Tag: meertaligheid

20 april 2017: Studieavond ‘Welke (moeder)taal in de (multiculturele) klas?’

Op donderdag 20 april (19-21u) organiseren de Vakgroep Vertalen, Tolken en Communicatie van de Universiteit Gent, de onderzoeksgroep MULTIPLES (Research Centre for Multilingual Practices and Language Learning in Society) en het tijdschrift ‘Over taal’ de studieavond ‘Welke (moeder)taal in de (multiculturele) klas?’

Actueler kan het thema niet zijn. Welke taal gebruiken we in de klas? Welke taal voor moedertaalsprekers van het ‘Nederlands’ of voor vreemdetaalleerders van het ‘Nederlands’? Jarenlang was er geen twijfel over het antwoord: ‘Standaardnederlands, natuurlijk!’. Anno 2017, en in een context van een multiculturele samenleving en van aandacht voor variëteiten van het ‘Nederlands’, is dat antwoord allicht aan herziening toe.

Verdere info in bijlage en op de website van de vakgroep Vertalen, Tolken en Communicatie.

Call for papers for a colloquium on Monolingual histories – Multilingual practices Issues in historical language contact

Annual colloquium of
Taal & Tongval: Language Variation in the Low Countries
1 December 2017

Koninklijke Academie voor Nederlandse Taal- en Letterkunde (KANTL)
Ghent, Belgium

http://taalentongval2017.blogspot.be

Keynote speakers

Päivi Pahta (University of Tampere)
Joe Salmons (University of Wisconsin – Madison)
Marijke van der Wal (Leiden University)

Lees verder >>

Taalreizigers

Door Leonie Cornips

Tijdens de bijeenkomst Limburg, mobiliteit en de wereld in Fontys Hogescholen Sittard begin december vorig jaar kwamen taalreizigers aan het woord. Voor wie altijd zijn of haar moedertaal overal kan gebruiken, is het moeilijk voorstelbaar hoeveel iemand in het leren van een nieuwe dagelijkse taal of talen moet investeren. Limburgers die in eigen land naar het westen verhuizen, krijgen al de vraag: ‘Waar kom je vandaan?’ of westerlingen in het zuiden: ‘Je bent niet van hier, he?’

Petra Stienen vertelt die middag over een leerling uit Syrië die, bij het krijgen van de opdracht om zich met een dier te vergelijken, schrijft: ‘Ik voel me als een dolfijn. Het water is de school maar ik ben een dolfijn half in en half uit het water zwemmend. Soms moet ik het water uit om zuurstof te happen omdat ik op mijn manier wil zwemmen.’

Ook Sanela Hamzic is zo’n taalreiziger die tijdens de bijeenkomst met haar verhaal het publiek doodstil kreeg. Sanela is managementassistente bij het Mundium College in Roermond dat nieuwkomers in Nederland opvangt en Nederlands als tweede taal (NT2) aanbiedt. Sanela komt uit voormalig Joegoslavië (Bosnië) en spreekt van huis uit Servisch en Kroatisch en heeft op school in twee alfabetten leren schrijven, in het Cyrillisch schrift voor het Servisch en het Latijns voor het Kroatisch.
Lees verder >>

De oer-Nederlandse traditie van meertaligheid

Door Alisa van de Haar

Al sinds de middeleeuwen staan de bewoners van de lage landen bekend om hun indrukwekkende talenkennis. In reisverslagen uit voorgaande eeuwen uiten auteurs niet zelden hun bewondering voor de vaardigheid van de bevolking (mannen en vrouwen) om zich niet alleen in het Nederlands maar ook in het Frans, Duits en soms ook Italiaans uit te drukken. Maarten Luther verwees zelfs naar een populair spreekwoord over de Nederlandse meertaligheid: al zou je een Nederlander in een zak door Frankrijk en Italië dragen, bij thuiskomst zou hij beide talen vloeiend spreken.

