Tag: Middelnederlands

Eer dhondekine quamen

Door Jos Houtsma

Het Gruuthuse-handschrift (Bron: KB)

De negende tekst in het derde deel van het beroemde Gruuthuse-handschrift is een gedicht van     218 regels, verdeeld over 35 ‘strofen’ van uiteenlopende lengte, waarin personages ten tonele worden gevoerd in een “minnetuin”, een tuinlandschap waar men zich wijdt aan de hoofse liefde. Wat de personages zeggen, in zichzelf of tegen elkaar, wordt steeds voorafgegaan door een opschrift van een paar woorden waarin het personage wordt getypeerd en waarin soms iets wordt meegedeeld over de omstandigheden waarin hij of zij de tekst zegt. K. Deleu, die in 1961 een mooi en erudiet artikel over gedicht 9 publiceerde, heeft opgemerkt dat in iedere strofe een ander personage aan het woord is. De mensen die in gedicht 9 hun rol spelen, zeggen dingen, reageren op elkaar, maar het gebeurt geen enkele keer dat een van de personages voor de tweede keer aan het woord komt. Een echt toneelstuk, met een dramatische ontwikkeling, ontstaat zodoende niet. Deleu beschouwt  gedicht 9 als een “schilderij-gedicht”:  de lezer moet de personages “in een of ander kunstwerk, in een schilderij, een miniatuur, een tapijt, of nog waarschijnlijker in een reeks schilderijen of miniaturen” voor ogen hebben gehad. Herman Brinkman werkt deze opvatting nader wordt uit  in zijn uitgave van de Gruuthuse-teksten van 2015, maar het is niet onmogelijk dat 9, zoals al is gesuggereerd door Te Winkel, toch is bedoeld als een soort rollenspel bij de opvoering van een tableau vivant, een ‘tableau parlant,’ of wie weet zelfs een ‘tableau chantant’: veel van de strofevormen in lied 9 worden ook in de liederen uit het Gruuthuse-handschrift gebruikt.

Lees verder >>

Erotiek in de middeleeuwen

Door Jos Houtsma

De populairwetenschappelijke literatuur van de middeleeuwen heeft nog niet bij benadering de belangstelling waar hij recht op heeft. Een fraai voorbeeld is het gedicht over Der vrouwen heimelijcheit, over “De intimiteit van de vrouw”, een veertiende-eeuwse tekst van 1785 dichtregels. Onder anderen Orlanda Lie en Willem Kuiper hebben over dit gedicht behartigenswaardigs geschreven. Ook het artikel in Wikipedia is informatief. En Remco Sleiderink bracht het nog onlangs ter sprake in een radio-interview over een sprekende vagina

In Der vrouwen heimelijcheit wordt – op een typisch middeleeuwse manier, met veel aanhalingen van soms raar  gespelde autoriteiten – een keur van (vooral) gynaecologische wetenswaardigheden opgedist. De tekst is gelardeerd met 23 amoureuze intermezzo’s: lyrische ontboezemingen, die tezamen het verhaal vormen van een liefdesaffaire die na te zijn gedwarsboomd uiteindelijk een bekroning vindt: 

