Tag: Neder-L

Neerlandistiek. Een openingstoespraak

Taal is niet schaars
Illustratie: M. van Oostendorp

Taal is nooit schaars en daardoor onttrekt ze zich aan alle wetten van de economie. Of je nu een gedicht schrijft of óver een gedicht schrijft, of je nu staat te schelden of staat te oreren, altijd gebruik je materiaal dat niets kost. En als Ard van der Steur een woord gebruikt, betekent dat niet dat Adri van der Heijden voortaan meer moet betalen voor gebruik van hetzelfde woord.

Er zijn constructies bedacht om mensen toch te laten betalen voor taal of beter gezegd voor de toegang tot taal: het auteursrecht, bijvoorbeeld, en het leenrecht. Die stellen uitzonderlijke taalgebruikers (schrijvers, journalisten) hun gratis materiaal te rangschikken en daar dan toch voor betaald te krijgen. Er zouden andere manieren zijn om dat te doen – die schrijvers een maandelijkse toelage van de overheid geven, bijvoorbeeld –, maar we geven er kennelijk de voorkeur aan om op deze manier de wetten van de vrije markt te imiteren voor taal.

De vraag is of die wetten ook moeten gelden voor degenen die de taal en de letteren bestuderen en dáár dan over schrijven. Wij krijgen immers over het algemeen wél zo’n maandelijkse toelage, we zijn immers in dienst als onderzoekers. Als het dan te taalcommunistisch is om te willen dat alle taal gratis is, dan toch minstens die meta-taal die wij maken.

Initiatieven

Vanuit dat ideaal zijn er in de afgelopen decennia al verschillende initiatieven geweest. Al in de vroege jaren negentig begon de Nijmeegse neerlandicus Ben Salemans met zijn elektronische nieuwsbrief Neder-L die de afgelopen jaren door een groep anderen is voortgezet als weblog. En aan het begin van dit millennium namen Matthias Hüning en Johan Koppenol het initiatief tot Neerlandistiek.nl, dat de geschiedenis in zal gaan als het eerste peer reviewed, open access tijdschrift in ons vak.

Het nieuwe Neerlandistiek wil een voortzetting zijn van die initiatieven. De eerste stappen daarvoor zijn nu gezet: het oude Neder-L is opgegaan in Neerlandistiek, met medeneming van alle archieven van in ieder geval de periode van het weblog. Alle oude artikelen van het oude Neerlandistiek.nl zijn hier bovendien ook te vinden.
Dit alles draait op de servers van het Meertens Instituut in Amsterdam en wordt door onderzoekers zelf gedraaid.

Gemeenschap

Onze ambities zijn hiermee nog niet uitgeput. We willen naast de vrijplaats van het weblog ook graag voorzieningen terug voor meer wetenschappelijke publicaties. Wanneer zich een jonge ambitieuze redactie meldt kan dat gebeuren in de vorm van een herleving van het oude Neerlandistiek.nl; maar we denken ook aan het inrichten van een archief voor al dan niet eerder gepubliceerde wetenschappelijke manuscripten.

Ons belangrijkste doel is: te proberen de gemeenschap van neerlandici – of die nu aan de universiteiten werken, op school, in een tekstbureau, bij een uitgever of elders – elektronisch bij elkaar te brengen en bij elkaar te houden. Er is genoeg dat er iedere dag gebeurt en dat interessant is voor de leden van die gemeenschap. Dat willen we laten zien: dat niet alleen de taal niet schaars is, maar dat ook degenen die zich er iedere dag in verdiepen dat niet zijn.


De komende dagen en weken zal er nog af en toe wat veranderen (verbeteren) aan Neerlandistiek; feedback is natuurlijk welkom. De archieven van Neder-L zijn in hun geheel ingelezen. Plaatjes zijn daarbij niet meegekomen; waar dit essentieel is, zal dit worden hersteld.

Neerlandistiek wordt technisch ondersteund door het Meertens Instituut (KNAW). Het logo is mogelijk gemaakt door financiële steun van de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde.

