Tag: liedjes

Zoveel te doen

Door Bas Jongenelen

Onlangs hoorde ik op de radio ‘Zoveel te doen’ een van de hits van Toontje Lager. Ik moest daardoor denken aan de wijze les van Gerard Reve over tijdloze literatuur. In het openbare college ‘Echt gebeurd is geen excuus’ (opgenomen in de bundel Zelf schrijver worden) legt hij uit dat literatuur pas tijdloos kan worden als een verhaal in een duidelijke tijd geplaatst wordt. Het geeft de lezer houvast, de lezer weet in welke tijd het verhaal zich afspeelt en hij kan zich een voorstelling maken van de personages en hun handelen. Wanneer je een verhaal leest zonder dat je weet wanneer het zich afspeelt, dan tast je in het duister. Volgens Reve moet je zo duidelijk mogelijk zijn, het liefst met een datum erbij. Niet voor niets luidt de eerste zin van De avonden ‘Het was nog donker, toen in de vroege morgen van de tweeëntwintigste december 1946 in onze stad, op de eerste verdieping van het huis Schilderskade 66, de held van deze geschiedenis, Frits van Egters, ontwaakte.’ Zo’n datum hoeft voor mij niet per se, maar er dienen wel aanwijzingen te zijn die mij als lezer vertellen hoe ik het verhaal moet plaatsen.

Lees verder >>

Van jouw ras, ras, ras

Door Marc van Oostendorp

Bron: gekshirt.nl

Waarom staan er in zoveel Nederlandse kinderliedjes regels die beginnen met “van je”? Dat is de fascinerende vraag van een artikel dat Norbert Corver bijdroeg aan de feestbundel voor de eminente Gentse taalkundige Liliane Haegeman die deze week online verscheen.

Het zijn er inderdaad heel veel. Corver geeft onder andere de volgende voorbeelden:

Van je ras ras ras
rijdt de koning door de plas
Van je voort voort voort
rijdt de koning door de poort
Van je erk erk erk rijdt de koning naar de kerk
Van je één, twee, drie!

Lees verder >>

Jouw iedere beweging

Door Kristel Doreleijers

Op 8 mei 2019 kwam de nieuwe Nederlandstalige single Hoe Het Danst van Marco Borsato, Armin van Buuren en Davina Michelle uit. Borsato omschrijft het nummer op zijn website als ‘een liefdeslied waarin het verhaal wordt verteld van twee mensen die niet goed weten hoe ze met elkaar verder moeten’. De single is de eerste in een nieuwe reeks samenwerkingen tussen Borsato en andere artiesten, een idee van songwriter en producent John Ewbank. Die laatste naam zal menig taalkundige en (met name) taalpurist zeker nog in het geheugen gegrift staan, denkend aan het Koningslied en de veelbesproken regel “de dag die je wist dat zou komen”. En laat in de nieuwe single nu precies weer zo’n (op)merk(ens)waardige zinsconstructie ten gehore worden gebracht! In Hoe Het Danst begint Borsato als volgt:  

Sleutels vast de deurknop heb ik in mijn hand 
Maar ik twijfel of ik nog wel echt naar binnen kan
Jouw iedere beweging lijkt bij mij vandaan
Ik heb je hart zo lang niet open meer zien staan 

Nu gaat het natuurlijk om de woordgroep “jouw iedere beweging” in de derde regel.

Lees verder >>

Ik weet gewoon niet hoe / Bij alles wat ik doe

Door Marc van Oostendorp

Soms vragen mensen aan mij: wat vind jij nu echt slechte taal? Sinds gisteren heb ik daar een nieuw antwoord op: het lied Als het avond is van het duo Suzan & Freek:

Soms voel ik me slecht, dat je niet zo vaak meer echt praten wil
Dan mis ik de tijd dat ik kwaad op je kon zijn, nu is het stil
Met het vallen van de nacht
Fluister ik nu zacht; hoor je mij misschien?

Ik weet gewoon niet hoe
Bij alles wat ik doe

Ik kan het niet hebben als het avond is
Oh want ’s avonds mis ik je vaak
Je weet dat ik niet luister als je praat als dit
En me raakt als dit
En dan gaat

Zeg me dat het goedkomt
Geef me stukjes toekomst
Of moet ik je maar laten gaan

Ik kan het niet hebben als het avond is
Ik heb je vaak gemist inderdaad

Nu sta je hier weer voor me,
ik twijfel geen seconde, voel jij dit ook?
Jouw hand in de mijne of is dit te weinig om door te gaan?
Bij alles wat je zegt
ik voel niet dat je vecht, is dit klaar misschien?

