Tag: onderwijs

Over de grote opdrachten van het leergebied Nederlands

Reflectie op het tweede tussenproduct Curriculum.nu

Door de meesterschapsteams Nederlands – Letterkunde en Taalkunde/Taalbeheersing

Net als in de eerste feedbackronde van Curriculum.nu zoeken de Meesterschapsteams Nederlands voor hun feedback een breed draagvlak binnen de neerlandistiek, waaronder de hoogleraren en enkele sleutelfiguren van de universitaire opleidingen Nederlandse Taal en Cultuur, de LOVN (de universitaire vakdidactici Nederlands) en de hoogleraren vakdidactiek Nederlands. Deze ronde hebben de meesterschapsteams ervoor gekozen om een samenhangend reflectiedocument te schrijven, waaruit dan aan het einde de feedback op de afzonderlijke consultatievragen wordt afgeleid. Dit is gedaan uit de volgende overwegingen:

  • De feedback van de meesterschapsteams vertoont zelf een samenhang en opbouw, die in het fragmentarische karakter van de afzonderlijke consultatievragen gemakkelijk verloren gaat of tot herhalingen leidt;
  • In een reflectiedocument is ook ruimte om concrete tekstsuggesties te doen;
  • Er is in de tweede ronde meer tijd tussen de feedbackbijeenkomst (16 juni 2018) en de inleverdatum van de feedback (6 juli 2018).

Het reflectiedocument ordent de feedback in een aantal algemene punten, die in de tekst nader worden uitgewerkt. Na een analyse van het begrip grote opdrachten volgt eerst een bespreking van de samenhang tussen de opdrachten onderling en de samenhang met het visiedocument, en vervolgens enkele overwegingen over de samenhang binnen de opdrachten. Vervolgens signaleren we enkele algemene lacunes en terminologische onduidelijkheden, en we sluiten af met een bespreking per grote opdracht, en een suggestie voor een additionele opdracht. In een bijlage vermelden we nog de feedback die we via de geëigende kanalen zullen indienen.

U vindt het reflectiedocument hier.

Grote opdracht: Inzicht in je taal maakt je een betere taalgebruiker

Door Marc van Oostendorp

Je hart slaat over als ergens je ideaal door iemand anders expliciet wordt gemaakt. Je bent niet alleen! Ook andere mensen willen een wereld die lijkt op wat jij voor ogen hebt!

Het overkwam me deze week. Het ‘ontwikkelteam’ van leraren dat voor Nederlands in opdracht van het ministerie aan het discussiëren is over de inrichting van het schoolvak heeft op de website Curriculum.nu een aantal kernpunten geplaatst. Deze hebben de enigszins eigenaardige naam ‘grote opdrachten’, maar het zijn eigenlijk 10 kernpunten volgens die leraren.

Ik bladerde erdoor en ontdekte toen ineens ‘grote opdracht 4’! En daar wordt precies verwoord waar het allemaal om gaat, in het vak, in het leven! Lees verder >>

Voor inspirerend eindexamen Nederlands moet je naar het buitenland

Door Anne Sanderling

Wat vrijwel niemand in Nederland weet, is dat ook het International Baccalaureate (IB) eindexamens Nederlands afneemt. En wat voor examens! Het IB is een gerenommeerd internationaal onderwijsprogramma dat veel wordt gebruikt op internationale scholen. Op een aanzienlijk aantal scholen kunnen leerlingen ook Nederlands kiezen als eindexamenvak. In tegenstelling tot het Nederlandse eindexamen Nederlands is het IB-examen Nederlands inspirerend, uitdagend, valide, gedegen en flexibel.

Vorige maand was het weer zover: de eindexamens voor het vak Nederlands. Ongetwijfeld zullen docenten en leerlingen er ook dit jaar weer veel commentaar op hebben. Op de opiniepagina’s verschenen de afgelopen jaren bijdragen met titels als ‘Heb ik hiervoor zes jaar het vak Nederlands gevolgd?’ (Trouw, 2017) en ‘Waardeloos examen Nederlands’ (NRC, 2017). Docenten noemen het eindexamen Nederlands een “gedrocht” (Nationale Onderwijsgids, 2016) en “een saai trucje” (NRC, 2016).

