Tag: onderwijs

De Nederlandse taal kan een feest zijn

Door Karin Echten en Marc van Oostendorp

Wie had gedacht dat een jaarlijkse samenkomst in een gymzaal voor zoveel maatschappelijke onrust zou zorgen? Toch is die er inmiddels over het eindexamen Nederlands. Ieder jaar in mei staan de kranten vol over de eigenaardigheden van die door iedere eindexamenkandidaat af te leggen toets: dat je vooral trucjes moet toepassen om het examen goed te kunnen maken, dat ook goede scholieren het vak niet met een hoog cijfer kunnen afsluiten, dat intussen werkelijk nuttige kennis erbij inschiet.

De problemen gaan echter veel verder. De relatief geringe populariteit van het vak op veel scholen lijkt verband te houden met het feit dat het centraal eindexamen een onevenredig deel van het vak opeet, ten koste van inhoudelijke onderwerpen, zoals literatuur of werkelijke kennis van onze taal. Die geringe populariteit draagt er op haar beurt weer toe bij dat er minder studenten Nederlands zijn – ook daarover verschenen onlangs verontrustende berichten –, en dus dat er in de nabije toekomst nog minder gekwalificeerde docenten zijn. Zo is een slecht eindexamen een vliegwiel voor een steeds lagere status van het Nederlands. Lees verder >>

25 april 2019, Gent: Studieavond Het talenonderwijs in crisis?

De Vakgroep Vertalen, Tolken en Communicatie van de Universiteit Gent, de MULTIPLES-LL-onderzoeksgroep, uitgeverij Garant en Tijdschrift Over Taal nodigen u graag uit op de studieavond

Het talenonderwijs in crisis?

Donderdag 25 april 2019
Studieavond voor leerkrachten moderne talen in het secundair onderwijs
Waar? auditorium A108 (A-gebouw  Campus Mercator – eerste verdieping) – Abdisstraat 1 – 9000 Gent Lees verder >>

28 maart 2019, Rotterdam: Dag van de Literatuur

Tijdens de Dag van de Literatuur in de Boekenweek op 28 maart komen ruim 4.500 havo/vwo-leerlingen uit de bovenbouw met hun docenten naar Rotterdam. Tijdens dit uitverkochte evenement gaan de jongeren met de auteurs in gesprek, genieten zij van voordrachten en volgen zij diverse workshops die in het teken staan van literatuur en andere verhalende kunst. De dag wordt om 10.00 uur geopend door de heer Said Kasmi, wethouder Onderwijs en Cultuur van Rotterdam. Lees verder >>

Rarara, wie is het doelgroepkind?

Door Elma Blom

Onlangs werd ik geïnterviewd voor het programma Goedemorgen Nederland (onderwerp begint op 10:11). De aanleiding was een plan van VVD tweede-kamerlid Bente Becker. Zij wil alle kinderen die nieuw in Nederland aankomen naar de voorschoolse educatie sturen. Aan mij de vraag wat voorschoolse educatie voor deze kinderen kan betekenen. VVE (voor- en vroegschoolse educatie) programma’s kunnen een positieve bijdrage leveren aan de selectieve aandacht en Nederlandse woordenschat van kinderen (zie bijvoorbeeld dit rapport). Beiden zijn belangrijk op school. Ook is het nuttig om de taal van kinderen vroeg te stimuleren via voorschoolse educatie. Veel praten met kinderen, kinderen aan het woord laten en ingaan op hun interesses zijn dan belangrijk.

Lees verder >>

Waar een taaldiploma goed voor is

Door Miet Ooms en Reglindis de Ridder

Auteurs en hoogleraren in de neerlandistiek luidden de alarmbel over het sterk teruglopende aantal studenten Nederlandse taal- en letterkunde (DS 14 februari). Het idee heerst dat je op de arbeidsmarkt niets bent met een opleiding Nederlands. Maar dat klopt niet.

Het Nederlands speelt in het bedrijfs­leven wel degelijk een centrale rol en is nog lang niet weggedrukt door het Engels. Ook in bedrijven die internationaal actief zijn, wordt het Engels vooral gebruikt bij die ­internationale contacten. Bijna 80 procent van alle werknemers in Vlaanderen praat en mailt uitsluitend in het Nederlands met collega’s. Ook de externe contacten, onder meer met klanten, gebeurt bij de meerderheid van de bedrijven alleen in het Nederlands. Het Engels wordt maar in 10 tot 23 procent van de bedrijven gebruikt.