Zestiende-eeuwse humanisten als Abraham Mylius en Johannes Goropius Becanus, die beargumenteerde dat het Nederlands van Antwerpen de beste en oudste taal ter wereld was, gingen actief op zoek naar een mogelijke oorzaak van de wonderlijke talenkennis van de Nederlanders (door Mylius ‘talensponzen’ genoemd). Ze concludeerden dat de Nederlandse taal zelf er een belangrijke rol in speelde. Het zou een gematigde taal zijn die haar sprekers in staat stelde om gemakkelijk de klanken van andere talen te leren en zonder accent uit te spreken. Lees verder >>

Hân – hand, strân – strand: over de verwerving van Friese woorden die op het Nederlands lijken

Door Evelyn Bosma

keep-calm-and-look-for-cognates_poes-han-amer-bern

 

Toen ik vijf was, besloten mijn ouders naar een dorp in Friesland te verhuizen. Ik herinner me nog de eerste dag op school. De juf was aan het voorlezen in het Fries en vertaalde de tekst voor mijn zus en mij naar het Nederlands. Daar hield ze al vrij snel mee op. We moesten maar gewoon Fries leren en hoe meer we die taal zouden horen, hoe makkelijker dat zou gaan. Bovendien zijn het Fries en het Nederlands zo nauw verwant dat we een groot deel van de Friese woorden gewoon konden raden. Dit blijkt ook uit onderzoek. Kinderen die een tweede taal leren, begrijpen woorden die overlap vertonen met hun eerste taal beter dan woorden die geen overlap vertonen. Heel logisch natuurlijk! Lees verder >>

Van Heinric tot Veldeke. Een geschiedenis van de literatuur in Limburg

Door Marc van Oostendorp

Geschiedenis-van-de-literatuur-in-Limburg_web-1024x874Op pagina 242 raakte ik overtuigd. Eerder twijfelde ik nog of het wel zin had, een Geschiedenis van de literatuur in Limburg. Waarom zou je op 768 pagina’s van alles en nog wat bij elkaar zetten over schrijvers en dichters van wisselend allooi die niet veel meer met elkaar gemeen hebben dan hun geboortegrond. Is een geschiedenis van de Nederlandse literatuur al niet beperkend genoeg?

Maar op pagina 242 staat er dan ineens iets waarvan mij zonder dat ik goed kan verklaren waarom de tranen in de ogen schoten:

Klei Zjengske had ’n roet gebroke, / väör aon de straot.
Had heer ’t sjerref ouch verstoke, / ’r wis geine raod!

Dit is natuurlijk alleen maar een vertaling, van Hiëronymus van Alphens onsterfelijke gedicht Het gebroken glas (‘Cornelis had een glas gebroken / Voor aan de straat // Schoon hij de stukken had verstoken / Hij wist geen raad’). Maar deze vertaling (van Laurent Polis, 1845-1915) maakt het allemaal net wat sterker: het Klei Zjengske dat niet alleen vanaf woord één duidelijk maakt dat het om een kind gaat, maar dat kind door het bijvoeglijk naamwoord klei(n) en de verkleinvorm -ske meteen helemaal alleen in de boze wereld plaatst waarin hij iets fout heeft gedaan en nu de grote mensen onder ogen moet komen. Lees verder >>

Vacature Postdoc Taalpolitiek in meertalige scholen, ULB Brussel.

The Langues et Discours research centre of the Université Libre de Bruxelles (ULB) is looking for a postdoctoral researcher to work on “Between the devil and the deep blue sea. Implementing language policy in urban heteroglossic schools”, a new project funded by the Belgian Fund for Scientific Research (FNRS).
Project description: The project sets out to investigate how teachers implement monolingual policies in distinctly heteroglossic urban schools. Its goals are to investigate how teachers articulate a monolingual policy, to what extent and in what way teachers are responsive to linguistic diversity, and which conditions facilitate either of these realisations. These questions will be explored in four Belgian secondary schools. Data have already been collected for two of these schools by the project promotor. These data will be revisited and compared with new data to be collected by the postdoctoral researcher through ethnographic fieldwork in one or two secondary schools in Brussels (French- and Dutch-medium), depending on the applicant’s command of Dutch and/or French.

