Tag: Lucebert

Lucebert: lezen in plaats van leven

Door Marc van Oostendorp

Ze zijn er nog, de bewonderaars van Lucebert. Je kon er bijna aan twijfelen nadat de controversiële brieven van de schrijver naar boven kwamen die hij in zijn jeugd schreef. Zou dit de fascinatie voor de dichter doen uitdoven?

Nee, dus. Deze maand verscheen misschien wel het mooist vormgegeven boek dat ik dit jaar onder ogen heb gekregen: Lucebert. De zin van het lezen.

Het boek is een uitkomst van een project dat Lisa Kuitert enkele jaren geleden begon: een inventarisatie van de bibliotheek van Lucebert. Eerder publiceerde ze daarover het boek De lezende Lucebert, waarin deskundigen allerlei deelverzamelingen uit die bibliotheek belichtten. Het nieuwe boek gaat nu over de aantekeningen die Bertus Swaanswijk in zijn boeken maakte.

Lees verder >>

Leiden, 23 mei 2019: Symposium Lucebert opnieuw lezen, maar hoe? Het zwijgen van de dichter en zijn oorlogsverleden

Op 8 februari 2018 publiceerde Wim Hazeu zijn biografie van Lucebert, en dat leverde nogal wat commotie op. In de biografie onthulde Hazeu dat de de dichter in zijn tienerjaren nazisympathieën koesterde. Ook bleek Lucebert tijdens de Tweede Wereldoorlog antisemitische brieven te hebben geschreven, waarin hij het bijvoorbeeld had over hoe ‘de Joodse sjacherige zwetsaard (…) ons Nederduitsers erg, erg besmet’ heeft en die hij ondertekende met ‘Sieg Heil’ en ‘Heil Hitler’. Naar aanleiding van deze controverse kwam eind april het boek Door de schaduwen bestormd uit bij Uitgeverij Oevers, dat reflecties bevat op de controverse rond de oorlogsjaren van Lucebert.

In de nasleep van die publicatie zal aan de Universiteit Leiden op 23 mei van 13.00-17.00 het symposium “Lucebert opnieuw lezen, maar hoe? Het zwijgen van de dichter en zijn oorlogsverleden” plaats vinden. Op het symposium zullen verschillende sprekers reflecteren op zowel de letterkundige als maatschappelijke betekenis van de controverse die ontstond rond Luceberts oorlogsjaren. Lees verder >>

stom draaien de laatste woorden om de oude hete brij

Door Marc van Oostendorp

“De Joodse sjacherige zwetsaard,” schreef de grote dichter Lucebert, “heeft ons Nederduitsers erg, erg besmet, in plaats van een rustig kalm, langs stille grachten wandelende en in middags onbeschenen kamers peinzende stam, zijn we 136 een klap en kletsvolkje, een grote groep machtjoden geworden.”

Vorig jaar onthulde de biograaf Wim Hazeu deze en nog een paar andere heel nare passages in zijn biografie van de dichter. Die klap dreunt nog steeds na.

Het is een mooi initiatief van de jonge literatuurwetenschappers en essayisten Yi Fong Au en Tommy van Avermaete dat zij nu, ruim een jaar na dato met een bundel komen over de kwesties: Door schaduwen bestormd. De kern van die bundel vormt een ‘kettingbrief’ die een aantal critici en onderzoekers elkaar vorig jaar schreven over de hele kwestie, maar er staan ook essays in van onder andere Cyrille Offermans, Sander Bax en Piet Gerbrandy. Lees verder >>

Pas verschenen: Door de schaduwen bestormd

Over Lucebert en zijn oorlogsverleden

Recentelijk verscheen bij Uitgeverij Oevers Door de schaduwen bestormd, dat reflecties in de vorm van brieven en essays bevat op de controverse rond de oorlogsjaren van Lucebert. Die controverse ontstond nadat Wim Hazeu op 8 februari 2018 zijn biografie van Lucebert (1924-1994) publiceerde. Daarin onthulde Hazeu dat de dichter in zijn tienerjaren nazisympathieën koesterde. Ook bleek Lucebert tijdens de Tweede Wereldoorlog antisemitische brieven te hebben geschreven, waarin hij het bijvoorbeeld had over hoe ‘de Joodse sjacherige zwetsaard (…) ons Nederduitsers erg, erg besmet’ heeft en die hij ondertekende met ‘Sieg Heil’ en ‘Heil Hitler’.

