Tag: literatuur

Vlogboek – Een nieuw literair universum? Over het werk van Niña Weijers & Maartje Wortel

(Bekijk deze video op YouTube.)

Onlangs verscheen de nieuwe roman van Niña Weijers, Kamers antikamers, en dat boek gaat een opvallende verbinding aan met Dennie is een star van Maartje Wortel. De schrijfsters voeren elkaar op als personage, maar ook inhoudelijke elementen en gesprekken komen terug.

Is dit nu simpelweg het resultaat van de vriendschap tussen deze twee schrijfsters en dat ze er beiden voor kiezen om die vriendschap om te zetten en voort te zetten in de literatuur, of is er sprake van een beginnend Weijers-Worteluniversum?

Een video over een literair universum, katten en honden, intertekstualiteit, een literaire uitwisseltruc, een postmodern constructie, plagiaat, het avontuur van taal en tot slot de kamelen.

Besproken werken:
Maartje Wortel – Dennie is een star
Niña Weijers – Kamers antikamers

De schatkamer van… Stefaan Goossens

Door Stefaan Goossens

‘De schatkamer van…’ is een nieuwe rubriek in de DBNL-nieuwsbrief, ter gelegenheid van het twintigjarig bestaan van DBNL. In deze rubriek komt maandelijks een bekende DBNL-fan aan het woord, die vertelt over een schat die hij of zij uit de digitale bibliotheek heeft opgediept. Deze maand is dat Stefaan Goossens, hoofddocumentalist bij het Poëziecentrum in Gent.

‘De grootste schat in de DBNL is voor mij Reinaert de Vos, specifiek het exemplaar uit 1846 van de Stadsbibliotheek Haarlem met de berijming van Jan Frans Willems. De Reinaert is om te beginnen natuurlijk gewoon een rijk en interessant verhaal, maar begin negentiende eeuw was het wat in de vergetelheid geraakt in Vlaanderen. Na de onafhankelijkheid van België in 1830 vond er een sterke verfransing plaats van het openbaar leven, waardoor er maar weinig ruimte was voor de Vlaamse taal en cultuur. Willems was een groot beijveraar van de Vlaamse taal en cultuur en ageerde tegen deze ontwikkeling onder meer door bestaande Nederlandse teksten te bewerken voor een negentiende-eeuws publiek, waaronder dus het middeleeuwse verhaal over de streken van Reinaert. Lees verder >>

DBNL bestaat 20 jaar

In 2019 bestaat de Digitale Bibliotheek voor de Nederlandse Letteren twintig jaar. Dit jubileum zal uiteraard niet onopgemerkt voorbijgaan. Gedurende het hele kalenderjaar zullen via verschillende kanalen de schijnwerpers worden gericht op deze digitale schatkamer, die wereldwijd vrij toegankelijk is voor iedereen. Zo komt in de nieuwsbrief maandelijks een bekende DBNL-fan aan het woord, die vertelt over een schat die hij of zij uit de digitale bibliotheek heeft opgediept.

De stichting Digitale Bibliotheek voor de Nederlandse Letteren werd op 6 juli 1999 opgericht door de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde. In een tijd waarin het bezit van een computer met internetaansluiting lang niet zo vanzelfsprekend was als nu, bouwde een groep pioniers aan een digitale bibliotheek over de literatuur en cultuurgeschiedenis van het Nederlandse taalgebied. Al snel zag de overheid het belang van zo’n digitale bibliotheek en stelde via de Nederlandse Taalunie financiën beschikbaar voor de verdere ontwikkeling van de collectie. Inmiddels is de DBNL ondergebracht bij de Koninklijke Bibliotheek in Den Haag en zijn de Taalunie en de Vlaamse Erfgoedbibliotheek als samenwerkingspartners betrokken bij het beleid, de financiering (Taalunie) en de uitvoering in Vlaanderen (Vlaamse Erfgoedbibliotheek).

De DBNL-collectie omvat op dit moment meer dan 15.000 titels en groeit maandelijks met zo’n 20.000 pagina’s. De DBNL wordt jaarlijks ruim vier miljoen keer gevonden door onderzoekers, docenten, studenten en boekenliefhebbers van over de hele wereld.

