uurrooster of lesrooster enz.? Wat is precies het verschil tussen verlof en vakantie, alinea en paragraaf, synthese en samenvatting, examen en proefwerk enz.? Ook in mijn bespreking van het boekje Hoe Vlaams mag uw Nederlands zijn? heb ik gepleit voor de publicatie van een woordenlijst met taaladvies voor leraren. Ik ben er nog altijd van overtuigd dat we daarmee met name de Vlaamse leerkrachten een grote dienst zouden kunnen bewijzen, maar ik heb moeten constateren dat mijn wens bij de Taalunie (en elders) in dovemansoren is gevallen. Ik heb dan maar zelf het initiatief genomen en ik heb zelf zo’n (beperkte) lijst samengesteld en gepubliceerd op de website van KlasCement, het leermiddelennetwerk van het Departement Onderwijs en Vorming van de Vlaamse Gemeenschap. <Zie hier.> Lees verder >>

Steun Anne Vegter!

Door Roland de Bonth

Afgelopen vrijdag  vroeg een collega nieuwsgierig wat ik op mijn fietsstuur had zitten. Het is een knooppunthouder. Daarin kun je een kartonnen kaart stoppen met daarop de knooppuntnummers waar je achtereenvolgens naartoe wilt fietsen. Zo kun je eenvoudig een van tevoren uitgestippelde route rijden. Dat was echter niet de reden waarom ik de houder had aangeschaft. Ik stop er gedichten in, zodat ik die uit het hoofd kan leren op de 11,1 km die ik van huis naar school en vice versa moet afleggen. Mijn collega vertelde me dat zij zelf maar één gedicht uit het hoofd kende, van W.B. Yeats. Spontaan droeg zij het daarop vloeiend voor.

Op Neerlandistiek wordt gelukkig veel aandacht geschonken aan poëzie. Dagelijks is er een – aan de actualiteit of aan de tijd van het jaar gerelateerd – gedicht te lezen en met een zekere regelmaat verschijnt er een aflevering van Een geschiedenis van het Nederlands in 196 sonnetten.  Het lezen van gedichten is een mooie bezigheid, maar gedichten komen pas echt tot leven als we ze horen. Lees verder >>

Over het ‘en passant’ toetsen van spelling en grammatica in het Centraal Eindexamen Nederlands

Door Michel Couzijn

Over het Centraal Eindexamen Nederlands wordt veel geklaagd. Over de teksten, over de vragen, over de beoordeling en nog zo wat. Sinds vorig jaar kunnen de klagers hun ongenoegen op een nieuw aspect richten: de aftrekregeling voor taalgebruik.

Het CE Nederlands toetst tekstbegrip – leesvaardigheid dus – plus een beetje argumentatieleer. Recent werd in de landelijke media de klacht geuit dat de opvatting van leesvaardigheid die aan het CE Nederlands ten grondslag ligt, weinig valide zou zijn. In de zin van: weinig relevant voor de leesvaardigheden die leerlingen in vervolgopleidingen en in het maatschappelijk leven tentoon moeten spreiden. Mede om die reden is bijvoorbeeld de ‘geleide samenvatting’ uit het hv-examen verdwenen.

Vorig jaar werd er een nieuw domein toegevoegd aan ‘wat het examen toetst’: schrijfvaardigheid. Nu ja, enkele aspecten daarvan, te weten spelling en grammatica. Omdat de noodzaak werd gevoeld leerlingen op dit vlak centraal de maat te nemen, zonder een aparte taaltoets in te voeren. Een poging om een apart CE Schrijfvaardigheid in te voeren, strandde onlangs op de gebrekkige validiteit daarvan. Lees verder >>

Nederlands in de klas!

Nieuw initiatief: studenten Nederlands voor de klas op middelbare scholen 

We kunnen ons dagelijks leven niet voorstellen zonder de Nederlandse taal. Op zich al reden genoeg om hier alles over te willen weten. En er zijn nog veel meer redenen om je intensief met de Nederlandse taal bezig te houden. Toch loopt de belangstelling voor de studie Nederlandse Taal en Cultuur terug. De opleiding is weinig bekend bij scholieren en schooldecanen. Het schoolprofiel dat traditioneel het meest aansluit bij de studie, Cultuur & Maatschappij, is op zijn zachtst gezegd niet erg geliefd.