Dat alles leidde tot een sterk gepolariseerde publieke discussie, waarin sommigen pleitten voor een morele afrekening met Lucebert. Zo concludeerde de Bergense schrijver Bob Polak dat Lucebert in het licht van de onthullingen een bedrieger was en vond Mario Molegraaf dat het ‘van goed fatsoen’ zou getuigen als Luceberts ‘prestigieuze prijzen alsnog worden ingetrokken.’ Anderen wierpen zich juist op als verdediger van Lucebert en benadrukten dat de onthullingen niet meer dan een kanttekening waren bij een verder onaangetast dichterschap en kunstenaarschap. ‘Aan zijn gedichten is door de onthulling bij mijn weten geen letter veranderd,’ schreef bijvoorbeeld Ilja Leonard Pfeijffer. De polarisatie die optrad is weliswaar begrijpelijk, maar juist deze kwestie lijkt vooral ook om genuanceerde reflectie te vragen. Lees verder >>

Ik ben der dingen liefhebbend berover

Een geschiedenis van het Nederlands in 196 sonnetten (172)
Het Nederlandse sonnet bestaat 453 jaar. Hoe is het de taal in die tijd vergaan?

Door Marc van Oostendorp

Illustratie: Susanne van der Kleij

Ik ben der dingen liefhebbend berover
En steel van hen de smet van hun vergaan,
En zet hen als een kroonluchter in tover
En steek de eeuwge lampen in hen aan.

En zie, zij worden blinkend in mijn handen,
Die hen ontdoen van het bederf der tijd,
En zij beginnen uit zichzelf te branden
En stralen uit het licht der eeuwigheid.

Ik doe met ieder zo: met vogels, beken,
Met rozen en de dingen van de ziel.
Ik zoek een licht in alles te ontsteken.

Zelf houd ik in het donker mijn profiel.
Want het is niet om mij, om mij begonnen;
Het gaat om aller dingen eigen zonnen.

(Bertus Aafjes)

Als er één dichter een overweldigende invloed heeft gehad op de Nederlandse poëzie in de eerste helft van de twintigste eeuw, dan was het waarschijnlijk Rainer Maria Rilke. In aflevering 169 besprak ik het sonnet van Lucebert dat duidelijk naar Rilke verwees; dit gedicht van Bertus Aafjes uit 1951 bewijst hetzelfde: de wens om de dingen te laten spreken, de woordkeus, het “aller dingen eigen zonnen” aan het eind, het klinkt allemaal als een vertaling van de Duitse dichter.

Wat misschien nog fascinerender is: de relatie tussen dit gedicht, of in ieder geval de eerste regel van dit gedicht, en het gedicht school der poëzie van Lucebert:

ik ben geen lieflijke dichter
ik ben de schielijke oplichter
der liefde (…)

Ook verder zijn er wel een paar thematische overeenkomsten: beide stemmen beweren zich in het donker te bevinden (althans, Lucebert snakt naar het riool), maar verder lijkt vooral de bedoeling van Lucebert geweest om zich af te zetten tegen het soort gedichten als dat van Aafjes. Let wel: Luceberts gedicht werd gepubliceerd in 1952, dus een jaar nadat Aafjes sonnet verscheen in De roeping. Ik weet niet hoe waarschijnlijk het is dat Lucebert dat tijdschrift kende. Wel weten we dat Aafjes in 1953 zijn beroemde aanval op Lucebert plaatste in Elsevier.

Rilkeanen onder mekaar.

oh grote adem laat de stenen nog niet opstaan

Een geschiedenis van het Nederlands in 196 sonnetten (170)
Het Nederlandse sonnet bestaat 453 jaar. Hoe is het de taal in die tijd vergaan?

