Tag: literatuuronderwijs

Echte teksten? Welke teksten?

Begrijpend lezen is belangrijk

Door Joke Brasser

Je bent je als docent ongetwijfeld bewust van het belang van begrijpend lezen voor de ontwikkeling van je leerlingen. Onderzoek toont aan dat lesmethodes Nederlands onvoldoende bijdragen aan de leesontwikkeling van leerlingen. De methodeteksten zijn voorzien van vragen en oefeningen die niet gericht zijn op het begrijpen van de inhoud van de tekst, maar op het aanleren van een leesstrategie. Abma, schrijver van ‘Goed onderwijs begint met een goed curriculum’beargumenteert dat het oorspronkelijke tekstdoel komt te vervallen wanneer een tekst in een methode opgenomen wordt.  Als je als leerling bijvoorbeeld een informatieve tekst moet lezen om vragen erover te beantwoorden, is je leesdoel niet: je informeren, maar: het beantwoorden van vragen. Bovendien zijn leesteksten in methodes vaak versimpeld en ingekort. De auteurs van Geletterdheid en Schoolsucces stellen dat docenten voor goed leesonderwijs rijke teksten nodig hebben, die niet versimpeld zijn, aantrekkelijk geschreven zijn en goed opgebouwd. De leesmonitor onderschrijft deze conclusie en noemt ook het belang van het lezen van ‘volledige, authentieke teksten’.

Lees verder >>

Ik zocht reisgenoten!

 Kritische aantekeningen bij een themanummer van TNTL

Door Rien Rooker

Het recente themanummer van TNTL 2019, jaargang 135, nr. 2 bevat zes artikelen, met een daaraan voorafgaande inleiding, die de kwaliteit van het literatuuronderwijs in het middelbaar onderwijs, met name gym/vwo, beogen te bevorderen. Dat is op zich prijzenswaardig. Maar wat is nu de indruk die de lezing van de aflevering maakte op een sinds 2008 gepensioneerde docent-Nederlands, destijds afgestudeerd op historische letterkunde? 

Lees verder >>

Nieuw onderwijsmateriaal voor premasterstudenten Educatieve Master Nederlands: het Veldwerk

Update LitLab september 2019

Sinds deze zomer is het Veldwerk online, een online omgeving met opdrachten gericht op studenten die een premaster volgen ter voorbereiding op een Educatieve Master Nederlands. Met dit materiaal krijgen premasterstudenten inzicht in actuele thema’s binnen zowel de historische als de moderne Nederlandse letterkunde en ontwikkelen ze vaardigheden om academisch onderzoek te doen naar die thema’s.

Gebruik van het Veldwerk

Het Veldwerk biedt een inleiding tot het wetenschappelijke veld van de letterkunde. Op deze site verrichten studenten ‘Veldwerk’ in de Nederlandse literatuur via een reeks opdrachten die per ‘Veld’ gelijk staan aan een studiebelasting van ongeveer 20 uur, exclusief de tijd die nodig is voor een zelfstandig afsluitend onderzoek. Aan de hand van drie thematische velden, Emoties, Auteurschap en Toekomstliteratuur, leren ze onderzoek te doen op het terrein van de Nederlandse literatuurgeschiedenis. Stapsgewijs benaderen ze de verschillende thema’s en werken ze toe naar een zelfstandig kleinschalig onderzoek.

Lees verder >>

Ik ben blij dat ik niet meer naar school hoef

Door Coen Peppelenbos

Op dit moment is er een team van veertien vrouwen (ik kan dus moeilijk het voorheen sekseneutrale meervoud ‘man’ moeilijk gebruiken) bezig om het schoolvak Nederlands, van basisschool tot en met vwo, te vernieuwen. Dat gebeurt bij alle vakken binnen curriculum.nu. Volgens goed Nederlands gebruik is de procedure volledig verpolderd, zodat iedereen het idee krijgt dat je op alle momenten kunt meebesluiten. Bijvoorbeeld nu, nu er een nieuw concept-voorstel op tafel ligt. Over een jaar kom je er dan opeens achter dat je iets waardevols mist, zoals we bij de lerarenopleidingen merkten toen dankzij rommelige procedures van 10voordeleraar opeens de historische letterkunde van het programma was geschrapt. Nog steeds zijn de argumenten daarvoor nog niet openbaar gemaakt, zelfs de notulen daarover zijn niet openbaar. Lees verder >>

