Tag: Liedcultuur

Dansen van woede

Door Jos Houtsma

In 2012 heb ik in mijn proefschrift over het Zutphens Handschrift en de overlevering van liedjes kritiek geleverd op het gemak waarmee in de literatuurwetenschap tekstuele verschillen tussen verschillende versies van liedjes worden toegeschreven aan processen die plaats vinden in de mondelinge overlevering. Ik kwam tot de conclusie dat variabiliteit in teksten van populaire liedjes, in een cultuur die het schrift kent, natuurlijk kan zijn ontstaan in een proces van mondelinge overlevering maar net zo goed het gevolg kan zijn van ingrepen die met de pen op papier zijn uitgevoerd. Wat er precies in de overlevering met liedteksten gebeurt is vaak moeilijk of niet ter achterhalen. 

Een interessante illustratie van de lotgevallen van liedjes in de zestiende en vroege zeventiende eeuw vormen twee politieke liedjes die ik in dit stuk aan de orde wil stellen.

Lees verder >>

Het Wilhelmus – leer alles over het Nederlandse volkslied

Nederland heeft misschien wel het oudste volkslied ter wereld: het Wilhelmus. Sinds ongeveer 1570 wordt het gezongen, tegenwoordig vooral bij sportwedstrijden en op Koningsdag. Maar hoe klonk dit lied 450 jaar geleden? En zingen we nog wel hetzelfde? De tekst van het Wilhelmus gaat over heel veel onderwerpen, zoals religie, oorlog en leiderschap. We bekijken de tekst meer in detail op één van die onderwerpen, namelijk leiderschap. Het Wilhelmus had 450 jaar geleden dezelfde functie als veel sociale media nu. Dit lied moest Willem van Oranje aan ‘volgers’ in de Opstand tegen de Spaanse koning helpen. Maar hoe?

Lees verder >>

Honderdduizenden liedjes

Door Marc van Oostendorp

Ik ben zo iemand die geen idee heeft wie Ruud de Wild is. Of in ieder geval, die dat idee niet had, tot hij het gloednieuwe Songbook van Ruud de Wild las. Nu weet ik het wel: een man van 51 die dj is geweest en dus meent dat hij kan schilderen en overal verstand van heeft.

Het maakt niet uit: het Songbook van Ruud de Wild is een heel boek geworden, dat iedereen moet kopen die geïnteresseerd is in de Nederlandse cultuur, omdat het een ondergewaardeerd aspect van die cultuur beschrijft: de liedcultuur. Het boek behoorde bij een tentoonstelling die nu in Den Haag zou worden gehouden en die nu waarschijnlijk tot oktober wordt uitgesteld. Want het Songbook van Ruud de Wild gaat over heel veel aspecten van het lied: niet alleen over wat liederen uit de Top-2ooo, maar over de hele geschiedenis van het lied, van de middeleeuwen tot nu. En dan over de teksten én de muziek én de manier waarop beiden verspreid raakten door de tijd.

Lees verder >>

Het coronalied en het choleralied: zingen in tijden van rampspoed

Door Lotte Jensen

Onlangs lanceerde een groep van 100 BN’ers het benefietlied ‘zon’. Het lied, dat al snel tot ‘coronalied’ werd omgedoopt, riep op tot eensgezindheid. Twee zinnen eruit: ‘Vandaag draag ik het hart van iedereen’ en ‘ik doe wat een ander van me nodig heeft’. Het was bij lange na niet het enige muzikale initiatief. Zo zong Alain Clark een ode aan alle zorgmedewerkers en nam het Rotterdams Philharmonisch Orkest een unieke en veelgeprezen versie van ‘Alle Mensen werden Brüder’ op, tot genoegen van niemand minder dan Oprah Winfrey. En dan waren er nog Davina Michelle en Snelle die ‘Zeventien miljoen mensen’ in een leeg Ahoy speelden.

