Tag: Liedcultuur

Zoveel te doen

Door Bas Jongenelen

Onlangs hoorde ik op de radio ‘Zoveel te doen’ een van de hits van Toontje Lager. Ik moest daardoor denken aan de wijze les van Gerard Reve over tijdloze literatuur. In het openbare college ‘Echt gebeurd is geen excuus’ (opgenomen in de bundel Zelf schrijver worden) legt hij uit dat literatuur pas tijdloos kan worden als een verhaal in een duidelijke tijd geplaatst wordt. Het geeft de lezer houvast, de lezer weet in welke tijd het verhaal zich afspeelt en hij kan zich een voorstelling maken van de personages en hun handelen. Wanneer je een verhaal leest zonder dat je weet wanneer het zich afspeelt, dan tast je in het duister. Volgens Reve moet je zo duidelijk mogelijk zijn, het liefst met een datum erbij. Niet voor niets luidt de eerste zin van De avonden ‘Het was nog donker, toen in de vroege morgen van de tweeëntwintigste december 1946 in onze stad, op de eerste verdieping van het huis Schilderskade 66, de held van deze geschiedenis, Frits van Egters, ontwaakte.’ Zo’n datum hoeft voor mij niet per se, maar er dienen wel aanwijzingen te zijn die mij als lezer vertellen hoe ik het verhaal moet plaatsen.

Lees verder >>

Verschenen: Totdat de wachter heeft gezongen, liederen uit het Gruuthuse-handschrift

‘Totdat de wachter heeft gezongen…’ is een nieuw album met liederen uit het Gruuthuse-handschrift. De gedichten en liederen uit dit handschrift ontstonden rond 1400 in Brugge en de collectie is vernoemd naar de latere eigenaar, Lodewijk van Gruuthuse. De liedjes vormen het bekendste deel van de collectie: liefdesliedjes, schunnige liedjes en drinkliedjes. Het Gruuthuse-handscrhift bevat de grootste verzameling Nederlandstalige liedjes uit de middeleeuwen en het is de grootste verzameling liederen met muzieknotatie uit die tijd. De vorm van de liedjes getuigt ook van het feit dat deze liedjes bedoeld waren voor kenners. De dichter gebruikt formes-fixes, de heiligverklarende vormen van Franse liedjes uit de late middeleeuwen: balladen, rondeaus en virelais, en de grote verscheidenheid aan gebruikte vormen is opmerkelijk. Instrumentalisten zijn in de 15e eeuw door heel Europa geweest, maar muzikale manuscripten die ondubbelzinnig een repertoire tonen voor instrumentale ensembles uit die periode zijn schaars. Het instrumentale repertoire op dit album bevat arrangementen en polyfone ensemblestukken van ongeveer 1450 tot 1470. De arrangementen zijn ofwel instrumentale versies gebaseerd op reeds bestaande polyfone modellen.

U kunt het album hieronder beluisteren via Spotify. U kunt het ook bijvoorbeeld hier bestellen als cd.

De verrassing van de tijdloosheid

Door Roos Blufpand

Om eerlijk te zijn, had ik nog nooit van Bredero gehoord. Of misschien wel op de middelbare school, maar ik was hem vergeten. Toen ik het mailtje kreeg met de vraag of ik twee bewerkingen wilde maken van zijn liedjes, was het eerste wat ik deed mijn moeder bellen, docent Nederlands in het voortgezet onderwijs. Ze begon meteen vol enthousiasme te vertellen over zijn ietwat schunnige toneelstukken die ze in de bovenbouw geregeld samen met haar leerlingen leest en de hilarische momenten die ze dan met hen beleeft.

Na het lezen van enkele van zijn werken en een minicollege van Jeroen Jansen, die in twee uur een beeld schetste van de Amsterdamse man die zowel luchtige als zware gedichten, liederen en toneelstukken geschreven heeft, besloot ik de uitdaging aan te gaan. Lees verder >>

En zingkt eens op de wijs: Arend Pieter Gijsen

Door Martine de Bruin

Er stond toch echt met grote letters boven dat de tekst uit een liedboek kwam en ten overvloede volgde de opgave van de melodie. Maar toch drong niet tot me door wat dat betekende tijdens het bestuderen van ‘tekst 2.1’ in de syllabus Literatuur en Maatschappij in het eerstejaars werkcollege Renaissance aan de Universiteit Utrecht (1988): Bredero maakte ‘Arend Pieter Gijsen’ om te zingen. En dat zingen kan nu nog steeds.

