Tag: metrum

Ik zei er van Jaap

Door Henk Wolf

Over het woordje er is heel veel te zeggen en dat is dan ook gedaan. Het heeft een boel functies en het is nog niet zo makkelijk om die allemaal te onderscheiden. Een paar veelvoorkomende gebruikswijzen zijn:

als eerste woord van de zin, bij een onbepaald onderwerp:
Er staat een taart in de vensterbank.

als vervanger van woorden die bij een los telwoord horen:
Jij hebt vier rode appels en ik heb er drie.

als bepaling van plaats:
Kom je ook naar het station? Ik ben er al.

als vervanger van andere woorden die je na een voorzetsel verwacht:
Daar staat mijn chocomel. Het kleutertje kijkt er verlekkerd naar.

Een gebruikswijze die stilletjes uit het Nederlands lijkt te verdwijnen, vinden we in een bekend kinderliedje: Lees verder >>

Vondel op horatiaanse voet

Door Ton Harmsen

023GoddaeusHoratius is in de zeventiende en achttiende eeuw aan de lopende band vertaald. Dichters kozen echter steeds een enkele of een selectie uit de odes, de satires en de brieven. Slechts tweemaal heeft een vertaler een onderdeel van Horatius’ oeuvre volledig vertaald: Vondel deed de carmina in proza (1654) en Huydecoper de satires en de brieven eerst in proza (1727) en tien jaar later in poëzie.

Ook Vondel had ongetwijfeld graag een poëzievertaling gepubliceerd. Van verschillende andere klassieke werken maakte hij immers eerst een prozavertaling om die vervolgens tot poëzie om te werken. Met de lierdichten van Horatius wilde hem dat niet lukken: het is niet eenvoudig een equivalent te vinden van het gecompliceerde klassieke metrum. Slechts tweemaal heeft Vondel zich gewaagd aan een poëzievertaling van een horatiaanse ode – of althans: slechts twee heeft hij er gepubliceerd. De satires en de brieven zijn veel eenvoudiger van vorm: dactylische hexameters. Het vaste ritme van de dactylus werd traditioneel omgezet in gepaard rijmende alexandrijnen, zesvoetige jambes met rijmschema AAbb (twee keer staand, twee keer slepend). Dat was een routine. Met deze techniek kon Huydecoper zijn prozavertaling gemakkelijk omzetten tot poëzie. Maar bij de odes werkt dat niet.

Lees verder >>

Hoe klonk de Engelse jambe van Doctor Syntax?

Door Bas Jongenelen

Het klassiek Grieks en het Latijn kenden het metrum: de regelmatige afwisseling van lange en korte klinkers. In de moderne talen is er sprake van een ander soort metrum: de regelmatige afwisseling van beklemtoonde en onbeklemtoonde lettergrepen. Met moderne talen bedoel ik de moderne talen die ik ken, zo ongeveer de Romaanse en Germaanse talen. Met ‘die ik ken’ bedoel ik niet dat ik die talen dan allemaal spreek of kan verstaan, maar dat ik die talen wel eens gehoord heb – enfin, u begrijpt me wel. Hoop ik. Het klassieke metrum kunnen wij niet horen, een lange a die onbeklemtoond is, krijgt toch het streepje in plaats van het boogje, en dat vinden wij heel gek.

Lees verder >>

Het metrum en Carglass

Door Bas Jongenelen

Tja, het metrum. Wat moeten we ermee? En waarom? En hoezo?

    Het hemelsche gerecht heeft zich ten lange lesten
    Erbarremt over my en mijn benaeuwde vesten

Prachtig hoor, die goeie ouwe Vondel, maar moet je de jongens en meisjes van nu nog lastig vallen met zo iets klassieks, traditioneels en ouderwets als het metrum? Het is bovendien moeilijk en abstract. Het komt de algemene schrijfvaardigheid niet ten goede. Het metrum zal bovendien niet bevraagd worden op het Centraal Examen. U begrijpt het al: ik vind dat het metrum onderwezen dient te worden – het is niet voor niets de week van de poëzie. Ik heb drie argumenten waarom ik het metrum onderwijs.
Lees verder >>