Aanleiding voor verschillende universiteiten om samen op te trekken in een initiatief om te laten zien hoe zeer deze studie de moeite waard is. Om scholieren tijdens hun lessen te laten kennismaken met de vele kanten en mogelijkheden van een studie Nederlands. En wie kunnen dat nu beter dan studenten die al de keuze hebben gemaakt voor een opleiding Nederlandse Taal en Cultuur? Lees verder >>

Taalcanon lanceert eerste animatiefilmpje: Hoe leert een kind zijn moedertaal?

Door Mathilde Jansen

Vandaag, op de Internationale Dag van het Kind, lanceert het taalcanonteam vol trots een animatiefilmpje over kindertaal. Het is het eerste filmpje in een reeks, bedoeld voor het voortgezet onderwijs. De filmpjes geven een korte introductie op een onderwerp uit de taalcanon, en kunnen gebruikt worden als opstapje voor een les over taal in de klas.

Wanneer begint een kind met het leren van taal? Hoe leert een kind woorden herkennen? En hoe kun je eigenlijk taalonderzoek doen met baby’s? Deze en meer vragen komen aan bod in het eerste filmpje dat de taalcanon lanceert in een reeks filmpjes voor het onderwijs. Tekenaar en animator Frank Landsbergen maakte de filmpjes in opdracht van de taalcanon. Lees verder >>

De ‘spreekautobiografie’

Door Roland de Bonth

Pater Brugman (kon praten als…)

Bij de overgang van de onder- naar de bovenbouw, aan het begin van de vierde klas, krijgen leerlingen vaak de opdracht een leesautobiografie te schrijven. Het doel van dit document is dat leerlingen zich de boeken herinneren die aan hen zijn voorgelezen door ouders, grootouders, juffen en meesters en de boeken voor de geest halen die zij tot zich hebben genomen vanaf het moment dat zij in staat waren om zelf te lezen. Een goed gedocumenteerde leesautobiografie geeft een prima beeld van de smaakontwikkeling van een leerling. Op basis van dit document kan een docent een inschatting maken van het niveau van literaire ontwikkeling van een leerling. Vervolgens kan hij gericht tips geven voor verdere lectuur. Hij kan andere boeken van dezelfde schrijver aanraden, boeken uit hetzelfde genre van een andere schrijver, boeken van een vergelijkbaar of een iets hoger niveau.

Is de leesgeschiedenis van leerlingen doorgaans aardig gedocumenteerd, anders ligt dat bij het domein mondelinge taalvaardigheid. Geluidsopnames of filmpjes van voordrachten, debatten of discussies worden bij mijn weten amper gemaakt. Wat weet een docent eigenlijk over de spreekvaardigheid van een vierdeklasser?

Lees verder >>

Taalkunde in het Onderwijs

Door Jan Don en Marjo van Koppen

Wat is een van de belangrijkste eigenschappen van de mens? Taal! Taal is de ultieme sleutel van ons leven. Het opent een wereld die het mogelijk maakt om te denken, met elkaar te praten, kennis te delen en alle andere dingen te doen die voor mensen zo belangrijk zijn. Toch besteedt het middelbaar onderwijs nauwelijks tijd aan taalkunde. Dat is jammer en dat moet veranderen. Te midden van alle initiatieven die op dit gebied al worden ontwikkeld, doet Master Language Nederlands ook een duit in het zakje. Wij bieden sinds vorig jaar het vak taalkunde in het onderwijs aan.

Lees verder >>

Vacature Assistent Moderne Nederlandse Letterkunde aan de UGent

Aan de Faculteit Letteren en Wijsbegeerte van de Universiteit Gent is er een vacature voor een assistent moderne Nederlandse letterkunde. Het gaat om een voltijdse, tijdelijke aanstelling. Solliciteren kan tot 30 mei 2017 23:59 CEST.

