Tag: literatuurgeschiedenis

De samenleving maakt de schrijver, de schrijver maakt de samenleving

Door Marc van Oostendorp

Waaruit bestaat de literatuurgeschiedenis? Uit meesterwerken? Uit elkaar almaar bestrijdende generaties met steeds weer nieuwe ideeën over wat een goed boek is? Uit genieën die af en toe opstaan en iedereen anders laten kijken? Uit een economie van uitgeverijen, geleerde genootschappen en krantenredacties?

Rick Honings en Lotte Jensen zien het anders. De bouwstenen van hun geschiedenis van de Nederlandse literatuur in de 18e en 19e eeuw, Romantici en revolutionairen, zijn schrijverstypen: de dominee-dichter, natuurlijk, maar ook de criticus, de (vroege) romanschrijver, de Spectator, enzovoort.

Zo’n schrijverstype valt niet precies samen met een stroming, maar is breder. Sommige stromingen zijn bij Honings en Jensen ook terug te vinden als type – de romanticus, bijvoorbeeld, of de Tachtiger –, maar zelfs dat is al een andere interpretatie. Een stroming heeft een programma, een ideaalbeeld van hoe de literatuur eruit zou moeten zien; een schrijverstype is duidelijker een sociologisch fenomeen, je wordt een bepaald soort schrijver omdat er behoefte aan is in de samenleving, omdat jij die behoefte voelt. En omdat jij en je collega’s bepaalde teksten schrijven, duw je de samenleving een bepaalde kant op, al is het maar een klein beetje.

Lees verder >>

Vlogboek – Lucretia van Merken en haar toneelstuk Jacob Simonszoon de Rijk (1774)

Vandaag verschijnt er een nieuwe, herspelde editie van het achttiende-eeuwse toneelstuk Jacob Simonszoon de Rijk (1774) van Lucretia van Merken (1721-1789). Deze schrijfster werd door het tijdschrift Vaderlandsche Letter-oefeningen ‘Hollands beroemdste dichteres’ genoemd en ze werd in haar tijd bejubeld door zowel lezers als collega’s.

In deze video kennismaking met deze literaire gigant en haar vaderlandslievende toneelstuk opgebouwd volgens de kaders van het Frans-classicisme.

(Bekijk deze video op YouTube.)

Lees verder >>

Nieuwe DOT literatuurgeschiedenis (start: januari 2019)

Door Marijke Meijer Drees

Wie helpt mee een aansprekende leergang historische letterkunde te ontwerpen voor de onderbouw en bovenbouw (HAVO, VWO)? Doel is leerlingen vanaf 12-13 jaar vertrouwd te maken met de literatuur en literatuurgeschiedenis van ca. 1100-1900 (middeleeuwen tot de twintigste eeuw). Hierbij zal het cultuurhistorische beginsel van de toe-eigening leidend zijn. Toegepast op het literatuuronderwijs is toe-eigening het (leer)proces van groepsgewijs verbonden raken met en internaliseren van het literaire verleden.  Als zodanig zal de nieuwe leergang bijdragen aan de identiteits- en burgerschapsvorming van de leerlingen. Bij de keuze en ontwikkeling van geschikte lesmaterialen  zullen we zo (veel) mogelijk gebruik maken van wat er al aan didactische hulpmiddelen bestaat, zoals: de website Literatuurgeschiedenis, Lezen voor de lijst, LitLab, de reeksen Tekst in Context en Taal & Teken, en  Lessenreeksen over middeleeuwse literatuur.

In januari 2019 wil ik graag starten met een groep van ca. 8 deelnemers. Lees verder >>

Nullehakkebaitseboksebaitseboksenullehakke! The creation of a language

Door Marc van Oostendorp

Whould there have been anything like Frisian without its literary authors? Would the language be taught in Frisian schools today? Would there be tv shows in Frisian? Would it be possible to use the language in court?

It probably is overly romantic to relate the fate of a language to the existence of a literary tradition. Isn’t speaking a language always more important than writing it? Isn’t a base of ordinary speakers worth more than a handful of poets? There might still be speakers if Frisian had never been written; there are a few hundred thousand of them now, mostly living in the province of Fryslân of the Netherlands.

