Tag: Nultaal

Much ado about nothing

Nultaal (33)

Door Jan Renkema

Zonder nul is er geen wiskunde. Zonder niets is er geen communicatie. Want niets in taal is niet niets, maar iets. In deze serie een verkenning van onder meer: de stilte, de spatie, de betekenis van de punt, wat er gebeurt tussen ‘navel’ en ‘truitje’, het inhoudsloze gesprek, ‘Dat hebt u mij niet horen zeggen,‘E 621’ op een verpakking en verbale reddingsvlotten. Niets?zeggend, nee: Iets!zeggend.

Dit is de laatste aflevering van Nultaal. Er zijn nog wel 77 onderwerpen, maar de leegte van de nultaal is nu wel voldoende ruimtelijk. 77? Zeker. Ik noem er 7.

  1. Katalexis. Met dank aan Marc van Oostendorp die mij deze nul-plek bood op dit platform. Als poëzieregels in dactylus staan, en de laatste lettergreep is beklemtoond, wat gebeurt er dan in het niets van de weggelaten twee onbeklemtoonde. Daar ontstaat een schwung!
  2. Diathese. Werkwoorden hebben semantische rollen. Het werkwoord geven bijvoorbeeld heeft een actor, een object en een ontvanger. Ik actor geef iets object aan jou ontvanger. Hoeveel kun je weglaten bij werkwoorden die zo’n patroon oproepen? Neem Piet kocht een cadeau. Zijn moeder was er blij mee. Waarom denken we hier dat moeder een cadeau krijgt?
  3. Jij bent – ben jij. Waarom valt die -t weg? Nergens voor nodig! Als kinderen bent jij  zeggen, klinkt het heel logisch.
  4. Symfonie 31 van Haydn werd al direct bij de première een daverend succes. Ja, door die hoornpartij misschien? Maar wat is het verschil tussen een succes en een daverend succes? Zie verder uw vakantiefolders voor andere voorbeelden van holle bijvoeglijke naamwoorden.
  5. Wat zegt de filosofie over ‘nul’. Carnap met zijn ‘Null-Dinge’ als elementen van een lege verzameling. In de roman ‘De mooie blanke armen van mevrouw Sorgedahl’ van Lars Gustafsson blikt een filosofie-professor terug op zijn leven en zegt (pag. 68): “Ik heb me soms afgevraagd wat er gebeurt met een nulhond die verdwijnt.”
  6. Hoe spreek je over iets waarover  je niet kunt spreken? Uit een rouwadvertentie: “Zal ik stil zijn, en die woordeloze alomvattende stilte haar eigen werk zelf laten doen? Ja, laat ik dat doen.”
  7. Wat zegt de literatuur over stilte. Nogmaals, die prachtige regel van Eliot! “Speech is but broken light upon the depth of the unspoken”. Of dichter bij huis: Frank Westerman, in een interview in Trouw (van 17 november 2018): “Bij het schrijven is dat wat er niet staat – de suggestie – minstens zo belangrijk als dat wat er wél staat. Daar valt de stilte. In die stilte moet het gebeuren. Soms zit ik achter mijn bureau en dan zegt mijn vrouw: ‘En, is de witregel al af?’ ”

Ja, nu volgen mijn witregels.

Fatische communicatie

Nultaal (32)

Door Jan Renkema

Zonder nul is er geen wiskunde. Zonder niets is er geen communicatie. Want niets in taal is niet niets, maar iets. In deze serie een verkenning van onder meer: de stilte, de spatie, de betekenis van de punt, wat er gebeurt tussen ‘navel’ en ‘truitje’, het inhoudsloze gesprek, ‘Dat hebt u mij niet horen zeggen,‘E 621’ op een verpakking en verbale reddingsvlotten. Niets?zeggend, nee: Iets!zeggend.

Een bijzondere uitdaging in de studie van nultaal is het verschijnsel ‘fatische communicatie’. Over de benaming straks meer. Eerst het verschijnsel in voorbeelden. Lees verder >>

Er staat niet wat er staat / Dat hebt u mij niet horen zeggen

Nultaal (31)

Door Jan Renkema

Zonder nul is er geen wiskunde. Zonder niets is er geen communicatie. Want niets in taal is niet niets, maar iets. In deze serie een verkenning van onder meer: de stilte, de spatie, de betekenis van de punt, wat er gebeurt tussen ‘navel’ en ‘truitje’, het inhoudsloze gesprek, ‘Dat hebt u mij niet horen zeggen,‘E 621’ op een verpakking en verbale reddingsvlotten. Niets?zeggend, nee: Iets!zeggend.

