Tag: literatuurgeschiedenis

Een literatuurgeschiedenis in plaatjes

Door Marc van Oostendorp

“Want (of gy ’t weet) ik heb” meldde Elisabeth Wolff in 1772 aan haar lezers, “wel ja ik! plaats genomen / In ‘t panpoëticon van Nêerlands dichtren schaar. / (Mogt dit de doodstuip van myn’ kwynende eerzucht weezen!)” Ook Wolff had namelijk plaats genomen om zich te laten portretteren voor het Panpoëticum Batavûm, een kabinet met toen al ruim 300 portretjes van Nederlandse schrijvers en dichters uit alle tijden.

Dat Panpoëticum heeft een centrale plaats in het proefschrift Literaire erflaters dat Lieke van Deinsen morgen aan de Radboud Universiteit Nijmegen verdedigt en dat gaat over de manier waarop mensen in de vroege achttiende eeuw nadachten over de Nederlandse literatuur: hoe verhield die zich tegenover andere letterkundes, zoals de klassieke en de Franse? Wie waren de boegbeelden? Hoe belangrijk waren vrouwen?  Lees verder >>

“Vader heeft Joseph Roth nog gekend, en zij twee waren vrienden”

Door Marc van Oostendorp

Het fijne van Amsterdam is dat je er altijd lekker kunt klagen over de buitenlanders. De Duitsers waren de rolkoffertoeristen van de jaren dertig. “Ik ‘kook’ van woede als ik zie hoe Amsterdam veranderd in een Duitse stad”, schreef ‘een ontwikkelde dame’ in 1938 aan Het Liberale Weekblad. De Duitsers vormden naar schatting van de Duitse cultuurwetenschapper en journaliste Bettina Baltschev zo’n vijf procent van de bevolking van de stad, waaronder een substantiële groep van mensen die gevlucht waren voor Hitler.

Ze waren soms irritant: “Ze droegen kostbare bontjassen en sieraden en plaatsten hun bestellingen in cafés, ijssalons en winkels in het Duits, dikwijls op zeer luide toon. Van de conducteur in tramlijn 24, die door de Amsterdammers nu steevast ‘Berlijn-Express’ werd genoemd, eisten ze hun kaartje op niet mis te verstane wijze in het Duits.”

Maar de Exil bracht de stad ook een ongekend literair leven gebracht. Lees verder >>

Groepsmondelingen als tentamen literatuurgeschiedenis

Door Bas Jongenelen

Op de Fontys Lerarenopleiding Tilburg geef ik onder andere het vak Moderne Letterkunde aan de tweedejaars voltijdstudenten ‘bachelor of education in Dutch language and literature.’ Dit vak gaat over de Nederlandse literatuur van de twintigste eeuw (met uitzondering van de postmoderne jaren 80 en 90, deze worden in het eerste jaar behandeld bij Hedendaagse Letterkunde). Studenten volgen zestien hoorcolleges en zeven werkcolleges. Er wordt tijdens de colleges alleen maar gepraat over literatuur, er wordt niets over geschreven. Het tentamen echter was altijd schriftelijk. Dat vond ik niet eerlijk en representatief: een schriftelijke toets na louter mondelinge training? Nee. Tijd voor een mondelinge toets. Lees verder >>

Hoe niet-bestaande boeken ook gestolen kunnen worden

Door Bas Jongenelen

Als het niet waar is, is het goed gevonden. Een twaalfde-eeuwse student wil indruk maken op zijn ver weg wonende mentor en noemt in een brief een aantal titels van fictieve werken die hij in de kloosterbibliotheek van Saint Victor is tegengekomen. De mentor, een aanzienlijke geestelijke, vraagt de boeken op bij de kanunniken van de Parijse abdij. Als zij de gevraagde werken niet kunnen vinden, schrijven ze die uit angst voor gezichtsverlies maar zelf. Aldus ontstaan manuscripten als De patria diabolorum (‘Waar komen de duivels vandaan’) en De modo cacandi (‘Hoe te kakken’). De middeleeuwse student die met zijn fantasie de wereldliteratuur verrijkt, heet Baudolino en is de titelheld van de vierde roman van Umberto Eco.  Lees verder >>

CFP: Literature without Frontiers?

