Tag: literatuurwetenschap

Waarom lezen vrouwen zulke slechte boeken?

Is een literair boek écht beter dan een vrouwenboek? Corina Koolen vertelt je waarom het in hokjes delen van chicklits en “echte” literatuur vaak verkeerd is.

(Bekijk deze video op YouTube.)

Dit is een college in samenwerking met de Nationale Wetenschapsagenda (NWA). De NWA is een verzameling van zo’n 12.000 prikkelende vragen die door het Nederlandse publiek gesteld zijn over zo’n beetje ALLES en waarmee wetenschappers aan de slag zijn gegaan. Vragen van “Hoe zwaar is licht?” tot “Hoeveel mensen kan de wereld aan?”: alles komt voorbij. Meer weten over het onderwerp waar Corina Koolen het over heeft? Check de NWA-route over levend verleden (https://wetenschapsagenda.nl/route/le…). Nieuwsgierig naar de andere vragen gesteld aan de Wetenschapsagenda? Check de digitale agenda om te grasduinen of gericht te zoeken tussen al deze vragen (https://vragen.wetenschapsagenda.nl/).

Sander Bax draait door

Door Marc van Oostendorp

Sander Bax (van de Tilburgse universiteit) schreef het boek De literatuur draait door. Ik vroeg hem wat men hem bij De wereld draait door zou vragen over De literatuur draait door, en of de ouderwetse, strenge literatuurwetenschap nog wel van deze tijd is.

Het probleem van distant reading

Door Marc van Oostendorp

Het klinkt als een goed idee: de computer kan de statistiek de literatuurwetenschap in dragen. Waar letterkundigen zich alleen al noodgedwongen meestal slechts konden richten op een paar werken – zoveel als je er redelijkerwijs nauwkeurig kon lezen –, konden ze dus ook alleen uitspraken doen die gebaseerd waren op een beperkte doorsnede van alle literatuur. Nu kan de computer binnen een paar seconden tienduizenden boeken tegelijkertijd doorzoeken: dan kun je pas echt onderzoek doen. “Distant reading” wordt het wel genoemd met een term die Franco Moretti 18 jaar geleden alweer muntte.

Dat klinkt inderdaad als een goed idee. Hoe meer verschillende methodes je toepast op willekeurig onderzoeksobject, hoe groter de kans op succes. Toch ken ik eigenlijk geen voorbeelden van verbluffende inzichten die distant reading heeft opgeleverd en die je ook niet op andere manieren had kunnen verkrijgen. Veel van dat computerlezen blijft een beetje hangen in ontzag voor graf- en statistiek.

Een voorbeeld is het recente artikel ‘How homo economicus is reflected in fiction’ in het tijdschrift Language Sciences van de Finse taalkundige Michael Pace.  Lees verder >>

Waarom Nederlandse literatuur bestuderen?

Door Marc van Oostendorp

Waar andere vakken kampen met een replicatiecrisis die een groot aantal resultaten van vooraanstaande onderzoekers rechtstreeks in de prullenbak heeft doen verdwijnen, terwijl iedereen toch vrolijk doorgaat met het doen van allerlei beweringen alsof er niets aan de hand is, krijg je de indruk dat de letterkundige neerlandistiek ondanks allerlei resultaten in een permanent over zichzelf afgeroepen depressie verkeert.

Nu is er dan een speciaal nummer van TNTL dat gewijd is aan de vraag hoe het nu allemaal verder moet. (Marita Mathijsen wijdde er eerder deze week al een mooie bijdrage aan.)

Wat de buitenstaander daarbij opvalt: dat bij alle overwegingen die er door de vooraanstaande auteurs naar voren worden gebracht over hoe het nu allemaal verder moet, niemand echt tot de kern van de zaak lijkt te komen. Lees verder >>

‘Het literaire veld’

Door Marc van Oostendorp

Een van de voordelen van de neerlandiciteit is dat je een aanpalende discpline hebt. In mijn geval is dat de letterkunde. Ik heb er ooit vakken over gevolgd op de universiteit en ik vind het interessant om erover te lezen, maar tegelijkertijd ben ik bepaald geen specialist, en word ik daar ook door niemand voor gehouden.