Lees verder >>

‘Omgedraaid’

Door Nico Keuning

Inmiddels woon ik alweer vijftien jaar achter de Zeeweg te H., op nog geen vijfhonderd meter van de plek waar het gebeurde. Er is nu een rotonde, maar toen stonden er stoplichten. Is híj op de fiets door rood gereden, of was het de auto die hem heeft geschept? De elfjarige Johan, vriendje van Maarten van Roozendaal (1962-2013), overleed de volgende ochtend in het ziekenhuis. Bijna dertig jaar later schreef Van Roozendaal er een lied over. Geen naam, niet in de titel noch in de tekst, maar een veelzeggend ‘jij’: ‘Jij blijft bij mij’. Lees verder >>

Zoveel te doen

Door Bas Jongenelen

Onlangs hoorde ik op de radio ‘Zoveel te doen’ een van de hits van Toontje Lager. Ik moest daardoor denken aan de wijze les van Gerard Reve over tijdloze literatuur. In het openbare college ‘Echt gebeurd is geen excuus’ (opgenomen in de bundel Zelf schrijver worden) legt hij uit dat literatuur pas tijdloos kan worden als een verhaal in een duidelijke tijd geplaatst wordt. Het geeft de lezer houvast, de lezer weet in welke tijd het verhaal zich afspeelt en hij kan zich een voorstelling maken van de personages en hun handelen. Wanneer je een verhaal leest zonder dat je weet wanneer het zich afspeelt, dan tast je in het duister. Volgens Reve moet je zo duidelijk mogelijk zijn, het liefst met een datum erbij. Niet voor niets luidt de eerste zin van De avonden ‘Het was nog donker, toen in de vroege morgen van de tweeëntwintigste december 1946 in onze stad, op de eerste verdieping van het huis Schilderskade 66, de held van deze geschiedenis, Frits van Egters, ontwaakte.’ Zo’n datum hoeft voor mij niet per se, maar er dienen wel aanwijzingen te zijn die mij als lezer vertellen hoe ik het verhaal moet plaatsen.

Lees verder >>

Verschenen: Totdat de wachter heeft gezongen, liederen uit het Gruuthuse-handschrift

‘Totdat de wachter heeft gezongen…’ is een nieuw album met liederen uit het Gruuthuse-handschrift. De gedichten en liederen uit dit handschrift ontstonden rond 1400 in Brugge en de collectie is vernoemd naar de latere eigenaar, Lodewijk van Gruuthuse. De liedjes vormen het bekendste deel van de collectie: liefdesliedjes, schunnige liedjes en drinkliedjes. Het Gruuthuse-handscrhift bevat de grootste verzameling Nederlandstalige liedjes uit de middeleeuwen en het is de grootste verzameling liederen met muzieknotatie uit die tijd. De vorm van de liedjes getuigt ook van het feit dat deze liedjes bedoeld waren voor kenners. De dichter gebruikt formes-fixes, de heiligverklarende vormen van Franse liedjes uit de late middeleeuwen: balladen, rondeaus en virelais, en de grote verscheidenheid aan gebruikte vormen is opmerkelijk. Instrumentalisten zijn in de 15e eeuw door heel Europa geweest, maar muzikale manuscripten die ondubbelzinnig een repertoire tonen voor instrumentale ensembles uit die periode zijn schaars. Het instrumentale repertoire op dit album bevat arrangementen en polyfone ensemblestukken van ongeveer 1450 tot 1470. De arrangementen zijn ofwel instrumentale versies gebaseerd op reeds bestaande polyfone modellen.

U kunt het album hieronder beluisteren via Spotify. U kunt het ook bijvoorbeeld hier bestellen als cd.

