Tag: Multatuli

Stonde, kutwater of zoiets


De Multatulileescursus (46)

Door Marc van Oostendorp

– Uit de Vierde Bundel Ideën spreekt vooral: grote vermoeidheid.

– Huh? Er zijn weinig geschriften in de Volledige Werken die zo polemisch zijn. Vol vuur gaat hij erop in! Heel Nederland krijgt ervan langs!

– Misschien, maar de tekenen van vermoeidheid zijn er voortdurend. Je ziet die combinatie van polemiek en uitputting in zinnen als:

Ook ik hoop niet lang te leven – schoon ik nog veel te doen heb – maar hoef waarachtig van ’t banquet de la vie niet op te staan uit schaamte dat ik te veel genoot, en te weinig bydroeg.

– Dat is natuurlijk een gevolg van Multatuli’s schrijfritme. Doordat hij almaar doorschrijft, is het resultaat afhankelijk van zijn humeur van het moment. Er zijn weinig Nederlandse schrijvers die zoveel humeuren in hun werk laten zien als hij.

– En ik beweer dus dat het overwegende humeur in dit deel dat is van vermoeidheid. Of, zoals hij zelf zegt: verdriet.

– Het is mooi gezegd, maar ik vind het vooral langdradig, dat eindeloze jeremiëren over hoeveel onrecht hem is aangedaan. Ik moet toegeven dat ik af en toe een paar bladzijden heb overgeslagen.

Lees verder >>

‘Ik wil met jou naar bed toe gaan’ is fyn.

De Multatulileescursus (45)

Door Marc van Oostendorp

– In de brieven die we twee weken geleden lazen kon je zien dat Multatuli zich veel had voorgesteld van Vorstenschool. Hij vond dat hij sinds Max Havelaar werd doodgezwegen en hij hoopte dat hij dit met dit toneelstuk kon doorbreken.

– Is dat eigenlijk gelukt?

– Het is in ieder geval duidelijk dat het stuk na een aantal jaar na eindeloos aandringen van zijn grote bewonderaar, de energieke en originele Mina Krüseman, werd uitgevoerd en dat het lange tijd op het repertoire heeft gestaan van allerlei gezelschappen. Het is mij niet duidelijk of er daarna ook meer over zijn andere werk werd gesproken. Ik geloof het eigenlijk niet.

– Ik vond er eerlijk gezegd weinig smaak aan zitten, dat hele Vorstenschool. Multatuli was toch vooral een prozaschrijver. Die vijfvoetige jamben doen zijn stijl geen goed.

– Ja, maar dat zeg je als eenentwintigste-eeuwer. Multatuli probeerde hier duidelijk zijn boodschap te gieten in een kunstzinnige vorm die vooral zijn eigen tijdgenoten zou aanspreken: een drama in blanke verzen. Wat wil zeggen dat ze metrisch zijn, maar niet rijmen:

(…) Leven moet de mens,
Dat is: gevoelen, denken, werken, streven,
En vruchten dragen, honderd… duizendvoud!
Wie niet meer geeft dan hy ontving, is… nul,
En deed met z’n geboorte onnodig werk.’

Lees verder >>

Maar ’n arm mensch doet wat hy kan, en niet wat hy gaarne zou willen.

De Multatulileescursus (44)

Door Marc van Oostendorp

 

Schaakpartij Multatuli tegen J.L. Switzar

– Wat een eigenaardig boekje was dit, over Multatuli als schaker!

– Ja, de auteur vond het kennelijk ook een beetje mal, om ter gelegenheid van de 150e verjaardag van Multatuli (in 1970) een boekje te maken over iets dat nu toch niet echt centraal stond in het leven van de schrijver.

– Ik ben daar dol op! Alles weten over één persoon, die helemaal in beeld brengen! Inclusief zijn hobby’s van de oude dag.

– Ik wist niet dat jij zo’n fan was van Multatuli.

