Tag: naamkunde

¿Los Países Bajos o Holanda, señoras y señores editores del Volkskrant?

Door Henk Wolf

“Vergeet Holland, in het buitenland is het voortaan The Netherlands” – dat staat boven een artikel uit de Volkskrant van afgelopen donderdag. Het is een uiterst merkwaardig stuk tekst.

Het intro van het artikel luidt als volgt:

“Wie zich overzees introduceert met het zinnetje ‘I come from Holland’ roept bij gesprekspartners het clichébeeld op van tulpen, molens, kaas en wiet. Het is niet langer meer het imago dat de ministeries van Buitenlandse Zaken en Economische Zaken in het buitenland willen uitdragen. Als het aan ambtenaren ligt, hebben bezoekers het straks alleen nog maar over ‘The Netherlands’.”

Het buitenland is groot en er worden een paar duizend talen gesproken, waarvan het Engels er eentje is. Wat de Nederlandse Rijksoverheid in het Frans gaat doen: Hollande of les Pays Bas gebruiken, dat staat niet in het artikel. Kiest ze voor Holland of voor Niederlande, voor Голландия of Нидерланды? ¿Los Países Bajos o Holanda, señoras y señores editores del Volkskrant? En natuurlijk is er voor de communicatie met Vlaanderen en Suriname nog de keuze Holland of Nederland, want ondanks de naam is Nederlands natuurlijk niet het exclusieve bezit van de inwoners van Nederland.

Lees verder >>

Houben, Ploumen, Ingenhousz

Familienamen: hoe spreek je ze uit

door Jan Stroop

Afgelopen voorjaar heeft de VPRO de tv-serie ‘Rond de Noordzee’ uitgezonden. Die serie is gemaakt door Arnout Hauben. Toen ik die naam in een reclamespotje hoorde, zag ik dit woordbeeld voor me: Houben en dacht: die presentator weet dus niet hoe je die naam moet uitspreken, namelijk zoals de naamdragers dat zelf doen. Die zeggen immers Hoeben [hubə]. Maar wie dat niet weet, zegt [hɑubə] als ie Houben ziet staan. Later zag ik in de gids dat er Hauben stond. En dat is een ander verhaal.

Lees verder >>

In memoriam Dr. H.J.T.M. (Har) Brok (1943 – 2019)

Breda, 24 september 1943 – Amsterdam 18 februari 2019

Tot ons grote leedwezen ontvingen wij bericht van het overlijden van Har Brok, oud-medewerker van het Meertens Instituut. Over Har kun je niet een gewoon geleerden-levensbericht schrijven: hij stond namelijk veel te ambivalent tegenover het georganiseerde wetenschappelijk bedrijf en ook zijn eigen kwaliteiten mocht hij graag onder de korenmaat schuiven. Tegelijkertijd stelde hij dan weer hoge eisen aan wat hij publiceerde en wilde dat anderen dat waardeerden. Het onvermogen om zichzelf belangrijk te maken moest, om een plaats te kunnen blijven claimen voor het soort onderzoek dat hij voorstond, gepaard gaan met hardnekkigheid en serieuze onserieusheid en dat kon bij cafébezoek, tot de opmerking leiden of wat jij, of een ander deed, wel goed genoeg was, of het er wel toe deed. Hij hield je scherp, je kon ongelooflijk plezier met hem hebben met voortdurend weemoed als onderstroom. Hij evalueerde alles en iedereen, van terzijde. Lees verder >>

1 maart 2018, Gent: Presentatie Geïllustreerd en verklarend Woordenboek van de Vlaamse waternamen

De algemeen voorzitter van de Koninklijke Commissie voor Toponymie en Dialectologie  en de voorzitter van haar Vlaamse afdeling hebben het genoegen u te verwelkomen op de presentatie van het

Geïllustreerd en verklarend Woordenboek van de Vlaamse waternamen
Deel II: De provincies West- en Oost-Vlaanderen

donderdag 1 maart 2018 om 15:00 uur in de grote vergaderzaal van de Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde
Koningstraat 18, Gent
Academische zitting: 15:00 uur Lees verder >>