Een van mijn eerste lessen als jonge leraar, vwo 5. Het laatste uur, buiten regenachtig en donker, de lichten aan. Een jongen vroeg of hij naar het toilet mocht, liep naar buiten en deed met een plagerig gezicht het licht uit. Na de les riep ik hem bij me. Waarom? Meneer, op het  bordje staat:

Bij het verlaten van het lokaal het licht uitdoen.

Ja jongen! Als je als laatste het lokaal verlaat! Meneer, dat staat er niet. Ik heb precies de opdracht uitgevoerd. Die leerling heeft een glanzende studie taalfilosofie voltooid. Je komt wel in ongemakkelijke situaties vertelde hij mij later een keer als student. In een bejaardencentrum had hij op de bel gedrukt toen hij dit bordje zag: Lees verder >>

Taalvernevelaars

Nultaal (30)

Door Jan Renkema

Zonder nul is er geen wiskunde. Zonder niets is er geen communicatie. Want niets in taal is niet niets, maar iets. In deze serie een verkenning van onder meer: de stilte, de spatie, de betekenis van de punt, wat er gebeurt tussen ‘navel’ en ‘truitje’, het inhoudsloze gesprek, ‘Dat hebt u mij niet horen zeggen,‘E 621’ op een verpakking en verbale reddingsvlotten. Niets?zeggend, nee: Iets!zeggend.

Je verwacht iets, maar krijgt niets. Ja, dat kan heel goed in taal. Gewoon een verbaal rookgordijn optrekken of de taalmistmachine inpluggen. Jij en je gesprekspartner zitten beiden met je handen in je haar omdat er geen oplossing is voor een probleem, en dan kijkt de ander je plotseling heel energiek aan en zegt, met een kleine pauze na zijn eerste zin zodat je plotseling weer vrolijker wordt: Ik heb een idee … We moeten een plan verzinnen!

Heeft je gesprekspartner nu een idee? Nee! Maar het lijkt wel zo. – Of zegt zo’n taalnevel wel iets, namelijk dat je het ook niet weet? In de mist valt dit moeilijk te onderscheiden. Aan een opvolger van premier Van Agt werd ooit de volgende vraag gesteld: Lees verder >>

Het moet iets zeggen, maar wat?

Nultaal (29)

Door Jan Renkema

Zonder nul is er geen wiskunde. Zonder niets is er geen communicatie. Want niets in taal is niet niets, maar iets. In deze serie een verkenning van onder meer: de stilte, de spatie, de betekenis van de punt, wat er gebeurt tussen ‘navel’ en ‘truitje’, het inhoudsloze gesprek, ‘Dat hebt u mij niet horen zeggen,‘E 621’ op een verpakking en verbale reddingsvlotten. Niets?zeggend, nee: Iets!zeggend.

Aan de kant van de snelweg staat elke honderd meter een bordje met de aanduiding van de snelweg en een kilometeraanduiding. Bijvoorbeeld A2, 156,9. En er staat nog iets bij. Als u richting Randstad rijdt staat er Li. Ooit nagedacht over de betekenis? Waarschijnlijk niet. Hoe vaak laat informatie ons ongeïnformeerd achter. Alle snelwegen in Nederland zijn op deze manier bebord. En hoevelen zijn ooit op de gedachte gekomen dat Li links betekent, en dat dit bordje zegt dat u minder dan 160 km van Amsterdam verwijderd bent? Op het volgende bordje zal staan 156,8 km. Li?  Maar het bordje staat rechts. Ja, u rijdt naar Amsterdam toe, en de bordjes zijn ‘vanuit de hoofdstad’ gedacht, dus wanneer u in de omgekeerde richting rijdt staat er Re. Even verderop staat Cado op de vangrails, of Cado 13. Ook informatie die niets zegt tenzij iemand ons erop heeft gewezen, dat dit een Wegverkeer-woord is voor calamiteitendoorgang, een plaats in de vangrails waar de hulpdiensten van weghelft kunnen wisselen. Zo’n lang woord past natuurlijk best op de vangrails, maar de afkorting leest sneller. Of die ook leidt sneller begrip? Lees verder >>

Barnumzinnen

Nultaal (28)

Door Jan Renkema

Zonder nul is er geen wiskunde. Zonder niets is er geen communicatie. Want niets in taal is niet niets, maar iets. In deze serie een verkenning van onder meer: de stilte, de spatie, de betekenis van de punt, wat er gebeurt tussen ‘navel’ en ‘truitje’, het inhoudsloze gesprek, ‘Dat hebt u mij niet horen zeggen,‘E 621’ op een verpakking en verbale reddingsvlotten. Niets?zeggend, nee: Iets!zeggend.