Mijn aantekeningen bij ‘Arend Pieter Gijsen’ in een exemplaar van de syllabus Literatuur en Maatschappij uit het eerstejaars werkcollege Renaissance (RU Utrecht, Instituut De Vooys, niet gedateerd: gebruikt in collegejaar 1988-1989)

Lees verder >>

Verschenen: cd ‘Hogelieder en de slieder en de kierekarikee’

Deze week verscheen de cd ‘Hogelieder en de slieder en de kierekarikee’ waarop de Utrechtse neerlandicus Laurens Ham met zijn folkband ‘Moi, le voisin’ 10 bewerkingen van Nederlandse volksliederen presenteert, allemaal afkomstig van het roemruchte radioprogramma Onder de groene linde. Laurens Ham:

Voor dat extreem lang lopende programma (1957-1993) reisde Ate Doornbosch, na enige tijd werkend voor het Meertens Instituut, heel Nederland door om mensen op zekere leeftijd de volksliedjes uit hun jeugd te laten zingen. Prachtliedjes zaten daar allemaal tussen, die inmiddels allemaal in de collectie van het Meertens Instituut zitten en een paar jaar geleden op box zijn uitgekomen – een selectie, wel te verstaan. Wij kozen daar weer tien liedjes uit, met een zekere voorkeur voor de liedjes die enigszins aan de macabere kant zijn (‘expliciet!’ waarschuwt Spotify).

Behalve op Spotify verschenen de liedjes ook in een kleine oplage als een handgestempelde, handgevouwen ‘congresmap’, met daarin niet alleen een cd, maar ook twee korte essays en tien tekstbladen waarin de liederen uitvoerig worden toegelicht. Die cd kunt u hier bestellen.

Ilja Leonard Pfeijffer als songschrijver

De taal van Ilja Leonard Pfeijffer (26)

Door Marc van Oostendorp

“Een goede songtekst,” poneert Ilja Leonard Pfeijffer in zijn zelfhulpgids Hoe word ik een beroemd schrijver?, “spreekt simpele, heldere taal. Je kunt je gewoon niet permitteren wat je je in een gedicht allemaal toestaat om te doen.” Pfeijffer heeft enig recht van spreken, omdat hij heeft bijgedragen aan twee cd’s van de zangeres en actrice Ellen ten Damme.

In die liedjes heeft Pfeijffer deze les over het algemeen zelf ter harte genomen. Afgezien van misschien sommige politieke columns is er geen deel van het oeuvre dat zoveel mensen zo moeiteloos zullen begrijpen als de liedjes:

Ze boeren, scheten, hebben geen manieren.
Ze roken niet, ze drinken niet, ze janken
en krijsen hopeloos als wilde dieren.
Toch moet je op je blote knieën danken
dat jij je aan het mooiste mag gaan wijden,
al zou je ze het liefst aan reepjes snijden.

Het raadsel is voor mij niet interessant.
Ik hoef niets nieuws. Ik ben al wie ik ben.
Ik hoef geen roze poep in luierland,
want ik ben tegen kinderen. Nou en?

Er zitten wel wat Pfeiffer-elementen in. Lees verder >>

Online: Louis Peter Grijp-lezing 2017 door Geert Buelens

De Louis Peter Grijp-lezing 2017 door Geert Buelens (‘De schaduw van 1585 en 1967. Laaglandse geschiedenis en hippiecultuur in het werk van de Vlaamse zanger Wannes Van de Velde’) vond plaats op 10 mei 2017 in de Aula van het Academiegebouw te Utrecht.

