Tag: Middelnederlandse letterkunde

De school van WPG

Waarom elke docent Nederlands schatplichtig is aan W.P. Gerritsen (1935-2019)

Dia uit colleges vakdidactiek Nederlands 1&2 op 28 en 29 oktober 2019 (GST UU, Erwin Mantingh).  

Door Erwin Mantingh

Als een vooraanstaande schrijver, dichter, cabaretier of liedjesschrijver een prijs ontvangt of overlijdt, als taalonderzoek de pers haalt, als er een onmisbaar naslagwerk verschijnt over de Nederlandse taal of literatuur: bij taal- en letterenactualiteiten stond ik als leraar, en sta ik als vakdidacticus, kort stil in mijn les of college. Maar wat vertel ik aan leraren-Nederlands-in-opleiding als een groot wetenschapper en neerlandicus overlijdt, wiens wetenschappelijke oeuvre bijna zestig jaar omspant, die ik een kleine twintig jaar van nabij heb meegemaakt als zijn student, student-assistent, promovendus en collega-docent? Een geleerde bovendien van wie de meeste van deze leraren-in-opleiding nog nooit hebben gehoord: op 24 oktober jl. overleed W.P. Gerritsen, de Utrechtse hoogleraar Nederlandse letterkunde van de Middeleeuwen van 1968 tot 2000 en daarna Scaliger hoogleraar in Leiden (2001-2007). 

Lees verder >>

Die Rose van Heinric

Door Hella Hendriks

op fol. 284v van hs. B

Regelmatig wordt naar de Oudfranse, dertiende-eeuwse Roman de la Rose verwezen in boeken en artikelen Zo ook nu weer in de Volkskrant (van 27 juni 2019) in verband met de tentoonstelling deze zomer over middeleeuwse tuinen in het Leidse Rijksmuseum voor Oudheden. Veel neerlandici weten hopelijk dat er zelfs twee Middelnederlandse vertalingen zijn: de fragmentarisch overgeleverde ‘Vlaamse Rose’ en de volledig overgeleverde ‘Brabantse Rose’ (van Heinric). Naar de Vlaamse Rose is onderzoek gedaan door Heeroma (1958) en later Van der Poel (1989). De Brabantse Rose is door zijn volledige overlevering en lengte (ruim 14.000 versregels) minder onderzocht. De editie van Verwijs uit oorspronkelijk 1868 (herdruk 1976) is noodgedwongen lang de standaard geweest.

Lees verder >>

Kopiisten aan de computer voeren

door Viorica Van der Roest

Kun je een computer leren om talige verschillen tussen kopiisten in Middelnederlandse handschriften te herkennen?

In het laatst verschenen nummer van Spiegel der Letteren (60, 3-4) staat een artikel van Mike Kestemont: Aan de taal kent men de hand. Talige kopiistherkenning en de scribenten van de Lancelotcompilatie. Kestemont, bekend vanwege zijn toepassingen van digital humanities-werkwijzen op de Middelnederlandse literatuur, richt zich in zijn onderzoek al jaren op de zogenaamde stylometrie: het proberen te bepalen van de auteur van een anoniem werk door de computer de stijl ervan te laten vergelijken met andere teksten, waarvoor wél een auteur bekend is. Dat is voor middeleeuwse literatuur nog niet zo eenvoudig, omdat we daarbij naast de auteur altijd te maken hebben met de kopiisten die het literaire werk tijdens de handschriftproductie hebben overgeschreven. Een standaardspelling bestond nog niet; een kopiist paste de spelling uit zijn voorbeeldtekst vaak naar eigen voorkeur of inzicht aan.