– Je hoeft toch ook geen fan te zijn. In zekere zin is Multatuli óók een toevallige voorbijganger, die allerlei interessante kanten had, die zich goed kon uiten, en tegen wie je dus op verschillende manieren kunt aankijken. Het gaat er niet om dat we hem bewonderen, maar dat we hem kunnen bekijken. Lees verder >>

Een dikbeschaduwd vraagteeken met vraagteekens er achter

De Multatulileescursus (43)

Door Marc van Oostendorp

– Een van de aardige ontdekkingen in de brieven uit 1872 is het plezier dat Multatuli als vakman bleek te beleven.

– Ja, hij had zich nog maar net tot beroepsschrijver uitgeroepen of hij leek het schrijverschap al zowaar leuk te vinden.

– Belangrijker was misschien wel dat hij zo’n goede én aardige uitgever had gevonden, G.L. Funke. Voor het eerst was er iemand bezig met iets van Multatuli’s werk te maken, en meteen wordt de schrijver een en al professional: uitgebreide beschouwingen over wat er allemaal gecorrigeerd moet worden…

– … Ja, of het probleem hoe je al die noten bij de Ideën eigenlijk moet zetten: onderaan de pagina in een kleiner font? Aan het eind van ieder Idee?…

Ik vrees, ik vrees, dat de noten altyd leelyk staan zullen. Ik zag dit reeds in by ’t schryven, maar wist geen andere manier. Achter in den bundel is nog onsmakelyker.

– … een probleem dat uitgevers nog lang zou plagen, en pas zou worden opgelost door de komst van hypertekst.

– Een ander grappig voorbeeld is dat hij denkt dat de Ideën geïllustreerd moeten worden. Hij geeft daar aan zijn uitgever een aantal voorbeelden van.

– Maar dat zijn nu niet bepaald inspirerende voorbeelden:

Lees verder >>

Seuren

Door Marc van Oostendorp

De Multatulileescursus / Sprachwissenschaftliche Beihefte I

Er zou een aardige studie te maken zijn van de spelling van Multatuli. Er zijn natuurlijk de in het oog springende details – de y in plaats van ij (hy lydt) en het feit dat Douwes Dekker mens schreef voor mensch als hij even de kans kreeg –, maar interessanter nog zijn de details. Omdat hij zich niet sterk richtte op bijvoorbeeld de spelling van De Vries en Te Winkel, is niet altijd duidelijk waar hij zich op richtte.

Zo spelde hij altijd seuren. Het woord komt niet heel vaak voor in de Volledige Werken, maar toch wel af en toe, en voor zover ik heb kunnen nagaan, wordt het dan altijd met een s gespeld. Andere woorden die de meesten met een z schrijven, schrijft hij ook met een z. Multatuli’s tijdgenoten lijken niet dat systeem te hebben gevolgd: meestal schreven ze zeuren en zuur, al hield een enkeling ook vast aan het wat ouderwetsere seuren en suur. Dat doet vermoeden dat Multatuli een reden heeft gehad voor deze spelling, en de meest plausibele is dat hij seuren inderdaad met een s uitsprak.

Lees verder >>

Het medelyden met den gevallen adelaar sluit geen eerbied uit, maar ’n struikelende schildpad is bespottelyk

De Multatulileescursus (42)

Door Marc van Oostendorp

– Ik vind het wonderlijk dat één van de langste essays van Multatuli, Duizend en enige hoofdstukken over specialiteiten, gaat over een zo miniem onderwerp.

– Miniem?

– Ja, de vraag of het nodig en wenselijk is mensen in de Kamer komen vanwege specialistische kennis. Ik geloof toch echt niet dat dit een kwestie is waar we nu nog mee zitten.

– Maar dat is toch ook niet de enige vraag in het boekje? Het waaiert al snel uit. Het blijft wel in dit geval, veel meer dan in al Multatuli’s andere werk, cirkelen om dat hoofdthema, maar dat gaat al heel snel niet meer alleen over de Kamer, maar over de veel bredere vraag naar het nut van vakmensen en specialisten. Ergens aan het eind formuleert hij het in ‘twee hoofdvragen’:

Lees verder >>

Wie den Javaan dom noemt, heeft slechts gelyk in zoverre als zekere gebreken in het denkvermogen allen mensen aankleven

De Multatulileescursus (41)

Door Marc van Oostendorp

– Misschien had Multatuli dít boekje beter Divagatiën over zeker soort van liberalismus kunnen noemen en niet Nog eens: Vrye Arbeid in Nederlandsch Indië.

