Tag: middelbaar onderwijs

Vacature: Bovenbouwdocent Nederlands, Lycée International Saint-Germain-en- Laye (bij Parijs)

Wij zoeken een enthousiaste eerstegraads docent Nederlands of 2de en 3de graad ASO (0,6 fte) voor de Nederlandse afdeling voor een vervanging tot en met eind juni met mogelijkheid tot verlenging.

De Nederlandstalige afdeling van het Lycée International ten westen van Parijs biedt Nederlandstalig onderwijs geïntegreerd in het lesprogramma van een Franse internationale school voor kinderen van 3 t/m 18 jaar. Op het Lycée International volgen zo’n 3000 internationale leerlingen, naast het Franse programma, onderwijs op moedertaalniveau binnen 1 van de 14 taalafdelingen, waaronder de Nederlandse afdeling. Bijna 200 leerlingen krijgen 6 tot 8 uur per week les in de Nederlandse taal, geschiedenis en aardrijkskunde. Lees verder >>

Hoeveel boeken uit de canon moet een leraar Nederlands kennen?

Door Coen Peppelenbos

Er zijn tientallen redenen om dit artikel niet te schrijven. Een discussie over de canon gaat binnen de kortste keren over zijwegen. Voordat je weet het heeft een schrijver weer ammunitie voor een column waarin hij ‘Fuck de canon’ kan schrijven zodat hij weer op drie congressen een betaald optreden heeft als ludieke tegenstem in een forumpanel over de toekomst van het lezen. Voordat je het weet gaan leraren elkaar tips geven over hoe je het best Karel ende Elegast aan de man kunt brengen (met Tekst in context, met middeleeuws eten, met een musical, met hardop voorlezen, met vertalen et cetera). Voordat je het weet breekt er onder Neerlandici weer een discussie los over de keuze van de canonboeken (waarom altijd Karel ende Elegast). Ik wil me in dit artikel beperken tot de vraag die ook als titel fungeert: hoeveel boeken uit de canon moet een leraar Nederlands kennen?

Die vraag komt natuurlijk niet uit het niets, want ik ben lerarenopleider en ben samen met een paar collega’s verantwoordelijk voor de literatuurlessen in de tweedegraads- en eerstegraadsopleiding Nederlands. Dat is doorgaans een van de mooiste beroepen die je kunt uitoefenen al is je speelveld vrij breed omdat je zo’n beetje alles moet bijhouden wat er binnen je vakgebied verschijnt. Van de middeleeuwen tot nu is dat een vrij breed gebied en ik kan met gerust hart zeggen dat ik niet in staat ben om alles bij te houden. het lukt me niet om zo’n tweehonderd nieuwe boeken te lezen die elk jaar uitkomen waardoor ik mijn kennis van de moderne letterkunde kan bijhouden, laat staan dat ik ook nog alle publicaties over alle eeuwen daarvoor tot me kan nemen. Ik maak keuzes, ik schipper, ik grasduin af en toe, maar ik ben een echte generalist: iemand die van alles een beetje af weet. Om met harde getallen te komen: ik lees dit jaar zo’n vijftig tot zestig boeken al moet ik erbij zeggen dat dit niet echt een topjaar voor me was. Lees verder >>

Betekenisvol schrijven – Sagaam

Door Roland de Bonth

Schrijven is schrappen. Maar voordat je kunt schrappen, moet je eerst hebben leren schrijven. Het aanleren van een goede schrijfvaardigheid is een langdurig proces. Leerlingen krijgen dat niet onder de knie door uitsluitend invullesjes te maken – ‘’vul het juiste verwijswoord in’’ – en door te oefenen met het schrijven van losse zinnen – ‘’maak met de volgende woorden een grammaticaal correcte zin’’. De aandacht richten op een bepaald onderdeel van een tekst – de inleiding of het slot bijvoorbeeld – zet al meer zoden aan de dijk, maar echt betekenisvol wordt het vooral als leerlingen de opdracht krijgen om een volledige tekst te schrijven.