OVER DE UGENT

De Universiteit Gent is een wereld op zich. Meer dan 8.000 personeelsleden zijn er dagelijks aan de slag in onderwijs en onderzoek, beheer en administratie, technische en sociale voorzieningen, enz. Voor hen is de Universiteit Gent een logische keuze: het is een van de grootste, meest boeiende en toekomstgerichte werkgevers van de regio. De Universiteit Gent telt 11 faculteiten en meer dan 100 vakgroepen, die in elk van de wetenschappelijke disciplines hoogstaande en door onderzoek ondersteunde opleidingen aanbieden. Lees verder >>

Niet meer in het klaslokaal zijn

In memoriam Hubert Dreyfus (1929-2017)

Door Marc van Oostendorp

Ik hoorde pas vorige week dat Hubert Dreyfus overleden is. Hij behoorde tot de moderne filosofen die ik het meest heb bewonderd.

Dat had niet in de eerste plaats te maken met het werk waarmee hij het beroemdst zou worden: zijn kritiek op de Kunstmatige Intelligentie uit de vroege jaren 70. Ik geloof dat er alle reden is om heel kritisch te zijn op alle hedendaagse pretenties dat een ‘slimme computer’ om de hoek op ons staat te wachten en die redenen in 1972 nog veel sterker waren. Maar de meeste kritiek op Kunstmatige Intelligentie in het algemeen (‘computers zullen nóóit denken’) begrijp ik nooit, omdat ik niet snap waarom het soort argumenten dat dan naar voren worden gebracht niet ook gebruikt kunnen worden om te beargumenteren dat mensen ook niet kunnen denken.

Ter plekke

Het had wel een beetje te maken met het feit dat Dreyfus een bewonderaar was van volkomen duistere ‘continentale’ denkers zoals Heidegger en Merleau-Ponty. Lees verder >>

Is er een verschil tussen Je bent aan het zeuren en Je zit te zeuren?

Door Marten van der Meulen

Synoniem. Dat woord heb je vast weleens gehoord. Het betekent, dat iets hetzelfde betekent. Van heel veel woorden wordt gezegd dat ze synoniem zijn. Je hebt zelfs een heel synoniemenwoordenboek of thesaurus om dat soort woorden in op te zoeken. Het lijkt makkelijk om synoniemen te bedenken: content en tevreden, awkward, gênant en ongemakkelijk of fiets en rijwiel. Maar deze alternatieven zijn vaak toch anders, op een van drie manieren. Ten eerste kan er toch een klein verschil in betekenis zijn. Huilen en janken worden vaak inwisselbaar gebruikt, maar janken is heftiger. Ten tweede kunnen woorden in verschillende situaties worden gebruikt. Woorden hebben dan een andere lading: content is bijvoorbeeld chiquer dan tevreden. En ten derde kunnen synoniemen in verschillende contexten worden gebruikt, wat toch ook kan duiden op een verschil in betekenis. Over dit laatste verschil gaat dit stuk. Lees verder >>

De DBNL voor de klas

Uitgelicht voor de klas

Door Roland de Bonth

Wat hebben Kleine Olle en zijn ekster van C.J. Kieviet, Der rupsen begin, voedzel en wonderbaare verandering van Maria Sibylla Merian en het anoniem uitgegeven Aanwijzingen tot het gebruik der medicynen voor zeevarenden gemeen? Een lastige vraag, want inhoudelijk gezien hebben deze werken niets met elkaar te maken. Wat deze titels verbindt, is dat ze alle in de maand april van dit jaar zijn toegevoegd aan de Digitale Bibliotheek voor de Nederlandse Letteren (DBNL). Iedere maand wordt deze virtuele bibliotheek uitgebreid met tientallen verhalen, romans, dichtbundels en jaargangen van tijdschriften. Iedere maand opnieuw duiken er verrassende titels op die erom vragen gelezen te worden. Toch zou het jammer zijn als de DBNL alleen maar werd geraadpleegd om teksten te zoeken. Wie iets verder kijkt dan het bovenste gedeelte van het openingsscherm, ontdekt op deze website namelijk enkele mooie extra’s. Lees verder >>

