Tag: onderwijs

30 oktober 2019, Amsterdam: De meerwaarde van meertaligheid in het onderwijs

In samenwerking met Stichting Platform Sociale Binding

De overheid besloot in 2004 om het onderwijs in allochtone levende talen (OALT) af te schaffen. In plaats daarvan kwamen er weekendscholen waar kinderen les krijgen in de eigen taal. Nu, 15 jaar later, bespreken we de impact van dit besluit op de taalvaardigheid en onderwijsprestaties van migrantenkinderen.

Lees verder >>

Studeren is leren wie je bent

Door Nico Keuning

Het studiejaar voor HBO en WO gaat morgen weer beginnen. Alleen al aan de Hogeschool van Amsterdam starten zo’n 13.000 eerstejaarsstudenten met hun nieuwe opleiding. Hoe zal het de nieuwe lichting vergaan, als we weten dat zo’n 30% in het eerste jaar stopt. Niet met studeren, maar met de (verkeerde) studie. 

Er worden in het onderwijs tal van maatregelen genomen om studie-uitval te voorkomen. Er zijn studieadviseurs, mentoren en coaches aangesteld om de student te begeleiden. Het afgelopen studiejaar heeft de Hogeschool van Amsterdam via de 100Dagen Monitor onderzocht hoe ‘onze eerstejaars voltijd bachelor studenten’ de eerste honderd dagen van de opleiding hebben ervaren. De vraag is natuurlijk wat er met de onderzoeksresultaten gedaan wordt.

Lees verder >>

Extra lange klinkers in het Nederlands

Door Henk Wolf

De fouten die Nederlandstaligen maken bij het leren van een vreemde taal, kunnen je soms ook wat leren over hoe het Nederlands in hun hoofd zit. Zo zie ik regelmatig dat Nederlandstaligen zich bij bepaalde klinkerlengtes gemakkelijker voelen dan bij andere.

Een van mijn taken is het geven van cursussen Fries. Daar komen mensen op af met heel verschillende moedertalen, maar de grote meerderheid spreekt toch Nederlands als eerste taal. Doordat Nederlands en Fries nauw verwante talen zijn, die al heel lang in hetzelfde gebied gesproken worden, kunnen Nederlandstaligen al snel een behoorlijk niveau bereiken. Wel hebben ze hun eigen specifieke problemen. Een daarvan zijn, wat ik nu maar even de ‘extra lange klinkers’ noem.

Lees verder >>

Kunnen we het schoolvak Nederlands versterken?

Door Karin Echten

Er wordt wel geklaagd dat het schoolvak Nederlands saai is en de aantrekkelijke kanten van de studie Neerlandistiek niet genoeg toont. Voor een deel van het programma geldt dat zeker. Veel leerlingen en docenten in het VO willen meer vakinhoud: naast de letterkunde – die een redelijk goede plaats heeft in de huidige eindtermen – moet de taalkunde net zo’n positie krijgen. Mijn school, het Sint Bonifatiuscollege te Utrecht, besteedt veel aandacht aan cultuur en bij Nederlands gaat meer dan de helft van de uren naar letterkunde, en dat is mooi, maar dat is niet genoeg. Bij mij op school is het verplicht om het PWS bij Nederlands over een taalwetenschappelijk onderwerp te schrijven (en ook bij Engels is dat een mogelijkheid en daar gebeurt het dus ook): ieder jaar schrijven zo’n vijf tot tien van onze examenleerlingen (van ongeveer 180 vwo-leerlingen en 75 havo-leerlingen) een taalkunde-PWS. Verder laten verschillende collega’s Nederlands de presentaties in 4-vwo, 5-vwo, 5-havo houden over taalkundige onderwerpen. Keer op keer merken we dat de leerlingen na enige onwennigheid erg enthousiast worden. Taalkunde toevoegen aan de eindtermen en dus structureel aan onze lessen zal ons vak interessanter maken.

