Tag: non-fictie

Oude non-fictieteksten # 8: Zoekend lezen

Door Berthold van Maris
Paarden speelden een belangrijke rol in het leven van Constantijn Huygens Junior (1628-1697). In zijn Journaal van 21 october 1688 tot 2 september 1696 komt het woord “peerd” 450 keer voor. 
“Smergens was Rood bij mij, om over peerden te spreken.”
“Naermidd. was naer mijn peerden sien tot den boer daer se stonden.”
“Kocht een bruyn peerd voor mij door Root voor 26 guineas, dat daeghs te voren gesien hadde.” 
“Mijn kleynste peerd had een dranck genomen en reed dien dagh niet.”
“Leende op dese marche mijn graeuw peerdt aen Rooseboom.”
“Reed dien dagh mijn graeuwe peerd, dat een slap en leuy dier bevondt.” 
“Mijn peerd struyckelde en viel heel op sijn neus op de wegh, maer stondt weder op.” 
“Verkocht mijn wormachtigh peerdt aen mijn koetsmaker voor 6 pondt.”

Oude non-fictieteksten # 7: Een blinde herinnert zich kleuren

Door Bertold van Maris
Gérard de Lairesse: “Satyr en nimf met jonge faun”

Welke kleur heeft de menselijke huid? Gérard de Lairesse schrijft in zijn Groot Schilderboek uit 1707 over “de Koleur der Naakten”:

“De verschillende koleuren der naakten, zyn zo menigvuldig en veelerly, als de voorwerpen zelve zyn, ja by na ontelbaar.”
Evengoed zijn er wel wat vuistregels te geven:
“Het kind, gezond zynde, is bloozende, de man, gloeyende en de vrouw, blank van verw.”
“Maar zo dezelve ziek zyn, vertoond zich het kind wat geelachtig bleek; de man, donker bleek of vaal, en de vrouw, melkachtig bleek of geelachtig wit.”
“Gestorven zynde, is het kind, paarsachtig, de man, graauwer, doch echter min of meêr geelachtig, en de vrouw, gelyk het kind, maar schoonder, vermids zy het blankste van vel is.”

Oude non-fictieteksten # 6: Een geschiedenisles uit de veertiende eeuw

Door Berthold van Maris


Hoe ontstaat een oorlog? Jan van Boendale beschrijft het zo, in zijn veertiende-eeuwse kroniek van het hertogdom Brabant:
“Die haet tusschen die twee wies 
In lanc soe meer, gheloeft mi dies, 
Soe dat ten lesten ute brac 
Dovermoet, die hen stac 
Int herte, in beiden siden, 
Soe dat si, ten lesten tiden, 
Orloghen ghinghen onderlinghe.”

Oude non-fictieteksten #5: In 1680 schreven mensen ook al op wc-muren


Door Berthold van Maris
Hier gaan alle broeken omlaag en alle rokken omhoog, schreef een onbekende rond 1680 op de muur van een toilet. Hij formuleerde het in de vorm van een aansporing en op rijm:
“Licht op uw Rok, stryk af uw Broek / Dat vind men hier in dezen hoek.”
De dichter Hieronmymus Sweets noteerde dergelijke tekstjes, als hij ze tegenkwam. Hij nam ze op in zijn bloemlezing van Koddige en ernstige opschriften, op luyffels, wagens, glazen, uithangborden en andere taferelen (1682). Die bevat veel middenstandspoëzie (“Ik bak mijn brood klaar, al ben ik met meel bestoven / Gy moogt het komen zien wilt gy het niet geloven”). Maar er is ook wc-poëzie in opgenomen. Al is de term wc hier natuurlijk een anachronisme. In de zeventiende eeuw moesten de mensen het nog doen met kakhuizen en secreten.
Zodra men op de kakdoos zat, werd het leven opeens heel eenvoudig en overzichtelijk. De teksten doen daar verslag van:
“Om dat noodt breekt Wet / Ik mijn naars tot kakken zet.”
“Die wil kakken / Op zijn gemakken / Zet sijn hand onder sijn kinnebakken / En een op sijn knie / Die kakt zoo veel als ander drie.”
“Wilje blijven gesont / Pist so dikwils als een Hont / En houdje achter poort altijd open / Zo hoefje na geen Doctor te lopen.”

Lees verder >>

Oude non-fictieteksten #4: De eerste journalist was een houthandelaar

Door Berthold van Maris
Op 7 oktober 1682 dook er een walvis op voor de kust van Zeeland. Een jongen die met zijn vader aan het vissen was, zag hem:
“Toen de Iongen hem eerst in ’t gesigt kreeg, schoot hij so hoog uijt ‘et water, dat de Iongen (na sijn oordeel) meer als ’t halve lijf sag. En straks we’er onder, en dan we’er boven komende, blies hij t’ elkens een straal water; wel een arm dik, en wel 25 voet hoog, uijt het water.”
De vader van de jongen besluit om met zijn kleine vissersbootje achter “de Vis” aan te gaan.
In de zeventiende-eeuwse tekst die daar verslag van doet, Kort verhaal van het vangen van een (Soo genaamde) Walvis, voor-gevallen bij S. Anna-land, wordt met veel gevoel voor actie en detail beschreven hoe het vader en zoon lukt de walvis (een vinvis) af te matten en te doden, van zijn kostbare spek te ontdoen en dat voor veel geld te verkopen aan een traankokerij in Zaandam.
Dit “kort verhaal”, dat acht bladzijden beslaat, verveelt geen moment en is door de (anonieme) auteur gebundeld met nog een paar andere teksten van zijn hand. Het is een van de eerste, of misschien wel gewoon dé eerste journalistieke reportage in het Nederlands. 

