Tag: lexicologie

Pas verschenen: Klimaatschieter, dwangzoen en kastelen in Spanje

Komt een klimaatschieter op gewelddadige wijze op voor het milieu? Is een dwangzoen een typisch gevalletje #MeToo? En zijn kastelen in Spanje echt een bezoekje waard? In het nieuwe boek Klimaatschieter, dwangzoen en kastelen in Spanje bespreken Dirk Geirnaert en Roland de Bonth de betekenis en herkomst van ‘woorden die we wisten’.

Lees verder >>

Keukenstafels

Door Henk Wolf

Waar het Nederlands één woord keukentafel heeft, heeft het Fries er minimaal twee: keukentafel en keukenstafel. Die twee vormen zijn niet onderling uitwisselbaar.

Een keukentafel (zonder tussen-s en met de woordklemtoon op keuken) is een willekeurige tafel die in een keuken staat of die gemaakt is om in een keuken te staan. De Ikea en de Kwantum verkopen een heleboel van die keukentafels.

Lees verder >>

Des kegels

Door Henk Wolf

Foto: Omrop Fryslân

Ton den Boon schrijft vandaag in Trouw over des kegels. Dat komt voor in een rijmpje van Romke de Jong uit Kubaard. Het stond op een spandoek dat begin deze week werd gebruikt bij een demonstratie in Den Haag van boeren tegen het agrarisch beleid van de Nederlandse regering.

Het rijmpje gaat zo:

Wij agrariërs zijn des kegels
wij zijn het zat met alle regels!!

Lees verder >>

Over lijken

Door Henk Wolf

Ik heb jarenlang een abonnement gehad op een Deenstalige krant. Daarin vielen me altijd de berichtjes op van het overlijden van bekende mensen. Die-en-die ‘er død’, stond er dan als kop: die-en-die ‘is dood’. In Nederlandse kranten zie je, dat is althans mijn indruk, doorgaans wat omfloerstere formuleringen.

In z’n taalcolumn in de Trouw schrijft Ton den Boon vandaag over een verwante kwestie, namelijk die van de gevoeligheden rondom het woord lijk. Daarover wordt de afgelopen maanden wel vaker geschreven. De aanleiding is een initiatiefnota van Kamerlid Monica den Boer van D66. In die nota van november vorig jaar staat over het woordgebruik:

3.1 Gebruik niet het woord “lijk” op gemeenteformulieren

Nadat iemand is overleden en de arts een verklaring van overlijden heeft gegeven, moet een nabestaande of de uitvaartverzorger verlof tot cremeren of begraven aanvragen bij de gemeente (artikel 11 en 11a WBL). Pas dan kan iemand worden begraven of gecremeerd. De formulieren voor deze verloven zijn vastgesteld door de Minister van Binnenlandse Zaken. In deze formulieren wordt voor de overledene het woord “lijk” gebruikt. Uit de ervaring van gemeenten blijkt dat deze term als onnodig confronterend en soms zelfs als kwetsend wordt ervaren door nabestaanden. Deze formulieren voor de verloven moeten daarom gewijzigd worden, zodat deze minder emotioneel belastend zijn.
Vanuit deze gedachte kan ook de naam van de wet gewijzigd worden.

Lees verder >>

Een zwangere koe

Door Henk Wolf

“Kun je niet eens wat schrijven over al die zwangere koeien die je tegenwoordig in de media tegenkomt?” vroeg een collega me laatst. Ze wees me op een krantenartikel waarin gesproken werd over een koe die ‘zwanger’ was. Ik vond het een komische combinatie, die me deed denken aan de zin ‘een zwanger paard eet graag appeltaart’ uit het herkenningsliedje van de televisiekwis Waku Waku.

Voor mijn collega en mij kunnen alleen mensen zwanger zijn (afgezien van metaforisch gebruik als ‘de lucht was zwanger van geuren’). Nou was me wel vaker opgevallen dat nieuwsmedia soms woorden gebruiken die voor mijn gevoel niet bij nutsdieren passen. Zo vond ik op internet:

  • Hoe zorgen ze ervoor dat een koe zwanger raakt van een stier?
  • De familie Stassen in Valkenburg heeft vrijdag een zwangere koe moeten laten inslapen.
  • Dit signaal geeft een koe vlak voor ze gaat bevallen – en dat rechtstreeks aan de boer via sms.
  • De koe heeft al negen kalveren gebaard en is in verwachting van het tiende.
  • Hij bedoelde het lijk van een koe, denk ik.
Lees verder >>

Voor het eerst veertig

Door Henk Wolf

Vindt u de onderstaande zin onlogisch?