Lees verder >>

Verschenen: cd ‘Hogelieder en de slieder en de kierekarikee’

Deze week verscheen de cd ‘Hogelieder en de slieder en de kierekarikee’ waarop de Utrechtse neerlandicus Laurens Ham met zijn folkband ‘Moi, le voisin’ 10 bewerkingen van Nederlandse volksliederen presenteert, allemaal afkomstig van het roemruchte radioprogramma Onder de groene linde. Laurens Ham:

Voor dat extreem lang lopende programma (1957-1993) reisde Ate Doornbosch, na enige tijd werkend voor het Meertens Instituut, heel Nederland door om mensen op zekere leeftijd de volksliedjes uit hun jeugd te laten zingen. Prachtliedjes zaten daar allemaal tussen, die inmiddels allemaal in de collectie van het Meertens Instituut zitten en een paar jaar geleden op box zijn uitgekomen – een selectie, wel te verstaan. Wij kozen daar weer tien liedjes uit, met een zekere voorkeur voor de liedjes die enigszins aan de macabere kant zijn (‘expliciet!’ waarschuwt Spotify).

Behalve op Spotify verschenen de liedjes ook in een kleine oplage als een handgestempelde, handgevouwen ‘congresmap’, met daarin niet alleen een cd, maar ook twee korte essays en tien tekstbladen waarin de liederen uitvoerig worden toegelicht. Die cd kunt u hier bestellen.

Ilja Leonard Pfeijffer als songschrijver

De taal van Ilja Leonard Pfeijffer (26)

Door Marc van Oostendorp

“Een goede songtekst,” poneert Ilja Leonard Pfeijffer in zijn zelfhulpgids Hoe word ik een beroemd schrijver?, “spreekt simpele, heldere taal. Je kunt je gewoon niet permitteren wat je je in een gedicht allemaal toestaat om te doen.” Pfeijffer heeft enig recht van spreken, omdat hij heeft bijgedragen aan twee cd’s van de zangeres en actrice Ellen ten Damme.

In die liedjes heeft Pfeijffer deze les over het algemeen zelf ter harte genomen. Afgezien van misschien sommige politieke columns is er geen deel van het oeuvre dat zoveel mensen zo moeiteloos zullen begrijpen als de liedjes:

Ze boeren, scheten, hebben geen manieren.
Ze roken niet, ze drinken niet, ze janken
en krijsen hopeloos als wilde dieren.
Toch moet je op je blote knieën danken
dat jij je aan het mooiste mag gaan wijden,
al zou je ze het liefst aan reepjes snijden.

Het raadsel is voor mij niet interessant.
Ik hoef niets nieuws. Ik ben al wie ik ben.
Ik hoef geen roze poep in luierland,
want ik ben tegen kinderen. Nou en?

Er zitten wel wat Pfeiffer-elementen in. Lees verder >>

Online: Louis Peter Grijp-lezing 2017 door Geert Buelens

De Louis Peter Grijp-lezing 2017 door Geert Buelens (‘De schaduw van 1585 en 1967. Laaglandse geschiedenis en hippiecultuur in het werk van de Vlaamse zanger Wannes Van de Velde’) vond plaats op 10 mei 2017 in de Aula van het Academiegebouw te Utrecht.

Toen Wannes Van de Velde (1937-2008) overleed, noemde The Independent hem even belangrijk voor het Vlaamse lied als zijn landgenoot Jacques Brel was voor het Franse. Dat was geen overdreven lof voor de zelfverklaarde Antwerpse “liekeszanger”, al was het maar de halve waarheid. Van de Velde schreef inderdaad een aantal liedjes die klassiek zijn geworden, maar voorts geldt hij als de belangrijkste schakel tussen de orale liedtraditie die soms eeuwen teruggaat en de moderne wereld van de folkrevival en de singer-songwriters uit de jaren zestig. Lees verder >>