Voor wie niet op de hoogte is: het centrale examen Nederlands bestaat uit teksten met vragen. Kritiekpunten betreffen onder andere de lengte van het examen, de eenzijdige focus op leesvaardigheid en het feit dat op sommige vragen meerdere antwoorden mogelijk zijn. Daarnaast pleiten neerlandici en docenten Nederlands voor meer aandacht voor schrijfvaardigheid en literatuur (‘Zo kan het examen Nederlands écht niet’, NRC, 2016). Lees verder >>

Elk voordeel hep se nadeel

Een pleidooi voor het herintellectualiseren van de docent-Nederlands en van het onderwijs dat hij geeft

Door Rien Rooker

Steller dezes, nu een gepensioneerd-70’er, heeft het overgrote deel van zijn werkzame leven doorgebracht in de bovenbouw vwo/havo van een Zeeuwse school. Mijn geheugen is verzadigd van de herinneringen daaraan en ik geef daarvan hier een voorbeeld dat een jaar of twintig geleden speelt. Een leerlinge in vwo-4, niet bepaald een lezeres, had ik Kees de Jongen gegeven, toch niet bepaald een werk van de hoogste moeilijkheidsgraad als het om leesbekwaamheid gaat. Ik werd vervolgens opgebeld door haar buitenschoolse studiebege-leider, die me verzocht om haar een eenvoudiger werk op te dragen. (Hij zei er overigens bij dat hij Kees niet zelf gelezen had, maar het leek erop dat hij veronderstelde dat het om een pittig literair werk ging). Ik heb hem beantwoord met een tegenvraag: wat doet hij als een vwo-4 pupil zich bij hem beklaagt over de moeilijkheidsgraad van wiskunde? Verzoekt hij diens docent dan, hem/haar te laten beginnen met een telraam? Het gesprek eindigde onbevredigend; mijn advies aan dat meisje heb ik niet gewijzigd en met haar leeslijst is het best in orde gekomen.

Maar wat die studiebegeleider beoogde, acht ik wel degelijk typerend voor de mentaliteit die, naar mijn indruk, typerend is voor het via pedagogische studiecentra etc. gepropageerde beleid: de wens om voor de leerling(e) alle moeilijkheden uit de weg te ruimen. Ik vind dat pedagogisch volstrekt onjuist. Het volwassen leven heeft niet alleen vreugde, maar ook harde kanten. Een goede school bereidt jonge mensen ook daarop voor en leren gaat vaak van ‘Au’. Inderdaad, dat is een pijnlijk proces. In concreto: je zet je tanden maar in Kees en je gaat je maar af zitten vragen waarom sommigen zo’n roman toch nóg interessanter vinden dan de Privé of de Story. Lees verder >>

Hoe nuttig zijn regels bij het leren van spelling?

Door Marc van Oostendorp

Het vermogen om dingen te leren is een van de wonderlijkste eigenschappen van de mens. Wat gebeurt er bijvoorbeeld allemaal in die al die bolletjes in de eerste klassen van de basisschool, als ze leren schrijven?

Die taak is behoorlijk lastig, zelfs als we afzien van het soort zaken waar zelfs volwassenen elkaar mee blijven plagen, zoals de spelling van werkwoordsvormen of van guichelheil. Neem een kwestie als de spelling van de lange a-klank (die van maan, in het fonetisch alfabet: [a]) tegenover die van de korte (die van man, [ɑ]). Waarom schrijf je [a] soms als aa (maan) en soms als a (manen)? Dat is natuurlijk afhankelijk van het verschil tussen open en gesloten lettergrepen, maar hoe makkelijk past dat verschil in een 6-jarig hoofd?

Over dit probleem gaat een artikel <€> van drie Amsterdamse pedagogen in het tijdschrift Learning and Instruction. Die titel van het tijdschrift is erg toepasselijk voor dit artikel, want dat is waar het precies over gaat: de vraag wat de relatie is tussen expliciet onderricht en leren. In hoeverre hebben kinderen er wat aan als je ze uitlegt wat de regel is? Lees verder >>

Wie wil nou een docent Nederlands die Multatuli niet kent?