Wat kun je doen met je opleiding ­Nederlandse taal- en letterkunde? Uit het rapport De economische betekenis van taal van de Nederlandse Taalunie blijkt dat taalprofessionals actief zijn in zowat alle ­economische sectoren. Dat hoeft niet te verwonderen: in elke sector is er nood aan ­kennis- en informatieoverdracht, en om dat goed en doelgericht te laten verlopen, heb je taalprofessionals nodig. Een vijfde van die professionals hanteert alleen het ­Nederlands. Bij wie meer dan één taal aanbiedt, zoals vertalers, zit het Nederlands vrijwel altijd in het pakket. Lees verder >>

De landelijke kennistoets Nederlands is een rommeltje

Door Henk Wolf

Tien jaar geleden was het theoretisch gezien mogelijk dat een studie Nederlands aan twee verschillende onderwijsinstellingen een heel verschillende inhoud had. Om de studies vergelijkbaarder te maken en om tegelijkertijd een landelijk minimumniveau vast te stellen zijn hbo-docenten uit heel Nederland toen voor een groot aantal hogeschoolstudies een zogenaamde kennisbasis gaan schrijven – een beschrijving van parate kennis waarover elke afstudeerder moest beschikken. Dat gebeurde onder de vleugels van de toenmalige HBO Raad, waaruit de werkgroep 10 voor de leraar is voortgekomen. Dat samenwerkingsverband van docenten ontwerpt nu elk jaar een aantal toetsen om na te gaan of studenten echt over de vereiste minimale kennis beschikken.

Natuurlijk is er op detailniveau altijd kritiek mogelijk, maar de kennisbases en de bijbehorende landelijke kennistoetsen zijn in mijn ogen een goed idee. Alleen moeten de toetsen uiteraard wel doen waar ze voor gemaakt zijn: achterhalen of de kennis uit de kennisbasis aanwezig is. Omdat de docenten die de toetsvragen ontwerpen die pas na uitgebreide peer feedback goedgekeurd krijgen, nam ik aan dat dat wel goed zat. En dat veel studenten klaagden over de toets, dat weet ik aan toetsstress of externe attributie. Dat was onterecht. Ik heb vandaag de oefentoets voor de bachelor Nederlands gemaakt en ik schrok van de kwaliteit van veel vragen. Die waren ongeschikt om na te gaan of studenten over de kennisbasisstof beschikten. Al met al is de oefentoets een rommeltje. Als de vragen daarin uit dezelfde databank komen als die van de echte toets, dan is dat ernstig.

De vragen bestrijken in principe het hele gebied van de neerlandistiek. Omdat ik taalkunde doceer, laat ik alle vragen die gaan over literatuur en taalbeheersing hier links liggen, al doe ik dat wel met de opmerking dat daar ook uitermate beroerde vragen tussen zitten. Vragen die in mijn ogen in orde zijn, bespreek ik ook niet. Ik bespreek hieronder uitsluitend taalkundevragen waaraan iets mankeert. Dat geeft al genoeg stof om een flink artikel te vullen. Ik doe dat in de hoop dat de makers van de landelijke kennisbasistoets Nederlands schrikken en heel snel iets doen aan de kwaliteit van hun toetsen. Lees verder >>

Twee dagen praten over Het Schoolvak Nederlands

Door Henk Wolf

De taalkunde is een volwassen wetenschap, met heel veel beoefenaars die in de afgelopen decennia heel veel kennis over taal hebben opgedaan. In het onderwijs is daar alleen weinig van terug te zien. Het enige stukje taalkunde dat op scholen traditioneel veel aandacht krijgt, de zinsbouw, wordt nu nauwelijks anders behandeld dan honderd jaar geleden. Dat geldt inhoudelijk, maar ook didactisch.

