Tag: Nederlandse Poëzie Encyclopedie

Borrelpraat

Door Bart FM Droog

’t Is grappig om bij het verstrijken van de jaren te merken hoe elke nieuwe generatie niet verder kijkt dan de eigen navel. Zo verscheen op 7 mei 2014 in NRC Next een artikel van – nomen est omen – Daan Borrel: “Poëzie is nu meer in your face“. (1)

Zij schrijft daarin “Net als hun publiek, worden poëzie-evenementen steeds groter, jonger en hipper. Frisse initiatieven en samenwerkingen schieten uit de grond – het liefst in de vorm van een toegankelijk festival. Drank, muziek, sfeer en het ‘attenden’ op Facebook is minstens zo belangrijk als de voorgedragen poëzie. (….) De van oudsher hogere en afgezonderde kunsten – na literatuur nu ook de poëzie – vieren hoogtij.”

Aan het woord komen enkele ‘jonge’ dichters en organisatoren die allemaal denken dat met hun indaling in het literaire leven dat leven begon. Zo claimt de huidige Lowlands-directeur Eric van Eerdenburg dat hij iets revolutionairs doet door poëzie op het festival te programmeren – hij weet kennelijk niet dat Lowlands-oprichter Willem Venema al in 1995 dichters aldaar boekte en dat in de jaren 1998-2003 vele auteurs op Lowlands voordrachten verzorgden – van Jean Pierre Rawie tot Serge van Duijnhoven.

foto: Willem Venema, 2012
© Henk Veenstra, www.henx.nl

Gedicht van Philippe Cailliau

Door Bart FM Droog

De dichter met de mooiste naam uit heel dit taalgebied is ongetwijfeld Philippe Cailliau – op z’n Belgisch uit te spreken. Vorig jaar bracht hij de bundel Het Boek Nul. Gedichten 2007-2012 bij de sympathieke bibliofiele uitgeverij Kleinood & Grootzeer te Bergen op Zoom uit.

Een van de gedichten uit dit werk is wel heel passend voor deze tijd:

Identificatie


Alle documenten zijn beschikbaar.
Zwangerschap, geboorte. Geslacht. Dood
nog niet. Meer dan het halve leven. En dan
nog allerhande opvoeding. De groeibewijzen
zijn bepoteld, en ook de inwijdingen.
Het is de vraag wie hier de hand in heeft.
Dit is een stamboom, met hier en daar een invulgat.
Verschrompelde vrouwen borduren. En mannen?
Het heeft geen belang. En het huwelijk, neen, dat niet.
Want hij wilde zich niet binden. Of wel. Of niet.
Of een stempel bij iets onverwachts, iets historisch
als een oorlog of een nieuwe republiek, waarvoor
vanzelf het certificaat van bestaan geboden wordt.
De map met documenten is dun. Heel geel, heel dun.
De slepende ziektes zijn gekomen, zoals ze nochtans niet
zijn aangekondigd. Hij is, en wat hij nalaat aan wie
erom vraagt: een vaag dossier met op elk blad een
gele plaknotitie, een of twee – een flinterdunne map.

© Philippe Cailliau, 2013

Meer over hem  op www.philippecailliau.com en op de Philippe Cailliau-pagina van de NPE.
Het boek is te bestellen bij Kleinood & Grootzeer, http://kleinood-en-grootzeer.com

Dik in wemel

Door Bart FM Droog

Vroeger, toen alles beter was, toen kinderen niet tijdens monarchistische spelen gehersenspoeld werden en de PvdA nog de SDAP heette, toen scheen in mei altijd de zon. Ik weet het nog goed.

Als de dag van gisteren staat dan ook de meimaand van 1926 me bij, vooral door de geboorte van m’n vader, Ab Droog, op de 26ste mei te Roermond, en door het internationaal sosialisties jeugdfeest dat van 21 tot 26 mei in Amsterdam gehouden werd. Deelnemers kregen als ‘feestgave’ het boekje Hoogty (klik op de titel!), met daarin het gedicht ‘Arbeiderszoon’ van S. Bonn (1881-1930) en unieke houtsneden van Fré Cohen (1903-1943).