Surinaamse studenten geven lezingen over diversiteit en meertaligheid

In het kader van de Internationale Dag van de Moedertaal organiseert de masteropleiding Nederlandse Taal en Cultuur van het Institute for Graduate Studies and Research (IGSR) in Paramaribo in samenwerking met de Surinaamse Vereniging van Neerlandici (SVN) een serie korte lezingen van haar studenten.


Deze dag staat in het teken van de linguïstische en culturele diversiteit en de meertaligheid. Door de moedertaal in ere te houden, blijft de taalkundige en culturele traditie bestaan en zal men zich meer bewust worden van de verschillen tussen de diverse groepen. In Suriname worden immers meer dan twintig talen gesproken en dat maakt Suriname tot een meertalig land.

Deze presentaties zijn opdrachten, uitgevoerd voor de module Meertaligheid in Suriname, verzorgd door dr. Kofi Yakpo, verbonden aan The University of Hong Kong.

Lees verder >>

Het Nederlands als taal van vluchtelingen

Door Marc van Oostendorp


De Italiaan Lodovico Guicciardini verbaasde zich in 1567 over de talenkennis van de Antwerpenaren: zowel jongens als meisjes leerden Frans op school, zodat menigeen de bezoeker in die taal te woord kon staan. “En dan zijn er ook nog maestro’s die de Italiaanse taal en het Spaans onderwijzen.”

Eigenaardig genoeg vind je van die meertaligheid van de zestiende-eeuwse Lage Landen nog maar weinig terug in het hedendaagse onderzoek, merken Samuel Mareel en Dirk Schoenaers op in hun inleiding bij het nieuwe nummer van Queeste. Tijdschrift over middeleeuwse letterkunde in de Nederlanden. Mensen denken bij middeleeuwse literatuur in de Nederlanden vaak aan teksten die in het (Middel-)Nederlands geschreven zijn, of eventueel in het Latijn. Dat er allerlei andere talen gebruikt werden, wordt daarbij nogal eens over het hoofd gezien.

In dit nummer laten enkele letterkundigen zien hoe vals het beeld dan is – het idee dat er in deze streken ooit zuiver en alleen Nederlands gesproken werd, is eenvoudigweg onjuist. Zo is het waarschijnlijk zelfs nooit geweest.

Lees verder >>

Lezing: One Country, Eleven Languages

Het Drongo FestivalMaandblad Zuid-Afrika en ZAM nodigen u uit voor een gastcollege van prof. dr. Mamokgethi Phakeng uit Zuid-Afrika, specialist op het gebied van wiskundeonderwijs in een meertalige omgeving. Het thema van haar college luidt:  One Country, Many Languages: The South African Experience in a Multilingual Class Room (toelichting aan het slot van deze mail).

Datum: vrijdag 25 september 2015

Tijd: 13.00 – 14.00 uurLocatie: Jaarbeurs Utrecht, Blauwe Zaal.

Met het oog op het beperkte aantal plaatsen, stellen wij het op prijs als u ons wilt laten weten of u aanwezig bent. U kunt dit doen door een mail te sturen naar redactie@maandbladzuidafrika.nl met ‘RSVP college’ in de onderwerp-lijn.

De lezing zal worden ingeleid door Renilde Steeghs, Ambassadeur Internationale Culturele Samenwerking, Ministerie van Buitenlandse Zaken.