Wanneer we een computer een grote hoeveelheid tekst van Manon Uphoff zouden voeren, is de kans groot dat hij op den duur leert haar stijl te herkennen, maar wanneer je dat zelfde zou doen met bijvoorbeeld Maerlant, krijg je veel minder goede resultaten, omdat de computer dan ook de stijlkenmerken van alle verschillende kopiisten mee gaat nemen bij het vaststellen van een stijlprofiel. Dat is lastig wanneer het doel van het onderzoek auteursherkenning is, maar wat als je van de nood een deugd maakt en gaat kijken of de computer verschillen tussen kopiisten kan herkennen? Lees verder >>

Neerlandici in creatief samenspel

Intertekstualiteit in de Van den vos Reynaerde

Door Jan de Putter

Jef Janssens laat in zijn nieuwste boek op enthousiaste wijze zien hoe Vreemd vertrouwd de Middeleeuwen voor ons zijn. Hard roept hij dat de middeleeuwse wereld niet plat was.  De cultuur van de Middeleeuwen is veel boeiender, sprankelender, diepzinniger en moderner dan wij meestal denken. Jan de Putter is het daar mee eens, maar vraagt zich wel af of we nu wel zo ver moeten gaan om Van den vos Reynaerde intertekstueel te lezen. 

Litho van B.W. Wierink met in de uitgave van Stijn Streuvels en J.W. Muller (Antiquariaat Secundus)

“Via het spel van de dichter met de voorkennis van zijn publiek bereikte de middeleeuwse literatuur een hoge graad van complexiteit en subtiliteit” (Vreemd vertrouwd, p. 64). Door bedekte toespelingen weet het publiek wat er werkelijk aan de hand is en doorziet de leugens van de dieren. Intertekstualiteit voegt een nieuwe betekenis aan de tekst toe. Het is duidelijk dat Willem in Van den vos Reynaerde verwijst naar gebeurtenissen die het publiek kende uit eerdere verhalen. Vooral wanneer de dieren op de hofdag de aanklachten tegen de vos indienen, is duidelijk dat het publiek kennis moest hebben gehad van verhalen over de vete tussen Isegrim en Reynaert. Vroeger, zo schrijft Janssens, dacht men aan mondelinge verhalen, maar nu gelooft men eerder dat Willem verwees naar verhalen uit de Franse Roman de Renart, die het publiek kende via de mysterieuze Arnout. De intertekstualiteit in de Reynaert en in middeleeuwse ridderromans overtreft de speelse verwijzingen in Shrek. In Shrek werken ze alleen op de lachspieren, in middeleeuwse romans onthullen ze een diepere betekenis (Vreemd vertrouwd, p. 69). Lees verder >>

Vacature AIO / PhD-student Middelnederlandse literatuur

In het kader van het NWO Vrije Competitie project `The Multilingual Dynamics of the Literary Culture of Medieval Flanders (ca 1200 – ca 1500)´ is aan de Universiteit Utrecht plaats voor een Assistent-In-Opleiding (AIO) oftewel PhD-student Middelnederlandse literatuur.

Onderzoeksprogramma

Dit project richt zich op het meertalige karakter van de literaire cultuur van middeleeuws Vlaanderen. Lees verder >>

MOOC Middelnederlands ontvangt jaarprijs Wetenschapscommunicatie

Door redactieteam MOOC Middelnederlands

Zowat een jaar geleden vierden we samen met u het emeritaat van professor Frank Willaert. Op die dag stelden we MOOC Middelnederlands aan u voor, een reeks online-colleges over de hoogtepunten van de Middelnederlandse literatuurgeschiedenis. Het project heeft een vliegende start genomen: de colleges worden in Vlaanderen en Nederland veelvuldig bekeken en – vooral – op structurele wijze ingezet in het onderwijs. Sinds de lancering vonden zo’n 60.000 geïnteresseerden hun weg naar de website! Lees verder >>

In het spoor van Reynaert de Vos (lespakket)

Door Glenn Bosmans

In de lessen Nederlands komen de Middelnederlandse verhalen doorgaans pas in de hogere jaren van het secundair onderwijs aan bod. Waarom zo lang wachten? De ongemeen boeiende literatuur uit die periode kan immers alle leeftijden begeesteren. Bovendien is het belangrijk dat leerlingen op jonge leeftijd kennismaken met ons cultureel erfgoed.