Pas verschenen: Veldnaemen van Stellingwarf VII: Oosterwoolde

Door Henk Bloemhoff

Gedurende zo’n zeventien jaar hebben de Stellingwarver Schrieversronte (Stellingwerfs streektaalinstituut) en de Historische Verening van Oosterwolde gestaag doorgewerkt om te komen tot een uitvoerig boek over de veldnamen van Oosterwolde, het hoofddorp van de gemeente Oost-Stellingwerf in Zuidoost-Friesland. Op 20 oktober jl. werd het resultaat gepresenteerd, aan het eind van een symposium met twee veldnaamkundige en twee landschapshistorische lezingen. Emeritus-hoogleraar historische geografie dr. Guus Borgers karakteriseerde in zijn bijdrage deze jongste uitgave in de reeks Veldnaemen van Stellingwarf als goed, mooi en vernieuwend. Dat laatste was met name vanwege de intensieve samenwerking van twee auteurs uit verschillende disciplines, nl. landschapsgeschiedenis en taalkunde.

Lees verder >>

Mohammed

Door Gerrit Bloothooft

 

Populariteit van alle 282 vormen van Mohammed bij elkaar, voor geboorten in Nederland. Bron: Nederlandse Voornamenbank

Geert Wilders herhaalt in het debat over de regeringsverklaring weer eens ‘Mohammed is inmiddels een van de meest populaire jongensnamen in heel Nederland’. Daarmee wil hij suggereren dat Arabische voornamen de overhand dreigen te krijgen, als symptoom van de Islamisering van Nederland. Maar daar klopt niets van.

Lees verder >>

Teknoniemen en de naam Leentvaar

Door Michiel de Vaan

 Een patroniem koppelt jouw naam aan die van je vader, en is wereldwijd een van de meest voorkomende naamgevingsmotieven. Als je vader Arend heet, kun je de naam Arends ‘die van Arend’ of Arendszoon, Arendsdochter krijgen. Ook metroniemen komen vrij algemeen voor, hoewel – cultureel bepaald – minder dan patroniemen. Een derde soort familieverwijzing is het teknoniem (van Grieks téknon ‘kind’), waardoor jouw naam aan die van je kind(eren) refereert. Ook deze mogelijkheid komt wereldwijd op alle continenten voor. Teknonymie kan benadrukken dat een mens pas wanneer hij kinderen krijgt volledig tot de groep der volwassenen behoort. In andere gevallen kan kinderloosheid ermee worden verbloemd, of dient de naam als titel van respect. In het Arabisch wordt het verschijnsel als kunya betiteld. Indien bijvoorbeeld een man die Hasan heet een zoon Zayn krijgt, kan Hasan informeel als Aboe Zayn ‘Vader van Zayn’ betiteld worden. De ‘Moeder van Malik’ krijgt de naam Oemm Malik. Bekende voorbeelden zijn Aboe Bakr, de schoonvader van Mohammed en de eerste kalief volgens de Soennieten, en de Egyptische zangeres Oemm Koelthoem (1904-1975).

Een dergelijk stelsel kennen we in het Nederlands niet, hoewel…

Lees verder >>

Zien we eruit als onze voornaam?

Door Gerrit Bloothooft

 Kim? Luca? Marina? Evi? 

In mijn paspoort staan mijn gezicht, naam en leeftijd. Niemand anders heeft precies hetzelfde gezicht en in mijn geval ook niet dezelfde naam. Ik kan me dus identificeren. Maar hoe redundant zijn gezicht en naam, wat valt er meer uit af te leiden? Uit een gezicht zijn bijvoorbeeld leeftijd en etnische achtergrond te schatten. Dat doen we allemaal, niet alleen de politie. Veel subtieler ligt het met persoonlijkheid, intelligentie en sociale achtergrond. Het zijn eigenschappen die deels genetisch maar ook door levensomstandigheden bepaald zijn. Als die zich in het gelaat op een stereotype manier verankeren zou een goede waarnemer dat misschien kunnen zien. Dan zou er zelfs een versterking kunnen plaatsvinden: omdat iemand op een bepaalde manier wordt benaderd gaat die er zich naar gedragen en uitzien.