– Je bedoelt dat dit boekje veel meer over het liberalisme gaat dan het vorige? Maar dan toch alleen over de politieke variant?

– Die wordt hier dan ook zeer zorgvuldig ontleed. Precies het probleem dat mensen tegenwoordig aan het neoliberalisme verbinden, bestond voor Multatuli toen al: liberalen zeggen allerlei mooie idealen na te streven – vrijheid voor allen –, maar als je beter kijkt gaat het om rauw kapitalisme, de vrijheid om over de ruggen van anderen geld te verdienen.

Lees verder >>

Mijn innige overtuiging is, dat er slechts een praktisch wapen is, het heet geweld

De Multatulileescursus (40)

Door Marc van Oostendorp

– Het is ook wel aardig aan het werk van Multatuli dat enkele van de grootste lezers van de afgelopen anderhalve eeuw zich aan zijn werk hebben gewijd. Lezers zoals J.J. Oversteegen, van wie we vandaag dan zijn De redelijke Natuur. Multatuli’s literatuuropvatting gelezen hebben.

– Ja, voor een schrijver die zo veel klaagde dat ‘men niet lezen kan’ is Douwes Dekker goed bediend.

– Het aardige is dat Oversteegen in dit boekje goed laat zien wat dat eigenlijk is, goed lezen volgens Multatuli: lezen met volledige inzet. Lezen moet een ontmoeting zijn, alleen de moeite waard als de schrijver het onderste uit de kan haalt, maar ook de lezer alles geeft: al zijn aandacht, al zijn kritische zin. Het is geen lolletje, lezen en schrijven – er staat enorm veel op het spel. En er kan ook veel uit komen, volgens Multatuli:

Wanneer we dan by dat alles nog letten op ’t verschil der zieletoestanden van de beschouwers, die ’n kaleidoskopische oneindigheid van opvatting te-weegbrengen, waaraan de kunstenaar zelf niet kan gedacht hebben – omdat deze, hoe universeel ook van opvatting, toch altyd slechts éénling blyft – dan komen wy tot de slotsom dat Kunst ’n schatkamer is, waaruit zorgvuldige gebruikers meer weten te putten dan de bekwaamste rentmeester daarin neerlegde.

Lees verder >>

Het liberalismus is geen zoetelende, pluimstrykige, vals-liefkozende deerne, geen meretrix blanda, die ieder streelt

De Multatulileesursus (39)

Door Marc van Oostendorp

– Ik was nogal teleurgesteld. Zeg nou eerlijk, als je een boekje ter hand neemt met de titel Divagatiën over zeker soort van liberalismus, dan verwacht je toch dat de schrijver daarin zijn politieke opvattingen uiteenzet? Zeker als die schrijver geprobeerd heeft in de Tweede Kamer te komen?

– Nou, de titel divagatieën en vooral de naam van de schrijver hadden je toch op andere gedachten kunnen brengen.

– Maar hier komt dat hele liberalisme er wel heel bekaaid vanaf, zeg nou zelf. Af en toe stelt hij het even aan de orde, maar het is meer alsof hij dan ineens beseft dat het woord nu eenmaal in de titel staat, dus dat hij niet helemaal net kan doen alsof het niet bestaat.

– Maar het is toch volkomen duidelijk dat hij hier een ander soort liberalisme bedoelt? Dat hij zich juist verzet tegen een definitie van liberalisme in termen van stemgedrag in de Tweede Kamer?

– Ja, hij geeft zelfs een definitie:

Liberaal zyn bestaat: in het voortdurend gemoedelyk zoeken naar waarheid, en in ’t eerlyk toepassen van de verkregen resultaten.

– Horen jullie dat, D66 en VVD?

Lees verder >>

Heb je dat ook wel dat ge geen baas zijt over uw geschrijf?

De Multatulileesursus (37)

Door Marc van Oostendorp

– Iedereen heeft altijd maar zijn mond vol over de cultuur, heden ten dage, maar niemand neemt ooit de moeite uit te leggen wat dat precies is.

