Tag: liedjes

Petofilologie

Door Marc Kregting

In coronatijd verscheen Grondtonen. Als muzikanten schrijvers wordenDeze bundel onder redactie van Francis Mus bevat maar liefst dertig artikelen over literatuur bij zangvogels met een divers pluimage.

Ik schreef een stuk over de taal van Herman Brood, met de nadruk op zijn complexe Nederlands. Na verschijning stuitte ik, zoals dat gaat, op informatie die ik beter had vermeld. Ditmaal is de aanleiding Broods antiautoritaire imperatief uit 1979: ‘Maak van jouw scheet een donderslag’. Daar valt sowieso meer over te zeggen dan ik me in het bestek van een artikel kon permitteren.

Lees verder >>

Honderdduizenden liedjes

Door Marc van Oostendorp

Ik ben zo iemand die geen idee heeft wie Ruud de Wild is. Of in ieder geval, die dat idee niet had, tot hij het gloednieuwe Songbook van Ruud de Wild las. Nu weet ik het wel: een man van 51 die dj is geweest en dus meent dat hij kan schilderen en overal verstand van heeft.

Het maakt niet uit: het Songbook van Ruud de Wild is een heel boek geworden, dat iedereen moet kopen die geïnteresseerd is in de Nederlandse cultuur, omdat het een ondergewaardeerd aspect van die cultuur beschrijft: de liedcultuur. Het boek behoorde bij een tentoonstelling die nu in Den Haag zou worden gehouden en die nu waarschijnlijk tot oktober wordt uitgesteld. Want het Songbook van Ruud de Wild gaat over heel veel aspecten van het lied: niet alleen over wat liederen uit de Top-2ooo, maar over de hele geschiedenis van het lied, van de middeleeuwen tot nu. En dan over de teksten én de muziek én de manier waarop beiden verspreid raakten door de tijd.

Lees verder >>

Het coronalied en het choleralied: zingen in tijden van rampspoed

Door Lotte Jensen

Onlangs lanceerde een groep van 100 BN’ers het benefietlied ‘zon’. Het lied, dat al snel tot ‘coronalied’ werd omgedoopt, riep op tot eensgezindheid. Twee zinnen eruit: ‘Vandaag draag ik het hart van iedereen’ en ‘ik doe wat een ander van me nodig heeft’. Het was bij lange na niet het enige muzikale initiatief. Zo zong Alain Clark een ode aan alle zorgmedewerkers en nam het Rotterdams Philharmonisch Orkest een unieke en veelgeprezen versie van ‘Alle Mensen werden Brüder’ op, tot genoegen van niemand minder dan Oprah Winfrey. En dan waren er nog Davina Michelle en Snelle die ‘Zeventien miljoen mensen’ in een leeg Ahoy speelden.

Lees verder >>

‘Omgedraaid’

Door Nico Keuning

Inmiddels woon ik alweer vijftien jaar achter de Zeeweg te H., op nog geen vijfhonderd meter van de plek waar het gebeurde. Er is nu een rotonde, maar toen stonden er stoplichten. Is híj op de fiets door rood gereden, of was het de auto die hem heeft geschept? De elfjarige Johan, vriendje van Maarten van Roozendaal (1962-2013), overleed de volgende ochtend in het ziekenhuis. Bijna dertig jaar later schreef Van Roozendaal er een lied over. Geen naam, niet in de titel noch in de tekst, maar een veelzeggend ‘jij’: ‘Jij blijft bij mij’. Lees verder >>

Zoveel te doen

Door Bas Jongenelen

Onlangs hoorde ik op de radio ‘Zoveel te doen’ een van de hits van Toontje Lager. Ik moest daardoor denken aan de wijze les van Gerard Reve over tijdloze literatuur. In het openbare college ‘Echt gebeurd is geen excuus’ (opgenomen in de bundel Zelf schrijver worden) legt hij uit dat literatuur pas tijdloos kan worden als een verhaal in een duidelijke tijd geplaatst wordt. Het geeft de lezer houvast, de lezer weet in welke tijd het verhaal zich afspeelt en hij kan zich een voorstelling maken van de personages en hun handelen. Wanneer je een verhaal leest zonder dat je weet wanneer het zich afspeelt, dan tast je in het duister. Volgens Reve moet je zo duidelijk mogelijk zijn, het liefst met een datum erbij. Niet voor niets luidt de eerste zin van De avonden ‘Het was nog donker, toen in de vroege morgen van de tweeëntwintigste december 1946 in onze stad, op de eerste verdieping van het huis Schilderskade 66, de held van deze geschiedenis, Frits van Egters, ontwaakte.’ Zo’n datum hoeft voor mij niet per se, maar er dienen wel aanwijzingen te zijn die mij als lezer vertellen hoe ik het verhaal moet plaatsen.