Next year (9-10 February, 2018) a conference will be organised at Ghent University  about perspectives for a transnational literary history of the Low Countries. This conference – Literature without Frontiers? – aims to bring together a number of telling examples that advocate a transnational perspective for the construction and writing of the literary history (histories?) of the Low Countries in the period 1200-1800. We invite scholars of the periods involved to address case studies (authors, texts, translations, mechanisms of textual production, motifs, tropes, genres) that on account of their ‘transnational’ character have fallen outside the scope of the current attempts of literary historiography.

Lees verder >>

5 mei 2017: lezing Ton Verschaffel ‘Meertaligheid in woord en klank’, Antwerpen

Werkgroep 18e Eeuw-lezing 2017
Meertaligheid in woord en klank.
Mogelijkheden en uitdagingen van een (Zuid-)Nederlandse literatuurgeschiedenis.

Naar aanleiding van het verschijnen van De weg naar het binnenland. Geschiedenis van de Nederlandse literatuur, 1700-1800: de zuidelijke Nederlanden, organiseert de Werkgroep Achttiende Eeuw een avondlezing rondom een van de centrale kwesties die in de studie: de meertaligheid van de (literaire) cultuur in de zuidelijke Nederlanden.

Auteur Tom Verschaffel (KU Leuven) zal in een lezing zijn gedachten hierover uiteenzetten en vervolgens in debat gaan met experts die vanuit verschillende perspectieven hun licht werpen op de kwestie: neerlandicus Kornee van der Haven (UGent), sociolinguïst Gijsbert Rutten (Universiteit Leiden) en romanist Jan Herman (KU Leuven). Het debat wordt geleid door Lieke van Deinsen (Rijksmuseum) en Beatrijs Vanacker (KU Leuven). Lees verder >>

31 maart 2017: Collegedag Literatuur

Historisch Nieuwsblad organiseert vrijdag 31 maart een collegedag over de rijke geschiedenis van de Nederlandse literatuur.

Van ‘Hebban olla vogala’, via de rederijkers tot Mulisch: de Nederlandse literatuurgeschiedenis is veelomvattend en veelzijdig. Tijdens een collegedag die georganiseerd wordt door het Historisch Nieuwsblad spreken Frits van Oostrom, Herman Pleij, Inger Leemans, Gert-Jan Johannes en Jacqueline Bel ieder over het door hun geschreven deel in de nieuwe Nederlandse Literatuurgeschiedenis.

In onderstaand filmpje kijkt Herman Pleij alvast vooruit op zijn college:

Informatie
Datum: Vrijdag 31 maart 2017
Tijd: 9.30–17.00 uur. Deuren openen om 9.00 uur.
Locatie: Literatuurmuseum, Prins Willem-Alexanderhof 5, Den Haag.

Kijk voor meer informatie over de collegedag op de website van Het Historisch Nieuwsblad.

Boekpresentatie Idolizing Authorship & interview Christiaan Weijts

Of we het leuk vinden of niet, dat we in een Celebrity Society leven zal niemand ontkennen. Celebrity mag dan vooal betrekking hebben op filmsterren, popidolen en sporthelden, het fenomeen is allerminst voorbehouden aan de wereld van entertainment en populaire cultuur. Ook in de literatuurgeschiedenis kunnen tal van celebrities worden gevonden

Op donderdag 9 maart 2017 zullen Gaston Franssen (UvA) en Rick Honings (UL) de door hen samengestelde bundel Idolizing Authorship. Literary Celebrity and de Construction of Identity, 1800 to the Present ten doop houden. Tijdens een klein symposium komen beroemdheden als Henrik Ibsen, Harry Mulisch en Haruki Murakami aan de orde. Het eerste exemplaar wordt overhandigd aan Christiaan Weijts. Hij werd door de publicatie van zijn roman Art. 285b (2006) in een keer een literaire ster. Hij zal door Franssen en Honings worden geïnterviewd.  Lees verder >>

Sonnettenraam, sonnettenkransenkrans en Groningen

Door Bas Jongenelen

Vorige week schreef ik over de geschiedenis van de sonnettenkrans in het Nederlands. Dat het altijd nog een beetje gekker kan, daar ga ik het zo over hebben. Bijna alle Nederlandstalige sonnettenkransen zijn geschreven door Nederlanders, er is één Vlaamse krans, die van Miguel Declercq. In ieder geval zijn er ook Groningse sonnettenkransen.