– Mensen, allemaal stil! Hier gaat iemand een definitie geven van cultuur!

– Een levende cultuur lijkt mij een voortdurende conversatie met steeds nieuwe deelnemers. Het is commentaar, en commentaar op commentaar, en metacommentaar op al dat commentaar.

– En is Multatuli daar een goed voorbeeld van?

– Nou ja, je kunt niet ontkennen dat hij zelf niet allerlei commentaar had, ook op andere schrijvers…

– … zijn kritiek op Bilderdijk! Ik kan niet wachten tot we daar eindelijk aan toegekomen zijn…

Lees verder >>

Is dan niet ons geheel leven één teleurstelling?

De Multatulileesursus (36)

Door Marc van Oostendorp

– Met Miljoenenstudiën liet Multatuli toch wel zien dat hij een van onze grootste schrijvers was, echt op wereldniveau.

– Vind je? Het is toch volkomen onleesbaar?

– Niet onleesbaarder dan Ulysses.

– Al die eigenaardige uitwijdingen over het roulettespel, laat staan die over kwesties waar geen touw aan vast te knopen is?

– Nee, ik houd het staande. Het is niet onbegrijpelijker of minder gestructureerd dan Leaves of Grass en in sommige opzichten is het ambitieuzer.

– Ambitieus? Een verdediging van het roulettespel?

– Maar hij maakt tegelijkertijd heel duidelijk dat die roulette op een aantal manieren model staat voor het leven. Hij behandelt feitelijk de structuur van de werkelijkheid, en de manier waarop de mens daarop vergeefs greep probeert te krijgen. En dan niet in de domme zin van ‘een balletje kan raar rollen’, maar op een magistrale manier legt hij uit waarom we ook in een volkomen deterministische wereld – want daar leefde Multatuli duidelijk in, een wereld waarin iedere gebeurtenis dwingend volgde uit alles wat eraan was voorafgegaan – nooit echt kunnen voorspellen wat er gebeurt.

Lees verder >>

Twee minderjarige jongelui met iets als mutsjes op ’t hoofd, die door kleur en grootte aan rode ouwels deden denken.

De Multatulileesursus (35)

Door Marc van Oostendorp

– Dit was voor het eerst in mijn lezersleven dat ik voorbij de eerste hoofdstukken van de Miljoenenstudieën gekomen ben.

– Ik blijf het lastig vinden. Er zit zo weinig draad in. Het zijn discussies over allerlei onderwerpen, maar die zijn niet allemaal even boeiend.

– Qua vorm is een van de interessante aspecten van die eerste hoofdstukken juist dat de ik-figuur, die mogelijk op Multatuli lijkt, helemaal niet de boventoon voert. Dat is de oude Adolf, die door hem wordt aangesproken als Meester. Multatuli die iemand anders een Meester noemt!

= Toch lijken veel van Adolfs opinies me nog gelijk aan die van Multatuli.

– Ja, maar die neiging had Multstuli sowieso, hè. Zijn meningen aan al zijn personages geven. Ook met Droogstoppel of meester Pennewip lijkt hij het vaak eens.

Lees verder >>

Frits calls them pastilles, don’t ask me why

De Multatulileesursus (34)

Door Marc van Oostendorp

– Het is wel een vreemde ervaring, Multatuli in het Engels lezen.

– Deze nieuwe vertaling lijkt mij uitstekend, al ben ik natuurlijk geen anglist.

– Hij is uitmuntend, ik kan niet anders zeggen. En ik ben wél…

– Ja, en toch, het is een vreemde ervaring:

I am a coffee broker and live in a canal-side house at No 37 Lauriergracht. It is not my habit to write novels or suchlike, so it was some time before I could bring myself to order a few extra reams of paper and commence the work that you, dear reader, have just taken up, which you must read if you’re a coffee broker, or if you’re anything else.

– Je vraagt je af wat al die mensen die zo tegen hertalingen zijn hier van denken. Van die mensen die vinden dat iedereen alles in het origineel moeten lezen, of anders niet lezen.

