Tag: Nederlandse Poëzie Encyclopedie

Vrije dichters

                                                                                         Door Bart FM Droog

Of: hoe Martijn Benders met een vertaald Amerikaans gedicht de draak stak met de Turing Nationale Gedichtenwedstrijd.

“De dichtkunst is in Nederland langzamerhand een zaak van geleide appreciatie geworden. Wie niet behoort tot een groepering, waarvan tenminste één hoofdman kunstoverheidsfunctionaris of een zeer goede vriend van een dergelijke functionaris is, zal zelden erkend worden als dichter, laat staan in aanmerking komen voor een prijs of een reisbeurs. Zijn en haar lot is meestal: doodgezwegen te worden! (…)”
Lees verder >>

Over Bertus Aafjes, Cees Buddingh’ en P. Hoogenboom

                                                                               Door Bart FM Droog

Als je het hebt over het boek in 1942 zullen veel mensen denken aan illegaal drukwerk of juist aan producten uit de naziboekenhoek. Het gros van wat toen verscheen bestond evenwel uit ‘normale’ boeken. Het was een zeer goede tijd voor de boekenbranche. Boekhandelaren verzuchtten zelfs dat ze door de drukte niet aan hun administratie toekwamen of klaagden dat hun winkel op een warenhuis begon te lijken – al die verkoop! Veel gekker moest het niet worden.[1]
Lees verder >>

Boekenweekgeschenk 1941 – een daad van verzet

                                                                                                                      Door Bart FM Droog

Ter gelegenheid van de boekenweek 1941 verscheen de bloemlezing Novellen en gedichten, samengesteld door Victor E. van Vriesland en Emmy van Lokhorst. Het kwam uit in een oplage van 67.000 exemplaren, en was bestemd voor iedereen die van 1 tot 8 maart 1941 voor fl. 2,50 aan boeken kocht.

Op 27 februari publiceerde de NSB-krant Het Nationale Dagblad een artikel waarin schande wordt gesproken over de aanwezigheid van verzen van ‘den Jood Maurits Mok‘. Van Vriesland, een van de samenstellers, was ook van joodse komaf. Een nationaal-socialistisch boekhandelaar doet op 28 februari zijn beklag bij de uitgever, de Vereeniging ter bevordering van de belangen des boekhandels: “Een mooi gebonden werkje […] om een aantal Jodendichters […] naar voren te kunnen brengen.”

H. Lohse, de leider van de met boekencensuur belaste Duitse instantie Referat Schrifttum, is zeer verontwaardigd – let wel – dit speelt in de dagen direct ná de Februaristaking (25 en 26 februari 1941).
Lees verder >>

Na tweeëntwintig jaar nieuwe bundel van Shrinivāsi

Terwijl de redactie van de NPE verwoede pogingen doet te achterhalen hoeveel ‘reguliere’ dichtbundels er nu precies in 2012 verschenen zijn, dendert de bundelproductie in 2013 vrolijk door. Van de bijna twintig in 2013 nieuw verschenen werken wil ik graag de bundel Hecht en sterk (In de Knipscheer) van de Surinaamse dichter Shrinivāsi (1926) uitlichten. Niet alleen omdat het alweer tweeëntwintig jaar geleden is dat zijn vorige boek verscheen, maar ook omdat Nederlandstalige poëzie uit Zuid-Amerika behoorlijk zeldzaam is. Uit het boek:

                    voor de scholieren van Nickerie

Een bruine zandweg,
scholieren, twee
babbelen
fietsen
binnen de brasa
van de milde morgenzon

Verdwijnen
om de bocht…

De bruine zandweg
draagt hun jeugdig spoor
hun luide lach
hun taal en wensen
   en toekomstig leven

© Shrinivāsi, 2013
brasa (Sranan): omhelzing

De razernij van dit bewegen

                                                                                                             Door Bart FM Droog

Poëzie die vanuit oprechte emotie en in klare taal geschreven is, die stoot en rijt, dát is mijn poëzie.

