Tag: namen

Hoe schrijft die zich ook al weer?

Door Henk Wolf

Mensen krijgen bijnamen. Van vrienden en familie, van collega’s en buren. Bekende mensen krijgen bijnamen van het grote publiek. Sommige mensen zijn op de hoogte van hun bijnaam, bij anderen wordt ie achter de rug om gebruikt. En sommige mensen hebben in hun woonplaats een bijnaam die bijna iedereen in het dagelijks leven gebruikt.

Vraag ik onze hogeschoolstudenten wie het gebruik van bijnamen op dorpen uit eigen ervaring kent, dan gaan er altijd handen omhoog. En dat zijn vrijwel altijd de handen van Friezen, doorgaans niet uit de grotere plaatsen, maar wel van de dorpen. Heel betrouwbaar onderzoek heb ik er niet naar gedaan en ik kan het best mis hebben, maar de indruk die ik zo langzamerhand krijg is dat die dorpsbijnamen in Friesland nog in levend gebruik zijn, terwijl mensen uit Groningen, Drente en Noord-Holland ze ‘iets van vroeger’ noemen. En waar de Friezen ze normaal of grappig of stoer vinden, reageren andere mensen vaak enigszins afwijzend met: “Maar dat is toch niet erg aardig.”

Hoe klinken ze dan? Ik heb eens rondgevraagd en ik kreeg een heleboel bijnamen aangereikt. Bijnamen zijn vaak sprekend. Familie van me woonde vroeger tegenover grouwe Evert (‘dikke Evert’) en die was niet mager, zoals Jan kop geen knappe kerel was. Dan was mijn grootvader als lytse Ytsen (‘kleine Ytsen’) nog goed af. Van anderen hoor ik meer uiterlijke bijnamen, zoals swarte Meindert en swarte Aldert voor mannen met zwart haar, Jochum drip (‘Jochum druppel’) voor een man met een chronische loopneus, lange Gerrit voor een grote kerel en reade Romke, die ongetwijfeld rood haar heeft.

Lees verder >>

De geordende kijk op aardrijkskunde van de standaardtaalspreker

Door Henk Wolf

Wie geen streektalen kent, vindt soms andere dingen normaal dan wie er wel een spreekt. De standaardtaalspreker heeft bijvoorbeeld een veel overzichtelijker visie op aardrijkskunde dan de streektaalspreker.

Een paar dagen geleden schreef ik een stukje over het gebruik van lidwoorden in aardrijkskundige namen. In het Standaardnederlands bestaan wel namen van landen, eilanden, plaatsen enz. met lidwoorden, maar ze zijn ongewoon. Veel van die lidwoorden zijn bovendien ‘opgeslokt’ in de naam en geen echt lidwoord meer. In veel Nederlandse streektalen, misschien wel in alle, is dat anders. Daar zijn lidwoorden voor aardrijkskundige namen juist heel gewoon. Lemmer is in het Fries de Lemmer en Ameland is it Amelân. Leek is in het Gronings de Laik en Schiermonnikoog wordt in het Gronings vaak t Ailaand genoemd. Marcel Plaatsman schreef hier dat op Texel ’t Skil voor Oudeschild werd gezegd, Wikipedia vertelt me dat Meterik in het Limburgs De Mieëterik en België ’t Belsj wordt genoemd en zo zijn er nog talloze andere voorbeelden te bedenken.

Lees verder >>

Van Oekraïne naar het Ameland

Door Henk Wolf

Van welk land is Kiev de hoofdstad? Sommige Nederlandstaligen zullen zeggen: van Oekraïne, terwijl anderen van de Oekraïne zullen zeggen. De landsnaam komt zowel mét als zónder lidwoord in het Nederlands voor.

Een journalist vertelde me dat hij de lidwoordloze vorm gebruikte, omdat dat duidelijk maakte dat er sprake was van een onafhankelijke staat. Toen ik even zocht, vond ik bij het Genootschap Onze Taal de observatie dat de namen van landen doorgaans geen lidwoord krijgen. Onze Taal baseert daar het volgende advies op:

“Hoewel sommige naslagwerken de Oekraïne al verouderd noemen, is dit niet in overeenstemming met de praktijk. Maar om recht te doen aan de onafhankelijke status van het land, verdient de aanduiding Oekraïne zoals gezegd de voorkeur.”