door Pjotr Bos

Pjotr Bos
Pjotr Bos

Toen afgelopen maart de hernieuwde kennisbasis voor tweedegraadsdocenten Nederlands werd gepubliceerd, was er al snel sprake van commotie. Voor velen was het ‘verdwijnen’ van literatuur van voor 1880 reden tot zorgen. Coen Peppelenbos, hoofdredacteur van Tzum, constateerde terecht dat een tweedegraadsdocent nu minder van literatuur hoeft te weten dan een vwo-leerling. Ook Marc van Oostendorp ‒ hoogleraar Nederlandse Taal en Cultuur aan de Radboud Universiteit ‒ schrok: “Er zijn te veel cynici bezig alles af te breken.”Een leraar Nederlands voor de klas die niet weet wie Multatuli is, of Piet Paaltjens, of Sara Burgerhart: dat voelt verkeerd. Was ik zelf schooldirecteur, dan zou ik zo’n docent nooit aannemen. Maar waarom staat het dan niet in de kennisbasis? Mariëtte van Dam-Helmig, voorzitter van het Landelijk Vakoverleg Nederlands en docent aan FLOT, stelt terecht dat ook in de vorige kennisbasis nooit letterlijk de literatuur van voor 1880 werd genoemd. In de nieuwe versie staat overigens: ‘[De student] kan aan de hand van dominante, literaire stromingen, begrippen, bewegingen en genres, literaire fragmenten in historisch perspectief plaatsen.’ Dat lijkt me onmogelijk zonder op zijn minst globale kennis van de letterkunde van voor 1880. De rest van haar verweer baart me meer zorgen. Lees verder >>

Wat ik geleerd heb van tweedegraadsgate

Door Marc van Oostendorp

Soms raak ik hier in dit kleine maar doorgaans o zo gezellige hoekje van het wereldwijde netwerk van computers dat wel ‘Internet’ wordt genoemd ineens een gevoelige snaar. Dat gebeurde nu met de kwestie rond de tweedegraadsleraren: moeten zij verplicht worden iets te weten over de literatuurgeschiedenis van voor 1880?

Wat ik jammer vind: als je over zo’n kwestie iets zegt, trap je bijna onvermijdelijk bij mensen op hun ziel. En wel bij mensen met goede zielen.

Wanneer er een maatregel wordt genomen in het onderwijs die veel mensen niet bevalt, ontstaan er automatisch twee groepen: die van de de mensen die er het beste van proberen te maken en die van de mensen die kritiek uiten op de nieuwe situatie. De eerste kan zich dan gemakkelijk aangevallen voelen door de tweede: hoezo deugt er niets van het onderwijst, zij doen toch hun best? Lees verder >>

De benarde positie van de historische neerlandistiek

Door Freek Van de Velde

Er waart een pessimistisch spook door de neerlandistiek. Ik lees de laatste dagen opvallend veel sombere berichten: een scherpe aanklacht van Marc van Oostendorp over de lerarenopleiding in Nederland: tweedegraadsleraren worden niet meer lastiggevallen met literatuur van voor 1880. Dat stuk droeg de alarmerende titel ‘De leraar Nederlands weet niet wie Multatuli is’, en vond zo zijn weg naar NRC. En via Nicoline van der Sijs kwam ik terecht bij een vrij deprimerend stuk van Inge Glorie ‘Heeft de neerlandistiek nog een toekomst?’ in Voertaal. Het antwoord is: ja, maar dan moet er wel snel wat gebeuren aan de treurige toestand van het vakdomein. En er zijn vast nog wel stukken met een vergelijkbare teneur, die ik niet gezien heb.

In die stukken wordt over veel geklaagd. Terecht, denk ik, want ik vind het ook een godsgruwel dat de historische blik niet verder terug reikt dan 1880. Voor een beetje historisch taalkundige is dat gisteren. Maar ja: ik ben zelf ook neerlandicus, en heb de neiging om mijn bedreigde vakgenoten in alles bij te treden, en misschien is onze collectieve verontwaardiging wel kortzichtig. Lees verder >>

10 cruciale inzichten over meertaligheid en taalverwerving

Door Steven Delarue

Jaarlijks vindt op 21 februari de Dag van de Thuistaal plaats, die de voordelen van meertaligheid extra in de kijker zet. Ter gelegenheid daarvan werd dit jaar op die dag de vernieuwde portaalsite www.meertaligheid.be gelanceerd. Leerkrachten en andere geïnteresseerden vinden er nuttige achtergrondinformatie, handige materialen en concrete tips terug, gebaseerd op recente wetenschappelijke studies en inzichten. Omgaan met meertaligheid blijft immers, ook in deze superdiverse samenleving, vaak nog voor onzekerheid en vragen zorgen. Ik wil alvast 10 belangrijke inzichten delen over meertaligheid en taalverwerving. Wil je nog meer weten? Ga dan zeker eens een kijkje nemen op de website en laat je informeren én inspireren!