Yet one can doubt that anybody would have felt the urgency to fight for the rights of this language if it would not have had the prestige that, arguably, initially came from the written tradition. Genetically, Frisian is said to be the Germanic language closest to English, but in the course of many centuries of intensive language contact, it has grown close enough to Dutch that a speaker of the latter language can follow Frisian with some effort. Still, it is probably very difficult to find any Dutch person who would deny that Frisian is a separate language. And the fight for its rights were definitely always stimulated by the existence of a literary tradition.

Swallows and Floating Horses is a sparkling and inspiring anthology of this tradition for an English-speaking audience. Lees verder >>

De vorm van het Nederlandse sonnet in de 17e en 18e eeuw

Door Marc van Oostendorp

Theodore Rodenburgh. Bron: Beeldbank Amsterdam

Een van de prikkelende stellingen die Walter Cohen naar voren brengt in zijn A History of European Literature (dat ik gisteren besprak), is dat het sonnet, terwijl het zich tijdens de Renaissance door Europa verspreidde, zich telkens aanpaste aan de lokale omstandigheden en de lokale taal. Het is een interessant verhaal, maar het lijkt me ook niet in alle details juist.

Een van de kwesties die Cohen bespreekt is die van het rijm en het rijmschema. Er zijn twee belangrijke soorten rijm: mannelijk en vrouwelijk. Bij de eerste soort rijmen beklemtoonde lettergrepen op elkaar (man / kan), bij de tweede soort komt er na de beklemtoonde lettergreep nog een onbeklemtoonde (vrouwen / vouwen). In het Italiaans en het Spaans domineert het vrouwelijk rijm, maar dat is ook niet zo gek: die talen hebben nauwelijks woorden die op een beklemtoonde lettergreep eindigen. In het Duits en in het Nederlands wordt het juist als elegant gezien om mannelijk en vrouwelijk rijm af te wisselen. Alleen in het Engels is er iets geks: daarin is de overgrote meerderheid van de rijmen mannelijk. Van Shakespeare’s sonnetten heeft een meerderheid alleen mannelijke rijmen, en er is er slechts één met alleen vrouwelijk rijm – een sonnet dat inhoudelijk ook nog speelt met de vrouwelijke kanten van de mannelijke geliefde. Lees verder >>

Hoe de Europese letteren bloeiden door een vleugje xenofilie

Door Marc van Oostendorp

De geschiedenis van de Europese literatuur is een dans van talen. Die dans is de kracht van deze letterkundige traditie: het feit dat er in Europa werd besloten om in een groot aantal ‘volkstalen’ te gaan schrijven, terwijl de beoefenaren van die literaturen elkaar wel in de gaten bleven houden – dat is uniek in de wereldgeschiedenis.

Zo luidt een van de centrale stellingen waarop de Amerikaanse letterkundige Walter Cohen zijn imposante History of European Literature heeft gebaseerd. Hij laat ermee zien dat het inderdaad zinnig is om een partje uit de werkelijkheid te snijden en dat Europese literatuur te noemen, al is dat partje op allerlei manieren verbonden met de rest van de wereld, met het Midden-Oosten natuurlijk, maar ook met China en in latere perioden met Amerika. Maar er is ook iets onmiskenbaar eigens aan de letteren van het ‘westen’, zoals Cohen het noemt. Lees verder >>

Danken we rijmschema’s aan de multiculturele samenleving?

Door Marc van Oostendorp

Ik ben me de laatste tijd aan het verdiepen in het rijm. Het is een eigenaardig verschijnsel, bijvoorbeeld gezien vanuit een historisch perspectief. Tot ergens in de middeleeuwen hadden de Europese talen geen (eind)rijm.

Althans, dichters uit de klassieke oudheid zoals Vergilius gebruikten het een enkele keer min of meer toevallig als een klankeffect, maar zeker niet doorheen een heel gedicht. Er gold een beetje wat nu voor proza geldt: je probeerde rijm te vermijden als een goede dichter, zij het dat je die regel een enkele keer kon breken om het verband tussen twee woorden aan te tonen.