Opdat de neerlandistiek gratis blijve!

Door Marc van Oostendorp


Dat was wel even onaangenaam wakker worden, vanochtend. Normaliter drink ik eerst een kop thee (koffie mag niet want mijn vrouw wordt wakker van het espresso-apparaat) en begin dan de dag met Neder-L: eerst lezen wat de collega’s allemaal hebben gedaan, dan mijn eigen stukje tikken.

Maar vanochtend schrok ik me rot. Midden in de nacht blijkt Peter-Arno Coppen een coup te hebben uitgevoerd: lees zijn stukje hier.

Mijn ideaal met Neder-L was altijd: een gratis forum voor alle neerlandici bieden: discussie, vermaak, nieuws. Gezamelijk aan elkaar én aan de buitenwereld laten zien wat een rijk vak we hebben, hoeveel erin gebeurt, dat er iedere dag wel weer iets nieuws te beleven is.

Lees verder >>

Neder-L volgen

Het einde van het kalenderjaar nadert – een jaar waarin we u gemiddeld bijna 100 berichten per maand brachten. U kunt ons volgen via het weblog, maar ook via e-mail (zie de rechterkolom van het weblog), via Twitter en via Facebook. Ook houden we een YouTube-kanaal bij met video’s die mogelijk interessant zijn voor neerlandici in het onderwijs.

Het werk aan Neder-L is ongesubsidieerd en daardoor volkomen onafhankelijk en open access. Het is een publicatievorm voor academici waar wij in geloven. We denken dat dit ook in het afgelopen jaar zijn nut heeft bewezen, bijvoorbeeld doordat het een onafhankelijk platform kon zijn voor allerlei discussies, zowel over inhoud als over structuren.

We stellen commentaar – vooral op wat er beter kan – altijd op prijs, bijvoorbeeld via e-mail. We zien dit weblog het liefst als een gezamenlijk product van de gemeenschap van neerlandici in Nederland, Vlaanderen en daarbuiten.

Redacteuren gezocht

Door Marc van Oostendorp


Neder-L wordt al 23 jaar goed gelezen. Het is ooit begonnen als een elektronische rondzendlijst en de afgelopen jaren uitgegroeid tot hét elektronische tijdschrift voor de neerlandistiek.

Vanwege de hernieuwde grote groei in belangstelling van de afgelopen maanden en omdat sommige medewerkers inmiddels een drukke baan hebben gevonden. Ben je neerlandicus of student Nederland – waar dan ook ter wereld – en wil je helpen met redactie, eindredactie, techniek? Met het indammen of uitbreiden van de stroom berichten? Meld je bij redactie.nederl@gmail.com, en we zien wat we kunnen doen.

Let op: Neder-L is al 23 jaar onafhankelijk; er heeft nog nooit iemand een cent aan verdiend. Wij bieden dus geen salaris.

Goede voornemens!

De redactie van Neder-L is voortdurend op zoek naar al dan niet gediplomeerde neerlandici om de, overigens behoorlijk anarchistisch georganiseerde en door niets of niemand betaalde, redactie te komen versterken. Heb je zin om af en toe, of heel vaak, berichten te plaatsen op ons weblog op het gebied van de neerlandistiek (nieuwsberichten, aankondigingen, recensies, opinies)? Heb je het idee dat jouw deel van het vakgebied of het taalgebied ondervertegenwoordigd is? Meld je bij de redactie met een korte beschrijving van hoe je zou kunnen bijdragen. Wie weet verschijnt jouw bericht dan ook binnenkort op dit weblog.

Mijn 1001e ochtend

Door Marc van Oostendorp


Het was mijn plan om duizend-en-een stukjes op Neder-L te schrijven: de Sheherazade van de neerlandistiek worden!

Dat doel is met dit stukje bereikt. Wat nu?