Toen Wannes Van de Velde (1937-2008) overleed, noemde The Independent hem even belangrijk voor het Vlaamse lied als zijn landgenoot Jacques Brel was voor het Franse. Dat was geen overdreven lof voor de zelfverklaarde Antwerpse “liekeszanger”, al was het maar de halve waarheid. Van de Velde schreef inderdaad een aantal liedjes die klassiek zijn geworden, maar voorts geldt hij als de belangrijkste schakel tussen de orale liedtraditie die soms eeuwen teruggaat en de moderne wereld van de folkrevival en de singer-songwriters uit de jaren zestig. Lees verder >>

Promotie Cécile de Morrée over tijd in laatmiddeleeuwse liederen

Religieuze en wereldlijke feesten waren in de laatmiddeleeuwse beleving met elkaar versmolten. De grens tussen het religieuze en het profane was dan ook minder scherp dan tot nu toe werd aangenomen. Dat stelt Cécile de Morrée (Middeleeuwse literatuur) op basis van haar promotieonderzoek naar laatmiddeleeuwse verzamelingen van religieuze liederen. Vanuit een antropologische invalshoek op het thema ‘tijd’ toont zij dat liederen werden geordend volgens de verschillende seizoenen van de jaarcyclus. Lees verder >>

10 mei 2017: Tweede Louis Peter Grijp-lezing door Geert Buelens

Wannes Van de Velde, 1967 – De Nieuwe Gazet

Op 10 mei vindt de tweede Louis Peter Grijp-lezing plaats. Hij wordt uitgesproken door Geert Buelens, hoogleraar Moderne Nederlandse Letterkunde aan Universiteit Utrecht, dichter en essayist, onder de titel:

De schaduw van 1585 en 1967. Laaglandse geschiedenis en hippiecultuur in het werk van de Vlaamse zanger Wannes Van de Velde

Toen Wannes Van de Velde (1937-2008) overleed, noemde The Independent hem even belangrijk voor het Vlaamse lied als zijn landgenoot Jacques Brel was voor het Franse. Dat was geen overdreven lof voor de zelfverklaarde Antwerpse “liekeszanger”, al was het maar de halve waarheid. Van de Velde schreef inderdaad een aantal liedjes die klassiek zijn geworden, maar voorts geldt hij als de belangrijkste schakel tussen de orale liedtraditie die soms eeuwen teruggaat en de moderne wereld van de folkrevival en de singer-songwriters uit de jaren zestig. Lees verder >>

Doctoraatsonderzoeker Singing Communities: Dutch Political Songs and the Performance of National Identity (1775-1825)

De vakgroep Letterkunde van de Universiteit Gent heeft voor 48 maanden een voltijdse betrekking vacant voor een promovendus. De aanwerving vindt plaats in het kader van een vierjarig onderzoeksproject op het terrein van de historische letterkunde en muziekwetenschap, gefinancierd door het Bijzonder Onderzoekfonds (BOF) van de Universiteit Gent, met als titel: Singing Communities: Dutch Political Songs and the Performance of National Identity (1775-1825).

De promovendus zal binnen dit project onderzoek doen naar de gemeenschapsvormende werking van het politieke lied in de Noordelijke Nederlanden omstreeks 1800. Het politieke lied werd in die periode een belangrijke functie toegedicht in het versterken van een nationale identiteit. Singing Communities onderzoekt die identiteit aan de hand van Nederlandse liederen uit de periode 1775-1825. Het richt zich met name op de mogelijke spanningen tussen het gewenste gemeenschapsvormende effect van de liederen op de zangers en de harde politieke realiteit van verdeeldheid en crisis. De volledige projectomschrijving is op te vragen bij Kornee van der Haven (Cornelis.vanderHaven@UGent.be). Lees verder >>

Louis Peter Grijp-lezing online

De eerste Louis Peter Grijp-lezing werd op 10 mei 2016 gehouden door Mike Kestemont, en ging over computationale methoden waarmee het auteurschap van het Wilhelmus mogelijk te bepalen is.

De Louis Peter Grijp-lezing is een jaarlijks evenement dat wordt georganiseerd ter nagedachtenis van de recent overleden onderzoeker Louis Grijp, die internationale bekendheid verwierf als onderzoeker naar Nederlandse lied- en muziekcultuur en als musicus in het gezelschap Camerata Trajectina.

Louis Peter Grijp-lezing 10 mei 2016 from Meertens Instituut on Vimeo.

Vacature Onderzoeker Nederlands lied

Het Meertens Instituut is een onderzoeksinstituut van de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen (KNAW) dat zich bezighoudt met de bestudering en documentatie van Nederlandse taal en cultuur. Centraal staan de verschijnselen die het alledaagse leven in onze samenleving vormgeven.