Lees verder >>

De vloek van de Volkskrant

Door Marc van Oostendorp

aak heb ik me afgevraagd wat het toch is met de Volkskrant: het lijkt alsof je in die krant nooit iets mag publiceren als je niet minstens een paar keer de plank volledig misslaat. Al sinds een jaar of acht houd ik op deze site een speciale tag bij voor de keren dat ik zoiets onder ogen krijg. Voor geen enkele krant is het mogelijk om zo’n systematisch overzicht van missers te maken: het is alsof men taal en taalwetenschap bij de redactie van de Volkskrant háát.

Het zoemt ook door alle katernen. Het wetenschapskatern schrijft zelden of nooit iets dat zelfs maar redelijk is over het prachtige onderzoek dat in Nederland of elders gebeurt. Boeken over taal worden vooral gerecenseerd op de vraag of ze wel streng genoeg zijn tegen taalfouten. En columnisten trekken altijd liefst zonder enige kennis van zaken van leer.

Deze week was het de beurt aan Aleid Truijens om tekeer te gaan tegen de plannen van Curriculum.nu, het grootschalige, door de overheid geïnitieerde project waarin leraren een toekomst schetsen voor het onderwijs op de basisschool en de middelbare school. Om redenen die Truijens niet nader toelicht spitst ze haar kritiek toe op het vak Nederlands, zo’n beetje het enige vak waarover nu juist geen trammelant is tussen de betrokkenen van Curriculum.nu.

Lees verder >>

Onderwerp en persoonsvorm als ANWB-echtpaar: een pleit voor meer narratieven in het grammaticaonderwijs

Door Henk Wolf

Leerlingen die goed zijn in ontleden, zijn niet altijd goed in ontleden. Zeker, ze kunnen een hoog cijfer verdienen door zorgvuldig geselecteerde woorden en zinsdelen in speciaal geconstrueerde zinnetjes juist te benoemen. Maar vaak snappen ze niet wat er nou eigenlijk in een zin gebeurt.

Het probleem

Een kleine illustratie: ooit vroeg ik een groep eerstejaarsstudenten Nederlands tijdens hun eerste studiedag om me te vertellen wat een lijdend voorwerp was en een meewerkend voorwerp en een voorzetselvoorwerp. Op die vragen kwamen antwoorden die getuigden van een goed geheugen, maar niemand wist me een antwoord te geven op de vraag wat nou eigenlijk een voorwerp was – zonder iets van lijdend of meewerkend ervoor. Of een bepaling. Het is alsof ze een herdershond en een keeshond kunnen onderscheiden, maar geen idee hebben dat er een zoiets als een hond bestaat.

Lees verder >>

Van test naar tekst

Door Roland de Bonth

Wetenschappelijk onderzoek laat zich – als zovele andere zaken – goed vergelijken met een ijsberg. Alleen het topje –  een artikel of boek – is zichtbaar, terwijl het grootste gedeelte ervan aan het zicht onttrokken is – het proces van oriënteren & vaststellen, zoeken & plannen, selecteren, meten & verzamelen en verwerken (zie hier voor een zesstappenplan onderzoek doen).

Studenten in het hoger onderwijs leren tijdens hun bachelor en master geleidelijk aan hoe zij (wetenschappelijk) onderzoek moeten doen, maar leerlingen in het voortgezet onderwijs komen daarmee slechts mondjesmaat in aanraking, in het ongunstigste geval alleen bij het schrijven van een profielwerkstuk.

Lees verder >>

Veldraadpleging KNAW-adviescommissie Neerlandistiek

Op 13 juni aanstaande organiseert de KNAW-adviescommissie Neerlandistiek een discussie over de vraag wat er te doen is aan de teruglopende belangstelling voor het vak Nederlands. Wij willen u van harte voor deze bijeenkomst uitnodigen.

Deelname aan de bijeenkomst is kosteloos. Als u van plan bent deel te nemen, wilt u zich dan vanwege het beperkte aantal plaatsen zo spoedig mogelijk registreren via het aanmeldformulier op de website van de KNAW, bij voorkeur voor woensdag 29 mei 2019?