Lees verder >>

Adieulied van Maria van Bourgondië

Door Jan Uyttendaele

Het praalgraf van Maria van Bourgondië. Bron: Wikimedia

Gisteren ging het festival  voor oude muziek Laus Polyphoniae 2019 van start in Antwerpen. De geplande concerten zullen een beeld geven van de muziek ten tijde van Maria van Bourgondië (1457-1482) en van het Bourgondische hof. Maria van Bourgondië was in de late middeleeuwen een van de machtigste vrouwen van West-Europa. Toen de vorstin van de Nederlanden in 1477 als twintigjarige aan de macht kwam, stond haar geen gemakkelijke taak te wachten. Haar oorlogszuchtige vader Karel de Stoute had haar opgezadeld met een lege staatskas, vijandig gezinde buurlanden en binnenlandse opstanden. Dankzij haar diplomatische aanpak kon de jonge vrouw in Vlaanderen de gemoederen bedaren.  Wegens haar positie was zij de meest begeerde bruid van Europa. Diverse kandidaten stonden te popelen om met haar te mogen trouwen. Het was keizer Maximiliaan van Oostenrijk die die eer te beurt viel. Door hun huwelijk werd het huis van Bourgondië verbonden met dat van het machtige Habsburg. Helaas was Maria geen gunstig lot beschoren. Door een ongelukkige val van haar paard tijdens een valkenjacht overleed ze in 1482. Ze was 25 jaar oud.

Lees verder >>

Vraye historie (ende al waer)

Door Jos Joosten

Vanochtend haalde Peter-Arno Coppen in zijn column in Trouw een fraai verhaal aan van de vermaarde Nijmeegse taalkundige Maarten van den Toorn over pseudo-etymologie. Mij deed het meteen denken aan een anekdote uit de colleges Middelnederlands van zijn collega, de ook al wijlen Jo Heymans.

Heymans legde in zijn eerste college een aantal basiskenmerken uit van het middeleeuwse Nederlands:

  1. veel kleine woorden zijn onveranderd
  2. woorden worden aanelkaar geschreven: seggic
  3. er worden grammaticale wendingen uit het Latijn overgenomen 
  4. sommige woorden komen rechtstreeks uit het Latijn
  5. soms zijn onze huidige voorvoegsels er nog niet
Lees verder >>

Dit is de Frenesie

Door Jos Houtsma

Op de laatste bladzijden van een handschrift in de Koninklijke Bibliotheek in Den Haag [Bruikleen Koninklijke Akademie van Wetenschappen, XXIV] waarin ook een versie is opgenomen van de Roman van de Roos en van de Roman van  Cassamus, bevinden zich 94 regels van een gedicht dat als titel draagt Dit es de frenesie. Na regel 94 breekt het gedicht af: het laatste blad van het handschrift is ergens in de geschiedenis verloren gegaan. 

Dit es de frenesie, “Wat een waanzin!” Het is een tekst waar Neerlandici zich sinds de eerste publicatie door J.F. Willems van tijd tot tijd het hoofd over hebben gebroken. Eelco Verwijs en C. Kruyskamp rekenden hem tot het genre van de boerden, Middelnederlandse verwanten van de Oudfranse fabliaux  en de Middelhoogduitse Mären. Te Winkel, F.J. Lodder en onlangs nog Ben Parsons en Bas Jongenelen willen het tekstje liever zien als een dramatische monoloog. Maar is het dat echt?

Laten we eens kijken. 

Lees verder >>

Die Rose van Heinric

Door Hella Hendriks

op fol. 284v van hs. B

Regelmatig wordt naar de Oudfranse, dertiende-eeuwse Roman de la Rose verwezen in boeken en artikelen Zo ook nu weer in de Volkskrant (van 27 juni 2019) in verband met de tentoonstelling deze zomer over middeleeuwse tuinen in het Leidse Rijksmuseum voor Oudheden. Veel neerlandici weten hopelijk dat er zelfs twee Middelnederlandse vertalingen zijn: de fragmentarisch overgeleverde ‘Vlaamse Rose’ en de volledig overgeleverde ‘Brabantse Rose’ (van Heinric). Naar de Vlaamse Rose is onderzoek gedaan door Heeroma (1958) en later Van der Poel (1989). De Brabantse Rose is door zijn volledige overlevering en lengte (ruim 14.000 versregels) minder onderzocht. De editie van Verwijs uit oorspronkelijk 1868 (herdruk 1976) is noodgedwongen lang de standaard geweest.