  • Toen ze voor het eerst veertig was, heeft ze een auto gekocht.

Er zullen Nederlandstaligen zijn die deze zin raar vinden. Voor hen kan voor het eerst alleen ‘de eerste van diverse malen’ betekenen. En omdat een mens doorgaans maar één keer veertig wordt, is de zin voor hen inhoudelijk vreemd.

Er zullen ook Nederlandstaligen zijn, vermoedelijk een minderheid, die de zin wel zo interpreteren dat die een voor de hand liggende betekenis heeft. Voor hen betekent voor het eerst in deze zin ‘net’, ‘nog maar even’.

Deze laatste groep is vermoedelijk niet zo groot, want in de betekenis ‘net’ is voor het eerst vrij zeldzaam. Een paar voorbeelden van internet:

Lees verder >>

Sik, soekie, noede: een gat in het Standaardnederlands

Door Henk Wolf

Van Schiermonnikoog tot Poperinge delen mensen een standaardtaal waarin ze vrijwel dezelfde woorden gebruiken, bijvoorbeeld: brood, straat, rotzak, mispunt, groen, wit, veertien, achtendertig, combineren en zwemmen. Wie op Schier is opgegroeid, kan door die gemeenschappelijke taal zonder veel moeite als journalist in Poperieng aan het werk en omgekeerd.

Die standaardtaal die mensen in Nederland en Vlaanderen (en uiteraard ook op de Antillen en in Suriname) zich naast of in plaats van de plaatselijke of regionale taal eigen maken, is het resultaat van een standaardiseringsproject dat in de zestiende eeuw begonnen is. Dat project is uiterst succesvol: hoewel we relatief veel aandacht geven aan het beetje variatie in die standaardtaal (de kwestie pinpas of bankkaart, bijvoorbeeld), is er in alle levensdomeinen toch vooral eenheid van taal. Lees verder >>

De eerste ouderdomsrimpels van ‘kúnst’ en ‘pluk de dag’

Door Henk Wolf

Het proberen te betrappen van nieuwe taalveranderingen (en daar dan wat over schrijven) is een hobby van me. Nou heb je taalveranderingen ruwweg gezegd in twee soorten: er kan in een taal iets bij komen en er kan iets uit de taal verdwijnen. Taalveranderingen van het eerste type zijn een stuk makkelijker te vangen dan zulke van het tweede type.

Deze week heb ik er twee keer een aanwijzing voor gevonden dat iets uit de taal lijkt te verdwijnen. Lees verder >>

Prof. dr. Jacques Van Keymeulen ontvangt Matthias de Vriespenning

Foto: Miet Ooms

Op vrijdag 14 september 2018 ontving prof. dr. Jacques Van Keymeulen de Matthias de Vriespenning uit handen van prof. dr. Frieda Steurs, directeur van het Instituut voor de Nederlandse Taal.

De Stichting Matthias de Vriesfonds werd ongeveer 40 jaar geleden opgericht en heeft tot doel de Nederlandse lexicologie in het algemeen te bevorderen. De naam van de stichting verwijst naar Matthias de Vries (1820-1892), een Nederlands taalkundige die als Leidse hoogleraar sterk inzette op de Nederlandse letteren, de taalkunde en de lexicografie. Samen met L.A. te Winkel zette hij het Woordenboek der Nederlandsche Taal op, in de later naar hen beiden genoemde spelling De Vries en Te Winkel. Het Matthias de Vriesfonds reikte vroeger al de Matthias de Vriespenning uit aan personen die zich zeer verdienstelijk hebben gemaakt voor de lexicologie. De zilveren penning is een kleine versie van de plaquette op de gevel van het voormalige woonhuis van De Vries aan het Rapenburg in Leiden. Vorig jaar is deze traditie opnieuw in het leven geroepen. In maart 2017 ontving Frans Debrabandere de penning voor zijn naamkundig onderzoek. Op 14 september 2018 was het de beurt aan prof. dr. Jacques Van Keymeulen. De penning werd uitgereikt op zijn emeritaatsviering.