– Maar dit is toch wel wat anders, dit is toch vooral bedoeld voor mensen die het Nederlands niet machtig zijn. Lees verder >>

Het geval casus

Door Marc Kregting

Vergis ik me of is de betekenis van casus buiten de taalkunde aan het veranderen? En spelen de cultuurindustriële dinges en het rentabiliteitsgeloof daar weer eens een rol in? 

Een casus is, voor zover ik weet, import-Latijn voor een geval. Meer in het bijzonder een mens aan wie iets ergs is overkomen, een ziektegeschiedenis. Freud heeft over zulke onbenijdenswaardigen verklarende teksten geschreven die de noemer Der Fall hadden: Dora die eigenlijk Ida Bauer heette, Zwangsneurose van een Rattenmann genaamd Ernst Lanzer,….

Met intellectuele virtuositeit deed de psychoanalyticus met een casus wat bij ‘hard’ bètaonderzoek regel was: onontkoombare analyses maken. Dat ondergingen evenzeer treurigaards en verdachten in de misdaad. Over hen moest geoordeeld worden. Zoiets vond, door toepassing van wetsartikelen, plaats in een rechtbank. Vandaar dat het ‘Onuitgegeven Tooneelspel’, de beroemde intro van Max Havelaar over het hangen van de vermeende moordenaar van Barbertje, door A.L. Sötemann een ‘casus’ genoemd is

Lees verder >>

Ik was ’n kind en had ’n woord opgevangen dat ik niet verstond: kaarsmooi

De Multatulileescursus (33)

Door Marc van Oostendorp

– Het is bij de correspondentie van publieke personen altijd interessant om de discrepantie te zien tussen wat ze privé schreven en wat ze in de openbaarheid brachten.

– Is Multatuli nu niet bij uitstek één van de schrijvers bij wie die zaken in elkaar overlopen?

– Dat lijkt me een misverstand. In de brieven in deel 14 klaagt hij bijvoorbeeld in bijna iedere brief dat hij zo moe is, dat de fut eruit is. Terwijl we vorige week net hebben geconstateerd dat het derde deel van de Ideeën dat hij toen voltooide een van de vitaalste boeken in zijn oeuvre is.

– Nou ja, dat constateerde jij.

– Hij schrijft bijvoorbeeld aan Roorda, zijn belangrijkste correspondent in dit jaar: Lees verder >>

Wie ’t betwyfelt, wordt veroordeeld tot het opzetten van ’n zwemschool voor jonge eenden

De Multatulileescursus (32) [dubbeldikke aflevering]

Door Marc van Oostendorp

– Nu we deze derde bundel Ideën uit hebben, wil ik zeggen: dit is Multatuli op zijn best. Als iemand mij vraagt, wat mijn lievelingsboek van deze schrijver is, zeg ik: de derde bundel Ideën.

– Dat klinkt een beetje excentriek. Het is toch maar een stukje van een groter geheel.

– Dat is achteraf het nadeel van dat idee van de Ideën. In zijn eigen tijd werkte het: het was een eenpersoonstijdschrift waarop je je kon abonneren. Maar in de loop der tijd is het een enorme kolos geworden, alsof je eigenlijk al die bundels allemaal gelezen moest hebben om er iets over te zeggen. Het klinkt heel gek om te zeggen dat één deel daaruit je favoriete boek is, maar in dit geval is dat toch heus zo.

– Toch is dit boek onlosmakelijk met al het andere werk van Multatuli verbonden.

– Ja, maar als je dat een bezwaar vindt, kun je dus eigenlijk geen enkel boek van Multatuli als je lievelingsboek beschouwen. Lees verder >>

Niets doen, niet streven, is in stryd met de gehele Natuur

De Multatulileescursus (31)

Door Marc van Oostendorp

– Het is aan het begin van deze Derde bundel Ideën duidelijk dat Multatuli inmiddels besloten had om broodschrijver te worden.

– Ja, een groot deel van de Ideën bestaat uit reflectie op het schrijverschap.

– Of minstens even belangrijk: het redenaarschap. Daarover heeft hij eigenlijk nog meer te zeggen dan over het schrijverschap. Alsof hij besloten had broodspreker te worden.

– Heel grappig vond ik zijn parodie op het gekwebbel waarop een redenaar die in een stadje gaat optreden wordt onthaald. Vanaf het moment dat men hem van het station ophaalt.

