Tag: mystiek

29 november 2019, Antwerpen: Ruusbroecdag 2019, Verlatenheid in de mystiek

Ic roepe, ic claghe:
de minne hevet de daghe
ende ic de nachte ende orewoet

(Hadewijch, Lied 18)

Het gevoel van verlatenheid is een kernthema in de liefdesmystiek. In de queeste naar de goddelijke geliefde ervaart men onvermijdelijk zowel aanwezigheid als afwezigheid. Mystieke auteurs hebben deze paradoxale ervaring met krachtige beelden weten te verwoorden: de woestijn, de donkere nacht, de diepe afgrond, de onstilbare honger, het razende verlangen … Op deze Ruusbroecdag laten we eerst christelijke mystici uit het verleden aan het woord over de ervaring van verlatenheid. In een tweede deel verkennen we literaire articulaties van verlatenheid en mystiek in de moderne tijd.

Lees verder >>

Vreemd geluk in C.O.Jellema’s gedicht ‘Mei’

Door Louisa van der Pol

Illustratie: Susanne van der Kleij

In ‘Hoe zij een steentje uit haar schoenen haalt’ (Neerlandistiek, 26 mei 2018) maakt Marc van Oostendorp enkele boeiende opmerkingen bij het sonnet ‘Mei’ van C.O. Jellema. Treffend verwoordt hij de ambiguïteit die hij ervaart bij het lezen van een ogenschijnlijk simpele gebeurtenis: twee oude mensen, die een avondwandeling maken in de maand mei. Op zich niets bijzonders maar er moet, volgens hem, gelet worden op de details. Nadat hij daarvan enkele voorbeelden gegeven heeft, komt hij tot de conclusie dat Jellema erin geslaagd is iets te zeggen dat je nog nooit gehoord hebt en waardoor je alles anders ziet. Hij daagt daarmee uit je steeds meer in dit gedicht te verdiepen. Al lezend komen er steeds meer vragen boven. Waarom is het geluk dat beide mensen gekend hebben en waarnaar ze zo’n heimwee hebben, nu een vreemd geluk? Welk systeem van vrede breken zij stuk? Opvallend is dat Jellema het plechtige ‘tesaam’ koppelt aan het alledaagse, simpele woord ‘pop’. Overigens is het een merkwaardige pop, een ‘grijze’.

En dan de titel. Het beeld van de bloeimaand past, poëtisch gezien, niet zo bij oud-zijn en een naderend levenseind. In ‘Bladval’ bijvoorbeeld verbindt Jellema oud worden en sterven met de herfst: ‘Bladval, sermoen van herfst. En in verzet / tegen het sneller draaien van de jaren’ en ‘[…] tussen al die blaren / ziet men zijn hand, de rest ervan, ’t skelet’. Al deze details, die eigenlijk niet kloppen en daardoor vervreemding oproepen, wijzen erop het gedicht anders te lezen dan alleen als het verhaal van twee oude mensen die een avondwandeling maken, terugverlangen naar hun jeugd en binnenkort zullen sterven. Lees verder >>

De lucht is guur

Door Marc van Oostendorp

In een van de essays in Hans Groenewegens laatste boek, De lezer van poëzie en mystiek, bespreekt de auteur Hadewijch, Kees Ouwens en Bertolt Brecht. Hebben die dan iets met elkaar te maken? Tja, zegt Groenewegen in de inleiding, “het enige intuïtieve verband dat men schrijvend zichtbaar heeft gemaakt, is dat de drie losse onderdelen onder één titel zijn samengebracht.”

Lees verder >>

De lucht is guur

Door Marc van Oostendorp


In een van de essays in Hans Groenewegens laatste boek, De lezer van poëzie en mystiek, bespreekt de auteur Hadewijch, Kees Ouwens en Bertolt Brecht. Hebben die dan iets met elkaar te maken? Tja, zegt Groenewegen in de inleiding, “het enige intuïtieve verband dat men schrijvend zichtbaar heeft gemaakt, is dat de drie losse onderdelen onder één titel zijn samengebracht.”

Ik denk dat Groenewegen die waarschuwing over het intuïtieve verband voor de hele bundel heeft willen laten gelden. In dit boek, dat hij door zijn overlijden in 2013 net niet meer helemaal zelf af heeft kunnen maken, staan opstellen bij elkaar over poëzie en mystiek. Dat is een breed thema – het begrip poëzie is al niet zo duidelijk afgebakend, maar mystiek is dat zo mogelijk nog minder – en ik geloof ook niet dat je kunt zeggen dat er uiteindelijk een duidelijke lijn zit in het boek.

Het cirkelt wel langzaam maar zeker naar een beter begrip van wat eigenlijk het verband is tussen mystiek en taal. Mystiek is eigenlijk de anti-taal.

Lees verder >>

Colloquium over mystiek en identiteit in moderne Vlaamse letterkunde

Het Ruusbroecgenootschap organiseert het colloquium “Verzoekingen” in samenwerking met het Instituut voor de studie van de letterkunde in de Nederlanden (ISLN) en de Erfgoedbibliotheek Hendrik Conscience.

Dit colloquium verkent en onderzoekt de rol die de mystieke traditie heeft gespeeld in de constructie van de identiteiten van diverse actoren uit het literaire veld.

De sprekers concentreren zich tijdens dit colloquium op de invloeden van auteurs als Ruusbroec en Hadewijch op schrijvers zoals Felix Timmermans en Hugo Claus.

Meer info vind je via de website van het Ruusbroecgenootschap.

Wit licht: een bont gebeuren

Door Marc van Oostendorp

“Het licht, Gods witte licht, breekt zich in kleuren’, dichtte Martinus Nijhoff, “Kleuren zijn daden van het licht dat breekt. / Het leven breekt zich in het bont gebeuren, / En mijn ziel breekt zich als ze in woorden breekt.”

Het lijkt mij moeilijk om zo’n gedicht te lezen zonder er een religieuze dimensie in te zien – om als het ware om het woord God in de eerste regel heen te lezen –, maar volgens Jaap Goedegebuure wordt ‘driekwart van de neerlandistiek’ bevangen door ‘koudwatervrees zodra de verhouding tussen literatuur en religie ter sprake komt’. Wat die koudwatervrees precies omvat, en wat de bezwaren precies zijn, maakt hij helaas niet duidelijk. 
Wel is duidelijk dat hij zichzelf in dat kwart bevindt, en dat hij anderen ervan wil overtuigen dat het de moeite waard is om de religieuze, ja, de mystieke dimensie van literatuur te laten zien. Hij deed dat in eerder werk al, bijvoorbeeld door aandacht te vragen voor Meister Eckhardt of dat van de postkatholieke schrijver Frans Kellendonk. Deze essaybundel moet misschien een sluitstuk vormen in dat streven.

Lees verder >>