Tag: Noam Chomsky

De geniale eenvoud van de taalkunde

Door Marc van Oostendorp

Hoe komt het dat talen zo eenvoudig zijn? Dat is de op het eerste gezicht verrassende vraag die de taalkundige Hedde Zeijlstra stelt in zijn boek De geniale eenvoud van taal. De vraag is op het eerste gezicht verrassend omdat we niet geneigd zijn aan talen als eenvoudig te denken: als voorbeelden geeft Zeijlstra zelf de twaalf naamvallen van het Baskisch, of de zestien woordgeslachten van het Swahili. Tegelijkertijd moeten die talen wel eenvoudig zijn – ze worden immers door alle kinderen die in de juiste omstandigheden (de Pyreneeën, de buitenwijken van Nairobi) opgroeien moeiteloos geleerd.

Het is die paradox die Zeijlstra probeert op te lossen in dit boek. Hij grijpt daarvoor terug op de inzichten die er de afgelopen decennia vooral de taalkundige school rondom Noam Chomsky (1928) heeft opgeleverd. Nu heeft die school op zijn beurt de naam nogal technisch en ingewikkeld te zijn. Wanhoop niet! Zeijlstra laat in dit boek zien dat niet alleen de taal, maar ook de taalkunde betrekkelijk eenvoudig is.

Lees verder >>

De verantwoordelijkheid van intellectuelen en de professionalisering van de wetenschap

Door Marc van Oostendorp

“Het is de verantwoordelijkheid van intellectuelen om de waarheid te spreken en leugens aan het licht te brengen.” Dat is een van de bekendste zinnen uit het essay The responsibility of intellectuals waarmee Noam Chomsky in 1967 behalve beroemd in taalkundige kringen ook écht wereldberoemd werd.

Het essay is gratis te lezen op de website die aan Chomsky gewijd is; onlangs verscheen een boek dat ook al gratis (‘open access’) te lezen is bij de uitgever, UCL Press (hulde!)

Chomsky’s essay was in eerste instantie een aanval op de vele Amerikaanse intellectuelen die zich op de een of andere manier lieten gebruiken om de oorlog in Vietnam goed te praten of zelfs om die oorlog te helpen voeren. Maar de meeste van die lui zijn inmiddels dood of hoogbejaard en het zou geheel tegen de geest van het essay zijn om het nu nog over hen te hebben. Want de boodschap zou ons nu nog moeten aanspreken, zoals de essays in het boek (en Chomsky’s uitgebreide antwoorden op die essays) laten zien.

Lees verder >>

Het wonder dat mensen zinnen bouwen

Door Marc van Oostendorp

Taal is de magie van alledag. Wij mensen doen iets dat voor zover bekend geen ander wezen in ons universum kan: we praten met elkaar, we zeggen voortdurend dingen die niemand ooit eerder heeft gezegd en die we toch doodnormaal vinden. Schrijf, zegt David Adger aan het begin van zijn nieuwe boek Language Unlimited, een zin die iets langer is dan een paar woorden, en google die zin. Vrijwel nooit zul je die zin ergens op het internet terugvinden.

Vrijwel iedere zin die we zeggen is uniek, en toch voelen de meeste zinnen die we tegen elkaar zeggen of op een weblog lezen helemaal niet zo nieuw of vreemd aan.

In zijn Language Unlimited zet Adger uiteen hoe syntactici ‘ons creatiefste vermogen’ proberen te ontrafelen. Het is een boek geworden voor een ‘breder publiek’, zoals dat heet, en wat mij betreft de beste poging die er ooit is gedaan om de taalkundige stroming waarbinnen Adger werkt – die van Noam Chomsky – uiteen te zetten. Het boek is heel leesbaar zonder ooit kinderachtig te worden, licht van toon zonder irritant grappig te zijn, en duidelijk over het standpunt van de auteur zonder in polemiek te vervallen.

Lees verder >>

Buon compleanno, Mr Chomsky

Door Marc van Oostendorp

Taalkundigen van over de hele wereld werd gevraagd een minuutje op te nemen voor een film voor Noam Chomsky, die vandaag 90 wordt. De vraag was: wat bewonder je aan hem? (Zodra de hele film online komt, laten we dat ook nog ergens weten.)

Op Neerlandistiek hebben we vaker over Chomsky geschreven. En hier is een artikel dat in Onze Taal over hem verscheen.

(Bekijk deze video op YouTube.)

Zestig jaar kleurloze groene ideeën

Door Marc van Oostendorp

Dit jaar bestaat de beroemdste zin uit de taalkundige literatuur 60 jaar: ‘Colourless green ideas sleep furiously’. In 1957 verscheen Syntactic Structures, het boekje dat Noam Chomsky in één klap beroemd maakte.

