Tag: medicijnen

Dokterstaal als hermetische poëzie

Door Nico Keuning 

Een onlangs opgelopen blessure aan mijn rechterknie bleek na een bezoek aan het ziekenhuis geen te genezen tijdelijk letsel maar het slotakkoord van een jarenlang slijtageproces. ‘Artrose,’ luidde het vonnis. Ik ervoer het als de straf voor een sportief leven van dertig jaar voetballen, schaatsen en wielrennen. Als amateur en liefhebber wel te verstaan. Als ‘sportsman’, zoals Herman Gorter zei, ga ik geheel anoniem ten onder.

Artrose? Dat is iets voor bejaarden, oude mensen. Ik had een ‘knieblessure’ doordat ik mij had verstapt op de voetbaltribune (het veld behoorde al tientallen jaren tot de verleden tijd). De stoïcijnse huisarts schreef een verwijzing naar de fysiotherapeut. In de ‘gym’ zag ik uitsluitend bejaarden, op een jonge vlinder na die tijdens een potje hockey geblesseerd was geraakt. Met haar kon ik praten. 

Na zo’n anderhalve maand beenspieroefeningen (‘gamen’: op een beeldscherm slalommend van een skipiste naar beneden tussen de paaltjes, door met de voeten met meer en minder kracht tegen een stalen plaat te duwen) vond de fysiojongen het mooi geweest: ‘Ik vind het een mooie score.’ Genezen, dacht ik. Maar tijdens een rondje op de racefiets bleef de knie hinderlijk voelbaar aanwezig. Pas nadat ik drie weken in de bergen had gewandeld voelde ik de knie soms niet. Dacht ik er niet eens meer aan, zoals het hoort. Het lichaam bestaat niet.

Lees verder >>

Oproep: Taalvoorbeelden gevraagd voor praktijkboek

Verleden jaar verscheen het boek Medische mensentaal, een bloemlezing van ‘medische mensentaal’ en ‘gewone mensentaal’ over medische zaken. Het boek, samengesteld door Frans Meijman, Amsterdam UMC locatie VUmc en Annelies Bakker, Epilepsiefonds, krijgt een vervolg met het (e-)praktijkboek Bewust medisch taalgebruik. De samenstellers van het boek roepen geïnteresseerden of betrokkenen op ‘mooie’ en ‘niet-zo mooie’ voorbeelden in te sturen, eventueel met toelichting en alternatieven. Denk hierbij aan ‘Met welke taalkundige stokpaardjes, ervaring en tips kunnen anderen hun voordeel doen bij de communicatie over ziekte, zorg en gezondheid?’, ‘Op welk feitelijk medisch taalgebruik wilt u anderen aanspreken, als er de gelegenheid toe is?’ en ‘Met welke formuleringen kun je beladen informatie omzeilen of juist onomwonden mededelen?’ Voorbeelden kunnen via e-mail doorgegeven worden aan Frans Meijman en worden niet-herleidbaar in het boek verwerkt.

 

 

Een goede dokter legt niet alles uit

Door Marc van Oostendorp

Een paar jaar geleden begeleidde ik een Italiaanse dame naar een Nederlands ziekenhuis. Het ging om een kleine, maar belangrijke ingreep, zo één waar je leven niet van afhangt maar waarbij je graag precies wil begrijpen wat er aan de hand is.

Helaas leek dit gesprek de jonge arts die ons hielp een uitgelezen kans om haar Italiaans te oefenen. Zelfs nadat we hadden gevraagd hadden om Nederlands of Engels, bleef ze steeds omschakelen naar het Italiaans. Zelfs haar rapport was in een Italiaans dat soms zo slecht was dat het niet te begrijpen viel.

Je zou zeggen dat er weinig beroepen zijn waarbij communicatie zo belangrijk is als dat van arts. Helaas is dat nog niet tot alle dokters doorgedrongen. Gelukkig komt daar langzamerhand verandering in. Zo is er nu het nuttige boek Medische menstentaal. Lees verder >>

Themanummer Nederlandse letterkunde: De taal der ziekte

Het tijdschrift Nederlandse letterkunde publiceerde een themanummer De taal der ziekte: literaire perspectieven op geneeskunde, psychosomatiek en psychiatrie (gastredactie Gaston Franssen & Stefan van Geelen)

Het nummer staat hier. Een publiekspresentatie vindt plaats op 3 mei in Spui25 (met o.a. Frans-Willem Korsten, Floor Scheepers, en Myrthe van der Meer), klik hier voor meer informatie.

Inhoud:

  • De taal der ziekte. Literaire perspectieven op geneeskunde, psychosomatiek en psychiatrie, door Gaston Franssen en Stefan van Geelen
  • ‘Ik kan niet genezen van een kwaal die ik niet ken’. Depressie en intertekstualiteit in Kikker gaat fietsen (2008) van Maarten van Buuren, door Anne-Fleur van der Meer
  • Een wandelende anomalie. Renate Dorresteins Heden ik (1993), ME/CVS, en de onbepaaldheid van de autopathografie, door Gaston Franssen & Stefan van Geelen
  • Autie-biografisch gelezen. Het spanningsveld tussen taal, narrativiteit en autisme, Leni Van Goidsenhoven
  • Voor en door gekken. De Gekkenkrant als discursieve praktijk, door Arnout De Cleene

Homo’s als mensen en als medische gevallen

Door Marc van Oostendorp

Het verschil tussen homo- en heteroseksualiteit is in de eerste plaats een literaire zaak, zo laat Mary Kemperink zien in haar aardige, onlangs verschenen Bert van Selm-lezing Literatuur als medisch zoeklicht. De homoseksuele identiteit (1850-1920). De eerste aandacht voor de verschillende seksuele voorkeur – en dan in de eerste plaats natuurlijk de ‘andere’ voorkeur, de homoseksuele – kwam van schrijvers als Verlaine met zijn cyclus Les amies over lesbische liefde.

De medische belangstelling kwam pas later, laat Kemperink zien, en in het begin gebruikten de medici vooral literair werk als empirische basis. In eerste instantie was dat omdat er verder nauwelijks beschrijvingen waren, maar zelfs toen homoseksuelen ten behoeve van de wetenschap hun bevindingen op papier zetten, bleven sommige geleerden toch liever de schrijvers volgen: want wat die homoseksuelen opschreven, daar kon weleens een heleboel van verzonnen zijn! Wat de schrijvers verzonnen hadden, was natuurlijk veel waarder. Lees verder >>