Het Meertens Instituut heeft op het terrein van het Nederlandse Lied en de Nederlandse Liedcultuur een vacature voor een

ONDERZOEKER NEDERLANDS LIED (m/v)

Voor deze vacature is een volledige functie (1,0 fte) beschikbaar voor een senior onderzoeker. Gezien de verscheidenheid van de taken is een combinatie van twee complementaire deeltijdfuncties eveneens mogelijk, bijvoorbeeld een halve functie (0,5 fte) met uitzicht op vaste dienst voor een senior onderzoeker en 0,8 fte voor een tijdelijke postdoc onderzoeker in een tenure track constructie. Lees verder >>

Uitnodiging voor eerste Louis Peter Grijp lezing, getiteld: ‘Wie schreef het Wilhelmus?’

Op dinsdag 10 mei verzorgt Mike Kestemont de eerste Louis Peter Grijp-lezing. De lezing zal gaan over het onderzoek naar het auteurschap van het Wilhelmus. Is het met computationele technieken mogelijk de auteur daarvan te achterhalen?
 
De lezing wordt gehouden ter ere en herdenking van musicus en musicoloog Louis Peter Grijp, die op 9 januari jongstleden op 61-jarige leeftijd overleed. Vanaf nu zal elk jaar zal op of rond 10 mei, de dag dat in 1932 het Wilhelmus het Nederlandse volkslied werd, door het Meertens Instituut in samenwerking met de Universiteit Utrecht georganiseerd worden.
 
Louis Grijp studeerde muziekwetenschap aan de Universiteit Utrecht en gitaar en luit aan het Koninklijk Conservatorium in Den Haag. Sinds 1990 was hij als onderzoeker verbonden aan het Meertens Instituut van de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen, vanaf 2001 was hij ook hoogleraar aan de Universiteit Utrecht met als leeropdracht de Nederlandse liedcultuur in heden en verleden. Hij was sinds 2003 lid van de KNAW, en stond meer dan 40 jaar lang aan de basis van het muziekgezelschap Camerata Trajectina.
 

Lees verder >>

Waarom is het Wilhelmus ons volkslied geworden?

“Wil-hèèèl-mus- va-han Na-ha-ssouuu- we….”, hoe vaak zou je ons volkslied al gezongen hebben in je leven? Maar heb je ook een idee wat je zingt en waarom nou dat ene lied ons volkslied geworden is? Sterker nog, wist je dat we zelfs een tijdlang een ander volkslied gehad hebben? Waarom dit volkslied helemaal niet populair werd en zelfs tot op de dag van vandaag omstreden is, weet historisch letterkundige dr. Lotte Jensen (Radboud Universiteit). Als klap op de vuurpijl bespreekt ze ook een recenter, niet erg succesvol, “volkslied”: het Koningslied. Kijken en meezingen dus!

Waar werd oprechter trouw?

Door Marc van Oostendorp


Het is alweer bijna twee maanden geleden dat de musicoloog Louis Peter Grijp overleed. We waren collega’s op het Meertens Instituut en ik had de eer dat ik gisteren bij een indrukwekkende, waardige herdenkingsbijeenkomst in Utrecht iets mocht vertellen over de manier waarop we Louis’ werk proberen voort te zetten. (Er waren sowieso veel praatjes over het voortzetten van Louis’ plannen; hij was een man die een enorme locomotief op de rails wist te zetten, en die locomotief kan nu alleen nog maar doorrijden.)

Grijp werd onder andere beroemd vanwege zijn Liederenbank en hij haalde een paar keer het nieuws met ontdekkingen die hij met behulp van de Liederenbank had gedaan. Zo ontdekte hij bijvoorbeeld de melodieën waarop de reien in Vondels toneelstuk Gijsbrecht van Aemstel gezongen werden.

In de zeventiende eeuw werden melodieën vaak niet opgeschreven. Liedjes (en dus ook reien) werden gezongen op bekende melodieën, maar zelfs welke melodie dat dan was weten we vaak niet meer. We kunnen het wel uitvinden wanneer we de structuur van de tekst goed bestuderen: die tekst moet natuurlijk op de melodie passen en omgekeerd, als we een betrekkelijk ingewikkelde melodie waarop je een lied kunt zingen, kun je er – als aan enkele andere voorwaarden is voldaan – van uitgaan dat die melodie ook bij het lied hoort.