Datum & tijd: donderdag 13 juni 2019, van 15.00 tot 17.00 uur (inloop vanaf 14.30 uur en na afloop borrel)
Plaats: De Burcht, Henri Polaklaan 9, 1018 CP Amsterdam 

Lees verder >>

Wie ’t betwyfelt, wordt veroordeeld tot het opzetten van ’n zwemschool voor jonge eenden

De Multatulileescursus (32) [dubbeldikke aflevering]

Door Marc van Oostendorp

– Nu we deze derde bundel Ideën uit hebben, wil ik zeggen: dit is Multatuli op zijn best. Als iemand mij vraagt, wat mijn lievelingsboek van deze schrijver is, zeg ik: de derde bundel Ideën.

– Dat klinkt een beetje excentriek. Het is toch maar een stukje van een groter geheel.

– Dat is achteraf het nadeel van dat idee van de Ideën. In zijn eigen tijd werkte het: het was een eenpersoonstijdschrift waarop je je kon abonneren. Maar in de loop der tijd is het een enorme kolos geworden, alsof je eigenlijk al die bundels allemaal gelezen moest hebben om er iets over te zeggen. Het klinkt heel gek om te zeggen dat één deel daaruit je favoriete boek is, maar in dit geval is dat toch heus zo.

– Toch is dit boek onlosmakelijk met al het andere werk van Multatuli verbonden.

– Ja, maar als je dat een bezwaar vindt, kun je dus eigenlijk geen enkel boek van Multatuli als je lievelingsboek beschouwen. Lees verder >>

Oefenen in stijl

Door Roland de Bonth

Frans Hals en de Modernen. Zo heette de tentoonstelling die van 13 oktober 2018 tot en met 24 februari 2019 te zien was in het Frans Halsmuseum in Haarlem. Honderden kunstenaars, onder wie beroemde schilders als Gustave Courbet, Claude Monet en Eduard Manet, brachten aan het eind van de negentiende eeuw een bezoek aan het in 1862 geopende museum, toen nog gevestigd in het stadhuis. Op de daar opgestelde schildersezels waren de Modernen bezig om de bewonderde Hollandse Meester te kopiëren. Max Liebermann kon met recht de grootste Hals-fan uit die tijd worden genoemd. De Duitse impressionist bezocht ten minste vijf keer het museum en vervaardigde meer dan dertig kopieën van Hals’ werken. Zo hoopte Liebermann zich de losse schilderstijl van zijn zeventiende-eeuwse voorganger eigen te maken. 

Niet alleen schilders oefenen zich in het kopiëren van voorbeelden, ook van schrijvers is bekend dat zij teksten van beroemde voorgangers overschreven om zich zo de stijl van een literator eigen te maken. Anderen deden dat door teksten uit het hoofd te leren, zoals de beroemdste ex-leraar Duits van Nederland: O. den Beste. Zelfs meer dan 33 jaar nadat hij die van buiten had geleerd, wist hij de volledige tekst van Simon Carmiggelts Kronkel ‘De Voordrachtskunstenaar’ in rap tempo voor te dragen. En dat was zeker niet de enige Kronkel die hij in het geheugen geprent had. Naar eigen zeggen had hij er in 1951 zo’n vijftig gememoriseerd.

Lees verder >>

Terug bij AF

 Van neerlandicus tot ne(d)erlandist en weer terug.
 Wij waren sukkels, we werden weer sukkels  en dat zullen we weten!

Door Rien Rooker

Heeroma vertelt in zijn Sprekend als Nederlandist een vermakelijke anekdote over het ontstaan van de term van de disciplineaanduiding ‘neerlandicus’. Het woord is ontstaan omstreeks 1877 in kringen van Leidse studenten, als spotnaam voor een student-Nederlands. Waarom?