Lees verder >>

Jonathas ende Rosafiere – Aflevering 4

Hoe het met Jonathas en Rosafiere afloopt, kan je beluisteren in de vierde en tevens laatste aflevering van dit hoorspel, gemaakt door Antwerpse studenten Nederlands.


Met:
Hubert Meeus als Jonathas
Valerie Rousseau als Rosafiere
Nina Moortgat als Eglantien
Eric van der Ven als jongeling
Eric van der Ven als tuinman
Charlotte Ferket als Maria
Mariet Heutz als kloosterling
Emma van Loock als kloosterling
Jana Verhulst als kloosterling
Frank Willaert als verteller

Alle afleveringen

Jonathas ende Rosafiere – Aflevering 3

‘Jonathas ende Rosafiere’ is een Middelnederlands verhaal op rijm dat vermoedelijk tussen de 14e en 16e eeuw in Vlaanderen ontstond. Er hangt veel mysterie rond de tekst, want er zijn slechts vijf fragmenten van overgeleverd… En met die fragmenten gingen Antwerpse studenten aan de slag! Vandaag aflevering 3.

Hubert Meeus als Jonathas
Valerie Rousseau als Rosafiere
Nina Moortgat als Eglantien
Eric van der Ven als abdis
Remco Sleiderink als vader van Rosafiere
Eric van der Ven als duivel
Frank Willaert als verteller

Jonathas ende Rosafiere (2)

‘Jonathas ende Rosafiere’ is een Middelnederlands verhaal op rijm dat vermoedelijk tussen de 14e en 16e eeuw in Vlaanderen ontstond. Er hangt veel mysterie rond de tekst, want er zijn slechts vijf fragmenten van overgeleverd… En met die fragmenten gingen Antwerpse studenten aan de slag! Vandaag aflevering 2.

Hubert Meeus als Jonathas
Valerie Rousseau als Rosafiere
Nina Moortgat als Eglantien
Frank Willaert als verteller

Jonathas ende Rosafiere – Aflevering 1

‘Jonathas ende Rosafiere’ is een Middelnederlands verhaal op rijm dat vermoedelijk tussen de 14e en 16e eeuw in Vlaanderen ontstond. Er hangt veel mysterie rond de tekst, want er zijn slechts vijf fragmenten van overgeleverd… En met die fragmenten gingen wij aan de slag!

Ons doel: dit spannende en mysterieuze middeleeuwse verhaal een tweede leven geven als dynamisch hoorspel onder het motto ‘Middelnederlands voor iedereen’.

Onze missie: de bevreemdende, onvoorwaardelijke gehoorzaamheid aan God en aan de ouders eens tegen het licht houden. In een #metoo-tijdperk doet deze onderdanigheid zeker de wenkbrauwen fronsen.

Lees verder >>

Onbekend Middelnederlands fragment keert terug naar Vlaanderen


Amerikaanse verzamelaar schenkt eeuwenoude perkamenten strook aan Universiteit Antwerpen. 

(Persbericht Universiteit Antwerpen)

Een Amerikaanse verzamelaar schenkt de Universiteit Antwerpen een fragment van een veertiende-eeuws handschrift in middeleeuws Nederlands. De perkamenten strook bevat verzen van een tot nu toe onbekend verhaal over Alexander de Grote. “Ik viel van mijn stoel toen ik foto’s zag”, zegt prof. Remco Sleiderink.

Farley P. Katz is een succesvol advocaat in San Antonio, Texas. Belastingwetgeving is zijn specialisatie, maar zijn echte passie is het verzamelen van handgeschreven boeken uit de middeleeuwen. Handschriften en fragmenten die hij op de kop kan tikken, probeert hij eerst zo goed mogelijk te onderzoeken. Vervolgens schenken hij en zijn vrouw Carolyn Fuentes deze middeleeuwse bronnen aan bibliotheken waar ze nader bestudeerd kunnen worden. Lees verder >>

Neerlandici in creatief samenspel

Intertekstualiteit in de Van den vos Reynaerde

Door Jan de Putter

Jef Janssens laat in zijn nieuwste boek op enthousiaste wijze zien hoe Vreemd vertrouwd de Middeleeuwen voor ons zijn. Hard roept hij dat de middeleeuwse wereld niet plat was.  De cultuur van de Middeleeuwen is veel boeiender, sprankelender, diepzinniger en moderner dan wij meestal denken. Jan de Putter is het daar mee eens, maar vraagt zich wel af of we nu wel zo ver moeten gaan om Van den vos Reynaerde intertekstueel te lezen. 