Meld je hier aan voor de nieuwsbrief.

Verschenen: Vooys 36.3 ‘Politiek en literatuur’

In de derde Vooys van 2018 ligt de focus op het raakvlak tussen politiek en literatuur. Vanuit verschillende perspectieven werpen wetenschappers een kritische blik op dit veld. Letterkundige Sven Vitse trapt af: hij betoogt met het ook op zijn uiteenzetting van Thierry Baudets Voorwaardelijke liefde (2017) en Teun van de Keukens Goed volk (2017) dat de ‘conservative turn’ niet alleen in de politiek, maar ook in de Nederlandse letteren zijn sporen nalaat. Neerlandica Maartje Amelink neemt vervolgens de ‘literaire non-fictie’ van Nederlandse oud-Ruslandcorrespondenten onder de loep. Ze bekijkt op welke manier zij hun realiteitsobservaties legitimeren. Ivo Nieuwenhuis, docent-onderzoeker vroegmoderne Nederlandse letterkunde, neemt een duik in het revolutietijdvak (1780-1800). Hij onderscheidt in zijn artikel vier schrijversrollen die samen de politieke aspecten van literatuur uit deze periode illustreren. Voorts past neerlandica Kim Schoof in haar essay de politieke filosofie van Hegel toe op De waan van Cotard (2016) en laat hiermee zien hoe moeilijk het is om institutionele erkenning te krijgen in de huidige laatmoderne tijd. Lees verder >>

De meesterlijke ironie van Harry Mulisch

Door Marc van Oostendorp

In de novelle Het beeld en de klok van Harry Mulisch vindt een personage dat ‘de meester’ wordt genoemd en in wie de lezer vrij gemakkelijk de contouren van de schrijver kan onderscheiden een ironieteken uit:

Dat nieuwe leesteken had hij ingevoerd omdat hij voortdurend verkeerd werd begrepen. Omdat het uitroepteken gezien kon worden als het cijfer één met een punt eronder, ! en het vraagteken als het cijfer twee met een punt eronder, ?, was het ironieteken [een drie met een punt eronder]. Bij de aanvaarding van zijn orde in het koninklijk paleis had hij uiteengezet, dat dus nog een oneindig aantal leestekens mogelijk was, – met als culminatie: [∞ met een punt eronder].

De liefhebber van Mulisch vindt dit, als ik op mijn eigen oordeel mag afgaan, briljant. Het is ook Mulisch ten voeten uit: niet te bescheiden om de wereld niet te voorzien van een oneindig aantal leestekens, als dat ervoor kan zorgen dat de schrijver beter begrepen wordt. Lees verder >>

Literaire last

  1. Door Jos Joosten

Eén ding is zeker: als Thierry Baudet niet bekend was geweest vanwege zijn andere publieke activiteiten, dan zou geen uitgever op het idee zijn gekomen zijn novelle ‘Van elk waarheen bevrijd’ uit te geven. Het is het totaal onopzienbarende verhaal van een totaal onopzienbarend hoofdpersonage. Gepensioneerde muziekleraar, met monomane en autistische trekjes, kijkt terug op een mislukt huwelijk en een mislukte affaire met een leerling. The End.

Nu zegt zo’n samenvatting natuurlijk niets: je kunt een briljant boek schrijven over een mislukte handel in kaas. Baudet heeft alleen een klein probleempje, namelijk dat hij niet kan schrijven. Dat is normaal gesproken natuurlijk helemaal niet erg. Er zijn talloos veel miljoenen Nederlanders die dat niet kunnen. Maar het is toch wel een beetje een handicap als je schrijver probeert te zijn. Lees verder >>

Pas verschenen: Kornee van der Haven & Jürgen Pieters (red.), Lyric Address in Dutch Literature (1250-1800)

