Tag: neurolinguistiek

Waarom ons talige brein zo complex is

Persbericht Max Planck Instituut

In een overzichtsartikel verschenen in Science pleit Peter Hagoort voor een nieuw model van taal in de hersenen. Hagoort is hoogleraar cognitieve neurowetenschappen aan de Radboud Universiteit en directeur van het Max Planck instituut voor Psycholinguïstiek in Nijmegen. In het nieuwe model werken verschillende hersennetwerken samen. Het model is veel complexer dan de klassieke neurobiologische modellen van taal, die vooral gebaseerd zijn op losse woorden.

Taal is uniek menselijk en vormt ons denken. Door ons taalvermogen kunnen we met elkaar communiceren, kennis vergaren en cultuur vormen. Taal is complex, en daarmee is de neurobiologische basis van taal ook complex.

De klassieke neurobiologische modellen van taal onderscheiden twee grote taalgebieden in onze linkerhersenhelft. Het gebied van Broca (in de frontaalkwab of voorhoofdskwab) is verantwoordelijk voor het produceren van taal (spreken en schrijven). Het gebied van Wernicke (in de temporaalkwab of slaapkwab) is nodig voor het begrijpen van taal (luisteren en lezen). Een grote bundel zenuwvezels (de fasciculus arcuatus) verbindt deze twee ‘perisylvische’ gebieden (genoemd naar de Groeve van Sylvius, die de twee hersenkwabben scheidt).

Lees verder >>

Aan de muur en een boek aan Jan geven na een hersenbloeding

Door Marc van Oostendorp

Dat we met allerlei vernuftige technieken in ons brein kunnen kijken, betekent vooralsnog niet dat we een heel duidelijk beeld hebben van hoe we de miljarden dingen die we weten (dat in de herfst de blaadjes van de bomen vallen, dat je een banaan niet bij het steeltje moet beginnen schillen, dat de supermarkt over vijf minuten open gaat en op drie minuten loopafstand ligt – allemaal dingen die ook best anders hadden kunnen zijn) allemaal in ons geheugen hebben opgeslagen, dat verbluffende archief van trivia en diepzinnigheden.

De taal is een goed geval om zulke dingen aan te toetsen. Na letterlijk duizenden jaren van onderzoek weten we wel een paar dingen – dat zelfstandig naamwoorden andere dingen zijn dan werkwoorden, dat zinnen in de lijdende vorm kunnen staan of niet, dat persoonlijk voornaamwoorden een afgekorte versie kunnen hebben of niet. De taal is een enorm ingewikkeld systeem, maar in vergelijking met allerlei andere kennis die mensen hebben redelijk goed te isoleren en redelijk goed te beschrijven. Lees verder >>

Foreign Accent Syndrome ontrafeld

Door Marc van Oostendorp

Een van de meest tot de verbeelding sprekende taalkundige verschijnsel is waarschijnlijk het foreign accent syndrome (FAS): af en toe duikt er in de kranten ineens weer een bericht op over een Brit die zijn hele leven nooit het graafschap Kent uit was geweest, op een dag wakker werd en inene Engels sprak met een vet Frans accent. Nu lijkt me dat je niet per se doorkneed hoeft te zijn in syntactisch minimalisme of de ins en outs van corpusanalyse met R om te kunnen begrijpen dat zoiets extreem onwaarschijnlijk is. Natuurlijk is het in theorie mogelijk dat iemands neuronale verbindingen toevallig zo door elkaar worden geschud dat ze precies op de plaats vallen waar ze bij een Franstalige na jarenlange training ook zitten. Maar de kans erop is ongeveer even groot als dat de moleculen van mijn oude gympen toevallig ineens opgeschud worden tot die van een fles Medoc uit 2007.

Maar dat wil niet zeggen dat het FAS niet bestaat. Lees verder >>

Is ‘groter als’ dan echt fout? Je hoofd vindt van niet!

Door Marten van der Meulen

Groter als, nooit geen, hun hebben: veel mensen gruwen ervan. Sommige puristen verbeteren de fouten wanneer ze die tegenkomen, door overtreders aan te spreken of door brieven naar de krant te sturen. Vroeger zouden taalwetenschappers maar al te graag hebben meegedaan met deze verbeterzucht, maar tegenwoordig nemen zij afstand. Vandaag de dag bestuderen zij taalfouten vooral om te proberen erachter te komen hoe ze veroorzaakt worden. Recent onderzoek richt zich bijvoorbeeld op de vraag wat er eigenlijk gebeurt in onze hersenen als we een normfout tegenkomen. Verwerken we zo’n fout als goede taal of als slechte taal? Lees verder >>

Een microchip in de scanner

Door Marc van Oostendorp

hersenenDe redenering is simpel: al onze taal komt voort uit onze hersenen en zal dus wel door onze hersenen bepaald zijn. Door nauwkeurig te gaan meten hoe laat welke neuron actief is wanneer iemand de zin ‘Joost eet pannenkoeken’ leest, krijgen we dus een nauwkeurig beeld van de manier waarop onze hersenen werken tijdens het contempleren van die zin. 

Met dat idee in het achterhoofd zijn neurotaalkundigen nu al enige tijd bezig om de hersenen in kaart te brengen. Er bestaat inmiddels een bont palet aan testmogelijkheden om dat te doen, en het heeft inmiddels ook al wel het een en ander duidelijk gemaakt over enkele basisbeginselen van de organisatie van taal in de hersenen.

Het probleem is alleen: hoe weten we wat al die meetinstrumenten eigenlijk meten? Lees verder >>

De frontale cortex levert onderzoeksgeld op

Door Marc van Oostendorp


Een psychologische verklaring wordt plausibeler als in die verklaring neurowetenschappelijke termen worden gebruikt, zoals frontale cortex of gebied van Broca of pFC – ook als die termen alleen maar staan in speciaal toegevoegde stukjes die logischerwijs niets bijdragen aan de verklaring. Dezelfde truc werkt niet met termen uit de sociale wetenschappen (stimulus for social interaction) of uit de natuurwetenschappen (FOX2P). Dat blijkt uit een nieuw artikel in het Journal for Cognitive Neuroscience.

De auteurs deden een onderzoek waarin studenten verklaringen van psychologische verschijnselen moesten lezen die dus onder andere op deze manier gemanipuleerd werden. De auteurs van het onderzoek concluderen uit de resultaten dat het niet alleen gaat om het wetenschappelijke prestige van de neurowetenschap, want dan zouden de (andere) natuurwetenschappen ook goed doen.

Lees verder >>

Die oude Roman had toch gelijk!

Door Marc van Oostendorp.  

Eindelijk, eindelijk weten we waarom tongbrekers moeilijk zijn uit te spreken! Omdat de klanken teveel op elkaar lijken. Wanneer je het persbericht van Nature leest over een artikel dat vorige week in dat gezaghebbende blad verscheen, zou je denken dat er weer iets volkomen triviaals is ontdekt in de laboratoria: ‘Sally sells seashells’ is moeilijk uit te spreken omdat s en sh dicht bij elkaar liggen. Nee, daar hoef je niemand voor onder de scanner te leggen om het uit te vinden.

Wat het persbericht niet meldt is dat het artikel veel interessanter is dan dat: er is een geheel nieuw soort bewijs gevonden voor een theorie uit 1941 van Roman Jakobson, terwijl inmiddels vrijwel alle taalkundigen aannemen dat die te simplistisch was.

Lees verder >>