Pas verschenen: Lectori salutem. Afscheidsbundel voor Theo Witte

Ruim een jaar geleden nam Theo Witte afscheid met een optimistisch symposium over de veelbelovende toekomst van het literatuuronderwijs. De bijdragen van Erwin Mantingh, Barend van Heusden, Jasmijn Bloemert, André van Dijk, Witte zelf en het discussiepanel zijn gebundeld en uitgegeven door het Expertisecentrum Vakdidactiek Noord. Er zijn nog enkele exemplaren gratis verkrijgbaar die u hier kunt bestellen, maar u kunt ook via deze link de digitale versie van de bundel downloaden.

Max Havelaar, of de meningen van Nederlandse scholieren

Door Roland de Bonth

Hij maakt deel uit van de Canon van Nederland, is opgenomen in de Dynamische canon van de Nederlandstalige literatuur vanuit Vlaams perspectief, is verfilmd door Fons Rademakers,  is hertaald en bewerkt door Gijsbert van Es, is bewerkt en van context voorzien door Peter van Zonneveld, werd belaagd door zombies én kreeg een toesprakentoernooi. Inderdaad, Max Havelaar.

Maar ook zijn schepper ontbreekt het niet aan de nodige aandacht: Multatuli leende zijn naam aan een museum, een genootschap, een stadswandeling en een leesclub. Het afgelopen jaar prijkte hij zelfs op een van de drie kussens waar gasten van het populaire radio1-programma De Taalstaat hun voorkeur voor konden uitspreken.     

Het is dan ook niet voor niets dat Multatuli’s Max Havelaar alom beschouwd wordt als één van de belangrijkste werken van de Nederlands(talig)e letterkunde. En dat er in het voortgezet onderwijs bij de lessen literatuurgeschiedenis – én geschiedenis – aandacht wordt geschonken aan dit boek, is dan ook niet meer dan terecht. Lees verder >>

De verwetenschappelijking van het schoolvak Nederlands

Door Luck van Leeuwen en Julia Naaborg


Nu er volgens velen sprake lijkt te zijn van een crisis in de neerlandistiek, worden er van alle kanten oplossingen aangedragen om het tij te keren. Daarbij komt ook veelvuldig de problematiek omtrent het schoolvak Nederlands ter sprake: enerzijds is er veel discussie over de herinrichting van het vak, anderzijds is er een debat gaande over de opleiding van de leraren van de toekomst. Het literatuuronderwijs blijft als onderdeel van het curriculum niet buiten schot: al sinds Christiaan Weijts in 2016 in het NRC Multatuli’s Max Havelaar ‘een afgrijselijke monumentale baksteen’ noemde en de docent die de literaire canon wilde doceren op strafkamp stuurde, is de vraag wat we nu eigenlijk moeten doen met het literatuuronderwijs pregnanter dan ooit.

Centraal in de discussie over het literatuuronderwijs staat de kloof tussen wetenschap en praktijk. Er klinken steeds meer stemmen die ervoor pleiten deze te dichten. Dat is volgens ons een van de belangrijkste taken voor de hedendaagse neerlandistiek en wij staan hierin, zo blijkt, niet alleen: Jeroen Dera bijvoorbeeld pleitte in het Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde voor meer academische aandacht voor het literatuuronderwijs. [1] Hij geeft terecht aan dat het aandeel vanuit de neerlandistiek zich vooral heeft geuit in bijdragen in kranten en op internetblogs. In zijn artikel doet Dera verslag van zijn onderzoek naar het leesgedrag van docenten Nederlands en probeert hij een beeld te krijgen van hun kennis omtrent de actualiteiten binnen het literaire veld. Lees verder >>

“Ionck bestaen, oud ghedaen”

Door Roland de Bonth

Het is niet eenvoudig historische letterkunde aan de man te brengen, laat staan aan leerlingen in het voortgezet onderwijs. Er zijn verschillende redenen te bedenken waarom middelbare scholieren liever een hedendaagse roman dan een toneelstuk uit de Gouden Eeuw lezen. Een eerste belemmering vormt de taal. Oudere teksten zijn geschreven in een afwijkende spelling, er komen onbegrijpelijke woorden in voor, de naamvallen zijn nog in groten getale aanwezig en ook de zinsvolgorde wijkt af van de hedendaagse. Bleef het daar maar bij. Helaas is het voor een moderne puber niet eenvoudig zich te identificeren met historische personages en worden er situaties, gewoontes en gebruiken beschreven die wij tegenwoordig niet zonder meer begrijpen.