Lyric Address in Dutch Literature ​ (1250-1800) ​is een boek waarin 10 lyrische gedichten uit de periode van Hadewijch tot en met Bellamy worden besproken met speciale aandacht voor vormen van aanspreking in deze gedichten. Het boek onderzoekt hoe het lyrische karakter van de gedichten  tot uiting komt door de nadrukkelijke aanwezigheid van een lyrisch ik (of een lyrisch wij) dat zich door te spreken profileert ten opzichte van een object (een abstractie, een persoon, de lezer), een spreken dat mogelijk verband houdt met een maatschappelijke werkelijkheid buiten of binnen het gedicht. De spanning tussen nabijheid en afstand (tot dat maatschappelijke domein) is een van de belangrijkste aandachtspunten van het boek, evenals de wijze waarop poëzie als een individuele uitingsvorm spanningen in de samenleving blootlegt. De auteurs vestigen hun aandacht op de literaire (stijl)middelen en registers (zoals de apostrof) die in de bestudeerde gedichten worden toegepast om bijvoorbeeld een publiek aan te spreken en hoe die middelen het (lyrische) ik helpen te positioneren ten opzichte van het maatschappelijk domein.
Lees verder >>

Joost Zwagerman en de werkelijke werkelijkheid

Door Marc van Oostendorp

Het boek Leven in een doodgeboren droom. De wereld van Joost Zwagerman van Rémon van Gemeren kun je het beste van achteren naar voren lezen: beginnen bij het overzichtsessay dat aan het eind staat, dan de thematisch geordende stukken over Zwagermans essays (met thema’s als ‘romantiek’, ‘beeldende kunst’ en ‘zelfdoding’) en tot slot de gedetailleerde analyses van dichtbundels en verhalend proza

Er rijst dan een beeld op van een schrijver die zijn hele carrière blijk gaf van een wereldbeeld dat je misschien niet klinisch maar dan toch wel literair depressief zou mogen noemen. En het beeld van een neerlandicus die het raadsel probeert te ontsluieren. Lees verder >>

26 april 2018, Leiden: Symposium & Boekpresentatie Van Constantijntje tot Tonio

Donderdag 26 april 2018
15.00-17.00 uur + borrel
Universiteitsbibliotheek Leiden

Wij nodigen u graag uit voor het symposium en de boekpresentatie rondom de nieuwe bundel Van Constantijntje tot Tonio. Het dode kind in de Nederlandse literatuur (onder redactie van Rick Honings, Olga van Marion en Tim Vergeer) op donderdag 26 april 2018 om 15.00 uur. Het symposium wordt gehouden in de Vossiuszaal van de Universiteitsbibliotheek, Witte Singel 27 te Leiden.

Een onderbelicht genre

Al in de vroegmoderne tijd wist Joost van den Vondel zijn publiek diep te raken met het gedicht over zijn overleden zoontje Constantijntje. Ook in de negentiende eeuw uitten vele dichters het verdriet om hun gestorven kinderen in hun werk, zoals Willem Bilderdijk, Hendrik Tollens en François HaverSchmidt. Recentelijk is er een ware hausse aan ‘dodekindliteratuur’. Denk maar eens aan Schaduwkind van P.F. Thomése, Contrapunt van Anna Enquist, Tonio van A.F.Th. van der Heijden én zelfs De kleine blonde dood van Boudewijn Büch. Het zijn voorbeelden van een onderbelicht, maar aangrijpend en intiem genre in de Nederlandse literatuur. Lees verder >>

Zeven Leeuwarder schrijvers bij de Microgalerie

Door Reinier Salverda

Op! Op!

Op, socialisten, anarchisten, feministen, idealisten, frisisten, romantici, dichters, schrijvers, wereldreizigers, speurneuzen en lezers!

Op, allemaal, en naar Leeuwarden!

Naar de Eewal, waar bij de Microgalerie in zeven ramen langs de straat de grote schrijvers van de Nederlandse en de Friese literatuur dag en nacht te zien zijn met portretten, boeken en teksten.

De tentoonstelling is zopas van start gegaan en loopt tot en met 1 mei a.s.

Informatie: de website van Microgalerie.

