Tag: merknamen

Schel en andere dorado’s

Door Wouter van der Land

Van het Zeeuws-Vlaamse stadje Terneuzen weet ik niet veel meer dan dat er een kanaal naartoe leidt, dat ze er de ‘h’ niet uitspreken en de ‘g’ juist als ‘h’: ik eb mien uus hries heverfd. Maar ook dat daar een subtropisch zwembad is met de naam ‘Scheldorado’. Het werd laatst genoemd in een bericht over achterstallig onderhoud. Hoe komt zo’n curieuze naam tot stand? En wat kun je met die kennis?

Lees verder >>

Heeft Unilever een goede naam gekocht?

Door Wouter van der Land

Eind vorig jaar werd bekend dat De Vegetarische Slager is gekocht door Unilever. Daarmee neemt onze margarinemultinational niet alleen een innovatieve fabriek over, maar ook een van de meest spraakmakende merknamen van de afgelopen jaren. De media buitelen over elkaar heen om te schrijven over het merk dat het aandurft om frontaal de strijd aan te gaan met de vleesbranche. Zelfs de New York Times schreef over de ‘vegetarian butcher’. Toch vraag ik me af of de naam nog een lang leven zal worden gegund.

Wat is een goede naam?

Een merknaam vervult verschillende rollen. Hij staat op verpakkingen, wordt gebruikt in reclame, vormt een ‘merk’ in de hoofden van het publiek, etc. Criteria voor een sterke naam zijn daarom onder andere dat hij onderscheidend is; een goed logo oplevert; de communicatie helpt; prettig klinkt; gemakkelijk onthouden wordt; wenselijke associaties oproept en juridisch sterk is. Hoe scoort ‘De Vegetarische Slager’ op deze punten? Lees verder >>

De etymologie van Velpon

Door Wouter van der Land

Merknamen zijn taalkundig interessant omdat ze zich niets aantrekken van de gangbare woordvormingsregels. Het huishoudmerk ‘Sorbo’ is bijvoorbeeld gevormd door het woord ‘absorb’ aan de voorkant in te korten, maar aan de achterkant te voorzien van een achtervoegsel. En het elektronikamerk ‘Rowenta’ is een vrije letterkeuze op volgorde uit de naam van oprichter Robert Weintraud (net als ‘Battus’ uit’ Brandt Corstius’). Dit morfologisch anarchisme heeft een keerzijde: het is soms moeilijk te achterhalen waar een merknaam vandaan komt.

Velpon. Velpa, Gupa

De aanleiding herinner ik me niet meer, maar volgens mijn e-mailarchief zocht ik in 2012 naar de naamverklaring van ‘Velpon’, de lijm van mijn jeugd. Het laatste deel -on is een typische uitgang voor stofnamen, zoals in ‘nylon’ en ‘dralon’. Maar waar komt het eerste deel vandaan? Stond de fabriek misschien in Velp? Hij staat nu in elk geval in Goes, want het merk is tegenwoordig ondergebracht bij het daar gevestigde Bison. Maar vroeger was het van Ceta Bever, leerde ik van Wikipedia. Op de site van dit merk stond een geschiedenispagina, die uitlegde dat Velpon rond 1930 was geïntroduceerd en een afgeleide was van een andere lijm genaamd ‘Velpa’. Een verdere verklaring gaf de site niet, maar wel die van een ander merk, het eveneens uit de jaren dertig stammende houtvulmiddel Gupa. Dit was vernoemd naar uitvinder Gustav Pape, een Duitse chemicus in dienst van Ceta Bever. Lees verder >>

Fristi, roze en ouder istie

Door Roland de Bonth

Wat ben ik blij dat ik Nederlands heb gestudeerd. Filologie, geschiedenis van de taalkunde, historische benadering van teksten, filologie, Middelnederlands, zeventiende-eeuws, morfologie: prachtige vakken. Met plezier denk ik ook terug aan het werkcollege taalverandering dat ik eind jaren tachtig volgde bij de Nijmeegse hoogleraar taalkunde M.C. van den Toorn. Samen met studiegenoot Cefas van Rossem deed ik voor de afsluitende opdracht onderzoek naar het veranderend taalgebruik in de sociale sector. Hoe? Door personeelsadvertenties in landelijke dagbladen uit verschillende periodes met elkaar te vergelijken.

Indertijd hadden wij slechts de beschikking over papieren exemplaren van die kranten – wat dat betreft heeft Delpher met zijn zijn miljoenen historische krantenpagina’s de onderzoeksmogelijkheden enorm vergroot. Die sterk vergeelde dagbladen waren keurig ingebonden in reusachtige boekwerken – landelijke dagbladen verschenen toen helaas nog niet op het handzamere tabloid-formaat. Om ze te mogen inzien moest je in de leeszaal van de Nijmeegse universiteitsbibliotheek aan grote, speciaal daartoe gereserveerde tafels plaatsnemen, vlak bij de uitgiftebalie. Uren hebben we daar bladerend doorgebracht. Lees verder >>

Merknamen in de stijlcanon

Door Wouter van der Land

Stijl wordt al ruim tweeduizend jaar onderwezen met voorbeelden uit de literatuur. Daar zijn goede redenen voor, maar het heeft ook nadelen. Schrijvers en dichters halen meestal lang niet alles uit de kast en wat ze schrijven is vaak te moeilijk om als schoolvoorbeeld te dienen. Stijlhandboeken als het ‘Groot retorisch woordenboek’ van Claes & Hulsens en ‘Stijlfiguren – kort en goed’ van Ton den Boon geven daarom aanvullende voorbeelden uit o.a. de reclame, zoals het beroemde ‘Kopen bij de Spar is sparen bij de koop.’

Ik zou ervoor willen pleiten om hiernaast ook merknamen en bedrijfsnamen een plaats te geven in het stijlonderricht. De voordelen: ze zijn kort, ze zijn overal te vinden en alles wat je op de vierkante centimeter met woorden kunt doen, is weleens met een merk- of bedrijfsnaam gedaan. Door de stad rijdend kom je bijvoorbeeld ‘Easyfiets’ tegen, een mooi voorbeeld van klankherhaling én van een talenmix. In het gootsteenkastje vind je ‘Omo’, een ultrakort geval van assonantie, maar ook een palindroom en een ambigram. Merknamen laten goed zien dat stijl zich beweegt over verschillende dimensies, met name betekenis, taalkundige structuur, klank en grafische vorm. Lees verder >>