1. Iedereen is meertalig. Sprekers gebruiken en ontwikkelen talen volgens de contexten waarin ze terechtkomen, de kansen die ze krijgen of de situaties die ze meemaken. Dat betekent dat iedereen eigenlijk meertalig is, want iedereen komt in diverse contexten terecht en heeft dus nood aan verschillende talen of taalvariëteiten om zich te kunnen uitdrukken. Meertaligheid gaat dan niet alleen over talen als Nederlands, Arabisch of Engels, maar ook over dialecten, chattaal, lichaamstaal of gebarentaal. Zo ontwikkelt elk individu een persoonlijk taalrepertoire. Lees verder >>

Pas verschenen: Kila&Babsie, woorden temmen


Veel mensen zouden meer poëzie willen lezen en schrijven, maar weten niet goed waar te beginnen. Het nieuwste boek van dichtersduo Kila&Babsie (Kila van der Starre en Babette Zijlstra) nodigt de lezer uit om op toegankelijke wijze met gedichten aan de slag te gaan.

Voor het poëzie-doe-boek woorden temmen kozen Kila&Babsie hun 24 lievelingsgedichten uit. Van Eva Gerlach, Hans Faverey en Annie M.G. Schmidt, tot Rodaan Al Galidi, Maud Vanhauwaert en Paul Rodenko. Die gedichten combineerden ze met speelse lees-, denk-, doe en schrijfopdrachten en koppelden ze aan 24 tijden en locaties, zodat je op ieder moment, waar dan ook, met poëzie bezig kunt zijn. Lees verder >>

Nieuw Landelijk Platform gaat zich hard maken voor het talenonderwijs

(Persbericht Radboud Universiteit)

Is verengelsing van het hoger onderwijs nu wel of geen goede zaak? Welke economische voordelen loopt Nederland mis doordat we steeds slechter Duits en Frans spreken? Hoe lossen we het tekort aan docenten Nederlands en Duits in het voortgezet onderwijs op? Met dit soort vraagstukken gaat een nieuw Landelijk Platform voor de Talen zich bezighouden. Het platform is een samenwerking tussen zeven academische instellingen. Met de aanstelling per 1 april van emeritus hoogleraar Mike Hannay als voorzitter kan het samenwerkingsverband van start.

De zes betrokken universiteiten committeren zich met het platform aan een landelijke samenwerking van de talenopleidingen in Nederland. Het platform moet de belangen behartigen van talenstudies, samenwerking initiëren en vernieuwing stimuleren. Verkend wordt hoe de banden tussen de universiteiten onderling en met het voortgezet onderwijs en hoger onderwijs versterkt kunnen worden. Lees verder >>

Taalkundig onderzoek in de bovenbouw havo

Door Roland de Bonth

Lange tijd is het vak Nederlands op middelbare scholen gedomineerd door literatuur – boeken lezen, gedichten analyseren – en taalvaardigheidonderwijs – lezen, schrijven en samenvatten, voordrachten houden, debatten voeren. Het derde onderdeel van ons vak – taalkunde – is jarenlang stiefmoederlijk behandeld. Wordt er in de onderbouw naast zinsontleding en woordbenoeming doorgaans nog wel enige aandacht geschonken aan taal en taalkundige verschijnselen – dialecten, jongerentaal, spreekwoorden – in de bovenbouw is daar  amper sprake meer van.

Met het verschijnen van Taalkunde voor de tweede fase van het VWO in 2006 van Hans Hulshof, Maaike Rietmeijer en Arie Verhagen kregen docenten Nederlands een instrument in handen om hier verandering in aan te brengen. In het boek werd duidelijk gemaakt dat taalkunde ‘’maatschappelijk en cultureel relevante kennis’’ is. Een van de redenen om dit boek te schrijven was om het vak Nederlands van een imagoprobleem af te laten komen. Leerlingen vonden Nederlands saai en bovendien niet erg uitdagend. De kennis die je nodig hebt om het centraal schriftelijk eindexamen Nederlands te maken, kun je in een paar weken tijd gemakkelijk leren. De uitdaging zit vooral in het toepassen van die kennis op in moeilijkheidsgraad opklimmende teksten. Leer je in de brugklas al wat de hoofdgedachte van een tekst is en hoe je die moet vinden, in het eindexamen is de vraag naar de hoofdgedachte nog altijd vaste prik. Lees verder >>

Hoe bepaal je de grens van een dialect?