Er verschijnt binnenkort een boek waarin een aantal syntactici het verschijnen van dat boekje vieren en sommige van die artikelen staan inmiddels her en der online. Bijvoorbeeld het artikel van de Amerikaan Robert Berwick over die ene zin.

Chomsky gebruikte die zin om twee dingen aan te tonen. In de eerste plaats dat er verschil is tussen vorm en betekenis. De zin betekent niets, of alleen maar onzin, maar hij is wel degelijk grammaticaal welgevormd. In dat opzicht verschilt hij van andere combinaties van dezelfde woorden:

  1. Colourless green ideas sleep furiously.
  2. Furiously sleep ideas green colourless.

Lees verder >>

Is de taalkunde wel een soort biologie?

Door Marc van Oostendorp

Jan Koster, emeritus hoogleraar taalwetenschap in Groningen, is misschien wel de diepste denker onder de Nederlandse taalkundigen van dit moment. Hij heeft carrière gemaakt als een loyaal dissident binnen de door Noam Chomsky geïnitieerde generatieve grammatica – iemand die deel uitmaakte van de school, maar er wel altijd zijn eigen interpretatie aan gaf en bovendien niet bang was het op belangrijke punten oneens te zijn met Chomsky en/of diens aanhangersVooral naar buiten was hij altijd een goed soldaat voor de generatieve gedachte; in de jaren tachtig discussieerde hij er bijvoorbeeld over met de schrijver Karel van het Reve in het Hollands Maandblad.

Maar in een recent Gronings Festschrift brengt hij wel een harde klap uit. “Het minste dat we kunnen zeggen”, zegt hij (omdat het kan), “is dat het, achteraf bezien, meer hype dan inhoud had. Ik denk echter dat we een stap verder moeten zetten: het veroorzaakte misschien groot enthousiasme en een enorme impuls aan empirisch onderzoek, maar conceptueel was het (…) een totale mislukking en liet het ’t vakgebied ongeveer achter waar het voor midden jaren vijftig [toen Chomsky op het toneel verscheen] ook al was.” Lees verder >>

Linkse politiek en taalwetenschap

Door Marc van Oostendorp

imagesIn het begin begreep ik niet welk probleem de Britse antropoloog Chris Knight nu precies wilde oplossen in zijn nieuwe boek Decoding Chomsky. Wat viel er te decoderen? Ja, hij legt in het begin vrij duidelijk uit dat het gaat over een kwestie die anderen ook bezighoudt. Maar die kwestie heb ik ook nooit echt begrepen: hoe is het mogelijk dat Noam Chomsky beroemd is om twee soorten boeken: over taalwetenschap en over internationale politiek?

Ik zou zeggen: sommige mensen hebben nu eenmaal een brede belangstelling, en het is een beetje vreemd om dan per se te willen dat hun liefhebberijen met elkaar in verband staan. Ik kan bijvoorbeeld niet onverdienstelijk stamppot maken, maar men moet mij niet komen vragen wat er overkoepelend is aan mijn taalwetenschap en mijn hutspot. Ik maak ze allebei, dus ik ben het verband,dat is het hele antwoord, en het is ook mutatis mutandis het antwoord dat Chomsky geeft. Het enige verschil is dat hij zoveel energie, talent en concentratie heeft dat hij met allebei zijn belangstellingen wereldberoemd is geworden. Dat kun je op zichzelf dan weer een raadsel noemen, hoe komt iemand zo, maar daar gaat Knights boek niet over. Lees verder >>

Een taalkundige klassieker wordt 50 jaar

Door Marc van Oostendorp


Dit jaar vieren we de vijftigste verjaardag van een taalkundige klassieker: het boek Aspects of the Theory of Syntax van de Amerikaan Noam Chomsky. De auteur was op het moment dat hij dit boek schreef al de beroemdste taalkundige ter wereld, maar het is waarschijnlijk niet overdreven om te stellen dat hij in dit boek de belangrijkste lijnen van zijn werk uitzette – en vrijwel alle begrippen introduceerde waarvoor hij later beroemd zou worden.

Geoffrey Pullum – de best schrijvende Engelstalige taalgeleerde van onze tijd – wijdde al een leuke serie blogposts <hier en hier> aan het boek dat zo’n saaie naam draagt (‘het soort titel dat je op een wiskundeproefschrift zou plakken waarin je wat stellingen bij elkaar gooit zonder overkoepelend thema of boodschap’) maar dat desalniettemin ‘drie of vier vakgebieden op hun kop zette’.

Lees verder >>

Wat betekent het woord ding volgens Noam Chomsky?

