Tag: Nederlandse Poëzie Encyclopedie

Armand (1946-2015)

Door Bart FM Droog

De NOS bericht dat popzanger Armand gisteravond, donderdag 19 november 2015, in een ziekenhuis te Eindhoven overleden is. Hij was al geruime tijd ziek. Armand is 69 jaar geworden.

Armand  maakte eind jaren zestig van de vorige eeuw furore als Nederlandstalig protestzanger, tekstschrijver en componist van liedjes als ‘Ben ik te min’ en ‘Wat het klootjesvolk wil weten’. Later was hij vooral bekend als pleitbezorger voor de legalisatie van softdrugs.


Lees verder >>

Het Lied der Geuzen

Door Bart FM Droog

Iedereen kent het Geuzenliedboek. De ouderen onder ons kennen het uit de Tachtigjarige Oorlog, en de jongste generatie heeft natuurlijk genoten van de rebelse verzen die in het Geuzenliedboek 1940-1945 staan afgedrukt. Maar dat er ook een nationaal-socialistisch Geuzenliedboek heeft bestaan, dát is velen ontgaan.

Ik heb het over Het Lied der Geuzen, een bloemlezing die in 1942 bij uitgeverij Lannoo te Tielt verscheen. De samensteller, de declamator Antoon van der Plaetse (1903-1973), koos uit de Nederlandse en Afrikaanse poëzie van toen en eerder, waarbij hij een groot aantal gedichten van een beperkt aantal collaborerende dichters uit Noord en Zuid mengde met enkele verzen van onnozele poëten als Anton van Duinkerken, Guido Gezelle, Paul van Ostaijen, A. Roland Holst en Albert Verwey.

Dit tot grote vreugde van A.F. Mirande, die in het  eveneens collaborerende Nationale Dagblad (op 22 augustus 1942) jubelde dat de gedichten in dit boek ‘bijna alle sterk en bewogen’ zijn. Hij besloot zijn bespreking met deze ontroerende mededeling: “De Vlamingen, onze strijdende Zuidelijke broeders, zingen het lied van Groot-Nederland. Beschaamd hebben wij te erkennen, dat wij ontzaglijk veel van hen kunnen leren.”

Klaas Woudt (1923-2012)

door Bart FM Droog

Bij het lopende NPE-onderzoek naar publicaties in 1945 kwam vandaag aan het licht dat de legendarische Zaanse drukker, uitgever, publicist en dichter Klaas Woudt (1923) op 19 december 2012 overleden is – nieuws dat op de een of andere manier niet in het landelijk nieuws is gekomen.

Klaas en Mart Woudt, detail van tekening (1943) door Gerrit N. Woudt. 

Klaas Woudt, telg uit een drukkersgeslacht, begon in oorlog met het drukken en uitgeven van clandestiene werken. Met o.a. zijn zus Martine (‘Mart’, 1920-1967) en  Anton (Ton) Oosterhuis (1925) richtte hij in 1944 het tijdschrift Zaans Groen op.  Hij had zitting in de redactieraad van het tijdschrift Podium en hij was de eerste uitgever van Serpentina’s Petticoat, het debuut van  Jan Wolkers.

Lees verder >>

De dichtbundelproductie 1930-1939

Door Bart FM Droog

Vroeger was bijna alles beter. Vooral in de jaren dertig – ik weet het nog goed. Toegegeven, er was wat gemor onder het werkvolk, wat gedonder buiten de Kaas- en Wafellandse grenzen, wat gemuit in de koloniën en in de sporterij werd aanzienlijk trager gelopen en gezwommen dan nu. Maar dat zijn slechts voetnoten bij het grote verhaal dat zich op deze pagina’s ontvouwt: de jaaroverzichten 1930-1939 van de Nederlandse Poëzie Encyclopedie (NPE).

