Tag: modenaam

Mond-tot-mondreclame

Voornamendrift (28)

Door Gerrit Bloothooft

Figuur 1. De jaarlijkse populariteit (blauw) van Ingrid en het cumulatieve aantal meisjes (rood) dat de naam kreeg.

Hoe wordt een nieuw bedacht woord verspreid? Meestal niet via advertenties in de media maar via mond-tot-mond- of schrift-tot-schriftreclame. Je hoort of ziet een neologisme, het bevalt je en je gaat het zelf ook gebruiken. Maar hoe de verspreiding precies in zijn werk gaat is voor taal lastig vast te stellen. Je kunt woorden gaan tellen in geschreven teksten, gaan zoeken wanneer een woord voor het eerst is gebruikt, en de toename en het eventuele verdwijnen in de tijd vaststellen. Heel nauwkeurig is dat allemaal niet. Behalve dan voor voornamen, want daarvan weten we exact wanneer ze aan kinderen zijn gegeven. Daarom zijn sociale wetenschappers die in modeverschijnselen geïnteresseerd blij met de grote voornaambestanden die vooral in Amerika, Frankrijk en Nederland voor onderzoek beschikbaar zijn. Ik heb in deze serie laten zien dat een (sociaal) netwerkmodel  heel adequaat is om de verspreiding van namen te beschrijven. Elke naamgeving heeft daarin een kans op een of meer imitaties (door mond op mond reclame), die op hun beurt weer tot nieuwe imitaties leiden, enzovoort. Uiteindelijk zijn er voor de meest populaire voornaam dan 19 imitatiestappen van de eerste tot de laatste naamgeving nodig om meer dan 30.000 naamdragers te bereiken. De essentie van het model is dat de imitatiekans per naam exponentieel afneemt in de tijd (wat ook experimenteel aangetoond is). Maar er zijn ook andere verspreidingsmodellen, die gebaseerd zijn op biologische of economische groei.

Lees verder >>

Maria, de mode van niet-vernoemen

Voornamendrift (14) 

Door Gerrit Bloothooft

Figuur 1. Populariteit van Maria, benaderd met een cumulatieve modelcurve in rood.

Je kunt het niet vernoemen van opa of oma in de eerste naam van een kleinkind beschouwen als een modeverschijnsel. Er is een eerste ouderpaar dat de er de brui aangaf, wat als inspiratie diende voor andere ouders, waarna niet vernoemen zich als een sneeuwbal verspreidde omdat de tijd er rijp voor was.  Het mooiste voorbeeld is Maria, eeuwenlang de meest populaire naam in (katholiek) Nederland. 8000 meisjes (9,5%) per jaar kregen tot 1950 Maria als eerste voornaam. Dat zijn er nu nog maar een paar honderd.

Lees verder >>

Femke, twee maal populair

Voornamendrift (13)

Door Gerrit Bloothooft

Figuur 1. Populariteit van Femke (18.778 geboorten), benaderd met twee modelcurven.

Een modeverschijnsel komt en gaat. Na Annie, Willy en Corrie in de jaren veertig kwamen in de jaren vijftig en zestig Yvonne, Ingrid, Monique, Marcel en Remko aan de beurt. Het waren voor Nederland (bijna) nieuwe namen, met de eigenschap dat ze ongeveer even snel kwamen als verdwenen, ook al duurde dat bij elkaar al gauw meer dan vijftig jaar. Maar voor de meeste voornamen is populariteit complexer. Een van de meest duidelijke voorbeelden daarvan is Femke.

Lees verder >>

Annie, een vroege modenaam

Voornamendrift (12)

Door Gerrit Bloothooft

Figuur 1. De populariteit van Annie, gebaseerd op 9.776 geboorten in Nederland. Met modellering in rood.

De eerste namen die een populariteit als een modenaam hadden waren heel  gewone meisjesnamen zoals Annie, Jannie, Corrie, Nellie, Gerrie, Willie (en –y vormen). Alhoewel  deze namen in het dagelijks leven voor Anna, Johanna, Cornelia, Petronella, Gerarda en Wilhelmina zeker gebruikelijk waren, werden ze voor 1900 maar heel weinig in geboorteakten opgenomen. Maar in de loop van de vorige eeuw kozen steeds meer ouders ervoor om de roepnaam van oma voor hun kinderen te kiezen, of als het geen vernoeming was een naam met een –ie of –y suffix. Dat deden ze het meest rond 1940 waarna de teruggang inzette. Alhoewel het hier helemaal niet om nieuwe namen gaat, was het wel nieuw om deze vorm bij de ambtenaar van de burgerlijke stand op te geven. Die mode kon zich op dezelfde manier verspreiden als een populaire nieuwe naam.

Lees verder >>