In dat gedicht (compleet te lezen op het NPE-boeklemma) komt dit intrigerende fragment voor:

(…) En als ’n rotskant, kant uw hooge slaap,

en in klinkend stralend luiden
liggen haarlokken uw hoofd om, dik in wemel. (…)
Wemel, wemel – wat een prachtig woord! We kennen het van ‘het wemelt van de fouten’, maar hier betekent het toch net iets anders. De eerste betekenis van het werkwoord wemelen is volgens de Van Dale: zich her en der gedurig door elkaar bewegen (kruipen, lopen, vliegen, enz.). Wat een intens vrolijk en levendig beeld roept Bonn dus op, met die arbeiderszoon met haarlokken dik in wemel. Mij doet het denken aan Medusa, maar eentje met in plaats van krioelende slangen bijkans dansende haren. Jawis, vind maar eens een kapper die dat voor elkaar krijgt.

   

Over dichtmachines, Willy Alfredo en electriek

Door Bart FM Droog

Bij het onderzoek naar dichter/politicus Louis M. Hermans (1861-1943) kwam NPE-redacteur Natasha Gerson diens oom Hendrik Beem (1822-?) tegen, die in de negentiende eeuw furore maakte als ‘leevende dichtmachien’ te Schevingen.

We hebben nog niet kunnen achterhalen wat zijn act precies was – het vermoeden bestaat dat hij iets soortgelijk deed als sneldichter Willy Alfredo (1898-1976):

 “Zeer bekend tijdens zijn optredens was de kreet ‘Roept u maar’, waarmee hij het publiek aanspoorde om een onderwerp te roepen, waarop hij dan rijmde. Hij werd ook wel de officiële hofdichter van Sint-Nicolaas genoemd, omdat hij rond pakjesavond overstroomd door duizenden verzoeken om gedichtjes te maken.”
(De Waarheid, 15 maart 1976)

Zie ook deze Jijbuis-parodie, met de stem van Willy Alfredo, met gastrollen voor Mark Rutte en Geert Wilders:

https://youtube.googleapis.com/v/pBDgacwZUOw&source=uds

Lees verder >>

Quiz

Door Bart FM Droog

In het kader van de interactivisering van de samenleving vandaag een letterkundige foto-quiz:

 
A. Welke bekende Nederlandse auteur werd in 1944 in het huis links van de kerk geboren?
B. Wat is de titel van zijn autobiografische roman, waarvan in 2005 de twaalfde druk verscheen?
C. Welk dorp is op deze foto te zien en in welke gemeente ligt het?
D. Welke andere Nederlandse auteur werd ook in dit dorp geboren, maar dan 26 jaar eerder?

Lees verder >>

Liederen en poëzie uit de Eerste Wereldoorlog

Door Bart FM Droog

Honderd jaar geleden brak de Eerste Wereldoorlog uit. Een oorlog waarin in vele talen gedichten werden geschreven die de emoties en ervaringen uit die tijd naar het nu overbrengen. Maar meer nog dan in gedichten komt de hel van 14-18 tot leven in liederen die destijds door soldaten aan het front gezongen werden.

Eén contemporaine opname van een zingende soldaat is bewaard gebleven:  korporaal Edward Dwyer VC die in 1915 verslag doet van zijn ervaringen aan het front en daarin deze door merg en been gaande liedfragmenten zingt (op 2′. 16 sec. in deze opname [MP3]):
We’re here because, we’re here because we’re because we’re here
We’re here because, we’re here because we’re because we’re here
We’d be far better of in our [onverstaanbaar].

Here we are, here we are, here we are again
How long? How long? How long-a-long-a-long. hello, helllo, hello-o-wo…
Edward Dwyer stierf op 20-jarige leeftijd in de loopgraven, september 1916.
Lees verder >>

Henriëtte Kuyper, Nederlands oorlogscorrespondente in W.O. I

Door Bart FM Droog

Bij het samenstellen van het jaaroverzicht 1934 stuitte ik in de catalogus van het Poëziecentrum Gent op dit werk: H.S.S. Kuyper. Verzamelde verzen. Kok, Kampen, 1934. 54 pagina’s.