Soms lijkt iets wel iets, maar is het niets: U maakt kans op een grote prijs! Een Amerikaanse circus-directeur in de negentiende eeuw was daar goed in: U gaat zien wat u nog nooit gezien heeft! Zo praatte hij iedereen naar binnen. Hij werd er rijk van. Zijn naam was Barnum.

Barnum-zinnen, dat zijn zinnen die altijd waar zijn of die voor iedereen kunnen gelden. In normaal proza bezondigen sommige schrijvers zich wel eens aan een barnumpje, bijvoorbeeld het zinsbegin Zoals u wellicht weet of niet weet. Zo voelt iedereen zich aangesproken. Of het einde van een wetenschappelijk artikel: Verder onderzoek is nodig. Ja, anders is het geen wetenschap. Of de boekrecensie: Dit boek zal zeker de aandacht krijgen die het verdient. Lees verder >>

Verbositeit, of het verijlde iets

Nultaal (27)

Door Jan Renkema

Zonder nul is er geen wiskunde. Zonder niets is er geen communicatie. Want niets in taal is niet niets, maar iets. In deze serie een verkenning van onder meer: de stilte, de spatie, de betekenis van de punt, wat er gebeurt tussen ‘navel’ en ‘truitje’, het inhoudsloze gesprek, ‘Dat hebt u mij niet horen zeggen,‘E 621’ op een verpakking en verbale reddingsvlotten. Niets?zeggend, nee: Iets!zeggend.

Praatjes vullen geen gaatjes, luidt het gezegde. Wat gebeurt er als iemand te veel woorden gebruikt? Zo iemand lijdt aan verbositeit, omhaal van woorden. Zo iemand zondigt tegen het economiebeginsel in taal: gebruik zoveel woorden als je nodig hebt om je boodschap over te brengen. Een voorbeeld uit een gemeentelijke nota, de eerste alinea’s:

Doel van de werkmaatschappij ‘Nieuwe wijken’ is een aanzienlijke verbetering van de verhouding tussen kosten en baten van de ontwikkeling van de twee geplande nieuwbouwwijken, met inbegrip van de infrastructuur. In deze nota is de publiek-private samenwerking in de werkmaatschappij de centrale strategie om te komen tot een optimalisatie van de wijkontwikkeling. Gedachte achter het inschakelen van marktpartijen in deze fase is vooral dat zo een andere dynamiek in het proces wordt gebracht: ruimte voor expertise en marktkennis van private partijen, meer gericht op zakelijke haalbaarheid en minder op bestuurlijke afwegingen en processen.

In deze nota wordt uitgewerkt hoe de marktsector door de werkmaatschappij wordt ingeschakeld. Deze nota dient voor de besluitvorming door de stuurgroep van de werkmaatschappij en zal in de vervolgfase de basis vormen voor een consultatie van private partijen over de wijze waarop zij worden ingeschakeld in het proces.

Deze passage van bijna 150 woorden is slaapverwekkend door de omhaal van woorden. Je begrijpt wel dat er iets met de ‘marktsector’ aan de hand is bij de nieuwbouw. Maar wat precies? De boodschap wordt verhuld in een mist van woorden. Hoe maak je nu van dit ijle ‘niets’ een kernachtig iets? Dat iets wordt pas duidelijk als je weet wat de vraag of het probleem is. Lees verder >>

Het Nachtwacht-hondje

Nultaal (26)

Door Jan Renkema

Zonder nul is er geen wiskunde. Zonder niets is er geen communicatie. Want niets in taal is niet niets, maar iets. In deze serie een verkenning van onder meer: de stilte, de spatie, de betekenis van de punt, wat er gebeurt tussen ‘navel’ en ‘truitje’, het inhoudsloze gesprek, ‘Dat hebt u mij niet horen zeggen,‘E 621’ op een verpakking en verbale reddingsvlotten. Niets?zeggend, nee: Iets!zeggend.

Ons beroemdste schilderij is niet alleen prachtig tentoongesteld, maar ook omgeven door voorlichting. Aan het einde van de eregalerij in ons aller ‘Rijks’, links in de halve ronding met goed zicht op het gezellig bewaakte schuttersgilde, staat een rek geplastificeerde Nachtwacht-A4’tjes met lijnen naar tekstbolletjes aan de rand. Zo krijgt elke bezoeker antwoord op vragen. Ja, en ook in verschillende talen. Prima geregeld.