Door Marc van Oostendorp


Het zijn grote vragen, die Noam Chomsky stelt in drie nieuwe artikelen in het Journal of Philosophy: Wat is taal? Wat kunnen we begrijpen? En wat is het gemeenschappelijk belang? De artikelen zijn kort en heel duidelijk geschreven; samen vormen ze denk ik de beste inleiding op zijn eigen (‘late’) werk die Chomsky schreef.

In het eerste artikel staat Chomsky’s begrip van taal als instrument van het denken centraal; ik schreef daar hier vorig jaar een reeksje over. In het derde artikel gaat het over de filosofische achtergronden van zijn politieke activisme. Het tweede artikel gaat over een minder bekend aspect van Chomsky’s denken – dat over de vraag wat nu precies de relatie is tussen ons denken en de werkelijkeheid.

Voor Chomsky gaapt de kloof tussen die twee bijna onmetelijk diep – wat natuurlijk opvallend is voor zo’n succesvol wetenschapper.
Lees verder >>

Wat je ook doet, de semantiek gooit roet

Hugo Brandt Corstius als taalkundige
Door Marc van Oostendorp


In de jaren zeventig en tachtig was Hugo Brandt Corstius waarschijnlijk de beroemdste taalkundige van Nederland. Hij was iemand die er eigenhandig voor zorgde dat grote groepen Nederlanders inzagen dat je niet alleen over taal kunt mopperen, maar je er ook over verbazen en er vooral op een wiskundige manier naar kunt kijken. Hij was iemand die de taalkundige ideeën van Chomsky voor iedereen die Nederlands kan lezen en niet helemaal suf is, begrijpelijk heeft opgeschreven, en trouwens ook bekritiseerd.

Heel groot is zijn wetenschappelijke oeuvre niet, zeker wanneer je het vergelijkt met de enorme berg stukjes en boeken die hij daarbuiten publiceerde. Naar zijn eigen zeggen was zijn enige échte bijdrage dat hij er al vroeg op wees dat het een utopie is om te denken dat de computer ooit – of in ieder geval op korte termijn – zou kunnen vertalen.

Maar dat deed zijn verdiensten te kort.
Lees verder >>

De essentie van taal

Voeg!  Korte cursus over de syntactische theorie van Chomsky voor Twitteraars verklaard (slot)


Door Marc van Oostendorp

De gedachten die Chomsky in de loop van zijn leven over taal ontwikkelde hebben hem beroemd gemaakt – terwijl hij zelf eigenlijk zijn werk als (links) politiek commentator altijd veel belangrijker gevonden heeft. Al meer dan vijftig jaar torent zijn gestalte boven de taalwetenschap uit. Het is moeilijk, zo niet onmogelijk, (of: onmogelijk, zo niet moeilijk) om een taalkundige te vinden die geen mening over Chomsky’s theorieën heeft, en die mening is bijna altijd nogal uitgesproken. Er zijn taalkundigen die hem een oplichter vinden en er zijn anderen die hem het grootste genie vinden die het vak ooit heeft voorgebracht.

Die weerstand is wel te verklaren. Hij wordt minstens voor een deel veroorzaakt door Chomsky’s nogal opmerkelijke woordgebruik.
Lees verder >>

Hij las wat

Voeg!  Korte cursus over de syntactische theorie van Chomsky voor Twitteraars verklaard


Door Marc van Oostendorp

Eén eigenschap van Chomsky’s Voeg-operatie heb ik nog niet onthuld. Die operatie kan twee woorden of woordgroepen samenvoegen tot een nieuwe woordgroep, hebben we de afgelopen dagen gezien. Het voorbeeld dat ik steeds gaf, was: je neemt de en vrouw, en maakt er {de, vrouw} van. Maar nu komt een extra draaitje: je kunt iets ook samenvoegen met een deel van zichzelf.

De groep {a, b} kun je bijvoorbeeld samenvoegen met a, zodat je krijgt {a, {a, b}}. Waarom zou je dat ooit doen? Volgens Chomsky gebeurt het bijvoorbeeld als we vragen stellen:

1- Hij zegt dat hij wat las.
2- Wat zegt hij dat hij las?

In de tweede zin is wat het lijdend voorwerp van las, net als in de eerste (al betekent het woordje op zich net wat anders). Hij zou dus ook daar gevoegd moeten worden. Tegelijkertijd moet wat vooraan in de zin staan, omdat het een vraag is.

Lees verder >>

Over het verband tussen taal en tellen

Voeg!  Korte cursus over de syntactische theorie van Chomsky voor Twitteraars verklaard


Door Marc van Oostendorp

Volgens Chomsky is de Voeg-operatie, die twee elementen samenneemt en tot een eenheid maakt (de en vrouw wordt {de, vrouw}), misschien het enige dat uniek is aan de menselijke taal. Andere diersoorten kunnen zich tot op zekere hoogte een beeld vormen van de wereld om hen heen; en sommige kunnen door klanken te maken allerlei ideeën communiceren. Betekenis en communicatie via klanken delen we dus met andere diersoorten. Maar geen enkel dier kan zo eindeloos allerlei ideeën aan elkaar haken in steeds weer nieuwe zinnen als de mens.