Omdat ik nooit eerder van deze dichter gehoord had (wat o.a. betekent dat werk van deze poëet nooit in de bekende overzichtsbloemlezingen terecht is gekomen) zocht ik wat verder en ontdekte dat H.S.S. Kuyper de reisboekenschrijver en dichter Henriëtte Kuyper (1870-1933) was, dochter van de bekende politicus Abraham Kuyper (1837-1920).

In de jaren 1900-1920 bezocht ze onder meer Amerika en Rusland. In 1916 deed ze Boedapest aan en daarover schreef ze: Hongarije in oorlogstijd. In en om de Nederlandsche ambulance te Boedapest (benevens een uitstapje naar Weenen), uitgegeven door E.J. Bosch Jbzn. te Baarn, 1918, 352 pagina’s.

Het heeft er de schijn van dat haar leven en werken sinds haar dood ietwat in de vergetelheid zijn geraakt. Hoewel ze voorkomt op de DBNL (als Henriëtte S.S. Kuyper), stamt de recentste informatie daar over haar  uit 1935. P.J. Risseeuw (1901-1968) publiceeerde circa 1930 een zeer informatieve biografische schets over haar, die in 2004 ‘herdrukt’ is op www.neocalvisime.nl: H.S.S. Kuyper.

Omdat ze als dichter weinig impact heeft gehad, zal haar toekomstige NPE-lemma betrekkelijk summier worden. Wat jammer is – want haar leven en werken lijken op het eerste oog zeer boeiend. Welke onderzoeker gaat zich over haar ontfermen?

Een raadsel uit 1912 opgelost

Door Bart FM Droog

Vorig jaar stootte ik op het allervroegste mij bekende Nederlandstalige autogedicht. Het stamt uit 1912 en is afgedrukt in de debuutbundel Offervonkjes van Frederika Stoer. Heel opmerkelijk is dat in dit gedicht de overgang van paard naar gemotoriseerd vervoer en de daaraan gepaard gaande problematiek wordt aangesneden:

 
Er is een paard overreden,
Het paard van mijn vrome gebeden.
De auto’s rijden gedempt en zacht.
Er wordt een paard begraven vannacht.
 
Hoewel het niet expliciet gezegd wordt, moet het paard in kwestie  door een auto overreden zijn. Paarden overrijden immers geen andere paarden en een mogelijke andere dader, een locomotief, komt in heel het gedicht niet voor. Dat overigens nog meer sterfgevallen herbergt:
 
Er rijzen vage geluiden:
Dat zijn de doode bruiden.
 
Maar niets is wat het lijkt. Hoewel een Frederika Stoer bestaan heeft, van 22 april 1882 tot 26 maart 1941, was zij beslist niét de schrijfster van de bundel. Het werk is namelijk een persiflage op het bijna gelijknamige boek Offervlammen van de dichteres Hendrika Boer (1884-1935). Als de gegevens van beide bundels naast elkaar gezet worden vallen de overeenkomsten goed op:
 
Boer, HendrikaOffervlammen. Met een voorwoord door Marie Metz-Koning. [Meindert Boogaerdt Jun.], Krimpen aan de Lek, 1912.
Stoer, FrederikaOffervonkjes. Met een voorwoord van Sofie Flets-Honing. Bureau “De Berner Conventie”, Deventer, [1912]. 46p. 

Van varen, vechten, plunderen en plagiaat

Door Bart FM Droog

In 1942 stelde Jan H. Eekhout de bloemlezing  Hart van Holland. Een keur uit onze historische zee-lyriek samen. Dit boekje bevatte veel anti-Britse gedichten en liederen uit de diverse Engels-Nederlandse oorlogen – op zich niet zo vreemd, want Van Eekhout had zich openlijk tot de Nieuwe Orde bekeerd.

