Tag: middeleeuwen

Parthonopeus: editiewerk in uitvoering – deel 10

door Viorica Van der Roest

Twee weken geleden vertelde ik hoe in 1821 een eerste fragment van Parthonopeus van Bloys ontdekt werd. Daarna volgden er al snel meer, afkomstig uit drie verschillende handschriften. Deze zouden allemaal samen de basis gaan vormen voor de uitgave van de roman door Bormans in 1871. Zoals ik al eerder aangaf, was er een heleboel mis met deze uitgave. Over een paar afleveringen ga ik daar dieper op in, maar eerst is er nog wat meer achtergrondinformatie nodig. Daarom vandaag een overzicht van de drie handschriften waar het om gaat, inclusief informatie over de fragmenten ervan die pas na 1871 ontdekt zijn, voor de volledigheid. Verderop in de serie zal ik in een aparte aflevering de fragmenten bespreken van nog drie andere handschriften, die pas in de laatste decennia van de negentiende eeuw of in de twintigste eeuw tevoorschijn zijn gekomen. In mijn eigen editie krijgen ze uiteindelijk hun eigen aanduiding, maar hier gebruik ik voor het gemak de aanduidingen van Kienhorst (1988), die de handschriften met Parthonopeus de namen H81 tm. H86 heeft gegeven.

Lees verder >>

Parthonopeus: editiewerk in uitvoering – deel 9

door Viorica Van der Roest

August Hoffmann von Fallersleben was, zoals ik in de vorige aflevering vertelde, door Jacob Grimm enthousiast gemaakt voor Middelnederlandse literatuur. In 1821 bezocht hij, net 23 geworden, in het kader van zijn zoektocht naar middeleeuwse handschriften de stadsbibliotheek in Trier. Daar trof hij in een oude boekband twee halve bladen van een 13e-eeuws handschrift aan, waarin sprake was van een held die Partonopeus heette. Deze held was bekend uit de Oudfranse en de Middelhoogduitse literatuur: rond 1180 was de roman Partonopeus de Blois ontstaan in Frankrijk, en rond 1275 had Konrad von Würzburg deze in het Duits vertaald als Partonopier und Meliur. Dat er ook een Middelnederlandse versie van het verhaal was geweest, kon door 18e- en 19e-eeuwse onderzoekers tot dan toe alleen opgemaakt worden uit verwijzingen in enkele andere Middelnederlandse teksten, maar die waren voor de meesten in 1821 al net zo onbekend en ontoegankelijk als de Parthonopeus.

Lees verder >>

Parthonopeus: editiewerk in uitvoering – deel 8

door Viorica Van der Roest

De waarde van de Middeleeuwen als tijdvak of – bijvoorbeeld – van middeleeuwse literatuur werd niet meteen al ingezien nadat die periode verstreken was. Van de Renaissance tot ver in de 18e eeuw werd er juist neergekeken op de voortbrengselen van de middeleeuwse cultuur. Alleen al de naam ‘Middeleeuwen’, tijdens de Renaissance bedacht door humanisten, geeft aan dat er niet veel belang aan werd gehecht: het was volgens de geleerde heren niet meer dan een overgangsperiode tussen de glorieuze Oudheid en hun eigen tijd. Een enkeling bestudeerde weleens een tekst uit de Middeleeuwen, maar dat was dan vooral om historische gegevens op te sporen. Middeleeuwse boeken werden, zoals ik eerder beschreef, op grote schaal in stukken gesneden om als versteviging te dienen voor nieuwe boekbanden.

Alleen wat fragmenten bewaren?

Soms was er iemand die wel belangstelling had voor de middeleeuwse geschriften, bijvoorbeeld Balthazar Huydecoper (1695-1778), die in 1772 de Rijmkroniek van Melis Stoke uitgaf. Hij was weliswaar niet bijster geïnteresseerd in de letterkundige waarde van middeleeuwse teksten, maar wel in de taalkundige. Hij verzamelde vele handschriften, bijvoorbeeld met de Walewein, de Ferguut en Floris ende Blancefloer, die hij nauwkeurig bestudeerde, op zoek naar de grammaticale structuur van een gedroomd ‘oer-Nederlands’, die hij in de taal van zijn eigen tijd hoopte te herstellen. Maar voor de verhalen die de verzen vertelden had hij minder belangstelling; in deel II van zijn uitgave van de Rijmkroniek (p. 136) doet hij de voor moderne lezers toch wat schokkende uitspraak:

Lees verder >>

Onderbroken wederwaardigheden

Door Viorica Van der Roest

Soms begin je aan iets en dan is het maar goed dat je niet weet hoe lang het gaat duren. Als iemand me in 2005, toen ik eraan begon, verteld had dat mijn proefschrift over de Middelnederlandse roman Parthonopeus van Bloys nu, in 2021, nog niet af zou zijn, was ik er vast nooit aan begonnen. Extern promoveren – het leek zo’n goed idee. Ik verwachtte wel dat het niet makkelijk zou zijn om een groot project uit te voeren naast werk en andere activititeiten, en dat ik er een aantal jaren voor zou moeten uittrekken. Maar wat ik inmiddels geleerd heb, is dat een proefschrift niet te vergelijken is met de meeste andere dingen die je naast je gewone baan doet en die je na een onderbreking altijd weer zo kunt oppakken. Met een breed wetenschappelijk onderzoek werkt dat niet goed: je kunt helemaal ‘in’ je onderwerp zitten en alles prima overzien, dan een paar maanden ertussenuit zijn, en wanneer je vervolgens weer achter je bureau zit met allerlei papieren vol aantekeningen en halve paragrafen, lijkt het net alsof je naar het werk van een ander zit te kijken. En moet je je dus iedere keer opnieuw inlezen en inwerken voordat je weer verder kunt.

