Tag: lexicon

Over lijken

Door Henk Wolf

Ik heb jarenlang een abonnement gehad op een Deenstalige krant. Daarin vielen me altijd de berichtjes op van het overlijden van bekende mensen. Die-en-die ‘er død’, stond er dan als kop: die-en-die ‘is dood’. In Nederlandse kranten zie je, dat is althans mijn indruk, doorgaans wat omfloerstere formuleringen.

In z’n taalcolumn in de Trouw schrijft Ton den Boon vandaag over een verwante kwestie, namelijk die van de gevoeligheden rondom het woord lijk. Daarover wordt de afgelopen maanden wel vaker geschreven. De aanleiding is een initiatiefnota van Kamerlid Monica den Boer van D66. In die nota van november vorig jaar staat over het woordgebruik:

3.1 Gebruik niet het woord “lijk” op gemeenteformulieren

Nadat iemand is overleden en de arts een verklaring van overlijden heeft gegeven, moet een nabestaande of de uitvaartverzorger verlof tot cremeren of begraven aanvragen bij de gemeente (artikel 11 en 11a WBL). Pas dan kan iemand worden begraven of gecremeerd. De formulieren voor deze verloven zijn vastgesteld door de Minister van Binnenlandse Zaken. In deze formulieren wordt voor de overledene het woord “lijk” gebruikt. Uit de ervaring van gemeenten blijkt dat deze term als onnodig confronterend en soms zelfs als kwetsend wordt ervaren door nabestaanden. Deze formulieren voor de verloven moeten daarom gewijzigd worden, zodat deze minder emotioneel belastend zijn.
Vanuit deze gedachte kan ook de naam van de wet gewijzigd worden.

Lees verder >>

Voor het eerst veertig

Door Henk Wolf

Vindt u de onderstaande zin onlogisch?

  • Toen ze voor het eerst veertig was, heeft ze een auto gekocht.

Er zullen Nederlandstaligen zijn die deze zin raar vinden. Voor hen kan voor het eerst alleen ‘de eerste van diverse malen’ betekenen. En omdat een mens doorgaans maar één keer veertig wordt, is de zin voor hen inhoudelijk vreemd.

Er zullen ook Nederlandstaligen zijn, vermoedelijk een minderheid, die de zin wel zo interpreteren dat die een voor de hand liggende betekenis heeft. Voor hen betekent voor het eerst in deze zin ‘net’, ‘nog maar even’.

Deze laatste groep is vermoedelijk niet zo groot, want in de betekenis ‘net’ is voor het eerst vrij zeldzaam. Een paar voorbeelden van internet:

Lees verder >>

Sik, soekie, noede: een gat in het Standaardnederlands

Door Henk Wolf

Van Schiermonnikoog tot Poperinge delen mensen een standaardtaal waarin ze vrijwel dezelfde woorden gebruiken, bijvoorbeeld: brood, straat, rotzak, mispunt, groen, wit, veertien, achtendertig, combineren en zwemmen. Wie op Schier is opgegroeid, kan door die gemeenschappelijke taal zonder veel moeite als journalist in Poperieng aan het werk en omgekeerd.

Die standaardtaal die mensen in Nederland en Vlaanderen (en uiteraard ook op de Antillen en in Suriname) zich naast of in plaats van de plaatselijke of regionale taal eigen maken, is het resultaat van een standaardiseringsproject dat in de zestiende eeuw begonnen is. Dat project is uiterst succesvol: hoewel we relatief veel aandacht geven aan het beetje variatie in die standaardtaal (de kwestie pinpas of bankkaart, bijvoorbeeld), is er in alle levensdomeinen toch vooral eenheid van taal. Lees verder >>

Afasie en de vorm van het menselijk geheugen

Door Marc van Oostendorp

De Wet van Zipf toegepast op de woorden in de roman Karakter van Bordewijk

Sommige dingen hebben alle talen met elkaar gemeen terwijl eigenlijk niemand weet waarom. Het geldt onder andere voor de Wet van Zipf. Zodra je een verzameling taalmateriaal neemt van voldoende omvang, gaat dit aan deze statistische wet voldoen. Gerrit Bloothooft schreef bijvoorbeeld eerder dit jaar uitgebreid over het feit dat hij ook geldt voor het bestand van Nederlandse namen.

Wat is die wet ook weer? Je neemt een verzameling taalmateriaal van enige omvang – een roman, een verzameling gesproken woorden, alle jongensnamen die in een bepaald jaar gegeven worden – en zet ze op een rijtje. Op nummer 1 staat het woord of de naam die het vaakst voorkomt, op nummer 2 de naam die daarna het vaakst voorkomt, enzovoort. Vervolgens blijkt: woord 1 komt ongeveer twee keer zoveel voor als woord 2, dat weer ongeveer twee keer zo frequent is als woord 3, enzovoort. Wanneer je de woorden uittekent op een logaritmische schaal krijg je een rechte lijn – zoals hierboven wordt geïllustreerd aan de hand van de roman Karakter van Bordewijk.