Kort na de verschijning publiceerde dagblad Het Vaderland een vlammend protest van Wouter Nijhoff, van uitgeverij Martinus Nijhoff, tegen dit werk. Het boek van Eekhout bleek een geplunderde versie van de eerder in de 20ste eeuw bij Nijhoff verschenen alomvattende overzichtsbloemlezing van Nederlandstalige zeelyriek: Van varen en van vechten (1914)      

Nijhoff: “Ik moet opnieuw een ernstig protest doen hooren ten opzichte van geoorloofde handelingen gepleegd tegen mijn uitgave Van Varen en van Vechten, verzameld door D.F. Scheurleer.

Lees verder >>

Poëzie, politiek en meeuwen

Door Bart FM Droog

In 1909 schreef de Vlaamse priester/dichter Cyriel Verschaeve het gedicht ‘De meeuw‘. Dat gedicht werd jaren later het lievelingsgedicht van een Vlaams meiske. Ze vond het zo mooi dat ze het op haar 88ste nog uit het blote hoofd kon voordragen. Inmiddels was dit meiske schoonmoeder van de Belgische politicus, poëzieliefhebber en haikuïst Herman van Rompuy geworden. Om zijn schoonmama te plezieren plaatste hij in 2007 het gedicht ‘De meeuw’ op zijn site http://hermanvanrompuy.typepad.com/.  

Begin dit jaar ontdekt de Franstalige journalist Jean Quatremer dat gedicht. Dat mag beslist apart genoemd worden, want volgens diverse Belgische bronnen is Quatremer het Nederlands niet machtig. Desalniettemin schreeuwt Quatremer moord en brand, want Cyriel Verschaeve was in de Tweede Wereldoorlog nogal op de Duitse hand en werd daarom na afloop van de wereldbrand ter dood veroordeeld. Hij vluchtte naar Oostenrijk, waar hij in 1949 stierf.
Lees verder >>

Van Poëzie- naar Boekenweek

Door Bart FM Droog

Inmiddels is de Poëzieweek 2014 passé en kan de oogst worden opgemaakt:

Een trits nieuwe stadsdichters, met o.a. Anna Enquist vooor Amsterdam en Lies van Gasse voor Brugge.
Een nieuwe Dichter des Vaderlands voor België, te weten Charles Ducal.
Tenminste negentien dichtbundels en vijf poëziebloemlezingen.
Tenminste één nieuw online poëzieperiodiek: Het Gezeefde Gedicht – alleen voor nog bundelloos dichttalent.
 
Genoeg leesvoer om de barre reis te overbruggen die we in de Boekenweek, medio maart, van het CPNB moeten maken. De collectieve propagandisten voor het Nederlandse boek willen ons geteisterd volk namelijk relocaliseren in Leeuwarden, waar op 14 en 15 maart het Boekenbal voor Lezers wordt gehouden. Dit omdat Tommy Wieringa, de schrijver van het Boekenweekgeschenk, eens in Drenthe woonde en het thema dit jaar ‘Ondertussen ergens anders’ is.

Dichtoogst 2014

Door Bart FM Droog

Momenteel is het Poëzieweek. Een week waarin een vloedgolf aan dichters en gedichten over de lage landen spoelt. In deze golf is ook een aanwas van nieuwe dichters waar te nemen. Maar wat blijft na al dit massale gewas, gespoel en geweek? Jawel, de nieuwe dichtbundels van 2014!

Daarvan zijn tot dusverre veertien solobundels en drie bloemlezingen van het reguliere soort verschenen en gedetecteerd. Een (groeiend) overzicht staat op het jaaroverzicht 2014 van de Nederlandse Poëzie Encyclopedie. Een kleine greep:

Thomas Blondeau,  (1978-2013). Mijn beste gedicht dat u nooit zult lezen. Nawoord Ellen Deckwitz. De Bezige Bij, Amsterdam, 2014. Debuut.
Delphine 
LecompteDe baldadige walvis. De Bezige Bij Antwerpen, Antwerpen, 2014. 144p.
De veertig van Heytze
[Samenstelling] Ingmar HeytzePodium, Amsterdam, [2014]. 109p. Heytze’s veertig favoriete door anderen geschreven gedichten. 

Als de productiestroom hetzelfde blijft betekent dit dat in 2014 circa 168 dichtbundels zullen verschijnen. Dit is niet significant meer of minder dan de oogst van de voorgaande jaren.