Maar vanaf de 12e eeuw rijmen alle Europese talen waarin literatuur wordt gemaakt ineens volop. De middelnederlandse literatuur heeft bijvoorbeeld een paar prozateksten, maar alles wat in dichtvorm is geschreven, rijmt ook. En datzelfde geldt voor andere literaturen, al worden her en der ook zogeheten ‘blanke’, dat wil zeggen: rijmloze, verzen geschreven, vooral in langere teksten in dichtvorm, zoals toneelstukken. Lees verder >>

Vlogboek – Het Ezelproces met Gerard Reve: (1) De aanloop

Het eerste deel van een tweeluik over het ‘Ezelproces’, waarin Gerard Reve werd aangeklaagd voor smalende godslastering. De rechtszaak draaide om twee tekstfragmenten waarin een seksuele fantasie wordt beschreven van een ikpersoon met een als ezel gereïncarneerde God.

Politicus Van Dis van de SGP stelde kamervragen en vroeg om een officiële aanklacht van het Openbaar Ministerie. Reve drong er vervolgens op aan bij de officier van justitie om de rechtsgang door te zetten.

Besproken werken:
Gerard Reve – Brief aan mijn bank
Gerard Reve – Nader tot U

‘Zolang het gras groeit’

Overleeft de Friese literatuur de 21e eeuw?

Door Marc van Oostendorp


Zoals het liefdesliedje hebban olla uogala een mythisch begin van het Nederlands vormt – er zijn wel oudere sporen, maar die zijn minder romantisch –, zo halen Friese literatuurhistorici graag de Oudfriese “eeuwigheidsformule” aan, waarin wordt gezegd dat het recht zal duren “zolang als de wind van de wolken waait en het gras groeit en de boom bloeit”. In 2006 verscheen de uitvoerige Nederlandstalige literatuurgeschiedenis Zolang de wind van de wolken waait <gratis bij de DBNL>. En omdat Leeuwarden nu een culturele hoofdstad van Europa is, verschijnt een korte geschiedenis die Zolang de boom bloeit heet.

Het is een prettig leesbaar overzicht geworden: zakelijk geschreven en heel fraai geïllustreerd en vormgegeven. In een paar uur ben je bij in die wonderlijke geschiedenis van een betrekkelijk kleine literatuur, die eigenlijk in de negentiende eeuw pas echt begon, al had je daarvoor wel wat voorlopers, zoals het zeventiende-eeuwse dichtkanon Gysbert Japicx. Pas vanaf de 19e eeuw ontstaat er een traditie, of eigenlijk al snel minstens twee:. Lees verder >>

Een dood kind verzin je niet

Door Marc van Oostendorp

‘Het dode kind in de literatuur’ – op  het eerste gezicht is het misschien niet het aantrekkelijkste onderwerp, maar wie Van Constantijtje tot Tonio leest, het boek dat Rick Honings, Olga van Marion en Tim Vergeer over het thema samenstelden, kan alleen maar vaststellen: dit is een gouden greep geweest.

Er blijken namelijk maar weinig onderwerpen te zijn waardoor je zo scherp over de grenzen van de literatuur kunt nadenken als dit.

 

In zijn verhelderende afsluitende essay wijst de Rotterdamse hoogleraar Frans-Willem Korsten erop dat in alle besproken werken – aan de orde zijn dan onder andere de schrijvers Bilderdijk, Tollens, Van Eeden, Büch, Jansma en Enquist geweest – vooral poëtisch zijn, ook al zijn het verhalen. Ze maken, zegt Korsten, bijvoorbeeld allemaal heel sterk gebruik van herhalingen (‘stotteren’) en andere vormverschijnselen en ze gebruiken allemaal een vorm van aanspreken of oproepen van de overledene, de zogeheten ‘apostrofe’ die we ook meer met poëzie dan met proza associëren. Lees verder >>

Pas verschenen: Zolang de boom bloeit. Korte geschiedenis van de Friese literatuur

Door de eeuwen heen hebben Friese schrijvers en dichters in hun eigen taal geschreven: over zichzelf, over hun taal en over hun land. De Friese literatuur kent vele onverwachte schatten die de moeite van het ontdekken waard zijn. ‘Zolang de boom bloeit’ is daarvoor een mooi startpunt. In zeven hoofdstukken behandelt literatuurwetenschapper Joke Corporaal de belangrijkste ontwikkelingen en kenmerken van de Friese literatuur. Korte vensterteksten lichten deze geschiedenis vervolgens toe met sprekende voorbeelden over hoogte- en ook dieptepunten.