Lees verder >>

Van zulcke schrijvers vlucht d’onvruchtbren overvloed

Door Marc van Oostendorp

Misschien moet een nieuwe literatuurgeschiedenis van de Nederlanden niet door letterkundigen geschreven worden, maar door historici. Die conclusie kun je trekken na het sprankelende en razend interessante De weg naar het binnenland – het laatste deel van de ‘Geschiedenis van de Nederlandse literatuur’, dat geschreven werd door de Leuvense hoogleraar Tom Verschaffel. Dat boek gaat over bij voorbaat misschien wel het meest wanhopige onderwerp ooit – de Nederlandstalige letterkunde in de Oostenrijkse Nederlanden in de achttiende eeuw.

Er zijn nu eenmaal geen echt interessante literaire schrijvers geweest die toen en daar in het Nederlands publiceerden. Romans werden helemaal niet geschreven, onder ‘schone letteren’ werd vooral geschiedschrijving verstaan, en het levendigste letterkundige leven vond plaats in kringen van de rederijkers, die hun werk in doorsnee echter niet uitgaven. Lees verder >>

De binnenlanden van het zuiden

door Rien Rooker

Na een veertigjarige loopbaan als neerlandicus in het (Noord-)Nederlandse onderwijs denk je alles in je vak wel zo’n beetje gezien te hebben. Dat je dan toch nog opeens geconfronteerd wordt met een volstrekt blinde vlek in je kennisgebieden, is beslist een unieke ervaring. Toch was dat exact mijn beleving bij Tom Verschaffels De weg naar het binnenland, dat ik in éen ruk heb uitgelezen.

De voorgeschiedenis van het boek is bekend. Het boek is onderdeel van de nieuwe, vrijwel voltooide Geschiedenis van de Nederlandse literatuur. De reeks beoogde een geïntegreerde beschrijving van de Noord- en Zuidnederlandse letterkunde te geven vanaf het begin tot heden. Al werkend bleek dat voor de periode 1700-1800 niet vol te houden en kreeg Tom Verschaffel de opdracht om een afzonderlijk deel voor de situatie in het zuiden te schrijven.

Voor die beslissing dient de redactie geprezen te worden. De auteur nog meer. Waarom? Dat geeft hij reeds in zijn voorwoord zelf aan. Die Zuidnederlandse letterkunde bestaat in de achttiende eeuw eigenlijk niet. In zijn dankwoord aan het slot van boek bedankt hij allen, die hem het schrijven van dit onmogelijke boek toch mogelijk gemaakt hebben – zijn eigen woorden!

[Lees het volledige artikel]

In december plaatste Neerlandistiek een interview met Tom Verschaffel

Sonnettenkrans

Door Bas Jongenelen

Sinds de poëzieweek van 2015 is er een beetje discussie over het fenomeen ‘sonnettenkrans’. Het poëzieweekgeschenk was een sonnettenkrans geschreven door Ilja Leonard Pfeijffer, getiteld Giro giro tondo, een obsessie. Er ontstond wat verwarring over de vraag of dit nu wel of niet de eerste sonnettenkrans in de Nederlandse literatuur was. Om maar meteen het antwoord hierop te geven: nee. Pfeijffer had er zelf al eens eentje eerder geschreven, maar ook die krans was niet de eerste. Wat is dan wel de eerste sonnettenkrans in de Nederlandse literatuur?

Lees verder >>

Een kostwinner in de katholieke letteren

Als de critici wraak hadden willen nemen op Melati van Java, hadden ze het niet effectiever kunnen doen: hebben jullie weleens wat van haar gelezen? Toch was zij in haar tijd – ze leefde van 1853 tot 1927 – een van de populairste Nederlandse schrijfsters, die de ene roman na de andere publiceerde én van wie vrijwl al die romans als warme broodjes over de toonbank gingen.

Marie Sloot heette ze. Ze gebruikte naast Melati ook nog het pseudoniem Mathilde voor haar katholieke, en ook zeer populaire, damesromans. Tegen het eind van haar leven kwam daar Max van Ravestein bij, voor haar wat modernere werk.