Litho van B.W. Wierink met in de uitgave van Stijn Streuvels en J.W. Muller (Antiquariaat Secundus)

“Via het spel van de dichter met de voorkennis van zijn publiek bereikte de middeleeuwse literatuur een hoge graad van complexiteit en subtiliteit” (Vreemd vertrouwd, p. 64). Door bedekte toespelingen weet het publiek wat er werkelijk aan de hand is en doorziet de leugens van de dieren. Intertekstualiteit voegt een nieuwe betekenis aan de tekst toe. Het is duidelijk dat Willem in Van den vos Reynaerde verwijst naar gebeurtenissen die het publiek kende uit eerdere verhalen. Vooral wanneer de dieren op de hofdag de aanklachten tegen de vos indienen, is duidelijk dat het publiek kennis moest hebben gehad van verhalen over de vete tussen Isegrim en Reynaert. Vroeger, zo schrijft Janssens, dacht men aan mondelinge verhalen, maar nu gelooft men eerder dat Willem verwees naar verhalen uit de Franse Roman de Renart, die het publiek kende via de mysterieuze Arnout. De intertekstualiteit in de Reynaert en in middeleeuwse ridderromans overtreft de speelse verwijzingen in Shrek. In Shrek werken ze alleen op de lachspieren, in middeleeuwse romans onthullen ze een diepere betekenis (Vreemd vertrouwd, p. 69). Lees verder >>

MOOC Middelnederlands ontvangt jaarprijs Wetenschapscommunicatie

Door redactieteam MOOC Middelnederlands

Zowat een jaar geleden vierden we samen met u het emeritaat van professor Frank Willaert. Op die dag stelden we MOOC Middelnederlands aan u voor, een reeks online-colleges over de hoogtepunten van de Middelnederlandse literatuurgeschiedenis. Het project heeft een vliegende start genomen: de colleges worden in Vlaanderen en Nederland veelvuldig bekeken en – vooral – op structurele wijze ingezet in het onderwijs. Sinds de lancering vonden zo’n 60.000 geïnteresseerden hun weg naar de website! Lees verder >>

Onderweg naar Kriekeputte

Een literair-historische omweg tijdens Vossen. Expeditie in het land van Reynaert 

Door Jan de Putter
Voor Ingrid Biesheuvel. Ter gelegenheid van haar afscheid

De dijk van de Rode Moerpolder (foto Kees Verplanke)

Velen zijn door de baas van de Katoen Natie, Fernand Huts, al verleid om op de fiets te stappen en deel te nemen aan zijn spektakel Vossen. Expeditie in het land van Reynaert. Reynaert gidst de bezoeker van de ene locatie naar de andere en brengt hem uiteindelijk naar Huts’ schatten in het ‘Huis van Zonde’, de voormalige pastorij van Kieldrecht. Kriekeputte, de plaats waar de legendarische schat van koning Ermerike verborgen zou zijn – de ultieme plaats van zonde volgens sommige onderzoekers -, toont hij echter niet. Voor veel Reynaertliefhebbers zal dit een teleurstelling zijn. De plaats wordt immers gezien als het ultieme bewijs van de verbondenheid van de Reynaert met de streek! Lees verder >>

Middelnederlandse literatuur voor het onderwijs

Door Jan Uyttendaele

Deze bibliografie bevat een aantal tekstuitgaven van en websites over Middelnederlandse literatuur die bruikbaar zijn in het secundair/voortgezet onderwijs. Wetenschappelijke tekstedities zijn alleen opgenomen als ze ook een vertaling (hertaling) van de tekst in hedendaags Nederlands bevatten. Alle aanvullingen zijn welkom: jan.uyttendaele@gmail.com Lees verder >>

Wanneer begon goden te rijmen op doden?