Nu is onze voornaam het eerste sociale label in ons leven. Lees verder >>

Over Masscheroen en Macron

Door Frans Debrabandere

Aan het Nederlandse woord masker beantwoordt in het Frans masque. Het gaat  terug op Laatlatijn masca ‘tovenares, spook, duivel’, met de grondbetekenis ‘zwart’. Het woord werd uitgebreid tot maskara, in Italiaans maschera ‘masker’, Spaans mascara ‘zwartsel, roet, masker’, Portugees mascara ‘vlek’. Dat werd ons woord masker. Een masker was dus oorspronkelijk een zwartgemaakt gezicht. Zwart stond in verband met tovenarij, de zwarte kunst, en met de duivel. We begrijpen uiteraard dat het Spaanse woord mascara ook de naam geworden is van de zwarte kleurstof voor wimpers en wenkbrauwen. Denk erom dat ook het woord grime, grimeren, net als grijm ‘roet’, teruggaat op Germaans grima ‘zwartgemaakt gezicht, masker’. Lees verder >>

Wat is nu de naam van dat plekje?

Door Karel Leenders

De Blaak op de topografische kaart van rond 1925.

In de zestiende eeuw was de rivier de Mark waar ze tussen Etten en Zevenbergen doorstroomde erg breed. Te breed, omdat door het bedijken van de gorzen de functie van dit water veranderde van getijdengeul in die van regenrivier. Door die omschakeling trad er opslibbing op: er ontstond een vlak zanderig eilandje in de rivier, een plaat. In 1611 werd die voor het eerst in de archieven vermeld, 7½ hectare groot. Het jaar daarop werd het eilandje verkocht. Langzaam werd het groter en zo groeide het vast aan de Ettense oever. In 1677 heette die grond De Plaat. In 1827 mat het volgens het kadaster, dat deze plek ook nog steeds De Plaat noemde, ruim 40 hectare. De Mark, die hier in 1560 nog tot 450 meter breed was, had nu genoeg aan 22 meter.

Toen stichtten de Belgen hun eigen koninkrijk en lag het Nederlandse leger in Noord-Brabant te niksen. Lees verder >>

Naamkunde in Neerlandistiek

Door Gerrit Bloothooft

Namen zijn populair. Dat zien we aan 15 miljoen pageviews per jaar voor de Nederlandse Voornamenbank van het Meertens Instituut en 9 miljoen voor de familienamen, die nu beheerd worden door het Centraal Bureau voor Genealogie. Daarnaast  kunnen  veld- ,water-, plaats- en boerderijnamen vertellen over de geschiedenis van onze omgeving, en dat boeit velen. En de populairste zoektermen op Google zijn buiten seks vooral namen van personen, automerken en filmtitels. Het zit dus wel goed met het maatschappelijk belang van de naamkunde. Maar academisch is de basis smal. Een kleine groep onderzoekers draagt het onderzoek vaak in de marge van andere disciplines, zoals de taalwetenschap, letterkunde, landschapskunde, genealogie en de cartografie, zonder thuishaven die het Meertens Instituut (eertijds Instituut voor Volkskunde, Dialectologie en Naamkunde) ooit was. Maar niet getreurd, deze groep is enthousiast en wil haar kennis ook in Neerlandistiek uitdragen. Verwacht van ons daarom hier met regelmaat bijdragen over naamkundige onderwerpen, waarbij we de status van tag graag verbeteren tot een volwaardige categorie. De naamkundigen zijn verenigd in een Google groep NetwerkNaamkunde, met levendige discussies. Wie zich daarbij wil aansluiten meldt dat met een berichtje aan netwerknaamkunde@gmail.com.

Rediscovery of heathen temples in the Netherlands; the case of Old Dutch ‘harag’

By Peter Alexander Kerkhof

Etymologies live long lives, whether they turn out to be false or not. In Old Germanic studies it is common practice to cite earlier etymological suggestions going back as far as the nineteenth century. In most cases where Old Germanic etymology is involved, this is not a big problem because a lot of the earlier scholarship has been replaced by better more up-to-date suggestions. Not so much in the field of Dutch toponymy where scholarship has largely lain dormant for at least 20 years and almost every publication since World War II has been notoriously conservative in etymologizing place-name elements.