Lees verder >>

Van auteur naar autoriteit: Augustinus in Middeleeuwse manuscripten

In deze online boekensalon van Radboud Erfgoed in Nijmegen vertelt Shari Boodts over de netelige kwestie van auteursattributie in Middeleeuwse boeken. Hoe weet een kopiist eigenlijk welk werk hij voor zich heeft? Ze gebruikt daarvoor het voorbeeld van de Kerkvader Augustinus, wiens naam doorheen de Middeleeuwen verbonden is met een hele reeks werken die hij niet zelf geschreven heeft.

(Bekijk deze video op YouTube)

Vergeten kennis

Reinhart Fuchs als het achterdoek van Van den vos Reynaerde

Door Jan de Putter

Onvermijdelijk geraakt het werk van richtinggevende onderzoekers op een gegeven moment uit de mode. Na hun pensionering of dood worden hun bevindingen eerst verouderd genoemd, daarna als achterhaald bestempeld en ten slotte vergeten. Dat is het lot van het werk van de grote Reynaertonderzoeker J.W. Muller. Zijn werk getuigt echter van zo’n grote kennis van de stof, dat het altijd de moeite loont, na te gaan wat de oude meester erover schreef. 

Lees verder >>

‘Garrilus dinke mi wele bedieden someghe menistrele’

Jacob van Maerlant en Chrétien li gois

Afbeelding 1 : Parijs, Bibliothèque de l’Arsenal, MS 5069, f. 91 r.

Door Dirk Schoenaers

Rond 1317-1328 droeg een anonieme dichter een Franstalige bewerking van Ovidius’ Metamorfosen op aan Johanna van Bourgondië, koningin van Frankrijk. De auteur liet uitschijnen dat hij in deze Ovide moralisé een oudere Franse vertaling van het Philomenaverhaal had verwerkt. Op het einde van die me too-geschiedenis avant-la-lettre  veranderden Philomena, haar zus Procne en aanrander  Tereus, de koning van Thracië in een nachtegaal, een zwaluw en een hop. 

Lees verder >>

Rijm in de Reynaert

Door Marc van Oostendorp

Aan het begin van zijn vertaling van Reynaert de Vos geeft Ard Posthuma meteen zijn visitekaartje af ‘Willem, die Madocke schreef, / en er lang voor wakker bleef / hem zat dwars dat er op heden / van Reynaerts wederwaardigheden / in onze taal geen boek bestond’. Zijn taal is een tikkeltje archaïsch (‘op heden’ / ‘wederwaardigheden’), maar zonder dat het stoort, en soepel genoeg om in een middag door te lezen.

Oorspronkelijk verscheen de vertaling in 2008; de Groningse uitgever Kleine Uil heeft hem nu opnieuw uitgegeven, voor zover ik kan nagaan ongewijzigd, en met ook bijvoorbeeld een ongewijzigd voorwoord. In dat voorwoord zet Posthuma zeg af tegen de hertaling van Ernst van Alphen, die rijmen gebruikte als ‘slagzwaard’ / ‘gedagvaard’, ‘schandstuk’ / tand stuk’ of ‘bloot stond’ / ‘schootwond’. “Zelf heb ik een dergelijke taalacrobatiek gepoogd te vermijden”, schrijft Posthuma.

Lees verder >>

Johan Oosterman leest Anna Bijns

Het verblijf – dag 28

STEUN ONS IN DE VERBLIJFSKOSTEN

Vandaag: Johan Oosterman leest ‘Refereyn’ van Anna Bijns.Johan Oosterman is hoogleraar Oudere Nederlandse Letterkunde in Nijmegen. Anna Bijns (1493-1575) was een Antwerps dichteres die onder andere bekend staat om haar felle verdediging van het katholieke geloof tegen de protestantse ketters.  

Presentatie, format, productie en muziek: Michiel van de Weerthof. Het verblijf wordt mede mogelijk gemaakt door de Nederlandse Taalunie.

Het veertiende-eeuwse dorpsleven van Wouw

Het leven van de ‘gewone’ vrouw of man in de middeleeuwen is vaak lastig te achterhalen. Zij waren niet degene die historische bronnen achter lieten of over wie veel geschreven werd. Historisch-taalkundige Peter-Alexander Kerkhof heeft desalniettemin een manier gevonden om een venster te openen op het dorpsleven van Wouw in de veertiende eeuw. Hoe doet hij dat? En wat doet een historisch-taalkundige precies?

‘Daer staet dhertoghe ende crauwet met groter genoechte al die nacht’

Uit: Heilig en Profaan, 1993,afb. 610, 1375-1425

Door Johan H. Winkelman

Rond 1500 vond er, aldus Herman Pleij in zijn recente boek Oefeningen in genot. Lust en liefde in de Middeleeuwen, een seksuele revolutie plaats. De toenmalige poëten, de rederijkers, schiepen ‘een moderne literatuur die genotvolle seks ronduit verheerlijkte.’ Vóór die tijd was er al op seks gebied wel wat te beleven, maar toen waren het lachwekkende boeren die luidruchtig hun platvloerse liefde aanhingen. En wat te denken van de schavuit Reynaert de Vos, die de vrouw van de wolf verkrachtte, terwijl ze bekneld zat en zich, als ze dat al had gewild, niet kon verweren. Maar ja, zo iets gebeurde nu eenmaal in de dierenwereld…

Lees verder >>