Door Marc van Oostendorp

Ooit is het Nederlands verschil gaan maken tussen de klinker in dak en de klinker in daken: het enkelvoud heeft een korte klinker, en het meervoud de corresponderende lange. Datzelfde geldt ook voor rad-raden, hol-holen, en een groot aantal andere woorden, zij het natuurlijk niet voor allemaal: bal-ballen behoudt een korte klinker, taak-taken een lange.

De verandering in dak-daken wordt ‘verlenging in open lettergreep’ genoemd, afgekort VOL: als een klinker in een open lettergreep komt te staan (da-ken) is het makkelijker om hem kort uit te spreken. Ergens in de middeleeuwen hebben mensen die ‘gemakkelijkheid’ tot een regel van onze taal gemaakt. In bal-ballen was hij niet van toepassing omdat bal eindigde op een lange l (zoals die in het Engels en het Duits nog geschreven wordt), en taak had altijd al ook in het enkelvoud een lange klinker.

Wanneer is VOL een regel geworden? Dat is lastig te bepalen: we hebben natuurlijk geen gesproken opnamen, en omdat er in de middeleeuwen weinig spellingconventies waren, is het moeilijk om aan de hand van hoe mensen schreven iets af te leiden over hoe ze spraken. Moeilijk, maar niet onmogelijk, laten twee onderzoekers uit Oxford zijn in een vernuftig artikel in het nieuwe nummer van het Journal of Germanic LinguisticsLees verder >>

Verschenen: Klucht van de Blotevoetenbroeders

We berichten onlangs over de uitvoering van de middelnederlandse klucht De blotevoetenbroeders van aanstaande zondag. Van deze klucht is nu ook een tekstbundel verschenen met de originele tekst en een vertaling die gemaakt is door een groepje Nijmeegse studenten in samenwerking met de producent Johan Koeleman. Dit boekje kunt u bestellen voor € 12,50 (prijs van de bundel + verzendkosten) via info@kunstkeetfestival.nl o.v.v. aantal boekjes + naam en adres.

Na ontvangst van het verschuldigde bedrag op rekeningnummer: NL20 RABO 0108598373 t.n.v. St. Kunstkeetfestival o.v.v. aantal boekjes en naam, wordt uw bestelling binnen 5 werkdagen toegestuurd.

Universiteit Antwerpen ontwikkelt online-cursus Middelnederlandse literatuur

Reinaert de vos en Karel ende Elegast nog nooit zo dichtbij

(Bericht Universiteit Antwerpen)

Vanaf 8 november 2017 staat MOOC Middelnederlands online. Deze Massive Open Online Course bevat educatieve filmpjes over de hoogtepunten uit onze middeleeuwse literatuur, zoals Karel ende Elegast en Reinaert de vos. De MOOC is een initiatief van de Universiteit Antwerpen en is online vrij toegankelijk voor scholieren, leerkrachten, studenten en een breed publiek van geïnteresseerden.

Oude literatuur in een nieuw jasje

Het contrast kan niet groter zijn: onze oudste Nederlandstalige literatuur en de modernste onderwijstechnieken. Wouter Haverals, doctoraatstudent aan de Universiteit Antwerpen, licht toe: “Deze online-lessenreeks brengt de middeleeuwse literatuur helemaal tot leven. In twaalf gefilmde colleges, die elk bestaan uit een reeks korte dynamische kennisclips, worden de belangrijkste onderwerpen uit de Middelnederlandse literatuurgeschiedenis aangesneden.” Lees verder >>

Een onbekend kroniekje van Jacob van Maerlant?