Lees verder >>

Zingen in dialect

Door Leonie Cornips

Begin januari is Louis Grijp overleden. Louis was 22 jaar lang mijn collega aan het Meertens Instituut. Hij was hoogleraar en succesvolle onderzoeker ‘Nederlandse liedcultuur in het heden en verleden’ en de grote spil achter het ensemble Camerata Trajectina (Latijn voor ‘Utrechts muziekgezelschap’) dat liederen vanaf de middeleeuwen tot de Gouden Eeuw speelt. Hij is lange tijd mijn buurman in het instituut geweest. Vaak hoorde ik hem in zijn kamer neuriën, zingen of luitspelen. Hij onderzocht zoveel, te veel om in deze column kwijt te kunnen. Over al dat onderzoek vertelde hij boeiend: over de liederen die de bouwvakkers vroeger zongen bij het heien in Amsterdam, over vrouwenrollen die door mannen gespeeld en gezongen moesten worden in het historisch theater, over schunnige liedjes en zeker ook over zingen in dialect. Louis schreef als eerste over zingen in dialect, al in de jaren negentig van de vorige eeuw. Hij signaleerde dat Friesland in de negentiende eeuw met het Friese Liedboek (1876) voorop liep en Groningen later met het Grunneger zankbouk (1930). Het wonderlijke is, zo schrijft Louis, dat het plattelandsvolk dat gewoon was in dialect of streektaal te spreken, voornamelijk in het Nederlands zong! De echte doorbraak van de streektaalmuziek in de jaren tachtig is vooral te danken aan de regionale omroepen.

Louis was vooral geïnteresseerd in de Groningse liedzanger Ede Staal, die hij in één adem noemde met Jo Erens en Rowwen Hèze. Ede Staal werd landelijk bekend door een documentaire (1996) en de film de Poolse bruid (1998) die zich op het Groningse platteland afspeelt. In die film is Staals’ lied ’t Hoogelaand in het Gronings te beluisteren. 

Lees verder >>

Crowdfunding: verzetsliederen tegen Napoleon

De Napoleontische tijd heeft begin negentiende eeuw diepe sporen in Nederland nagelaten. Relatief onbekend is hoe wij ons verzet hebben tegen de Franse inlijving. Tijdens zijn promotieonderzoek stuitte de Nijmeegse historicus Bart Verheijen op verzetsliederen die dat prachtig symboliseren. Verheijen is nu een crowdfundcampagne gestart om deze liederen beschikbaar te maken voor het grote publiek.

Unieke bron van verzet
Sterf Tiran! Oranje Boven! Grijpt de wapenen, vrije Bataven! De liedteksten geven een goed beeld van de impact van de Franse inlijving op de bevolking. De liederen werden bovendien gezongen om het strenge Franse systeem van censuur te ontwijken. Tijdens de jaren 1806-1813, toen andere mediakanalen niet langer of nog niet beschikbaar waren, vormden deze verzetsliederen dan ook hét middel om de bevolking te informeren en te verbinden.

Lees verder >>

In memoriam Louis Grijp (1954-2016)

Door Marc van Oostendorp

foto: Annemies Tamboer

In december kwam Louis Grijp (1954-2016) nog op het Meertens Instituut. Het was toen aan iedereen duidelijk dat hij zijn intellectuele erfenis aan het overdragen was; dat dit de laatste keer was. Hij deed dat in de eerste plaats een bijzondere bijeenkomst met ‘zijn’ mensen, de mensen van het liedonderzoek. Maar ook in zijn gesprekjes met andere onderzoekers maakte hij duidelijk dat hij het vooral belangrijk vond dat zijn werk werd voortgezet – in mijn geval het werk naar de vorm van coupletten van liedjes. Hij wilde dat ik dat beloofde, en ik kon dat niet weigeren.

Die intellectuele erfenis is enorm. Louis was misschien wel de prominentste geleerde van ons instituut: iemand die wijd en zijd gerespecteerd werd, die grote subsidies wist binnen te halen en met die gelden grootse projecten tot stand wist te brengen én af te ronden. Zijn verdiensten voor het onderzoek naar het Nederlandse lied zijn daarmee gigantisch.