Dat is – in eigentijdse hertaling – zo ongeveer wat de jonggestorven Piet van Renssen (1902-1936) in 1931 schreef, als (deel van) zijn poëtica in de bloemlezing Christelijke dichters van dezen tijd.

fragment omslag

Het is een door Cor Alons fraai vormgegeven boek, met een ietwat misleidende titel – want hoewel deze anthologie werk bevat van dichters uit de protestantse hoek, zijn er geen stichtelijke verzen in opgenomen. De meeste gedichten zijn door de dichters zélf gekozen. Zoals dit verbijsterende Hells Angels-gedicht-avant la lettre van A.J.D. van Oosten (1898-1969):

MOTORRIT

De razernij van dit bewegen
streeft iedere drift verwaand voorbij –
wij hebben stout den dood bestegen,
mensch, ga opzij

Wij zijn de duivelsche gevaren
die daverend langs de straten gaan,
wat komt, zoolang wij ’t stuur bewaren
’t er ook op aan?!

Lees verder >>

Kanttekeningen bij het Dichter des Vaderlandsgebeuren

                                                                                      door Bart FM Droog,
                                                                                      oud-officieel stadsdichter van Groningen
                                                                                      oud-officieus gemeentedichter van Emmen

Gek toch, die berichtgeving rond de benoeming van Anne Vegter. In meerdere kranten staat dat ze de vierde Dichter des Vaderlands (DdV) is. Klopt niet, ze is de vijfde. Ook wordt gemeld dat de eerste DdV, Gerrit Komrij, democratisch gekozen zou zijn. Klopt ook niet: in het jaar 2000 kreeg Rutger Kopland de meeste stemmen bij een door het NRC Handelsblad en Poetry International georganiseerde internetverkiezing. Kopland, die kennelijk zonder dat hij het zelf wist op het stembiljet was beland, bedankte voor de eer, waarna Gerrit Komrij tot eerste DdV benoemd (!) werd.

Komrij, die was aangesteld voor een periode van vijf jaar, gooide na vier jaar de handdoek in de ring. Waarom? Wie het weet mag het zeggen. De inmiddels overleden Komrij deed daar zóveel tegenstrijdige uitspraken over, dat er niets zinnigs over geconcludeerd kan. Whatever: na Komrij’s aftreden werd Simon Vinkenoog via een door mij inderhaast opgezette internetverkiezing verkozen tot tweede Dichter des Vaderlands. De uitslag werd bekend gemaakt in het tv-actualiteitenprogramma Nova, alle media berichtten er destijds over – dus om dat anno 2013 dood te zwijgen, is – zeer vrij naar Máxima – een beetje dom.
Lees verder >>

Verdwenen dichteressen

Al eerder kwam bij onderzoek voor de Nederlandse Poëzie Encyclopedie (NPE) aan het licht dat door een kleine vergissing auteurs letterlijk uit de geschiedenis kunnen verdwijnen. Zo schreef de Vlaamse bibliograaf Rob. Roemans in 1932 dat Herman Teirlinck (1879-1967) ook werk had gepubliceerd onder de naam Jeannette Nijhuis. Nadien voer vrijwel iedereen blind op Roemans’ oordeel, en pende over: Jeannette Nijhuis = Herman Teirlinck.

Dat was heel spijtig voor Jeannette Nijhuis‘ nagedachtenis, want ze heeft in de jaren 1874-1938 wel degelijk bestaan. Ze stond in het begin van de twintigste eeuw bekend als jong aanstormend dichttalent. In 1928 was ze de eerste die Dracula van Bram Stoker naar het Nederlands vertaalde – een vertaling die bijna veertig jaar stand hield.

Lees verder >>

Literair Akkoord – de reeks (1958-1984)

Met de voltooiing van de pagina over Literair Akkoord 27 zijn nu alle zevenentwintig delen van de Literair Akkoord-bloemlezingenreeks beschreven. Daarmee is een verrassend inkijkje in het literaire leven 1956-1983 ontstaan. Want elk afzonderlijk deel bestaat uit een keuze van het beste op poëzie-, proza- en (aanvankelijk ook) essayistisch vlak dat in het voorgaande jaar in literaire en culturele tijdschriften verscheen.

In de eerste jaren werd die keuze gemaakt uit Nederlandstalig werk uit Vlaamse (‘Zuidnederlandse’) en Nederlandse (‘Noordnederlandse’) periodieken. Vanaf Literair Akkoord 15 (1972) is ook de Friestalige literatuur in beeld – al is Literair Akkoord 16 geheel Friesvrij. Dat leidde op 5 december 1973 tot grote consternatie in de Leeuwarder Courant: “Gekozen is er echter niets, zelfs geen woord [Fries]. Het zou wel aardig geweest zijn indien de redacteuren dit gegeven even hadden willen verantwoorden.”