Het boek verschijnt tegelijkertijd in vier taalversies: een Nederlandse, een Friese, een Duitse en een Engelse.

Joke Corporaal, Zolang de boom bloeit. Korte geschiedenis van de Friese literatuur. Leeuwarden: Bornmeer. Informatie uitgeverij.

De kennisbasis op het hbo: Coen Peppelenbos reageert

Coen Peppelenbos, letterkundige en lerarenopleider op de NHL hogeschool: “Nadat eindelijk de publieke opinie een beetje is wakker geschud over het vakonderdeel literatuurgeschiedenis op de lerarenopleidingen, die volgens de herijkte kennisbasis pas vanaf 1880 hoeft te beginnen, waardoor docenten in het tweedegraads gebied minder hoeven te weten dan een vwo-leerling kwam er natuurlijk een reactie van de voorzitter van het Landelijk Vakoverleg Nederlands die geen zin heeft om het onderwerp opnieuw aan de orde te stellen. Zie bijvoorbeeld dit bericht van het Hoger Onderwijs Persbureau dat op diverse sites is geplaatst. Het stuk is feitelijk nogal onjuist.”

Lees Peppelenbos’ reactie op het literaire weblog Tzum.

De leraar Nederlands weet niet wie Multatuli is

Door Marc van Oostendorp

Nu heb ik er genoeg van. Al vijf jaar beschouw ik met verbazing het onderwijs Nederlands. Talloos zijn de problemen en er gebeurt veel te weinig om die op te lossen. Allerwegen verzekert men mij dat het van belang is constructief te blijven en met iedereen te overleggen. Te blijven zien dat iedereen het beste voor heeft en dat het vanzelf allemaal wel goed komt. Als we maar voorzichtig zijn.

Ik geloof het niet meer. Er zijn te veel cynici bezig alles af te breken, het onderwijs de afgrond in te drijven. Lui die gebruik maken van de laksheid en de voorzichtige vriendelijkheid van de mensen die wél iets weten en kunnen in het leven om ervoor te zorgen dat belangrijke pijlers van onze cultuur zo snel mogelijk worden kapot geslagen. Tijd om te zeggen dat we het niet meer pikken. No more Mr. Nice Guy.

Waarom ben ik zo boos?  Lees verder >>

Vlogboek – 7 vragen rondom het Wilhelmus waar niemand een antwoord op heeft

Een Vlogboekaflevering gericht op de literatuurgeschiedenis.

In deze video bespreekt Jörgen de eeuwenoude vraag wie het Wilhelmus heeft geschreven plus enkele verwante vragen.

(Bekijk deze video op YouTube.)

Bronnen:
René van Stipriaan – Lof de botheid
Het Wilhelmus toegelicht door Willem Wilmink
Eberhard Nehlsen – Eine bisher nicht bekannte Fassung des Wilhelmusliedes aus dem Jahre 1573
Mike Kestemont, Els Stronks, Martine de Bruin en Tim de Winkel – Van wie is het Wilhelmus?

Pas verschenen: Van Uffelen e.a. (red.) Literatur in Bewegung

Hoe veranderen literaire teksten wanneer ze grenzen overschrijden? En welke invloed heeft de materiële verschijningsvorm op de betekenis en het functioneren van literaire teksten? Deze en andere vragen staan centraal in de publicatie Literatur in Bewegung: Über die Dynamik von Texten in der niederländischen Literatur. In deze bundel wordt de dynamiek van literatuur vanuit verschillende invalshoeken aan de hand van concrete voorbeelden uit de moderne Nederlandse literatuur geanalyseerd. De focus ligt daarbij op verschuivingen in het literaire veld, de verhouding tussen de literaire tekst en zijn paratekstuele omkadering en de invloed van tijd en ruimte op de betekenis en functie van literaire teksten. Op die manier komen uiteenlopende onderwerpen aan bod, zoals kindergedichten van auteurs die doorgaans voor volwassenen schrijven, verstrippingen van literaire klassiekers, de problematiek van het vertalen en de vernieuwing van het romangenre in de jaren dertig.