Hij was bovendien een inspirerend mens: altijd vriendelijk en betrokken, geïnteresseerd in ander onderzoek zonder zijn kritische zin te verliezen. Zijn eigen werk was nauwgezet, maar bovendien overstelpend. Weinig mensen werkten zo hard en graag als hij.

Lees verder >>

Armand (1946-2015)

Door Bart FM Droog

De NOS bericht dat popzanger Armand gisteravond, donderdag 19 november 2015, in een ziekenhuis te Eindhoven overleden is. Hij was al geruime tijd ziek. Armand is 69 jaar geworden.

Armand  maakte eind jaren zestig van de vorige eeuw furore als Nederlandstalig protestzanger, tekstschrijver en componist van liedjes als ‘Ben ik te min’ en ‘Wat het klootjesvolk wil weten’. Later was hij vooral bekend als pleitbezorger voor de legalisatie van softdrugs.


Lees verder >>

Plezier in verschaalde viezigheid

Door Marc van Oostendorp


Seks en humor hebben een ingewikkelde relatie met elkaar. De een moet niks van de ander hebben, terwijl de ander juist dol is op de een. In pornografie wordt nooit gelachen, maar waar vet geginnegapt wordt, zijn de intieme delen nooit ver weg. Vieze woorden winden de mens op óf amuseren hem – maar nooit tegelijkertijd.

Seks en humor hebben allebei ook nog eens een ingewikkelde verhouding met de geschiedenis. Porno van driehonderd jaar geleden is om redenen die ik wel kan aanvoelen maar niet goed begrijp net zo verschaald als de meeste grapjes uit die tijd.

In een heel fraai uitgegeven boek verzamelde Annemieke Houben tientallen ‘vieze liedjes’ uit de zeventiende en de achttiende eeuw.
Lees verder >>

Muzikale en boekhistorische middag Tiele-stichting


Op vrijdag 11 april 2014 houdt de Dr. P.A. Tiele-stichtinghaar jaarlijkse vergadering. Aansluitend is er een muzikale en boekhistorische middag georganiseerd in de Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, waar op dat moment een tentoonstelling met het persoonlijke archief van Ramses Shaffy te zien is. Het programma van de middag sluit hierop aan.
Programma

13:30      Uitreiking Tiele-Scriptieprijs 2013

14:00      De Nederlandse Liederenbank: van een Suverlijc boecxken tot Shaffy

(prof. dr. Martine de Bruin)

14:30      Het Maassluise Hoekertje: lokale liedboeken in de Gouden Eeuw

(prof. dr. Louis Grijp)

15:00      Inleiding op de tentoonstelling over het persoonlijk archief van Ramses Shaffy

(mr. Hans van Keulen)  

15:30      High Tea en de mogelijkheid de tentoonstelling te bezoeken

Lees verder >>

Liederen en poëzie uit de Eerste Wereldoorlog

Door Bart FM Droog

Honderd jaar geleden brak de Eerste Wereldoorlog uit. Een oorlog waarin in vele talen gedichten werden geschreven die de emoties en ervaringen uit die tijd naar het nu overbrengen. Maar meer nog dan in gedichten komt de hel van 14-18 tot leven in liederen die destijds door soldaten aan het front gezongen werden.

Eén contemporaine opname van een zingende soldaat is bewaard gebleven:  korporaal Edward Dwyer VC die in 1915 verslag doet van zijn ervaringen aan het front en daarin deze door merg en been gaande liedfragmenten zingt (op 2′. 16 sec. in deze opname [MP3]):
We’re here because, we’re here because we’re because we’re here
We’re here because, we’re here because we’re because we’re here
We’d be far better of in our [onverstaanbaar].

Here we are, here we are, here we are again
How long? How long? How long-a-long-a-long. hello, helllo, hello-o-wo…
Edward Dwyer stierf op 20-jarige leeftijd in de loopgraven, september 1916.
Lees verder >>

Colloquium ‘Het liederenhandschrift Berlijn 190′ (11 dec. 2013)

Het liederenhandschrift uit circa 1480, dat in de Berlijnse Staatsbibliothek wordt bewaard onder signatuur Ms. germ. oct. 190 (kortweg Berlijn 190), is een belangrijke voor de studie van het laatmiddeleeuwse geestelijke lied in de Lage Landen. Het rijke en gevarieerde repertoire biedt een prachtige blik op de Middelnederlandse en Latijnse (berijmde) teksten en muziek uit het religieuze leven in de late middeleeuwen, met het kerstfeest en de verering van Maria als belangrijke thema’s. De muzikale variëteit is opvallend groot: van organum-achtige stukken met de typische stemvoering van de twaalfde eeuw tot jongere werken in de stijl van de ars nova.