Het schilderij roept veel vragen op. Ik licht er één uit. Wat doet dat vage hondje rechts onder in het schilderij. Dit staat er in een tekstbalonnetje. Lees verder >>

Enerzijds … anderzijds

Nultaal (25)

Door Jan Renkema

Zonder nul is er geen wiskunde. Zonder niets is er geen communicatie. Want niets in taal is niet niets, maar iets. In deze serie een verkenning van onder meer: de stilte, de spatie, de betekenis van de punt, wat er gebeurt tussen ‘navel’ en ‘truitje’, het inhoudsloze gesprek, ‘Dat hebt u mij niet horen zeggen,‘E 621’ op een verpakking en verbale reddingsvlotten. Niets?zeggend, nee: Iets!zeggend.

In taal is het niets soms nauwelijks waarneembaar. Dat maakt het zo verraderlijk. Eerst even een dialoogje (in het bos bij een driesprong).

A.  Welke kant moeten we op?
B. Tja, enerzijds links en anderzijds rechts.
A.  Maar wat denk je?
B. Ik denk enerzijds links anderzijds rechts.

Zo gebeurt het in het bos nooit. Maar in interviews met politici of beleidsrapporten wel. Neem de volgende uitspraak als antwoord op de vraag of we ons zorgen moeten maken over een bepaalde ontwikkeling. Lees verder >>

Getallen die niets zeggen

Nultaal (24)

Door Jan Renkema

Zonder nul is er geen wiskunde. Zonder niets is er geen communicatie. Want niets in taal is niet niets, maar iets. In deze serie een verkenning van onder meer: de stilte, de spatie, de betekenis van de punt, wat er gebeurt tussen ‘navel’ en ‘truitje’, het inhoudsloze gesprek, ‘Dat hebt u mij niet horen zeggen,‘E 621’ op een verpakking en verbale reddingsvlotten. Niets?zeggend, nee: Iets!zeggend.

Het dataverkeer blijft maar groeien. Naar verwachting heeft de mensheid in 2020 in totaal 45 zettabytes geproduceerd.

Dat lijkt me nogal wat. Maar wat betekent dat eigenlijk? Wat is een zettabyte? Dat is 1 triljard bytes, dus een 1 met 21 nullen. Maar hoe maak ik me daar een voorstelling van? Ah, zegt de dataspecialist dan, dat kunnen we concretiseren: 45 zettabytes is 7,5 maal het totaal aan zandkorrels op aarde. Oh, indrukwekkend.

Ik deed mee aan een heel moeilijk dictee, en had negen fouten.

Dat lijkt me nogal wat. Maar wat betekent dat eigenlijk. Is negen fouten nu veel of weinig. Nou, de prijswinnaar had er vier. Oh, dat ben je behoorlijk goed in spellen. Lees verder >>

Haplologie

Nultaal (23)

Door Jan Renkema

Zonder nul is er geen wiskunde. Zonder niets is er geen communicatie. Want niets in taal is niet niets, maar iets. In deze serie een verkenning van onder meer: de stilte, de spatie, de betekenis van de punt, wat er gebeurt tussen ‘navel’ en ‘truitje’, het inhoudsloze gesprek, ‘Dat hebt u mij niet horen zeggen,‘E 621’ op een verpakking en verbale reddingsvlotten. Niets?zeggend, nee: Iets!zeggend.

Soms maken taalgebruikers zelf van iets niets. Eerst een bekend voorbeeld. In de volgende zin komt er twee keer voor: Er zijn er vijf. Maakt u deze zin eens vragend. U houdt dan maar één er over: Zijn er vijf?

Het verschijnsel is ruim een eeuw geleden al door de beroemde Amerikaanse linguïst Bloomfield onderzocht. Hij beperkte zich tot de combinatie van twee gelijke lettergrepen of twee gelijke woorden. Bijvoorbeeld idolatrie dat van idololatrie komt, of tijdens een half uur durende vergadering, waarin het tweede een ontbreekt. Het gaat om een vergadering die een half uur duurt. Bloomfield noemde dit verschijnsel ‘haplologie’, van het Griekse ‘haplos’ voor ‘enkelvoudig’. En als u glimlacht bij ‘haplogie’, hebt u het verschijnsel begrepen. Eigenlijk is haplologie, ‘enkelzegging’, het tegenovergestelde van tautologie (‘dubbelzegging’). Zie hierover Nultaal 16. Lees verder >>

Is het mooi of is het mooi!

Nultaal (22)

Door Jan Renkema

Zonder nul is er geen wiskunde. Zonder niets is er geen communicatie. Want niets in taal is niet niets, maar iets. In deze serie een verkenning van onder meer: de stilte, de spatie, de betekenis van de punt, wat er gebeurt tussen ‘navel’ en ‘truitje’, het inhoudsloze gesprek, ‘Dat hebt u mij niet horen zeggen,‘E 621’ op een verpakking en verbale reddingsvlotten. Niets?zeggend, nee: Iets!zeggend.