Door Marc van Oostendorp

Illustratie: Susanne van der Kleij

nazomer

ik heb in het gras mijn wapens gelegd
en mijn wapens gaan geuren als gras
ik heb in het gras mijn lichaam gelegd
mijn lichaam is geurig als hout bitter en zoet

dit liggen dit nietige luchtige liggen
als een gele foto liggend in het water
glimmend gekruld op de golven
of bij het bos stoffig van lichaam en schaduw

oh grote adem laat de stenen nog niet opstaan
maak nog niet zwaar hun wangen hun ogen
kleiner gebrilder en grijzer

laat ook de minnaars nog liggen en stilte
zwart tussen hun zilveren oren en ach
laat de meisjes hun veertjes nog schikken en glimlachen

(Lucebert, 9000 jakhalzen zwemmen naar Boston)

Lucebert had een gecompliceerde relatie met het sonnet. Hij was de dichter van het kortste sonnet uit de geschiedenis van de Nederlandse literatuur: ‘Ik/ Mij/ Ik/ Mij// Mij/ Ik/ Mij/ Ik// Ik/ Ik/ Mijn// Mijn/ Mijn/ Ik’.  Dat wordt doorgaans beschouwd als een parodie, als een afrekening met het sonnet. Lees verder >>

Verborgen boodschap van Lucebert

Door Jos Joosten

Hoe je blik met je aan de haal gaat.

Als student werkte ik bij Albert Heijn. In die tijd – om precies te zijn in 1987 – vierde het bedrijf zijn 100-jarig bestaan. De directie had ter viering (werkelijk) een prachtplan opgevat. Het bedrijf zocht 25 Nederlandse beeldend kunstenaars aan die elk vier werken maakten voor AH. 100 in totaal, voor elk jubileumjaar één. Het voltallige personeel kreeg een fraaie catalogus met al deze kunstwerken en mocht er vervolgens één uitkiezen. Lees verder >>

Lucebert valt niet ver van de boom

Door Jos Joosten

Karel Appel tentoonstelling in Haags Gemeentemuseum
*22 januari 1982

Gisteren schreef Marc van Oostendorp op  Neerlandistiek een verstandig stuk over Wim Hazeu’s biografie van Lucebert, strekking: had de biograaf niet bezonkener te werk moeten gaan en zijn materiaal verdergaand moeten analyseren? Ik denk dat Van Oostendorp een goed punt heeft. Hazeu’s eigen verhaal is dat hij, nadat hij de beruchte brieven van de jonge Lucebert in handen kreeg, zijn hele boek heeft herschreven. In werkelijkheid vallen de lezer vooral evident ingevoegde passages (vaak tussen haakjes) op in het genre: zou hij hier niet hebben teruggedacht aan zijn eigen misstap?

Veel curieuzer dan die, vaak nogal hineininterpretierende, overwegingen is de schets van de historische context. In het oog springt bijvoorbeeld Hazeu’s omgang met Karel Appel.

‘Karel Appel dacht niet aan gevaar.’, schrijft Hazeu. Om meteen daarop een karakterisering van de held in kwestie te geven: ‘Om pragmatische redenen was hij lid geworden van de Kultuurkamer, een variant van de Duitse Reichskulturkammer. (…) Het Departement van Voorlichting en Kunsten gaf hem financiële ondersteuning voor kostgeld en studie: 65 gulden (430 Euro in 2018) per maand. Het departement kocht van hem bovendien zes impressionistische schilderijen (…).’ Ten slotte meldt Hazeu dat Appel ‘een protégé was van de matige portretschilder en NSB-er Ed Gerdes, prominent heerschap van het Departement van Volksvoorlichting en Kunsten’.[p.78] Lees verder >>

Hoe nu verder met Lucebert?

Door Sander Bax

De jonge Lucebert was in de ban van het nazisme. Dat kopten de kranten op de dag waarop het boek Lucebert verscheen, de kersverse biografie die Wim Hazeu schreef over de ‘keizer der vijftigers’. De biograaf had zijn boek zo goed als af toen hij brieven in handen kreeg die de 19-jarige Bertus Swaanswijk (die toen nog geen Lucebert heette) schreef aan zijn jeugdvriendin Tiny Koppijn. De brieven waren geschreven in Duitsland en onthulden dat de toekomstige dichter niet tegen zijn wil was opgeroepen voor de Arbeitseinsatz, maar dat hij zich uit vrije wil en vol enthousiasme had aangemeld.