Bij klassieke, academische studies kreeg de beoefenaar van de diverse disciplines de uitgang -icus, dus: musicus, grammaticus,  historicus, classicus. Omstreeks 1830 nam de academische wereld met enige verbijstering kennis van de opkomst van nieuwe, enigszins potsierlijke nieuwe disciplines: de studie van moderne, vreemde talen. Daar moest de universitaire wereld zich grommend en wel bij neerleggen, maar je kon de beoefenaars van zo’n schertsvertoning natuurlijk niet op éen lijn zetten met die van door de geleerde traditie gecanoniseerde artes. Die kregen dus niet de deftige, Latijnse uitgang -icus, maar de wat volkstaalachtige-uitgang -ist, dus: germanist, romanist, anglist. Maar langzamerhand werden ook deze domme uitwassen in het universitaire leven verdragen, (wat niet hetzelfde is als: als gelijkwaardig geaccepteerd), en als keus toegelaten voor de kneusjes. Lees verder >>

Moeilijk door de moedertaal

Door Karen Van de Cruys 

In een vorig leven hield ik me bezig met contrastief taalkundig onderzoek. In mensentaal: ik vergeleek de grammatica van het Nederlands en het Russisch. In een zoektocht naar meer maatschappelijk engagement maakte ik enkele jaren geleden de overstap naar het secundair onderwijs. Mijn taalkundig hart maakt echter nog altijd hevige sprongetjes als ik merk dat anderen bruggen bouwen tussen abstract taalkundig onderzoek en maatschappelijk relevante thema’s. Vandaag wil ik jullie aandacht vestigen op de website Moedertaal in NT2, een website die de moeilijkheden van verschillende moedertaalsprekers in het Nederlands blootlegt.

Typische fouten

In mijn dagdagelijkse praktijk als taalleerkracht in een secundaire school in Antwerpen merk ik dat leerlingen met een meertalige achtergrond gelijksoortige fouten maken. Het betreft fouten die elke taalleerkracht zal herkennen: Lees verder >>

Max Havelaar, of de meningen van Nederlandse scholieren

Door Roland de Bonth

Hij maakt deel uit van de Canon van Nederland, is opgenomen in de Dynamische canon van de Nederlandstalige literatuur vanuit Vlaams perspectief, is verfilmd door Fons Rademakers,  is hertaald en bewerkt door Gijsbert van Es, is bewerkt en van context voorzien door Peter van Zonneveld, werd belaagd door zombies én kreeg een toesprakentoernooi. Inderdaad, Max Havelaar.

Maar ook zijn schepper ontbreekt het niet aan de nodige aandacht: Multatuli leende zijn naam aan een museum, een genootschap, een stadswandeling en een leesclub. Het afgelopen jaar prijkte hij zelfs op een van de drie kussens waar gasten van het populaire radio1-programma De Taalstaat hun voorkeur voor konden uitspreken.     

Het is dan ook niet voor niets dat Multatuli’s Max Havelaar alom beschouwd wordt als één van de belangrijkste werken van de Nederlands(talig)e letterkunde. En dat er in het voortgezet onderwijs bij de lessen literatuurgeschiedenis – én geschiedenis – aandacht wordt geschonken aan dit boek, is dan ook niet meer dan terecht. Lees verder >>

De Nederlandse taal kan een feest zijn

Door Karin Echten en Marc van Oostendorp

Wie had gedacht dat een jaarlijkse samenkomst in een gymzaal voor zoveel maatschappelijke onrust zou zorgen? Toch is die er inmiddels over het eindexamen Nederlands. Ieder jaar in mei staan de kranten vol over de eigenaardigheden van die door iedere eindexamenkandidaat af te leggen toets: dat je vooral trucjes moet toepassen om het examen goed te kunnen maken, dat ook goede scholieren het vak niet met een hoog cijfer kunnen afsluiten, dat intussen werkelijk nuttige kennis erbij inschiet.