Alleen halsstarrige joden gebruiken Jiddische woorden

Door Ewoud Sanders

Eduard Gerdes. In welk jaar deze foto, uit de collectie van het Letterkundig Museum, is genomen, is niet bekend.

Twee zwervelingen, een jeugdboek uit 1882 waarin een joodse jongen tot het christendom wordt bekeerd, bevat uitzonderlijk veel joodse woorden en uitdrukkingen, namelijk 41 – beduidend meer dan alle andere jeugdverhalen in dit genre. Het boek is geschreven door Eduard Gerdes, indertijd een beroemde schrijver, en beleefde drie drukken. Waar haalde Gerdes die joodse woorden en uitdrukkingen vandaan en welke functie hadden ze?

Eduard Gerdes (1821-1898) behoort tot de productiefste en meest gelezen jeugdboekenschrijvers uit de tweede helft van de 19de eeuw. Hij werd in Kleef in Duitsland geboren, als jongste in een gezin met zes kinderen. Twee kinderen stierven bij hun geboorte en drie op jonge leeftijd bij een epidemie, zodat Eduard als enig kind overbleef. Zijn vader stierf jong, zijn moeder was zeer godsdienstig. ‘Elken avond moest ik haar een hoofdstuk uit haren (duitschen) Bijbel voorlezen’, schreef hij later in het tijdschrift Oud en Nieuw (1891:221). Gerdes hield hier een gedegen Bijbelkennis aan over. Hij werd onderwijzer, werkte korte tijd in Duitsland en vestigde zich vervolgens in Amsterdam. Daar kwam hij in 1856 in contact met dominee Jan de Liefde (1814-1869). Lees verder >>

Vanavond, 24 januari, Utrecht: Gesprek over literatuur, narrativiteit en psychiatrie

Literatuur, narrativiteit en psychiatrie – een gesprek tussen een schrijver, een psychiater en een geesteswetenschapper over het belang van verhalen.

Eerste publieksdialoog uit de reeks ‘De Nieuwe Utrechtse School’. Woensdag 24 januari 2017, 19:30-22:00, Auditorium WKZ Utrecht (toegang gratis, aanmelding verplicht).

Met: Femke Schavemaker (Karkas, 2017), Prof dr. Floor Scheepers (Hoofd afdeling psychiatrie UMCU) en dr. Gaston Franssen (docent-onderzoeker UMCU/UVA)

De mens is een verhalenverteller. We vertellen voortdurend verhalen – over onszelf, waar we vandaan komen, hoe we ons voelen, wat belangrijk voor ons is. Maar wat nu als je ziek wordt? Wat als je verhaal hapert of stokt? Wat als het verhaal over jezelf een wending neemt waar je zelf maar ten dele controle over hebt, bijvoorbeeld bij een depressie, een trauma, of een psychische stoornis? Lees verder >>

Vlogboek120 – Literatuur over de relatie tussen mens en technologie

In deze video bespreekt Jörgen enkele voorbeelden uit de Nederlandse literatuur waarin de relatie tussen mens en technologie centraal staat: kunstmatige intelligentie, transhumanisme en dataficering.

Met korte theoretische stops bij de cyborgs van Donna Haraway en de technologische singulariteit van Ray Kurzweil.

De volgende werken komen langs:
Hanna Bervoets – Fuzzie
Yves Petry – De achterblijver
William Gibson – Neuromancer
Auke Hulst – Slaap zacht, Johnny Idaho
Maxim Februari – Klont

(Bekijk deze video op YouTube.)

Molière aanvullen met onderbroekenlol

Door Marc van Oostendorp

De romanschrijver en anglist Frans Kellendonk schreef eens dat hij het betreurde dat Nederlandse anglisten zich zoveel met Jane Austen en Shakespeare bezig hielden. Wat viel er vanuit onze moeras nog aan die enorme berg bij te dragen. Beter konden zij zich over vertalingen van Shakespeare buigen, en over de manier waarop Austen in onze streken in de loop der tijd is ontvangen. Dat zou pas echt een interessante bijdrage zijn.