Lees verder >>

Van jouw ras, ras, ras

Door Marc van Oostendorp

Bron: gekshirt.nl

Waarom staan er in zoveel Nederlandse kinderliedjes regels die beginnen met “van je”? Dat is de fascinerende vraag van een artikel dat Norbert Corver bijdroeg aan de feestbundel voor de eminente Gentse taalkundige Liliane Haegeman die deze week online verscheen.

Het zijn er inderdaad heel veel. Corver geeft onder andere de volgende voorbeelden:

Van je ras ras ras
rijdt de koning door de plas
Van je voort voort voort
rijdt de koning door de poort
Van je erk erk erk rijdt de koning naar de kerk
Van je één, twee, drie!

Lees verder >>

Jouw iedere beweging

Door Kristel Doreleijers

Op 8 mei 2019 kwam de nieuwe Nederlandstalige single Hoe Het Danst van Marco Borsato, Armin van Buuren en Davina Michelle uit. Borsato omschrijft het nummer op zijn website als ‘een liefdeslied waarin het verhaal wordt verteld van twee mensen die niet goed weten hoe ze met elkaar verder moeten’. De single is de eerste in een nieuwe reeks samenwerkingen tussen Borsato en andere artiesten, een idee van songwriter en producent John Ewbank. Die laatste naam zal menig taalkundige en (met name) taalpurist zeker nog in het geheugen gegrift staan, denkend aan het Koningslied en de veelbesproken regel “de dag die je wist dat zou komen”. En laat in de nieuwe single nu precies weer zo’n (op)merk(ens)waardige zinsconstructie ten gehore worden gebracht! In Hoe Het Danst begint Borsato als volgt:  

Sleutels vast de deurknop heb ik in mijn hand 
Maar ik twijfel of ik nog wel echt naar binnen kan
Jouw iedere beweging lijkt bij mij vandaan
Ik heb je hart zo lang niet open meer zien staan 

Nu gaat het natuurlijk om de woordgroep “jouw iedere beweging” in de derde regel.

Lees verder >>

Ik weet gewoon niet hoe / Bij alles wat ik doe

Door Marc van Oostendorp

Soms vragen mensen aan mij: wat vind jij nu echt slechte taal? Sinds gisteren heb ik daar een nieuw antwoord op: het lied Als het avond is van het duo Suzan & Freek:

Soms voel ik me slecht, dat je niet zo vaak meer echt praten wil
Dan mis ik de tijd dat ik kwaad op je kon zijn, nu is het stil
Met het vallen van de nacht
Fluister ik nu zacht; hoor je mij misschien?

Ik weet gewoon niet hoe
Bij alles wat ik doe

Ik kan het niet hebben als het avond is
Oh want ’s avonds mis ik je vaak
Je weet dat ik niet luister als je praat als dit
En me raakt als dit
En dan gaat

Zeg me dat het goedkomt
Geef me stukjes toekomst
Of moet ik je maar laten gaan

Ik kan het niet hebben als het avond is
Ik heb je vaak gemist inderdaad

Nu sta je hier weer voor me,
ik twijfel geen seconde, voel jij dit ook?
Jouw hand in de mijne of is dit te weinig om door te gaan?
Bij alles wat je zegt
ik voel niet dat je vecht, is dit klaar misschien?

Lees verder >>

Verschenen: cd ‘Hogelieder en de slieder en de kierekarikee’

Deze week verscheen de cd ‘Hogelieder en de slieder en de kierekarikee’ waarop de Utrechtse neerlandicus Laurens Ham met zijn folkband ‘Moi, le voisin’ 10 bewerkingen van Nederlandse volksliederen presenteert, allemaal afkomstig van het roemruchte radioprogramma Onder de groene linde. Laurens Ham:

Voor dat extreem lang lopende programma (1957-1993) reisde Ate Doornbosch, na enige tijd werkend voor het Meertens Instituut, heel Nederland door om mensen op zekere leeftijd de volksliedjes uit hun jeugd te laten zingen. Prachtliedjes zaten daar allemaal tussen, die inmiddels allemaal in de collectie van het Meertens Instituut zitten en een paar jaar geleden op box zijn uitgekomen – een selectie, wel te verstaan. Wij kozen daar weer tien liedjes uit, met een zekere voorkeur voor de liedjes die enigszins aan de macabere kant zijn (‘expliciet!’ waarschuwt Spotify).