De problemen gaan echter veel verder. De relatief geringe populariteit van het vak op veel scholen lijkt verband te houden met het feit dat het centraal eindexamen een onevenredig deel van het vak opeet, ten koste van inhoudelijke onderwerpen, zoals literatuur of werkelijke kennis van onze taal. Die geringe populariteit draagt er op haar beurt weer toe bij dat er minder studenten Nederlands zijn – ook daarover verschenen onlangs verontrustende berichten –, en dus dat er in de nabije toekomst nog minder gekwalificeerde docenten zijn. Zo is een slecht eindexamen een vliegwiel voor een steeds lagere status van het Nederlands. Lees verder >>

25 april 2019, Gent: Studieavond Het talenonderwijs in crisis?

De Vakgroep Vertalen, Tolken en Communicatie van de Universiteit Gent, de MULTIPLES-LL-onderzoeksgroep, uitgeverij Garant en Tijdschrift Over Taal nodigen u graag uit op de studieavond

Het talenonderwijs in crisis?

Donderdag 25 april 2019
Studieavond voor leerkrachten moderne talen in het secundair onderwijs
Waar? auditorium A108 (A-gebouw  Campus Mercator – eerste verdieping) – Abdisstraat 1 – 9000 Gent Lees verder >>

28 maart 2019, Rotterdam: Dag van de Literatuur

Tijdens de Dag van de Literatuur in de Boekenweek op 28 maart komen ruim 4.500 havo/vwo-leerlingen uit de bovenbouw met hun docenten naar Rotterdam. Tijdens dit uitverkochte evenement gaan de jongeren met de auteurs in gesprek, genieten zij van voordrachten en volgen zij diverse workshops die in het teken staan van literatuur en andere verhalende kunst. De dag wordt om 10.00 uur geopend door de heer Said Kasmi, wethouder Onderwijs en Cultuur van Rotterdam. Lees verder >>

Rarara, wie is het doelgroepkind?

Door Elma Blom

Onlangs werd ik geïnterviewd voor het programma Goedemorgen Nederland (onderwerp begint op 10:11). De aanleiding was een plan van VVD tweede-kamerlid Bente Becker. Zij wil alle kinderen die nieuw in Nederland aankomen naar de voorschoolse educatie sturen. Aan mij de vraag wat voorschoolse educatie voor deze kinderen kan betekenen. VVE (voor- en vroegschoolse educatie) programma’s kunnen een positieve bijdrage leveren aan de selectieve aandacht en Nederlandse woordenschat van kinderen (zie bijvoorbeeld dit rapport). Beiden zijn belangrijk op school. Ook is het nuttig om de taal van kinderen vroeg te stimuleren via voorschoolse educatie. Veel praten met kinderen, kinderen aan het woord laten en ingaan op hun interesses zijn dan belangrijk.

Lees verder >>

Waar een taaldiploma goed voor is

Door Miet Ooms en Reglindis de Ridder

Auteurs en hoogleraren in de neerlandistiek luidden de alarmbel over het sterk teruglopende aantal studenten Nederlandse taal- en letterkunde (DS 14 februari). Het idee heerst dat je op de arbeidsmarkt niets bent met een opleiding Nederlands. Maar dat klopt niet.

Het Nederlands speelt in het bedrijfs­leven wel degelijk een centrale rol en is nog lang niet weggedrukt door het Engels. Ook in bedrijven die internationaal actief zijn, wordt het Engels vooral gebruikt bij die ­internationale contacten. Bijna 80 procent van alle werknemers in Vlaanderen praat en mailt uitsluitend in het Nederlands met collega’s. Ook de externe contacten, onder meer met klanten, gebeurt bij de meerderheid van de bedrijven alleen in het Nederlands. Het Engels wordt maar in 10 tot 23 procent van de bedrijven gebruikt.