Van den vos Reynaerde geldt als één van de absolute hoogtepunten in de Middelnederlandse literatuur. Rond het hoofdpersonage ontwikkelde ik een themabundel voor de B-stroom. Dat is in Vlaanderen het eerste jaar van het secundair onderwijs, voor leerlingen die nog niet alle leerstof van het lager onderwijs hebben verwerkt. In verschillende etappes doet Reynaert, op een aan de doelgroep aangepast niveau, zijn belevenissen uit de doeken. Aan elke etappe is een leerstofonderdeel gekoppeld dat verband houdt met het verhaal. Er werd over gewaakt dat de opdrachten overeenkomen met de ontwikkelingsdoelen voor het onderwijsvak Nederlands. De focus ligt niet louter op leesplezier, ook taalvaardigheid en taalbeschouwing komen aan bod in zorgvuldig opgebouwde oefeningen. Met het oog op differentiatie werden er heel wat extra, uitdagende oefeningen opgenomen in de bundel. Achteraan vindt u als lesgever een handleiding terug waarin de beoogde ontwikkelingsdoelen expliciet staan vermeld. Bovendien werden enkele didactische tips bijgevoegd. Lees verder >>

Middelnederlandse literatuur voor het onderwijs

Door Jan Uyttendaele

Deze bibliografie bevat een aantal tekstuitgaven van en websites over Middelnederlandse literatuur die bruikbaar zijn in het secundair/voortgezet onderwijs. Wetenschappelijke tekstedities zijn alleen opgenomen als ze ook een vertaling (hertaling) van de tekst in hedendaags Nederlands bevatten. Alle aanvullingen zijn welkom: jan.uyttendaele@gmail.com Lees verder >>

Middelnederlands voor kids

Door Remco Sleiderink

Het eeuwenoude toneelstuk Vanden winter ende vanden somer is door twee studenten van de Universiteit Antwerpen omgewerkt tot voorleesboek. De bewerking kreeg de titel Meneertje Winter en meneertje Zomer maken ruzie en is bedoeld voor kinderen vanaf vijf jaar.

Claudia Piot en Hanna Scholiers volgden een module waarin ze met vijftien andere studenten discussieerden over manieren waarop Middelnederlandse literatuur opnieuw tot leven kan worden gebracht. “Veel van die verhalen zijn ook nu nog erg leuk, zonder meer,” meent Claudia, “en om dat te tonen wilden we beginnen bij het allerjongste publiek. We kozen voor een verhaal zonder ridders of prinsessen want de middeleeuwen zijn zoveel meer dan dat.” Lees verder >>

Floris ende Blancefloer: een tapijt in wording

Door Jozef Janssens

In Assenede (Oost-Vlaanderen) is onder impuls van de geschiedkundige kring Hallekin een jubileum gestart rond 750 jaar Floris ende Blancefloer. Uitgaande van het boek dat ik in 2015 bij Davidsfonds publiceerde en geïnspireerd door het Tapijt van Bayeux wordt thans door een 80-tal borduursters gewerkt aan het Tapijt van Assenede: een 90-tal taferelen die het liefdesverhaal uitbeelden in een “tapijt” van meer dan honderd meter. 41 taferelen zijn intussen volledig afgewerkt, 25 zijn in wording. Het enthousiasme is erg groot en het resultaat is van een hoog niveau en wordt voor het eerst publiekelijk opgesteld in een tijdelijke tentoonstelling in Het Wagenhuis in Axel van 13 juli 2018 tot 28 januari 2019: Liefde overwint alles.