Dit stuk verschijnt in het kader van de Nieuwsbrief Neerlandistiek in de klas. Het bevat geen origineel onderzoek, maar is een vereenvoudigde weergave van recent onderzoek op het gebied van het Nederlands, speciaal bedoeld voor leerlingen van de middelbare school.

Door Marten van der Meulen

Het zal je vast weleens opgevallen zijn: mensen spreken verschillend in verschillende delen van Nederland. Een iets andere klank, een uitdrukking, een woord: verschil kan er op allerlei niveaus zijn. En dat is alleen nog maar in de standaardtaal. Naast die taalvariëteit worden er nog steeds op heel veel plekken lokale taalvariëteiten gesproken, zoals dialecten of streektalen. Die lokale varianten zijn al lange tijd een dankbaar onderzoeksobject voor taalkundigen. Zij willen bijvoorbeeld vaststellen waar grenzen liggen tussen dialecten. Die onderzoeksvraag bestaat dus al lang, maar tegenwoordig zijn er allerlei nieuwe methoden beschikbaar om heel precies na te gaan waar het ene dialect stopt en het andere begint. Een aantal van die methoden werden gebruikt door twee taalkundigen om een oude scheidslijn in Noord-Limburg te evalueren. Wat bleek: de scheidslijn is zeker niet zo belangrijk als wel werd gedacht. Sterker nog: hij ligt eigenlijk ergens anders. Lees verder >>

Lotte Jensen: ‘Meer nadruk op valorisatiectiviteiten’

De verse Nijmeegse hoogleraar Nederlandse literatuur- en cultuurgeschiedenis Lotte Jensen vertelt deze laatste dagen van het jaar aan de Jonge Akademie over haar drijfveren:

Ik word nog steeds het meest gemotiveerd door de inhoud van het vak: het doorgronden van teksten uit het verleden en deze in een bredere, historische context plaatsen. Er is de laatste jaren meer nadruk komen te liggen op valorisatie-activiteiten. Dat vind ik een positieve ontwikkeling, want het daagt je uit om specialistische kennis relevant te maken voor een breder publiek. Wel is de inrichting van het onderwijs sterk veranderd. Door de bachelor-master structuur is de traditionele neerlandicus of historisch letterkundige verdwenen. Studenten waaieren na hun bachelor uit naar heel uiteenlopende masters. Dat vind ik wel eens jammer, want er is weinig gelegenheid meer over om echt de diepte in te gaan met een coherente groep studenten.
Er is wel een nieuwe drijfveer bijgekomen, namelijk de strijd om het behoud van mijn eigen vakgebied, de Nederlandse taal en cultuur. De toenemende verengelsing in het academische onderwijs vormt een reële bedreiging, omdat je steeds moet verdedigen waarom het Nederlands als academische onderwijs- en onderzoekstaal relevant is.

Lees meer

Wat is het effect van een Italiaans woord in een Nederlandse reclame?

Dit stuk verschijnt in het kader van de Nieuwsbrief Neerlandistiek in de klas. Het bevat geen origineel onderzoek, maar is een vereenvoudigde weergave van recent onderzoek op het gebied van het Nederlands, speciaal bedoeld voor middelbare schoolleerlingen.

Door Marten van der Meulen

Iedere dag worden we overspoeld door informatie. Een deel van die informatie kiezen we zelf, bijvoorbeeld op sociale media, in kranten en op televisie. Maar een groot deel komt ons ongevraagd tegemoet. Dat deel bestaat voor het overgrote deel uit reclames. Uiteindelijk willen die reclames vooral één ding: aandacht. Maar juist het krijgen van aandacht is geen makkelijke zaak, als er zoveel informatie op mensen wordt afgevuurd. Reclames proberen dus op verschillende manieren aandacht te trekken. Sommige bedrijven kiezen voor een woordgrap: datingwebsite relatieplanet.nl bracht een aantal jaar geleden een hele serie advertenties uit zoals Biljarter vindt nieuwe stoot en Brandweerman vindt nieuwe vlam. Een andere manier van opvallen is door het gebruik van een buitenlands woord in je reclame (“Pizza zoals la mamma hem maakte” van pizzamerk Casa di Mamma), of zelfs door een volledige slogan in een andere taal (“Life’s Good” van elektronicagigant LG). Maar dat roept een belangrijke vraag op: heeft dat effect? Lees verder >>

Nederlands onderzoek naar grammaticaonderwijs: hoe staat dat ervoor?

