Tag: Olyvier van Castillen

Olyvier van Castillen : Capittel 3

Een seer schone ende suverlike hystorie van Olyvier van Castillen
ende van Artus van Algarbe, sijnen lieven gheselle
,
zoals gedrukt door Henric Eckert van Homburch te Antwerpen (ca. 1510).
Een kritische, synoptische editie samen met
L’Hystoire de Olivier de Castille et de Artus d’Algarbe, son loyal compaignon
zoals gedrukt door Loys Garbin te Genève (1493),
bezorgd door Willem Kuiper UvA en Elisabeth de Bruijn UA.

Capittel 3

Olyvier van Castillen : Capittel 2

Een seer schone ende suverlike hystorie van Olyvier van Castillen
ende van Artus van Algarbe, sijnen lieven gheselle
,
zoals gedrukt door Henric Eckert van Homburch te Antwerpen (ca. 1510).
Een kritische, synoptische editie samen met
L’Hystoire de Olivier de Castille et de Artus d’Algarbe, son loyal compaignon
zoals gedrukt door Loys Garbin te Genève (1493),
bezorgd door Willem Kuiper UvA en Elisabeth de Bruijn UA.

Capittel 2

Olyvier van Castillen : Prologen en Capittel 1

Een seer schone ende suverlike hystorie van Olyvier van Castillen
ende van Artus van Algarbe, sijnen lieven gheselle
,
zoals gedrukt door Henric Eckert van Homburch te Antwerpen (ca. 1510).
Een kritische, synoptische editie samen met
L’Hystoire de Olivier de Castille et de Artus d’Algarbe, son loyal compaignon
zoals gedrukt door Loys Garbin te Genève (1493),
bezorgd door Willem Kuiper UvA en Elisabeth de Bruijn UA.

Proloog van de drukker Loys Garbin
Proloog van de auteur Philippe Camus
Capittel 1

Een seer schone ende suverlike hystorie van Olyvier van Castillen ende van Artus van Algarbe, sijnen lieven gheselle : kritische, tweetalige editie in de vorm van een anderdaags feuilleton

Door Willem Kuiper

Naar men denkt rond het midden van de 15e eeuw schreef Philippe Camus “a la requeste et commandement” (op verzoek en bevel) van zijn patroon Jehan de Croy (ca. 1380-1473), heer van Chimay, L’istoire de Olivier de Castille et de son loyal compaignon Artus d’Algarbe. Door het woord ‘histoire’ te gebruiken in plaats van ‘romman(t)’ suggereerde Camus dat het hier niet om fictie ging, maar om een waargebeurde geschiedenis die zich afgespeeld zou hebben na de verovering van Spanje door Karel de Grote. Camus zette zijn claim kracht bij door in de proloog te beweren dat hij deze historie getrouw en ongewijzigd uit het Latijn, de taal van God en de wetenschap, vertaald had: “non regardant de la couchier en autre ou plusbel langaige que le latin le porte, car a ce eusse peu faillir de legier.” Dat wil zeggen zonder haar mooier te (willen) maken dan zij (al) was, want daarin had hij gemakkelijk kunnen falen. Een vakbekwame combinatie van een waarheidstopos en een bescheidenheidstopos.
Lees verder >>