10 mei 2017: Tweede Louis Peter Grijp-lezing door Geert Buelens

Wannes Van de Velde, 1967 – De Nieuwe Gazet

Op 10 mei vindt de tweede Louis Peter Grijp-lezing plaats. Hij wordt uitgesproken door Geert Buelens, hoogleraar Moderne Nederlandse Letterkunde aan Universiteit Utrecht, dichter en essayist, onder de titel:

De schaduw van 1585 en 1967. Laaglandse geschiedenis en hippiecultuur in het werk van de Vlaamse zanger Wannes Van de Velde

Toen Wannes Van de Velde (1937-2008) overleed, noemde The Independent hem even belangrijk voor het Vlaamse lied als zijn landgenoot Jacques Brel was voor het Franse. Dat was geen overdreven lof voor de zelfverklaarde Antwerpse “liekeszanger”, al was het maar de halve waarheid. Van de Velde schreef inderdaad een aantal liedjes die klassiek zijn geworden, maar voorts geldt hij als de belangrijkste schakel tussen de orale liedtraditie die soms eeuwen teruggaat en de moderne wereld van de folkrevival en de singer-songwriters uit de jaren zestig. Lees verder >>

Waar werd oprechter trouw?

Door Marc van Oostendorp


Het is alweer bijna twee maanden geleden dat de musicoloog Louis Peter Grijp overleed. We waren collega’s op het Meertens Instituut en ik had de eer dat ik gisteren bij een indrukwekkende, waardige herdenkingsbijeenkomst in Utrecht iets mocht vertellen over de manier waarop we Louis’ werk proberen voort te zetten. (Er waren sowieso veel praatjes over het voortzetten van Louis’ plannen; hij was een man die een enorme locomotief op de rails wist te zetten, en die locomotief kan nu alleen nog maar doorrijden.)

Grijp werd onder andere beroemd vanwege zijn Liederenbank en hij haalde een paar keer het nieuws met ontdekkingen die hij met behulp van de Liederenbank had gedaan. Zo ontdekte hij bijvoorbeeld de melodieën waarop de reien in Vondels toneelstuk Gijsbrecht van Aemstel gezongen werden.

In de zeventiende eeuw werden melodieën vaak niet opgeschreven. Liedjes (en dus ook reien) werden gezongen op bekende melodieën, maar zelfs welke melodie dat dan was weten we vaak niet meer. We kunnen het wel uitvinden wanneer we de structuur van de tekst goed bestuderen: die tekst moet natuurlijk op de melodie passen en omgekeerd, als we een betrekkelijk ingewikkelde melodie waarop je een lied kunt zingen, kun je er – als aan enkele andere voorwaarden is voldaan – van uitgaan dat die melodie ook bij het lied hoort.

Lees verder >>

Crowdfunding: verzetsliederen tegen Napoleon

De Napoleontische tijd heeft begin negentiende eeuw diepe sporen in Nederland nagelaten. Relatief onbekend is hoe wij ons verzet hebben tegen de Franse inlijving. Tijdens zijn promotieonderzoek stuitte de Nijmeegse historicus Bart Verheijen op verzetsliederen die dat prachtig symboliseren. Verheijen is nu een crowdfundcampagne gestart om deze liederen beschikbaar te maken voor het grote publiek.

Unieke bron van verzet
Sterf Tiran! Oranje Boven! Grijpt de wapenen, vrije Bataven! De liedteksten geven een goed beeld van de impact van de Franse inlijving op de bevolking. De liederen werden bovendien gezongen om het strenge Franse systeem van censuur te ontwijken. Tijdens de jaren 1806-1813, toen andere mediakanalen niet langer of nog niet beschikbaar waren, vormden deze verzetsliederen dan ook hét middel om de bevolking te informeren en te verbinden.

Lees verder >>

Rowwen Hèze gaat digitaal


Door Leonie Cornips
In diepe stilte werken we hard aan het Limburgportaal in de Digitale Bibliotheek  voor de Nederlandse Letteren, die iedereen de DBNL noemt. De DBNL was altijd zelfstandig maar is met ingang van 1 januari 2015 onderdeel geworden van de Koninklijke Bibliotheek. De DBNL digitaliseert de Nederlandse literatuur snel, betrouwbaar en in zeer hoge kwaliteit. Iedereen, waar ook ter wereld, kan zonder ingewikkelde poespas, zonder wachtwoorden en gratis op de website van de DBNL  de meest relevante Nederlandse literatuur lezen.
In het Limburgportaal zijn teksten van Henric van Veldeke te vinden die zijn Servaaslegende in het Maaslands dialect rond 1180 schreef en van vele schrijvers na hem tot op de dag van vandaag. Het Limburgportaal is sinds 2012 in opbouw en raakt met literatuur uit/van/over Limburg behoorlijk gevuld dankzij de onvermoeibare inzet van een deskundige werkgroep en dankzij subsidie van vooral de Provincie Limburg en het Winand Roukens Fonds. Subsidie of sponsoring blijft nodig want het kost één euro om een gedrukte pagina te digitaliseren en op te nemen in het Limburgportaal. 