Een korte positiebepaling en wat eerste resultaten

Door Jimmy van Rijt

Sinds de zogenoemde ‘communicatieve wending’ in het moedertaalonderwijs vanaf eind jaren 60 van de vorige eeuw zijn grammaticaonderwijs en literatuur – toch zeker in de ideologische zin – wat meer naar de achtergrond van het onderwijs Nederlands verdwenen, ten gunste van algemeen communicatieve vaardigheden. In de praktijk van het schoolvak Nederlands wordt, ondanks de nadruk op communicatieve vaardigheden, echter nog altijd veel aan grammaticaonderwijs gedaan. Sterker nog: niet alleen in Nederland, maar zeker ook in internationaal verband staat grammaticaonderwijs weer tamelijk prominent op de (beleids)agenda (zie bijvoorbeeld Myhill, Jones, Lines & Watson, 2012; Watson & Newman, 2017, p. 2).

Naar grammaticaonderwijs wordt dan ook steeds meer onderzoek gedaan, en dan met name naar de relatie tussen expliciet grammaticaonderwijs en schrijfvaardigheid, met de onderzoeksgroep rondom Debra Myhill (Universiteit van Exeter, Verenigd Koninkrijk) als kartrekker. Lange tijd werd verondersteld dat grammaticaonderwijs geen positieve effecten had op schrijfvaardigheid (zie bijvoorbeeld de veel aangehaalde meta-analyse van Graham & Perin (2007)), maar dergelijke resultaten hebben vrijwel zonder uitzondering betrekking op traditioneel grammaticaonderwijs. Dergelijk grammaticaonderwijs is onderhevig aan forse kritiek: trucjes en ezelsbruggetjes domineren de didactiek, terwijl kritisch of reflectief denken en grammaticaal inzicht niet of nauwelijks aangeboord worden (zie bijvoorbeeld Coppen, 2009). Het hoeft dan ook geen verbazing te wekken dat zulk grammaticaonderwijs de schrijfvaardigheid niet ten goede komt.
Lees verder >>

Linkse praatjes opdringen aan studenten

Door Marc van Oostendorp

Teun Hoekstra (1953-1998). Photo courtesy of Nina Hyams

Vorige week barstte ineens een discussie los rond een curieuze stelling: dat docenten volkomen neutraal zouden moeten zijn in hun onderwijs.

Het begon ermee dat de politicus en beginnend romanschrijver Thierry Baudet bezwaar maakte tegen een opdracht van onze collega-leraar Nederlands Ivar Gierveld. Die had leerlingen gevraagd om een opstel te schrijven over Baudets splinterpartijtje en Baudet kon zich niet vinden in de samenvatting die Gierveld had gegeven van zijn standpunten (die naar mijn indruk door hun gebrek aan logica en coherentie dan ook bijzonder lastig samen te vatten zijn).

Maar al snel breidde de discussie zich uit naar de bredere vraag of docenten op middelbare scholen én het hoger onderwijs niet ‘neutraal’ moesten zijn.

Daardoor moest ik ineens aan Teun Hoekstra denken. Lees verder >>

Pas verschenen: Vossensprongen

Het Reynaertgenootschap geeft een piepklein gratis vossenboek uit op 8000 exemplaren. Vossensprongen. Speuren naar Reynaert is een literaire wandeling doorheen de voorbije eeuwen in Reynaertland, een speurtocht waarbij de auteurs de wandelaar – student, leraar, liefhebber, nieuwsgierige – meenemen langs een kronkelend pad van acht eeuwen Reynaertgeschiedenis. Elke pagina is een nieuwe halte waarbij de samenstellers de lezer-kijker uitnodigen even stil te staan en meteen verder weg te zappen of te springen. Dit boekje is per definitie onvolledig. De samenstellers hopen dat de gebruiker het stiekem meeneemt in de binnenzak, de rugzak, op reis, in de trein, op een bank in het park, bij de avondsluiting … Zomaar, een boekje dat met veel liefde werd bedacht, geschreven en vormgegeven. Vossensprongen kwam tot stand m.m.v. de Erfgoedcel Waasland, de provincie Oost-Vlaanderen en het Intergemeentelijk project Het land van Reynaert.
Gratis – m.u.v. de verzendingskosten: zie de website van het genootschap. 