Het Venijnig Gebroed

Door Bart FM Droog

Niets zo zeldzaam als dichtersgroepen. In de afgelopen honderdenveertien jaar is er maar een handvol van gesignaleerd. En dan heb ik het niet over toevallig bijeengeplukte dichters waar naderhand een stempel op werd gedrukt (zoals bij De Vijftigers het geval was) of groepen die door reclamejongens bedacht zijn, nee, ik heb het over dichters die jarenlang in hecht groepsverband hebben samengewerkt. Een van die zeldzame échte dichtersgroepen is Het Venijnig Gebroed. Geboren in Brugge in 1997 en nu, zeventien jaar later, nog steeds actief.

De leden – albrecht b. doemlicht (1975), Frederik Lucien de Laere (1971), Jan Wijffels (1979), Ann Slabbinck (1978) Denis S.M. Vercruysse (1975) – schrijven natuurlijk in de eerste plaats… gedichten. Maar in de wijze waarop ze met hun werk naar buiten treden, in  groepsverband, met ruime aandacht voor de multimediale mogeliijkheden die sinds de uitvinding van de elektriek binnen ons bereik zijn gekomen, dat maakt ze bijzonder.

Lees hun boek Opgezet spel (Poëziecentrum, Gent, 2012), bezoek hun site www.venijniggebroed.be, woon een van hun vele  optredens bij, of – voor wie in de toekomst niet naar Ieper, Brugge, St.-Agatha-Berchem, St.-Anna-ter-Muiden of  Damme kan afreizen, huur ze in voor uw  feestavond.  

Zie ook: www.nederlandsepoezie.org/dichters/v/venijnig_gebroed.html

J.H. de Veer

Door Bart FM Droog

Dankzij de toenemende digitalisering en online-plaatsing van allerhande archieven kon gisteren eindelijk een beter beeld ontstaan van een van die meest ongrijpbare dichters uit de recente poëziegeschiedenis: J.H. de Veer.

Gerrit Komrij publiceerde in 1979 drie gedichten uit De Veers bundel De Vliet (1901) in de bekende bloemlezing De Nederlandse poëzie van de negentiende en twintigste eeuw in duizend en enige gedichten. Komrij had echter geen idee wie J.H. de Veer was of wanneer hij geleefd had. Rond 2000 verrichte ik daarom al enig onderzoek naar De Veer en kwam tot deze ruwe schatting: circa 1850-circa 1910. 

Gisteren kwam ik J.H. de Veer weer tegen, bij het samenstellen van de overzichten van de jaarlijkse dichtbundelproductie 1900-1910. Het besluit een lemma over hem aan te maken was snel genomen – het zou, dacht ik, vanwege zijn obscure status maar weinig werk inhouden. Gelukkig had ik het mis. Want via de DBNL, de online Burgerlijke Stand-archieven en www.delpher.nl kwam een schat aan informatie boven water.
Lees verder >>

Aza! Wereldvrede door techniek en liefde (1908-1915)

Door Bart FM Droog

Een obscure dichtbundel voor een huwelijksjubileum uit 1908 leidde me naar enkele opmerkelijke brochures (?) van dezelfde auteur, Hendrik Johannes van der Leeuw, die zich ook wel H.J. van der Leeuw-Langnese noemde (die tweede achternaam was de achternaam van zijn vrouw Eleonora). Let op de jaartallen:

H.J. van der Leeuw. Causerie over luchtvaartgevolgen anno 1918. Uitgeverij Storm Lotz, Rotterdam, 1908. 14 pagina’s. Omslagtitel: Aza.*

H.J. van der Leeuw-Langnese. Aza. [s.n.], Rotterdam, 1911-1915. 2 delen. De Koninklijke Bibliotheek meldt bij dit werk: “Aza bedeutet dass Vielseitiges darin vorkommt also van A. bis Z. und von Z. bis A. Das Buch strebt nach Weltfrieden als notwendige Folge von Staatseconomie, Technik und Liebe, usw”.

[H.J. van der Leeuw]. Wereldvredewenschen na den Wis- en Natuurkundigen Oorlog. Storm Lotz, Rotterdam, 1915. 8 pagina’s. Tweede vermeerderde druk.