De verrassing van de tijdloosheid

Door Roos Blufpand

Om eerlijk te zijn, had ik nog nooit van Bredero gehoord. Of misschien wel op de middelbare school, maar ik was hem vergeten. Toen ik het mailtje kreeg met de vraag of ik twee bewerkingen wilde maken van zijn liedjes, was het eerste wat ik deed mijn moeder bellen, docent Nederlands in het voortgezet onderwijs. Ze begon meteen vol enthousiasme te vertellen over zijn ietwat schunnige toneelstukken die ze in de bovenbouw geregeld samen met haar leerlingen leest en de hilarische momenten die ze dan met hen beleeft.

Na het lezen van enkele van zijn werken en een minicollege van Jeroen Jansen, die in twee uur een beeld schetste van de Amsterdamse man die zowel luchtige als zware gedichten, liederen en toneelstukken geschreven heeft, besloot ik de uitdaging aan te gaan. Lees verder >>

En zingkt eens op de wijs: Arend Pieter Gijsen

Door Martine de Bruin

Er stond toch echt met grote letters boven dat de tekst uit een liedboek kwam en ten overvloede volgde de opgave van de melodie. Maar toch drong niet tot me door wat dat betekende tijdens het bestuderen van ‘tekst 2.1’ in de syllabus Literatuur en Maatschappij in het eerstejaars werkcollege Renaissance aan de Universiteit Utrecht (1988): Bredero maakte ‘Arend Pieter Gijsen’ om te zingen. En dat zingen kan nu nog steeds.

Mijn aantekeningen bij ‘Arend Pieter Gijsen’ in een exemplaar van de syllabus Literatuur en Maatschappij uit het eerstejaars werkcollege Renaissance (RU Utrecht, Instituut De Vooys, niet gedateerd: gebruikt in collegejaar 1988-1989)

Lees verder >>

Verschenen: cd ‘Hogelieder en de slieder en de kierekarikee’

Deze week verscheen de cd ‘Hogelieder en de slieder en de kierekarikee’ waarop de Utrechtse neerlandicus Laurens Ham met zijn folkband ‘Moi, le voisin’ 10 bewerkingen van Nederlandse volksliederen presenteert, allemaal afkomstig van het roemruchte radioprogramma Onder de groene linde. Laurens Ham:

Voor dat extreem lang lopende programma (1957-1993) reisde Ate Doornbosch, na enige tijd werkend voor het Meertens Instituut, heel Nederland door om mensen op zekere leeftijd de volksliedjes uit hun jeugd te laten zingen. Prachtliedjes zaten daar allemaal tussen, die inmiddels allemaal in de collectie van het Meertens Instituut zitten en een paar jaar geleden op box zijn uitgekomen – een selectie, wel te verstaan. Wij kozen daar weer tien liedjes uit, met een zekere voorkeur voor de liedjes die enigszins aan de macabere kant zijn (‘expliciet!’ waarschuwt Spotify).

Behalve op Spotify verschenen de liedjes ook in een kleine oplage als een handgestempelde, handgevouwen ‘congresmap’, met daarin niet alleen een cd, maar ook twee korte essays en tien tekstbladen waarin de liederen uitvoerig worden toegelicht. Die cd kunt u hier bestellen.

Ilja Leonard Pfeijffer als songschrijver

De taal van Ilja Leonard Pfeijffer (26)

Door Marc van Oostendorp

“Een goede songtekst,” poneert Ilja Leonard Pfeijffer in zijn zelfhulpgids Hoe word ik een beroemd schrijver?, “spreekt simpele, heldere taal. Je kunt je gewoon niet permitteren wat je je in een gedicht allemaal toestaat om te doen.” Pfeijffer heeft enig recht van spreken, omdat hij heeft bijgedragen aan twee cd’s van de zangeres en actrice Ellen ten Damme.

In die liedjes heeft Pfeijffer deze les over het algemeen zelf ter harte genomen. Afgezien van misschien sommige politieke columns is er geen deel van het oeuvre dat zoveel mensen zo moeiteloos zullen begrijpen als de liedjes:

Ze boeren, scheten, hebben geen manieren.
Ze roken niet, ze drinken niet, ze janken
en krijsen hopeloos als wilde dieren.
Toch moet je op je blote knieën danken
dat jij je aan het mooiste mag gaan wijden,
al zou je ze het liefst aan reepjes snijden.