Lees verder >>

30 Jaar Over Rowwen Hèze: auteurs en bijdragen in vogelvlucht

Voorwoord bij: Cornips, Leonie & Barbara Beckers (red.). 2015. Het dorp en de wereld. Over dertig jaar Rowwen Hèze. Nijmegen: Uitgeverij Vantilt. pp 264

30 Jaar Over Rowwen Hèze: auteurs en bijdragen in vogelvlucht

Door Leonie Cornips

Rowwen Hèze bestaat dertig jaar en trekt volle poptempels, weidetenten en theaters met steeds nieuwe fans en trouwe fans die hun band al sinds de begintijd volgen. Dat is een buitengewone prestatie. Het dertigjarig jubileum wordt gevierd met een tournee, een tentoonstelling in het Limburgs Museum en met dit dikke boek voor Rowwen Hèze, over Rowwen Hèze en vooral over wat Rowwen Hèze voor ons betekent.[1]Het boek bevat bijdragen van Rowwen Hèze zelf (Tren van Enckevort, Wladimir Geels, Jack Haegens, Rudy Havermans, Theo Joosten, ex-bassist Jan Philipsen, Jack Poels en Martîn Rongen), van fans, liefhebbers, bewonderaars, muzikanten, journalisten, documentairemakers en wetenschappers. Zij proberen allen op een of andere wijze het succes, hun liefde voor of de betekenis van Rowwen Hèze voor hun eigen leven of voor dat van anderen te verklaren. Het prachtige beeldmateriaal is verzameld door Frank Holthuizen. Deze bijdragen in het dorp en de wereld zijn, naast ‘Rowwen Hèze aan het woord’ verdeeld over acht thema’s: (i) Rowwen Hèze en de fans, (ii) Rowwen Hèze van nabij, (iii) Hoe het begon, (iv) Het persoonlijke en het universele, (v) Geloof, troost en verlies, (vi) Rowwen Hèze en de muziek, (vii) De verbeelding van Limburg en (viii) Rowwen Hèze en de taal. De thema’s lopen in elkaar over en daarom zal ik de 45 bijdragen[2]van de 43 auteurs in vogelvlucht kriskras door de thema’s aanstippen.[3]
 

Lees verder >>

Sjtómme Limburger

Door Leonie Cornips

Gé Reinders heeft maar twee coupletten in zijn lied Sjtómme Limburger van het album ‘As ’t d’r op aan kump’ nodig om het hart te raken van het onderzoek naar Taalcultuur in Limburg.

In het eerste couplet van Sjtómme Limburger introduceert Gé een ik-figuur die ons laat weten dat hij met rijke mensen op een boot voor het land van de vrijheid – Amerika – zeilt.  Op die zeilboot is het goed vertoeven: ‘Veur hadde radar, veur hadde cocktails, veur hadde cashew-neutjes, veur hadde ’t good’. En in de boot zit de ik-figuur ‘gezellig te aajhore in ’t Ingels’ met onder andere de gastvrouw. Maar opeens vertelt die gastvrouw dat ze in Nederland geboren is. En dan schuiven er spreekwoordelijke donkere wolken voor de zon; de gastvrouw die eerst zo gezellig kabbelend Engels met de ik-figuur spreekt: ‘ging Hollands kalle en waerde opins ’n Haarlemse kakmevrouw’. De ik-figuur weet zich geen raad. ‘Ich höb drie zinne Nederlands gekald, veulde ós allebei ter plekke verandere en zag: “If you don’t mind, I’d rather talk English now”.’ Weg is het gevoel van welbehagen en de goede sfeer is volledig bedorven. De ik-figuur voelt zich in zijn confrontatie met het Nederlands ‘weer eine sjtómme Limburger mit miene zachte G. Zónne kleffe zuiderling, klef wie aje sjlappe thee. Ich vinj det geveul neet good maar ’t zit heel deep in mien blood.’
Lees verder >>