Creatief met taal voor 2032-leerlingen

Door Marianne Boogaard

Volgens Platform-2032 is ‘toekomstgericht onderwijs’ onderwijs waarin leerlingen in de eerste plaats kennis en vaardigheden opdoen door creatief en nieuwsgierig te zijn. Vorige week besloot de Tweede Kamer om de curriculumherziening volgens die 2032-plannen in enigszins aangepaste vorm te laten doorgaan. Nederlands is een van de eerste onderdelen uit het curriculum waarvoor een ontwikkelteam van leraren, schoolleiders en diverse soorten experts aan de slag gaat met het omschrijven van de bouwstenen voor de uiteindelijke eindtermen, kerndoelen en referentieniveaus. Lees verder >>

Ontwikkel en deel je kennis en lesmateriaal

Over de DOT Nederlands

Door  Thomas de Bruijn
Teacher in Residence Nederlands Radboud Universiteit
t.debruijn@ru.nl

De autonomie die wij als docenten genieten, verschilt van school tot school en van sectie tot sectie. De eindtermen zijn leidend, maar uiteindelijk blijft er veel vrijheid over om lessen te ontwikkelen, werkvormen uit te proberen en onderwerpen te bespreken die ‘gewoon heel leuk’ zijn. Binnen secties is het meestal vanzelfsprekend om materiaal te delen, maar buiten de schoolmuren komt jouw webquest, project of onderzoek vaak niet. Er ligt een schat aan potentieel lesmateriaal te wachten op collega’s in het land, maar die schat moet wel opgegraven worden.

Er zijn al vele initiatieven om lesmateriaal en werkvormen te delen. Er bestaan diverse Facebookgroepen over vakgebieden, Kennisnet heeft een leermiddelendatabank en elke week is er wel ergens een congres of workshopdag vol inspirerende lesideeën. Deze kennisuitwisseling is helaas niet structureel. Lees verder >>

Call voor speciaal nummer Levende Talen Magazine

“De praktische relevantie van vakdidactisch onderzoek MVT en NL”

Dit is een call voor een Special Issue over vakdidactisch promotieonderzoek en het praktisch nut daarvan voor talendocenten. De afgelopen jaren is er steeds meer aandacht gekomen voor vakdidactisch onderzoek. Daarbij gaat het vaak om de vraag hoe een specifiek schoolvak onderwezen kan worden zodat leerlingen kennis , vaardigheden en attitudes met betrekking tot het​ ​vak verwerven. Dergelijk onderzoek heeft echter alleen zin als de opbrengsten ervan gedeeld wordt worden​met scholen en docenten, en wel op zo’n manier dat zij er ook daadwerkelijk wat aan hebben. Levende Talen Magazine (LTM) is een medium dat gelezen wordt door de doelgroep en een Special Issue over lopend vakdidactisch onderzoek met als thema ‘Vakdidactisch onderzoek en het nut voor de onderwijspraktijk’ kan er voor zorgen dat onderzoeksresultaten ook echt in de klas terecht komen. Voor dit Special Issue van LTM zoeken we bijdragen waarin dergelijk onderzoek wordt beschreven, met daarin nadruk op het praktisch nut voor talendocenten. Lees verder >>

Toen de pornografie nog bontkleurige hanen had

Door Marc van Oostendorp

Weten jullie nog wie Couperus is? Ik vermoed dat het antwoord ‘ja’ is voor bijna allen die dit in 2017 lezen. Maar jij daar, degene die in 2067 door de archieven van dit curieuze ‘weblog’ aan het bladeren is, weet jij het ook?

Wij hier in 2017, we waren ook maar een minderheid die steeds marginaler werd. Maar wij beschouwden het nog wel als een teken van minimale beschaving dat we niet alleen weleens van Louis Couperus gehoord hadden, maar dat we ook weleens een boek van hem hadden gelezen.

