Tag: natuurkunde

Een nieuwe theorie over hoe zinnen zich ontvouwen in de tijd

Door Marc van Oostendorp

Soms lees je een wetenschappelijk boek, waarvan je meteen denkt: dat wordt niks. Ik ben in mijn carrière overigens een paar keer in de gezegende omstandigheid geweest dat ik een paar jaar later met veel succes precies de in dat boek voorgetelde theorieën ging aanhangen: niets is bevredigender aan het wetenschappelijk bedrijf dan tot een geheel nieuw idee te komen.

Maar ik betwijfel dus of me dat gaat overkomen met Syntax with oscillators and energy levelsvan de Amerikaanse taalkundige Sam Tilsen.

Zolang als ik taalkundige ben, kom ik af en toe bèta-wetenschappers tegen die taal ook heel interessant vinden en die menen dat de reden dat de taalkunde maar niet opschiet is omdat taalkundigen allemaal simpele alfa’s zijn met naïeve ideeën. Laat een stelletje natuurkundigen een paar jaar aan de taal werken en alle problemen werken als sneeuw voor de zon. Wat zij vervolgens voorstellen zijn dingen die al 100 keer geprobeerd zijn.  Lees verder >>

gewicht / massa 

Verwarwoordenboek Vervolg (98)

Door Jan Renkema

In het Verwarwoordenboek worden zo’n 500 woordparen behandeld met vaak onduidelijke verschillen: afgunst-jaloezie, bloot-naakt, geliefd-populair, plaats-plek, enz. Talrijke lezers hebben woordparen aangedragen met het verzoek om ook die te behandelen. Vandaar deze wekelijkse rubriek.

Mocht u ook een ‘verwarpaar’ behandeld willen zien, plaats dan een reactie onder deze rubriek. Kijkt u dan wel even op de website om te zien of de woorden al zijn opgenomen.

gewicht / massa 

De woorden worden vaak door elkaar gebruikt, maar er is een belangrijk, natuurkundig, verschil. Lees verder >>

Schoonheid is begrijpelijkheid

Door Marc van Oostendorp

Een curieus verschijnsel is dat wetenschappers hun grote ideeën eigenlijk alleen nog uitdrukken in boeken voor een breder publiek. Hoe zit het universum precies in elkaar? Wat zijn de grenzen aan de wetenschap? Nooit schrijft iemand een wetenschappelijk artikel over die vragen, terwijl het artikel eigenlijk de enige vorm is waarin je in veel wetenschappen je ideeën nog uiteenzet.

Echte wetenschap gaat daarom zelden over de vragen die ten grond liggen aan de wetenschap, de aannames die je doet om uberhaupt tot enig resultaat te kunnen komen. Echte wetenschap bestaat vaak uit een betrekkelijk klein resultaat dat bereikt is op basis van impliciete aannames.

Het nieuwe boek van de Duitse natuurkundige Sabine Hossenfelder (ik schreef hier al eens over een blog van haar) gaat dan ook over een belangrijke vraag: heeft het verlangen naar ‘schoonheid’ de theoretische natuurkunde niet op het verkeerde pad gebracht?  Lees verder >>

Poëtisch naturalisme

Door Marc van Oostendorp

Hoe het met jullie is, weet ik niet, maar boeken die Het Grote Plaatje heten, kan ik niet laten liggen, vooral als de ondertitel dan ook nog belooft dat het boek gaat over de ‘oorsprong van het leven, van betekenis en van het universum zelf’.

Want dat wetenschappers belachelijk weinig aan het grote plaatje toekomen, dat is duidelijk. Er wordt heel wat afgepriegeld in de laboratoria en achter de leestafels van de geleerde wereld. Dit artikel moet nog echt even worden aangepast aan de eisen van de reviewers om meer verwijzingen naar literatuur; daar moet iemand een keynote voorbereiden voor een internationaal congres; en hier probeert iemand dagenlang met veel geduld te achterhalen hoe het precies zat met de correspondentie van Agatha Deken.

En ondertussen schrijft bijna niemand ooit een boek over hoe het grote plaatje precies in elkaar zit. Wat weten we nu eigenlijk van de wereld. Lees verder >>

Het probleem van professionalisme in de wetenschap

Door Marc van Oostendorp

Natuurkundigen mogen dingen die jij en ik niet mogen (tenzij jij natuurlijk natuurkundige bent, dat kan ik van hieruit niet goed zien). Ze mogen er bijvoorbeeld op wijzen dat de wetenschap een veel rommeliger bedrijf is dan veel mensen denken – ook veel wetenschappers. Dat er helemaal niet zulke vaste regels en procedures zijn om de waarheid te vinden als veel mensen denken  – ook veel wetenschappers.

Dit artikel van de astrofysicus Adam Becker op de mooie website Aeon is een goed voorbeeld. Welsprekend legt hij uit dat het een misverstand is dat wetenschappelijke beweringen altijd falsifieerbaar (weerlegbaar) moeten zijn, zoals geloof ik in eerstejaarscolleges wetenschapsfilosofie bij de sociale wetenschap nog wordt rondgebazuind. Het ideaalbeeld van die eerstejaarscolleges is: je doet als wetenschapper een voorspelling en als na meting blijkt dat die voorspelling onjuist is, moet je je theorie verwerpen. Niemand doet dat, laat Becker zien (zoals dat al decennia wordt aangetoond overigens): als een meting niet in overeenstemming is met je voorspelling kan dat aan een verkeerde meting liggen, of een onjuiste achtergrondaanname, of aan heel veel andere dingen. Becker geeft er een aantal aardige voorbeelden van uit zijn eigen vak, de sterrenkunde. Lees verder >>

Een taalkaart is een kristal

Door Marc van Oostendorp

Bron: D.P. Blok en Jo Daan. Van Randstad tot landrand (1968)

Er is in Nederland, een gebied waar ze een harde g gebruiken en een gebied waar we een zachte g zeggen. Aangezien dat zo is, is er natuurlijk ook een grens tussen twee gebieden: een isoglosse noemen we die. En zulke isoglossen bestaan er voor allerlei verschijnselen: die tussen het gij– en het jij-gebied, die tussen het lope- en het loopm-gebied, enzovoort.

Soms vallen die isoglossen (min of meer) samen: een isoglossenbundel. Als zo’n bundel heel diep is – als hij veel isoglossen bevat – heb je de grens tussen twee dialectgebieden. Hoeveel isoglossen daarvoor nodig zijn en of alle isoglossen even zwaar wegen, daarover kun je natuurlijk eindeloos discussiëren, maar de meeste taalkundigen laten dat wijselijk in het midden. Lees verder >>