Dat stoort me al lang. Ik heb de afgelopen jaren materiaal ontwikkeld om aankomende leraren in het basis- en voortgezet onderwijs te trainen op het opdoen van inzicht in taalstructuur en op het lesgeven op een manier die dat inzicht centraal stelt, zonder de ontleedlessen op te hangen aan trucjes en ezelsbruggetjes. Daar sta ik gelukkig niet alleen in. Lees verder >>

Spreken voor leken in 45 minuten

Door Marc van Oostendorp

Op donderdag 25 oktober 2018 sprak ik mijn oratie uit als hoogleraar Nederlands en Academische Communicatie aan de Radboud Universiteit in Nijmegen. De oratie ging over het belang van onderwijs in taalvaardigheid in combinatie met kennis van taal; hij was op een aantal manieren speciaal bedoeld voor het publiek in de aula. Uit deze gemonteerde registratie (die iets korter is geworden dan 45 minuten) krijg je hopelijk toch een indruk van de inhoud.

(Bekijk deze video op YouTube.)

Overtuigende en activerende taal

Door Roland de Bonth

Leerlingen opvoeden tot kritische, mondige én taalvaardige burgers. Dat is één van de doelstellingen van het Haags Montessori Lyceum – en van vele andere scholen. Om dit te bereiken heeft de sectie Nederlands járen geleden het zogeheten mediaproject in het leven geroepen. De meeste mensen denken bij het woord project aan een aantal lessen verspreid over een periode van een week of drie, vier. Maar dan kom je bedrogen uit. Het ging hier om een project over een actueel, controversieel en maatschappelijk relevant onderwerp waar leerlingen bijna een heel schooljaar lang aan werkten. Zij verzamelden artikelen, stelden daarbij argumentatieschema’s op, schreven een uiteenzetting en pleitredes, hielden een debat, namen een interview af met een deskundige en werkten dat vervolgens uit. Aan het eind van de rit werd dit alles verzameld in een dikke pleitmap. Tijdens de uitvoering van dit project mopperden leerlingen vaak dat het (te) veel werk was en (te) veel tijd kostte. Maar achteraf gezien waren ze trots op hun pleitmap en gaven de meesten aan en toe dat zij er veel van hadden opgestoken. Lees verder >>

Ontwikkelingsvisie voor het Fries

Door Hessel Yntema

De afgelopen week zijn op deze website de zeven ‘grote opdrachten‘ voor het schoolvak Nederlands van de toekomst behandeld door Marc van Oostendorp. Momenteel wordt ook voor de tweede officiële taal in de provincie Fryslân gewerkt aan een nieuwe visie voor de toekomst, namelijk die van het schoolvak Fries. Belangrijk hierbij is, hoe scholen ruimte behouden voor het invullen van hun programma, dat er duidelijkheid wordt verschaft aangaande de leerdoelen, dat er rekening wordt gehouden met verschillende taalachtergronden van leerlingen, en dat er ook rekening wordt gehouden met Europese verdragen aangaande het beschermen van het Fries. Lees verder >>

Grote opdrachten (7): Experimenteren met taal en taalvormen stimuleert het creatieve proces

Door Marc van Oostendorp

Deze weken bespreek ik de ‘grote opdrachten‘, dat zijn ongeveer: de grote lijnen, die de docententeams van Curriculum.nu aan het opstellen zijn voor het schoolvak Nederlands van de toekomst. Vandaag bespreek ik de laatste grote opdracht, nummer  7:

  • Experimenteren met taal en taalvormen stimuleert het creatieve proces.

Ik ben blij dat deze grote opdracht er is. In een reactie op mijn eerste stukje over de grote opdrachten schrijft Marc Kregting:

Dit dunkt me een onverhuld ideologische boodschap, die linea recta voert naar ‘het neoliberalisme’. Voor mij is creativiteit vernietigend, terwijl hier iets geambieerd wordt wat gebruikersvriendelijk is, een dolletje op maat levert, enz. Dit heet toch gewoon ‘innovatief’ en wil boven alles renderen en laten consumeren, in plaats van die fameuze ‘kritische’ burgers groot te brengen?

Misschien wordt de creativiteit in de grote opdracht inderdaad wat braaf gepresenteerd, en niet als de verwoestende natuurkracht die ze ook kan zijn, die de mens meevoert naar allerlei ideeën die volkomen buiten het maatschappelijk aanvaarde vallen, die waanzinnig zijn en daarom ook gevaarlijk – in ieder geval voor de bestaande orde, waar ze buiten treedt. Lees verder >>

Grote opdracht 6: Leesbevordering en literaire competentie stimuleren leerlingen om lezers te worden en te blijven

Door Marc van Oostendorp

Deze weken bespreek ik de ‘grote opdrachten‘, dat zijn ongeveer: de grote lijnen die de docententeams van Curriculum.nu aan het opstellen zijn voor het schoolvak Nederlands van de toekomst. Vandaag grote opdracht 6:

  • Leesbevordering en literaire competentie stimuleren leerlingen om lezers te worden en te blijven.