Daarbij is het belangrijk dat in de opdracht het communicatieve aspect niet uit het oog wordt verloren. Leerlingen moeten voorafgaand aan en tijdens het schrijfproces zowel het doel – overtuigen, beschouwen, informeren, activeren of amuseren – als het publiek – leeftijdsgenoten, volwassenen – van hun tekst voor ogen houden. Als ze zich hiervan bewust worden, zijn ze beter in staat hun woordkeus en zinsbouw daarop af te stemmen. En hierdoor is de kans groter dat de boodschap die zij als zender uitsturen door de ontvanger op de juiste wijze wordt geïnterpreteerd. Lees verder >>

De pahahaden op, de lahahanen in

Door Roland de Bonth

Als de mussen van het dak vallen en de temperatuur in het klaslokaal tot grote hoogte stijgt, klinkt veelvuldig de roep van leerlingen om het schoolgebouw te ontvluchten en in de buitenlucht les te krijgen. Jammer genoeg is het vaak onmogelijk of ongewenst om aan dit verzoek te voldoen. Niet alle scholen hebben immers de beschikking over een schoolplein waar ongestoord les kan worden gegeven of een openbare groenvoorziening in de nabijheid die dienst kan doen als geïmproviseerd leslokaal. Op het Haags Montessori Lyceum waar ik werkzaam ben, wordt het – net als op alle montessorischolen – belangrijk gevonden om niet alleen op school maar ook daarbuiten te leren. Dit wordt ‘’binnen en buiten leren’’ genoemd en vormt één van de zes karakteristieken van het voortgezet montessorionderwijs. Kennis en vaardigheden doen leerlingen namelijk niet alleen op binnen de schoolmuren maar ook – of zelfs vooral – daarbuiten. Door kennis te nemen van de wereld buiten de school – en dat kan ook door sprekers van buiten naar binnen te halen – wordt het leergebied van leerlingen vergroot. Een heel aardige manier daarvoor – geschikt voor alle middelbare scholen en ook geschikt als het niet snikheet is – is het maken van een literaire wandeling.

Lees verder >>

Nijpend tekort aan universitair opgeleide docenten voor vwo-bovenbouw moet drastisch worden aangepakt

Een nieuw, simpel en efficiënt voorstel

Door Ben J.P. Salemans
universitair eerstegraads docent Nederlands uit Maastricht

Een gedreven vwo-eindexamenleerling, laat ik haar Femke noemen, sprak me enkele weken geleden aan: “Mijnheer Salemans, u zult het wel niet zo leuk vinden, maar ik ga toch maar geen Nederlands studeren aan de Universiteit Utrecht of ‘uw’ Radboud Universiteit in Nijmegen. Echt, ik vind Nederlandse taal en literatuur nog steeds heel interessant. En het leek me misschien ook wel wat om later leraar Nederlands te worden. Maar nu heb ik ontdekt dat je via het hbo, en dus eigenlijk via havo, net zo goed eerstegraads docent Nederlands kunt worden. Dan verdien je precies hetzelfde en mag je aan precies dezelfde klassen lesgeven als een universitaire eerstegrader! Dus als ik Nederlands aan de universiteit zou gaan studeren, heb ik daar nu het gevoel bij dat ik dan mijn universitaire mogelijkheden én mijn vwo-diploma aan het verkwanselen ben! Ik wil het uiterste halen uit mijn vwo-diploma. Daarom kies ik waarschijnlijk voor een andere universitaire studie: European Studies in Maastricht. Maar ik moet er nog over nadenken.”

Ja, dat was wel effe slikken. Femke is geknipt voor een universitaire studie Nederlands en ze zou een geweldige docent zijn. Maar haar bedenkingen snijden wel hout… Tijd voor maatregelen. Lees verder >>

Dialect in de klas

Door Astrid Wijnands

Eind september publiceerde de NOS een drieluik geheten ‘Dealen met je dialect’ <1|2|3>. De NOS had eerder een oproep op Facebook geplaatst om erachter te komen of dialectsprekers last zouden hebben van negatieve reacties en welke reacties dat dan zouden zijn. Op die oproep kwamen 28.000 reacties binnen en zo’n 150 mensen wilden graag hun ervaringen delen.