Een tafereel dat eerder deze maand werd voltooid zie je hieronder. Het geeft een idee van wat het zal worden (einde: hopelijk 2019). Lees verder >>

Diets in Diest

Door Remco Sleiderink

In de marge van het kunstenparcours De Bezetting hebben twee studenten van de Universiteit Antwerpen dit weekend eeuwenoude citaten aangebracht in de straten van Diest in Vlaams-Brabant. De citaten zijn afkomstig uit Des coninx summe, een werk dat aan het begin van de vijftiende eeuw is geschreven door Jan van Brederode.

Malou Vandevorst en Sofie Van de Poel kozen specifiek voor Des coninx summe vanwege de band met Diest. “De tekst werd geschreven in het kartuizerklooster van Zelem, op slechts vijf kilometer van Diest,” vertelt Sofie. “Het leek ons interessant om de inwoners te laten weten dat een belangrijk Middelnederlands werk bij hun stad tot stand kwam.” Lees verder >>

Radio Walewein

Door Remco Sleiderink

Nog nooit gehoord van Walewein? Schandalig – althans volgens deze twee studenten Nederlandse Taal- en Letterkunde aan de Universiteit Antwerpen. Simon Van Den Bergh en Simon Peeters willen middeleeuwse verhalen opnieuw tot leven brengen en zijn daarom gestart met Radio Walewein.

Goede verhalen zijn van alle tijden. Vandaag is er James Bond en vroeger… toen was er Walewein! Simon & Simon willen laten horen dat Middelnederlandse verhalen ook vandaag tot de verbeelding kunnen spreken. Daarom besloten ze in een droogkomische podcast de parallellen tussen enkele hedendaagse helden en de middeleeuwse Roman van Walewein onder de loep te nemen. Lees verder >>

Lodewijk van Velthem waarschuwt: hou niet teveel van uw hond!

Door Remco Sleiderink

Jacob van Maerlant, Der naturen bloeme (ca. 1325), Londen, British Library, Add MS 11390, fol. 8r.

In 1305 was er in Diest een rijke man die veel plezier had met zijn hondje. Iedereen in zijn huis moest doen wat het hondje wilde. Hij knuffelde en kuste het. Hij had het zo lief, dat hij alles zou doen om het te behagen. De man vergat alles als hij bij zijn hondje was.

Zelfs als hij in de kerk zat, kwam het hondje dikwijls naar hem toegelopen. De man vergat dan tijdens de mis aan God te denken en op Hem te vertrouwen. Dat gebeurde elke keer als hij het hondje zag. Zozeer was hij eraan gehecht.

Op een dag werd die man erg ziek en het hondje was daar verdrietig om. Het blafte en jankte. En toen die man gestorven was, wilde het hondje niet van zijn zijde wijken. Uiteindelijk moest men het naar buiten jagen. Toen het lichaam naar de kerk werd gedragen, volgde het hondje en het bleef maar janken. Toen de man begraven was, bleef het hondje op het graf liggen. Niemand kon het eraf halen en zo lag lag daar de hele dag tot diep in de nacht. Lees verder >>

1 juni 2018, Universiteit Leiden: Vierde Dag van de Medioneerlandistiek

Na Antwerpen, Utrecht en Gent heeft de werkgroep Historische Nederlandse Letterkunde van de Universiteit Leiden de eer om de vierde Dag van de Medioneerlandistiek te organiseren die zal plaatsvinden op vrijdag 1 juni 2018. Verdere details over het programma volgen gauw, maar hieronder presenteren we al graag het bredere thema waarrond we de dag willen opbouwen en hopen daar alvast jullie interesse mee te wekken.

Bold and boundless.
De onbegrensde mogelijkheden van de medioneerlandistiek

Lees verder >>

Universiteit Antwerpen ontwikkelt online-cursus Middelnederlandse literatuur

Reinaert de vos en Karel ende Elegast nog nooit zo dichtbij

(Bericht Universiteit Antwerpen)

Vanaf 8 november 2017 staat MOOC Middelnederlands online. Deze Massive Open Online Course bevat educatieve filmpjes over de hoogtepunten uit onze middeleeuwse literatuur, zoals Karel ende Elegast en Reinaert de vos. De MOOC is een initiatief van de Universiteit Antwerpen en is online vrij toegankelijk voor scholieren, leerkrachten, studenten en een breed publiek van geïnteresseerden.