Toch jammer dat de wereldleiders destijds te weinig oog hadden voor de geschriften van deze ziener.

* Een exemplaar van dit werk bevindt zich ook in het Gemeentearchief Rotterdam.

Sportgedichtenbloemlezing uit 1941

Door Bart FM Droog

Enkele dagen geleden dook NPE-medewerker Jaap van den Born de poëziebloemlezing Gerijmde en geteekende sport-spot. Honderd oud- en jong-Hollandsche gedichten op. Een werk dat in 1941 verscheen en waarvoor de samensteller – Chris Kras Kzn (pseudoniem van Jan Feith) – allerhande gedichten die ook maar iets met sport van doen hebben bijeenveegde. Van verzen van bekende klassieke dichters als Hendrik van Veldeke, Joost van den Vondel en Jacob Cats tot poëmen van modernen als Han G. Hoekstra en Hendrik de Vries. En van kwaliteits light verse van Charivarius tot tenenkrullende limericks uit sportverenigingsblaadjes.

Maar de gedichten in dit werk zijn eigenlijk het minst interessant. Veel boeiender zijn de namen van de dichters en de verhalen die erachter verborgen liggen. Zo bevat het werk van Elizabeth du Quesne-van Gogh (1859-1936), de dichtende zus van kunstschilder Vincent van Gogh.

En verzen van Eddy Holdert (1885-1958). Hij was niet alleen jarenlang directeur van De Telegraaf maar was en is absolute topscorer in het Nederlandse voetbal, met 13 doelpunten in één match. Die maakte hij in  het seizoen 1903/1904, in een wedstrijd die – en dat is eveneens een tot op de dag van vandaag ongebroken record – in 25-0 eindigde.    
Lees verder >>

2014: Anton Korteweg-jaar

Door Bart FM Droog

Het jaar 2014 staat in het teken van een aantal dichters dat in dat jaar zeventig wordt of geworden zou zijn. Zo vieren we naast het grote J.A. Deelder-, het Johnny van Doorn-, het Gerrit Komrij– en het Ad Zuiderent-jaar in 2014 óók het grote Anton Korteweg-jaar.

Anton Korteweg is natuurlijk in de eerste plaats dichter. Maar hij was ook jarenlang (1986-2009) directeur van het Letterkundig Museum te ‘s-Gravenhage én is met ruim 160 jurylidmaatschappen – hoogstwaarschijnlijk – recordhouder literair juryzetelen.

Meer over hem op het nieuwe NPE-lemma:
 www.nederlandsepoezie.org/dichters/k/korteweg.html

Apartheid en de Nederlandse poëzie

Door Bart FM Droog

Het overlijden van Nelson Mandela deed me afvragen in hoeverre Apartheid de Nederlandse poëzie beïnvloed heeft. Je zou denken van: toch wel aanzienlijk, zoiets van 6.8 op de schaal van Stapel – dit gezien de taalverwantschap van het Afrikaans en het Nederlands en de historische banden tussen het voormalig wingewest van de V.O.C. en de staat die later bekend werd als Koninkrijk der Nederlanden.

Het gekke is dat er nauwelijks sporen zijn aan te treffen, op één bloemlezing na: Schrijvers tegen apartheid, (1980). De Zuid-Afrikaanse auteurs die in Nederland in ballingschap werkten, bleven in hun eigen taal werken, op één na: Vernie February (1938-2002), die sporadisch in het Nederlands schreef.

En je had natuurlijk ook de Nederlandse dichters die ten tijde van de apartheid in Zuid-Afrika woonden, zoals J. Greshoff (1888-1971) en  Jac. Braamse (1922-1987). De laatste joeg zich in 1981 in een ietwat depressieve bui een kogel door het lijf – maar of deze depressie veroorzaakt werd door het Apartheidsregime? Wie het weet mag het zeggen.

Leendert Witvliet

door Bart FM Droog

Vanochtend is het Leendert Witvliet-lemma op de Nederlandse Poëzie Encyclopedie voltooid. Witvliet (1936) is een van de weinige dichters die werk schrijft dat zowel door kinderen als door volwassenen geapprecieerd wordt. Hij stond aan de wieg van het dichtconcours voor jeugdigen Doe Maar Dicht Maar.