Een weblogger is een straatmuzikant. Je zit ergens op de hoek van een straat te spelen, de hele tijd komen mensen voorbij die niet om jou gevraagd hebben, die al dan niet kennisnemen van wat je doet, en die weer doorlopen. Soms begint er een puistige puber op zijn manier mee te fluiten, soms klapt een oude, wat verwarde, heer beleefd in zijn handen; meestal sta je te toeteren voor een hoed waar je zelf maar wat munten in hebt gegooid.

Maar de overeenkomst is vooral: je staat permanent op straat te kijk.
Lees verder >>

Weblog, clubgevoel en onrust.

Door Marc van Oostendorp

Goed nieuws, gisteren: de Tweede Kamer heeft bepaald dat de eindexamens voortaan niet meer alleen beoordeeld moeten worden door het College voor Examens, dat de controle achteraf tot nu toe deed terwijl het zelf ook vooraf verantwoordelijk was voor die examens. Daar komt nu dus als het goed is een einde aan. Hopelijk gaat dat de kwaliteit van de examens verbeteren.

Een van de aanleidingen die de motie van Kamerlid Tanja Jadnanansing noemt, is de ‘commotie’ die vorig jaar is ontstaan ‘rond bepaalde examens’. Hoewel er vorig jaar ineens van alles borrelde op een groot aantal plaatsen, is die commotie minstens voor een deel hier, op Neder-L ontstaan. (Zo dacht in ieder geval het Colleges voor Examens erover toen ze mij en enkele andere onruststokers vorig jaar op het matje riepen en daar woedende dingen begon te schreeuwen over die onrust.)

Lees verder >>

Drie hoeraatjes voor Willem Kuiper

Door Marc van Oostendorp


Helaas kan ik er niet bij zijn, als Willem Kuiper vanmiddag in Utrecht geëerd wordt en een boek overhandigd krijgt. Willem is misschien wel de pionier van de neerlandistiek op het internet. Hij is tegelijkertijd een zeer consciëntieuze geleerde. En hij is ook nog eens een uiterst beminnelijk mens.

Willem zat al op internet toen jullie en ik nog respectievelijk met de rammelaar en de typemachine in de weer waren. Ergens eind jaren tachtig, begin jaren negentig moet hij al ontdekt hebben dat je meer met teksten kunt doen wanneer je ze eerst digitaliseert, en hij heeft dat voortvarend aangepakt.

Ik ontmoette hem in de zomer van 1996, in bierproeflokaal In de Wildeman in de Kolksteeg in Amsterdam. Het is daar binnen heel donker, en het bier was bruin, dus ik zou niet durven beweren dat ik veel gezien heb. Maar gezellig was het wel.

Lees verder >>

Redacteuren gezocht!

Neder-L is een elektronisch tijdschrift voor de neerlandistiek dat op een aantal verschillende manieren gelezen kan worden: via een weblog bijvoorbeeld, of via een dagelijkse gratis e-mail. Sinds het begin, in 1992, is Neder-L onafhankelijk van iedere vorm van subsidie. We zijn inmiddels hét informatieblad voor de neerlandistiek in brede zin.

Om te kunnen blijven groeien, zijn we doorlopend op zoek naar nieuwe medewerkers. Vooral hebben we behoefte aan mensen die nieuwsberichten willen opsporen en plaatsen: persberichten over promoties, nieuwe publicaties en opvallende en interessante gebeurtenissen in de neerlandistiek in brede zin, recensies van nieuwe boeken, aankondigingen van congressen, advertenties met vacatures, enzovoort.

Ook mensen die goede achtergrondartikelen kunnen schrijven, vooral over literatuurwetenschappelijke onderwerpen, zijn van harte welkom. Ook bijdragen buiten Nederland zijn meer dan welkom!

Neder-L heeft geen inkomsten en kan dus op dit moment ook niets bieden behalve collegialiteit en de gelegenheid om een grote groep belangstellenden in de neerlandistiek in brede zin te bereiken. Bovendien krijgen bloggers bij ons, na een korte proefperiode, alle vrijheid. Voor studenten is het waarschijnlijk wel mogelijk om het werk de status te geven van een stage, natuurlijk in overleg met de onderwijsinstelling.