Uffelen, Herbert van; de Geest, Dirk; de Bont, Marlou; Hermann, Christine (red.): Literatur in Bewegung. Über die Dynamik von Texten in der niederländischen Literatur. Bestelinformatie bij de uitgever.

13 februari 2018, Amsterdam: Masterclass Prof. James A. Parente, Jr. (Minnesota), Transnational Literary History in a Multilingual Ag

In this masterclass Prof. Parente will speak about Transnational Literary History in a Multilingual Age. After general discussion and a lunch break participants can discuss their own themes with professor Parente. The session after lunch will also be open for participants who have not sent in questions.

Literary history once again appears en vogue. With increasing frequency, there have been “new” histories of French (1989; 2010), German (2005), American (2009), and modern Chinese literature (2017), an “atlas” (atlante) of Italian literature (2010-2012), a spatial literary history of Denmark (2010), a new literary history of Al-Andalus (2000), and three separate encyclopedias of Neo-Latin writing (2013, 2015, 2017). A new paradigm for writing European literary history has also been exemplified by David Wallace (2016). Most notably, the final installment of the 10-volume, 8,000-page history of Dutch literature (GNL)was completed in late 2016. The Master Class will explore this renewed interest in literary history, the ways in which the traditional narratives of literary history have been questioned, discarded, or revised, and the recent challenges to writing literary history in the age of global connectivity. We will question the function of literary history, discuss its continued utility, and explore alternatives for writing history for the early modern period in which national and linguistic boundaries were still in flux. Special attention will be paid to the construction of transnational and multilingual narratives for the Low Countries. Lees verder >>

Pas verschenen: Rob van de Schoor, De koekoek werd beroemd… Dichters overstemd door de Tachtigers

Rob van de Schoor, De koekoek werd beroemd… Dichters overstemd door de Tachtigers. Nijmegen 2018, ISBN 978-94-92380-97-5, 351 p.

Poëziebloemlezingen zijn zeer geschikt om dichters in een groep samen te brengen en als zodanig een plaats in de literatuurgeschiedenis te bezorgen.

In 1974 verscheen bij Bert Bakker een bundel ‘romantische en opstandige verzen’, getiteld Al bleef ik eeuwig ongelezen. Tijdgenoten der Tachtigers die Tachtig meden of bestreden. De titelpagina vermeldt Lukas Peregrijn als auteur, maar wie die bladzijde omslaat, komt al meteen te weten dat ‘de projektgroep “J.A. Alberdingk Thijm”’ zich achter dit (van Thijm geleende) pseudoniem verschuilt: een groep neerlandici, verbonden aan de (destijds) Katholieke Universiteit Nijmegen, aangevoerd door dr. Karel Reijnders.

De dichters in deze bloemlezing, voor wie de moderne literatuurwetenschap de benaming ‘arrière-garde’ heeft bedacht, worden in dit boek als groep en als individuen bestudeerd. Aan de orde komen de volgende dichters: W.L. Penning Jr., Carel Vosmaer, Florentijn, P.A.M. Boele van Hensbroek, Louis Couperus, Fiore della Neve, J. Winkler Prins, Soera Rana, G. Waalner, C. Honigh, F.L. Hemkes en H. Cosman.

Het boek is voor 19,95 (excl. verzendkosten) te koop bij Antiquariaat Verzameld Werk in Nijmegen (e-mail verzameldwerk@telfortglasvezel.nl.

Vlogboek123 – Literatuurgeschiedenis / 17e eeuw: spektakel en betweters in het theater

Een Vlogboekaflevering gericht op de literatuurgeschiedenis.