Een voor de hand liggende vraag is hier: waaróm zouden die leerlingen eigenlijk lezers moeten worden en/of blijven? De opstellers van deze grote opdracht komen met een hele zwik redenen, waaronder de volgende:

(…) Meer dan het lezen van alledaagse teksten zorgt het lezen van literaire teksten voor een vertraagd leestempo, waardoor deze teksten kunnen aanzetten tot dieper nadenken.
Literaire teksten laten meerdere interpretaties toe en geven een inkijk in het hoofd van iemand anders. Dit kan bijdragen aan het empathisch vermogen en kan leiden tot genuanceerder communiceren en handelen.
(…) Ten slotte heeft het werken met literatuur een gunstig effect op taalvaardigheid, woordenschat en op onderwijsprestaties in het algemeen.

Lees verder >>

Grote opdracht 5: De competente taalgebruiker verwerkt (digitale) informatie kritisch

Door Marc van Oostendorp

Deze weken bespreek ik de ‘grote opdrachten‘, ongeveer: de grote lijnen, die de docententeams van Curriculum.nu aan het opstellen zijn voor het schoolvak Nederlands van de toekomst. Vandaag bespreek ik grote opdracht 5:

  • De competente taalgebruiker verwerkt (digitale) informatie kritisch.

Wie begrijpt niet dat dit inderdaad een grote opdracht is van het onderwijs, en eigenlijk een opdracht waar we nu allemaal voor staan? Hoe moeten we omgaan met die in eindeloze deining klotsende zee van informatie die ons aan alle kanten omheen omgeeft? Hoe onderscheiden we waardevolle feiten van onzin? Hoe vind je ooit wat je zoekt? Alleen: is dat een vraag waarvoor docenten Nederlands specifiek zijn toegerust?

De opstellers van deze grote opdracht geven er een (vrij algemeen) recept voor, dat uit vijf stappen bestaat, grofweg: (1) een vraag formuleren, (2) een zoekstrategie bepalen, (3) informatie selecteren, (4) die informatie bestuderen en verwerken, en (5) de verwerkte informatie presenteren. Lees verder >>

Grote opdracht 4: De competente taalgebruiker communiceert doelgericht

Door Marc van Oostendorp

Deze weken bespreek ik de ‘grote opdrachten‘, ongeveer: de grote lijnen, die de docententeams van Curriculum.nu aan het opstellen zijn voor het schoolvak Nederlands van de toekomst. Vandaag grote opdracht 4:

  • De competente taalgebruiker communiceert doelgericht.

Deze grote opdracht is helaas minder goed geschreven van de zeven teksten die het docentontwikkelteam heeft gemaakt. Dat is niet erg, dit is een tussenproduct en het team heeft duidelijk eerst gewerkt aan de inhoud; maar de formulering is af en toe omslachtiger. Waarom is deze opdracht niet ‘De leerling leert goed communiceren’? Wat is ‘doelgericht communiceren’ anders dan gewoon communiceren?  Lees verder >>

Grote opdracht 3: Op school worden talen en taalvariëteiten erkend en benut

Door Marc van Oostendorp

Deze weken bespreek ik de ‘grote opdrachten‘, ongeveer: de grote lijnen, die de docententeams van Curriculum.nu aan het opstellen zijn voor het schoolvak Nederlands van de toekomst. Vandaag bespreek ik grote opdracht 3:

  • Op school worden talen en taalvariëteiten erkend en benut.

Dit is een grote opdracht waarin vrij expliciet naar het belang van taalkundige kennis wordt verwezen: “Leerlingen worden zich ervan bewust dat ze leven in een meertalige samenleving en begrijpen wat dat betekent. Ze leren hoe verschillende talen en taalvariëteiten elkaar beïnvloeden, doordat deze met elkaar in contact staan. Ze krijgen inzicht in de effecten van meertaligheid. ” Aan de aldus verworven kennis wordt op twee manieren praktisch nut toegekend. Leerlingen leren erdoor “bewust en respectvol om te gaan met overeenkomsten en verschillen in taaluitingen, talen, taalvariëteiten en culturen”. En daardoor kunnen ze mensen met een andere achtergrond “respectvol en met zelfvertrouwen tegemoet treden”. Lees verder >>

Grote opdrachten 2: Autonome taalgebruikers werken hun leven lang aan hun taallerend vermogen

Door Marc van Oostendorp

De komende weken bespreek ik de ‘grote opdrachten’, de lijnen die de docenten van Curriculum.nu zien in het onderwijs Nederlands van de toekomst. Het zijn er zeven, vandaag bespreek ik de tweede:

  • Autonome taalgebruikers werken hun leven lang aan hun taallerend vermogen.