Ik ken het vak daardoor goed genoeg om het te kunnen volgen, maar heb ook voldoende afstand om het als een buitenstaander te blijven bezien. Ik kan daardoor blijven zien hoe bepaalde dingen werken. Bijvoorbeeld: jargon.

Ik denk dat het moeilijk is om een letterkundige publicatie te vinden van de afgelopen vijftien jaar waarin niet minstens één keer gewag wordt gemaakt van ‘het literaire veld’ en van het feit dat deze of gene auteur in dat ‘veld’ een plaats moest verwerven. Bedoeld werd dan soms niet meer dan dat die auteur zijn positie moest bepalen ten opzichte van andere auteurs. Lees verder >>

Een echt leesboek is ook een beetje een leerboek

Door Marc van Oostendorp

De dag dat Hugo Claus een interview gaf aan de Privé-pagina van De Telegraaf was een gedenkwaardige dag. Claus had net een roman gepubliceerd, Het jaar van de kreeft, waarover hij in de krant beweerde dat deze gebaseerd was op zijn relatie met de actrice Kitty Courbois. Het boek werd een bestseller.

Het jaar van de kreeft was, schrijft Linde de Potter in haar bijdrage aan de bundel Echte leesboeken. Publieksliteratuur in de twintigste eeuw, ook een boek dat gemaakt leek om een breder publiek te bereiken. Het verhaal wordt chronologisch verteld en bestaat vooral uit veel dialogen in heel korte hoofdstukjes – veelal niet langer dan een paar pagina’s. Aan het eind gaat de vrouwelijke hoofdpersoon dood – wat het boek doet lijken op andere goed verkopende boeken uit die jaren, zoals Turks Fruit en Love Story.

Tegelijk, zo laat De Potter zien, deed Claus zijn best om ook zijn traditionele lezersschaar van jonge intellectuelen niet te verlezen, en bleef Het jaar van de kreeft ook een spel met taal en verhaal. Lees verder >>

Leest!

Door Fabian Stolk

Het lijkt me de ironie van de literatuursociologie dat juist het werk van Pierre Bourdieu modern letterkundigen (en anderen) het denkraam biedt waarbinnen ze kunnen verklaren dat een volkomen ondoordachte platitude als de lekenoprisping met betrekking tot de kwaliteiten van modern letterkundigen van ene meneer Pfeijffer klakkeloos met koeienletters in de Cultuurbijlage van de NRC d.d. 17-11-17 wordt afgedrukt. Net als eerder een of andere filosoof in de Volkskrant, plempt Pfeiffer zijn volstrekt ongefundeerde mening in de krant over wat een student ‘tegenwoordig’ in de opleiding Nederlands eigenlijk zou moeten worden onderwezen en wat hij (voor een student Nederlands gebruikt Pfeiffer alleen het persoonlijk voornaamwoord ‘hij’, terwijl er nauwelijks nog jonge mannen Nederlands studeren) daarvoor in de plaats ‘tegenwoordig’ aan onzin zou krijgen voorgeschoteld. Lees verder >>

Ilja Leonard Pfeijffer als verkoper van onzin

De taal van Ilja Leonard Pfeijffer (pauzenummer)

Door Marc van Oostendorp

Ik dacht nog: laat ik die biografie van Jan Wolkers die Onno Blom heeft geschreven nu eens met de mantel der liefde bedekken. Het is zo’n proefschrift dat een zesje verdient, een moloch waarin een enorme hoeveelheid wetenswaardigheden wordt opgesomd – wie waar wanneer woonde, wie wat wanneer zei – zonder dat er veel lijn in wordt aangebracht, en alles in de stijl van een boek voor de opgroeiende jeugd. Een stijl die mij in ieder geval enigszins op de zenuwen werkt:

Jan vond in Leiden een nieuw baantje. Elke morgen moest hij zich melden in een atelier waar lampenkappen werden beschilderd met historische voorstellingen. Zorgvuldig moest hij oude prenten van zeeslagen overtrekken en inkleuren met waterverf. Dat atelier lag aan de Boerhaavelaan 24 en werd geleid door jonkheer mr. P.A.G. de Milly, graaf van Heiden Reinestein, tevens advocaat en procureur.