Een van mijn mooiste verzamelingen in taal bevat formuleringen waarin schijnbaar twee keer hetzelfde wordt gezegd: Regels zijn regels. Het is wat het is. Als ik nootjes wil, wil ik  nootjes, Het gaat zoals het gaat, enz., enz. In de constructie A=A lijkt de tweede A niets toe te voegen, maar voor de lezers van deze serie zal het geen verrassing zijn dat dit niets toch wel iets betekent. Het is een bijzonder geval van tautologie (zie Nultaal 16). In Neder-L heb ik daar via ‘crowd texting’ over kunnen publiceren in 2016. Zie het artikel Taal is taal. Ik besprak daarin diverse communicatieve functies aan de hand van de schijnbare tautologie Op is op. Lees verder >>

De schijnduidelijkheid van begrippen 2/2: werkloosheidscijfer

Nultaal (21)

Door Jan Renkema

Zonder nul is er geen wiskunde. Zonder niets is er geen communicatie. Want niets in taal is niet niets, maar iets. In deze serie een verkenning van onder meer: de stilte, de spatie, de betekenis van de punt, wat er gebeurt tussen ‘navel’ en ‘truitje’, het inhoudsloze gesprek, ‘Dat hebt u mij niet horen zeggen,‘E 621’ op een verpakking en verbale reddingsvlotten. Niets?zeggend, nee: Iets!zeggend.

Soms worden begrippen zo gebruikt dat we er niets mee kunnen beginnen. Is dat erg? Ja, vooral als dat van overheidswege gebeurt en als journalisten daar kritiekloos mee omgaan. In de vorige aflevering ging het over inflatiecorrectie. Nu een eigentijds, eenvoudiger voorbeeld, weer met een quiz.

Met enige regelmaat wordt er door overheid bericht over de werkloosheid in Nederland. En de media zien dit uiteraard als nieuws. Vandaar berichtgeving als: Het werkloosheidscijfer in Nederland is nu net onder de 4%. Lees verder >>

De schijnduidelijkheid van begrippen 1/2: inflatiecorrectie

Nultaal (20)

Door Jan Renkema

Zonder nul is er geen wiskunde. Zonder niets is er geen communicatie. Want niets in taal is niet niets, maar iets. In deze serie een verkenning van onder meer: de stilte, de spatie, de betekenis van de punt, wat er gebeurt tussen ‘navel’ en ‘truitje’, het inhoudsloze gesprek, ‘Dat hebt u mij niet horen zeggen,‘E 621’ op een verpakking en verbale reddingsvlotten. Niets?zeggend, nee: Iets!zeggend.

In deze serie gaat het niet alleen over niets dat iets is, maar ook over iets dat soms zo verwarrend is dat we er niets mee kunnen beginnen. In deze aflevering een anekdote, in de letterlijke betekenis van het Griekse ‘anekdotos’, een nog onuitgegeven, vaak historisch,  grappig verhaaltje over een  bijzonderheid. Het volgende verhaaltje komt nu voor het eerst op schrift.

In de jaren zeventig van de vorige eeuw mocht ik op initiatief van de toenmalige Tweede Kamervoorzitter, Anne Vondeling, een pas uitgesproken troonrede vertalen, een rede die ook voor de huiskamers bestemd is maar die bekritiseerd werd als onbegrijpelijke, rituele Ridderzaal-tekst. We waren aangekomen bij de zin die ging over handhaving van tijdelijke, verzachtende belastingmaatregelen in verband met de hoge inflatie in die jaren. We konden achterhalen dat de zin heel concreet het volgende betekende: Lees verder >>

Looping-zinnen

Nultaal (19)

Door Jan Renkema

Zonder nul is er geen wiskunde. Zonder niets is er geen communicatie. Want niets in taal is niet niets, maar iets. In deze serie een verkenning van onder meer: de stilte, de spatie, de betekenis van de punt, wat er gebeurt tussen ‘navel’ en ‘truitje’, het inhoudsloze gesprek, ‘Dat hebt u mij niet horen zeggen,‘E 621’ op een verpakking en verbale reddingsvlotten. Niets?zeggend, nee: Iets!zeggend.

Nietszeggendheid bestaat niet. Op deze stelling is deze serie gebaseerd. Maar sommige zinnen komen er heel dicht bij:

Als je ouders geen kinderen hebben gekregen, krijg je ze zelf meestal ook niet.