In december verschijnt een complete editie van deze bron:
Het liederenhandschrift Berlijn 190. Hs. Staatsbibliothek zu Berlin – Preußischer Kulturbesitz, germ. oct. 190. Kritisch uitgegeven door Thom Mertens en Dieuwke E. van der Poel (eindredactie), Gisela Gerritsen-Geywitz, Koen Goudriaan, Hermina Joldersma, Ike de Loos (†) en Johan Oosterman, m.m.v. Amand Berteloot. Hilversum, Verloren, 2013.  Middeleeuwse Verzamelhandschriften uit de Nederlanden, deel 12

Ter gelegenheid van de boekpresentatie organiseren het Instituut voor Cultuurwetenschappelijk Onderzoek (ICON, Utrecht), het Huygens Instituut voor Nederlandse Geschiedenis te Den Haag en de Commissie Middeleeuwse Verzamelhandschriften uit de Nederlanden een colloquium. De lezingen tijdens het colloquium zullen het handschrift en de liederen vanuit verschillende invalshoeken belichten en het ensemble Trigon zal liederen uit dit handschrift ten gehore brengen.

Universiteitsbibliotheek Utrecht Binnenstad (zaal: Eetkamer)

Programma

15.00 uur  ontvangst en welkom prof. dr. Paul Wackers (Universiteit Utrecht)
15.15        prof. dr. Frits van Oostrom (universiteitshoogleraar Universiteit Utrecht)
15.35         prof. dr. Karl Kügle (hoogleraar Muziekwetenschap, Utrecht)
15.55         dr. Dick Wursten
16.15         Trigon zingt liederen uit het handschrift
16.30         theepauze
16.45         dr. Dieuwke van der Poel (namens de editeurs)
17.00        Trigon zingt liederen uit het handschrift
17.15        aanbieding van het eerste exemplaar van de editie aan dr. Fons van Buuren
Borrel

Deelname is gratis, maar u wordt wel verzocht u komt te melden, per mail bij Dieuwke van der Poel (d.e.vanderpoel@uu.nl)

Zie ook hier

Congres ‘De zingende Nederlanden’ (24 augustus, KB Den Haag)


Op zaterdag 24 augustus 2013 organiseert de Werkgroep Zeventiende Eeuwhet congres De zingende Nederlanden: actualiteit, identiteit en emotie in de vroegmoderne liedcultuur in de Koninklijke Bibliotheek in Den Haag.
Op het congres vinden diverse lezingen en sessies plaats. Sprekers zijn Jan Burgers, Michel Ceuterick, Louis Grijp, Donald Haks, Jos Houtsma, Ad Leerintveld, Olga van Marion, Hubert Meeus, Sven Molenaar, Johan Oosterman, Dieuwke van der Poel, Goran Proot, Rudolf Rasch, Sophie Reinders, Riet Schenkeveld, Els Stronks en Betsy Wormgoor. 
Lees verder >>

Louis Grijp, Liedjes over de Vrede van Utrecht (2 juni 2013)

Aansprekende wetenschappers vertellen over hun onderzoek tijdens de Culturele Zondagen Colleges in Utrecht. Op zondag 2 juni, in het kader van de Culturele Zondag met als thema ‘Vocaal kabaal’, gaat prof. dr. Louis Grijp (hoogleraar Nederlandse liedcultuur aan de Universiteit Utrecht), op zoek naar de muzikale sporen van de Vrede van Utrecht. Van scherpe politieke liedjes tot ondeugende deuntjes over de gouden tijden voor de Utrechtse meisjes van plezier. Ook worden er live liedjes uit die tijd ten gehore gebracht door tenor Nico van der Meel.

Vocaal Kabaal – Leve de vrede. Liedjes over de Vrede van Utrecht

Datum: 2 juni 2013
Tijd: 13:00 tot 14:00
Locatie: Academiegebouw, Senaatszaal
Meer informatie