Het goede aan deze ‘grote opdracht’ is dat de taal niet wordt gezien als een statisch feit. Je kunt in onze huidige tijd niet verwachten dat kinderen op school een aantal regels uit hun hoofd leren (zo schrijf ik een nette brief: hier moet de aanhef staan, zo moet de ondertekening eruit zien) als over een aantal jaar niemand meer brieven schrijft, maar moet solliciteren met een video.

Je leert op school hopelijk niet vooral dingen die de komende een paar jaar nog nuttig zijn, maar dingen waarmee je je je leven vooruit kunt. En dus moet je flexibel zijn, en dus moet je bereid zijn voortdurend te veranderen.  Lees verder >>

Grote opdracht 1: Een sterke taalbasis draagt bij aan de taal- en denkontwikkeling

Door Marc van Oostendorp

De nieuwe stukken van de docenten van Curriculum.nu zijn binnen! Gisteren verscheen nieuwe teksten van deze leraren die de inspirerende opdracht hebben gekregen om na te denken over wat er in het Nederlandse onderwijs – van groep 1 tot en met 6-vwo – gedoceerd zou moeten worden.

Voor het vak Nederlands resulteerde dat gisteren in 7 ‘grote opdrachten’. Dat zijn zo’n beetje de grote lijnen, die bizarre term ‘grote opdracht’ komt niet van de docenten:

  1. Een sterke taalbasis draagt bij aan de taal- en denkontwikkeling.
  2. Autonome taalgebruikers werken hun leven lang aan hun taallerend vermogen.
  3. Op school worden talen en taalvariëteiten erkend en benut
  4. De competente taalgebruiker communiceert doelgericht.
  5. De competente taalgebruiker verwerkt (digitale) informatie kritisch.
  6. Leesbevordering en literaire competentie stimuleren leerlingen om lezers te worden en te blijven.
  7. Experimenteren met taal en taalvormen stimuleert het creatieve proces.

Het document waarin deze opdrachten worden uitgelegd staat hier. Lees verder >>

Nationaal platform in actie voor de toekomst van de talenstudies

Door Romy Veul

Dat de opleiding Nederlands kampt met dalende studentenaantallen is niet onopgemerkt gebleven. De meest alarmerende koppen hebben de revue gepasseerd. Er is behoefte aan actie, en wel nu. Precies daarom is het Nationaal Platform voor de Talen eerder dit jaar in het leven geroepen.

De handen ineenslaan

Uit de berichtgeving van de afgelopen tijd blijkt dat het niet ontbreekt aan strijdlustigen die zich willen hardmaken voor Nederlands en de andere taalstudies. In Nederland zijn in de loop der tijd verschillende initiatieven opgezet voor vernieuwing van de taalcurricula of om de bekendheid van talenstudies te vergroten. De drive is er, maar het ontbreekt nog aan een allesomvattend plan waarin de verschillende initiatieven samenkomen. Samenwerking is namelijk essentieel, juist nu. Lees verder >>

Het gaat niet goed met het schoolvak Fries

Door Henk Wolf

Het schoolvak Fries is geen groot succes. Een flink deel van de Friese scholen haalt de wettelijke kerndoelen niet. Dat blijkt uit onderzoek dat Albert Walsweer en Nynke Anna Varkevisser van de NHL Stenden Hogeschool de afgelopen jaren hebben uitgevoerd. Ze presenteerden de resultaten daarvan afgelopen donderdag in Heerenveen op de conferentie Frysk yn it ûnderwiis.