Wat kun je doen met je opleiding ­Nederlandse taal- en letterkunde? Uit het rapport De economische betekenis van taal van de Nederlandse Taalunie blijkt dat taalprofessionals actief zijn in zowat alle ­economische sectoren. Dat hoeft niet te verwonderen: in elke sector is er nood aan ­kennis- en informatieoverdracht, en om dat goed en doelgericht te laten verlopen, heb je taalprofessionals nodig. Een vijfde van die professionals hanteert alleen het ­Nederlands. Bij wie meer dan één taal aanbiedt, zoals vertalers, zit het Nederlands vrijwel altijd in het pakket. Lees verder >>

De landelijke kennistoets Nederlands is een rommeltje

Door Henk Wolf

Tien jaar geleden was het theoretisch gezien mogelijk dat een studie Nederlands aan twee verschillende onderwijsinstellingen een heel verschillende inhoud had. Om de studies vergelijkbaarder te maken en om tegelijkertijd een landelijk minimumniveau vast te stellen zijn hbo-docenten uit heel Nederland toen voor een groot aantal hogeschoolstudies een zogenaamde kennisbasis gaan schrijven – een beschrijving van parate kennis waarover elke afstudeerder moest beschikken. Dat gebeurde onder de vleugels van de toenmalige HBO Raad, waaruit de werkgroep 10 voor de leraar is voortgekomen. Dat samenwerkingsverband van docenten ontwerpt nu elk jaar een aantal toetsen om na te gaan of studenten echt over de vereiste minimale kennis beschikken.

Natuurlijk is er op detailniveau altijd kritiek mogelijk, maar de kennisbases en de bijbehorende landelijke kennistoetsen zijn in mijn ogen een goed idee. Alleen moeten de toetsen uiteraard wel doen waar ze voor gemaakt zijn: achterhalen of de kennis uit de kennisbasis aanwezig is. Omdat de docenten die de toetsvragen ontwerpen die pas na uitgebreide peer feedback goedgekeurd krijgen, nam ik aan dat dat wel goed zat. En dat veel studenten klaagden over de toets, dat weet ik aan toetsstress of externe attributie. Dat was onterecht. Ik heb vandaag de oefentoets voor de bachelor Nederlands gemaakt en ik schrok van de kwaliteit van veel vragen. Die waren ongeschikt om na te gaan of studenten over de kennisbasisstof beschikten. Al met al is de oefentoets een rommeltje. Als de vragen daarin uit dezelfde databank komen als die van de echte toets, dan is dat ernstig.

De vragen bestrijken in principe het hele gebied van de neerlandistiek. Omdat ik taalkunde doceer, laat ik alle vragen die gaan over literatuur en taalbeheersing hier links liggen, al doe ik dat wel met de opmerking dat daar ook uitermate beroerde vragen tussen zitten. Vragen die in mijn ogen in orde zijn, bespreek ik ook niet. Ik bespreek hieronder uitsluitend taalkundevragen waaraan iets mankeert. Dat geeft al genoeg stof om een flink artikel te vullen. Ik doe dat in de hoop dat de makers van de landelijke kennisbasistoets Nederlands schrikken en heel snel iets doen aan de kwaliteit van hun toetsen. Lees verder >>

Twee dagen praten over Het Schoolvak Nederlands

Door Henk Wolf

De taalkunde is een volwassen wetenschap, met heel veel beoefenaars die in de afgelopen decennia heel veel kennis over taal hebben opgedaan. In het onderwijs is daar alleen weinig van terug te zien. Het enige stukje taalkunde dat op scholen traditioneel veel aandacht krijgt, de zinsbouw, wordt nu nauwelijks anders behandeld dan honderd jaar geleden. Dat geldt inhoudelijk, maar ook didactisch.

Dat stoort me al lang. Ik heb de afgelopen jaren materiaal ontwikkeld om aankomende leraren in het basis- en voortgezet onderwijs te trainen op het opdoen van inzicht in taalstructuur en op het lesgeven op een manier die dat inzicht centraal stelt, zonder de ontleedlessen op te hangen aan trucjes en ezelsbruggetjes. Daar sta ik gelukkig niet alleen in. Lees verder >>

Spreken voor leken in 45 minuten

Door Marc van Oostendorp

Op donderdag 25 oktober 2018 sprak ik mijn oratie uit als hoogleraar Nederlands en Academische Communicatie aan de Radboud Universiteit in Nijmegen. De oratie ging over het belang van onderwijs in taalvaardigheid in combinatie met kennis van taal; hij was op een aantal manieren speciaal bedoeld voor het publiek in de aula. Uit deze gemonteerde registratie (die iets korter is geworden dan 45 minuten) krijg je hopelijk toch een indruk van de inhoud.