De initiatiefnemers,
Maaike Verrips, directeur Drongo Festival
Ingrid Glorie, hoofdredacteur Maandblad Zuid-Afrika
Bart Luirink, hoofdredacteur ZAM magazine

Programma DRONGO talenfestival bekend


Op vrijdag 25 en zaterdag 26 september 2015 vindt in de Jaarbeurs in Utrecht voor de vierde keer het DRONGO talenfestival plaats.
Dit ‘grootste talenfestival van Nederland en Vlaanderen’ is de plek om kennis te maken met de vele mogelijkheden van taal en meertaligheid. Van de beste manieren om snel een vreemde taal te leren tot tips en tricks voor meertalig opvoeden (inclusief kinder- en jongerenprogramma), een Business Meeting voor iedereen die klanten heeft die geen Nederlands spreken en de nieuwste ontwikkelingen in taaltechnologie. DRONGO talenfestival is bedoeld voor iedereen die geïnteresseerd is in taal en de functie van taal in het dagelijks leven.
Programma
Op het programma staan onder anderen Karsu, Akwasi, Stifstof, Dolores Leeuwin, Wytske Kenemans, Tommy Wieringa, Piter Wilkens, Zora de sprekende robot, Gaston Dorren, Rodaan al Galidi, Sander Terphuis, Mira Feticu, Van Dale Gouden Talenknobbel, Klein Dictee der Nederlandse taal en de Taalshow. 

Lees verder >>

Taalgevoel

Door Leonie Cornips

Frans Timmermans plaatste op 10 april een berichtje op zijn Facebook-pagina dat het een hardnekkig vooroordeel is dat dialectspreken door kinderen ‘ten koste zou gaan van hun kennis van het Nederlands’. Dat juist hij die uitspraak doet, betekent veel. Hij is het grote tegenvoorbeeld van het idee dat opgroeien in dialect, naast Nederlands, een goede taalvaardigheid in het Nederlands belemmert en dat dialectspreken niet samen kan gaan met een succesvolle carrière. Uit onderzoek blijkt dat pasgeboren baby’s die opgroeien in een tweetalig gezin, talen die veel op elkaar lijken prima van elkaar kunnen onderscheiden terwijl dat niet zo is voor baby’s in een eentalig gezin. Zij onderscheiden ‘slechts’ talen die veel van elkaar verschillen. Jonge kinderen in tweetalige gezinnen zijn gevoelig voor kleine verschillen tussen talen en merken deze op. Zo schrijft een lezer me: ‘Wim Daniëls zei, dat het (zijn) dialect veel rijker is aan klanken dan het ABN. Naar aanleiding hiervan zei mijn dochter toen, dat zij blij was dialect te spreken en had gemerkt, toen zij indertijd als bijvak met Zweeds bezig was, met typische Zweedse klanken minder moeite had dan Nederlandssprekenden.’ Door dit taalgevoel lijken tweetalige kinderen op latere leeftijd ook andere talen sneller te verwerven dan eentalige kinderen. Ook hier is Timmermans een goed voorbeeld van. Hij spreekt immers Italiaans, Frans, Duits zeer vloeiend en op hoog niveau.

Lees verder >>

Tweetaligheidscampagne

Door Leonie Cornips

Vaak hoor ik dat spreken van dialect door jonge kinderen een goede taalbeheersing van het Nederlands belemmert. Taalachterstand in het Nederlands wordt dus vanzelfsprekend gekoppeld aan tweetaligheid. Toch is dat niet zo. Jonge kinderen kunnen moedertaalspreker van twee talen worden zoals van dialect, Pools, Engels, Turks en Nederlands. Het dialect geldt, net als het Engels, als een taal en het doet er niet toe welke twee talen het kind van huis uit meekrijgt. De gedachte dat tweetaligheid taalachterstand oplevert klopt nog meer niet omdat kinderen die van huis uit alleen Nederlands spreken net zo goed met een taalachterstand in groep 1 kunnen beginnen. 

Waarom pleit ik voor het opvoeden van jongs af aan in twee talen?

Lees verder >>

Is Duits verstaanbaarder dan Nederlands?

Door Marc van Oostendorp

Dat er een asymmetrie is, wisten we al. Uit eerder onderzoek was al gebleken dat Nederlanders door de bank genomen makkelijker Duits verstaan dan andersom. Waar dat precies aan ligt, is minder duidelijk. Komt het doordat relatief veel Nederlandstaligen Duits op school leren? Doordat wij vaker naar Tatort kijken dan zij naar Flikken? Doordat zij nu eenmaal een grotere taal hebben die bovendien gesproken wordt in een economisch machtiger gebied?