Oude literatuur in een nieuw jasje

Het contrast kan niet groter zijn: onze oudste Nederlandstalige literatuur en de modernste onderwijstechnieken. Wouter Haverals, doctoraatstudent aan de Universiteit Antwerpen, licht toe: “Deze online-lessenreeks brengt de middeleeuwse literatuur helemaal tot leven. In twaalf gefilmde colleges, die elk bestaan uit een reeks korte dynamische kennisclips, worden de belangrijkste onderwerpen uit de Middelnederlandse literatuurgeschiedenis aangesneden.” Lees verder >>

Willem Kuiper: De neerlandistiek over 25 jaar – de Middeleeuwen

Door Willem Kuiper

In geen enkel West-Europees land is er zo hard gebroken met het middeleeuwse verleden als in de noordelijke Nederlanden. Voor de Republiek der Zeven Provincien belichaamde deze periode alles wat in de loop der eeuwen fout gegaan was sinds de ineenstorting van het Romeinse Rijk. De enige tekortkoming aan dit absolute hoogtepunt van de beschaving van de westerse wereld was het niet aanbidden van de enige ware God. Deze fout werd goedgemaakt met de komst van de vaderlandse Renaissance, de wedergeboorte van de klassieke cultuur, maar nu vast gefundeerd op een Nederlands hervormd christendom, dat zich losgemaakt had van de Roomse dictatuur en zich ontdaan had van het middeleeuwse bijgeloof.

Dat ging een hele tijd goed, tot in de tweede helft van de achttiende eeuw, toen de Romantiek de kop op stak. Eerst vanuit Duitsland als een radicale, anti-klassicistische, anti-modernistische ‘terug naar de natuur’ beweging. Lees verder >>

Waarom ’daeromme’? Vander vrouwen heimelijcheit vss 1777-84.

Door Mieke van Doorn-van Stekelenburg† en Jan Bethlehem

In Vander vrouwen heimelijcheit, de Middelnederlandse rijm­bewerking naar het Franse prozatraktaat Les secres des femmes, laten de verzen 1777-84 iets merkwaardigs zien. Het onderstreepte Daeromme is hiervan de kroongetuige.

Wet oec wel dat men vint bescreven
dat dat wijf wel ontfaet kint,
nochtan dat sij en hevet twint
lost te mannen waert.
Daeromme seit Rasis onghespaert
dat men spelen zal met wiven
ende lost van ghenoetene driven
eer men iet ghenoet met haere.

In vertaling: ’Weet ook dat er geschreven staat dat een vrouw zwanger kan worden, terwijl zij hoegenaamd geen begeerte naar mannen heeft. Daarom zegt Rasis heel vrijmoedig, dat men met vrouwen spelen moet om het verlangen naar gemeenschap op te wekken, voordat men daadwerkelijk gemeenschap heeft’.

Op het eerste gezicht lijkt het dat er hier sprake is van bezorgdheid of de vrouw wel voldoende genoegen ondervindt bij het seksueel verkeer. R. Jansen-Sieben leest het in elk geval zo: ’Het is een zeldzaam open voorbeeld van bezorgdheid om het genot van de vrouw’. Die bezorgdheid is er ook wel, maar het genot van de vrouw is niet waar het uiteindelijk om gaat. Lees verder >>

Pas verschenen: Simon Smith, ‘Der minnen cracht’. Opstellen over liefde in de Arturroman ‘Die Riddere metter Mouwen’.