Het leek me zo’n proefschrift waarop men iemand uiteindelijk maar laat promoveren omdat het vast allemaal wel zo’n beetje klopt – al is het ook niet zo spannend opgeschreven,  al doet de auteur weinig moeite om écht nieuw licht op zijn onderwerp te laten schijnen en al klopt een en ander vaak ook niet veel meer dan ‘een beetje’. Op de wetenschappelijke zangberg mogen nu eenmaal ook een paar muizen wonen. Wat moet je daar verder over zeggen?

Lees verder >>

Oproep vir Referate: ALV-Kongres 2018

ALV-kongres 2018
Antjie Krog en die vele raamwerke van die Afrikaanse literatuurwetenskap
EERSTE OPROEP VIR REFERATE

U word hartlik uitgenooi om voorstelle vir bydraes tot die agtiende hoofkongres van die Afrikaanse Letterkundevereniging (ALV) voor te lê. Kongresgangers kom in 2018 van 12 tot 14 September by die Universiteit Stellenbosch se Wallenberg-navorsingsentrum van die Stellenbosse Instituut vir Gevorderde Navorsing (STIAS, http://stias.ac.za) byeen. Hierdie kongres is deel van die eeufeesviering van die Universiteit Stellenbosch.

In 2018 word die kongres op twee onderwerpe toegespits, naamlik die werk van Antjie Krog en die verskeidenheid raamwerke waarbinne die Afrikaanse literatuurwetenskap beoefen word (en ook in die verlede beoefen is): Lees verder >>

Desinteresse is geen deugd

Door Saskia Pieterse

Terwijl literatuurwetenschappers en studenten zich voorbereiden op een nieuw academisch jaar, trekt filosoof Sebastien Valkenberg maar weer eens Het raadsel der onleesbaarheid (1979) van Karel van het Reve onder het stof vandaan om literatuurwetenschappers de maat te nemen: ze zouden anno 2017 nog steeds onleesbaar schrijven (‘Onleesbaarheid troef in literatuurwetenschap’, de Volkskrant 14-08-2017). Hij komt tot die conclusie op basis van de titels en korte samenvattingen van een handjevol artikelen. Over de publicaties zelf lezen we niets. Helaas, want een blik van buiten is voor ieder wetenschapsgebied nuttig en welkom, maar die blik moet wel net iets verder reiken dan titel, samenvatting en inhoudsopgave.

Vervolgens wordt duidelijk wat Valkenberg werkelijk dwars zit: hij heeft ideologische bezwaren tegen deze wetenschapsdiscipline. Zelf ziet hij literatuur als een verzameling belangrijke boeken waarin ‘universele thema’s’ aan de orde komen. Het klopt dat veel literatuurwetenschappers een minder museale visie op hun onderzoeksobject hebben. Die kijken naar de talrijke draden die er lopen tussen literatuur en andere media, tussen literatuur en de samenleving, tussen literatuur en wetenschap. De literatuurwetenschappelijke nieuwsgierigheid richt zich kortom op de vele manier waarop literatuur zich in de wereld beweegt – buiten de glazen vitrine van de ‘universele thema’s’. Lees verder >>

Neem dat taaie proza serieus

Door Willemijn Ruberg

Filosoof Sebastien Valkenberg (de Volkskrant, Opinie, 14 augustus) bewijst in zijn protest tegen de stijl van de literatuurwetenschap dat hij niets begrepen heeft van de auteurs die hij aanvalt. Valkenburg lijkt zich op het eerste gezicht te keren tegen de onleesbare stijl van de teksten van literatuurwetenschappers. Maar al snel zet hij zich af tegen de inhoud van hun werk: dat zou beperkt zijn tot het nagaan wie er toegang heeft tot macht en wie er onderdrukt wordt. Deze methode is volgens Valkenberg een wetenschappelijke ‘invuloefening’ die ontaardt in activisme. Uiteindelijk zou het analyseren van teksten hier alleen om het tellen van vrouwen en zwarten gaan.