Lees verder >>

De etymologie van Velpon

Door Wouter van der Land

Merknamen zijn taalkundig interessant omdat ze zich niets aantrekken van de gangbare woordvormingsregels. Het huishoudmerk ‘Sorbo’ is bijvoorbeeld gevormd door het woord ‘absorb’ aan de voorkant in te korten, maar aan de achterkant te voorzien van een achtervoegsel. En het elektronikamerk ‘Rowenta’ is een vrije letterkeuze op volgorde uit de naam van oprichter Robert Weintraud (net als ‘Battus’ uit’ Brandt Corstius’). Dit morfologisch anarchisme heeft een keerzijde: het is soms moeilijk te achterhalen waar een merknaam vandaan komt.

Velpon. Velpa, Gupa

De aanleiding herinner ik me niet meer, maar volgens mijn e-mailarchief zocht ik in 2012 naar de naamverklaring van ‘Velpon’, de lijm van mijn jeugd. Het laatste deel -on is een typische uitgang voor stofnamen, zoals in ‘nylon’ en ‘dralon’. Maar waar komt het eerste deel vandaan? Stond de fabriek misschien in Velp? Hij staat nu in elk geval in Goes, want het merk is tegenwoordig ondergebracht bij het daar gevestigde Bison. Maar vroeger was het van Ceta Bever, leerde ik van Wikipedia. Op de site van dit merk stond een geschiedenispagina, die uitlegde dat Velpon rond 1930 was geïntroduceerd en een afgeleide was van een andere lijm genaamd ‘Velpa’. Een verdere verklaring gaf de site niet, maar wel die van een ander merk, het eveneens uit de jaren dertig stammende houtvulmiddel Gupa. Dit was vernoemd naar uitvinder Gustav Pape, een Duitse chemicus in dienst van Ceta Bever. Lees verder >>

Fiat Croma en Smart: ongelukkig gekozen namen en opschriften

Door Henk Wolf

Namen zijn overal. Mensen hebben namen, bedrijven hebben namen, producten in de supermarkt hebben namen. Veel van die namen zijn in de publieke ruimte te horen of te lezen. Dat geldt ook voor opschriften, bijvoorbeeld op gevels, reclameposters en motorkappen.

Wie zo’n naam of opschrift in de publieke ruimte brengt, heeft daarbij waarschijnlijk een bepaalde taalgemeenschap in gedachten op wie de naam of het opschrift een bepaalde indruk maakt. In een wereld waarin duizenden talen worden gesproken is het alleen niet onwaarschijnlijk dat er ook mensen zijn die de naam of het opschrift heel anders ervaren.

Het in Nederland bekendste voorbeeld van zo’n voor anderstaligen ongelukkige naam is vermoedelijk die van de Fiat Croma, die in Italië ongetwijfeld een leuke, frisse naam had, maar die in Nederland geassocieerd werd met een pakje bakboter. Ik heb weleens gelezen dat dat de verkoop van de auto in Nederland geen goed zou hebben gedaan, maar ik weet niet of dat waar is. Lees verder >>

Studeren aan ‘Dinges Instelling’

Door Henk Wolf

Tien jaar geleden stond aan de Rengerslaan in Leeuwarden nog de Noordelijke Hogeschool Leeuwarden, afgekort: NHL. In 2009 werd de naam gewijzigd in NHL Hogeschool. Dat is in veel opzichten een raadselachtige naam. Het opvallendste raadsel is natuurlijk waarom het woord Hogeschool nog eens gebruikt wordt als dat ook al in de afkorting zit. Raadselachtig is ook de aanwijzing van de pr-afdeling om vóór ‘NHL Hogeschool’ geen lidwoord te zetten. Studenten volgden in de folders college aan NHL Hogeschool, niet aan ‘de’ NHL Hogeschool.

