Tag: metafoor

Poleposition

Door Gudrun Reijnierse

Mensen die mij kennen weten dat ik er als autosportliefhebber een sport van maak om in (bijna) elke collegereeks een verwijzing naar de Formule 1 op te nemen. Tijdens de cursus Interculturele Communicatie laat ik bijvoorbeeld het ‘che fai’-gebaar zien dat Max Verstappen na de Gran Prix van Mexico (2016) richting Sebastian Vettel maakte. In niet elke cultuur heeft dat gebaar namelijk (dezelfde) betekenis, en dat kan tot communicatieproblemen leiden. Tijdens de colleges Wetenschapsjournalistiek leg ik graag de link tussen de veronderstelde effect van het drinken van Red Bull energydrink op rijprestaties en de recente overwinning van (inmiddels voormalig) Red Bull Racingcoureur Daniel Ricciardo op het circuit van Monaco – om daarna vooral in te gaan op de aard van die bevindingen in het licht van mogelijke belangenverstrengeling (zie bijvoorbeeld hier en hier). Zo levert autosport me voorbeelden om droge theoretische stof tijdens colleges concreet te maken voor studenten. Lees verder >>

Ilja Leonard Pfeijffer als zo’n aapje

De taal van Ilja Leonard Pfeijffer (32)

Door Marc van Oostendorp

Op het eerste gezicht lijkt hij wat onhandig, de beeldspraak die Ilja Leonard Pfeijffer in zijn roman La superba gebruikt om de zeventigjarige Engelsman te beschrijven die iedere dag weer opduikt op een terras in Genua om er gin-tonic te drinken en anekdotes te vertellen:

Hij zat daar als een gepensioneerde cabaretier in afwachting van publiek. Als een slapend aapje in zo’n ouderwetse machine waar je een kwartje in moest gooien om ze wakker te maken en dan deden ze een liedje en een dansje.

Hoe zat hij daar nou? Als een gepensioneerde cabaretier of als een slapend aapje? Is het aapje soms een beeld voor het beeld van de cabaretier? Hij zat daar als een cabaretier die daar zat als een aapje? Lijken gepensioneerde cabaretiers op slapende aapjes? Heeft iemand weleens een slapende cabaretier gezien? Cabaretiers gaan toch altijd door?

Voor zulke verwarrende metaforiek draait de schrijver zijn hand niet om. Hij stopt daar ook niet: hoezo wordt naar dat aapje in de tweede helft van de zin ineens verwezen met het meervoudige ze? Zit die cabaretier daar dan niet juist in zijn eentje, maar temidden van andere gepensioneerde cabaretiers?

En dan: hoezo zit het een aapje in ‘zo’n’ en niet in ‘een machine’? Lees verder >>

Je bent als granaatappels

Door Marc van Oostendorp

Sinds ik naar verluidt ben doorgedrongen tot de top-100 van bekendste neerlandistische bloggers aller tijden (tot nu toe), word ik op straat weleens aangesproken. Ik liep onlangs door het Utrechtse stadje U., toen er ineens een neerlandicus op een fiets kwam aangesneld, die afstapte en mij toeriep dat hij een probleem voor me had.

Ik was zo verbouwereerd dat ik het probleem niet eens helemaal precies onthouden heb. Het kwam erop neer dat de neerlandicus-fietsenrijder bezig was met een vertaling van een Turks gedicht waarin een regel voorkwam die ongeveer luidde:

Je bent als granaatappels.

De vraag is nu waarom dat meervoud in het Nederlands gek klinkt, terwijl dat in het Turks kennelijk niet het geval was. Lees verder >>