Tag: Middelnederlandse handschriften

Onderbroken wederwaardigheden

Door Viorica Van der Roest

Soms begin je aan iets en dan is het maar goed dat je niet weet hoe lang het gaat duren. Als iemand me in 2005, toen ik eraan begon, verteld had dat mijn proefschrift over de Middelnederlandse roman Parthonopeus van Bloys nu, in 2021, nog niet af zou zijn, was ik er vast nooit aan begonnen. Extern promoveren – het leek zo’n goed idee. Ik verwachtte wel dat het niet makkelijk zou zijn om een groot project uit te voeren naast werk en andere activititeiten, en dat ik er een aantal jaren voor zou moeten uittrekken. Maar wat ik inmiddels geleerd heb, is dat een proefschrift niet te vergelijken is met de meeste andere dingen die je naast je gewone baan doet en die je na een onderbreking altijd weer zo kunt oppakken. Met een breed wetenschappelijk onderzoek werkt dat niet goed: je kunt helemaal ‘in’ je onderwerp zitten en alles prima overzien, dan een paar maanden ertussenuit zijn, en wanneer je vervolgens weer achter je bureau zit met allerlei papieren vol aantekeningen en halve paragrafen, lijkt het net alsof je naar het werk van een ander zit te kijken. En moet je je dus iedere keer opnieuw inlezen en inwerken voordat je weer verder kunt.

Lees verder >>

Nieuw virtueel portaal voor Nederlandse handschriftencollecties

Huygens ING ontsluit de middeleeuwse handschriften in Nederlandse collecties, dankzij een subsidie uit het Fonds KNAW Instituten.

Huygens ING gaat een nieuwe nationale website bouwen voor de bestudering en ontsluiting van middeleeuwse handschriften in Nederlandse collecties. Dit wordt gerealiseerd met een zojuist verworven subsidie uit het Fonds KNAW Instituten. Doel van het project is om een groot publiek toegang te bieden tot een volledige set digitale afbeeldingen en goede beschrijvingen van de middeleeuwse handschriften. Huygens ING coördineert hiermee een nationale ontsluiting van erfgoed met digitale onderzoeksmethodes.

Lees verder >>

Die Rose van Heinric

Door Hella Hendriks

op fol. 284v van hs. B

Regelmatig wordt naar de Oudfranse, dertiende-eeuwse Roman de la Rose verwezen in boeken en artikelen Zo ook nu weer in de Volkskrant (van 27 juni 2019) in verband met de tentoonstelling deze zomer over middeleeuwse tuinen in het Leidse Rijksmuseum voor Oudheden. Veel neerlandici weten hopelijk dat er zelfs twee Middelnederlandse vertalingen zijn: de fragmentarisch overgeleverde ‘Vlaamse Rose’ en de volledig overgeleverde ‘Brabantse Rose’ (van Heinric). Naar de Vlaamse Rose is onderzoek gedaan door Heeroma (1958) en later Van der Poel (1989). De Brabantse Rose is door zijn volledige overlevering en lengte (ruim 14.000 versregels) minder onderzocht. De editie van Verwijs uit oorspronkelijk 1868 (herdruk 1976) is noodgedwongen lang de standaard geweest.

Lees verder >>

Kopiisten aan de computer voeren

door Viorica Van der Roest

Kun je een computer leren om talige verschillen tussen kopiisten in Middelnederlandse handschriften te herkennen?

In het laatst verschenen nummer van Spiegel der Letteren (60, 3-4) staat een artikel van Mike Kestemont: Aan de taal kent men de hand. Talige kopiistherkenning en de scribenten van de Lancelotcompilatie. Kestemont, bekend vanwege zijn toepassingen van digital humanities-werkwijzen op de Middelnederlandse literatuur, richt zich in zijn onderzoek al jaren op de zogenaamde stylometrie: het proberen te bepalen van de auteur van een anoniem werk door de computer de stijl ervan te laten vergelijken met andere teksten, waarvoor wél een auteur bekend is. Dat is voor middeleeuwse literatuur nog niet zo eenvoudig, omdat we daarbij naast de auteur altijd te maken hebben met de kopiisten die het literaire werk tijdens de handschriftproductie hebben overgeschreven. Een standaardspelling bestond nog niet; een kopiist paste de spelling uit zijn voorbeeldtekst vaak naar eigen voorkeur of inzicht aan.