Hoe vaak zou je mee moeten bloggen? Zo vaak als je zint, al heeft het misschien niet veel zin om het minder dan één keer per maand te doen, en willen we onze lezers ook weer niet bijvoorbeeld meerdere berichten per uur voorschotelen. Maar ieder aantal tussen die extremen is welkom.

Meld je bij redactie.neder.l@gmail.com voor meer informatie!

Waarom populariseren? En wat?

Door Marc van Oostendorp

Nadat Peter-Arno Coppen tijdens de Grote Taaldag opriep tot meer lawaai rondom de populariseringsprijs van de Landelijke Onderzoeksschool Taalkunde, hebben verschillende bloggers erover geschreven.

Milfje Meulskens meldde bijvoorbeeld: ‘Een samenleving wordt rijker van kennis, dus ook van taalwetenschappelijke kennis. Het is zonde als je onderzoek binnen de uni blijft hangen.’ En Mark Dingemanse herhaalde: ‘We hebben allemaal intellectuele blinde vlekken. Voor wetenschappers is een van de manieren om daarvan af te komen: luisteren naar mensen buiten de academische kaasstolp.’

Er is in ieder geval, zeker de laatste jaren, een tamelijk uitgebreide infrastructuur van voorlichting over taal en taalkunde ontstaan. Ons land is al ruim 80 jaar gezegend met het fenomeen Onze Taal. De laatste jaren zijn daar allerlei weblogs en websites en stukjes in de krant en sinds kort een radio-programma bij gekomen.

Er valt desalniettemin nog van alles te wensen.
Lees verder >>

Gezocht: Bloggers voor Neder-L

Neder-L bestaat dit jaar twintig jaar als elektronisch tijdschrift voor de neerlandistiek, maar maakt de laatste maanden ineens een sterke groei door als weblog: die groei geldt zowel het aantal berichten als het aantal bezoekers. Het eerste is in het afgelopen jaar verdubbeld, het tweede ongeveer verachtvoudigd.

Om te kunnen blijven groeien, zijn we doorlopend op zoek naar nieuwe medewerkers. Vooral hebben we behoefte aan mensen die nieuwsberichten willen opsporen en plaatsen: persberichten over promoties, nieuwe publicaties en opvallende en interessante gebeurtenissen in de neerlandistiek in brede zin, recensies van nieuwe boeken, aankondigingen van congressen, advertenties met vacatures, enzovoort.

Neder-L heeft geen inkomsten en kan dus op dit moment ook niets bieden behalve collegialiteit en de gelegenheid om een grote groep belangstellenden in de neerlandistiek in brede zin te bereiken. Voor studenten is het waarschijnlijk wel mogelijk om het werk de status te geven van een stage, natuurlijk in overleg met de onderwijsinstelling.

Hoe vaak zou je mee moeten bloggen? Zo vaak als je zint, al heeft het misschien niet veel zin om het minder dan één keer per maand te doen, en willen we onze lezers ook weer niet bijvoorbeeld meerdere berichten per uur voorschotelen. Maar ieder aantal tussen die extremen is welkom.

Meld je bij redactie.neder.l@gmail.com of marc.vanoostendorp@gmail.com voor meer informatie. We hopen je snel te kunnen begroeten!

Is er nog wat gebeurd in de wereld tijdens mijn afwezigheid? Nieuwjaarsrede over het Nederlandse weblog

Door Marc van Oostendorp

In het enigszins beduimelde geschiedenisboek van het Nederlandstalige Internet schrijven we 2003 bij als het jaar waarop het weblog doorbrak. Het bestond al een jaar of vijf, maar dit jaar werd het ineens door de websites van de grote media ontdekt als hét publicatiemedium van het internet: NRC Handelsblad begon aarzelend aan een weblog (door internetredacteur Marie-José Klaver, die er eerder op persoonlijke titel al een schreef) en de Volkskrant breidde de zijne uit. Wim de Bie maakte bekend dat zijn weblog op de website van de VPRO zo’n tachtigduizend bezoekers per dag trekt.