De aanmelding vond plaats in 1943. Op dat moment was de vervolging van de joden al in volle gang. De Februaristaking had al plaatsgevonden, uit Amsterdam werden de joden in trams weggevoerd en overal liepen joden met Jodensterren op. In die dagen raakte Swaanswijk volgens zijn biograaf in de ban van Nietzsche. Daardoor kwam hij – net als veel schrijvers uit het interbellum voor hem deden – in de ban van een utopie voor een nieuwe gemeenschap: ‘M’n ideeën aangaande het leven en de wereld worden gesteund door een zeer groot, erg groot vertrouwen in enkele mensen, uitverkorenen, die in staat zijn, en bereid, met mij te vechten om een grote nieuwe cultuur en een nieuwe gemeenschap.’ (p. 69) Lees verder >>

Lucebert en Mephisto

Door Marc van Oostendorp

Wim Hazeu is een fijne biograaf als je kortstondige maar heftige aandacht wil na je dood. Aandacht die je dan wel met je biograaf delen moet. Wanneer hij zijn boek geschreven heeft, trekt hij als een storm door de media, want hij kan heel goed geïnterviewd worden. Hij doet precies wat journalisten willen: over zichzelf vertellen, dat hij eigenlijk ook een dichter is, en dat hij vroeger tv-programma’s maakte en hoe hij reageerde toen hij een jaar geleden ontdekte dat je je in brieven antisemitisch hebt uitgelaten terwijl hij zijn boek eigenlijk net had afgerond. Dat zijn verhalen waar journalisten van smullen.

De ontdekking krijgt daardoor de dynamiek van een mediagebeurtenis. Snelle emoties, hapklare conclusies. En nu, een paar dagen, later ebt het alweer weg.

Ook het boek Lucebert draagt de sporen van grote haast om naar buiten te komen met dit pijnlijke, maar onmiskenbaar spectaculaire verhaal. Lees verder >>

Meelynchen

Door Marc Kregting

Geen vrees – niet nog een mening over de scoop dat Lucebert op 19-jarige leeftijd verregaande nazisympathieën koesterde. Wel toonde het bericht, en de ontvangst ervan, op meer manieren dat de orde der dingen nogal ingrijpend is veranderd.

Om te beginnen onderstreepte het een maatschappelijke verdeeldheid, die lang met het begrip ‘polarisatie’ is aangeduid. Terwijl dat echter vruchtbaar kon zijn voor een debat en voor ruimte aan dissensus, is het begrip opgevolgd door een metafoor, van de ‘loopgraaf’. Er wordt niet gedebatteerd over en weer, maar de eigen positie wordt versterkt.

Na het bericht over Lucebert was de ‘rechtse’ site ThePostOnline er zo snel bij dat er een tikfout in de kop sloop die een dag later nog niet hersteld is: ‘Grote paniek in babyboomerland: dichter Lucebert dweepte met nazisme en was anitsemiet.’ Dat hier antisemiet had moeten staan, stoffeerde een gangbare verontwaardiging over de actualiteit. ‘Linkse’ mensen zouden tegenwoordig uitsluitend onrecht aanklagen dat wordt aangedaan aan moslims, niet aan joden. Lees verder >>

Ilja Leonard Pfeijffer als Gerrit Komrij

De taal van Ilja Leonard Pfeijffer (49)

Door Marc van Oostendorp

Volgens sommigen is Ilja Leonard Pfeijffer eigenlijk een soort Komrij, en zij bedoelen dat dan niet als compliment. Recensent Johan Sonnenschein van de zeer geleerde website De Reactor maakte bijvoorbeeld onlangs onderscheid tussen twee tradities in de Nederlandse literatuur. Enerzijds is er de lijn Kloos-Bloem-Komrij, en de tweede die van Gorter-Lucebert-Mettes. En hij plaatste Pfeijffer in de eerste lijn.

Hoe dat nu precies zit, met die lijnen, wordt mij in ieder geval niet helemaal duidelijk uit Sonnenscheins beschouwing. Als eerste toelichting op het onderscheid geeft de recensent de volgende generalisatie:

Speurt de tweede de traditie [Gorter-Lucebert-Mettes] af op wat kan aansporen tot vernieuwing, de eerste beschouwt ‘leren’ via ‘geleerdheid’ als ‘belerend’: vieze begrippen die je autonomie aantasten [Kloos-Bloem-Komrij].