Wanneer we een computer een grote hoeveelheid tekst van Manon Uphoff zouden voeren, is de kans groot dat hij op den duur leert haar stijl te herkennen, maar wanneer je dat zelfde zou doen met bijvoorbeeld Maerlant, krijg je veel minder goede resultaten, omdat de computer dan ook de stijlkenmerken van alle verschillende kopiisten mee gaat nemen bij het vaststellen van een stijlprofiel. Dat is lastig wanneer het doel van het onderzoek auteursherkenning is, maar wat als je van de nood een deugd maakt en gaat kijken of de computer verschillen tussen kopiisten kan herkennen? Lees verder >>

Vacature AIO / PhD-student Middelnederlandse literatuur

In het kader van het NWO Vrije Competitie project `The Multilingual Dynamics of the Literary Culture of Medieval Flanders (ca 1200 – ca 1500)´ is aan de Universiteit Utrecht plaats voor een Assistent-In-Opleiding (AIO) oftewel PhD-student Middelnederlandse literatuur.

Onderzoeksprogramma

Dit project richt zich op het meertalige karakter van de literaire cultuur van middeleeuws Vlaanderen. Lees verder >>

Het begrijpen van de vorm. Interview met Jos Biemans, deel 3

door Viorica Van der Roest

Gisteren vond aan de UvA het afscheidscollege plaats van Jos Biemans, sinds 2004 bijzonder hoogleraar in de Wetenschap van het handschrift in relatie tot de beschavingsgeschiedenis, in het bijzonder van de Middeleeuwen (500-1500). Ter gelegenheid daarvan op Neerlandistiek.nl een interview met hem, in drie delen.

Gisteren verschenen deel 1 en deel 2 van dit interview.

Dus nu ga je met pensioen. Wat zijn je plannen voor de komende tijd?

Vroeger had ik een lijstje met plannen tot áán mijn pensioen, eentje met plannen voor na mijn pensioen, en ik had een lijstje van dingen die ik na mijn dood wilde gaan doen. Die laatste reeks plannen, die heb ik nu aan anderen doorgegeven, en de plannen voor na mijn pensioen ga ik met anderen samen uitvoeren, om dat lijstje toch zo veel mogelijk af te maken. Want het wordt ook tijd om wat meer in gezinsverband te gaan doen. Mijn vrouw en ik willen al jaren een keer een deel van Italië gaan bekijken waar we nog nooit geweest zijn, en dat is nu al vier jaar uitgesteld, omdat er vanwege het werk geen ruimte voor was.

Er zijn ook nog dingen die ik moet afmaken, dingen die ik heb beloofd. Lees verder >>

Ambassadeur van het vak. Interview met Jos Biemans, deel 2

door Viorica Van der Roest

Vandaag vindt aan de UvA het afscheidscollege plaats van Jos Biemans, sinds 2004 bijzonder hoogleraar in de Wetenschap van het handschrift in relatie tot de beschavingsgeschiedenis, in het bijzonder van de Middeleeuwen (500-1500). Ter gelegenheid daarvan op Neerlandistiek.nl een interview met hem, in drie delen.

Vanochtend verscheen deel 1 van het interview.

We hadden het al even over het belang van de combinatie tussen Neerlandistiek en handschriftenkunde. Heb je het idee dat meer Neerlandici dat inmiddels begrijpen?

Nee, niet echt. De Neerlandistiek heeft het natuurlijk ook moeilijk nu, en dat is heel jammer. Het is voor de beoefening van de middeleeuwse letterkunde een lastige tijd, nog lastiger dan voor de moderne letterkunde. Ik vind dat universiteiten weer de expertisecentra moeten worden die ze ooit waren. Al die mensen die opgeleid worden en vervolgens niets meer doen met hun vak, worden naar de universiteit gelokt omdat de bestuurders de inkomsten nodig hebben. En dan hebben ze ook nog de studieduur verkort. Lees verder >>

Het handschrift als tijdmachine.

Een interview met Jos Biemans, deel 1

Door Viorica Van der Roest

Vandaag vindt aan de UvA het afscheidscollege plaats van Jos Biemans, sinds 2004 bijzonder hoogleraar in de Wetenschap van het handschrift in relatie tot de beschavingsgeschiedenis, in het bijzonder van de Middeleeuwen (500-1500). Ter gelegenheid daarvan op Neerlandistiek.nl een interview met hem, in drie delen.

Je bent zowel Neerlandicus als boekwetenschapper, maar het begon met de studie Nederlands. Waarom heb je daar indertijd voor gekozen? En hoe is de boekwetenschap er vervolgens bij gekomen?