Hoe is het allemaal zover gekomen? Het weblog dat zich erop beriep ‘het eerste (soort van)’ te zijn, heette Alt0169 – naar de toetscombinatie die je op een Windows-computer moet indrukken om een copyright-teken te krijgen. Het werd vooral geschreven door een beeldend kunstenaar die zich soms de kolonel noemde, maar in het werkelijk leven Jeroen Bosch heet. Bosch begon zijn weblog in de zomer van 1999 en beëindigde hem, tot verdriet van een paar duizend lezers, drie jaar later, in de zomer van 2001.

Achteraf is Alt0169 makkelijk te classificeren als behorend tot de eerste generatie. Een belangrijk deel van de aantrekkingskracht bestond uit de vele, vele links naar alle uithoeken van het internet, waar de bizarste dingen te vinden bleken te zijn. Die kolonel moest dag en nacht aan het surfen zijn. Bovendien waren zijn stukjes goed en met ironie en taalgevoel geschreven. In de loop van een paar jaar creëerde hij een eigen jargon, met woorden als kneiter(goed voorbeeld), omkatten (vormgeving van een website veranderen) en het Utrechtse stadje U. Het was vaak ook behoorlijk flauw, of nee, hoe noem je dat, melig:

Tip van de dag: schrijf nooit naar huis, je bent er al.

Bonustip van de dag: als je dan toch naar huis wilt schrijven, mail dan. Scheelt een postzegel.

De kolonel bepaalde veel van de wetten van het nieuwe genre: de stukjes waren kort, de toon was opgeruimd, en er waren veel links. Maar zo bezien waren er al wat voorgangers geweest op het Nederlandstalige Internet, al publiceerden die niet per se op het web. Van 1995 tot 1998 stuurde de Internet-journalist Francisco van Jole elke werkdag een nieuwsbrief via e-mail de wereld in, de Daily Planet, die binnen enkele jaren enkele tienduizenden abonnees kreeg. Die nieuwsbrief was feitelijk een weblog via de e-mail. Van Jole is daarmee te zien als de feitelijke vader van het weblog wat dan meteen mooi de haatliefdeverhouding verklaart die alle Nederlandse webloggers met hem lijken te hebben.

Of Alt0169.com de allereerste was, valt niet meer na te gaan. Het was in ieder geval de eerste met een relatief groot succes (in de loop van zijn bestaan besteedden bijna alle landelijke kranten wel aandacht aan het verschijnsel weblog, en altijd werd Alt0169 erin genoemd). Het was ook al snel niet meer de enige. Bijvoorbeeld kwam het wat onbehouwener en puberale Retecool erbij, dat trouwens nog steeds welgemoed doorgaat met virtueel puberen en daarmee een interessante bron van hedendaags taalgebruik vormt:

Old Skool gamen blijft de bom. Thrustar (een slicke uitvoering van de C64 game thrust) heerst de pan uit.

Een andere vroege Nederlandse weblogger was Tonie van Ringelenstijn. Hij was, achteraf gezien, degene die vooropliep bij de feitelijke doorbraak van het weblog: degene die het weblog als journalistiek instrument ontdekte. Hij was student op een school voor de journalistiek en schreef in zijn vrije tijd zijn weblog vol met observaties over het nieuws. Als er iets gebeurde (11 september), en je wilde op internet achtergrondinformatie vinden, ging je eerst bij Tonie kijken omdat hij de beste bronnen al bij elkaar verzameld had. Hij was er dan ook dag en nacht mee bezig:

“Thuis gekomen na een bezoek aan een Utrechtse kroeg en een lange terugreis zou een normaal mens zijn nest opzoeken. (Dank aan Ton B. en Roland P. voor het bier en snel voedsel) Mijn eerste gedachte was is er nog wat gebeurd in de wereld tijdens mijn afwezigheid?”