1930: 70 dichtbundels (16 debuten), 7 bloemlezingen
1931: 48 dichtbundels (13 debuten), 7 bloemlezingen
1932: 56 dichtbundels (18 debuten), 7 bloemlezingen
1933: 53 dichtbundels (16 debuten), 10 bloemlezingen
1934: 69 dichtbundels (14 debuten), 11 bloemlezingen
1935: 60 dichtbundels (18 debuten), 15 bloemlezingen
1936: 81 dichtbundels (27 debuten), 18 bloemlezingen
1937: 86 dichtbundels (13 debuten), 22 bloemlezingen
1938: 102 dichtbundels (22 debuten), 25 bloemlezingen
1939: 83 dichtbundels (16 debuten), 23 bloemlezingen

Klik op de jaartallen voor de details. Of gebruik de zoekpagina op de NPE-site.

Poëziedozen

Door Bart FM Droog

In 1938 bracht uitgeverij Bosch & Keuning Een schat van schoonheid uit. Deze bestond uit een doos met tien bloemlezinkjes uit het werk van 16e-18e eeuwse Nederlandse dichters. Die bloemlezingen waren in de voorgaande jaren verschenen als deeltjes in de succesvolle Libellen-serie. De prijs voor de doos bedroeg destijds fl. 3,50, wat omgerekend naar 2015 ongeveer € 33,41 zou zijn.

Nu, bijna tachtig jaar later, staat een nieuwe poëziedoos op punt van verschijning. Uitgeverij Passage hoopt binnenkort, bij voldoende inschrijvingen, ‘De doos van Passage’  uit te brengen, Deze bestaat uit een cassette met tien bundels. Waarvan één, Ik proef iets wat bedorven is – hekeldichten, een bloemlezing is en de andere nieuwe dichtwerken zijn. En wel van Daniël Dee, Paul Gellings, Karel ten Haaf, Renée Luth, Ronald Ohlsen, Diana Ozon, Pauline Sparreboom, Irene Wiersma en Willem Jan van Wijk. De prijs bedraagt € 90,00. Omgerekend naar 1938 zou dat op circa fl. 9,42 en een halve cent neerkomen.

Bestellen kan hier: www.uitgeverijpassage.nl/content/view/404/56/

Lees verder >>

Nine van der Schaaf (1882-1973) van dienstmeisje tot dichter

En: de vloek van Venema

Door Bart FM Droog

Nieuw op de Nederlandse Poëzie Encyclopedie (NPE): het lemma over Nine van der Schaaf. Ze was een van de weinige vrouwen die, vooral dankzij Albert Verwey en diens vrouw Kitty Verwey-van Vloten, zich van dienstmeisje tot dichter en prozaïst kon ontwikkelen. Zie: www.nederlandsepoezie.org/
dichters/s/schaaf.html

Haar werk en vooral haar gedichten, die nog steeds verrassend eigentijds overkomen, zijn ietwat in de vergetelheid geraakt.

Lees verder >>

Hans Vaders (66) overleden

door Bart FM Droog


Hans Vaders (Den Haag, 1949) is op woensdag 15 juli 2015 op 66-jarige leeftijd overleden op Curaçao, zo bericht uitgeverij In de Knipscheer. Vaders was neerlandicus en vooral bekend als journalist, schrijver en dichter, en in een langer verleden ook als docent Nederlands op Curaçao. Eind juni werd Hans Vaders opgenomen in het ziekenhuis en hij raakte in de nacht van 14 op 15 juli in een coma, waaruit hij niet meer ontwaakte.

Hans Vaders studeerde Nederlands aan de Vrije Universiteit van Amsterdam. Op Curaçao heeft hij de functies van verslaggever, columnist, hoofd- en eindredacteur bij verschillende kranten bekleed, waaronder Beurs-en Nieuwsberichten, Amigoe, het Antilliaans Dagblad en de Curaçaosche Courant. De afgelopen jaren was Vaders eindredacteur van de Ñapa, de weekendbijlage van ochtendkrant Amigoe, en columnist bij de Knipselkrant.