Oproep: De praktijk van de leeslijst

Door Jeroen Dera

Elk jaar behalen zo’n 55.000 havisten en zo’n 35.000 vwo-leerlingen hun diploma aan de middelbare school. Dat betekent dat jaarlijks rond de 90.000 scholieren het onderdeel ‘literatuur’ binnen het schoolvak Nederlands afronden. Gesteld dat die leerlingen daadwerkelijk het voorgeschreven aantal literaire teksten op hun schooltype zouden lezen – minimaal 8 werken op het havo en 12 op het vwo – dan vertegenwoordigen deze leerlingen een leesgemeenschap waarin zo’n 860.000 keer een literair werk gerecipieerd werd.

Of de praktijk zo rooskleurig is als dat aanzienlijke cijfer, valt zeer te betwijfelen. Tal van leerlingen sluiten het onderwijs in literatuur succesvol af zonder ook maar één boek te lezen, of ze lezen enkele pagina’s en behelpen zich vervolgens met een uittreksel op de website Scholieren.com. Het literatuuronderwijs kampt daarnaast met een imagoprobleem: criticasters als Christiaan Weijts (‘Fuck de canon!’, NRC Handelsblad, 14 januari 2016) en Alex Boogers (De lezer is niet dood, 2015) schetsen een stoffig beeld van de literatuurlessen, waarin aansluiting bij de literaire actualiteit ver te zoeken zou zijn. Weijts poneerde zelfs dat de gemiddelde leeslijst ‘misdadig’ is en dat docenten die nog canonieke werken voorschrijven op strafkamp dienen te gaan. Lees verder >>

HSN? HSN!

Door Roland de Bonth

Wie bij HSN direct denkt aan ‘Hersenstichting Nederland’, ‘Horeca Stichting Nederland’ of ‘Home Shopping Network’, is vast en zeker geen neerlandicus. Binnen de neerlandistiek is die afkorting namelijk onlosmakelijk verbonden met de conferentie ‘Het Schoolvak Nederlands’. De eenendertigste editie van deze conferentie vond dit jaar op 24 en 25 november 2017 plaats in Zwolle, op de campus van Hogeschool Windesheim. Voor mij was het de derde, opeenvolgende keer dat ik de HSN bezocht en ook dit jaar had ik daar geen spijt van. Sterker nog, het bijwonen van de HSN kan ik van harte aanbevelen. Waarom?

Lees verder >>

Leefdrift vanuit het nulpunt

‘Laatste kwartier’: de hele (vroege) Wolkers in drie bladzijden

Door Rijk Mollevanger

Het korte verhaal “Laatste kwartier” van Jan Wolkers uit zijn bundel “Gesponnen suiker” (1963), al in 1960 gepubliceerd in de bloemlezing ”Klein Kaliber” en in het tijdschrift “Podium”, heeft maar weinig waardering gekregen van critici als Kees Fens en Hella Haasse. Ten onrechte, vind ik, en ik wil hieronder aangeven waarom. Wel is het opgenomen in de door Manuel van Loggem in 1976 samengestelde verhalenbundel “Het toekomend jaar 3000, science-fictionverhalen van literaire schrijvers” (Bruna SF 49), zij het daar met een merkwaardige drukfout: ‘Kalvinator’ i.p.v. ‘Kelvinator’ (p. 109). Is dat een al dan niet geautoriseerde variant? Lijkt mij niet, zie beneden.

Begin jaren zestig was ik op zoek naar een korte tekst van Wolkers, om die in zijn geheel te kunnen behandelen voor leerlingen vijfde klas gymnasium en HBS. Dit korte, aanvankelijk voor mij nogal raadselachtige verhaal leek de enige mogelijkheid, mits ik een sleutel zou hebben gevonden voor de interpretatie. Na wekenlang lezen en herlezen vond ik die in het begrip “cyclus”, en het daarmee samenhangende “kiem”, “ontkiemen” – op dat spoor gezet door de woorden van Wolkers: ‘rottende vrucht’, ‘pitten en zaden’, en de in het verhaal beschreven vruchtbare ‘gruweltuin’. Het door de auteur geciteerde protestantse oudejaarslied steunde mij daarbij – en ineens kreeg de eerste zin van het verhaal: ‘Heb ik het eeuwige leven?’ met zijn daarop volgende suggestie van een geschiedenis van millennia een geweldige impact. Ook de naar maanstanden verwijzende titel lichtte betekenisvol op. En toen was de associatie met de paradijstuin niet ver meer: hier las ik een gruwelijk en niet heel erg hoopvol negatief van de Hof van Eden, en van diens eerste bewoner. Lees verder >>

Neerlandistiek van de toekomst

Studiedag waarin UvA Neerlandici u meenemen naar het vak Nederlands van de toekomst. Wat kunnen uw leerlingen verwachten als ze Nederlands aan de UvA kiezen? Wat zijn de uitdagende thema’s in het onderzoek, hoe wordt er samengewerkt met andere vakgebieden, hoe worden de digitale mogelijkheden benut en hoe krijgt dit allemaal vorm in het onderwijs?