Bij de tweede generatie webloggers – hoeveel generaties kun je proppen in vier jaar? Geduld! – werd het persoonlijke belangrijker, en de link minder belangrijk. Zij maakten weblogs die autonoom waren, weinig of geen direct verband hielden met de rest van het wereldwijde web. Je zou hun producten op een cd-rom kunnen zetten, of zelfs in een boek kunnen afdrukken, zonder dat daarmee veel verloren zou gaan behalve dan de actualiteit van het voortdurend bijgewerkte weblog. Soms waren dat soort weblogs volkomen onbegrijpelijk voor buitenstaanders, en soms gingen ze gebukt onder literaire pretenties. Webloggers van deze generatie schrijven hun dagboek op het internet, of produceren korte verhaaltjes. Een voorbeeld van de eerste categorie is Merel Roze; een voorbeeld van de tweede is – wederom – Francisco van Jole, die enkele jaren geleden de eerste fragmenten publiceerden van wat later zijn roman Blink zou worden, en nu bezig is (zij het niet erg frequent) met een serie over het ‘tv-loze’ bestaan, die misschien ook nog weleens uitmondt in een boek.

Overigens vallen in mijn ogen ook een aantal andersoortige weblogs onder deze generatie: weblogs die niet alleen weinig of geen links bevatten, maar ook weinig of geen tekst. Interessante (en tamelijk extreme) voorbeelden hiervan zijn Tekenlog, waarop de kunstenaar Marcel van Eeden elke dag een tekening plaatst, en de website van Thomas Schlijper, een persfotograaf die elke dag een fraaie foto publiceert die hij op die dag gemaakt heeft. Ook deze weblogs zijn autonoom, maar wel voortdurend bijgewerkt. De charme van een goed tweedegeneratieweblog zit er vooral in dat je het idee hebt dat je een ander mens van dag tot dag volgt.

Dat dit jaar er alweer een nieuwe generatie – de derde, maar hierna houd ik er dan ook echt mee op – zou opstaan, bleek toen Van Ringelenstijn begin dit jaar stopte met zijn privé-weblog omdat hij het te druk had en binnen enkele maanden opdook als — waarschijnlijk betaalde – weblogger van het tijdschrift Quote. (Ik geloof niet dat hij er nog langer actief is, trouwens.)

De derde generatie webloggers schrijft zijn weblogs namelijk voor geld, en op websites van traditionele media. Bij de VPRO heeft bijvoorbeeld niet alleen Wim de Bie een eigen weblog, maar ook Wim Brands, dichter en presentator van het radioprogramma De Avonden. De weblogs van de kranten heb ik hierboven al genoemd; een ander voorbeeld is dat sinds de verkiezingscampagne van begin dit jaar sommige politici verslag van hun werkzaamheden doen in de vorm van een weblog. Een voorbeeld is minister Zalm die, al sinds de vorige verkiezingen bijna elke werkdag verslag doet van zijn werk. Dat is niet altijd even meeslepende lectuur – maar dat een bewindsman z’n gedetailleerd inkijkje geeft in zijn doen en laten, heeft iets sympathieks, vind ik.

Ook ons aller staatssecretaris Annette Nijs van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen schrijft een weblog. Zij werd enkele maanden geleden scherp aangevallen op enkele inderdaad wat knullige typefouten; sindsdien heeft zij haar frequentie wat verlaagd en schijnen haar teksten gecorrigeerd te worden. Die correcties gaan dan in ieder geval niet over de wat onbeholpen schrijfstijl:

19 december

Deze week een hectische week achter de rug. Het plan voor Toelatingsbeleid was uitgelekt en dan staat er plotseling een cameraploeg van RTL Nieuws voor je neus. Een aantal commentaren van andere partijen, zoals de LSVb, waren al bekend, dus heb ik in lijn met het regeerakkoord een korte reactie gegeven.

Vandaag de Ministerraad achter de rug en kun kan ik er vrijuit over praten. De strekking van het plan is om een aantal experimenten uit te voeren […]

Met het uitlekken van dit plan zie je de reflex: kan niet, mag niet, toegankelijkheid komt in gevar. Logisch, aangezien dit onderwerp al jarenlang een taboe is in Nederland. Jammer, want in Nederland moeten we ook topkwaliteit kunnen leveren en het is mijn stellige overtuiging dat zoiets kan mét behoud van de toegankelijkheid.