Deze visie doet geen recht aan poststructuralistische denkers als Edward Said, Michel Foucault en Jacques Derrida, die op zoek gingen naar macht in teksten en structuren. Sommige van deze teksten zijn inderdaad moeilijk leesbaar. Maar hun werk is prima te begrijpen mits je er goed voor gaat zitten. Bovendien beoogden deze denkers ook met hun stijl een inhoudelijk punt te maken: zij verzetten zich tegen de klassieke filosofie, literatuurwetenschap en geschiedschrijving die pretendeerde universeel geldige ‘objectieve’ beschrijvingen te produceren. Met hun stijl bekritiseerden de poststructuralisten de schijnbare doorzichtigheid van idealen als democratie, gelijkheid en vooruitgang. Zij pasten daarmee in de links-kritische tijdsgeest. Lees verder >>

Quod licet Iovi non licet bovi: waarom liggen literatuurwetenschappers meer onder vuur voor hun jargon dan andere wetenschappers?

Door Freek Van de Velde

In 2003 heeft de beroemde psycholoog Steven Pinker, van beroep omverschopper-van-heilige-huisjes, geschreven dat “probably forty or fifty years ago literary critics were considered national heroes. Now they are kind of a national joke.” Dat is wat kort door de bocht, maar literatuurwetenschappers hebben het tegenwoordig niet gemakkelijk.

Je zou kunnen denken dat dat komt omdat literatuur aan prestige ingeboet heeft, en al enige tijd concurrentie ondervindt van films en tv-series. Dat is eigenlijk nog zacht uitgedrukt: de literatuur is, als vorm van entertainment, maatschappijkritiek en pijpleiding voor de Grote Verhalen van de Mensheid, volkomen gemarginaliseerd door die andere culturele media. In de twintigste eeuw kon je nog wel eens horen dat die tv-series platvloerse pulp uit het verderfelijke commerciële Hollywoord waren, maar met monumenten als The Wire of Breaking Bad was dat moeilijk vol te houden, zoals Vincent Colonna uitlegt in zijn cult-essay L’art des séries télé – mij nota bene aangeraden door een literatuurwetenschapper, ik weet niet meer precies wie. Lees verder >>

Literatuurwetenschap: onterecht in het verdoemhoekje

Door Ine Kiekens

Deze ochtend verslikte ik me bijna in mijn kop thee toen ik het opiniestuk van Sebastien Valkenberg met als titel ‘Onleesbaarheid troef in literatuurwetenschap’ las. Ik was op het stuk attent gemaakt via een tweet van Marc van Oostendorp die vroeg wie een antwoord op Valkenbergs bijdrage wilde leveren. En dat wil ik. Niet alleen omdat ik het volslagen oneens ben met de mening van Valkenberg, maar ook omdat de literatuurwetenschap een prachtige discipline is die het verdient om vanuit het juiste perspectief benaderd te worden. Maar daar kom ik aan het einde van mijn stuk nog op terug.

Twee zaken hebben me in het stuk van Valkenburg getroffen: dat hij de publicaties binnen de literatuurwetenschap onleesbaar noemt en dat literatuurwetenschap in zijn ogen niet meer dan een invuloefening is. Op beide uitspraken wil ik even ingaan. Lees verder >>

Een teveel aan ontzag, gecombineerd met een forse wrok

Door Marc van Oostendorp

N.A. Donkersloot (1902-1965)

Nico Donkersloot (1902-1965) wilde zijn oratie als hoogleraar Nederlandse letterkunde aan de Universiteit van Amsterdam graag beginnen met het woord dichten:  “laat dit het eerste woord zijn bij de aanvaarding eener taak, die, bemiddeld als zij is, slechts bij de gratie van het dichterschap gedacht kan worden.”