In ieder geval in theorie kunnen wij mensen  ook eindeloos doorgaan met het voegen van zinnen.
Lees verder >>

Henrieke ziet Henrieke

Voeg!  Korte cursus over de syntactische theorie van Chomsky voor Twitteraars verklaard


Door Marc van Oostendorp

Volgens Chomsky kan de zinsbouw van menselijke taal – iedere menselijke taal – begrepen worden als het resultaat van één simpele operatie Voeg die twee elementen samenneemt (de en vrouw wordt {de, vrouw}). De volgorde van de woorden doet er daarbij niet toe: die wordt pas belangrijk wanneer je de woorden uitspreekt.

De gedachte dat het niet gaat om woordvolgorde, maar om de structuren die Voeg maakt, kan ook inzicht geven in allerlei andere taalverschijnselen. Chomsky en zijn aanhangers hebben veel studie gemaakt van zinnen als de volgende:

Henrieke heeft zichzelf gezien.
Henrieke heeft haar gezien.

Het bewijs dat we woorden niet na elkaar denken

Voeg!  Korte cursus over de syntactische theorie van Chomsky voor Twitteraars verklaard


Door Marc van Oostendorp

Gisteren heb ik uitgelegd hoe zinnen in het minimalisme van Chomsky worden gevormd door precies twee woorden of woordgroepen (de en vrouw; mijn en oude vader) samen te voegen, in een groep te plaatsen. Dat schrijven we dan als volgt op:

– {de, vrouw}
-{mijn, {oude, vader}}

Belangrijk hierbij is dat de volgorde van de woorden er niet toe doet. De groep {de, vrouw} is precies hetzelfde als de groep {vrouw, de}, zoals de verzameling van een rode en een groene bal dezelfde is als die van een groene en een rode bal.

Het idee is dat in onze gedachten die volgorde er niet toe doet. Het gaat er niet om of het lidwoord voor of achter het zelfstandig naamwoord staat, het gaat er alleen om dat die twee woorden bij elkaar horen.
Lees verder >>

Voeg! (1) Korte cursus over de syntactische theorie van Chomsky

Voor Twitteraars verklaard

Door Marc van Oostendorp


Het nieuwe collegejaar komt eraan en ik krijg zin om iets uit te leggen. De laatste versie van de theorieën van de beroemde Amerikaanse taalkundige Noam Chomsky, dan maar. Iedere lezer weet wel dat zoiets bestaat, en oude versies van de theorie (uit de jaren zestig en zeventig) zijn weleens eerder in min of meer begrijpelijke termen beschreven. Maar het ‘nieuwste’ model, dat toch al zo’n twintig jaar circuleert is dat niet. Daar ga ik de komende paar dagen verandering in aanbrengen.

De theorie gaat over wat Chomsky beschouwt als de kern van de menselijke taal: het vermogen om woorden aaneen te rijgen tot zinnen. Dat vermogen is volgens hem het meest wezenlijke aspect van de mens, mogelijk zelfs het enige dat ons anders doet zijn dan andere dieren, met name dan de mensapen.

Waarom denkt Chomsky dat? Wat kunnen we uit die eigenzinnige gedachte leren over taal? Waarom heeft die gedachte nog steeds zoveel aanhang en is er tegelijkertijd zoveel weerstand tegen?


Lees verder >>

Geloven in God en in Chomsky

Hoe een ex-missionaris probeert de taalwetenschap op zijn kop te zetten
Door Marc van Oostendorp
Bijna vijfendertig jaar geleden trok de Amerikaanse taalkundige Daniel Everett het Amazone-gebied in. Hij zou de taal van het Pirahã-volk bestuderen en liet zich de eerste jaren leiden door het geloof in God en het geloof in de taaltheorie van zijn landgenoot Noam Chomsky. Geen van die twee overtuigingen zou de confrontatie met de Pirahã overleven.
Twee jaar geleden publiceerde Everett Don’tsleep,therearesnakes(”Niet slapen, er zijn slangen’), een goed geschreven avonturenboek waarin hij zijn leven bij de Pirahã uit de doeken deed en uitlegde hoe dit zijn geloof deed wankelen. Dit jaar verscheen Everetts nieuwe popuair-wetenschappelijke boek, Language.Theculturaltool(‘Taal. Het culturele instrument’), waarin hij zijn bezwaren tegen Chomsky uitlegt, een alternatieve kijk op het wezen van menselijke taal uiteenzet en en passant nog meer avonturen uit zijn leven als veldwerker vertelt.

Lees verder >>