– Lees eens voor, dat kun jij zo mooi!  Lees verder >>

Geene meening is zoo ongerijmd, dat ze niet hare aanhangers heeft

De Multatulileescursus (30)

Door Marc van Oostendorp

– Dat 1870 was wel een wonderlijk jaar!

– Ja, de Frans-Duitse oorlog!

– Nee, ik bedoel in het leven van Multatuli. Vreemd genoeg schrijft hij in zijn brieven zelfs nooit over die oorlog.

– En dan vind jij het desbetreffende jaar wonderlijk?

– Dat bedoelde ik niet. Ik had er eerlijk gezegd niet eens bij stil gestaan dat die oorlog ontbrak.

– Hoewel Multatuli in zijn brochure over Pruisen en Nederland die oorlog wel had aangekondigd.

– Ja, maar hij was in deze jaren duidelijk met heel andere dingen bezig. Aan de ene kant barstten zijn creatieve aderen weer open Hij begon aan allerlei boeken tegelijkertijd: het derde deel van de Ideeën, de Miljoenen-Studiën, Nog eens: vrye arbeid in Nederlandsch Indië en Specialiteiten.

Lees verder >>

Wij hebben iets meer noodig dan romantiek, cursiefletters, verdichtselen en holle klanken

De Multatulileesclub (29)

Door Marc van Oostendorp

– Die Maartje Janse, van wie we vandaag dat artikel lazen over Multatuli en de Maatschappij tot Nut van den Javaan, kennen jullie die?

– Zeker!

– Jij had toch ook een filmpje met haar gemaakt?

– Ja, dat ging zelfs over dit onderzoek.

– Maar wat ik zeggen wilde, wat schrijft die Janse briljant! Lees verder >>

Nonni, ieder lezer die zich respecteert behoort haar te kennen

De Multatulileescursus (28)

Door Marc van Oostendorp

Manuscript van de Causerieën. Geheugen van Nederland

– Wat gek, dat die Causerieën zo populair zijn?

– Populair?

– Nou ja, dat is misschien inderdaad niet het beste woord voor een werk dat nooit apart is uitgegeven. Maar ze zijn een soort Geheimtip. Stuiveling noemt ze geniaal, en op de website van het Geheugen van Nederland wordt gezegd dat ze pareltjes van essayistiek zijn. Lees verder >>

Max Havelaar, of de meningen van Nederlandse scholieren

Door Roland de Bonth

Hij maakt deel uit van de Canon van Nederland, is opgenomen in de Dynamische canon van de Nederlandstalige literatuur vanuit Vlaams perspectief, is verfilmd door Fons Rademakers,  is hertaald en bewerkt door Gijsbert van Es, is bewerkt en van context voorzien door Peter van Zonneveld, werd belaagd door zombies én kreeg een toesprakentoernooi. Inderdaad, Max Havelaar.

Maar ook zijn schepper ontbreekt het niet aan de nodige aandacht: Multatuli leende zijn naam aan een museum, een genootschap, een stadswandeling en een leesclub. Het afgelopen jaar prijkte hij zelfs op een van de drie kussens waar gasten van het populaire radio1-programma De Taalstaat hun voorkeur voor konden uitspreken.     

Het is dan ook niet voor niets dat Multatuli’s Max Havelaar alom beschouwd wordt als één van de belangrijkste werken van de Nederlands(talig)e letterkunde. En dat er in het voortgezet onderwijs bij de lessen literatuurgeschiedenis – én geschiedenis – aandacht wordt geschonken aan dit boek, is dan ook niet meer dan terecht. Lees verder >>

Je dois toujours lutter, avec les circonstances et avec moi même

De Multatulileescursus (27)

Door Marc van Oostendorp

– Deze week leverde voor het eerst een wel wat tegenvallende leeservaring op. Ik ben door alle stukken en brieven uit deel 12 en deel 13 van de Volledige Werken heengegaan, maar er was echt niet veel aan.

– Het kwam natuurlijk ook doordat er zo weinig brieven van Multatuli zelf instaan.