In deze video bespreekt Jörgen de veranderingen binnen het Nederlandse theater in de tweede helft van de zeventiende eeuw.

Over de Bijbelse toneelstukken van Vondel, het spektakeltheater van Jan Vos en het Frans-classicisme van Nil Volentibus Arduum.

Besproken werken:
Joost van den Vondel – Inwydinge van ’t stadthuis t’Amsterdam
Joost van den Vondel – Lucifer
Jan Vos – Aran en Titus
Jan Vos – Medea
Andries Pels – Gebruik én misbruik des tooneels
Pieter Langendijk – Het wederzijds huwelijksbedrog

(Bekijk deze video op YouTube.)

9 december 2017, Sittard: Symposium ‘Eén jaar ‘Geschiedenis van de literatuur in Limburg’

Op zondag 16 oktober 2016 presenteerde de Commissie Literatuurgeschiedenis van het LGOG in Maastricht de Geschiedenis van de literatuur in Limburg, een boek dat qua inhoud en omvang velen verraste. Het wilde naast een chronologische beschrijving van literaire werken en ontwikkelingen in de literatuur ook een toetssteen en een ijkpunt zijn. Als zodanig heeft het in het eerste jaar na verschijnen ook gefunctioneerd in signalementen, commentaren en recensies in de pers en in vaktijdschriften, maar ook in persoonlijke reacties aan de auteurs, rechtstreeks en via sociale media. Literatuur in Limburg heeft een gezicht gekregen, ze bestaat aanwijsbaar.

De publicatie kende een gedegen voorbereiding. Na intensief commissiewerk werd het literaire veld in augustus 2012 door middel van een symposium in Roermond geïnformeerd. Daarna verscheen in januari 2013 de brochure Geschiedenis van de literatuur in Limburg – Blauwdruk, waarin de plannen publiekelijk werden uiteengezet. Lees verder >>

Meneertje vwo

Door Marc Kregting

Net nu ik door de bestandsnaam ‘def’ afstand heb gedaan van het voorrecht een boek te herschrijven, gebeurt er iets wat in die tekst aan bod had kunnen komen. Of het met identiteitspolitiek te maken heeft of met instituties of met geen van beide, weet ik eerlijk gezegd nog steeds niet. Maar feit bleef dat afgelopen week voor De Groene Amsterdammer Christiaan Weijts een standenmaatschappij heeft bevestigd in laaglandse literatuur. Naar aanleiding van de jongste roman van Alex Boogers waren dit de frappantste passages:

‘dit soort literaire buitenbeentjes. Ik denk aan Henk van Straten, Jan van Mersbergen, Auke Hulst, Walter van den Berg… dat soort mannen. Of jongens eigenlijk. Hoe verschillend ze ook zijn, in grote lijnen delen ze dit verhaal: ze zijn opgegroeid in achterstandswijken of plattelandsdorpjes, hadden een jeugd van gebroken gezinnen, ontsporingen, vulden hun cv’s met baantjes voor ongeschoolden (…)

Ook de uiterlijke overeenkomsten zijn meer dan bijkomstig. Ze beoefenen ruige sporten, hebben tatoeages of spelen in gitaarbandjes. (…)

Ook stilistisch is hier een verwantschap: geen mooischrijverij, geen stilistische virtuositeit, maar een directheid, een rauwheid, die je volks zou kunnen noemen. Mannen van weinig woorden. De blueszangers van onze literatuur. Ironie zul je hier evenmin aantreffen als geraffineerd gegoochel met fictie en werkelijkheid. Geen diepere lagen, intertekstuele verwijzingen of experimentele vormen. We hebben hier te maken met een andere literaire familie dan de tak Flaubert-Nabokov-Couperus-Nooteboom’

Heuse chavs in Holland! Ik vind Weijts exercitie nogal wat. Academisch populisme, populistisch would-be academisme of journalistiek die de eigen tijd weerspiegelt? Lees verder >>

Lotte Jensen benoemd tot hoogleraar Nederlandse literatuur- en cultuurgeschiedenis

Lotte Jensen is met ingang van 1 oktober 2017 benoemd tot hoogleraar Nederlandse literatuur- en cultuurgeschiedenis aan de Radboud Universiteit. Jensen doet onderzoek naar nationale identiteitsvorming en nationalisme in Nederland vanuit een cultuurhistorisch perspectief.