Inmiddels hebben de vreemdetalenstudies zich voor een belangrijk deel in de door Kellendonk gewenste richting gewend. Het onlangs verschenen boek Literaire bruggenbouwers tussen Nederland en Frankrijk is er een goed voorbeeld van: het neemt een cultuur in beschouwing die in ieder geval historisch nóg belangrijker is geweest dan de Engelse, en laat zien hoe belangrijk het Frans en de Franse letteren eeuwenlang in Nederland zijn geweest. Lees verder >>

Vrouwendienst, het vrouwbeeld bij Vestdijk

Afbeelding: Fons Montens

Naar eigen zeggen hield Simon Vestdijk het meest van zijn vrouwelijke personages. Toch is er over zijn ‘vrouwvolk’ veel te doen geweest. De meningen lopen uiteen van ‘heeft geen verstand van vrouwen’ tot aan ‘zij zijn een feest voor de lezer.’ Heeft de Vestdijkkunde wel een compleet vrouwbeeld opgeleverd? Valt er nog wat aan toe te voegen of op af te dingen? Jazeker! Dat zal blijken op het symposium van de Vestdijkkring over Vrouwendienst, het vrouwbeeld bij Vestdijk.

Het vrouwbeeld bij Vestdijk heeft maatschappelijke, historische én filosofische wortels volgens welke bij verliefdheden twee reacties mogelijk zijn: vluchten of vechten.

Niet alleen in zijn werk, ook in zijn persoonlijk leven was Vestdijk steeds op zoek naar een ideale liefde. Lang heeft de omgang met Jet van Eyk geduurd, aan wie hij schreef: ‘Wij zijn van elkaar’. Maar volgens Jet kwam zij voort uit zijn fantasie: ‘In zekere zin heeft Vestdijk mij verzonnen’. Lees verder >>

Literaire bruggenbouwers tussen Nederland en Frankrijk

(Persbericht AUP)

Lang gold Parijs als het centrum van de wereldliteratuur en was het Frans een internationale lingua franca. Het effect daarvan is te merken in de geschiedenis van de Nederlandse literatuur, die vaak een sterke gerichtheid op Franse modellen vertoonde. Andersom heeft Nederland op verschillende momenten een rol gespeeld als cultureel ideaal voor Franse schrijvers.

Dit boek beschrijft de geschiedenis van de literaire betrekkingen tussen beide landen aan de hand van een aantal case studies. Enerzijds wordt ingegaan op het belang van Frankrijk als cultureel ijkpunt en de daarmee samenhangende meertaligheid en aanwezigheid van Franse werken in Nederlandse boekencollecties. Lees verder >>

Verschenen: Journal of Dutch Literature 8.1

Het nieuwe nummer van het tijdschrift Journal of Dutch Literature is verschenen. Het tijdschrift wordt open access uitgegeven: alle artikelen zijn gratis opvraagbaar.

Vol 8, No 1 (2017)

Table of Contents

Mocking the Mob of Middle-Class Tourists: Dutch Nineteenth-Century Novels Competing with Travel Guides
Fieke De Hartog, Rob Van de Schoor
PDF

Herta Müller and Hafid Bouazza. Two Supra-National Writers
Alexa Stoicescu
PDF

Die a Hero in Langemarck. Flanders in the Nazi Poetry of Heinrich Anacker
Anneleen Van Hertbruggen
PDF

‘My Very Own Citizen Kane’, Inspired by Godard and Fellini: Frans Weisz’s Adaptation of Remco Campert’s Het gangstermeisje
Peter Verstraten
PDF

Reviews

New Dutch Pathways in Literary Analysis: Vooys 33:2 (2015). Special theme issue on ‘The Fundamentals of Literary Theory’
Emiel Nachtegael
PDF

Lotte Jensen, ‘Celebrating Peace: The Emergence of Dutch Identity, 1648-1815’ and ‘The Roots of Nationalism: National Identity Formation in Early Modern Europe, 1600-1815’
Feike Dietz, Carmen Verhoeven
PDF