Een nog groter raadsel vind ik dat ik niet weet hoe ik NHL Hogeschool moet uitspreken. Immers, waar ligt in die vreemde naam de klemtoon? In een gewone samenstelling (met lidwoord, zonder spatie) als ‘de Beatrixschool’ of ‘het ANWB-lid’ ligt de klemtoon op het eerste lid van die samenstelling, dus op ‘Beatrix’ of ‘ANWB’. In een lidwoordloze naam zoals ‘PTT Post’ en ‘Unicef Nederland’ (met spatie) krijgt juist het laatste stukje de klemtoon, alleen lijkt dat laatste stukje daar steeds de naam van een afdeling binnen het eerste stukje te zijn. Dat is bij NHL Hogeschool natuurlijk niet zo. Lees verder >>

Voornamendrift: de aftrap

Voornamendrift (1)

Door Gerrit Bloothooft

We hebben allemaal een voornaam die door onze ouders is gekozen. Ik ga in een serie bijdragen op zoek naar de vrijheid die ouders daarbij hebben. Vanuit de sociologie wordt wel beweerd dat de voornaamkeuze bijzonder is omdat die niet onderhevig is aan externe, commerciële invloeden. Daarom kan de voornaamkeuze een directe reflectie zijn van de sociale omstandigheden van de ouders. Ik heb voor Nederland al eens laten zien dat opleidingsniveau en levenshouding (traditioneel versus modegevoelig) belangrijk zijn bij de moderne naamkeuze. Maar nu gaat het me om de observatie dat er enerzijds ouders zijn die voor populaire namen kiezen, terwijl er anderzijds ook ouders zijn die een unieke naam voor hun kind wensen. Daar kan ik inkomen, maar niet dat het aantal namen met een bepaald aantal naamdragers zich wiskundig heel precies laat beschrijven, op dezelfde manier als het aantal woorden met een bepaalde frequentie in tekst, de bekende wet van Zipf. Hoe vrij is dan de keuze van ouders? En als die niet zo vrij is als we denken, zijn we misschien zelf een willekeurig product van kansen en omstandigheden en geven dat ook in de voornaamkeuze door aan onze kinderen?

Lees verder >>

De Bakker of de Baets?

Een Oudnederlandse beroepsnaam in Oudfranse vermomming

Door Peter Alexander Kerkhof

Namen zijn eigenaardige dingen binnen de etymologie. Ze zijn van nature erg conservatief en hebben daarom het wonderbaarlijke vermogen om een oude uitspraak van een woord te bewaren terwijl de rest van de taal verder evolueert (zie Stroop 1984). Maar er is nog een reden waarom het behoudende karakter van namen erg interessant is; dit conservatisme maakt ze namelijk een waardevolle bron voor historisch woordmateriaal dat inmiddels al uit onze taal verdwenen is. Want hoewel beroepen zoals voller of kramer al lange tijd uit het alledaagse leven zijn verdwenen, zijn de oude beroepsnamen bewaard in de familienamen Vuller, Vulder of Volder en Cramer, Kramer of Cremer. In dit artikel wil ik het over een Vlaamse familienaam hebben die ook zo’n oude beroepsnaam bewaart, maar dan wel een naam die zelfs in de oudste fase van de Nederlandse taal al aan het verdwijnen was. Het gaat hier om een Oudnederlands woord dat via een Franse omweg opnieuw in het (zuidelijk) Nederlands terecht is gekomen. Lees verder >>

Wie is het? Een naamspelletje

 Door Bas Jongenelen

Onderzoek toont aan dat ons gezicht erg lijkt op onze naam. Of dat onze naam lijkt op ons gezicht. Zo iets dus. Het woord ‘flutonderzoek’ ligt op mijn tong, maar zal ik hier niet gebruiken. Sterker nog: ik vind het zeer interessant allemaal. We hebben hier een mooie variant op het spelletje Wie is het? Er is alleen geen mogelijkheid om ja/nee-vragen te stellen, er is slechts de vraag ‘wie is het?’