In het drieluik maken we kennis met jongeren en volwassenen uit heel Nederlands, van Groningen tot Maastricht, van Zeeland tot Twente. Allen geven aan trots te zijn op hun dialect en zij spreken hun dialect dan ook graag. De keerzijde van de medaille is dat zij ook vaak niet serieus genomen worden als zij hun dialect spreken. Zo moet acteur Bart logopedie volgen om zijn Achterhoekse accent kwijt te raken, wil hij als acteur rollen aangeboden krijgen en voorziet Myriam uit Terneuzen dat zij haar Zeeuwse accent moet aanpassen aan het Standaardnederlands als zij straks als afgestudeerd advocate aan de slag gaat. Soms gaat het nog verder en worden dialectsprekers uitgescholden als domme boeren of krijgen ze te horen dat ze maar terug moeten naar hun ‘eigen land’. Docent Adele Spikker van het Deltion College in Zwolle besteedt juist in haar lessen aandacht aan de meerwaarde van streektaal in de zorg. Door de taal van de patiënten te spreken is er sprake van een beter contact tussen zorgverlener en zorgdrager. Lees verder >>

Nieuwe TLPST verschenen

TLPST is een nieuwsbrief voor de onderbouw van het middelbaar onderwijs, die wordt gemaakt door de redactie van de lesmethode Nieuw Nederlands van Wolters Noordhoff en de redactie van Taalpost (Erik Dams en Marc van Oostendorp, namens het Genootschap Onze Taal). Iedere maand (tijdens het schooljaar) verschijnt er een nieuwsbrief met telkens vier taalonderwerpen uit de actualiteit, en suggesties voor vragen en opdrachten om in de les te behandelen.

Inmiddels is TLPST 40 verschenen. Die vindt u hier.

Het Lerarenregister is Sander Dekkers eerste en laatste succes; een roofoverval, op klaarlichte dag…

Door Charlotte Goulmy

Een paar jaar geleden zag ik een beroving. Van een veel te kleine afstand. Je hersenen doen dan iets geks. Ze gaan in survivalmodus. Wie is waar, wie doet wat, wie ziet wat, waar is de escaperoute en wie moet 112 bellen? In films gaat het beeld dan over op slow-motion, vaak in zwart-wit met sombere voice-over. Dat gevoel heb ik nu al ruim drie dagen. Ik overzie, met moeite, een situatie die alle karakteristieken heeft van een (bijzonder geraffineerde) roofoverval.

Toen ik me verkiesbaar stelde als kandidaat voor de Deelnemersvergadering van het Lerarenregister*) was dat uit nieuwsgierigheid. Het leek me zinvol om reeds in het beginstadium mee te kunnen praten over iets essentieels als een database «van voor en door» alle docenten. De deadline was 16 juli 2017, ik heb me de 15e ingeschreven. Gewoon om te zien wat er eigenlijk aan de hand was met dat register waar men zo epidermisch op reageerde. Ik was al wel ergens bang voor een lijk in de kast, maar wist toen nog niet dat het mijn eigen lijk was… Lees verder >>

Kanttekeningen bij de reactie van Helge Bonset op mijn notitie over ontwikkelingen in het schoolvak Nederlands

Door Theo Witte

Mijn reactie komt er in het kort op neer dat ik in de reactie van Bonset geen enkele aanleiding vind om een van mijn beweringen te herzien. Lees mijn kanttekeningen door de muis boven de gemarkeerde passages te bewegen (even laten hangen). Eventueel kunt u ook een pdf-versie van deze aantekeningen raadplegen.