Scheer je weg van de volwassenmensentafel

Het taalgebruik van Pepijn Lanen

Door Marc van Oostendorp


“Sociaal engagement,” zingt de rapper Pepijn Lanen op zijn nieuwe, afgelopen vrijdag verschenen, ‘mixtape Angst & Walging, “vinkgor”. Er zijn op diezelfde track nog meer zaken die dezelfde kwalificatie krijgen toebedeeld: “stappen zonder flappen” bijvoorbeeld, “gek worden”, “telefoon op vijf procent” en “mensen die zomaar praten”: allemaal even vinkgor.

Lanen – die hier optreedt onder zijn pseudoniem Faberyayo en die vooral bekend is van De Jeugd van Tegenwoordig – vind ik een van de interessantere Nederlandse taalkunstenaars van het moment. Waar de dichters over het algemeen braaf, bedaagd en meisjesachtig schrijven over hoe vreemd de wereld eigenlijk is als je er even bij stilstaat, heeft Lanen inmiddels een oeuvre op zijn naam staan dat de uithoeken van de taal verkent. Hier is de hele mixtape:



Er zit als ik het goed zie ook  een duidelijke ontwikkeling in dat werk.
Lees verder >>

Plezier in verschaalde viezigheid

Door Marc van Oostendorp


Seks en humor hebben een ingewikkelde relatie met elkaar. De een moet niks van de ander hebben, terwijl de ander juist dol is op de een. In pornografie wordt nooit gelachen, maar waar vet geginnegapt wordt, zijn de intieme delen nooit ver weg. Vieze woorden winden de mens op óf amuseren hem – maar nooit tegelijkertijd.

Seks en humor hebben allebei ook nog eens een ingewikkelde verhouding met de geschiedenis. Porno van driehonderd jaar geleden is om redenen die ik wel kan aanvoelen maar niet goed begrijp net zo verschaald als de meeste grapjes uit die tijd.

In een heel fraai uitgegeven boek verzamelde Annemieke Houben tientallen ‘vieze liedjes’ uit de zeventiende en de achttiende eeuw.
Lees verder >>

50.000 liederen online in Dutch Songs On Line

Op 19 juni 2014 wordt Dutch Songs On Line gepresenteerd. 50.000 Nederlandstalige liedteksten – van onder meer volksliederen, geuzenliederen, psalmen en kerstliederen, marktzangen en kinderliedjes – van voor 1900 komen dan online. Aan de digitalisering is vijf jaar gewerkt tijdens het project Dutch Songs On Line; een samenwerking van de Universiteit Utrecht, het Meertens Instituut en de Digitale Bibliotheek voor de Nederlandse Letteren (DBNL).
De 50.000 liedteksten worden toegankelijk gemaakt via de website van de Nederlandse Liederenbank en van de DBNL. Tussen de beide websites zijn links aangebracht, zodat per lied een maximum aan relevante informatie beschikbaar is, over melodieën, tekstvarianten, auteurs, uitgevers en het reeds gedane onderzoek. Ook zijn een groot aantal scans van oorspronkelijke liedbundels opgenomen (onder meer door de medewerking van de Koninklijke Bibliotheek te Den Haag).

Lees verder >>

Liederen en poëzie uit de Eerste Wereldoorlog

Door Bart FM Droog

Honderd jaar geleden brak de Eerste Wereldoorlog uit. Een oorlog waarin in vele talen gedichten werden geschreven die de emoties en ervaringen uit die tijd naar het nu overbrengen. Maar meer nog dan in gedichten komt de hel van 14-18 tot leven in liederen die destijds door soldaten aan het front gezongen werden.

Eén contemporaine opname van een zingende soldaat is bewaard gebleven:  korporaal Edward Dwyer VC die in 1915 verslag doet van zijn ervaringen aan het front en daarin deze door merg en been gaande liedfragmenten zingt (op 2′. 16 sec. in deze opname [MP3]):
We’re here because, we’re here because we’re because we’re here
We’re here because, we’re here because we’re because we’re here
We’d be far better of in our [onverstaanbaar].