Er wordt via je een persoon geïntroduceerd, en direct daarna volgt informatie waaruit blijkt dat die introductie logisch gezien onmogelijk is. Excuus voor deze lelijke uitleg. Laten we dit soort zinnen ‘looping-zinnen’ noemen, en net doen alsof we precies begrijpen wat er aan de hand is in zulke existentiële intuin-zinnen. Ze hebben vaak iets humoristisch, vandaar dat je ze ook aantreft in cabaretteksten. Hier een mooi exemplaar van Herman Finkers: Lees verder >>

Nultaal (18)

Door Jan Renkema

Zonder nul is er geen wiskunde. Zonder niets is er geen communicatie. Want niets in taal is niet niets, maar iets. In deze serie een verkenning van onder meer: de stilte, de spatie, de betekenis van de punt, wat er gebeurt tussen ‘navel’ en ‘truitje’, het inhoudsloze gesprek, ‘Dat hebt u mij niet horen zeggen,‘E 621’ op een verpakking en verbale reddingsvlotten. Niets?zeggend, nee: Iets!zeggend.

Ook in het notatiesysteem waarmee wij taal op schrift stellen kunnen we zien dat niets verwijst naar iets. We hebben hier zelfs een speciaal leesteken voor: … ,  doorlooppuntjes genoemd of ook wel puntjepuntjepuntje. De officiële benaming is beletselteken. Wel jammer dat het beletselteken nog meer functies heeft, bijvoorbeeld spanning opvoeren: En wat denk je dat er gebeurt …? Maar goed, we hebben in elk geval een ‘blokkeertaal’-teken om aan te geven dat er in het niets iets gebeurt: En toen ging het licht uit … Het beletselteken belet dus dat er in táál iets verdergaat. Wat er méékomt aan gedachten, komt niet in taal, maar zit daaronder, ‘metonder’, zogezegd. Lees verder >>

Verwijzingen naar niets?

Nultaal (17)

Door Jan Renkema

Zonder nul is er geen wiskunde. Zonder niets is er geen communicatie. Want niets in taal is niet niets, maar iets. In deze serie een verkenning van onder meer: de stilte, de spatie, de betekenis van de punt, wat er gebeurt tussen ‘navel’ en ‘truitje’, het inhoudsloze gesprek, ‘Dat hebt u mij niet horen zeggen,‘E 621’ op een verpakking en verbale reddingsvlotten. Niets?zeggend, nee: Iets!zeggend.

De namen van de sportsters Irene en Cathy zijn op hun verzoek gefingeerd. Zo’n zin mag niet, zeggen de taaladviesboeken. Want het verwijswoord hun schept verwarring. Sterker nog, hier is het onmogelijk. Want hun verwijst naar de sportsters die in het echt een andere naam hebben. Toch is de zin gemakkelijk te begrijpen.

Ook de volgende passages kunnen taalkundig niet door de beugel. Lees verder >>

Lege woorden

Nultaal (15)

Door Jan Renkema

Zonder nul is er geen wiskunde. Zonder niets is er geen communicatie. Want niets in taal is niet niets, maar iets. In deze serie een verkenning van onder meer: de stilte, de spatie, de betekenis van de punt, wat er gebeurt tussen ‘navel’ en ‘truitje’, het inhoudsloze gesprek, ‘Dat hebt u mij niet horen zeggen,‘E 621’ op een verpakking en verbale reddingsvlotten. Niets?zeggend, nee: Iets!zeggend.

Jaren geleden was bij kinderen korte tijd smurftaal populair, het taaltje van die kaboutertjes die voor elk werkwoord of naamwoord het woord smurf gebruikten? Heb je de smurf al gesmurft? Gelukkig vonden kinderen dit al gauw niet meer leuk. Het is toch makkelijker wanneer je weet wat een smurf precies smurft. Lees verder >>

AB is niet BA

Nultaal (14)

Door Jan Renkema

Zonder nul is er geen wiskunde. Zonder niets is er geen communicatie. Want niets in taal is niet niets, maar iets. In deze serie een verkenning van onder meer: de stilte, de spatie, de betekenis van de punt, wat er gebeurt tussen ‘navel’ en ‘truitje’, het inhoudsloze gesprek, ‘Dat hebt u mij niet horen zeggen,‘E 621’ op een verpakking en verbale reddingsvlotten. Niets?zeggend, nee: Iets!zeggend.