Als hoofdredacteur van de Curaçaosche Courant wist hij in 1988 en 1989 de door hem bewonderde auteur Boeli van Leeuwen te strikken voor het schrijven van een wekelijkse column, die in 1990 zouden worden gebundeld tot Boeli van Leeuwens meest succesvolle boek Geniale anarchie.

Vanaf 2001 manifesteerde hij zich ook zelf als veelzijdig auteur en schreef hij verschillende boeken, waaronder Otrobanda. Berichten van de overkant, Terug tot Tovar, Tropische winters en samen met beeldend kunstenaar Herman van Bergen Kate Moss in Mahaai, alle vier verschenen bij uitgeverij In de Knipscheer.

Michiel van Kempen roemde de verhalen in Vaders’ prozabundel Otrobanda als ‘juweeltjes van beschrijvingskunst’ en: ‘Als stadsschrijver moet Tip Marugg zijn meerdere erkennen in Hans Vaders’.

Het hier afgebeelde portret is gemaakt door zijn vriend Herman van Bergen en staat op de omslag van Terug tot Tovar (2012)


Kees van Duinen – ‘Tegen de ruit’

[ingezonden mededeling]
65 Jaar geleden, op 8 maart 1950, overleed, 42 jaar oud, de Groninger dichter Kees van Duinen (1907-1950). Hij was de dichter van één bundel, De trap (Bosch & Keuning, Baarn, 1951; 2de druk 1952).

Op vrijdag 6 maart 2015 verschijnt de derde druk in een geheel nieuwe samenstelling, , aangevuld met vijftien onbekende gedichten, onder de titel Tegen de ruit(uitgeverij Tiem, Baarn, € 19,90).

Hans Werkman schreef voor dit boek een levensschets van Kees van Duinen. Het gaat daarin onder meer over Van Duinens leven in de stad Groningen en na 1947 in Zuidlaren, over zijn plaats in de Groninger culturele wereld van Wob Meijer (Wolf Meesters), Lidy van Eijsselsteijn, Ido Keekstra, Max Hoekzema en Anne de Vries.


Ook komen aan de orde: zijn werkkring bij Bouma’s Boekhuis en uitgeverij Niemeijer, 
de vernietiging van zijn bibliotheek in 1945 bij de bevrijding van de stad Groningen en zijn moeizame lidmaatschap van de gereformeerd-vrijgemaakte kerk.
De tweede helft van het boek bestaat uit zestig gedichten. Vaak zijn deze gedichten gestempeld door angst en eenzaamheid, maar er zijn ook momenten van overgave aan God.

Het boek wordt op vrijdagavond 6 maart a.s. gepresenteerd in BoekhandelRiemer, Nieuwe Ebbingestraat 1, Groningen (parkeren Turfsingel). Inloop 19.30 uur, aanvang 20.00 uur.

Indien mogelijk van tevoren aanmelden bij: boekhandel@riemer.nl, tel. 050-3134041.

Lees verder >>

Sonnettenkrans met acrostichon

Door Bart FM Droog

En: echte en valse sonnettenkransen

Vandaag is de Poëzieweek uitgebroken. Wie voor € 12,50 aan poëzie bij de warme boekhandel inslaat krijgt een sonnettenkransje gratis. Een wát? Een sonnettenkrans, dat is de

“Aanduiding voor een bepaald soort sonnettencyclus van Italiaanse oorsprong. Ze is gebaseerd op het principe van de concatenatio en wordt gevormd door vijftien sonnetten. De beginregel van het tweede sonnet is gelijk aan de slotregel van de eerste, de slotregel van het tweede is gelijk aan de beginregel van het derde sonnet, enz. Het vijftiende sonnet (zgn. meestersonnet) bestaat uit de beginregels van de veertien eraan voorafgaande sonnetten.”

Sonnettenkransen duiken in de Nederlandse taal op vanaf het begin van de 17de eeuw: bij een kleine speurtocht ontdekte ik dat  Simon van Beaumont (1574-1654)  of de Zuid-Nederlandse Justus de Harduwijn (1582-1636) aanspraak kunnen maken op de betiteling ‘eerste Nederlandstalige sonnettenkransbakker’. Kunnen, want het is goed mogelijk dat er andere, mij niet bekende voorgangers waren.