Er zijn verschillende verklaringen voor de Wet van Zipf, In het proefschrift dat ze onlangs verdedigde in Utrecht stelt de taalkundige Marjolein van Egmond dat de meest waarschijnlijke iets te maken heeft met de opbouw van het menselijk geheugen, waar uiteindelijk alle woorden in worden opgeslagen. Lees verder >>

Stijf in het kruis

Door Henk Wolf

Op de Friese radio was jarenlang vaak het lied De ballade fan Longerhou te horen, geschreven door Wibren Altena en uitgevoerd door Doede Veeman. In dat lied, een satire op allerlei thema’s uit volksverhalen, komt de volgende zin voor:

  • Hy skeat doe fuort, wat stiif yn ’t krús, dêr wie de kjeld yn sketten.

Die zin zal door de meeste Nederlandstaligen, en vermoedelijk ook door veel jonge Friezen, snel verkeerd worden geïnterpreteerd. Hoofdpersoon Simen – de hij in de zin – is na een lange schaatstocht namelijk stijf in zijn rug geworden. Het Friese woord krús betekent hier ‘onderrug’.

In het modernste Nederlands is die betekenis van kruis nauwelijks meer bekend. Daardoor treedt heel makkelijk verwarring op met kruis in de betekenis van ‘geslachtsdelen’. Ook in het moderne Fries krijgt krús die betekenis vaak. Lees verder >>

Ga lekker genieten!

Door Henk Wolf

Recent plaatste iemand in de Facebookgroep ‘Leraar Nederlands’ een foto van een reclamebord met het opschrift ‘geniet van onz Strandbok Bier’. Ik denk dat de plaatser vooral op de gekke spelling van onz of de onconventionele omgang met spaties en hoofdletters wilde wijzen, maar ik vond de gebiedende wijs geniet het opvallendst. Waarom? Omdat die op een bord bij de ingang van een restaurant stond. Ik zou een zin als ‘geniet van ons bier’ alleen gebruiken tegen mensen die al een biertje voor zich hebben.

De zin op het bord is dan ook geen wens zoals ‘slaap lekker’, ‘wees gezegend’, ‘krijg de pip’ of ‘kom veilig thuis’. Hij is eigenlijk een oproep om zelf genot op te roepen door een biertje te gaan kopen. Geniet is dus een aansporing tot actie en voor mijn taalgevoel kan dat niet. Bij mij is genieten namelijk geen werkwoord dat een actie uitdrukt, maar een zogenaamd ervaringswerkwoord – en ervaringen kun je mensen alleen maar toewensen.

Als je in het Nederlands van de negentiende en twintigste eeuw geniet als gebiedende wijs tegenkwam, dan was dat wel een aansporing, maar nog geen heel actieve. De luisteraar werd ertoe aangespoord om acht te slaan op iets wat hem voor de voeten kwam, om zich open te stellen voor een ervaring. Voorbeelden zijn:

Lees verder >>

In de klas: woordenschat – lexicon – vocabulaire

Door Roland de Bonth

De mobiele telefoon is een zegen voor leerlingen die de betekenis van een woord niet kennen. Je gaat – bijvoorbeeld – naar www.vandale.nl, typt boven aan de pagina het onbekende woord in en geeft vervolgens de zoekopdracht. In een oogwenk verschijnt de betekenis van het woord op het scherm van je mobieltje.

Helaas is deze manier om de betekenis van een woord te achterhalen niet geschikt tijdens het Centraal Schriftelijk Eindexamen, want de mobiele telefoon is daarbij geen toegestaan hulpmiddel. Wel mag een leerling tijdens alle schriftelijke examens woordbetekenissen opzoeken in een eendelig verklarend woordenboek Nederlands of – als de kandidaat een andere taal dan het Nederlands als thuistaal heeft – een woordenboek van Nederlands naar een vreemde taal. Een steeds groter wordend probleem is tegenwoordig dat leerlingen de volgorde van het alfabet niet meer zo goed kennen – dit is immers niet nodig bij online woordenboeken. Het opzoeken van onbekende woorden kost daardoor nodeloos veel tijd, die tijdens een examen beter aan de opgaven zelf besteed had kunnen worden. Wat kunnen leerlingen en leraren hieraan doen? Lees verder >>

Inzicht in het mentale lexicon

Door Nicoline van der Sijs

Afgelopen week heeft een groep Nederlandse en Vlaamse taalkundigen, letterkundigen, historici, psycholinguïsten en taaltechnologen zich tijdens een inspirerende workshop op het Leidse Lorentz Center gebogen over de vraag hoe we door interdisciplinaire samenwerking meer inzicht kunnen krijgen in het mentale lexicon.

Uitgangspunt van de discussie was dat de woordenschat zowel een psychologische als een sociaal-historische dimensie heeft: enerzijds wordt de woordenschat immers via eerstetaalverwerving doorgegeven en ontwikkelt hij zich in het hoofd van de taalgebruiker, anderzijds is hij het gevolg van historische ontwikkelingen waarbij o.a. externe factoren als tweedetaalverwerving een rol spelen. Dit levert een aantal interessante vragen op, zoals: Wat is de interactie tussen de psychologische en sociaal-historische dimensie? Welke lexicale elementen zijn stabiel in verschillende talen en dialecten, of door de tijd heen, en welke zijn onderhevig aan verandering? Welke factoren bepalen dat? In hoeverre weerspiegelen semantische indelingen in (geleerde) traditionele woordenboeken een psychologische realiteit? Lees verder >>