Door Dirk Schoenaers

Eind mei vond ik, toevallig, in het abdijarchief van Averbode, in een zeventiende-eeuwse verzamelband een onbekend kroniekje van Vlaanderen op rijm. Even was ik uit mijn lood geslagen, toen ik in de inhoudsopgave achteraan het titeltje ‘Vande cornycke van Vlaendren / die Jacob van Merlant maeckte’ las (fig. 1).

(afbeelding 1: inhoudsopgave)

Als die omschrijving klopte, lag hier niets minder dan een tot nu toe onbekende tekst van Jacob van Maerlant op tafel. Mogelijk was dit een uitzonderlijke vondst, want nieuw werk van de ‘vader der dietsche dichtren allegader’ komt niet elke dag bovendrijven. De laatste grote ‘vondsten’ op dat vlak dateren uit het derde kwart van de negentiende eeuw. Nauwelijks twee jaar nadat in Wenen de Tweede Partie van de Spiegel historiael was teruggevonden, werd in 1871 in de bibliotheek van de graaf van Loë, ook al bij toeval, een volledig afschrift van de Historie van Troyen ontdekt. Helemaal ‘onbekend’ waren deze teksten niet. Van de Trojegeschiedenis was pas in 1821 een eerste fragment komen bovendrijven. Dat moet zowat de laatste keer zijn geweest dat er een ‘nieuwe’ tekst van Maerlant werd ontdekt, hoewel het bestaan ervan op aangeven van de Spiegel historiael al werd vermoed. Lees verder >>

De Bakker of de Baets?

Een Oudnederlandse beroepsnaam in Oudfranse vermomming

Door Peter Alexander Kerkhof

Namen zijn eigenaardige dingen binnen de etymologie. Ze zijn van nature erg conservatief en hebben daarom het wonderbaarlijke vermogen om een oude uitspraak van een woord te bewaren terwijl de rest van de taal verder evolueert (zie Stroop 1984). Maar er is nog een reden waarom het behoudende karakter van namen erg interessant is; dit conservatisme maakt ze namelijk een waardevolle bron voor historisch woordmateriaal dat inmiddels al uit onze taal verdwenen is. Want hoewel beroepen zoals voller of kramer al lange tijd uit het alledaagse leven zijn verdwenen, zijn de oude beroepsnamen bewaard in de familienamen Vuller, Vulder of Volder en Cramer, Kramer of Cremer. In dit artikel wil ik het over een Vlaamse familienaam hebben die ook zo’n oude beroepsnaam bewaart, maar dan wel een naam die zelfs in de oudste fase van de Nederlandse taal al aan het verdwijnen was. Het gaat hier om een Oudnederlands woord dat via een Franse omweg opnieuw in het (zuidelijk) Nederlands terecht is gekomen. Lees verder >>

De wijn dat rood is in de middeleeuwen

Door Marc van Oostendorp

Als ik jullie vraag wat jullie vinden van de zin ‘Kook de wijn en giet het in de pan’, dan denken jullie waarschijnlijk: ‘Ah, ik ben hier op Neerlandistiek, het blog waarop wetenschappers dag in dag uit aan de wereld vertellen dat alles wel zo’n beetje goed is’. En vervolgens zeggen jullie in koor: “Wat een interessante taalverandering!”

En daarmee hebben jullie het bij het verkeerde eind.