Here we are, here we are, here we are again
How long? How long? How long-a-long-a-long. hello, helllo, hello-o-wo…
Edward Dwyer stierf op 20-jarige leeftijd in de loopgraven, september 1916.
Lees verder >>

Driewerf natuurlijk

door Jan Stroop 
                                                                          over een verminkt katholiek gezang

In de periode dat de katholieke kerk aan vernieuwing deed, is ook ’t smeekgebed  aan ’t begin van de mis, ’t Kyrie eleison, onder handen genomen. Dat Gregoriaanse gezang bestond vanaf de 8e eeuw uit drie maal drie Griekse tekst- annex muziekregels: 

Kyrie eleison  (‘Heer ontferm u onzer’
Kyrie eleison
Kyrie eleison
Christe eleison
Christe eleison
Christe eleison
Kyrie eleison
Kyrie eleison
Kyrie eleison
Er bestaan op die tekst verschillende melodieën, genoteerd zoals op dit voorbeeld uit Vierde mis. Achter elke regel is met [iij] aangegeven hoe vaak die gezongen wordt. De allerlaatste (9e) regel heeft een extra versiering.

Ik wil je, bespeel je

Over de i en de ee van Maaike Ouboter.

Door Marc van Oostendorp


De nieuwe aanwinst voor het Nederlandse lied is Maaike Ouboter, die dit jaar bekend werd uit het programma De beste singer-songwriter, en die haar liedje Dat ik je mis vervolgens op talloze plaatsen heeft gezongen – zoals op de begrafenis van Prins Friso.

Het hypnotiserende karakter van het liedje wordt voor een deel veroorzaakt door het overvloedige rijm:

Je kust me, je sust me.
Omhelst me, gerust me.
Je vangt me, verlangt me.
Oneindig ontbangt me
Lees verder >>

Ook een slecht lied verdient een goede criticus

Door Gaston Dorren
Dat het k-lied te slecht geschreven was om de tand des tijds te doorstaan, was meteen al duidelijk – al had ik ook weer niet verwacht dat het zó’n kort leven beschoren zou zijn. Maar bijna even tenenkrommend als het lied zelf was de manier waarop taaladviseur Wim Daniëls gisteravond bij Pauw en Witteman de zwaktes van de tekst wilde aantonen.
Hij begon – uiteraard – met de zin die binnen luttele uren landelijke beruchtheid verwierf, ‘de dag die je wist dat zou komen’. “Daar zitten acht fouten in”, aldus Daniëls. Want die, legde hij uit, moest waarvan zijn en achter dat moest nog hij. Dat is samen kennelijk acht; de andere zes fouten noemde hij althans niet.

Lees verder >>

Het Koningslied is een populistisch lied

Door Marc van Oostendorp 

Bent u al aan het oefenen op het nieuwe ‘Koningslied’ dat we op 30 april allemaal moeten gaan zingen? Er valt enorm veel uit te leren over wat het Nederlanderschap aan het begin van de 21ste eeuw betekent.

Muzikaal is het een allegaartje dat de laatste jaren steeds uit de kast wordt gehaald als de nationale eenheid benadrukt moet worden: een zoete melodie die doet herinneren aan musicals en dan wat rap erdoorheen, omdat dit iets moet zijn voor jongeren en multiculturaliteit. Al een jaar of twintig is rap de jongerenmuziek bij uitstek, bij sommige van de rappers die je hoort in het Koningslied zijn de eerste grijze haren al een paar jaar geleden weggespoeld.

Maar het gaat mij natuurlijk om de tekst. Die is een schatkamer van modern Nederlanderschap.
Lees verder >>

Überfijne tijd in de middeleeuwen

Door Marc van Oostendorp
2013 moet het jaar worden van het Gruuthusehandschrift, die grote schat aan vooral liedteksten uit het jaar 1400. Binnenkort verschijnt er een wetenschappelijke editie van Herman Brinkman, momenteel is er in Brugge een tentoonstelling, en er is nu ook een mooi uitgegeven en geïllustreerde selectie, ook van Brinkman, van teksten uit het handschrift, met vertalingen van Maria van Daalen.
Met die vertalingen is iets wonderlijks aan de hand. Ze zijn in een wel heel populaire toon gesteld. Neem de volgende regels:

Adieu, adieu, gheselscap al,
mi ic u verbiede!
God kent die weet, waer henen sal.
Of ic van u sciede,
dochtic onder liede.

Van Daalen maakt daar, schokkend van:

Lees verder >>