Lees verder >>

Oude non-fictieteksten #3: Vergeet Constantijn Huygens. Lees Constantijn Huygens Junior!

Door Berthold van Maris

De geschiedenis komt maar op één manier echt tot leven: door erover te lezen in ooggetuigenverslagen. Zo’n ooggetuigeverslag is het Journaal van Constatijn Huygens Junior, een zoon van de bekende dichter die ook Constantijn Huygens heette. Terwijl de vader schreef in een barokke, maniëristische stijl die anderen wilde behagen, schrijft de zoon rechttoe rechtaan proza dat alleen voor hemzelf bedoeld was. Het was immers een dagboek:
“De Coningh was smergens op vosse- en hasejacht. 
Mijn hoest continueerde, maer niet soo sterck als daeghs te voren. 
De Coningh teeckende savonts eenighe dinghen.”
Junior was secretaris van stadhouder Willem III, die in 1689 ook koning van Engeland werd. De Engelsen hadden veel gedoe met hun toenmalige koning, daarom nodigden ze Willem III uit om in Londen de macht te grijpen. Willem stak met een groot leger de Noordzee over en bewoog zich langzaam, al onderhandelend en de kat uit de boom kijkend, in de richting van Londen.
Die veldtocht moet een enorme operatie zijn geweest. De dag voordat ze inschepen schrijft Huygens het volgende:
(Omdat hij in zijn dagboek woordjes als “ik”, “wij”, “de” en “het” vaak weglaat, heb ik die er voor het gemak in modern Nederlands tussengezet.)
“Naer dat (ik) smorgens veel hadde over en weder geloopen naer en van S.H. (Zijne Hoogheid = de Prins van Oranje), vertrock (ik), seer melancholicq zijnde door (de) gedachten van de vremde reys, die wij in (de) winter gingen doen en de gevolghen die deselve konde hebben.”     

Lees verder >>

Ook de koningin heeft een vagina

Oude non-fictieteksten #2 

Door Berthold van Maris

De menstruatie werd in de veertiende eeuw “die bloeme” genoemd. De middeleeuwse tekst Der mannen ende der vrouwen heimelijcheit legt uit waarom:

“Want gelijc alse men siet
Dat de bloeme en draget niet
Sonder bloyen, dat verstaet,
Diegelike so ne ontfaet
Dat wijf sonder bloeme geen kind.”
Zoals een plant eerst moet bloeien voordat hij vruchten kan maken, zo moet de vrouw eerst bloeden voordat zij “vrucht kan dragen”. Ik vind het jammer dat deze betekenis van “bloeme” verloren is gegaan.
Bloeien en bloeden, je zou bijna denken dat die twee woorden etymologisch verwant zijn, maar dat is niet het geval.

Oude non-fictieteksten #1: Het lijk droeg rode kousen


[In een nieuwe reeks op Neder-L maandelijks een column van Berthold van Maris over het lezen van oude non-fictieteksten.]
Door Berthold van Maris
Op 21 december 1483 werd in Brugge, bij de Sint Jansbrug, “ghevischt eenen verdroncken man (…) ende hi hadde an twee roode cousen.”
In “Het boeck van al ’t gene datter geschiedt is binnen Brugghe” wordt door een anonieme kroniekschrijver van dag tot dag vermeld wat er in die stad gebeurde. Er verdronken wel eens mensen in Brugge. In de veertien jaar die de kroniek beslaat, worden er 25 gevallen genoemd. Van bijna alle verdronken mensen wordt de naam vermeld of het beroep of waar ze woonden. Maar de man die op 21 december 1483 uit het water gevist werd was een onbekende. Vandaar dat die “rode cousen” vermeld worden?
De rode kousen vallen des te meer op omdat de kroniekschrijver zich meestal beperkt tot een korte en droge beschrijving van de gebeurtenissen, zonder kleurrijke details:
Op 27 maart 1487 “doe was ghevonden een dood kind in de Veste van der stede van Brugghe ende het vond eenen visscher in zyn net (…).”
Op 18 juli 1489 “doe zo was binder stede van Brugghe by der Cruuspoorte, up de Veste, een kind ghegeten van eenen zwine, zo dat daer of starf bin die nacht (…) ende het was een meyskin.”
Dergelijke korte nieuwsberichten zijn van alle tijden. We komen ze nog steeds tegen, als kleine berichtjes in de krant, over ongelukken, berovingen, moord en doodslag, brand.

Lees verder >>

Pas verschenen: Themanummer Werkwinkel over literaire non-fictie

Met genoegen willen we uw aandacht vestigen op het nieuwe themanummer van 

Werkwinkel: Tijdschrift voor Nederlandse en Zuid-Afrikaanse Studies 
dat in mei 2012 is verschenen met daarin teksten van o.a. 
Bertram Mourits, Luc Renders, Sander Bax en Gabor Pusztai. 
Deze auteurs nemen het verschijnsel

literaire non-fictie 
onder de loep waarmee we het debat over het onderwerp hopen te bevorderen.

Lees verder >>