Het raadsel is voor mij niet interessant.
Ik hoef niets nieuws. Ik ben al wie ik ben.
Ik hoef geen roze poep in luierland,
want ik ben tegen kinderen. Nou en?

Er zitten wel wat Pfeiffer-elementen in. Lees verder >>

Online: Louis Peter Grijp-lezing 2017 door Geert Buelens

De Louis Peter Grijp-lezing 2017 door Geert Buelens (‘De schaduw van 1585 en 1967. Laaglandse geschiedenis en hippiecultuur in het werk van de Vlaamse zanger Wannes Van de Velde’) vond plaats op 10 mei 2017 in de Aula van het Academiegebouw te Utrecht.

Toen Wannes Van de Velde (1937-2008) overleed, noemde The Independent hem even belangrijk voor het Vlaamse lied als zijn landgenoot Jacques Brel was voor het Franse. Dat was geen overdreven lof voor de zelfverklaarde Antwerpse “liekeszanger”, al was het maar de halve waarheid. Van de Velde schreef inderdaad een aantal liedjes die klassiek zijn geworden, maar voorts geldt hij als de belangrijkste schakel tussen de orale liedtraditie die soms eeuwen teruggaat en de moderne wereld van de folkrevival en de singer-songwriters uit de jaren zestig. Lees verder >>

Promotie Cécile de Morrée over tijd in laatmiddeleeuwse liederen

Religieuze en wereldlijke feesten waren in de laatmiddeleeuwse beleving met elkaar versmolten. De grens tussen het religieuze en het profane was dan ook minder scherp dan tot nu toe werd aangenomen. Dat stelt Cécile de Morrée (Middeleeuwse literatuur) op basis van haar promotieonderzoek naar laatmiddeleeuwse verzamelingen van religieuze liederen. Vanuit een antropologische invalshoek op het thema ‘tijd’ toont zij dat liederen werden geordend volgens de verschillende seizoenen van de jaarcyclus. Lees verder >>

10 mei 2017: Tweede Louis Peter Grijp-lezing door Geert Buelens

Wannes Van de Velde, 1967 – De Nieuwe Gazet

Op 10 mei vindt de tweede Louis Peter Grijp-lezing plaats. Hij wordt uitgesproken door Geert Buelens, hoogleraar Moderne Nederlandse Letterkunde aan Universiteit Utrecht, dichter en essayist, onder de titel:

De schaduw van 1585 en 1967. Laaglandse geschiedenis en hippiecultuur in het werk van de Vlaamse zanger Wannes Van de Velde

Toen Wannes Van de Velde (1937-2008) overleed, noemde The Independent hem even belangrijk voor het Vlaamse lied als zijn landgenoot Jacques Brel was voor het Franse. Dat was geen overdreven lof voor de zelfverklaarde Antwerpse “liekeszanger”, al was het maar de halve waarheid. Van de Velde schreef inderdaad een aantal liedjes die klassiek zijn geworden, maar voorts geldt hij als de belangrijkste schakel tussen de orale liedtraditie die soms eeuwen teruggaat en de moderne wereld van de folkrevival en de singer-songwriters uit de jaren zestig. Lees verder >>

Doctoraatsonderzoeker Singing Communities: Dutch Political Songs and the Performance of National Identity (1775-1825)

De vakgroep Letterkunde van de Universiteit Gent heeft voor 48 maanden een voltijdse betrekking vacant voor een promovendus. De aanwerving vindt plaats in het kader van een vierjarig onderzoeksproject op het terrein van de historische letterkunde en muziekwetenschap, gefinancierd door het Bijzonder Onderzoekfonds (BOF) van de Universiteit Gent, met als titel: Singing Communities: Dutch Political Songs and the Performance of National Identity (1775-1825).