Juist daarom zijn veel docenten terughoudend – misschien zelfs wel huiverig – om historische letterkunde te behandelen in hun lessen. Het zou niet bij de belevingswereld van kinderen passen, het zou te moeilijk zijn, het is met het oog op vervolgopleidingen nuttiger om ze te leren schrijven, spreken en luisteren. Dus waarom dan Het Wederzyds Huwelijksbedrog van Pieter Langendijk lezen? Lees verder >>

De school als bron van onvergetelijke literatuur

Door Nico Keuning

Wat een mooi onderwerp voor een promotie: de leraar in de literaire roman. Ton Bastings (de Volkskrant, 19 december jl.) heeft voor zijn onderzoek romans van leraren-schrijvers gekozen die een ontluisterend beeld schetsen van de eenzame strijd van de hoofdpersoon in het moderne onderwijs. Het wemelt in de Nederlandse literatuur van schoolmeesters en leraren. Van ‘Pennewip’ in  Woutertje Pieterse (1872), van Multatuli, tot leraar ‘Van Gigch’ in de recente romans van L.H. Wiener die de meeste sympathie voelt ‘voor het eigenwijze, ongeremde type’ leerling. Bij deze leraar wekt het ‘overbeleefde, gehoorzame kind zelfs in lichte mate zijn afkeer’ op (De verering van Quirina T. – 2006). Hier raakt Wiener een belangrijk thema dat, naast de neergang van de kwaliteit van het onderwijs, het leesplezier van literaire schoolromans bepaalt: de verhouding meester/leraar – leerling. Lees verder >>

Grote opdracht 6: Leesbevordering en literaire competentie stimuleren leerlingen om lezers te worden en te blijven

Door Marc van Oostendorp

Deze weken bespreek ik de ‘grote opdrachten‘, dat zijn ongeveer: de grote lijnen die de docententeams van Curriculum.nu aan het opstellen zijn voor het schoolvak Nederlands van de toekomst. Vandaag grote opdracht 6:

  • Leesbevordering en literaire competentie stimuleren leerlingen om lezers te worden en te blijven.

Een voor de hand liggende vraag is hier: waaróm zouden die leerlingen eigenlijk lezers moeten worden en/of blijven? De opstellers van deze grote opdracht komen met een hele zwik redenen, waaronder de volgende:

(…) Meer dan het lezen van alledaagse teksten zorgt het lezen van literaire teksten voor een vertraagd leestempo, waardoor deze teksten kunnen aanzetten tot dieper nadenken.
Literaire teksten laten meerdere interpretaties toe en geven een inkijk in het hoofd van iemand anders. Dit kan bijdragen aan het empathisch vermogen en kan leiden tot genuanceerder communiceren en handelen.
(…) Ten slotte heeft het werken met literatuur een gunstig effect op taalvaardigheid, woordenschat en op onderwijsprestaties in het algemeen.

Lees verder >>

Het nut van literatuurlessen

Door Marc van Oostendorp

We hadden het met wat taalkundigen over het nut van literatuurles. De meeste van ons hebben daar een gecompliceerde relatie mee. Iemand vertelde bijvoorbeeld dat ze was aangetrokken tot de neerlandistiek omdat ze letterkundige wilde worden. Pas daarna ontdekte ze de taalwetenschap, omdat de literatuurwetenschap haar was tegengevallen.

De consensus in ons groepje was dan ook nogal negatief: je hebt er niks aan, lessen over literatuur. Maar ik was het daar toch niet mee eens.