Lees verder >>

Waarom er in 1916 zoveel kinderen maar één naam kregen

Door Marc van Oostendorp

attachment-1-35Ik hoor tot een onontdekte minderheid. Jullie weten niet wat het is: het leven moeten doorworstelen met slechts één voornaam. Altijd maar weer moeten uitleggen aan bevoegde instanties dat je inderdaad alleen maar zo heet. Nee, zelfs geen Marcus, dank u wel. En terwijl ik mijn hele leven al omringd ben door katholieken is er nergens een Maria te vinden in mijn paspoort.

Onlangs publiceerden Gerrit Bloothooft en David Onland een uitvoerig historisch artikel over de geschiedenis van de Nederlandse gewoonte om meer dan één voornaam te geven. Ze gebruikten daarvoor vooral gegevens uit allerlei databanken waarin die namen officieel geregistreerd werden, en gaan daarom vooral in op kwantitatieve gegevens.

Dat levert allerlei interessante inzichten op. Lees verder >>

Nieuwe website: wetenschappelijke namen van de vogels van Europa

006-vogel-met-snor-560x566De site WNVE – Wetenschappelijke Namen van de Vogels van Europa geeft, in de vorm van artikelen, uitleg over de wetenschappelijke namen van de vogels van Europa. U kunt onder andere zoeken naar soortnaam,  genus en familie; en zoeken op Nederlandse of Engelse naam.

In een artikel worden drie aspecten van een naam behandeld: wat hij taalkundig betekent, wat hij met de vogel te maken heeft, en wat de historie ervan is, alles voor zover de maker heeft kunnen achterhalen of beredeneren. In de Inleiding staat een en ander over wat wetenschappelijke namen zíjn. Heel wat artikelen geven een nieuwe interpretatie van een naam.

Waarom Luther zijn naam veranderde

Door Michiel de Vaan

De bekende Duitse naamkundige Jürgen Udolph heeft een nieuw boekje het licht doen zien.[1] In het kader van de 500-jarige viering van de Reformatie in 2017 wordt het nu uitgebracht: Martinus Luder – Eleutherius – Martin Luther. Warum änderte Martin Luther seinen Namen? Het leest vlot weg en bevat toch veel nieuwe informatie. Luther werd in 1483 geboren als Martin Luder en ondertekende brieven en registers tot 1517 ook consequent als Martinus Luder. Vanaf de herfst van 1517 begon hij zich Martinus Luther te noemen, en daarnaast gebruikt hij van 1517 tot 1519 ook nog de naam Eleutherius.

Lees verder >>

Pas verschenen: Hoe noem ik mijn tent?, over bedrijfsnamen

HoeNoemIkMijnTent-cover-loresZojuist verscheen Hoe noem ik mijn tent?, geschreven door tekstschrijver Wouter van der Land. Het is de eerste complete gids voor het vinden van een bedrijfsnaam in de Nederlandse taal. Het boekje is bedoeld voor startende horecaondernemers, maar is zeker ook interessant voor neerlandici en naamkundigen. Nergens worden de regels voor woordvorming namelijk zo opgerekt als bij merk- en bedrijfsnaamvorming. Hoe noem ik mijn tent? is uitgegeven in eigen beheer en is onder andere te koop bij Bol.com.

Thema’s en stijlmiddelen

Hoe Noem Ik Mijn Tent? behandelt naamgeving stap voor stap. Aan bod komen achtereenvolgens de verschillende functies van een bedrijfsnaam, de juridische aspecten ervan en het formuleren van duidelijke doelstellingen en randvoorwaarden. Daarna volgen creatieve tips en een hoofdstuk over tweeduizend jaar tradities in horecanaamgeving. Voor taalkundigen het meest interessant zijn de bijlagen: een uitgebreid overzicht van de mogelijke thema’s en stijlmiddelen bij bedrijfsnaamgeving. Lees verder >>

De A-index

President Tsaar op Obama Beach op de voet gevolgd (3/60)