De aanhalingstekens suggereren dat Sonnenschein na uitvoerige literatuurstudie deze begrippen uit het werk van de genoemde auteurs heeft gehaald. Helaas ontbreken bronvermeldingen zodat minder geleerde beschouwers niet meteen kunnen vinden waar dat dan staat, dat Kloos of Komrij zo tegen geleerdheid waren. Lees verder >>

de zon is mosterd

Door Marc van Oostendorp


In mijn zondagochtendminicollege van deze week bespreek ik de regel de zon is mosterd in het gedicht op het gors van Lucebert, en wat H.U. Jessurun d’Oliveira erover te zeggen heeft in zijn nieuwe boek Luceberts zoekend oog.

  • Bestelinformatie over H.U. Jessurun d’Oliveira, Luceberts zoekend oog. Prometheus, 2015.
  • Het oorspronkelijke essay over op het gors is ook te vinden in de DBNL.

Een nieuwe opname van Lucebert!

Door Marc van Oostendorp


De uitkomsten van een experiment met Lucebert zijn bekend! Zestig jaar geleden onderwierp de jonge neerlandicus P.P.J. van Caspel in het Fonetisch Laboratorium van de Universiteit van Amsterdam een aantal jonge dichters – waaronder Lucebert, Jan Elburg, Bert Schierbeek en Remco Campert – aan allerlei experimenten. Hij snoerde bijvoorbeeld ze in een korset om hun ademhaling te meten, maar hij maakte ook opnamen van als ze gedichten voorlazen.

De geluidsopnamen van die sessies hebben decennia lang stof vergaard in de archieven van het Amsterdams laboratorium. Maar onlangs zijn die archieven geheel en al overgegaan naar het Meertens Instituut, en hier gedigitaliseerd. En zo zijn ook die opnamen weer opgedoken. Bijvoorbeeld, deze, van Lucebert:

Lees verder >>

Literair systeem

door Gert de Jager
 
Het doet denken aan dit gedicht: 

Zeer vrij naar het Chinees 

de zon komt op. de zon gaat onder.
langzaam telt de oude boer zijn kloten.
 

En daarmee automatisch aan dit gedicht: 

Zeer vrij naar het Chinees 

De zon gaat op, de zon gaat onder.
Wat doet die boer nou toch weer?

 
Maar ook aan dit gedicht: 

Lees verder >>

Lucebert (1924-1994): 90 jaar gestolten

Door Marc van Oostendorp


Vandaag zou Lucebert 90 jaar geworden zijn als hij niet tegen zijn 70e gestorven was. Een Facebook-pagina te zijner ere herpubliceerde af en toe een gedicht. Vorige week was dat dit is mogelijk, waarvan de laatste strofe luidt:

hij speelt met de elementen
en de elementen spelen met hem
zijn ogen gestolten tot stem
gaan in vruchten ontgrenzende rond
hij danst en verdwijnt en
zingt totdat wij doorschijnend zijn

Wat betekent gestolten? Lucebert was dol op woorden en bladerde graag in woordenboeken.  Het is daarom mogelijk dat hij het woord  in zo’n woordenboek heeft opgepikt: het staat bijvoorbeeld in het WNT als een ‘jongere vorm naast stollen‘.

Lees verder >>

De duivel, misschien wel

Over enkele regels van Lucebert
door Gert de Jager
Wie door Brabant of Limburg rijdt, komt ze bijna altijd tegen en wie er is opgegroeid, kent ze zeker: de immense gebouwencomplexen waar tot diep in de jaren vijftig de monnikspijen ruisten en de kappen van de nonnen niet gesteven genoeg konden zijn. Scholen zijn het geworden, appartementencomplexen, bedrijfsruimtes voor de creatieve sector. Nauwelijks twee generaties geleden waren het strak georganiseerde brandpunten van wereldverzaking: mannen en vrouwen van allerlei rangen en standen legden hun beloften af om te worden opgenomen in een parallelle wereld waarin onder meer het ideaal van de zuiverheid menselijke verhoudingen reguleerde. Zuiverheid of kuisheid: dat er af en toe gretig gezondigd werd, is de afgelopen jaren nogal duidelijk geworden. Aan het ideaal waarop het samenleven was gebaseerd, zal het niets hebben afgedaan. Het werd nog meer van een niet-menselijke orde dan het al was.
De parallelle wereld is verdwenen en daarmee, in de moderne westerse cultuur, de institutionalisering van de wereldverzaking. Lees verder >>