Ook behoorde Witvliet tot de tien dichters die in 1978 deelnamen aan het legendarische poëziefestival in De Postwagen te Tolbert. Naast hem traden daar H.H. ter Balkt (toen nog onder de naam Habakuk II de Balker), J. Bernlef, Fritzi Harmsen van Beek, Judith Herzberg, C.O. Jellema, Jan Kooistra,  Rutger Kopland, Bert Schierbeek en Leo Vroman op.

Terug naar 2013. Voor de lemma’s over zijn bundels voor volwassenen heeft Witvliet uit elk boek één gedicht gekozen. De poëmen zijn te lezen op onderstaande pagina’s (klik op de titels).

Nooit genoeg voor een brief (1982)
Sterrekers (1984)
Misschien heet ze niet Suzan (1989)
Verstrooid bericht (1990)
Een nieuw pandje (1992)
Lees verder >>

Vernielzucht in archiefland – met update

KB behoudt bestaande URL’s!

Door Bart FM Droog 

Verontrustende berichten uit archiefland. Zo is het NIOD bezig het archief om te nummeren. Met als gevolg dat alle verwijzingen in bestaande boeken en onderzoeken naar NIOD-archiefmateriaal waardeloos worden. Dit betekent ook dat  tenminste één onderzoeker het hele notenapparaat in zijn binnenkort te verschijnen proefschrift zal moeten herzien.

Ook bij de Koninklijke Bibliotheek lijkt het vernielvirus te heersen. Wie het online Historisch Krantenarchief op http://kranten.kb.nl/ bezoekt krijgt dit te zien:

Mededeling

De kranten op deze website zijn nu ook beschikbaar in Delpher. In Delpher vindt u ruim 1 miljoen gedigitaliseerde Nederlandse boeken, kranten en tijdschriften. Hiermee is Delpher een goudmijn voor onderzoek en ontdekking.

Begin 2014 zal kranten.kb.nl ophouden te bestaan.

Lees verder >>

Holland had talent, ook in 1943

Door Bart FM Droog

Een persbericht over een gedichtenwedstrijd deed me denken aan een eerdere talentenjacht, de poëziewedstrijd Het jonge hart – in 1943 op instigatie van het Departement voor Volksvoorlichting en Kunsten uitgeroepen door de Nederlandsche Omroep. Volgens het ANP – maar hoe betrouwbaar was dat in 1943? – stuurden jonge poëten 1500 gedichten in. De ‘beste’ gedichten werden in een bloemlezing afgedrukt.

Het jonge hart zal niet de eerste poëziewedstrijd zijn geweest – wel de eerste die een maximum aan publiciteit genereerde. Want de kranten moésten er over berichten. Maar daar gaat het niet om. Want. In een recensie* van de wedstrijdanthologie schreef G.H. ‘s-Gravesande over de dichter wiens gedichten hem het meest bekoorden, Eb. van de Beld: “Zou hij zonder dezen oproep [i.e.: de oproep tot deelname aan de wedstrijd] ook niet zoo ver gekomen zijn?”**
Lees verder >>

Astro- en kosmoneuten

Door Bart FM Droog

Bij het samenstellen van het overzicht van in 1969 verschenen oorspronkelijk Nederlandstalige dichtbundels trof ik één werk dat verwees naar de maanlanding, elders dat jaar. Het was het boek De astronaut. Gedichten (Heideland, Hasselt) van de Vlaamse dichter Hedwig Speliers.

Bij het noteren van de titel tikte ik per ongeluk: ‘astroneut’. Ik zag het en dacht: da’s grappig, ‘astroneut’, een ander woord voor dronken astronaut.

Ook op de Zwangerschapspagina over Irritante reclames (d.d. 13 augustus j.l) is sprake van een astroneut:

Of dat die man helemaal ingepakt als een astroneut schimmel weg gaat halen want volgens zijn moeder kan dat ook met uierzalf.”