Lees verder >>

Enkele zorgwekkende beweringen aangaande het schoolvak Nederlands

Door Helge Bonset

Een reactie op de notitie van Theo Witte, Enkele zorgwekkende ontwikkelingen aangaande het schoolvak Nederlands, d.d. 29 mei 2017, opgesteld voor de Nederlandse Taalunie

In bovengenoemde notitie stelt Witte drie zaken aan de orde:
1) de ongewenste disbalans in het examen Nederlands in havo en vwo
2) de marginalisering van het literatuuronderwijs in de afgelopen 25 jaar
3) de onrustbarende neergang van het aantal eerstejaars studenten Nederlands.
Hoewel het uit de notitie zelf niet duidelijk blijkt, spreekt hij namens het Meesterschapsteam Nederlands Letterkunde

Met het eerste punt doelt Witte op het toegenomen gewicht van leesvaardigheid in het schoolexamen, doordat veel scholen dit onderdeel in het schoolexamen zijn gaan toetsen, terwijl het al via het centraal examen de helft van het examencijfer Nederlands bepaalt. Oorzaak hiervan was een door de Inspectie gehanteerde indicator: de discrepantie tussen het gemiddelde cijfer voor het centraal examen en dat voor het schoolexamen moest voor ieder vak bij voorkeur onder de 0,5 blijven. Leesvaardigheid ook in het schoolexamen examineren verminderde deze discrepantie en werd daarom door scholen als oplossing gekozen om aan de norm van de Inspectie te voldoen. Lees verder >>

Waarom zeggen mensen ‘hun hebben’?

Door Marten van der Meulen

Hun als onderwerp is waarschijnlijk voor veel mensen één van de ergste taalfouten. Het is ook één van de bekendste taalfouten: zo figureert hun in de titels van twee boeken over taalnormen (Hun hebben de taal verkwanseld van Jan Stroop uit 2011, en Hun hebben gelijk van Peter Burger uit 2004). En toch kom je geregeld zinnen tegen als “Hun hebben een heerlijke nacht gehad en uitstekende bedden.” of “Ook al heb ik het moeilijk, ik kan wel anderen steunen, hun doen dat ook bij mij“. In spreektaal is hun zelfs vrij gebruikelijk. Waarom gebruiken mensen hun eigenlijk als onderwerp? Daar zijn verschillende oorzaken voor geopperd.

Efficiëntie

De eerste mogelijke oorzaak is dat mensen op zoek gaan naar efficiëntie in hun taalgebruik. Je ziet die efficiëntie op verschillende manieren terug. Zo spreken mensen langere woorden vaak verkort uit. Luister maar eens: als iemand in een gewoon gesprek zegt ‘Ik kom eigenlijk voor je zus’, dan zal diegene het woord eigenlijk waarschijnlijk uitspreken als eik. Sneller, en dus efficiënter. Een andere manier van efficiënter met taal omgaan is om één woord meerdere functies te geven. Je zou kunnen denken dat je dan begripsproblemen krijgt: hoe weet je nou welke functie wordt bedoeld? Toch gaat dat vaak goed. We hebben zelfs al persoonlijke voornaamwoorden die in de functies onderwerp, lijdend voorwerp en meewerkend voorwerp kunnen voorkomen. En die bovendien als bezittelijk voornaamwoord kunnen worden gebruikt. Kijk maar naar deze zinnen: Lees verder >>

Enkele zorgwekkende ontwikkelingen aangaande het schoolvak Nederlands

Vakmeesters Nederlands hebben afgelopen maand bij de Taalunie hun zorgen geuit over het schoolvak Nederlands, de marginalisering van het literatuuronderwijs en de onrustbarende neergang van het aantal eerstejaars studenten Nederlands.

Zie hier de notitie van Theo Witte (voorzitter Meesterschapsteam Nederlands Letterkunde); een reactie door Helge Bonset staat hier.

372 likes en 92 reacties

Door Thomas de Bruijn

Na de eerste toetsweek van dit schooljaar, begin november, baalde ik behoorlijk. De resultaten van de leesvaardigheidstoetsen in havo 4 en 5 en vwo 4, 5 en 6 vielen tegen, terwijl we veel en gevarieerd geoefend hadden tijdens de lessen. Na de toetsweek heb ik per klas een volle les uitgetrokken om de pijnpunten op te sporen. Een van de vragen die ik aan mijn leerklingen stelde was waarom ze zelf dachten dat het cijfer tegenviel. Ik had verwacht dat de standaardantwoorden als ‘te laat begonnen’, ‘geen huiswerk gemaakt’ en ‘dat kon ik vorig jaar al niet’ de boventoon zouden voeren, maar dat was niet zo.