Maar er verschenen in ons uithoekje van de eeuwigheid nog wel aardige kleine studies, zoals Een eenzame verschijning, waarin Ton van Kalmthout van het Huygens Instituut op een rijtje zet hoe Louis Couperus besproken werd in schoolboeken over Nederlandse literatuur tussen 1890 en 1990. Lees verder >>

Onderzoekers, docenten en een straatkrantverkoper: een wens vanuit de wetenschap

Door Marloes Schrijvers
promovenda vakdidactiek Nederlands (Universiteit van Amsterdam)

Begin 2017 zag ik met angst en beven de fase tegemoet waarin ik – voor de tweede keer in mijn promotieonderzoek – docenten Nederlands zou gaan werven. Ik zocht docenten die wilden deelnemen aan een interventiestudie naar de effecten van dialogisch leren in literatuurlessen op het zelfinzicht en sociaal inzicht van leerlingen in havo 4. Alleen die zin al – ‘interventiestudie’, ‘effecten’ – leek me voldoende om docenten af te schrikken, maar wat me nog meer dwarszat, was dat ene woord: werven.

Straatkrant

Op een dag in die wervingsperiode zag ik de verkoper van de straatkrant bij de Albert Heijn: hij droeg zijn rode hesje, groette me vriendelijk, wachtte of iemand eens een keer zijn straatkrant zou kopen. Ik groette terug, maar kocht geen krant. Ik had mijn vertrouwde Volkskrant al, en wat zou een straatkrant me dan te bieden hebben? Bovendien had ik geen kleingeld. Lees verder >>

De deskundigen hebben het weer gedaan

Door Marc van Oostendorp

 “De afgelopen twintig jaar”, berichtte de NOS gisteren, “waren deskundigen het erover eens dat het lesgeven in de moedertaal een snelle integratie niet bevorderde, maar daar wordt nu anders over gedacht.” De NOS schreef het naar aanleiding van een nieuw boekje van het ministerie van onderwijs, waarin aan onderwijzers in de basisschool wordt uitgelegd hoe ze moeten omgaan met de vele talen van de kinderen in hun klas. “Volgens lector taaldidactiek Maaike Hajer, een van de auteurs van de brochure,” vervolgt het bericht van de NOS, “is het wetenschappelijk aangetoond dat het veel beter is om de moedertaal wel te betrekken in het onderwijs.”

Het is een topos in de wetenschapscommunicatie. Tot nu toe dachten de deskundigen dit, maar nieuw wetenschappelijk onderzoek wijst uit dat die deskundigen zich vergisten. Onnozele deskundigen, altijd overtuigd van het verkeerde! Lees verder >>

De belangrijkste vaardigheid: het gesprek

Eindexamen gesprek (aflevering 2)

Door Marc van Oostendorp

Daar komt nog bij dat de vier taalvaardigheden allang niet meer zo duidelijk van elkaar onderscheiden zijn als ze ooit waren. Ook hierin speelt het internet een belangrijke rol.

We weten dat schrijf- en spreektaal inmiddels veel minder duidelijk van elkaar te onderscheiden zijn. Dat komt niet alleen doordat in de schrijftaal steeds meer woorden en constructies acceptabel zijn geworden die vroeger alleen in de spreektaal gebruikt werden. Dat proces, de ‘informalisering’ is al veel langer aan de gang en kun je ook deels gemakkelijk opvangen.

Maar het betekent ook allerlei andere dingen. Bijvoorbeeld dat de status van het geschreven woord enorm veranderd is. Je slingert nu bijna net zo gemakkelijk je uitgeschreven mening de wereld in als je een mening verwoordt aan de cafétoog. Er wordt sinds de introductie van sms en van de chatfuncties op het internet (van msn tot WhatsApp) steeds meer geschreven – en wie meer schrijft, schrijft moeitelozer, is minder geneigd om over ieder woord na te denken en houdt zich (dus) minder strak aan allerlei opgelegde regels. En zo is het ook altijd geweest bij spreektaal: omdat er meteen antwoord wordt verlangd, sta je voortdurend onder druk om zo snel mogelijk te formuleren. En dat geeft een ander resultaat dan wanneer je in stilte achter je bureautje zit. Lees verder >>