Vrede is eten met muziek

Door Mechtelien van Barneveld

Vrede is eten met muziek

Vredig eten is goed eten
Want lekker eten doet men alleen in rust en vrede
Voor een goede spijsvertering is het een vereiste
Dat men elke hap minstens vijftien maal kauwt;
Daarom eet men met muziek ook beter
Want onder vrolijke tonen bewegen de kaken vanzelf
Harmonieus en met de kaken ook de slokdarm
En later zelfs de overige dertig meter
Lange darmen in de buik.
Vrede is goed eten met goede muziek.
Met marsmuziek kan men beter lopen dan eten
Als men dan ook maar vredig loopt
En niet meemarcheert met een troep soldaten
Tegen andere soldaten
Dan is marsmuziek net zo bedorven
Als besmet voedsel
Maar bij dansmuziek is het zeker goed eten
Want dansen is geen vechten.
Wie danst, houdt rekening met andere dansers,
Zoals men onder het eten niet alle
Lekkere hapjes alleen verorbert, maar die deelt
Met de overigen, de disgenoten.
De verliefden
Het is duidelijk: muziek werkt in op gemoed en lichaam, samen eten bevordert de vrede.
Lees verder >>

Lucebert en leerlingen

Door Mechtelien van Barneveld


De placemat

Wat is het schilderij een bron van inspiratie geweest voor generaties leerlingen! En ook voor leraren, ouders en passanten. Lucebert is een leermeester. Alle kleuren van de regenboog, alle facetten van het bestaan komen in zijn werk aan de orde, zowel in in het beeldend werk als in de gedichten. Het volledige leven als motor voor leren en plezier maken.
De oorsprong van de belangstelling voor poëzie op school gaat terug tot activiteiten op het voormalige Heymanscollege, waar leraar Nederlands (dichter en conrector) Leendert Witvliet met de sectie Nederlands Poëziefestivals organiseerde, lang voor Doe maar dicht maar zulks deed. Hij is degene geweest die Lucebert gevraagd heeft om een wandschildering te maken voor de nieuwe school in het kader van de 1%-regeling.
Lees verder >>

Lucebert op zolder

Op het weblog Lucebert op tafel doen docenten van het Werkmancollege in Groningen verslag van de restauratiewerkzaamheden van het schilderij Vrede is eten met muziek van Lucebert. Neder-L publiceert in de komende tijd enkele gastcolumns van onze Groningse collega’s.
Door Mechtelien van Barneveld

Ja, daar zat hij, bij ons op zolder, 13 september 1985. Lucebert en zijn vrouw Tony verbleven een weekje in Groningen in hotel De Doelen op de Grote Markt.

Hij kwam met zijn medewerkers een grote wandschildering (6.80*2,50) ophangen in een nieuw gebouwde school, die even later het Rölingcollege zou gaan heten, naar de Groningse polemoloog. Die gelukkige school kreeg deze Nachtwacht van Lucebert (naar Anton Korteweg) binnen haar muren vanwege de 1%-regeling: die ene procent van de bouwkosten mochten openbare gebouwen gebruiken om Kunst aan te schaffen…goede oude tijd. Nu heet de school het Werkmancollege. Je zult maar genoemd zijn naar de grote Ploegkunstenaar en zo’n schilderij van Lucebert bezitten!

een kleine mooie ritselende revolutie / a small lovely rustling revolution


Speciaal middagprogramma rond de vertaling van Luceberts werk tijdens Onbederf’lijk Vers 2013. Met medewerking van: Rozalie Hirs, Jaap van der Bent, Alex Rutten en Anja de Feijter.

In de loop van de zomer is het eerste deel verschenen van de vertaling in het Engels van de poëzie van Lucebert door Diane Butterman. Het Nederlands Letterenfonds bracht het contact tussen de vertaalster Diane Butterman en de Amerikaanse uitgever Green Integer tot stand. Deel I bevat de zogeheten ‘explosie’ van het dichterschap van Lucebert: de eerste drie bundels poëzie die in weinig meer dan een jaar tijd zijn verschenen in de kalenderjaren 1951 en 1952, plus de vroege ongebundelde gedichten. De tweetalige uitgave is geannoteerd en voorzien van een literair-historische inleiding. Lees verder >>