Donkersloot was voor hij hoogleraar vooral bekend als de dichter en criticus Anthonie Donker. Hij is een van de drie hoogleraren Nederlands die Marieke Winkler behandelt in haar onlangs verschenen proefschrift Geleerd of niet. Literatuurkritiek en literatuurwetenschap in Nederland, sinds 1876. De andere twee zijn Albert Verwey en Hans Gomperts.

Zij zijn op het eerste gezicht niet de meest opvallende geleerden die er ooit aan de Nederlandse universiteiten hebben rondgelopen. Lees verder >>

Call for Papers: ‘The Icon as Cultural Model: Past, Present and Future’

On Thursday 25th and Friday 26th of January 2018 the Humanities Department of the Open University the Netherlands organizes the international conference ‘The Icon as Cultural Model: Past, Present and Future’.  We cordially invite scholars from various disciplines to send in their abstract for paper presentations.

Theme description

Journalists, artists and scholars, among others, tend to refer to iconic events or images from the past in order to better understand present-day developments. For example, in the wake of the American elections media repeatedly referred to the iconic ‘years of crisis’ of the thirties of the last century. Also, they recalled George Orwell’s iconic depiction of a dystopian society from his novel 1984 to contextualize the use of ‘alternative facts’. In this respect, the icon functions as a model that generates cultural meaning by connecting past and present. But the icon not only shapes our (collective) image of the present, nor does it merely re-evaluate our image of the past. It also opens up potential scenarios for the future – be it brilliant or gloomy. Lees verder >>

Boekpresentatie Idolizing Authorship & interview Christiaan Weijts

Of we het leuk vinden of niet, dat we in een Celebrity Society leven zal niemand ontkennen. Celebrity mag dan vooal betrekking hebben op filmsterren, popidolen en sporthelden, het fenomeen is allerminst voorbehouden aan de wereld van entertainment en populaire cultuur. Ook in de literatuurgeschiedenis kunnen tal van celebrities worden gevonden

Op donderdag 9 maart 2017 zullen Gaston Franssen (UvA) en Rick Honings (UL) de door hen samengestelde bundel Idolizing Authorship. Literary Celebrity and de Construction of Identity, 1800 to the Present ten doop houden. Tijdens een klein symposium komen beroemdheden als Henrik Ibsen, Harry Mulisch en Haruki Murakami aan de orde. Het eerste exemplaar wordt overhandigd aan Christiaan Weijts. Hij werd door de publicatie van zijn roman Art. 285b (2006) in een keer een literaire ster. Hij zal door Franssen en Honings worden geïnterviewd.  Lees verder >>

Dreef de zwarte bui schaduwend voorbij?

Letterkundige neerlandistiek nu en in het komend decennium

Het is alweer meer dan een decennium geleden dat Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde een themanummer publiceerde over de toekomstperspectieven van de Nederlandse letterkunde. ‘Hoe verder?’, luidde de vraag die samenstellers Ernst van Alphen en Frans-Willem Korsten zichzelf en de medewerkers aan het nummer (2004) stelden. In hun inleidende artikel opperden zij dat de neerlandistiek wellicht stervende was.

Die diagnose blijkt anno 2016 niet in een overleden patiënt te hebben geresulteerd, maar het is wel goed weer eens op de gezondheid en vruchtbaarheid van het vak te reflecteren. In ruim tien jaar tijd is het veld immers van samenstelling veranderd, zijn er (dus) nieuwe onderzoeksrichtingen ingeslagen en zijn de infrastructurele randvoorwaarden gewijzigd, zowel financieel als organisatorisch (nieuwe onderzoeksprogramma’s, brede Masters). Lees verder >>

Reynaertcolloquium ‘De metamorfosen van een literaire vos’