Walsweer en Varkevisser hebben zeer gedetailleerde gegevens van vrijwel alle scholen verzameld. In hun lijvige rapport It is mei sizzen net te dwaan is te zien dat van de basisscholen in het Friese taalgebied net iets meer dan de helft alle of bijna alle doelen haalt. Van de scholen voor voortgezet onderwijs is dat ongeveer tweederde. Lees verder >>

Zo doorgaan met het Nederlands kun je niet

Door Luck van Leeuwen en Julia Naaborg

Dit is een open idee voor een ieder die zich bekommert om de Nederlandse taal en van plan is de komende jaren bij te dragen aan (mogelijke) hervormingen aangaande het schoolvak Nederlands, zoals neerlandici-in-opleiding, leraren, leraren van leraren, schrijvers van examenprogramma’s en politici.

De Duitse dichter Rainer Maria Rilke stond in het Louvre oog-in-oog met een beeld van Rodin: de torso van Apollo. Het maakte grote indruk op hem, blijkens het gedicht Archaïscher Torso Apollos, dat hij over deze overrompelende ervaring schreef. De slotregels zijn beroemd:

 und bräche nicht aus allen seinen Rändern
aus wie ein Stern: denn da ist keine Stelle, 
die dich nicht sieht. Du mußt dein Leben ändern.

De studie Nederlandse Taal en Cultuur had op ons eenzelfde overrompelend effect. We werden ontroerd door alle verhalen, zowel uit de taal- als de letterkunde. Tegelijkertijd groeide onze verbazing echter over de aanzienlijke kloof tussen het curriculum van het vak Nederlands op de middelbare school en het vakkenpakket van de universiteit. Meer algemeen bleek ons optimisme en idealisme over de rol van de neerlandistiek in de wereld niet altijd te stroken met maatschappelijke ontwikkelingen; er ontspon zich een pittig debat over het Nederlands, zoals mede blijkt uit de open brief van Lotte Jensen over de verengelsing van het universitair onderwijs, de rol van de historische letterkunde in de lerarenopleidingen en de vreemde situatie dat een hoogleraar Nederlands een 7.5 haalt voor het eindexamen. Er moet ‘iets’ gebeuren, zo blijkt. Lees verder >>

Een uur Nederlands… méér, alstublieft

Door Carl De Strycker en Yves T’Sjoen

Docenten Nederlands die maandagochtend vanuit de hele wereld naar Leuven reisden waar dezer dagen het internationale Colloquium Neerlandicum plaatsvindt, en die de krant kochten, moeten onderweg daarheen wel versteld hebben gestaan. Zij hebben gelezen dat het vak dat zij in de wereld uitdragen, en waarvoor groeiende interesse is (DS, 29/8), in het eigen taalgebied moet inkrimpen.

De katholieke onderwijskoepel maakte bij monde van de directeur-generaal bekend dat idealiter vanaf 1 september 2019 een vak “mens en maatschappij” zal worden georganiseerd in de eerste graad van het secundair onderwijs. Aangezien het aantal lesuren beperkt is, zal die ingreep ten koste gaan van wat anders in het curriculum. Naast plastische opvoeding, waarover we dezer dagen niemand horen, is in dat plan Nederlands het kind van de rekening. Lees verder >>

Je mening over taal in/en onderwijs is een mening

Door Sue Goossens

Taal is een belangrijke bouwsteen van onze menselijke ervaring.

Om je op een simpele maar doortastende manier een beeld te kunnen schenken van het belang van taal in onze levens, kan ik je twee dingen vertellen. Het eerste gaat over een periode uit de recente geschiedenis waarin doven ervan verhinderd werden om taal te verwerven. Het woord ‘doofstom’ slaat op de gedachte dat mensen die niet konden horen of spreken gewoonweg mentale beperkt waren, en er werd van deze mensen niet verwacht dat ze zouden (kunnen) communiceren met anderen of zelfs met elkaar. Zonder auditieve of visuele representatie van informatie in het brein is het echter moeilijk om abstracte informatie te kunnen ‘vasthouden’, waardoor het niet hebben van een taal ook betekende dat de mentale beleving van deze mensen beperkt werd. Tegenwoordig is gebarentaal niet verboden, maar men is er dus er erg laat pas achtergekomen dat taal, in eender welke vorm, immens belangrijk is om te kunnen functioneren.