Of zou het ook aan de talen kunnen liggen? Op die vraag richten Charlotte Gooskens, Vincent van Heuven en Renée van Bezooijen zich in een nieuw artikel in het vakblad Linguistics. Zij deden daarvoor iets voor de hand liggends dat desalniettemin nooit eerder gedaan was:

Lees verder >>

Vacature: Docent Nederlands in het vakgebied meertalige communicatie, Gent

In de faculteit Letteren en Wijsbegeerte is vanaf 1 oktober 2015 een voltijds ambt van docent Nederlands in het Tenure Track stelsel te begeven binnen de vakgroep Vertalen, Tolken en Communicatie, voor een opdracht omvattend academisch onderwijs, wetenschappelijk onderzoek en wetenschappelijke dienstverlening in het vakgebied van de meertalige communicatie.
Lees verder >>

Louis Hillesum en de taal

Door Gerrit van Oord

Bij het redigeren van Louis Hillesums brieven aan Christine van Nooten kreeg ik een groeiende bewondering voor de classicus. Uit de manier waarop hij omging met de talen die hij beheerste, bleken niet alleen zijn grote taalvaardigheid en constante zorgvuldigheid, maar wat mij allereerst trof was Hillesums toewijding aan de taal. Hij had zijn talenten in haar dienst gesteld.

Er zijn twee argumenten voor deze bewering. Ik vat ze samen: het eerste verwijst naar Hillesums activiteit als vertaler uit het Latijn en klassiek filoloog; hiermee bevinden we ons op het terrein van de taalwetenschap. Het tweede argument is Hillesums werk in het openbaar onderwijs. Hij begon in 1911 in Middelburg als leraar klassieke talen en werd op 29 november 1940 door de Duitse bezetter gedwongen zijn met zorg opgebouwde carrière te beëindigen. Hij moest zijn positie als rector van het Deventer gymnasium verlaten en ook ophouden met het lesgeven in de klassieke talen.

Ik schrok een beetje, toen ik in de zomer van 2011 de originelen van de brieven uit de eerste helft van 1943 onder ogen kreeg: wat moest ik aanvangen met dit onleesbare handschrift?
Lees verder >>

Tweetalige kinderen

Door Leonie Cornips


Het Europees Handvest voor Minderheidstalen heeft Fries, Nedersaksisch en Limburgs als drie regionale/streektalen erkend. In Nederland spreekt men het Nedersaksisch in (delen van) Groningen, Drenthe, Overijssel en Gelderland. Het Fries heeft het hoogste niveau van erkenning (III) waardoor inwoners van Friesland tussen het Fries en Nederlands als officiële taal kunnen kiezen. Het Nedersaksisch en Limburgs hebben niveau II van erkenning en zijn daardoor niet als officiële minderheidstaal erkend en er zijn geen eenduidige regelingen hoe de overheden het gebruik van deze talen zouden moeten ondersteunen. Is het nu zo dat officiële erkenningen en de status van dialecten invloed hebben op de mate waarin mensen het Fries, Nedersaksisch of Limburgs binnen en buiten het gezin spreken? 

Een antwoord hierop geeft onderwijskundig Geert Driessen.

Lees verder >>

De Frans Timmermans van de zeventiende eeuw

Door Marc van Oostendorp

Talen spreken is niet in de mode. Natuurlijk, wanneer je toevallig met wat vrienden in Tocharië bent, waarderen zij het wanneer jij een rondje in het Tochaars bestelt, maar verder kun je in de meeste gezelschappen maar niet aankomen met de genoegens van Catalaanse les, of met een mooi spreekwoord in het Swahili. Afgezien van Frans Timmermans spreekt een beetje intellectueel alleen Engels, en sommigen is zelfs dat teveel. (Eerder dit jaar maakten enkele lieden aan de Universiteit van Amsterdam zich druk over wat colleges die in het Engels gegeven worden. Ik schreef daar al eerder over.)