Door Marc van Oostendorp

Deze zomer publiceren nrc.next en NRC Handelsblad de roman President Tsaar op Obama Beach van A.F.Th. van der Heijden als feuilleton. De afleveringen verschijnen ’s ochtends <op de website van de krant>. In de loop van de dag blog ik een bespreking. Vandaag: aflevering 3.

obaamaaEen van de grote verschillen tussen een roman en Facebook is dat je je op sociale media maar zelden afvraagt wat iemands naam betekent. Een of andere jonge gast meldt zich met een vriendverzoek; die iemand blijkt Natan Haandrikman te heten. En zijn vriendin heeft Branda. (De persoon blijkt bovendien al in 2007 op Facebook te hebben gezeten, wat vrij uitzonderlijk, zij het niet onmogelijk, is voor een Nederlander.)

Nu, dat is allemaal vrij curieus, maar ik geloof niet dat ik er iets achter zou zoeken. Alleen nu het een romanpersonage betreft, begin je toch wel even te pluizen. Haandrikman is blijkens de Nederlandse familienamenbank een bestaande Nederlandse naam. In 2007 (het jaar dat Natan op Facebook ging) waren er 547 mensen die zo heetten; de meesten in Twente. De naam komt van een boerderij van iemand die Hendrik heette. Het is volkomen onduidelijk of dat gegeven ook maar enige rol gaat spelen in het enige verhaal.

Lees verder >>

Artis als het aards paradijs

Door Marc van Oostendorp


In de discussie over de dieren van Artis van de afgelopen weken heb ik de bijbelse invalshoek gemist. Zoals bekend wil de dierentuin de dieren eigenlijk geen namen meer geven, omdat dit de beesten teveel zou ‘vermenselijken’. De meeste commentatoren op de sociale én de traditionele media gingen daarbij mijns inziens ten onrechte voorbij aan het feit dat het Boek der Boeken al aandacht besteedde aan hoe een en ander toeging in de eerste dierentuin:

“Want als de HEERE God uit de aarde al het gedierte des velds, en al het gevogelte des hemels gemaakt had, zo bracht Hij die tot Adam, om te zien, hoe hij ze noemen zou; en zo als Adam alle levende ziel noemen zoude, dat zou haar naam zijn.” (Genesis 2:19)

Adam is natuurlijk niet de eerste naamgever. God begint, maar bij hem is de relatie tussen naam en ding volgens het bekende verhaal van Genesis 1 een andere: God noemt eerst een woord, bijvoorbeeld ‘Licht’, en creëert daarmee het verschijnsel. Dat woord is er dus of iets eerder of, waarschijnlijker, gelijktijdig, met hetgeen het benoemt. Maar voor de schepselen op aarde geldt dat niet. Die worden eerst geschapen (daar heeft God kennelijk een andere methode voor) en krijgen daarna een naam, van Adam.

Maar nu wil Artis-directeur Haig Balian dus een einde maken aan deze eerbiedwaardige traditie.
Lees verder >>

Plaatsnamen lijken op de namen van balspelen

Door Marc van Oostendorp


Waarom, oh, waarom ligt de klemtoon in Dordrecht en Wageningen op de eerste lettergreep? Over de wonderlijke vorm van Nederlandse plaatsnamen is nu een artikel verschenen, dat geschreven is door de Duitse, nu in Amerika werkzame, taalkundige Björn Köhnlein. (Tot deze zomer werkte hij bij Duits in Leiden, waar hij ook promoveerde – bij mij – maar hij heeft ons helaas verlaten voor een beter beroepsperspectief.)

Voor zover bekend heeft iedere taal eigennamen – voor personen, voor plaatsen, voor sommige dingen. Die namen lijken in veel opzichten op gewone woorden: ieder van de klinkers en medeklinkers in Dordrecht en Wageningen zou zó in een doorsnee Nederlands werkwoord of bijvoeglijk naamwoord kunnen fungeren. Maar tegelijkertijd zijn namen niet helemaal hetzelfde als gewone woorden. Dat blijkt bijvoorbeeld uit die klemtoon.