This article is about the Old Dutch word harag which is known from its occurrence in Early Medieval place-names, such as Haragon (1083 CE), the oldest form for the locality of Hargen in the province of North Holland. The Old Dutch word harg is related to the Old English word hearh (also found in Modern English place-names as harrow), Old High German harug and Old Norse hǫrgr. In Early Medieval English and German the vernacular word translates Latin terminology relating to the pre-Christian religion, namely a holy grove, a cultic building and even the idols themselves. In the Old Scandinavian languages however, the cognate word hǫrgr is found in both the meaning ‘heathen temple’ and the meaning ‘rocky ground, mountain or cliff side’. In the 1960s, Scandinavists such as Rostvik preferred to derive the meaning ‘heathen temple’ from an earlier meaning ‘mountain or cliff side’, assuming that Old Norse preserved the older semantic range that West Germanic must have lost. The Germanic ancestral form *hargu- could then be linked to words for rocks in the Celtic languages such as Old Irish carrag and Old Welsh creic. This reasoning was quickly accepted in the wider field of Old Germanic studies, since post-war scholarship had grown weary of the fascination of older generations of scholars with Germanic pre-Christian religion. Lees verder >>

Waarom er in 1916 zoveel kinderen maar één naam kregen

Door Marc van Oostendorp

attachment-1-35Ik hoor tot een onontdekte minderheid. Jullie weten niet wat het is: het leven moeten doorworstelen met slechts één voornaam. Altijd maar weer moeten uitleggen aan bevoegde instanties dat je inderdaad alleen maar zo heet. Nee, zelfs geen Marcus, dank u wel. En terwijl ik mijn hele leven al omringd ben door katholieken is er nergens een Maria te vinden in mijn paspoort.

Onlangs publiceerden Gerrit Bloothooft en David Onland een uitvoerig historisch artikel over de geschiedenis van de Nederlandse gewoonte om meer dan één voornaam te geven. Ze gebruikten daarvoor vooral gegevens uit allerlei databanken waarin die namen officieel geregistreerd werden, en gaan daarom vooral in op kwantitatieve gegevens.

Dat levert allerlei interessante inzichten op. Lees verder >>

Pas verschenen: Hoe noem ik mijn tent?, over bedrijfsnamen

HoeNoemIkMijnTent-cover-loresZojuist verscheen Hoe noem ik mijn tent?, geschreven door tekstschrijver Wouter van der Land. Het is de eerste complete gids voor het vinden van een bedrijfsnaam in de Nederlandse taal. Het boekje is bedoeld voor startende horecaondernemers, maar is zeker ook interessant voor neerlandici en naamkundigen. Nergens worden de regels voor woordvorming namelijk zo opgerekt als bij merk- en bedrijfsnaamvorming. Hoe noem ik mijn tent? is uitgegeven in eigen beheer en is onder andere te koop bij Bol.com.

Thema’s en stijlmiddelen

Hoe Noem Ik Mijn Tent? behandelt naamgeving stap voor stap. Aan bod komen achtereenvolgens de verschillende functies van een bedrijfsnaam, de juridische aspecten ervan en het formuleren van duidelijke doelstellingen en randvoorwaarden. Daarna volgen creatieve tips en een hoofdstuk over tweeduizend jaar tradities in horecanaamgeving. Voor taalkundigen het meest interessant zijn de bijlagen: een uitgebreid overzicht van de mogelijke thema’s en stijlmiddelen bij bedrijfsnaamgeving. Lees verder >>

Plaatsnamen lijken op de namen van balspelen

Door Marc van Oostendorp


Waarom, oh, waarom ligt de klemtoon in Dordrecht en Wageningen op de eerste lettergreep? Over de wonderlijke vorm van Nederlandse plaatsnamen is nu een artikel verschenen, dat geschreven is door de Duitse, nu in Amerika werkzame, taalkundige Björn Köhnlein. (Tot deze zomer werkte hij bij Duits in Leiden, waar hij ook promoveerde – bij mij – maar hij heeft ons helaas verlaten voor een beter beroepsperspectief.)