Op vrijdag 21 april 2017 vindt in Sint-Niklaas het colloquium ‘Metamorfosen van een literaire vos’ plaats. Wetenschappers uit drie landen, van vier verschillende instellingen, presenteren zes lezingen waarin diverse methodologische aspecten en enkele voorbeelden van de lange Nachlebung van het verhaal worden bestudeerd:

  • Dra. Irmgard Fuchs (Zwitserland) – Universiteit Zürich,
    Reynaert en Reinhart. Twee vossenverhalen in comparatistisch perspectief’
  • Em. prof. Paul Wackers (Nederland) – Universiteit Utrecht,
    ‘Mag dat? Over acceptabele en onacceptabele interpretaties van het Reynaertverhaal
  • Drs. Wouter Haverals en Dr. Mike Kestemont (België) – ISLN/Universiteit Antwerpen,
    ‘Op het ritme van de Reynaert. De panoramische lectuur van een Middelnederlands meesterwerk aan de hand van de computer’
  • Dr. Kevin Absillis (België) – ISLN/Universiteit Antwerpen
    ‘En wat was ’t nu met den ezel?’ Felix Timmermans (1886-1947) en de Reynaert
  • Prof. Dr. Kris Humbeeck (België) – ISNL/Universiteit Antwerpen
    ‘Enkele tinten grijs en één echte rosse: over de vos Reynaert, collaboratie en repressie’
  • Jan Dewilde (België) – Artesis Plantijn Hogeschool Antwerpen (Conservatorium)
    ‘De vos op noten: de vos in Vlaamse liederen en opera’s’.

Lees verder >>

Te verschijnen: De goede dood als fictie

de-goede-dood-als-fictie_voorplatBinnenkort verschijnt het boek De goede dood als fictie. De kritische visie van literatuur op euthanasie en hulp bij zelfdoding. Het is de bewerking van het proefschrift waarop Wouter Schrover, tussen 2010 en 2014 promovendus bij de leerstoelgroep moderne Nederlandse letterkunde van de Vrije Universiteit Amsterdam, in 2015 promoveerde.

In de jaren zestig en zeventig van de twintigste eeuw is de euthanasiediscussie internationaal tot volle wasdom gekomen. Sinds die tijd is er een algemeen bewustzijn ontstaan van de beperktheid van het medische kunnen en van het belang van het bevorderen van openheid in de realisering van de menswaardige dood. Inmiddels worden euthanasie en hulp bij zelfdoding door velen – in het bijzonder in Nederland – als verworvenheden beschouwd. Lees verder >>

Onderzoek naar Bonita Avenue: doe mee!

Wij, Roel Smeets (RU) en Lucas van der Deijl (UvA), hebben afgelopen week een mini-experiment opgezet over leeservaringen van de roman Bonita Avenue van Peter Buwalda, bestaande uit een vragenlijst met vier korte vragen. Wij zullen deze data verwerken in een wetenschappelijk artikel.

Graag zouden we zoveel mogelijk respondenten verzamelen. Daarom zouden we het zeer op prijs stellen als u aan ons experiment wilt deelnemen. U kunt bij de vragenlijst terecht komen via deze verkorte url: https://goo.gl/forms/9WPHEU2DX63szJP13

 

30-31 maart 2017: Dreef de zwarte bui schaduwend voorbij? Letterkundige neerlandistiek nu en in het komend decennium

Het is alweer meer dan een decennium geleden dat het tijdschrift TNTL een themanummer publiceerde over de toekomstperspectieven van de Nederlandse letterkunde. ‘Hoe verder?’, luidde de vraag die samenstellers Ernst van Alphen en Frans-Willem Korsten zichzelf en de medewerkers aan het nummer (2004) stelden. In hun inleidende artikel opperden zij dat de neerlandistiek wellicht stervende was. Die diagnose blijkt anno 2016 niet in een overleden patiënt te hebben geresulteerd, maar het is wel goed weer eens op de gezondheid en vruchtbaarheid van het vak te reflecteren. In ruim tien jaar tijd is het veld immers van samenstelling veranderd, zijn er (dus) nieuwe onderzoeksrichtingen ingeslagen en zijn de infrastructurele randvoorwaarden gewijzigd, zowel financieel als organisatorisch. Genoeg reden voor de leerstoel Nederlandse Letterkunde van de Radboud Universiteit om op 30 en 31 maart 2017 een bijeenkomst te organiseren met en voor vakgenoten, die beoogt de inhoudelijke stand van zaken op te maken rond de nationale en internationale letterkundige neerlandistiek. Wat is de huidige positie van ons vak in landelijk perspectief, vanuit internationaal oogpunt, wetenschappelijk en maatschappelijk?​
Lees verder >>