In ieder geval zijn hebben na deze twee tientallen andere bakkers sonnetten in het beslag gegooid en in de ovens der poëzie geschoven; zo kokkerelden óók H.J.A.M. Schaepman (1844-1903), Julius Sabbe (1846-1910), René de Clercq (1877-1932), Alfred Hegenscheidt (1866-1964), Jeanne Reyneke van Stuwe (1874-1951), Martien Beversluis (1894-1966), Karel van Dorp (1900-1961), F.L. Bastet (1926-2008)  (wie kent ze niet?) en vele anderen onvergetelijke sonnettenkransen.

In 2008 publiceerde Frank van Pamelen de bundel IKEA en andere verzen (Nijgh & Van Ditmar). In dat boek staat een als-een-trein-lopende en uiterst hilarische sonnettenkrans, waarvan de titel ‘Gisterenmorgen’ ook nog eens een basalt-woord is en waarvan de beginletter van de eerste regel van elk sonnet de titel vormen – waarmee het dus óók een acrostichon is.

Díe sonnettenkrans is vandaag online geplaatst op het NPE-lemma over het boek. Zie:
www.nederlandsepoezie.org/jl/2008/pamelen_ikea_en_andere_verzen.html

Ben erg benieuwd of de bakker van het sonnettenkranspoëzieweekgeschenk 2015, Ilja Leonard Pfeijffer, dit meesterwerk weet te overtreffen. Er is maar één manier om daar achter te komen – door naar de boekhandel te snellen en poëzie aan te schaffen.
Lees verder >>

Nederlandstalige poëzie uit de Eerste Wereldoorlog (2)

Door Bart FM Droog

Herinnering weggevaagd door Tweede Wereldoorlog

De oorlog die van 1940-1945 in onze contreien woedde, veroorzaakte zo mogelijk nog méér leed dan die van 1914-1918. Dat bracht met zich mee dat ook in de literatuur de aandacht zich op 1940-1945 (en in andere landen 1939-1945) richtte. Toch verdween de Eerste Wereldoorlog nooit helemaal uit beeld, omdat in landen als Engeland, Frankrijk en België het aantal militaire slachtoffers in 1914-1918 significant hoger lag dan in 1940-1945.

Dichters

De meeste Nederlandstaligen waren in 1914-1918 geen militair. Het gros van de Nederlandstalige Eerste Wereldoorlogsgedichten is dan ook buiten de loopgraven geschreven. Bij bekende én onbekende Vlaamse en Nederlandse dichters. Eén van hen was Hermanus van Sijn (1853-1930). Hij was de huisdichter van het Geïllustreerd Volksblad voor Nederlanden, volgens de schrijvers van het voorwoord in zijn postuum verschenen bundel Bereid den vrede (1931), een ‘rond-eerlijken pacifist en fellen oorlogshater.’

Twee dagen na de Duitse inval in België, op 6 augustus 1914, publiceerde hij het – voor zover mij bekend – vroegste Nederlandstalige Eerste Wereldoorlogsgedicht:

OORLOG

Vervloekt zij de Oorlog,

                          op alle wijs.
Die menschen maakt tot
                          kanonnenspijs;
Vervloekt zij de Oorlog,
                          driewerf vervloekt,
Die in ellende
                          zijn lauw’ren zoekt!

Heet dàt Beschaving,
                          Humaniteit,
Die heel Euroop naar
                          den afgrond leidt?
Heeft àl dat “kunnen”
                          ’t zóó ver gebracht,
Dat door die grootheid
                          verderf ons wacht?

Wèl mocht gij stichten,
                          o, Vorstenschaar!
’t Paleis des Vredes…
                          Eén somb’re maar
Doortrilt heel de aarde
                          en schreit het uit:
Wie van U doofde
                          de lont bij ’t kruit!?

H. van Sijn.

Lees verder >>