Lotte Jensen (1972, Hillerød, Denemarken) studeerde Nederlands en Wijsbegeerte aan de Universiteit Utrecht, waar ze in 1996 cum laude haar doctoraaldiploma Nederlandse historische letterkunde haalde en in 1997 haar doctoraaldiploma Geschiedenis van de Wijsbegeerte. In 2001 promoveerde ze aan de Universiteit van Amsterdam op onderzoek naar vrouwentijdschriften en journalistes in de achttiende en negentiende eeuw in Nederland.

Hierna werkte Jensen als docent en beleidsmedewerker aan de Universiteit Utrecht (Wijsbegeerte, Taal- en cultuurstudies en Liberal Arts and Sciences); als postdoc aan de Universiteit van Amsterdam en als gasthoogleraar aan de Universiteit Gent (België). Lees verder >>

Call for papers Achter de verhalen 2018

In 2016 vond in Groningen de bijzonder geslaagde zesde editie plaats van Achter de verhalen, het tweejaarlijkse congres voor de moderne letterkundige neerlandistiek.

De zevende editie zal van 18 tot 20 april 2018 in Antwerpen worden gehouden. Onder de titel De terugkeer van de geschiedenis zullen twee grote thema’s alsmede een speciale casus centraal komen te staan. Thema’s en casus zullen niet apart worden behandeld, maar drie dagen lang door elkaar aan bod komen:

Thema 1/ De invloed van historische gebeurtenissen op het thematische repertoire van fictieschrijvers, op poëticale evoluties alsook op literatuurwetenschappelijke paradigma’s

Lees verder >>

Pas verschenen: P.C. Hooft en de ongeziene, eerste ‘fontein’ van Amsterdam door Gerrold van der Stroom

Volgens versjes van de Amsterdammer P.C. Hooft kon kort na 1600 zijn stad roem ontlenen aan het huis en aan de fontein van signor Luz. Hij was evenwel de enige die dat zag. Sion Luz is een veelbesproken figuur maar aan zijn huis, met een galerij en met maar liefst een fontein, werd de afgelopen vier eeuwen voorbijgegaan.

Toch moet het een heel indrukwekkend huis zijn geweest en fonteinen waren er rond de eeuwwisseling in Holland nog niet te vinden. Hoe zag dat huis eruit en had Hooft soms de allereerste fontein van Amsterdam op het oog? Die vragen heeft niemand zich ooit gesteld, maar worden nu beantwoord door zogeheten kwijtscheldingsregisters te combineren met zes- en zeventiende-eeuwse kaarten, met tekeningen en prenten, en met een opmeting uit 1646/1647 van een huizencomplex dat eerder voor het chique Oudezijds Herenlogement werd gehouden. Lees verder >>

Een teveel aan ontzag, gecombineerd met een forse wrok

Door Marc van Oostendorp

N.A. Donkersloot (1902-1965)

Nico Donkersloot (1902-1965) wilde zijn oratie als hoogleraar Nederlandse letterkunde aan de Universiteit van Amsterdam graag beginnen met het woord dichten:  “laat dit het eerste woord zijn bij de aanvaarding eener taak, die, bemiddeld als zij is, slechts bij de gratie van het dichterschap gedacht kan worden.”

Donkersloot was voor hij hoogleraar vooral bekend als de dichter en criticus Anthonie Donker. Hij is een van de drie hoogleraren Nederlands die Marieke Winkler behandelt in haar onlangs verschenen proefschrift Geleerd of niet. Literatuurkritiek en literatuurwetenschap in Nederland, sinds 1876. De andere twee zijn Albert Verwey en Hans Gomperts.

Zij zijn op het eerste gezicht niet de meest opvallende geleerden die er ooit aan de Nederlandse universiteiten hebben rondgelopen. Lees verder >>