Natuurlijk zijn er films en schilderijen. Natuurlijk is er muziek. Natuurlijk zijn er emoji’s en bewegende gifjes. Natuurlijk is dat allemaal aantrekkelijk, en natuurlijk kun je een belangrijk deel van je leven doorbrengen met al die middelen, en een bevredigend leven hebben. Maar literatuur, kunst gemaakt van taal, biedt je dingen die je op geen enkele andere manier kunt krijgen: een benadering van wat er omgaat in de binnenkant van iemands hoofd.  Lees verder >>

Wie wil nou een docent Nederlands die Multatuli niet kent?

door Pjotr Bos

Pjotr Bos
Pjotr Bos

Toen afgelopen maart de hernieuwde kennisbasis voor tweedegraadsdocenten Nederlands werd gepubliceerd, was er al snel sprake van commotie. Voor velen was het ‘verdwijnen’ van literatuur van voor 1880 reden tot zorgen. Coen Peppelenbos, hoofdredacteur van Tzum, constateerde terecht dat een tweedegraadsdocent nu minder van literatuur hoeft te weten dan een vwo-leerling. Ook Marc van Oostendorp ‒ hoogleraar Nederlandse Taal en Cultuur aan de Radboud Universiteit ‒ schrok: “Er zijn te veel cynici bezig alles af te breken.”Een leraar Nederlands voor de klas die niet weet wie Multatuli is, of Piet Paaltjens, of Sara Burgerhart: dat voelt verkeerd. Was ik zelf schooldirecteur, dan zou ik zo’n docent nooit aannemen. Maar waarom staat het dan niet in de kennisbasis? Mariëtte van Dam-Helmig, voorzitter van het Landelijk Vakoverleg Nederlands en docent aan FLOT, stelt terecht dat ook in de vorige kennisbasis nooit letterlijk de literatuur van voor 1880 werd genoemd. In de nieuwe versie staat overigens: ‘[De student] kan aan de hand van dominante, literaire stromingen, begrippen, bewegingen en genres, literaire fragmenten in historisch perspectief plaatsen.’ Dat lijkt me onmogelijk zonder op zijn minst globale kennis van de letterkunde van voor 1880. De rest van haar verweer baart me meer zorgen. Lees verder >>

De verhalen in onze taal zijn de troef van ons vak

Door Floor van Renssen.
Met medewerking van Anneke Smits en Erna van Koeven.

Enkele weken geleden verschenen er vlak achter elkaar een aantal emotionele artikelen over literatuuronderwijs aan tweedegraads lerarenopleidingen. Collega’s vielen elkaar aan op een snibbige toon. Het begon met de column van Coen Peppelenbos op weblog Tzum over het feit dat literatuur van voor 1880 niet meer verplicht is in de herijkte kennisbasis voor lerarenopleidingen Nederlands. Marc van Oostendorp wond zich hier over op: ‘Nu heb ik er genoeg van!’. Hij schreef over ‘het hbo’ (hij bedoelt de lerarenopleiders die de kennisbasis vaststelden): ‘Hiermee heeft het hbo laten zien dat het niet in staat is een eigen ‘kennisbasis´ vast te stellen, dat men zich te veel laat leiden door allerlei andere overwegingen en niet door de wens leraren te kweken die een voorbeeld voor hun leerlingen kunnen zijn – voorbeelden van nieuwsgierigheid, van eruditie, van iets verder kijken dan je neus lang is.’

En toen had ík er genoeg van. Lees verder >>

De benarde positie van de historische neerlandistiek

Door Freek Van de Velde

Er waart een pessimistisch spook door de neerlandistiek. Ik lees de laatste dagen opvallend veel sombere berichten: een scherpe aanklacht van Marc van Oostendorp over de lerarenopleiding in Nederland: tweedegraadsleraren worden niet meer lastiggevallen met literatuur van voor 1880. Dat stuk droeg de alarmerende titel ‘De leraar Nederlands weet niet wie Multatuli is’, en vond zo zijn weg naar NRC. En via Nicoline van der Sijs kwam ik terecht bij een vrij deprimerend stuk van Inge Glorie ‘Heeft de neerlandistiek nog een toekomst?’ in Voertaal. Het antwoord is: ja, maar dan moet er wel snel wat gebeuren aan de treurige toestand van het vakdomein. En er zijn vast nog wel stukken met een vergelijkbare teneur, die ik niet gezien heb.