Nee, dan Constantijn Huygens. Zoals Cristopher Joby voorrekent in zijn boek The Multilingualism of Constantijn Huygens kende Huygens acht talen: Nederlands, Frans, Latijn, Grieks, Italiaans, Spaans, Duits en Hebreeuws. Weliswaar kende hij ze niet allemaal even goed, en lag de nadruk duidelijk op de eerste drie, maar hij draaide er aan de andere kant zijn hand niet voor om ook aan andere Nederlanders in het Frans of het Latijn te schrijven.

Dat alles betekende niet dat Huygens niet hartstochtelijk van zijn moedertaal kon houden, en zelfs niet dat hij niet als een groot voorvechter van diezelfde moedertaal bekend stond.

Lees verder >>

Meertalig.nl


Door Leonie Cornips
Een trotse vader mailt me met de vraag hoe zijn zoontje Jonas in de leeftijd van zeven maanden talig op te voeden.  Zijn vraag leeft bij veel ouders van nu. Hij heeft een co-ouderschap met zijn ex-partner en Jonas brengt ongeveer eenderde van zijn tijd bij hem en de rest bij zijn moeder door. Nu wil de vader dolgraag dat Jonas het Twents leert en ook het liefst zo jong mogelijk. De vader schrijft me: ‘Zover ik de bevindingen van de huidige taalwetenschap goed begrijp, is er niets mis mee om een kind tweetalig op te voeden. Moeder spreekt goed Nederlands met Jonas, ik zou thuis kunnen overschakelen op het Twents. Mijn ex-partner komt ook uit een Twentstalige omgeving maar spreekt de taal niet actief, maar begrijpt deze wel.’ De vader weidt uit over de praktische problemen als Jonas een Twentstalige opvoeding mee zou krijgen: ‘In mijn sociale omgeving wordt het Twents niet meer vaak gebruikt. Mijn (schoon)familie is de belangrijkste uitzondering: met hen spreek ik wel Twents.’ Maar verder lezend in zijn e-mail, blijkt dat voor deze trotse vader het Twents niet zijn eerste taal is. Zijn ouders spraken het onderling, maar voedden hem in het Nederlands op. Pas toen hij op achtjarige leeftijd van basisschool wisselde en in een omgeving kwam waar al zijn vriendjes Twents spraken ‘pikte ik de taal in no-time op en sindsdien sprak ik het thuis met mijn ouders ook. Maar omdat ik het Twents nu eenmaal niet zo vaak (meer) spreek en deze pas later heb leren spreken, is mijn Nederlands verder en rijker ontwikkeld dan mijn Twents. Het ligt dus niet per se voor de hand om met mijn zoon Twents te spreken. Het is dus een wens om het Twents te gebruiken en niet een vereiste.’ De vraag die bij deze vader leeft is: ‘moet ik het wel ambiëren om Jonas in het Twents op te voeden? En zo ja, welke vorm kies ik daarvoor?  Spreek ik altijd Twents met Jonas ook als er Nederlandstalige mensen aan het gesprek deelnemen, of spreek ik alleen Twents binnenshuis en Nederlands buitenhuis of spreek ik Nederlands met Jonas maar gebruik ik Twents bij speciale gelegenheden bijvoorbeeld tijdens het voorlezen of tijdens het eten?’ 

Lees verder >>

Multiculturele verrijking götün

Door Marc van Oostendorp

In Brussel werkt een leraar op een Nederlandstalige school die soms met een zwaar Frans accent tegen zijn leerlingen roept Ik krijg de pijn aan mijn hoofd hé!

Het werkt. Zelfs met de lastigste klas van die school, 3 Kantoor, kan die leraar lezen en schrijven.