Behalve op Spotify verschenen de liedjes ook in een kleine oplage als een handgestempelde, handgevouwen ‘congresmap’, met daarin niet alleen een cd, maar ook twee korte essays en tien tekstbladen waarin de liederen uitvoerig worden toegelicht. Die cd kunt u hier bestellen.

Ilja Leonard Pfeijffer als songschrijver

De taal van Ilja Leonard Pfeijffer (26)

Door Marc van Oostendorp

“Een goede songtekst,” poneert Ilja Leonard Pfeijffer in zijn zelfhulpgids Hoe word ik een beroemd schrijver?, “spreekt simpele, heldere taal. Je kunt je gewoon niet permitteren wat je je in een gedicht allemaal toestaat om te doen.” Pfeijffer heeft enig recht van spreken, omdat hij heeft bijgedragen aan twee cd’s van de zangeres en actrice Ellen ten Damme.

In die liedjes heeft Pfeijffer deze les over het algemeen zelf ter harte genomen. Afgezien van misschien sommige politieke columns is er geen deel van het oeuvre dat zoveel mensen zo moeiteloos zullen begrijpen als de liedjes:

Ze boeren, scheten, hebben geen manieren.
Ze roken niet, ze drinken niet, ze janken
en krijsen hopeloos als wilde dieren.
Toch moet je op je blote knieën danken
dat jij je aan het mooiste mag gaan wijden,
al zou je ze het liefst aan reepjes snijden.

Het raadsel is voor mij niet interessant.
Ik hoef niets nieuws. Ik ben al wie ik ben.
Ik hoef geen roze poep in luierland,
want ik ben tegen kinderen. Nou en?

Er zitten wel wat Pfeiffer-elementen in. Lees verder >>

Online: Louis Peter Grijp-lezing 2017 door Geert Buelens

De Louis Peter Grijp-lezing 2017 door Geert Buelens (‘De schaduw van 1585 en 1967. Laaglandse geschiedenis en hippiecultuur in het werk van de Vlaamse zanger Wannes Van de Velde’) vond plaats op 10 mei 2017 in de Aula van het Academiegebouw te Utrecht.

Toen Wannes Van de Velde (1937-2008) overleed, noemde The Independent hem even belangrijk voor het Vlaamse lied als zijn landgenoot Jacques Brel was voor het Franse. Dat was geen overdreven lof voor de zelfverklaarde Antwerpse “liekeszanger”, al was het maar de halve waarheid. Van de Velde schreef inderdaad een aantal liedjes die klassiek zijn geworden, maar voorts geldt hij als de belangrijkste schakel tussen de orale liedtraditie die soms eeuwen teruggaat en de moderne wereld van de folkrevival en de singer-songwriters uit de jaren zestig. Lees verder >>

10 mei 2017: Tweede Louis Peter Grijp-lezing door Geert Buelens

Wannes Van de Velde, 1967 – De Nieuwe Gazet

Op 10 mei vindt de tweede Louis Peter Grijp-lezing plaats. Hij wordt uitgesproken door Geert Buelens, hoogleraar Moderne Nederlandse Letterkunde aan Universiteit Utrecht, dichter en essayist, onder de titel:

De schaduw van 1585 en 1967. Laaglandse geschiedenis en hippiecultuur in het werk van de Vlaamse zanger Wannes Van de Velde

Toen Wannes Van de Velde (1937-2008) overleed, noemde The Independent hem even belangrijk voor het Vlaamse lied als zijn landgenoot Jacques Brel was voor het Franse. Dat was geen overdreven lof voor de zelfverklaarde Antwerpse “liekeszanger”, al was het maar de halve waarheid. Van de Velde schreef inderdaad een aantal liedjes die klassiek zijn geworden, maar voorts geldt hij als de belangrijkste schakel tussen de orale liedtraditie die soms eeuwen teruggaat en de moderne wereld van de folkrevival en de singer-songwriters uit de jaren zestig. Lees verder >>

Waar werd oprechter trouw?

Door Marc van Oostendorp


Het is alweer bijna twee maanden geleden dat de musicoloog Louis Peter Grijp overleed. We waren collega’s op het Meertens Instituut en ik had de eer dat ik gisteren bij een indrukwekkende, waardige herdenkingsbijeenkomst in Utrecht iets mocht vertellen over de manier waarop we Louis’ werk proberen voort te zetten. (Er waren sowieso veel praatjes over het voortzetten van Louis’ plannen; hij was een man die een enorme locomotief op de rails wist te zetten, en die locomotief kan nu alleen nog maar doorrijden.)