Lees verder >>

Een boek voor Zilverliefje en Johannes Gerardus Josephus Maria

Door Marc van Oostendorp


De prijs voor de vrolijkste en meest enthousiaste taalauteur van het jaar gaat zonder enige twijfel naar Maarten van der Meer. Er is geloof ik geen Nederlandse uitgever die dit jaar géén boek over taal heeft uitgegeven, maar geen van die boeken is zo geschikt om aan je nicht cadeau te geven in december. Of die nicht nu Samantha heet of Florentine.

Het boek borrelt van de verbazingwekkende anekdotes over voornamen. Over de broers die Ronald en Donald Duk heetten; Donald kreeg op zijn trouwdag bloemen met een kaartje van de redactie van het vrolijke weekblad. Over de Marokkaanse Nederlander die zijn zoon in 2007 als Zacaria wilde aangeven bij het Haarlemse gemeentehuis – hetgeen geweigerd werd omdat de naam volgens de Marokkaanse (!) wet met een k gespeld moest worden. Over Johannes Gerardus Joseph Maria die sinds 13 februari 2013 officieel alleen nog Jo heet. Zo is hij van die initialen af – het laatste dat hem nog aan zijn katholieke achtergrond herinnerde: ‘Het voelt als een verlossing, om maar een katholieke uitdrukking te gebruiken.’

Namen zijn natuurlijk ook een fijn onderwerp. Vooral voornamen.
Lees verder >>

Dat ge-Miriam in ‘Geachte heer M.’

Door Marc van Oostendorp

Bron: NRC Handelsblad

I’m all yours, Marie Claude’, zegt de schrijver M. ergens aan het begin van de roman Geachte heer M. van Herman Koch tegen zijn interviewster. “Hij weet dat vrouwen het leuk vinden wanneer je hun voornaam uitspreekt,” merkt de verteller dan op. “Niet te vaak, want dan wordt het al snel bezitterig, maar precies goed gedoseerd. Achteloos.”

Ja, die schrijver M. gaat die Marie Claude wel even inpakken, maar dat pakt natuurlijk allemaal verkeerd uit, en zonder dat hij het weet luidt dat interview juist uiteindelijk zijn ondergang in.

Namen zijn heel belangrijk in Geachte heer M., zoals de titel natuurlijk al zegt. Bijvoorbeeld noemen de hoofdpersonen elkaar lustig de hele tijd bij hun naam: “Miriam, wat is er?”, “Zeg het maar, Lodewijk”, “Hallo, mevrouw Posthuma?”
Lees verder >>

Het einde van de straatnaam

Door Marc van Oostendorp



Ik woon in Leiden op de Rijn en Schiekade. Moet er geen streepje achter Rijn staan? Nee, dat moet niet. Waarom niet? Daarom niet, die kade heet nu eenmaal zo en wanneer jullie erover willen discussiëren, meld je je maar bij de Taalprof. Klaar.

Gisteren had ik desalniettemin een discussie over straatnamen. Zijn die niet ten dode opgeschreven?

En waarom hebben we eigenlijk straatnamen? Het zijn onhandige administratieve hulpmiddelen uit een bijna vervlogen tijd. Wanneer je vroeger iemand wilde bereiken, lieve kindertjes, moest je die persoon een brief sturen of een bloemetje, of bij die persoon langs gaan. Er was dus een systeem nodig waarop je de postbode of de bloemist of jezelf kon duidelijk maken waar die persoon precies woonde. Maar nu?

Lees verder >>

Diederik Stapel is taaladviseur geworden!

“Ik geloof niet dat er op dit moment veel Stapels in de taalkunde rondlopen”, schreef ik een paar maanden geleden, toen wij allen nog jong waren en de wereld vol vertrouwen tegemoet zagen. Maar dan moet je ons nu eens zien, nu het zakenblad Quote gisteren met de onthulling kwam dat Diederik Stapel een eigen bedrijf begonnen is.