De promovendus zal binnen dit project onderzoek doen naar de gemeenschapsvormende werking van het politieke lied in de Noordelijke Nederlanden omstreeks 1800. Het politieke lied werd in die periode een belangrijke functie toegedicht in het versterken van een nationale identiteit. Singing Communities onderzoekt die identiteit aan de hand van Nederlandse liederen uit de periode 1775-1825. Het richt zich met name op de mogelijke spanningen tussen het gewenste gemeenschapsvormende effect van de liederen op de zangers en de harde politieke realiteit van verdeeldheid en crisis. De volledige projectomschrijving is op te vragen bij Kornee van der Haven (Cornelis.vanderHaven@UGent.be). Lees verder >>

Louis Peter Grijp-lezing online

De eerste Louis Peter Grijp-lezing werd op 10 mei 2016 gehouden door Mike Kestemont, en ging over computationale methoden waarmee het auteurschap van het Wilhelmus mogelijk te bepalen is.

De Louis Peter Grijp-lezing is een jaarlijks evenement dat wordt georganiseerd ter nagedachtenis van de recent overleden onderzoeker Louis Grijp, die internationale bekendheid verwierf als onderzoeker naar Nederlandse lied- en muziekcultuur en als musicus in het gezelschap Camerata Trajectina.

Louis Peter Grijp-lezing 10 mei 2016 from Meertens Instituut on Vimeo.

Vacature Onderzoeker Nederlands lied

Het Meertens Instituut is een onderzoeksinstituut van de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen (KNAW) dat zich bezighoudt met de bestudering en documentatie van Nederlandse taal en cultuur. Centraal staan de verschijnselen die het alledaagse leven in onze samenleving vormgeven.

Het Meertens Instituut heeft op het terrein van het Nederlandse Lied en de Nederlandse Liedcultuur een vacature voor een

ONDERZOEKER NEDERLANDS LIED (m/v)

Voor deze vacature is een volledige functie (1,0 fte) beschikbaar voor een senior onderzoeker. Gezien de verscheidenheid van de taken is een combinatie van twee complementaire deeltijdfuncties eveneens mogelijk, bijvoorbeeld een halve functie (0,5 fte) met uitzicht op vaste dienst voor een senior onderzoeker en 0,8 fte voor een tijdelijke postdoc onderzoeker in een tenure track constructie. Lees verder >>

Uitnodiging voor eerste Louis Peter Grijp lezing, getiteld: ‘Wie schreef het Wilhelmus?’

Op dinsdag 10 mei verzorgt Mike Kestemont de eerste Louis Peter Grijp-lezing. De lezing zal gaan over het onderzoek naar het auteurschap van het Wilhelmus. Is het met computationele technieken mogelijk de auteur daarvan te achterhalen?
 
De lezing wordt gehouden ter ere en herdenking van musicus en musicoloog Louis Peter Grijp, die op 9 januari jongstleden op 61-jarige leeftijd overleed. Vanaf nu zal elk jaar zal op of rond 10 mei, de dag dat in 1932 het Wilhelmus het Nederlandse volkslied werd, door het Meertens Instituut in samenwerking met de Universiteit Utrecht georganiseerd worden.
 
Louis Grijp studeerde muziekwetenschap aan de Universiteit Utrecht en gitaar en luit aan het Koninklijk Conservatorium in Den Haag. Sinds 1990 was hij als onderzoeker verbonden aan het Meertens Instituut van de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen, vanaf 2001 was hij ook hoogleraar aan de Universiteit Utrecht met als leeropdracht de Nederlandse liedcultuur in heden en verleden. Hij was sinds 2003 lid van de KNAW, en stond meer dan 40 jaar lang aan de basis van het muziekgezelschap Camerata Trajectina.
 

Lees verder >>