Voor zover bekend heeft iedere taal eigennamen – voor personen, voor plaatsen, voor sommige dingen. Die namen lijken in veel opzichten op gewone woorden: ieder van de klinkers en medeklinkers in Dordrecht en Wageningen zou zó in een doorsnee Nederlands werkwoord of bijvoeglijk naamwoord kunnen fungeren. Maar tegelijkertijd zijn namen niet helemaal hetzelfde als gewone woorden. Dat blijkt bijvoorbeeld uit die klemtoon.

Lees verder >>

Erdbrug, Venray en ‘Si tard’


Door Leonie Cornips
Buiten stormt het, de bomen waar ik op uitkijk schudden heen en weer en de steeds terugkerende regenvlagen zijn zo intens dat op mijn toch wel drukke plein geen mens, noch hond of verkeer te bekennen valt.
Voor mij op tafel ligt de ‘Codex Nederlandse-Limburgse toponiemen’ van Arthur Schrijnemakers: een 951 pagina’s tellend boek dat de motieven van naamgeving van 1160 plaatsnamen in Limburg probeert te achterhalen. Deze codex, gestoken in een donkerbruine kaft met gouden letters, is in oktober 2014 uitgekomen in een oplage van 200 exemplaren uitgegeven door de Stichting CultuurHistorische Uitgaven Geleen (SCHUG) en de tweede druk komt eraan. Het woord codex – van het Latijnse caudex ‘houtblok’ – betekent niet meer dan dat het boek gebonden is en de informatie erin gebaseerd op historische bronnen, 1425 in totaal.
Schrijnemakers, psycholoog, filosoof en historicus, is nu 97 jaar, woont sinds 1952 in New York en heeft zijn hele leven historische gegevens over plaatsnamen in Limburg verzameld en vastgelegd.

Lees verder >>

Een boek voor Zilverliefje en Johannes Gerardus Josephus Maria

Door Marc van Oostendorp


De prijs voor de vrolijkste en meest enthousiaste taalauteur van het jaar gaat zonder enige twijfel naar Maarten van der Meer. Er is geloof ik geen Nederlandse uitgever die dit jaar géén boek over taal heeft uitgegeven, maar geen van die boeken is zo geschikt om aan je nicht cadeau te geven in december. Of die nicht nu Samantha heet of Florentine.

Het boek borrelt van de verbazingwekkende anekdotes over voornamen. Over de broers die Ronald en Donald Duk heetten; Donald kreeg op zijn trouwdag bloemen met een kaartje van de redactie van het vrolijke weekblad. Over de Marokkaanse Nederlander die zijn zoon in 2007 als Zacaria wilde aangeven bij het Haarlemse gemeentehuis – hetgeen geweigerd werd omdat de naam volgens de Marokkaanse (!) wet met een k gespeld moest worden. Over Johannes Gerardus Joseph Maria die sinds 13 februari 2013 officieel alleen nog Jo heet. Zo is hij van die initialen af – het laatste dat hem nog aan zijn katholieke achtergrond herinnerde: ‘Het voelt als een verlossing, om maar een katholieke uitdrukking te gebruiken.’

Namen zijn natuurlijk ook een fijn onderwerp. Vooral voornamen.
Lees verder >>

Website familienaam.be vernieuwd en uitgebreid

De website familienaam.be, die het publiek in staat stelt om de verspreiding van de familienamen in België op te zoeken, is in een nieuw kleedje gestoken, met de steun van de Universität zu Köln en Familiekunde Vlaanderen.

De site is uitgebreid met de familienamen uit 2008, die nu raadpleegbaar zijn naast deze van 1998. Zo ziet men hoe het aantal naamgenoten in België tussen 1998 en 2008 geëvolueerd is.