Grijp werd onder andere beroemd vanwege zijn Liederenbank en hij haalde een paar keer het nieuws met ontdekkingen die hij met behulp van de Liederenbank had gedaan. Zo ontdekte hij bijvoorbeeld de melodieën waarop de reien in Vondels toneelstuk Gijsbrecht van Aemstel gezongen werden.

In de zeventiende eeuw werden melodieën vaak niet opgeschreven. Liedjes (en dus ook reien) werden gezongen op bekende melodieën, maar zelfs welke melodie dat dan was weten we vaak niet meer. We kunnen het wel uitvinden wanneer we de structuur van de tekst goed bestuderen: die tekst moet natuurlijk op de melodie passen en omgekeerd, als we een betrekkelijk ingewikkelde melodie waarop je een lied kunt zingen, kun je er – als aan enkele andere voorwaarden is voldaan – van uitgaan dat die melodie ook bij het lied hoort.

Lees verder >>

Crowdfunding: verzetsliederen tegen Napoleon

De Napoleontische tijd heeft begin negentiende eeuw diepe sporen in Nederland nagelaten. Relatief onbekend is hoe wij ons verzet hebben tegen de Franse inlijving. Tijdens zijn promotieonderzoek stuitte de Nijmeegse historicus Bart Verheijen op verzetsliederen die dat prachtig symboliseren. Verheijen is nu een crowdfundcampagne gestart om deze liederen beschikbaar te maken voor het grote publiek.

Unieke bron van verzet
Sterf Tiran! Oranje Boven! Grijpt de wapenen, vrije Bataven! De liedteksten geven een goed beeld van de impact van de Franse inlijving op de bevolking. De liederen werden bovendien gezongen om het strenge Franse systeem van censuur te ontwijken. Tijdens de jaren 1806-1813, toen andere mediakanalen niet langer of nog niet beschikbaar waren, vormden deze verzetsliederen dan ook hét middel om de bevolking te informeren en te verbinden.

Lees verder >>

Rowwen Hèze gaat digitaal


Door Leonie Cornips
In diepe stilte werken we hard aan het Limburgportaal in de Digitale Bibliotheek  voor de Nederlandse Letteren, die iedereen de DBNL noemt. De DBNL was altijd zelfstandig maar is met ingang van 1 januari 2015 onderdeel geworden van de Koninklijke Bibliotheek. De DBNL digitaliseert de Nederlandse literatuur snel, betrouwbaar en in zeer hoge kwaliteit. Iedereen, waar ook ter wereld, kan zonder ingewikkelde poespas, zonder wachtwoorden en gratis op de website van de DBNL  de meest relevante Nederlandse literatuur lezen.
In het Limburgportaal zijn teksten van Henric van Veldeke te vinden die zijn Servaaslegende in het Maaslands dialect rond 1180 schreef en van vele schrijvers na hem tot op de dag van vandaag. Het Limburgportaal is sinds 2012 in opbouw en raakt met literatuur uit/van/over Limburg behoorlijk gevuld dankzij de onvermoeibare inzet van een deskundige werkgroep en dankzij subsidie van vooral de Provincie Limburg en het Winand Roukens Fonds. Subsidie of sponsoring blijft nodig want het kost één euro om een gedrukte pagina te digitaliseren en op te nemen in het Limburgportaal. 

Lees verder >>

30 Jaar Over Rowwen Hèze: auteurs en bijdragen in vogelvlucht

Voorwoord bij: Cornips, Leonie & Barbara Beckers (red.). 2015. Het dorp en de wereld. Over dertig jaar Rowwen Hèze. Nijmegen: Uitgeverij Vantilt. pp 264

30 Jaar Over Rowwen Hèze: auteurs en bijdragen in vogelvlucht

Door Leonie Cornips

Rowwen Hèze bestaat dertig jaar en trekt volle poptempels, weidetenten en theaters met steeds nieuwe fans en trouwe fans die hun band al sinds de begintijd volgen. Dat is een buitengewone prestatie. Het dertigjarig jubileum wordt gevierd met een tournee, een tentoonstelling in het Limburgs Museum en met dit dikke boek voor Rowwen Hèze, over Rowwen Hèze en vooral over wat Rowwen Hèze voor ons betekent.[1]Het boek bevat bijdragen van Rowwen Hèze zelf (Tren van Enckevort, Wladimir Geels, Jack Haegens, Rudy Havermans, Theo Joosten, ex-bassist Jan Philipsen, Jack Poels en Martîn Rongen), van fans, liefhebbers, bewonderaars, muzikanten, journalisten, documentairemakers en wetenschappers. Zij proberen allen op een of andere wijze het succes, hun liefde voor of de betekenis van Rowwen Hèze voor hun eigen leven of voor dat van anderen te verklaren. Het prachtige beeldmateriaal is verzameld door Frank Holthuizen. Deze bijdragen in het dorp en de wereld zijn, naast ‘Rowwen Hèze aan het woord’ verdeeld over acht thema’s: (i) Rowwen Hèze en de fans, (ii) Rowwen Hèze van nabij, (iii) Hoe het begon, (iv) Het persoonlijke en het universele, (v) Geloof, troost en verlies, (vi) Rowwen Hèze en de muziek, (vii) De verbeelding van Limburg en (viii) Rowwen Hèze en de taal. De thema’s lopen in elkaar over en daarom zal ik de 45 bijdragen[2]van de 43 auteurs in vogelvlucht kriskras door de thema’s aanstippen.[3]
 