Al die pseudoniemen waren bedoeld om het lezerspubliek zo min mogelijk in de war te brengen. Lees verder >>

Uitslag De De Avondenquiz

Door Roland de Bonth

avondenDrie dagen na het plaatsen van de De Avondenquiz ontving ik reeds de eerste antwoorden. Dat dit geen toeval was, bleek uit de toevoeging die de deelnemer achter zijn naam zette: ‘Avondenlezer sinds 1976’. Met slechts één foutje – en terechte kritische opmerkingen bij twee vragen – is Niek van den Elzen dan ook de terechte winnaar van deze quiz. Van harte gefeliciteerd. Het speelgoedkonijn komt zijn kant op.

De juiste antwoorden: Lees verder >>

Kolonialisme in het dagelijks leven

Door Marc van Oostendorp

c9781910887233Dat Nederland eeuwenlang een wereldmacht was, die er niet voor terugdeinsde om vreemde volkeren te onderwerpen, vaak met geweld – menselijkerwijs is het een gruwelijk feit, evenals het feit dat die vele zwarte bladzijden in onze geschiedenis nauwelijks bediscussieerd zijn.

Maar wetenschappelijk is het, hoe naar dat ook klinkt, interessant. Het biedt de mogelijkheid om precies die weggestopte gedachten op te sporen: in oude teksten te gaan speuren naar hoe de Nederlanders indertijd eigenlijk over hun positie in de wereld dachten, hoe ze de onderworpen volkeren zagen, hoe ze omgingen met het feit dat bijvoorbeeld slavernij eigenlijk maar moeilijk te verenigen is met een christelijk geloof.

Hybride

In haar nieuwe boek Structures of Subjugation in Dutch Literature bestudeert Judit Gera, hoogleraar Nederlands literatuur, in Boedapest, overwegend auteurs die je van goede wil zou kunnen noemen – schrijvers die in hun eigen tijd vaak als heel kritisch over het kolonialisme werden gezien, zoals Multatuli, Couperus en Székely-Lulofs. Lees verder >>

17 januari 2017: presentatie Ongeziene blikken

40a177ad-5518-45e1-9175-ee1db40e0afdMet veel genoegen nodigen Uitgeverij Prometheus en de Taalunie u uit voor de presentatie op dinsdag 17 januari 2017 van Ongeziene blikken van Arie Jan Gelderblom en Anne Marie Musschoot.

Tijdens deze presentatie vieren we de voltooiing van de reeks Geschiedenis van de Nederlandse literatuur.

Op deze feestelijke middag zullen onder anderen spreken: Frits van Oostrom, Niña Weijers, Koen Van Bockstal en Greetje van den Bergh en uiteraard zal er muziek zijn. Lees verder >>

Van Heinric tot Veldeke. Een geschiedenis van de literatuur in Limburg

Door Marc van Oostendorp

Geschiedenis-van-de-literatuur-in-Limburg_web-1024x874Op pagina 242 raakte ik overtuigd. Eerder twijfelde ik nog of het wel zin had, een Geschiedenis van de literatuur in Limburg. Waarom zou je op 768 pagina’s van alles en nog wat bij elkaar zetten over schrijvers en dichters van wisselend allooi die niet veel meer met elkaar gemeen hebben dan hun geboortegrond. Is een geschiedenis van de Nederlandse literatuur al niet beperkend genoeg?

Maar op pagina 242 staat er dan ineens iets waarvan mij zonder dat ik goed kan verklaren waarom de tranen in de ogen schoten:

Klei Zjengske had ’n roet gebroke, / väör aon de straot.
Had heer ’t sjerref ouch verstoke, / ’r wis geine raod!