Veel leerlingen gaven eerlijk toe dat ze te weinig zakelijke teksten lezen of (te) weinig toegang tot die teksten hebben. Thuis hebben velen geen krant en niemand heeft een abonnement op bijvoorbeeld de Correspondent of HP/De tijd. Dat zette me aan het denken. Als ik wil dat ze actuele artikelen lezen over uiteenlopende onderwerpen, moeten ze die wel kúnnen lezen. Dan is er maar één oplossing: ik moet het zelf aanbieden. En dan bedoel ik niet elke les wat stencils uitdelen. Die avond ben ik een Facebook-pagina gestart waarop ik bijna elke twee dagen een artikel post van de Correspondent, de Volkskrant, Trouw, NRC, De Groene, Tzum, Vrij Nederland, Vice of een ander journalistiek medium. Lees verder >>

Vacature: bovenbouwdocent Nederlands, Lycée International Saint-Germain-en- Laye (bij Parijs)

Per 1 augustus 2017 zoeken wij een enthousiaste eerstegraads docent/leerkracht Nederlands, 2de en 3de graad ASO (0,5 fte) voor de Nederlandse afdeling.

De Nederlandstalige afdeling van het Lycée International ten westen van Parijs biedt Nederlandstalig onderwijs geïntegreerd in het lesprogramma van een Franse internationale school voor kinderen van 3 t/m 18 jaar. Op het Lycée International volgen zo’n 3000 internationale leerlingen, naast het Franse programma, onderwijs op moedertaalniveau binnen 1 van de 14 taalafdelingen, waaronder de Nederlandse afdeling. Bijna 200 leerlingen krijgen 6 tot 8 uur per week les in de Nederlandse taal, geschiedenis en aardrijkskunde. Lees verder >>

Centraal Eindexamen Nederlands vwo 2017: mijn antwoorden

Door Marc van Oostendorp

In voorgaande jaren plaatste ik hier steeds op de avond na het eindexamen Nederlands voor vwo een bespreking. Ik deed dat aan de hand van het examen zelf en het correctiemodel. Dat laatste wordt nu echter pas vrijdag vrijgegeven. Ik zal dus pas daarna een bespreking kunnen maken. Voor die tijd plaats ik echter hier al mijn antwoorden.

Let op: dit zijn dus niet noodzakelijkerwijs de juiste antwoorden, maar de antwoorden die ik zou geven (onder omstandigheden die minder geconcentreerd zijn dan een examenzaal). Verbeteringen en ander commentaar graag hieronder.

Wie het eindexamen ook wil maken; dat kan hier. Ik ben erg benieuwd naar bevindingen van leerlingen en anderen. Graag in het reactiepaneel hieronder! Lees verder >>

Herinnering: Nascholing opleiding Nederlandse Taal en Cultuur Leiden

De sturende kracht van taal – avondlezingen 17 en 31 mei 2017

Taal is nooit neutraal. We gebruiken taal voor onze communicatie, maar de interpretatie van uitingen wordt maar gedeeltelijk bepaald door de betekenis van de woorden die de spreker gebruikt. Een spreker bedoelt meer, en soms zelfs iets anders, dan hij letterlijk zegt en  schrijvers van verhalen en gedichten zetten talige, narratieve technieken doelbewust in om effect op lezers te sorteren.

In twee avonden belichten telkens twee Leidse neerlandici deze interactie tussen semantiek en pragmatiek vanuit hun eigen discipline: de taalkunde, taalbeheersing, moderne of oudere letterkunde. Op 17 mei zijn dat dr. Ronny Boogaart, auteur van Een sprinter is een stoptrein zonder wc. De sturende kracht van taal (AUP) en dr. Bram Ieven die zal vertellen over de online MA-class Mij maak je niks wijs. Een inleiding tot de representatiekritiek. Op 31 mei spreekt dr. Olga van Marion over de rol van taal en emotie in vroegmodern theater en dr. Henrike Jansen over de sturende kracht van taal in de argumentatie in politiek debat. Lees verder >>

Verkiezing van de ‘Beste leraar Nederlands van 2017’

De afgelopen maanden hebt u in het KRO-NCRV radioprogramma De Taalstaat op NPO Radio 1 en het programma De Bende van Annemie op VRT Radio 1 kunnen kennismaken met twaalf docenten die door hun omgeving kandidaat waren gesteld voor de titel ‘Beste leraar Nederlands van Nederland en België 2017’. Een vakjury, bestaande uit Trudy Coenen, Peter-Arno Coppen en Frans Daems, heeft drie van die docenten genomineerd voor de titel.