Ik wilde theaterwetenschappen gaan studeren, en daar had je in die tijd in Utrecht een letterkunde-propedeuse voor nodig. Daarom schreef ik me in voor de studie Nederlands. Ik had al een rijke toneelervaring; ik had geschreven, geregisseerd, gespeeld. Ik ben dat jaar ook wel bij theaterwetenschappen gaan kijken, maar het maakte op mij de indruk van een beetje met een camera heen en weer bewegen. Dus dat was een teleurstelling. En intussen had ik al wel kennis gemaakt met een zeer gedegen opleiding Neerlandistiek, met docenten als Wim Gerritsen, Fons van Buren, Hans van Dijk en Orlanda Lie. Dus dat ben ik toen gaan doen. Ik had al snel in de gaten dat Middeleeuwen mijn ding was.

Wim Gerritsen had veel belangstelling voor het boekaspect. Lees verder >>

Wederwaardigheden bij het editeren: al lang geleden verbrand

door Viorica Van der Roest

Vorige keer in deze serie vertelde ik over het fragment dat van Bonn Bad Godesberg naar Berlijn verhuisde. Daar, in Berlijn, heb ik het inmiddels ook gezien. Met het andere fragment dat kwijt was, is het helaas minder goed afgelopen. Het gaat om twee bladen uit het handschrift waar ook fragmenten van bewaard worden in Groningen en in Jena (H83D bij Kienhorst). In 1922 gaf Karl Menne dit fragment uit nadat hij het in de bibliotheek van het Priesterseminarie in Keulen (tegenwoordig Erzbisschöfliche Diözesan- und Dombibliothek) bestudeerd had. Alle onderzoekers die er de afgelopen decennia naar informeerden, kregen te horen dat een dergelijk fragment niet bekend was in de EDDB.

Dat was natuurlijk al geen goed teken. In een poging tot academische ontkenning stelde ik het lang uit om naar het fragment te vragen, maar uiteindelijk stuurde ik toch maar een mail. Lees verder >>

Wederwaardigheden bij het editeren: vertrokken zonder verhuisbericht

door Viorica Van der Roest

Wanneer je een editie gaat maken van een fragmentarisch overgeleverde roman, wil je liever niet horen dat er fragmenten kwijt zijn. En als je het dan hoort, dan hoop je natuurlijk dat ze teruggevonden kunnen worden. Toen ik in kaart ging brengen waar de fragmenten van de Parthonopeus van Bloys allemaal bewaard werden, bleken de meeste gelukkig nog te liggen op de plaats waar je dat mocht verwachten. Maar twee waren er hartstikke kwijt.

Het eerste: drie stroken die in de jaren tachtig in privébezit waren in Bonn Bad Godesberg (H86B bij Kienhorst). De bibliothecaris Franz Buchholz had ze tijdens zijn werk in een bibliotheek in Keulen gevonden en, zo ging dat vroeger nog, mee naar huis genomen. Rond 1985 kreeg de filoloog Helmut Tervooren bericht van de weduwe van Buchholz: ze had wat Middelnederlandse fragmenten in huis, en vroeg zich af of hij daar eens naar wilde kijken. Tervooren toog naar Bonn Bad Godesberg, beschreef de fragmenten nauwkeurig en maakte er een editie van, die in de Rheinische Viertelsjahrsblätter 49 (p. 92-116) verscheen. Het waren drie stroken van een 15e-eeuws Ripuarisch handschrift met de Parthonopeus waarvan al één ander fragment bekend was, in het Historisch Archief te Keulen.  Lees verder >>

Het handschrift van de week : een rondgang door digitale bibliotheken

Door Willem Kuiper

Langzaam maar zeker gaan onze bibliotheken ertoe over om hun originele handschriften en drukken te digitaliseren. Daardoor komen handschriften binnen het bereik van de onderzoeker, de docent, de student, de wetenschapsjournalist en elke belangstellende Internet-gebruiker. OK, u mist de charme van een handschriftenkamer, het sociaal contact met de conservator en collega’s die verderop aan tafel aan het werk zijn. Maar daar tegenover staat dat ik, terwijl het buiten stormt en regent, thuis achter mijn monitor kan bladeren in een handschrift dat mij gefascineerd heeft vanaf de allereerste keer dat ik het in handen hield: de Heber-Serrure codex (UB Gent, hs. 1374).

Zie hier op fol. 129 recto – klik op de foto voor grote weergave – het begin van het strofische gedicht Der kerken claghe, dat door de kopiist aan Jacob van Marlant wordt toegeschreven, de man die zichzelf Jacob van Merlant noemde, en die wij kennen als Jacob van Maerlant. Lees verder >>