In die stukken wordt over veel geklaagd. Terecht, denk ik, want ik vind het ook een godsgruwel dat de historische blik niet verder terug reikt dan 1880. Voor een beetje historisch taalkundige is dat gisteren. Maar ja: ik ben zelf ook neerlandicus, en heb de neiging om mijn bedreigde vakgenoten in alles bij te treden, en misschien is onze collectieve verontwaardiging wel kortzichtig. Lees verder >>

LitLab: nieuwe proef over slavernij

Op de site van LitLab.nl, het digitaal laboratorium waarin leerlingen onderzoek kunnen doen naar de Nederlandse literatuur, is sinds vandaag een nieuwe “proef” beschikbaar over slavernij. De leerlingen analyseren tekstfragmenten uit de periode 1630-1930 om te onderzoeken hoe er in Nederlandstalige literatuur werd geschreven over slavernij. Ze krijgen zo antwoord op vragen als: bestond er ongemak over slavernij in die periode, hoe werd het bestaan van slavernij indertijd verdedigd?

Het is een proef op niveau 3, geschikt voor leerlingen in de bovenbouw havo/vwo. De analyses worden gemaakt met behulp van de begrippen ‘discours’ en ‘de Ander’ die in de proef geïntroduceerd worden voordat leerlingen ermee gaan werken. Docenten kunnen desgewenst een antwoordmodel aanvragen. De proef kan in principe door leerlingen zelfstandig gemaakt worden, in circa 2 tot 3 lesuren. In de laatste stap wordt een aantal schrijfopdrachten aangereikt over zelfstandige onderzoekjes die de leerlingen uit kunnen voeren.

LitLab wordt ingericht door de Universiteit Utrecht, en biedt op dit moment al elf andere proeven aan (ook voor leerlingen in de onderbouw) en handreikingen voor het schrijven van een profielwerkstuk over Nederlandse literatuur. Voor meer informatie: info@litlab.nl.

De Witteweg naar een veelbelovende toekomst voor het literatuuronderwijs

Erwin Mantingh

Er is vóór en na Witte 2008 in het literatuuronderwijs. Zelden heeft een proefschrift in een zo korte tijd een zo grote invloed gehad op de praktijk in het schoolvak Nederlands als dat van Theo Witte. Lezen voor de lijst is in korte tijd een begrip geworden: de twee gelijknamige sites bedienen de leerlingen in het voortgezet onderwijs, en hun docenten. De praktijk op bijna 80% van de middelbare scholen in Nederland wordt inmiddels mede bepaald door Lezen voor de lijst.

Idealiter hebben al die leerlingen inmiddels meer vat gekregen op hun ontwikkeling als literaire lezer en is het boekenleed dat leeslijst heet verleden tijd. Maar we zijn er helaas nog lange niet, want tussen droom en daad… In te veel gevallen wordt de site gebruikt op een manier die niet in overeenstemming is met de doelstellingen ervan en dan blijven beoogde effecten uit. En in het decennium sinds de publicatie van Het oog van de meester zijn er nieuwe beren op de weg verschenen, waarvan ontlezing de allergrootse bedreiging lijkt te vormen voor het literatuuronderwijs.

Toch was de toonzetting op het afscheid van Theo Witte, 16 maart jongstleden in Groningen, niet somber. De scheidende vakdidacticus, lerarenopleider, onderzoeker, projectleider en vakmeester sprak zelf bevlogen over ‘De kunst van het onderwijzen: De veelbelovende toekomst van het literatuuronderwijs in zeven axioma’s.’ Aan welke eisen goed literatuuronderwijs volgens hem moet voldoen, valt binnenkort te lezen in de bundeling van de symposiumteksten. Ik wil ter ere van het afscheid van deze leermeester van velen, kort stilstaan bij zijn grootste succes. Lees verder >>

Nederland Leze Bredero

Door Roland de Bonth

Leerlingen staan meestal niet te juichen als ik aankondig dat in de komende lessen literatuurgeschiedenis centraal zal staan. Sterker nog, opmerkingen als ‘’Nederlands is toch geen geschiedenis’’, ‘’Ik heb expres geen geschiedenis gekozen’’ en de onvermijdelijke waarom-moeten-we-die-oude-boeken-lezen-vraag zijn niet van de lucht. Omdat vreemde ogen dwingen en een autoriteitsargument effectief kan zijn, laat ik sinds kort als reactie dit twee minuten durende filmpje zien waarin emeritus-hoogleraar Marita Mathijsen voor de vuist weg op gloedvolle wijze betoogt waarom iedereen (historische) Nederlandse literatuur zou moeten lezen. Voorafgaand daaraan geef ik mijn leerlingen de kijk- en luisteropdracht om de argumenten van Mathijsen te noteren.