De Vlaamse taalkundige Jürgen Jaspers verbleef vijf maanden op de school en publiceerde een artikel over deze leraar (die hij meneer S. noemt) in het tijdschrift Language in society. Hoe werkt een ‘Nederlandstalige’ school in het huidige Brussel, waar het Frans de lingua franca is en de meeste leerlingen thuis Nederlands noch Frans spreken? Hoe kan iemand als meneer S. op zo’n school Frans geven, populair worden bij de leerlingen en tegelijkertijd gerespecteerd? Jaspers beschrijft in detail een van de middelen die meneer S. daarvoor gebruikt: een dagelijks, onvermoeibaar spel met taal.

Dat zinnetje over die pijn aan zijn hoofd, bijvoorbeeld, riep meneer S. niet zomaar. Hij riep het toen hij hoorde dat leerlingen buiten zijn les teveel Frans aan het praten waren. Hij imiteerde het Franse accent van die leerlingen om hen enigszins belachelijk te maken, en tegelijkertijd de angel uit zijn berisping te halen.

Lees verder >>

DRONGO festival: Talen voor je toekomst


Op zaterdag 27 september 2014 vindt in de OBA Centrale Bibliotheek in Amsterdam de derde editie van het DRONGO festival plaats. Het thema is dit keer ‘Talen voor je toekomst’. DRONGO wil hiermee de aandacht vestigen op inzichten en ontwikkelingen rondom meertaligheid.

Programma

Op het festival is onder meer een informatiemarkt, er zijn spoedcursussen in vreemde talen te volgen en workshops en lezingen op het gebied van meertaligheid en taaldiversiteit. Adriaan van Dis interviewt gasten over taal en de Zuid-Afrikaanse identiteit en woordkunstenaar en MC Akwasi reikt de Van Dale Gouden Talenknobbel 2014 uit. Ook zijn er speciale activiteiten voor kinderen en is er een Engelstalig programma.
Daarnaast is er ook professionele aandacht voor meertaligheid. Zo vindt de lancering van de Nederlandse vestiging van onderzoeksnetwerk Bilingualism Matters plaats met een lezing door de Italiaanse meertaligheidsdeskundige professor Antonella Sorace (Universiteit van Edinburgh) en debatteren experts, beleidsmakers en bestuurders over de vooruitzichten van meertaligheid in het basisonderwijs.
Het volledige programma is te vinden op http://www.drongofestival.nl/.

Praktische informatie

Datum: zaterdag 27 september 2014
Tijd: 10.00 uur – 17.00 uur
Locatie:  OBA Centrale Bibliotheek, Oosterdokskade 143, Amsterdam
De toegang is gratis.

Het multiculturele voordeel revisited

Door Marc van Oostendorp
Wat was de wereld anders in het jaar 2000! Een groep Nederlandse taalkundigen kwam met een document dat zij ‘Het multiculturele voordeel’ noemden: dat zou nu niemand meer zomaar durven doen.
De opzet van het document, dat de auteurs aanduidden als ‘taalkundig manifest’ was sympathiek. Aan het eind van de twintigste eeuw had Nederland een systeem opgezet van onderwijs in de ‘eigen’ talen van migrantenleerlingen. Zij kregen aan het begin van hun schoolloopbaan wanneer er thuis geen of nauwelijks Nederlands werd gesproken, extra begeleiding en later leerden ze in schooltijd ook nog wat over die eigen taal.
Dat is een systeem dat in theorie goed werkt wanneer je wil dat alle leerlingen zo goed mogelijk Nederlands leren.