Van de dertiende-eeuwse Vlaamse Arturroman Die Riddere metter Mouwen resteert slechts een fragment van een afschrift uit de veertiende eeuw. In de Lance­lot­compilatie, een omstreeks 1325 in Brabant samen­gestel­de cyclus van Arturverhalen, is evenwel een (bekorte) versie van dit boeiende liefdesverhaal bewaard gebleven. Al direct aan het begin maakt de dichter duidelijk, dat de ridderweg van zijn held in het teken zal staan van ware minne. Weldra krijgt dit thema een speciale, inter­teks­tuele lading, want waar de protagonist in eerste instantie een koers volgt die herinnert aan de weg van Perceval in Le Conte du Graal (de laatste Arturroman van Chrétien de Troyes), kiest hij uiteindelijk vastberaden voor een bestemming van ridder­schap, liefde en heerschappij in de wereld van het hof.

Lees verder >>

Promotie Simon Smith: ‘Der minnen cracht’

Op dinsdag 8 maart 2016 promoveert Simon Smith aan de Vrije Universiteit te Amsterdam, faculteit Geesteswetenschappen, op zijn proefschrift ‘Der minnen cracht’. Opstellen over liefde in de Arturroman ‘Die Riddere metter Mouwen’.

Tijd: 13.45 uur.
Locatie: het Auditorium in het hoofdgebouw van de Vrije Universiteit, De Boelelaan 1105, Amsterdam. Receptie na afloop.
Promotor: Johan Koppenol.
Copromotor: Roel Zemel.

Floris ende Blancefloer van Diederic van Assenede, door Jozef Janssens e.a.

Door Willem Kuiper

Naar men denkt omstreeks 1160 schreef naar men denkt ene Robert d’Orbigny een schitterende genreparodie getiteld Floire et Blancheflor, waarin hij zowel het chanson de geste als de klassieke roman op de hak nam, leentjebuur speelde bij de Arabieren en de Byzantijnen, en tussen de bedrijven door de kruistochtepiek voor joker zette. Hij maakte er geen geheim van dat het verhaal verzonnen was – hij had het uit de mond van twee zusjes die het op hun beurt van een clerc hadden gehoord, die het weer in een boek gelezen had – wat in die dagen revolutionair was. Hoofdpersonen zijn twee ‘kinderen’, de Spaanse (Saraceense) koningszoon Floire en de dochter van een door diens vader geroofde christen vrouw, Blancheflor. Omdat zij op Pasque florie (Palmpasen) geboren zijn, dragen zij bloemennamen. Floire staat voor de rode roos, het symbool van (mannelijke) eros. Blancheflor voor de witte roos, de egelantier, symbool van zowel liefde als zuiverheid. Omdat zij onder hetzelfde gesternte verwekt en geboren zijn, lijken zij uiterlijk op elkaar en zijn hun zielen gelijkgestemd. Van kinds af aan willen zij alleen maar in elkaars gezelschap verkeren. Hun liefde is even onbedorven als oprecht en absoluut, en negeert het verschil in religie (Islam versus Christendom), het verschil in stand en status (koningszoon versus dochter van een slavin) en zelfs het verschil in sexe: zij zijn niet alleen elkaars evenbeeld, ook is er sprake van rolomkering. In een wereld die bol staat van fysiek geweld en die gedomineerd wordt door het recht van de sterkste slaagt Floire erin zijn doel te bereiken door eerst medelijden op te wekken, en later wat list en bedrog dankzij hulp van anderen.

   
Een jaar of veertig later zal een bewerker van deze antiheld Floire een normale jongen maken, die op vijftienjarige leeftijd  – dat is de leeftijd waarop een jongen ‘man’ wordt – Blancheflor van de dood redt door het uitoefenen van zinvol geweld. Maar die ‘ridderlijke’ versie heeft het toch moeten afleggen tegen het ‘idyllische’ origineel, dat zich niet alleen over West-Europa verspreidde in handschrift en druk, maar ook in de daarop volgende eeuwen bleef voortleven in de harten van jong volwassenen als een tijdloos verhaal over een exemplarisch paar geliefden.
Lees verder >>