Universiteiten zijn de laboratoria van de toekomst: daar worden nieuwe ideeën getest en methoden ontwikkeld. Het onderwijs staat er dicht bij het onderzoek en wordt voortdurend vernieuwd. Ook binnen de opleiding Nederlandse taal en cultuur zijn nieuwe onderdelen ontstaan, zoals Computationele literatuurwetenschap en Taal, cognitie & communicatie.

Wat kunnen uw leerlingen verwachten als ze Nederlands aan de UvA kiezen? Wat zijn de uitdagende thema’s in het onderzoek, hoe wordt er samengewerkt met andere vakgebieden, hoe worden de digitale mogelijkheden benut en hoe krijgt dit allemaal vorm in het onderwijs? Deze dag biedt een staalkaart van de Neerlandistiek aan de UvA. Lees verder >>

De pahahaden op, de lahahanen in

Door Roland de Bonth

Als de mussen van het dak vallen en de temperatuur in het klaslokaal tot grote hoogte stijgt, klinkt veelvuldig de roep van leerlingen om het schoolgebouw te ontvluchten en in de buitenlucht les te krijgen. Jammer genoeg is het vaak onmogelijk of ongewenst om aan dit verzoek te voldoen. Niet alle scholen hebben immers de beschikking over een schoolplein waar ongestoord les kan worden gegeven of een openbare groenvoorziening in de nabijheid die dienst kan doen als geïmproviseerd leslokaal. Op het Haags Montessori Lyceum waar ik werkzaam ben, wordt het – net als op alle montessorischolen – belangrijk gevonden om niet alleen op school maar ook daarbuiten te leren. Dit wordt ‘’binnen en buiten leren’’ genoemd en vormt één van de zes karakteristieken van het voortgezet montessorionderwijs. Kennis en vaardigheden doen leerlingen namelijk niet alleen op binnen de schoolmuren maar ook – of zelfs vooral – daarbuiten. Door kennis te nemen van de wereld buiten de school – en dat kan ook door sprekers van buiten naar binnen te halen – wordt het leergebied van leerlingen vergroot. Een heel aardige manier daarvoor – geschikt voor alle middelbare scholen en ook geschikt als het niet snikheet is – is het maken van een literaire wandeling.

Lees verder >>

Nijpend tekort aan universitair opgeleide docenten voor vwo-bovenbouw moet drastisch worden aangepakt

Een nieuw, simpel en efficiënt voorstel

Door Ben J.P. Salemans
universitair eerstegraads docent Nederlands uit Maastricht

Een gedreven vwo-eindexamenleerling, laat ik haar Femke noemen, sprak me enkele weken geleden aan: “Mijnheer Salemans, u zult het wel niet zo leuk vinden, maar ik ga toch maar geen Nederlands studeren aan de Universiteit Utrecht of ‘uw’ Radboud Universiteit in Nijmegen. Echt, ik vind Nederlandse taal en literatuur nog steeds heel interessant. En het leek me misschien ook wel wat om later leraar Nederlands te worden. Maar nu heb ik ontdekt dat je via het hbo, en dus eigenlijk via havo, net zo goed eerstegraads docent Nederlands kunt worden. Dan verdien je precies hetzelfde en mag je aan precies dezelfde klassen lesgeven als een universitaire eerstegrader! Dus als ik Nederlands aan de universiteit zou gaan studeren, heb ik daar nu het gevoel bij dat ik dan mijn universitaire mogelijkheden én mijn vwo-diploma aan het verkwanselen ben! Ik wil het uiterste halen uit mijn vwo-diploma. Daarom kies ik waarschijnlijk voor een andere universitaire studie: European Studies in Maastricht. Maar ik moet er nog over nadenken.”

Ja, dat was wel effe slikken. Femke is geknipt voor een universitaire studie Nederlands en ze zou een geweldige docent zijn. Maar haar bedenkingen snijden wel hout… Tijd voor maatregelen. Lees verder >>