Rekenen en taal. Nul en niets. Als we rekenen weten we wat de nul doet. De positie voor of na de nul geeft de waarde van de nul. Daarom is er verschil tussen 102 en 201, om precies te zijn 99. Ook in taal is er een positie voor en na niets. Tussen twee woorden, neem zakgeld, zit niets. Als je de woorden rond dat niets van positie wisselt, krijg je geldzak. En dat betekent heel wat anders. We kennen wel de invloed van de omgeving van een teken, bijvoorbeeld

12-13-14 en A-13-C, waarin het teken tussen de getallen als 13 gelezen wordt, en tussen de letters als B kan worden gezien. Maar in ons geval is er veel meer aan de hand: de betekenis verandert omdat de delen rond het niets van plaats wisselen. Lees verder >>

woord?woord (6/6)

Nultaal (13)

Door Jan Renkema

Zonder nul is er geen wiskunde. Zonder niets is er geen communicatie. Want niets in taal is niet niets, maar iets. In deze serie een verkenning van onder meer: de stilte, de spatie, de betekenis van de punt, wat er gebeurt tussen ‘navel’ en ‘truitje’, het inhoudsloze gesprek, ‘Dat hebt u mij niet horen zeggen,‘E 621’ op een verpakking en verbale reddingsvlotten. Niets?zeggend, nee: Iets!zeggend.

Deze mini-serie binnen Nultaal ging over het niets tussen woorden in een samenstelling van twee zelfstandige naamwoorden. In aflevering 8 is deze combinatie nader ingeperkt (om het wat gemakkelijker te maken). In aflevering 9 zijn de drie basisrelaties geïntroduceerd. Aan de hand hiervan is een schema opgesteld in de afleveringen 10, 11 en 12. Nog één opmerking voor we verder gaan met de echt moeilijke gevallen. Lees verder >>

woord?woord (5/6)

Nultaal (12)

Door Jan Renkema

Zonder nul is er geen wiskunde. Zonder niets is er geen communicatie. Want niets in taal is niet niets, maar iets. In deze serie een verkenning van onder meer: de stilte, de spatie, de betekenis van de punt, wat er gebeurt tussen ‘navel’ en ‘truitje’, het inhoudsloze gesprek, ‘Dat hebt u mij niet horen zeggen,‘E 621’ op een verpakking en verbale reddingsvlotten. Niets?zeggend, nee: Iets!zeggend.

In deze miniserie binnen Nultaal gaat het over het niets tussen woorden in een speciaal soort samenstelling. Zie hierover Nultaal 8. Startpunt van de analyse is dat de relaties tussen de woorden te herleiden zijn tot drie basisrelaties: 1 de naamwoordelijke relatie, gebaseerd op het koppelwerkwoord ‘zijn’, bijvoorbeeld hoeslaken; 2. de werkwoordelijke relatie, met onderwerp of agens, lijdend voorwerp, enz., bijvoorbeeld moederliefde ; 3 de bijwoordelijke relatie, bijvoorbeeld maandabonnement. De vorige twee afleveringen gingen over naamwoordelijke relaties en werkwoordelijke relaties. Deze aflevering gaat over de derde basisrelatie, de bijwoordelijke relatie.

Een bijwoordelijke relatie is te herleiden tot een bijwoordelijke bepaling in de zinsontleding. Hier een voorstel voor een indeling, met voorbeelden: Lees verder >>

woord?woord (4/6)

Nultaal (11)

Door Jan Renkema

Zonder nul is er geen wiskunde. Zonder niets is er geen communicatie. Want niets in taal is niet niets, maar iets. In deze serie een verkenning van onder meer: de stilte, de spatie, de betekenis van de punt, wat er gebeurt tussen ‘navel’ en ‘truitje’, het inhoudsloze gesprek, ‘Dat hebt u mij niet horen zeggen,‘E 621’ op een verpakking en verbale reddingsvlotten. Niets?zeggend, nee: Iets!zeggend.

In deze miniserie binnen Nultaal gaat het over het niets tussen woorden in een speciaal soort samenstelling. Zie hierover aflevering 8. Startpunt van de analyse is dat de relaties tussen de woorden te herleiden zijn tot drie basisrelaties: 1 de naamwoordelijke relatie, gebaseerd op het koppelwerkwoord ‘zijn’, bijvoorbeeldhoeslaken; 2. de werkwoordelijke relatie, met onderwerp of agens, lijdend voorwerp, enz., bijvoorbeeldmoederliefde; 3 de bijwoordelijke relatie, met bepalingen van tijd, plaats, enz., bijvoorbeeldmaandabonnement. De vorige aflevering ging over naamwoordelijke relaties. Deze aflevering gaat over de werkwoordelijke relaties.