Nu is de keus aan u! Stem hieronder op de genomineerde die volgens u de titel ‘Beste leraar Nederlands van 2017’ verdient. Dit kan tot vrijdag 19 mei, 18.00 uur. De uitslag wordt op zaterdag 20 mei in een bijzondere uitzending van De Taalstaat bekendgemaakt. De prijs zal worden uitgereikt door de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, Jet Bussemaker. Lees verder >>

Creatief met taal voor 2032-leerlingen

Door Marianne Boogaard

Volgens Platform-2032 is ‘toekomstgericht onderwijs’ onderwijs waarin leerlingen in de eerste plaats kennis en vaardigheden opdoen door creatief en nieuwsgierig te zijn. Vorige week besloot de Tweede Kamer om de curriculumherziening volgens die 2032-plannen in enigszins aangepaste vorm te laten doorgaan. Nederlands is een van de eerste onderdelen uit het curriculum waarvoor een ontwikkelteam van leraren, schoolleiders en diverse soorten experts aan de slag gaat met het omschrijven van de bouwstenen voor de uiteindelijke eindtermen, kerndoelen en referentieniveaus. Lees verder >>

Ontwikkel en deel je kennis en lesmateriaal

Over de DOT Nederlands

Door  Thomas de Bruijn
Teacher in Residence Nederlands Radboud Universiteit
t.debruijn@ru.nl

De autonomie die wij als docenten genieten, verschilt van school tot school en van sectie tot sectie. De eindtermen zijn leidend, maar uiteindelijk blijft er veel vrijheid over om lessen te ontwikkelen, werkvormen uit te proberen en onderwerpen te bespreken die ‘gewoon heel leuk’ zijn. Binnen secties is het meestal vanzelfsprekend om materiaal te delen, maar buiten de schoolmuren komt jouw webquest, project of onderzoek vaak niet. Er ligt een schat aan potentieel lesmateriaal te wachten op collega’s in het land, maar die schat moet wel opgegraven worden.

Er zijn al vele initiatieven om lesmateriaal en werkvormen te delen. Er bestaan diverse Facebookgroepen over vakgebieden, Kennisnet heeft een leermiddelendatabank en elke week is er wel ergens een congres of workshopdag vol inspirerende lesideeën. Deze kennisuitwisseling is helaas niet structureel. Lees verder >>

Call voor speciaal nummer Levende Talen Magazine

“De praktische relevantie van vakdidactisch onderzoek MVT en NL”

Dit is een call voor een Special Issue over vakdidactisch promotieonderzoek en het praktisch nut daarvan voor talendocenten. De afgelopen jaren is er steeds meer aandacht gekomen voor vakdidactisch onderzoek. Daarbij gaat het vaak om de vraag hoe een specifiek schoolvak onderwezen kan worden zodat leerlingen kennis , vaardigheden en attitudes met betrekking tot het​ ​vak verwerven. Dergelijk onderzoek heeft echter alleen zin als de opbrengsten ervan gedeeld wordt worden​met scholen en docenten, en wel op zo’n manier dat zij er ook daadwerkelijk wat aan hebben. Levende Talen Magazine (LTM) is een medium dat gelezen wordt door de doelgroep en een Special Issue over lopend vakdidactisch onderzoek met als thema ‘Vakdidactisch onderzoek en het nut voor de onderwijspraktijk’ kan er voor zorgen dat onderzoeksresultaten ook echt in de klas terecht komen. Voor dit Special Issue van LTM zoeken we bijdragen waarin dergelijk onderzoek wordt beschreven, met daarin nadruk op het praktisch nut voor talendocenten. Lees verder >>