De vraag is nu natuurlijk: waar is de wetenschap? Ook voor onderzoekers lijkt het weblog immers een prachtige medium te zijn: een manier om een dagelijks inkijkje te geven in je werk, om elke dag vanuit je eigen invalshoek commentaar te geven op het nieuws, om mogelijk een groep te bereiken die je er bijvoorbeeld van wilt overtuigen om bij je te komen studeren, of om je subsidie te geven.

In de zomer van 2004 vieren we de vijfde verjaardag van het Nederlandse weblog – zullen er rond die tijd ook neerlandistische weblogs bestaan? In de taalwetenschap bestaan er al een paar, in ieder geval in het buitenland. De fraaiste is ongetwijfeld Language Log, waarop een team van vooraanstaande Angelsaksische taalkundigen met heel verschillende specialisaties (mensen als Mark Liberman, Geoffrey Pullum en Sally Thomason) dagelijks speels en wervend laat zien hoe mooi en veelzijdig het vak is. Elke dag is er wel een aardige observatie, een kleine analyse, een poging om aan te tonen dat de New York Timesof Nature recentelijk taalkundige onzin hebben gedebiteerd.

Soms worden de berichtjes ook gebruikt om onderzoek te doen:

Hey fellow bloggers and assorted fans: a question, taking advantage of this wonderful tool called the internet. A question: can you identify for me languages that have neither 1) inflections nor 2) tones used to distinguish lexical items or encode grammar?

Wat zou het prachtig zijn als je zoiets ook had voor de neerlandistiek – een weblog waar je dagelijks berichten, oproepen en observaties vindt uit alle hoeken en gaten van het vak. Een soort Neder-L, maar dan van dag tot dag bijgehouden, met afbeeldingen van handschriften en syntactische analyses (en wat mij betreft komt er nog steeds twee keer in de maand dan een samenvatting voor de abonnees die een en ander via e-mail willen ontvangen). Die website wordt het dagboek van een kleine gemeenschap van vakgenoten, dat voorgoed laat zien hoe onterecht het is dat ons onderzoek zo weinig de krant haalt, en dat de lezer meesleurt in een interessante en aantrekkelijke manier om de wereld te bekijken: de onze. De vakgroep Nederlands die het aandurft om zo’n weblog te beginnen, voorspel ik een gouden toekomst.

Ondertussen op het Internet

Beste Ben,

“Iets meer dan een week geleden”, schreef ik in mijn eerste column voor Neder-L “opende NRC Handelsblad voor het eerst in zijn geschiedenis met een artikel over het Internet.”

Dat was in maart 1996. Zoals uit dit nummer blijkt, ben ik de enige columnist geweest die zelf stoutmoedig genoeg is geweest om zich aan jou op te dringen. Jij was toen al vier jaar bezig met Neder-L – dat toen nog geen website had, maar alleen via e-mail verstuurd werd – en ik kwam nog maar net kijken. Inmiddels leven we in een periode waarin het Internet alweer geen voorpaginanieuws meer is, maar tegelijk ook niet meer weg te denken is uit het leven van veel onderzoekers. Al is het maar vanwege e-mail. Ik ben inmiddels aan de veertigste aflevering van mijn column toegekomen. Een feit dat ik zo heugelijk vind dat ik binnen een half jaar drie verschillende nummers 40 gepubliceerd heb. (Eerdere nummers 40 waren: <http://www.neder-l.nl/bulletin/2001/12/011213.html> en <http://www.neder-l.nl/bulletin/2002/04/020433.html>.)