De cartografische tool is verfijnd: men ziet gemakkelijker hoeveel naamdragers er in welke gemeenten wonen, bovendien kan men zelf de kleur van de kaart kiezen en in- en uitzoomen.

Er zijn twee voorstellingswijzen: de absolute frequentie toont per gemeente het aantal personen met de gezochte familienaam; de relatieve frequentie stelt voor hoeveel personen in verhouding tot het totale inwoneraantal van die gemeente de naam in kwestie dragen.
Achter de link ‘Alles over familienamen’ vindt men achtergrondinformatie over de familienaamgeving in het Nederlandse taalgebied.
Ann Marynissen, Institut für Niederlandistik, Universität zu Köln

Lezingencyclus namen in Limburg

1. Prof. dr. Ann Marynissen (Keulen): “Familienamen in Limburg” op woensdag 30 oktober 2013     
2. Drs. Herman Kaldenhoven (Heerlen): “Plaatsnamen in Limburg” op woensdag 13 november 2013           

3. Dr. Gerrit Bloothooft (Utrecht): “Voornamen in Limburg” op woensdag 27 november 2013 
De lezingen zullen telkens worden gehouden van 16.00 tot 18.00 uur in de Karl Dittrichzaal van de Universiteit Maastricht.

Lees verder >>

De Melkheul

Door Viorica Van der Roest
Geïnspireerd door het nieuwe boek van Tanneke Schoonheim, Langs Leidse Stegen, dat afgelopen zaterdag door Marc van Oostendorp besproken werd, ben ik weer eens met frisse blik naar de straat- en steegnamen in mijn eigen woonplaats gaan kijken. De meeste mensen kennen Gorinchem vooral als decor van de file op de A27, maar wanneer u daar nou weer eens staat stil te staan, kunt u net zo goed even van de weg afkomen om de historische binnenstad te bekijken. Die heeft het middeleeuwse stratenpatroon nog grotendeels behouden, inclusief de oude straatnamen. Een wandeling met taalkundige meerwaarde is dus ook in Gorinchem te maken.
Sommige namen spreken voor zich, zoals Gasthuisstraat, Vissersdijk of Molenstraat. Opvallend is het vrij grote aantal dierenstraatnamen. Gorinchem heeft net als Leiden een Kabeljauwsteeg (ik heb helaas niet kunnen ontdekken hoe die aan deze naam gekomen is). De Katerstraat roept vragen op; is er in Gorinchem een zo gedenkwaardige kat geweest dat men een straat naar hem vernoemde? Of heeft de naam iets te maken met de hoge concentratie van café’s in dat deel van de stad? Verder zijn er een Blauwe Haansteeg en een Eendvogelsteeg.

Lees verder >>

‘Weet ú waar de Woordenboekstraat is?’

Door Morries Leeraert

De straten in Arnhems nieuwste nieuwbouw krijgen de volgende namen: Daphnestraat, Ledastraat, Orpheusstraat en Dianaplantsoen. Het zijn (straat)namen van goden, nimfen en mensen-van-durfal, verbonden aan de Metamorfosenvan de klassieke Romeinse dichter Ovidius.

Welke ambtenaar heeft dat bedacht? Hoe worden straatnamen gekozen?
Hoe komen straten aan hun naam?
‘Voor het benoemen van straatnamen zijn er weinig vaste regels’, zeggen de ambtenaren zelf in een rapport van de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG).

Dat geeft ruimte voor creativiteit, zou je zeggen. Maar er zijn kennelijk ongeschreven regels. Want ruimte voor een Pipi Langkousstraat, een Mammeloestraat, of een Kommastraat, is er niet. De Van Dalestraat – vernoemd naar Neerlands Grote Woordenboeksamensteller bestaat niet buiten het kleine Zeeuwse Sluis, zijn geboorteplaats.

Lees verder >>

Verdwijnt de dialectologie?

