Tag: literatuurlijst

Hoeveel boeken uit de canon moet een leraar Nederlands kennen?

Door Coen Peppelenbos

Er zijn tientallen redenen om dit artikel niet te schrijven. Een discussie over de canon gaat binnen de kortste keren over zijwegen. Voordat je weet het heeft een schrijver weer ammunitie voor een column waarin hij ‘Fuck de canon’ kan schrijven zodat hij weer op drie congressen een betaald optreden heeft als ludieke tegenstem in een forumpanel over de toekomst van het lezen. Voordat je het weet gaan leraren elkaar tips geven over hoe je het best Karel ende Elegast aan de man kunt brengen (met Tekst in context, met middeleeuws eten, met een musical, met hardop voorlezen, met vertalen et cetera). Voordat je het weet breekt er onder Neerlandici weer een discussie los over de keuze van de canonboeken (waarom altijd Karel ende Elegast). Ik wil me in dit artikel beperken tot de vraag die ook als titel fungeert: hoeveel boeken uit de canon moet een leraar Nederlands kennen?

Die vraag komt natuurlijk niet uit het niets, want ik ben lerarenopleider en ben samen met een paar collega’s verantwoordelijk voor de literatuurlessen in de tweedegraads- en eerstegraadsopleiding Nederlands. Dat is doorgaans een van de mooiste beroepen die je kunt uitoefenen al is je speelveld vrij breed omdat je zo’n beetje alles moet bijhouden wat er binnen je vakgebied verschijnt. Van de middeleeuwen tot nu is dat een vrij breed gebied en ik kan met gerust hart zeggen dat ik niet in staat ben om alles bij te houden. het lukt me niet om zo’n tweehonderd nieuwe boeken te lezen die elk jaar uitkomen waardoor ik mijn kennis van de moderne letterkunde kan bijhouden, laat staan dat ik ook nog alle publicaties over alle eeuwen daarvoor tot me kan nemen. Ik maak keuzes, ik schipper, ik grasduin af en toe, maar ik ben een echte generalist: iemand die van alles een beetje af weet. Om met harde getallen te komen: ik lees dit jaar zo’n vijftig tot zestig boeken al moet ik erbij zeggen dat dit niet echt een topjaar voor me was. Lees verder >>

Filologie en het academisch literatuurcurriculum

Door Yves T’Sjoen en Els van Damme (Universiteit Gent)

In het afsluitende essay van de bundel Vroeger is ook mooi (2011) formuleert Marita Mathijsen het voorstel voor een lezersgerichte en niet louter functionalistische literatuurgeschiedenis. Daarbij spelen gegevens over de ontwikkeling van institutionele actoren, zoals literaire clubs, uitgeverijen, boekwinkels en literatuuronderwijs, een bepalende rol. Deze data leveren beelden op van zich wijzigende lezersverwachtingen en vigerende concepten van literatuur door de tijd heen. Het verschijnsel literatuur verandert immers voortdurend. Een van de nog maar weinig onderzochte aspecten van het literatuuronderwijs is naast “de verplichte literatuurlijsten op de middelbare school […] het academisch curriculum voor neerlandici” (p. 250). Aan het fenomeen van het schoolboek en de beeldvorming van literatuur voor middelbare scholieren is eerder al aandacht besteed.

De literatuurlijst bij letterkundige opleidingsonderdelen bevat titels die door de docent als belangwekkend, bruikbaar of illustratief worden beschouwd voor studenten in de neerlandistiek. Lees verder >>