– Het zijn van zijn hand vooral die nogal droge stukjes Van den Rijn die hij voor de krant schreef en waarin hij navertelde wat de Duitse kranten aan Duits nieuws brachten. Je moet echt wel heel veel belangstelling hebben voor het reilen en zeilen van Duitsland in die dagen om dat geboeid te lezen.

– Nou, lekker, daar zitten we dan. Zullen we dan vandaag maar eens alleen port drinken? En keuvelen?

– Iemand The Passion gezien?

– Wacht, er is toch wel iets. Een reden waarom er zo weinig brieven zijn is natuurlijk omdat het in 1869 allemaal even goed leek te gaan: Multatuli woonde met zijn twee vrouwen, met Tine én Mimi, in Den Haag.

– Je bedoelt dat hij daarom geen brieven aan hen schreef.

– Precies. Wel schreef hij de CauserieënLees verder >>

Een knal gelijk klinkt het ruwe vloekwoord van den matroos door ’s heeren Bosscha’s welgemeubelde vertrekken

De Multatulileescursus (26)

Door Marc van Oostendorp

– Ik heb ontdekt dat één reden waarom ik van het werk van Multatuli houd is dat ik dol ben op commentaar.

– Zoals het werk dat we deze week gelezen hebben, Een en ander over Pruisen en Nederland, commentaar is op een brochure van J. Bosscha over … de relatie tussen Pruisen en Nederland.

– Hadden jullie gezien dat die brochure ook op internet staat? Bij Het Geheugen van Nederland?

– Net als het commentaar dat Busken Huet dan weer schreef op Multatuli’s stuk.

– Nooit eerder was het zo makkelijk om al die stukken te lezen. Zelfs in Multatuli’s eigen tijd had je ze niet zo gemakkelijk bij elkaar.

– Maar luister nu, het zijn niet alleen deze verschillende brochures. Multatuli voegde ook graag later nog voetnoten in, ook in deze brochure heeft hij dat gedaan, met commentaar op zijn eigen werk. Zoals hij ook voortdurend verwijst naar zijn eigen eerdere werk, en al zijn geschriften dus commentaar zijn op al zijn eerdere geschriften. Lees verder >>

Ik voel dit aan myzelf, hoeveel trotscher, flinker ik gestemd ben wanneer ik werk, dan als ik mymerend ronddool.

De Multatulileescursus (25)

Door Marc van Oostendorp

– Wat mij ineens opviel: hoe aardig Multatuli ook kon zijn. Als hij niks van de mensen moest, kon hij ze buitengewoon hoffelijk bejegenen.

– Zeker, de ellende begon als hij ze nodig had, dan werd hij een lastpak.

– Ja, de brieven uit 1867! Het moet een naar jaar voor hem zijn geweest, hij zat daar in Duitsland in een soort ballingschap omdat hij niet naar Nederland kon vawege die kleine gevangenschap die hem boven het hoofd hing. Ondertussen zaten Tine en de kinderen in Milaan. En voor het geld moest hij die saaie stukjes schrijven over wat er allemaal in de Duitse kranten had gestaan.

– En toch bleef hij dus aardig.

– De brief aan die molenaarsknecht met de onsterfelijke naam Klaas Ris: Lees verder >>

Daar zij het zich tot een EER rekenen in dergelijke vuile, rustverstorende blaadjes te worden gehekeld

De Multatulileescursus (24)

– Nou, dit was nu eens een boek waaruit je echt helemaal niets te weten komt over Multatuli.

– Maar wel het een en ander over de wereld waarin hij werkte, toch? Ik vond het wel aardig om die juristen te lezen over de rechtszaak tussen Van Lennep en Multatuli: had Van Lennep inderdaad het recht om zomaar van alles in dat boek te veranderen? Had Multatuli daarna het recht om het boek alsnog naar eigen inzichten uit te geven? Hoe zat dat met het auteursrecht in die tijd?

– Tja, ieder zijn meug, zeg ik altijd maar.

– Als we binnenkort nog eens tijd hebben, wil ik eigenlijk wel wat meer van of over Van Lennep lezen.

– Sorry, maar ik vind dat we volgende week toch wel weer naar het Volledige Werk terug moeten. Lees verder >>