Het tweede gaat over een familie in Groot-Brittannië (de KE family) waarvan de ongeveer de helft van de leden worstelt met de uitspraak van geluiden, lettergrepen en woorden. Twintig jaar geleden was men van oordeel dat deze familie wellicht een genetisch probleem had en toen onderzoekers dat nagingen, ontdekten ze FOXP2. Dat wordt ook wel het taalgen genoemd, aangezien het noodzakelijk is voor de ontwikkeling van taal en uitspraak. We delen dat met onder andere zangvogels, en momenteel gaat er aandacht uit naar de sociale functies van dat gen. Taal, in eender welke vorm, is tegelijk een filter voor de meeste van onze ervaringen, als een integraal deel van die ervaringen. Het zit verankerd in onze kern. Het stelt ons in staat om te functioneren, te communiceren, te socialiseren. Taal is dan ook, in al haar vormen, van elk van ons. Lees verder >>

Meta-taalzeuren

Door Peter-Arno Coppen

Op zijn eigen blog, doorgeplaatst in Neerlandistiek, opent Marten van der Meulen maar weer eens de aanval op mensen die klagen over taalverloedering (wat hij en passant kernachtig samenvat met de mooie term taalzeuren). Met genadeloze wetenschappelijke precisie legt hij enkele mechanismen bloot die ten grondslag liggen aan het feit dat mensen door de eeuwen heen voortdurend het idee hebben dat de taal verloedert: cognitieve biases, cultuuridealisering en het ontbreken van kennis in de historische dimensie van de taal. Daar komt dan nog eens bij dat het hele begrip ‘verloedering’ niet eens fatsoenlijk te definiëren is, en er (waarschijnlijk mede als gevolg daarvan) geen behoorlijk kwantitatief onderzoek bestaat dat de mate van verloederdheid ooit longitudinaal in kaart heeft gebracht.

Wanneer de taalzeurders aldus murw geslagen in de touwen liggen, komt de slotconclusie een beetje als een anticlimax: en nou ophouden over taalverloedering! (“Laten we maar lekker ophouden over taalverloedering.”) Repressie, ja dat is de oplossing! Dat we daar niet eerder aan gedacht hebben.

Lees verder >>

Kalle v’r Limburgs, of spreken wij Nederlands?

Het meertalige landschap op de peuterspeelzalen in Eijsden-Margraten

Door Gino Morillo Morales

Eén van de kenmerkende aspecten van het Nederlands Limburg is het meertalige landschap, waar niet alleen Nederlands, maar ook andere talen worden gesproken door inwoners, migranten, toeristen en bezoekers. Naast al deze talen wordt ook nog steeds het Limburgs frequent gesproken. Dit diverse talige landschap in Limburg is onder andere terug te vinden in de peuterspeelzalen waardoor kinderen met diverse talige achtergronden (zoals Turks, Nederlands of Limburgs) met elkaar in contact komen in de klas. Toch worden deze talen niet allemaal gelijkwaardig gebruikt: sommige talen worden gestimuleerd, waar andere worden vermeden.

Dit talige en sociale verschil roept vele vragen op. Namelijk, wat betekent ‘een meertalige peuterspeelzaal’ nu precies voor een specifiek persoon of specifieke groep (denk dan aan leid(st)ers, kinderen en ouders, allemaal met verschillende achtergronden)? Welke verschillen in taalgebruik zijn er tussen ‘groepen’? En wanneer gebruikt iemand een bepaalde taal, en met wie? Dit onderzoek gaat na in hoeverre er sprake is van sociale, en dus talige ongelijkheid op de peuterspeelzalen in Eijsden-Margraten. Lees verder >>

De gemiste kansen van “Beter Onderwijs Nederland”

Door Marc van Oostendorp

Wie zou er niet voor beter onderwijs zijn? Ik vermoed dat er weinig mensen zijn die dik tevreden zijn met de status quo en nog minder die vinden dat het wel wat een tandje minder kan allemaal, in het Nederlandse onderwijs.

In dat opzicht is Beter Onderwijs Nederland (BON) goed gekozen, als naam voor de vereniging waarvan de wijsgeer Ad Verbrugge het boegbeeld is. Een club mensen die zeggen dat het nu wel allemaal genoeg is geweest met alle onzin en dat iedereen die van goede wil is, zich eens moet verenigen om een einde te maken aan het gepruts! Laten we desnoods zelf scholen inrichten, en hogescholen! Universiteiten! Laten zien hoe het allemaal beter kan!

Een van hun slogans is trouwens ‘Leve het gezond verstand!’ Wie wil dat niet? Lees verder >>