Lees verder >>

Sjtómme Limburger

Door Leonie Cornips

Gé Reinders heeft maar twee coupletten in zijn lied Sjtómme Limburger van het album ‘As ’t d’r op aan kump’ nodig om het hart te raken van het onderzoek naar Taalcultuur in Limburg.

In het eerste couplet van Sjtómme Limburger introduceert Gé een ik-figuur die ons laat weten dat hij met rijke mensen op een boot voor het land van de vrijheid – Amerika – zeilt.  Op die zeilboot is het goed vertoeven: ‘Veur hadde radar, veur hadde cocktails, veur hadde cashew-neutjes, veur hadde ’t good’. En in de boot zit de ik-figuur ‘gezellig te aajhore in ’t Ingels’ met onder andere de gastvrouw. Maar opeens vertelt die gastvrouw dat ze in Nederland geboren is. En dan schuiven er spreekwoordelijke donkere wolken voor de zon; de gastvrouw die eerst zo gezellig kabbelend Engels met de ik-figuur spreekt: ‘ging Hollands kalle en waerde opins ’n Haarlemse kakmevrouw’. De ik-figuur weet zich geen raad. ‘Ich höb drie zinne Nederlands gekald, veulde ós allebei ter plekke verandere en zag: “If you don’t mind, I’d rather talk English now”.’ Weg is het gevoel van welbehagen en de goede sfeer is volledig bedorven. De ik-figuur voelt zich in zijn confrontatie met het Nederlands ‘weer eine sjtómme Limburger mit miene zachte G. Zónne kleffe zuiderling, klef wie aje sjlappe thee. Ich vinj det geveul neet good maar ’t zit heel deep in mien blood.’
Lees verder >>

Scheer je weg van de volwassenmensentafel

Het taalgebruik van Pepijn Lanen

Door Marc van Oostendorp


“Sociaal engagement,” zingt de rapper Pepijn Lanen op zijn nieuwe, afgelopen vrijdag verschenen, ‘mixtape Angst & Walging, “vinkgor”. Er zijn op diezelfde track nog meer zaken die dezelfde kwalificatie krijgen toebedeeld: “stappen zonder flappen” bijvoorbeeld, “gek worden”, “telefoon op vijf procent” en “mensen die zomaar praten”: allemaal even vinkgor.

Lanen – die hier optreedt onder zijn pseudoniem Faberyayo en die vooral bekend is van De Jeugd van Tegenwoordig – vind ik een van de interessantere Nederlandse taalkunstenaars van het moment. Waar de dichters over het algemeen braaf, bedaagd en meisjesachtig schrijven over hoe vreemd de wereld eigenlijk is als je er even bij stilstaat, heeft Lanen inmiddels een oeuvre op zijn naam staan dat de uithoeken van de taal verkent. Hier is de hele mixtape:



Er zit als ik het goed zie ook  een duidelijke ontwikkeling in dat werk.
Lees verder >>

Plezier in verschaalde viezigheid

Door Marc van Oostendorp


Seks en humor hebben een ingewikkelde relatie met elkaar. De een moet niks van de ander hebben, terwijl de ander juist dol is op de een. In pornografie wordt nooit gelachen, maar waar vet geginnegapt wordt, zijn de intieme delen nooit ver weg. Vieze woorden winden de mens op óf amuseren hem – maar nooit tegelijkertijd.

Seks en humor hebben allebei ook nog eens een ingewikkelde verhouding met de geschiedenis. Porno van driehonderd jaar geleden is om redenen die ik wel kan aanvoelen maar niet goed begrijp net zo verschaald als de meeste grapjes uit die tijd.

In een heel fraai uitgegeven boek verzamelde Annemieke Houben tientallen ‘vieze liedjes’ uit de zeventiende en de achttiende eeuw.
Lees verder >>