Door Miet Ooms

Vorige week bracht ik nog eens een bezoekje aan mijn oude werkplek, mijn kantoor in de Letterenfaculteit van de K U Leuven en momenteel het dialect- en naamkundearchief. Het deed me pijn te merken hoe vol en tegelijkertijd leeg het was. Vol met dialectologische en naamkundige eindverhandelingen uit een periode van ongeveer honderd jaar, met vragenlijsten uit de eerste helft van de vorige eeuw, microfiches, atlassen, enz. En leeg, omdat er al meer dan een jaar niemand meer zit. De enige die er nu sporadisch komt, is prof. em. Goossens, die ondanks zijn 83 levensjaren naarstig aan het werk blijft.
Lees verder >>

De gouden bergen van de naamkunde

Wat is in een naam? Voor sommigen vooral een zak met geld. Vorige week kreeg ik een brief onder ogen van een Noors namenbedrijf. In de brief vroeg het bedrijf aan het instituut waar ik werk om de tienduizend frequentste achternamen. Die bedrijven wilde het laten vastleggen als zogenoemde Internetdomeinnamen: jansen.nl, devries.nl, delange.nl, vanoostendorp.nl en nog zoveel mogelijk andere.

Het wordt steeds populairder om je eigen website en je eigen e-mailadres te hebben. Een e-mailadres als Gerrit@Komrij.nl klinkt niet alleen als een klok, maar kun je ook gemakkelijk meenemen als je van werkgever of van Internetaanbieder verandert. Dat adres kun je, net als je naam zelf, je leven lang meenemen. Het eindigt weliswaar op .nl, maar zolang je je wortels niet verloochenen wil, kun je het ook meenemen als je emigreert.

Het is dus erg aantrekkelijk om zo’n adres te hebben. Dat heeft het bedrijf van wie ik de brief las kennelijk ook begrepen, en er duiken her en der meer van dat soort bedrijfjes op. Wie nu het adres verkruijsse.nl weet te reserveren kan immers in de toekomst Piet@Verkruijsse.nl, Joop@Verkruijsse.nl én Marie@Verkruijsse.nl allemaal een prachtig e-mailadres aanbieden. Hij kan daar dan geld voor vragen, maar hij kan die adressen zelfs ook gratis aan de naamdragers aanbieden en ze af en toe vertroetelen met een advertentie. Omdat hij inzicht heeft in de e-mailcorrespondentie kan hij de advertenties nog op maat snijden ook. Wie veel berichten schrijft waarin gewag wordt gemaakt van auto’s, krijgt op een goede dag een prachtige aanbieding van de firma Citroën in de elektronische brievenbus.

Daar komt nog bij dat zo iemand in één klap een groot aantal namen voor websites ter beschikking heeft (http://www.piet.verkruijsse.nl/), die eventueel ook met allerlei advertenties kunnen worden opgetuigd. Het is daarvoor niet nodig dat degene die die Internetnamen registreert zelf ook maar enige connectie onderhoudt met iemand die Verkruijsse heet. Hij hoeft alleen maar de eerste te zijn die op het idee komt de namen vast te leggen. Vandaar dat het bedrijfje waarvan ik die brief onder ogen kreeg zoveel belangstelling had voor de frequentste 10.000 namen in Nederland.

Natuurlijk is het instituut waar ik werk niet op het voorstel ingegaan: onderzoeksinstellingen zijn er niet om bedrijven aan een monopolie te helpen. De brief heeft mij trouwens meteen wel een interessant avondje surfen bezorgd, toen ik van zoveel mogelijk kennissen, vrienden en collega’s probeerde te achterhalen of ik hun naam nog kon kopen. Neem mijn mederedacteuren. De adressen http://www.verkruijsse.nl/ en http://www.salemans.nl/ zijn nog vrij; http://www.kuiper.nl/ behoort aan een bureau voor ruimtelijke ordening; http://www.coppen.nl/ is al wel vergeven maar het is nog niet helemaal duidelijk aan wie. En wie aanspraak denkt te maken op een e-mailadres dat eindigt op vanOostendorp.nl kan deze tegen kostprijs van een paar gulden verkrijgen bij
Marc@vanOostendorp.nl

Voorbeelden van namenbedrijfjes: http://www.basenames.nl/, http://www.internetadres.nl/, http://www.nameplanet.com/, http://www.realnames.com/.