In gezamenlijkheid weet een klas vrijwel altijd de redenen ter tafel te brengen die worden genoemd (en die te lezen zijn door de transcriptie die Marc van Oostendorp aan de video heeft toegevoegd): Lees verder >>

LitLab: twee nieuwe proeven

Op de site LitLab.nl staan sinds vandaag twee nieuwe proeven klaar over Gender en Digitale literatuur. LitLab is een digitaal laboratorium voor literatuuronderzoek door middelbare scholieren. Beide nieuwe proeven hebben niveau 3, en zijn dus geschikt voor bovenbouw havo-vwo. In de Gender-proef (gemaakt door Luke Schouwenaars) onderzoeken leerlingen een historische tekst over een meisje dat als matroos verkleed de oorlog in trekt. Ze lichten die tekst door met behulp van de termen ‘gender’ en ‘performance’. De proef sluit aan bij actuele discussies over genderneutraliteit, en over de rol die (literaire) teksten kunnen spelen in het creëren van rollen voor mannen en vrouwen in de Nederlandse maatschappij.

In de proef over Digitale literatuur (gemaakt door de LitLab redactie) onderzoeken leerlingen zowel het schrijven van literatuur door computers – zie het recente experiment met AsiBot en Giphart – als het lezen en beoordelen van digitale literatuur. In de proef worden de termen ‘memex’ en ‘cognitie’ gebruikt om digitale literatuur te analyseren. Het produceren en consumeren van niet-digitale literatuur heeft zowel schrijvers als lezers doen wennen aan bepaalde schrijf- en leesprocessen. Gaan die helemaal veranderen nu er zoiets als digitale literatuur begint te ontstaan? Lees verder >>

Oproep: De praktijk van de leeslijst

Door Jeroen Dera

Elk jaar behalen zo’n 55.000 havisten en zo’n 35.000 vwo-leerlingen hun diploma aan de middelbare school. Dat betekent dat jaarlijks rond de 90.000 scholieren het onderdeel ‘literatuur’ binnen het schoolvak Nederlands afronden. Gesteld dat die leerlingen daadwerkelijk het voorgeschreven aantal literaire teksten op hun schooltype zouden lezen – minimaal 8 werken op het havo en 12 op het vwo – dan vertegenwoordigen deze leerlingen een leesgemeenschap waarin zo’n 860.000 keer een literair werk gerecipieerd werd.

Of de praktijk zo rooskleurig is als dat aanzienlijke cijfer, valt zeer te betwijfelen. Tal van leerlingen sluiten het onderwijs in literatuur succesvol af zonder ook maar één boek te lezen, of ze lezen enkele pagina’s en behelpen zich vervolgens met een uittreksel op de website Scholieren.com. Het literatuuronderwijs kampt daarnaast met een imagoprobleem: criticasters als Christiaan Weijts (‘Fuck de canon!’, NRC Handelsblad, 14 januari 2016) en Alex Boogers (De lezer is niet dood, 2015) schetsen een stoffig beeld van de literatuurlessen, waarin aansluiting bij de literaire actualiteit ver te zoeken zou zijn. Weijts poneerde zelfs dat de gemiddelde leeslijst ‘misdadig’ is en dat docenten die nog canonieke werken voorschrijven op strafkamp dienen te gaan. Lees verder >>

Pas verschenen: Lezen voor het leven – Wouter Sanderse (red.)

Lezen voor het leven biedt inspiratie aan docenten en lerarenopleiders die de vormende kracht van verhalen nog meer willen benutten. Ook aan schoolleiders en beleidsmakers die invulling willen geven aan bildung, biedt dit boek concrete handvatten. Het uitgangspunt is een deugdenbenadering die focust op de goede en minder goede eigenschappen van personages en leerlingen stimuleert zich af te vragen hoe hun eigen karakter in elkaar zit. Hoe moedig, eerlijk of respectvol zijn ze zelf? Lees verder >>

Creative Learning in a Digital Age

Cyd Sturgess, winner of a Sheffield Academic Awards in the category ‘Best Postgraduate who Teaches’ explains how, in a digital age, we have to encourage a culture of creative learning. Sturgess argues that if we want our students to think outside of the box, tutors will have to start teaching more innovatively too. With short clips and reflective comments by Finalists in Dutch at Sheffield who took Cyd Sturgess’ Module on Dutch and Flemish Literature:

(Bekijk deze video op YouTube.)