Lees verder >>

Meertaligheid


Door Leonie Cornips

Is meertaligheid iets van deze tijd? Het antwoord is een duidelijk ‘nee’. Meertaligheid is een verschijnsel van alle tijden, en het komt voor in twee verschillende vormen. Een samenleving kan meertalig zijn. Zwitserland heeft Frans, Duits, Italiaans en Reto-Romaans als vier officiële landstalen, maar dat wil niet zeggen dat iedere inwoner van Zwitserland twee-, drie- of viertalig is. Naast een samenleving kan ook een spreker twee- of meertalig zijn. De vraag wie een tweetalige spreker is, lijkt in eerste instantie triviaal. Toch is dat niet zo. Is Sanne tweetalig als ze in het Venloos opgegroeid is maar geen gelegenheid meer heeft om het te spreken, omdat ze sinds haar tiende in Apeldoorn woont? Is Koen tweetalig als hij in Maastricht toeristen te woord staat in het Engels dat hij op school geleerd heeft? Is Mohammed tweetalig als hij thuis Nederlands met een Marokkaans accent spreekt maar Berber in Marokko? Is Cengiz tweetalig als hij uitsluitend Nederlands spreekt en beheerst maar zijn Nederlands af en toe doorspekt met Turks, zoals in ‘Nee oğlum (mijn zoon), je hoeft ook geen Turkse thee!’ Of het invoegen van dialect in het Nederlands: ‘Caumerweg en dan, wo urges (waar ergens)?’ Is Sjef tweetalig als hij in Frankrijk alleen Nederlands van zijn vader hoort en het passief begrijpt maar het niet wil spreken? In feite is nauwelijks te bepalen of iemand al dan niet tweetalig is, juist omdat het niet te begrenzen valt. Een betere definitie van tweetaligheid is of iemand zichzelf als een tweetalige definieert. Net als Cengiz die oğlum gebruikt hoef ik me nog geen tweetalige te voelen als ik in mijn Nederlands een paar woorden Engels gebruik als in ‘Ik ga mijn files saven’.

Lees verder >>

Taalmenging


Door Leonie Cornips
Een lezer schrijft me dat hij in Lemiers (gemeente Vaals) tijdens het voetballen dialect hoort met Engelse woorden erin: ‘D’r kiepper hat sjtres, d’r boj sjteet nevver d’r joolpoal’. We kijken er niet meer van op dat het Engels in het Nederlands voorkomt maar wel als het zich mengt met het dialect. In ons denken horen talen thuis in verschillende hokjes. In die hokjes blijven kleine, lokale talen afgescheiden van grote, wereldtalen. Volgens die gedachte leunt een dialecthokje wel tegen het hokje Nederlands maar niet tegen het hokje Engels. In Limburg valt nauwelijks meer op dat het Nederlands zich met het dialect vervlecht. Zo’n vervlechting kan inhouden dat een spreker iets in het dialect vraagt ‘head ut unne vrund?’ en de luisteraar vervolgens in het Nederlands reageert: ‘ja ze heeft al een vriend’. Of het dialect en Nederlands vermengen zich: ‘vrund’ wordt ‘vriend’ in ‘dus ze head al n vriend, mer dat zead niks’. Dat mengen levert overpeinzingen op. Zo schrijft een lezeres: ‘Ons dialect is een zootje. Ook ik spreek geen zuiver dialect meer. Mijn man van het ene dorp, ik uit het andere dorp. Daar vind je zoveel verschillen tussen. Als er dan kinderen komen en iedere ouder spreekt zijn eigen taaltje, dan heb je soms al zoiets als een Babylonische spraakverwarring. Wat doe je dan: je gooit er automatisch een paar Nederlandse woorden tussen. En dan is het kwaad geschied. Je blijft zo praten.’

Lees verder >>

Zang versus zinsmelodie

door Miet Ooms

Gisteren ontdekte ik via Twitter een clipje, waarin het nummer ‘Let it go’ uit de Disneyfilm Frozen in 25 talen te horen is. Ik nodig iedereen uit om het zelf hier eens te beluisteren, liefst met de ogen dicht. Ik vond het alleszins een aparte ervaring.
De volgende talen komen aan de beurt, in deze volgorde: Engels, Frans, Duits, Mandarijn (Chinees), Zweeds, Japans, Spaans (Lat. Am.), Pools, Hongaars, Castiliaans, Catalaans, Italiaans, Koreaans, Servisch, Kantonees, Portugees, Bahasa Maleisisch, Russisch, Deens, Bulgaars, Noors, Thai, Canadees Frans, Vlaams. Dit zijn uiteraard niet alle talen waarin de film (en dus ook de song) is vertaald, het is wel een heel gevarieerde selectie. Lees verder >>