Inmiddels ben je tien jaar bezig, en is er behoorlijk wat veranderd. Bijvoorbeeld zijn allerlei onbevoegden zich gaan bemoeien met de spelling en het lidwoord van het woord ‘Internet’. (Ik heb je al jaren geleden beloofd deze zaak eens en voor altijd op te helderen in Neder-L.) Jij en ik en iedereen die er verstand van heeft schrijft al sinds jaar en dag ‘Internet’ en zes jaar geleden deed ook de NRC dat. ‘Internet’ is immers een eigennaam. Zo. Tot op een bepaald moment iemand bedacht dat ‘Internet’ net zoiets is als ‘televisie’, of dat het geen soortnaam is, of Joost mag weten wat voor waandenkbeeld er in het brein van die onverlaat naar boven kwam borrelen. Zo kwam dat woord met een idiote kleine letter in de woordenboeken en nu is dat zogenaamd de ‘correcte’ spelling. Dat er geen enkel zinnig argument is om het zo te doen, terwijl het tegelijkertijd het woordbeeld verstoort voor iedereen die óók Engels leest, tja, er bestaat nog steeds geen loket waarbij je daarover kan klagen.

Ik weet trouwens ook nog goed dat ik de eerste keer de uitdrukking ‘op Internet’ (of ‘op internet’) las en me verbaasde over de domheid van het bedrijf dat niet wist dat alle echte Internet-gebruikers ‘op _het _ Internet’ zeiden en schreven. Inmiddels is mijn kopij op dit punt al zo vaak ‘verbeterd’ dat ik zelf af en toe per ongeluk ook weleens spontaan het lidwoord vergeet.

Alleen in Neder-L kan ik de woorden nog altijd schrijven zoals ze echt horen te zijn: “op het Internet”. Elke keer vis je wel wat verschrijvingen uit mijn columns, voordat ze zelfs maar naar de rest van de redactie gaan, maar de dingen die juist zijn mogen van jou gelukkig blijven staan.

Wat is er verder veranderd? We hebben een paar dingen over het Internet geleerd. Bijvoorbeeld dat de ontwikkelingen er helemaal niet zo snel gaan. Ja, tussen het moment dat jij met Neder-L begon en ik met mijn column waren de ontwikkelingen even stormachtig. Eerst kwam het worldwide web op en daarna hadden we een tijdlang elke twee maanden een geheel nieuw browserprogramma met nog meer verbazingwekkende nieuwe mogelijkheden. Maar die technische storm hield snel na 1996 op: ik werk nu al ongeveer drie jaar met dezelfde versie van Internet Explorer zonder dat ik het gevoel heb dat ik iets mis.

Het is ook eigenlijk logisch dat de ontwikkelingen niet zo snel meer gaan. Er zijn nu zoveel mensen aangesloten op het netwerk, die krijg je nooit meer allemaal binnen korte tijd in beweging om een nieuw programma te installeren dat het mogelijk maakt om de nieuwste snufjes te bekijken. En als niemand die nieuwste snufjes kan bekijken, heeft het ook weinig zin ze nog aan je webpagina’s toe te voegen. En dus hebben de meeste mensen weinig reden om nieuwe programma’s binnen te halen. Het Internet is niet snel; het is traag.

De neerlandistiek is helemaal traag als het om dit soort ontwikkelingen gaat, maar dat konden we tien jaar geleden al weten. Toch is er al wel veel gebeurd, alles bij elkaar, in die tijd. Neder-L kreeg een website. Er zijn andere (gespecialiseerdere) elektronische tijdschriften gekomen, er wordt gewerkt aan digitale tekstenverzamelingen, grammatica’s, publieksvoorlichting en de verspreiding van vakinhoudelijke artikelen. Dat het meeste werk nog steeds gedaan wordt door een klein clubje mensen en dat de officiële instanties over het algemeen nog maar weinig tot stand hebben weten te brengen, dat nemen we maar even voor lief. Het is per slot van rekening feest. Het centrum van al die ontwikkelingen, de neerlandistiek op het Internet, is volgens mij altijd Neder-L gebleven. En de drijvende kracht achter Neder-L ben jij.

Gefeliciteerd!

Marc van Oostendorp, http://www.vanoostendorp.nl/