Dat blijkt uit het proefschrift Semantic versus lexical gender dat Margot Kraaikamp onlangs verdedigde aan de Universiteit van Amsterdam. In dat proefschrift beschrijft Kraaikamp het Nederlandse woordgeslacht vanuit een aantal verschillende invalshoeken. Zoals de titel al aangeeft gaat het daarbij om de spanning die er bestaat tussen twee vormen van geslacht: een volgens de betekenis (semantisch) of een volgens de toevallige keuze van het lidwoord (lexicaal). Lees verder >>

Een onbekende middelnederlandse rijmspreuk

Door Renaat Gaspar

In het relaas van Arent Willemsz, pag. 17-18 over zijn reis naar Jeruzalem (zie de dbnl) staat een onder pelgrims gevleugelde uitdrukking die niet bij Harrebomée noch bij Cauberghe teruggevonden kan worden.

Die peregrijnen seggen:

‘Tot Termijnen drincken sij guede wijnen.

Te Monte Flescoen verdrincken sij cousen ende schoen.’

Twee Italiaanse steden worden hier genoemd: 1. Termeno in Noord-Italië op ca. 130 km NW van Venetië; dit is (was?) de volledig Duitstalige plaats Tramin an der Weinstraße in Zuid-Tirol. De druif van de Gewürztraminer komt daarvandaan. 2. Monte Fiascone, ca. 80 km NW van Rome, beroemd vanwege zijn muskaatwijn Est Est Est. Pelgrims op weg naar Palestina dan wel naar Rome maakten duidelijk onderscheid tussen deze twee etappeplaatsen. Waarom? De verklaring moet je zoeken in de dubieuze reputatie van Monte Fiascone. Daar immers zou een reiziger zich dood hebben gedronken aan de wijn Est Est Est. Cornelis de Bruyn (1698) – zie http://www.dbnl.org/tekst/bruy004reiz03_01/ → doorzoek de hele tekst → zoekterm: Est Est Est – maakt hier kort melding van: Lees verder >>

Uitreiking Vercoullieprijs 2015 (21/10)

De Jozef Vercoullieprijs 2015 (over de periode 2006-2014) werd toegekend aan Elisabeth de Bruijn voor haar proefschrift Verhalende verzamelingen. Flos unde Blankeflos en de overlevering van de Middelnederduitse narratieve literatuur. (Universiteit Antwerpen 2013).

Uit het juryverslag:
Het werk van Elisabeth de Bruijn is een bijzonder fraai verzorgde en grondige studie, die uitmunt door een grote helderheid. Het is zeer gedetailleerd maar gaat tegelijk de grote lijnen of vragen niet uit de weg. De Bruijns werkwijze is minutieus en getuigt van een indrukwekkende acribie. Opvallend is haar grondige kennis van de wetenschappelijke literatuur op tal van gebieden, vooral omdat hier een combinatie van onderzoeksmethodes werd gerealiseerd. Ook is kennis betrokken uit de lees- en tekstcultuur uit verschillende aangrenzende taalgebieden. Deze dissertatie is voorbeeldig en superieur van kwaliteit en garandeert het voortbestaan van de klassieke filologische methode met gebruikmaking van hedendaagse digitale middelen.
De jury heeft dan ook unaniem beslist de Jozef Vercoullieprijs aan deze studie toe te kennen.


Het volledige juryverslag kan u hier lezen.

De jury van de Vercoullieprijs 2015 bestond uit Piet Couttenier, Anne Marie Musschoot, Remco Sleiderink en Yves T’Sjoen. Marcel De Smedt fungeerde als voorzitter.
Met de Jozef Vercoullieprijs bekroont de KANTL om de vier jaar een proefschrift, afwisselend op het op het gebied van de Nederlandse taalkunde en de Nederlandse literatuurstudie, dat verdedigd werd aan een Belgische universiteit.
De prijs werd in 1938 gesticht met een gift van de erfgenamen van liberaal politicus en taalkundige
Jozef Vercoullie (1857-1937), die van 1919 tot 1937 lid was van de Academie. Vandaag bedraagt de prijs 1250 euro.

De prijs wordt uitgereikt in de openbare vergadering van de Academie op woensdag 21 oktober. Wie deze vergadering wil bijwonen kan zich aanmelden via secretariaat@kantl.be.