De website van dat bedrijf is inmiddels alweer offline, maar Quote citeerde eruit:

Diederik is beschikbaar als eigenzinnig en ontzorgend adviseur, motivator, coach, brand and identity language consultant (merktaaladviseur & identiteitstaaladviseur), meedenker, vragensteller, (mee- en geest-) schrijver, spreker, en – vergeet dat niet – ervaringsdeskundige.

Jazeker, Stapel is taaladviseur geworden! Maar dan wel taaladviseur van een type waar ik nog nooit van had gehoord.
Lees verder >>

‘Weet ú waar de Woordenboekstraat is?’

Door Morries Leeraert

De straten in Arnhems nieuwste nieuwbouw krijgen de volgende namen: Daphnestraat, Ledastraat, Orpheusstraat en Dianaplantsoen. Het zijn (straat)namen van goden, nimfen en mensen-van-durfal, verbonden aan de Metamorfosenvan de klassieke Romeinse dichter Ovidius.

Welke ambtenaar heeft dat bedacht? Hoe worden straatnamen gekozen?
Hoe komen straten aan hun naam?
‘Voor het benoemen van straatnamen zijn er weinig vaste regels’, zeggen de ambtenaren zelf in een rapport van de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG).

Dat geeft ruimte voor creativiteit, zou je zeggen. Maar er zijn kennelijk ongeschreven regels. Want ruimte voor een Pipi Langkousstraat, een Mammeloestraat, of een Kommastraat, is er niet. De Van Dalestraat – vernoemd naar Neerlands Grote Woordenboeksamensteller bestaat niet buiten het kleine Zeeuwse Sluis, zijn geboorteplaats.

Lees verder >>

Rijks museum

door Jan Stroop

In haar column van maandag 8 april (Volkskrant) uit Aaf Brandt Corstius haar ongenoegen over de spatie tussen Rijks en museum zoals die te zien is in ’t nieuwe logo van ’t museum. Ze is niet de eerste. Zelden heeft een lege ruimte zoveel beroering veroorzaakt, in kleine kring welteverstaan. Aaf stoort zich vooral aan de argumenten van ontwerpster Irma Boom. Twee ervan gaan over ontwerpaspecten, maar ’t tweede argument raakt de taalkunde en dus mij.  Ik citeer Aaf: “Voor haar ‘gevoel’ zijn het twee woorden, vanwege de koosnaam Rijks.”  Haar is dus Irma Boom.

Ik denk ook dat Rijks en museum twee woorden zijn, maar dan vanwege de historie.
Lees verder >>

Zoetvloeiende meisjesnamen

Deze week maakte de Sociale Verzekeringsbank weer de lijst met de populairste meisjesnamen van het afgelopen jaar bekend. Bij de Sociale Verzekeringsbank schrijft iedereen zich in die kinderbijslag wil aanvragen, en dat betekent dat vrijwel alle jonge ouders de naam van hun dochter aan de SVB doorgeven.

Dit geldt natuurlijk ook voor zonen, maar meisjesnamen zijn interessanter, bijvoorbeeld omdat we weten dat meisjes vaker gegeven worden omdat ze ‘mooi’ zijn. (Jongensnamen zijn vaker ‘leuk’.) En dat doet de vraag rijzen: wat is een mooie naam?

Ik heb het even uitgerekend.

Lees verder >>

Wie waren Tante Betje?

Er is een ‘stijlfout’ die Tante Betje of de tantebetjeconstructie heet. Ik kan nooit onthouden wat die fout ook weer precies is. Dat komt natuurlijk doordat de naam niets te maken heeft met wat de fout feitelijk is. (Tante Betje zou een tante zijn geweest van de taalpurist Charivarius, en zij zou de desbetreffende fout vaak hebben gemaakt.)

Opzoeken is makkelijk: de Taaladviesdienst geeft een uitgebreide uitleg. (Het gaat over samengestelde zinnen waarin de subjectsinversie niet helemaal parallel loopt: we gaan nu naar huis en komen we op tijd weer aan). Maar die ‘officiële’ uitleg is misschien wel de minst interessante.

Lees verder >>