Dit is natuurlijk alleen maar een vertaling, van Hiëronymus van Alphens onsterfelijke gedicht Het gebroken glas (‘Cornelis had een glas gebroken / Voor aan de straat // Schoon hij de stukken had verstoken / Hij wist geen raad’). Maar deze vertaling (van Laurent Polis, 1845-1915) maakt het allemaal net wat sterker: het Klei Zjengske dat niet alleen vanaf woord één duidelijk maakt dat het om een kind gaat, maar dat kind door het bijvoeglijk naamwoord klei(n) en de verkleinvorm -ske meteen helemaal alleen in de boze wereld plaatst waarin hij iets fout heeft gedaan en nu de grote mensen onder ogen moet komen. Lees verder >>

De delete-knop en de bestsellerindustrie

Door Marc van Oostendorp

9780674417076Dertig jaar geleden had ik niet moeten proberen om ’s ochtends vroeg een stukje te schrijven. Ik woonde toen in een studentenkamer en had alleen een oude tikmachine. Als ik daar buiten de reguliere uren om op werkte, werd mijn benedenbuurvrouw zo kwaad van het geluid – ‘ben je nu alweer je kamer aan het veranderen!’ – dat ik het wel uit mijn hoofd zou laten om dat buiten de gewone uren te doen.

De computer heeft het allemaal veranderd. Schrijven is bijvoorbeeld steeds minder geluid gaan maken: op de gemiddelde laptop hoor je het nog wel zachtjes als je in dezelfde ruimte bent, maar op slimme schermen merk je er niets meer van. En dat is natuurlijk nog maar de kleinste van alle veranderingen die er in het ambacht zijn gekomen.

Wat een briljant idee om een ‘literaire geschiedenis van het tekstverwerken’ te schrijven en zo in kaart te brengen hoe het (literaire) schrijven en de computertechniek in de afgelopen decennia samen zijn veranderd. Lees verder >>

De onuitroeibare neiging van de mens om verhalen te vertellen

Door Marc van Oostendorp


Zoals je je pas Nederlander voelt wanneer je Roosendaal in zuidelijke richting gepasseerd bent, zo voel ik me pas echt taalkundige wanneer ik een boek lees als Van hof tot overheid.

Het onderwerp is interessant genoeg. In 12 hoofstukken komen allerlei ‘instituties’ voorbij die in de loop van de geschiedenis iets met de literatuur te maken hadden: van het hof en het klooster via de rederijkerskamers en de bibliotheken tot inderdaad – ja, de titel zegt het al, de overheid.

De hoofdstukken zijn nogal divers, bijvoorbeeld van stijl en van opzet. Zo begint het hoofdstuk over de rederijkerskamers aldus:

Vanuit een genealogisch perspectief op de geschiedenis van de Nederlandse literatuur is een rederijkerskamer een vorm van sociabiliteit waarbinnen amateurschrijvers en performers literaire teksten schreven en voordroegen of theaterteksten maakten en opvoerden.

Terwijl het hoofdstuk over drukkers en verkopers van literatuur (1450-1800) eindigt met de volgende zin:

Lees verder >>

Alle tranen van de eenzaamheid

door Gert de Jager

Op de poëziekalender van Van Oorschot een klassieker van Lodeizen:

ik ben het zuiverste dier op aarde
ik slaap met de nacht als met mijn lichaam
en de nacht wordt groter in mijn hart

in het donkere weefgetouw van je vingers
borduur ik een nacht van eenzaamheid
veelkleurig veeleisend veranderlijk

ik ken alle tranen van de eenzaamheid
sla mij maak mij open
ik ben een roos van vrolijkheid

kom hier vertrouw mij
ik gooi de wind vol sterren

als een boot van overvloed
in de spaarzaamheid van de zee

nu ben je niet gekomen
en zachtjes ga ik dicht.

Met Lodeizens reputatie is het altijd raar gesteld gesteld geweest. In het begin van de jaren vijftig was hij even de Jacques Perk van de Vijftigers – in de tijd dat Vinkenoog de Vijftigers aan het volk voorstelde in zijn bloemlezing Atonaal. Lees verder >>

CFP Themanummer Nederlandse Letterkunde over de Geschiedenis van de Nederlandse Literatuur (Taalunie)

Gelegenheidsredactie: Maria-Th. Leuker-Pelties (Universität zu Köln), Dirk De Geest (KU Leuven) en Youri Desplenter (Universiteit Gent)
Het tijdschrift Nederlandse Letterkunde wil, na het verschijnen van Bloed en rozen, een eerste totaalbeeld bieden van de nieuwe literatuurgeschiedenis die onder auspiciën van de Taalunie het afgelopen decennium is gerealiseerd. Wij mikken daarbij niet op klassieke recensies, maar op bijdragen die laten zien hoe het verder moet (of kan). Welke elementen zijn in de diverse delen onderbelicht, en waarom is het belangrijk daaraan aandacht te besteden? Op welke manier leidt het in kaart gebrachte materiaal tot nieuwe denkbeelden, nieuwe corpora, nieuwe onderzoeksvragen? De ingewachte bijdragen zijn daardoor ook (liefst) methodologisch opgevat met aandacht voor kwesties als canon, genres, nationale versus wereldliteratuur, de spanning tussen tekst en context, de rol van literaire waardering, auteurspositionering…