De DBNL voor de klas

Uitgelicht voor de klas

Door Roland de Bonth

Wat hebben Kleine Olle en zijn ekster van C.J. Kieviet, Der rupsen begin, voedzel en wonderbaare verandering van Maria Sibylla Merian en het anoniem uitgegeven Aanwijzingen tot het gebruik der medicynen voor zeevarenden gemeen? Een lastige vraag, want inhoudelijk gezien hebben deze werken niets met elkaar te maken. Wat deze titels verbindt, is dat ze alle in de maand april van dit jaar zijn toegevoegd aan de Digitale Bibliotheek voor de Nederlandse Letteren (DBNL). Iedere maand wordt deze virtuele bibliotheek uitgebreid met tientallen verhalen, romans, dichtbundels en jaargangen van tijdschriften. Iedere maand opnieuw duiken er verrassende titels op die erom vragen gelezen te worden. Toch zou het jammer zijn als de DBNL alleen maar werd geraadpleegd om teksten te zoeken. Wie iets verder kijkt dan het bovenste gedeelte van het openingsscherm, ontdekt op deze website namelijk enkele mooie extra’s. Lees verder >>

Waar zijn de hoeders van het literatuuronderwijs?

Door Sander Bax (Tilburg University), Marjolein van Herten (Open Universiteit), Erwin Mantingh (Universiteit Utrecht) en Theo Witte (Rijksuniversiteit Groningen).(Meesterschapsteam Nederlands – Letterkunde)

Het literatuuronderwijs is afgebrokkeld van een gezichtsbepalend en zwaarwegend onderdeel van het schoolvak Nederlands tot een ‘subdomein’ dat langzaam maar zeker naar de afgrond schuift. Ook bij de vreemde talen is er bijna niets meer van over. Op de opiniepagina van de NRC van 14 januari 2017 legt Christiaan Weijts dan ook de vinger op de zere plek: het literatuuronderwijs dreigt verdrongen te worden naar de marges van het voorgezet onderwijs. Een kwijnend bestaan ligt op de loer.

Die marginalisering is veroorzaakt door zwalkend beleid. Bij de invoering van het studiehuis in 1998 werd het cijfer voor literatuur van alle talen in de zak-/slaagregeling samengevoegd tot een apart vak letterkunde. Leerlingen konden toen dus op literatuur zakken. Enkele jaren later werd literatuur met andere ‘kleine’ vakken weggemoffeld in het combinatiecijfer. Weer later werd het ‘teruggegeven’ aan de afzonderlijke talenvakken, maar zonder de weging aan te passen. In de rapportenvergaderingen telt literatuur nauwelijks meer mee. Lees verder >>

Aankondiging: LitLab is online!

LitLab is een digitaal laboratorium waarin bovenbouwleerlingen de Nederlandse literatuur kunnen leren onderzoeken. Op de website staan nu 6 proeven klaar rond recent academisch onderzoek naar de Nederlandse literatuur in brede zin: van onderzoek naar de voordracht van middelnederlandse verhalen tot de bestudering van nationalisme in hedendaagse popmuziek. Zo vormt LitLab een schakel tussen leerlingen, docenten en onderzoekers aan Nederlandse en Vlaamse universiteiten. De Universiteit Utrecht sponsorde het prototype dat nu beschikbaar is. Lees verder >>

22 november 2016: Dag van het Literatuuronderwijs

De Dag van het Literatuuronderwijs vindt plaats op 22 november 2016 in de Doelen te Rotterdam. Sprekers zijn onder andere Anne Vegter, Herman Koch, Theo Witte, Frank Westerman, Martijn Koek en Alex Boogers. Het complete programma is in september bekend.

Onder het thema ‘Nieuw Elan in Literatuuronderwijs’ kunnen deelnemers hun eigen kennis verdiepen en ervaringen delen met collega’s en vakgenoten. Meteen toepasbare lesideeën en doorlopende verdieping zijn vanaf november online te vinden in het Handboek Literatuuronderwijs 2017-2018. Lees verder >>