Lees verder >>

Piggelmee’s maker: L.C. Steenhuizen

Iedereen kent Piggelmee. Maar over zijn maker, L.C. Steenhuizen (1860-1926), die het eerste Piggelmeeverhaal onder het pseudoniem Leopold in 1920 publiceerde, stond tot vandaag zo goed als niets te boek. Zijn geboorte- en sterfjaren waren bij de Koninklijke Bibliotheek niet bekend. In het Letterkundig Museum was het vergeefs zoeken naar materiaal over Steenhuizen. In het onvolprezen Lectuur Repertorium (ed. 1952-1954) staat hij zelfs niet als auteur van Piggelmee vermeld. Terwijl hij, met ruim anderhalf miljoen gedrukte exemplaren van Van het toovervischje / Van het tovervisje, toch een van de succesvolste Nederlandse kinderboekenschrijvers uit de twintigste eeuw was.

Hij was niet alleen kinderboekenschrijver, maar ook prozaïst en dichter. Die als zodanig ontdekt werd in het Gentse Poëziecentrum, door Nederlandse Poëzie Encyclopedie-redacteur Stefaan Goossens, bij onderzoek van de Vlaamse bloemlezing Oorlogspoëzie verschenen in 1914 en 1915 en onuitgegeven gedichten (1916).1

Nader onderzoek bracht aan het licht dat de te Leiden geboren Lambertus Cornelis Steenhuizen veel meer had geschreven dan zijn twee bekende Piggelmeeverhaaltjes. Een roman, een dichtbundel, verhalen (in o.a. De Gids en Elsevier’s Geïllustreerd Maandschrift) en heel veel gelegenheidsgedichten, waarvan één zelfs leidde tot een schriftelijke dankbetuiging van Koningin Wilhelmina en Prins Hendrik.

L.C. Steenhuizen was óók een van de veertienhonderd passagiers aan boord van de sneltrein Groningen-Den Haag, die op kerstavond 1913 bij Beilen ontspoorde. Vijf mensen – onder hen een zoon van de toenmalige premier – kwamen om het leven en vijf raakten zwaar gewond. Steenhuizen deed in het Algemeen Handelsblad verslag van de ramp, waarbij hij afsloot met de historische woorden: “Met een vertraging van ongeveer twee-en-een half uur hebben we de reis voortgezet.”

Lees verder >>

Langs de vele wegen (3de druk, 1940)

De auteur van deze bijdrage is samensteller van de Nederlandse Poëzie Encyclopedie (NPE); het online naslagwerk over Nederlandstalige dichters en dichtbundels vanaf 1900. De belangrijkste bronnen voor het onderzoek zijn de catalogi van de Koninklijke Bibliotheken van Nederland en België, van de British Library, van de Poëziecentra te Gent en Bredevoort, de Brinkman’s Catalogi, de diverse edities van het Lectuur Repertorium en de circa 2500 poëziebloemlezingen uit het te onderzoeken tijdperk.

Eerder deze week onderzocht NPE-redacteur Jurgen Eissink de in 1940 verschenen derde herziene druk van de bloemlezing Langs de vele wegen. Gedichten van na 1914 uit Noord- en Zuid-Nederland. Samengesteld door Pater Maximilianus, O.F.M. Cap.

In eerste instantie lijkt het op een ‘normale’ bloemlezing, bestemd voor het katholieke middelbaar onderwijs[1]. Pater Maxilimilianus maakte een keuze uit het werk van vijftig destijds vrij bekende dichters, van Herman van den Bergh tot en met Gerard Wijdeveld, inclusief poëzieknallers als Anton van Duinkerken, H. Marsman, J. Slauerhoff en S. Vestdijk. Alle namen in dit boek zijn bij eerder onderzoek al opgedoken – dus wié er instaan is niet bijster verrassend.

En zijn wel wat andere verrassende zaken. Zo valt in het voorwoord de term “oudere jongeren” – waarvan ik altijd gedacht had dat dit door Kees van Kooten, ergens in de jaren negentig bedacht was. Dat moet dus zijn: herbedacht, want pater Maximilianus doelde daarmee al in 1940 op dichters van veertig jaar of ouder.

Maar veel verrassender – al is dat niet het juiste woord – is wie ontbreken.

Lees verder >>