Geen literatuur zonder auteur

Door Marc van Oostendorp

1000_1000_6083_9789087046002.pcovr.SchrijverstypenWie wil weten wat het is om een persoon te zijn, kan zich het best wenden tot de letterkunde. Bijvoorbeeld omdat een persoon in de literatuur (een zogeheten ‘schrijver’) over het algemeen een oeuvre nalaat van een heleboel gedrukte zinnen en omdat gedrukte zinnen nu eenmaal beter te bestuderen zijn dan de in een leven verkochte flessen melk van een persoon die melkboer is geworden of zelfs de schilderijen van een kunstenaar. Een schrijver is een persoon die een heleboel analyseerbaar materiaal heeft overgeleverd.

Een andere reden is dat het hele idee dat wij in het leven personen ontmoeten en wie weet zelf wel personen zijn, waarschijnlijk een literair idee is. Als je het sociaalwetenschappelijk onderzoekt, is er maar weinig consistentie in ’s mensen gedrag, en is de belangrijkste voorspeller voor wat iemand op zeker moment zal doen níet diens ‘karakter’ of ‘persoonlijkheid’ (dat wil niet zeggen niet een veronderstelde lijn in eerder gedrag), maar de omstandigheid waarin de persoon verkeert. Lees verder >>

Hoe schrijf je een bestseller?

Door Marc van Oostendorp

9781250088277Gaat de wetenschap alle schrijvers rijk en beroemd maken? De literair redacteur Jodie Archer en de literatuurwetenschapper Matthew Jockers proberen de verwachtingen van hun lezers weliswaar wat te temperen, maar ze doen dat natuurlijk pas nadat ze die lezers eerst hun boek hebben binnengelokt met een titel (The Bestseller Code. Anatomy of the Blockbuster Novel) en een eerste zin (‘Back in the spring of 2010, Stieg Larson’s agent was having a good day’) die laten zien dat de auteurs zelf wel wat van hun onderzoek hebben geleerd.

Dat wil trouwens niet zeggen dat de aanschaf van The Bestseller Code een miskoop is. Het is een aanstekelijk geschreven boek, dat vertelt hoe je met een big data aanpak, gecombineerd met traditionelere literairkritische methodes, interessante nieuwe inzichten kunt opdoen over romans.  Lees verder >>

Schrijvers en verdienmogelijkheden

Call for papers ACLA Conference (Utrecht, 6-9 July 2017)

Gerard Bouwmeester, Nina Geerdink en Laurens Ham willen tijdens het congres van de American Comparative Literature Association (voor het eerst in Europa!) een seminar organiseren over schrijvers en verdienmogelijkheden. Wie dit onderwerp in diachroon en internationaal perspectief wil bespreken is van harte uitgenodigd een abstract in te dienen.

Comparative Perspectives on Profitable Authorship – CfP

During this seminar, we aim to bring together scholars from medieval, early modern and modern literary studies, focussing on profitable authorship. Up until recently, international scholars in the fields of literature, book history and economic criticism seemed to agree about a linear and teleological narrative of the development of profitable authorship in early modern Europe. In this narrative, the predominance of patronage until the sixteenth and early seventeenth centuries was replaced by professionalism once authors were able to profit from the emerging book market during the later seventeenth and eighteenth centuries. It was assumed that from that moment onwards, an author originated who was in his or her creativity and autonomy the predecessor of the modern author. (Bennett 2005, Hammond 1997, Woodmansee 1984) Lees verder >>