Er lijkt een tweede soort van relaties te bestaan die alle herleidbaar zijn tot een relatie met het werkwoord, uitgezonderd natuurlijk het koppelwerkwoord ‘zijn’ dat de basis vormt voor de vijf naamwoordelijke relaties in de vorige aflevering. Het lijkt handig om de volgende drie te onderscheiden. Lees verder >>

woord?woord (3/6)

Nultaal (10)

Door Jan Renkema

Zonder nul is er geen wiskunde. Zonder niets is er geen communicatie. Want niets in taal is niet niets, maar iets. In deze serie een verkenning van onder meer: de stilte, de spatie, de betekenis van de punt, wat er gebeurt tussen ‘navel’ en ‘truitje’, het inhoudsloze gesprek, ‘Dat hebt u mij niet horen zeggen,‘E 621’ op een verpakking en verbale reddingsvlotten. Niets?zeggend, nee: Iets!zeggend.

In mijn verkenning van het vraagteken in woord?woord kwam ik steeds weer terug bij het volgende uitgangspunt. De betekenisrelaties tussen de woorden zijn te herleiden tot drie basisrelaties die we ook tussen zinsdelen tegenkomen: 1 de naamwoordelijke relatie, gebaseerd op het koppelwerkwoord ‘zijn’; 2. de werkwoordelijke relatie, met onderwerp of agens, lijdend voorwerp, enz. ; 3 de bijwoordelijke relatie, bepalingen van tijd, plaats, enz. Voor de goede orde, het gaat om combinaties waarin het tweede woord de kern is, zoals wipneus, en waarin steeds sprake is van een ‘soort van’-relatie, dus niet bijvoorbeeld speurneus (geen soort ‘neus’). En het gaat alleen om woordcombinaties met twee zelfstandige naamwoorden, dus niet bijvoorbeeld hardlopen met bijwoord en voorzetsel. Zie hierover Nultaal 8.

Tot de naamwoordelijke relaties reken ik alle relaties die te herleiden zijn tot het werkwoord ‘zijn’ of een variant daarop. Ik kom uit op vijf categorieën, hier geïllustreerd met steeds één voorbeeld. Lees verder >>

woord?woord (2/6)

Nultaal (9)

Door Jan Renkema

Zonder nul is er geen wiskunde. Zonder niets is er geen communicatie. Want niets in taal is niet niets, maar iets. In deze serie een verkenning van onder meer: de stilte, de spatie, de betekenis van de punt, wat er gebeurt tussen ‘navel’ en ‘truitje’, het inhoudsloze gesprek, ‘Dat hebt u mij niet horen zeggen,‘E 621’ op een verpakking en verbale reddingsvlotten. Niets?zeggend, nee: Iets!zeggend.

Deze en de komende zes afleveringen van Nultaal gaan over het niets tussen woorden in een samenstelling van twee woorden. Het gaat alleen over combinaties van twee zelfstandige naamwoorden waarvan het tweede deel de kern vormt, en waarvan de betekenis van de woorden zelf geen toelichting behoeft. Zie voor verdere uitzonderingen de vorige aflevering.

Hoe zijn deze combinaties verbonden? Wat gebeurt er in dat niets? Mijn doel is om hier enige ordening in aan te brengen. In Handboeken Morfologie staan wel onderverdelingen, maar er zit weinig systeem in. Soms meen ik het begin van een systeem te ontwaren. Daarvan doe ik hier verslag. En nu maar hopen dat meer deskundige lezers niet zullen zeggen: “Het nieuwe erin is niet goed, en het goede erin is niet nieuw.” Lees verder >>

woord?woord (1/6)

Nultaal (8)

Door Jan Renkema

Zonder nul is er geen wiskunde. Zonder niets is er geen communicatie. Want niets in taal is niet niets, maar iets. In deze serie een verkenning van onder meer: de stilte, de spatie, de betekenis van de punt, wat er gebeurt tussen ‘navel’ en ‘truitje’, het inhoudsloze gesprek, ‘Dat hebt u mij niet horen zeggen,‘E 621’ op een verpakking en verbale reddingsvlotten. Niets?zeggend, nee: Iets!zeggend.

Zo raadselachtig. Je zet twee woorden achter elkaar, bijvoorbeeld vis+meel, en je weet onmiddellijk dat het gaat om meel gemaakt van vissen. Maar doe dat eens met kinder+meel. Met de betekenis ‘gemaakt ván’ kun je toch alleen maar denken aan babyvoeding bij kannibalenouders. Bij kindermeel gaat het om de betekenis ‘gemaakt vóór. Toch is ook bij vismeel de vóór-betekenis wel mogelijk. Immers, een viskweker kan wel vismeel gebruiken, zonder vis erin maar bedoeld voor vissen. Wat gebeurt er toch wanneer we twee woorden aan elkaar plakken? Tussen die woorden zien we geen lijm, er is helemaal niets. – Niets? Lees verder >>