Wederwaardigheden bij het editeren: een in stukken gesneden meesterwerk

                                                                                                                 Door Viorica Van der Roest

De Parthonopeus van Bloys is fragmentarisch overgeleverd. Dat betekent dat we geen volledige handschriften van de roman hebben, maar alleen maar losse stukken, die her en der in oude boekbanden zijn opgedoken. Dat is natuurlijk jammer, maar we hebben het ermee te doen. En gelukkig zijn het niet maar snippertjes; het gaat zelfs vaker om bladen dan om strookjes. Het zijn er ook niet weinig: 10 stroken en maar liefst 58 bladen, afkomstig uit zes verschillende handschriften. Vandaag in deze serie een korte geschiedenis van hoe die fragmenten vanaf de 19e eeuw weer terug zijn gekomen uit de vergetelheid.

In de 16e en 17e eeuw was het verhaal van Parthonopeus en Melior in onze streken alleen nog bekend in een volksboek, dat niet terug gaat op de Middelnederlandse roman, maar op een Spaans volksboek. Wat er met de middeleeuwse Parthonopeushandschriften gebeurd was, is niet minder dan een horrorfilm voor liefhebbers van boeken: in stukken gesneden werden ze, en dan gebruikt als verstevigingsmateriaal voor nieuwe boeken. Dat gebeurde natuurlijk niet alleen met Parthonopeushandschriften, maar met alle middeleeuwse handschriften die om wat voor reden dan ook niet meer gebruikt werden. Lees verder >>

Boekpresentatie Idolizing Authorship & interview Christiaan Weijts

Of we het leuk vinden of niet, dat we in een Celebrity Society leven zal niemand ontkennen. Celebrity mag dan vooal betrekking hebben op filmsterren, popidolen en sporthelden, het fenomeen is allerminst voorbehouden aan de wereld van entertainment en populaire cultuur. Ook in de literatuurgeschiedenis kunnen tal van celebrities worden gevonden

Op donderdag 9 maart 2017 zullen Gaston Franssen (UvA) en Rick Honings (UL) de door hen samengestelde bundel Idolizing Authorship. Literary Celebrity and de Construction of Identity, 1800 to the Present ten doop houden. Tijdens een klein symposium komen beroemdheden als Henrik Ibsen, Harry Mulisch en Haruki Murakami aan de orde. Het eerste exemplaar wordt overhandigd aan Christiaan Weijts. Hij werd door de publicatie van zijn roman Art. 285b (2006) in een keer een literaire ster. Hij zal door Franssen en Honings worden geïnterviewd.  Lees verder >>

De binnenlanden van het zuiden

door Rien Rooker

Na een veertigjarige loopbaan als neerlandicus in het (Noord-)Nederlandse onderwijs denk je alles in je vak wel zo’n beetje gezien te hebben. Dat je dan toch nog opeens geconfronteerd wordt met een volstrekt blinde vlek in je kennisgebieden, is beslist een unieke ervaring. Toch was dat exact mijn beleving bij Tom Verschaffels De weg naar het binnenland, dat ik in éen ruk heb uitgelezen.

De voorgeschiedenis van het boek is bekend. Het boek is onderdeel van de nieuwe, vrijwel voltooide Geschiedenis van de Nederlandse literatuur. De reeks beoogde een geïntegreerde beschrijving van de Noord- en Zuidnederlandse letterkunde te geven vanaf het begin tot heden. Al werkend bleek dat voor de periode 1700-1800 niet vol te houden en kreeg Tom Verschaffel de opdracht om een afzonderlijk deel voor de situatie in het zuiden te schrijven.

Voor die beslissing dient de redactie geprezen te worden. De auteur nog meer. Waarom? Dat geeft hij reeds in zijn voorwoord zelf aan. Die Zuidnederlandse letterkunde bestaat in de achttiende eeuw eigenlijk niet. In zijn dankwoord aan het slot van boek bedankt hij allen, die hem het schrijven van dit onmogelijke boek toch mogelijk gemaakt hebben – zijn eigen woorden!

[Lees het volledige artikel]

In december plaatste Neerlandistiek een interview met Tom Verschaffel