Lees verder >>

Toen de literatuurgeschiedenis doldraaide

Door Marc van Oostendorp


De geschiedenis van de Nederlandse literatuur in de eerste helft van de twintigste eeuw was een tragedie. Dat kwam natuurlijk door de afloop in de gruwelijke jaren veertig; maar als je Jacqueline Bels imposante boek Bloed en rozen leest, ontdek je dat je de hele geschiedenis zo kunt zien.

Het was een periode van permanente onrust en ontevredenheid. Alles moest de hele tijd anders, en beter – er was daardoor ook geen periode waarover je beter een geschiedenis kunt schrijven, want iedereen was, zo lijkt het wel, zelf de hele tijd  bezig met de geschiedenis en de eigen plaats daarin. Impressionistische woordkunst was nog niet uitgeroepen tot de taal van de toekomst, of de nieuwe zakelijkheid diende zich alweer aan. Een groep jongeren had nog maar nauwelijks ontdekt dat kunstwerken autonoom moesten zijn en los staan van de kunstenaar, of een groep nóg jongeren had er alweer genoeg van en verklaarde dat de vent belangrijker was dan de vorm.

Buitenlandse successen

Waarom was er zoveel onrust?
Lees verder >>

Bloed en rozen: verslag presentatie nieuwe boek Jacqueline Bel

Jacqueline Bel


Maandag 30 november werd in het Trippenhuis aan de Kloveniersburgwal te Amsterdam het vuistdikke nieuwe boek van universitair hoofddocent moderne Nederlandse letterkunde Jacqueline Bel (op de foto links) gepresenteerd. Bel doet in Bloed en rozen in 1141 bladzijden verslag van de geschiedenis van de Nederlandstalige literatuur tussen 1900 en 1945. Tijdens de presentatie spraken eminente geleerden over de nieuwe literatuurgeschiedenis en bood Bel emeritus hoogleraar Riet Schenkeveld-van der Dussen het eerste exemplaar aan. De avond werd gepresenteerd door literatuurcriticus Margot Dijkgraaf.

De Antwerpse hoogleraar letterkunde Kris Humbeeck was vol lof over het boek en roemde in het bijzonder Bels schrijfstijl en de menigvuldigheid aan perspectieven waarmee zij de literatuur weet te belichten. Bovendien wees Humbeeck op het feit dat Bel niet alleen aandacht heeft voor alom belangrijk geachte en nog altijd gewaardeerde teksten, maar ook voor werken die op veel belangstelling van contemporaine lezers konden rekenen, maar later om een of andere reden in de vergetelheid zijn geraakt.

Lees verder >>

Boekpresentatie Bloed en rozen, Geschiedenis van de Nederlandse literatuur 1900-1945 (30/11/2015)

Maandag 30 november 2015, 19.00 – 21.00 uur is het eindelijk zover! We vieren dan de feestelijke presentatie van Bloed en rozen,Geschiedenis van de Nederlandse literatuur 1900-1945. 
Het boek is onderdeel van de monumentale reeks Geschiedenis van de Nederlandse literatuur 

van de middeleeuwen tot nu. Deze is voortgekomen uit een initiatief van de Nederlandse Taalunie. Met medewerking van Jacqueline Bel (Vrije Universiteit), Ann Rigney (UU), Kris Humbeeck (Universiteit van Antwerpen), Frits van Oostrom (UU), Geert Joris (Nederlandse Taalunie) en Mai Spijkers (uitgeverij Prometheus / Bert Bakker). De bijeenkomst wordt geleid door Margot Dijkgraaf. Het symbolische eerste exemplaar wordt aangeboden aan M.A.  Schenkveld – van der Dussen, emeritus hoogleraar Letterkunde van de Universiteit Utrecht. Aanmelden op de site van de KNAW.