(Bekijk deze video op YouTube.)

Overtuigende en activerende taal

Door Roland de Bonth

Leerlingen opvoeden tot kritische, mondige én taalvaardige burgers. Dat is één van de doelstellingen van het Haags Montessori Lyceum – en van vele andere scholen. Om dit te bereiken heeft de sectie Nederlands járen geleden het zogeheten mediaproject in het leven geroepen. De meeste mensen denken bij het woord project aan een aantal lessen verspreid over een periode van een week of drie, vier. Maar dan kom je bedrogen uit. Het ging hier om een project over een actueel, controversieel en maatschappelijk relevant onderwerp waar leerlingen bijna een heel schooljaar lang aan werkten. Zij verzamelden artikelen, stelden daarbij argumentatieschema’s op, schreven een uiteenzetting en pleitredes, hielden een debat, namen een interview af met een deskundige en werkten dat vervolgens uit. Aan het eind van de rit werd dit alles verzameld in een dikke pleitmap. Tijdens de uitvoering van dit project mopperden leerlingen vaak dat het (te) veel werk was en (te) veel tijd kostte. Maar achteraf gezien waren ze trots op hun pleitmap en gaven de meesten aan en toe dat zij er veel van hadden opgestoken. Lees verder >>

Ontwikkelingsvisie voor het Fries

Door Hessel Yntema

De afgelopen week zijn op deze website de zeven ‘grote opdrachten‘ voor het schoolvak Nederlands van de toekomst behandeld door Marc van Oostendorp. Momenteel wordt ook voor de tweede officiële taal in de provincie Fryslân gewerkt aan een nieuwe visie voor de toekomst, namelijk die van het schoolvak Fries. Belangrijk hierbij is, hoe scholen ruimte behouden voor het invullen van hun programma, dat er duidelijkheid wordt verschaft aangaande de leerdoelen, dat er rekening wordt gehouden met verschillende taalachtergronden van leerlingen, en dat er ook rekening wordt gehouden met Europese verdragen aangaande het beschermen van het Fries. Lees verder >>

Grote opdrachten (7): Experimenteren met taal en taalvormen stimuleert het creatieve proces

Door Marc van Oostendorp

Deze weken bespreek ik de ‘grote opdrachten‘, dat zijn ongeveer: de grote lijnen, die de docententeams van Curriculum.nu aan het opstellen zijn voor het schoolvak Nederlands van de toekomst. Vandaag bespreek ik de laatste grote opdracht, nummer  7:

  • Experimenteren met taal en taalvormen stimuleert het creatieve proces.

Ik ben blij dat deze grote opdracht er is. In een reactie op mijn eerste stukje over de grote opdrachten schrijft Marc Kregting:

Dit dunkt me een onverhuld ideologische boodschap, die linea recta voert naar ‘het neoliberalisme’. Voor mij is creativiteit vernietigend, terwijl hier iets geambieerd wordt wat gebruikersvriendelijk is, een dolletje op maat levert, enz. Dit heet toch gewoon ‘innovatief’ en wil boven alles renderen en laten consumeren, in plaats van die fameuze ‘kritische’ burgers groot te brengen?

Misschien wordt de creativiteit in de grote opdracht inderdaad wat braaf gepresenteerd, en niet als de verwoestende natuurkracht die ze ook kan zijn, die de mens meevoert naar allerlei ideeën die volkomen buiten het maatschappelijk aanvaarde vallen, die waanzinnig zijn en daarom ook gevaarlijk – in ieder geval voor de bestaande orde, waar ze buiten treedt. Lees verder >>