Vandaag reed ik over de A 28, van Lichtmis naar Hoogeveen. Hoogeveen lijkt, zoals ieder weet, als twee druppels water op de Russische stad Chelyabinsk, waar eerder dit jaar een meteoriet zou zijn geëxplodeerd. Maar… was het een meteoriet of een uit de koers geslagen Russische raket, bestuurd door een kosmoneut?

Ik weet – in deze tijd van korzel tussen Rus en Kaaskop is het niet wijs om hierop te wijzen. Maar omdat morgen het Onze Taal-congres in Breda een oekaze doet uitgaan over Het Woord van het Jaar kan ik het niet laten de congresgangers te informeren over deze tot dusverre bijkans onopgemerkte neologismen.

Adopteer een dichter

Het werk aan de Nederlandse Pöezie Encyclopedie vergt veel tijd, dus geld. Vandaar dat vandaag een nieuwe crowdfund*-actie van start is gegaan, getiteld ‘Adopteer een dichter’.

Hoe werkt het?

Vanaf € 50 euro kan men een dichter adopteren. De naam van de  donateur komt op het lemma te staan, bij “deze pagina is mede-mogelijk gemaakt door …”.

De productiekosten voor een lemma variëren per dichter. Daarom volgen we bij de adoptie de volgende procedure. Stuur een mail naar droog@nederlandsepoezie.org over welke dichter(s) u wilt adopteren en het bedrag dat u wilt bijdragen. U krijgt dan bericht over de betalingsprocedure en uitsluitsel over de productiedatum.
Lees verder >>

Nederlandse Poëzie Encyclopedie-nieuws

Door Bart FM Droog

Terwijl een oud-geheime dienstdirecteur in een talkshow als dichter uit de kast komt en de eerste najaarsstorm drie doden kostte, wordt in de redactiekantoren van de NPE stug doorgewerkt aan de overzichten van de jaarlijkse reguliere dichtbundelproductie vanaf 1900.

Zo zijn we deze week in de jaren 1961-1965 beland. Door eerst in de catalogus van het Poëziecentrum Gent op achtereenvolgens jaartallen 1961, 1962 etcetera te zoeken, het zoekproces daarna per jaar te herhalen in de catalogus van de Koninklijke Bibliotheek Den Haag, maar dan met de achtereenvolgende zoeksleutels ‘gedichten’, ‘verzen’ en ‘sonnetten’, krijgen we een eerste indicatie van het jaarlijkse bundelaantal.

Lees verder >>

Lofdicht op de premier

Door Bart FM Droog

Bijna honderd jaar geleden stierf W.R. Hora Adema (1847-1915), ‘wiskunstige’ en dichter. In die laatste hoedanigheid publiceerde hij meerdere bundels die vooral verrassen door hun titels:

“Dichterlijk Oranje-hulde”, aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal, naar aanleiding van het wetsontwerp ter instelling van landbouwraden, 19 Augustus 1903. W.R. Hora Adema [= eigen beheer], Apeldoorn, 1903.

Concept-reglement voor de stichting van een Prins Hendrik-park te Deventer, en milliarden-studie, in 26 sonnetten, voor de Koloniale Landbouw-Tentoonstelling te Deventer Juli, 1912. F.J. de Nooij, [Apeldoorn], 1912. 25p.

En zijn gedichten zijn… vreemd. Neem onderstaande gedicht, een lofzang op minister-president Abraham Kuyper, uit de bundel uit 1903. Voor wie het niet weet: Kuyper had met harde hand een einde gemaakt aan de spoorwegstaking. Honderdendrie exemplaren van dit boek stelde Hora Adema ter beschikking aan de griffier van de toen honderdkoppige Tweede Kamer. De bundel was bekostigd uit crowdfunding (dat bestond ook toen al):

Hulde aan Kuyper, die met wijs beleid

Optrad in deze tijden van geweld,
En met voorzienende voorzichtigheid
Een einde maakte, langs het spoortreinveld,
Aan werkstakingen in gansch Nederland,
Door maatregelen van gestreng gezag,
Bestuurd door een onwrikbaar vaste hand
Ter handhaving van de Oranjevlag.