Rubric

Door Coen Peppelenbos

Columnisten die schrijven over het schrijven van een column zouden per direct ontslagen moeten worden. Toch wijk ik even van deze wet af omdat ik in Levende Talen (de Arts & Auto voor docenten) een artikel van twee wetenschappers las over het schrijven van een column in een havo 4-klas. De leerlingen beoordeelden elkaar aan de hand van een rubric (een soort scoreformulier) waarop maar liefst 26 punten stonden waarop hun column van feedback werd voorzien (nagekeken werd). Sindsdien slaap ik slecht, want als ik volgens die rubric beoordeeld zou worden dan zou ik een vette onvoldoende scoren.

Lees verder >>

Zes DOT’s Nederlands: samen inspirerend onderwijs ontwerpen

Uitnodiging aan docenten: wie doen (denken, ontwikkelen en werken) er mee?

Erwin Mantingh
namens de Meesterschapsteams Nederlands

De Meesterschapsteams Nederlands zoeken voor het schooljaar 2017-2018 enthousiaste docenten die in de geest van het Manifest Nederlands op school samen met ons het schoolvak Nederlands willen vernieuwen. Onder het motto ‘meer inhoud, meer plezier en betere resultaten’ zullen docenten, vakwetenschappers en vakdidactici in zes zogenoemde DOT’s (docentontwikkelteams) samen inspirerend onderwijs gaan ontwerpen.

Zes DOT’s

De docentontwikkelteams opereren verspreid over Nederland en richten zich op verschillende onderwerpen: Lees verder >>

Uitvliegende lio’s

Door Erwin Mantingh, Vakdidacticus Nederlands (Departement TL&C/GST) UU

Voor universitaire leraren-in-opleiding Nederlands is er jaarlijks een oploop of meetup, om het in hipstertaal aan te duiden. Maandag 27 maart jongstleden vond de landelijke liodag voor docenten Nederlands in de dop plaats aan de Universiteit Utrecht. Bijna honderd lio’s namen deel aan de openingslezing en de workshops verzorgd door opleiders en gastsprekers uit den lande, en wisselden onderling lesmateriaal uit in een goedepraktijkenmarkt . Juist dit laatste onderdeel vonden veel lio’s die ik sprak ‘inspirerend’, enigszins tot hun eigen verrassing, zo leek het. Een beproefd en sterk concept, die liodag, maar als een van de organisatoren kan ik er natuurlijk niet onbevangen over oordelen. Het was bovendien een stralende lentedag, geen wolkje aan de lucht, zo’n dag waarop vogels nesten beginnen, waarop je moeiteloos wegwensdroomt.

Hoe houden lerarenopleidingen de band en uitwisseling met hun lio’s in stand als ze eenmaal zijn uitgevlogen? Niet of nauwelijks, als ik voor mijzelf en de Utrechtse lerarenopleiding spreek, terwijl het belang me voor alle betrokkenen overduidelijk lijkt. Lees verder >>

Gesprekken met inhoud

Eindexamen gesprek (aflevering 6)

Door Marc van Oostendorp

Waarom worden gesprekken vrijwel alleen gevoerd op het vmbo en het mbo? Misschien heeft het ermee te maken dat we gesprekken als een eenvoudigere en wie weet zelfs lagere vorm van taalgebruik zien: niet iets waar je je vreselijk voor hoeft in te spannen. Praten is iets voor werklui, wij intellectuelen van de havo en het vwo lezen en houden af en toe een voordracht. Dat is dan een onterechte omkering van wat Socrates als waardevol zag.

Misschien heeft het ook te maken met het feit dat de leerlingen in het beroepsonderwijs een eigen onderwerp hebben om over te praten: de eigen werkomstandigheden. Leerlingen in het meer theoretische onderwijs op de havo en de vwo worden dan geacht zich met algemenere kwesties bezig te houden: zaken van ‘maatschappelijk belang’ zoals het referentiekader het noemt.

Lees verder >>