Lees verder >>

J.H. Halbertsma’s Lexicon Frisicum (1872) wordt vertaald

Door Anne Dykstra

Joost Hiddes Halbertsma (1789-1869) wordt gezien als de founding father van de lexicografie van het moderne Fries. Daar valt wat voor te zeggen, want zijn postuum uitgegeven Lexicon Frisicum (1872) heeft uiteindelijk geleid tot het wetenschappelijke Woordenboek der Friese taal (1984-2011) van de Fryske Akademy, en daarmee tot allerlei andere woordenboeken die bij de Fryske Akademy zijn verschenen.

Toch schreef Halbertsma het Lexicon Frisicum uitdrukkelijk niet voor de Friese bevolking, maar voor een internationaal publiek van (taal)wetenschappers. Om zijn doelgroep te bereiken, heeft hij als metataal voor zijn woordenboek het Latijn gekozen, terwijl het Latijn als wetenschapstaal toentertijd eigenlijk al op zijn retour was. Lees verder >>

Inzicht in het mentale lexicon

Door Nicoline van der Sijs

Afgelopen week heeft een groep Nederlandse en Vlaamse taalkundigen, letterkundigen, historici, psycholinguïsten en taaltechnologen zich tijdens een inspirerende workshop op het Leidse Lorentz Center gebogen over de vraag hoe we door interdisciplinaire samenwerking meer inzicht kunnen krijgen in het mentale lexicon.

Uitgangspunt van de discussie was dat de woordenschat zowel een psychologische als een sociaal-historische dimensie heeft: enerzijds wordt de woordenschat immers via eerstetaalverwerving doorgegeven en ontwikkelt hij zich in het hoofd van de taalgebruiker, anderzijds is hij het gevolg van historische ontwikkelingen waarbij o.a. externe factoren als tweedetaalverwerving een rol spelen. Dit levert een aantal interessante vragen op, zoals: Wat is de interactie tussen de psychologische en sociaal-historische dimensie? Welke lexicale elementen zijn stabiel in verschillende talen en dialecten, of door de tijd heen, en welke zijn onderhevig aan verandering? Welke factoren bepalen dat? In hoeverre weerspiegelen semantische indelingen in (geleerde) traditionele woordenboeken een psychologische realiteit? Lees verder >>

Wamen, waamde, gewaamd

Door Jan Bethlehem

Van Dale’s Groot woordenboek van de Nederlandse taal geeft sinds 1961 voor wamen: onovergankelijk werkwoord; waamde, heeft gewaamd, met de betekenis: de modder doen opwellen: de rivier, het tij waamt. Als nuance in de betekenis geeft het ’knoeien, morsen’. Sinds de editie van 1999 verschaft het enige etymologische informatie. In de laatste uitgave legt het verband met Latijn vomere [braken], Litouws vēmti [braken] en het Neder­landse wemelen. Ik heb zo mijn twijfels over de opgegeven etymologische verwant­schap en ’knoeien, morsen’ lijkt me meer dan een nuance in betekenis. Maakt allemaal niks uit, wamen bestaat niet.

Wamen duikt voor het eerst op in de woordenlijst van Nicolaes Witsen’s Aeloude en hedendaegsche scheeps-bouw en bestier van 1671, p. 493a: het ty waemt ’de stroom doet de modder of het zant van de gront boven komen’. Lees verder >>

Uitreiking Matthias de Vriespenning aan dr. Frans Debrabandere in het Belfort in Sluis

Frieda Steurs reikt de penning uit aan Frans Debrabandere.Foto: Miet Ooms

Op zaterdag 18 maart jl. ontving dr. Frans Debrabandere op het symposium ‘Zeeuwen door de eeuwen. Verhalen over Zeeuwse familienamen’ in het Belfort in Sluis de Matthias de Vriespenning uit handen van prof. dr. Frieda Steurs, directeur van het Instituut voor de Nederlandse Taal. De Stichting Matthias de Vriesfonds werd bijna 40 jaar geleden opgericht en heeft tot doel de Nederlandse lexicologie in het algemeen te bevorderen. De naam van de stichting verwijst naar  Matthias de Vries (18201892), een Nederlands taalkundige die als Leidse hoogleraar sterk inzette op de Nederlandse letteren, de taalkunde en de lexicografie. Samen met L.A. te Winkel zette hij het Woordenboek der Nederlandsche Taal op, in de later naar hen beiden genoemde spelling De Vries en Te Winkel. Lees verder >>

7 april 2017: Kiliaanlezing

De Kiliaanstichting nodigt u uit tot het bijwonen van de Kiliaanlezing 2017:

MaartenJan Hoekstra
(TU Delft)
Ontwerpen aan de stad in woorden

De lezing wordt gevolgd door een borrel. Gelieve zich op te geven bij: Nicoline van der Sijs (post@nicolinevdsijs.nl)

Tijd:        Vrijdag 7 april 2017 16.00 uur
Plaats:      Meertens Instituut (k. 2.18)
Oudezijds Achterburgwal 185
1012 DK Amsterdam

Lees verder >>

Oude betekenissen in nieuwe Van Dale


Er is een nieuwe Van Dale, en dat zullen we weten. Bij de royale aandacht voor de zojuist verschenen 15e editie van Van Dale gaat het vooral over vernieuwingen. Er zijn nieuwe woorden opgenomen (dodebomenmedia, factchecken) en oude geschrapt (schrijfjeukte, hongerbloempje). En er is veel publiciteit over de onlineversie, waarin gebruikers zelf dingen kunnen toevoegen, de zogenaamde ‘Van Dale Wiki’. Op beide is wel wat aan te merken, zo is bijvoorbeeld hongerbloempje met 2900 hits op Google geschrapt, maar pijpenstrootjemoederkorenmet 648 gehandhaafd. De onlineversie is veel te duur: de gedrukte versie, waar je tien jaar mee doet, is in de eerste aanbieding € 149.- (daarna € 179.- ), 10 jaar de onlineversie kost je 10 x € 75.-

Maar het belangrijkste: je leest weinig over de kerntaak van een woordenboek: de betekenisdefinitie van woorden. In Onze Taal (2015:10, p. 266)  vertelt hoofdredacteur Den Boon, dat ‘ouderwetse betekenisomschrijvingen’ soms zijn aangepakt, met als voorbeeld dat definities waarin het woord inzonderheid voorkwam inmiddels zijn gewijzigd. Voorbeeld absentielijst ‘lijst waarop de absenten (inz. absente leerlingen) aangetekend worden’. Dat is nu geworden ‘lijst waarop de absenten (m.n. absente leerlingen) aangetekend worden’. (Ik kwam inz.overigens in totaal maar 8 keer tegen in Van Dale14). Een hele modernisering.

Lees verder >>

Lexicologen krijgen 7 ton voor Europees netwerk

Europese woordenschat als gemeenschappelijk cultureel erfgoed

Het Instituut voor Nederlandse Lexicologie (INL, Leiden) en de Fryske Akademy (Leeuwarden) hebben samen met partners uit 28 andere Europese landen een bedrag van ruim 700.000 euro ontvangen van COST: een organisatie die wetenschappelijke samenwerking in Europa stimuleert. Het doel is het opzetten van een Europees netwerk voor lexicologen dat de zichtbaarheid, de toegankelijkheid en het gebruik van de Europese nationale woordenboeken vergroot.
Hoe verschillend de landen en talen van Europa ook zijn, in de loop der tijd hebben ze elkaar allemaal beïnvloed. De beschrijving van onze talen is daarom een belangrijk onderdeel van ons gemeenschappelijke Europese culturele erfgoed, vastgelegd in een of meerdere nationale woordenboeken. Zo heeft Engeland de Oxford English Dictionary, Duitsland het Deutsches Wörterbuch, Friesland het Wurdboek fan de Fryske taal en Nederland het Woordenboek der Nederlandsche Taal en het Algemeen Nederlands Woordenboek. Buiten de wetenschap zijn deze naslagwerken vaak relatief onbekend.
Lees verder >>

Afscheidssymposium dr. Marijke Mooijaart 27 juni

Gouden Eeuwsymposium: Tussen Lexicologie en Taalkunde
Dr. Marijke Mooijaart neemt na 27 jaar afscheid van het INL. Na de afronding van haar proefschrift Atlas van de Vroegmiddelnederlandse Taalvarianten werkte ze als historisch taalkundige en lexicograaf bij het Woordenboek der Nederlandsche Taal (WNT) en het Oudnederlands Woordenboek (ONW).
Tot eind juni werkt dr. Mooijaart aan het diachrone computationele lexicon GiGaNT en de taalkundige verrijking van het project Brieven als Buit.

.

Datum:
27 juni 2013
Aanvang:
13.30
Locatie:
Kamerlingh Onnes Gebouw, Lorentzzaal, Leiden

Aanmelden:

Rijksmuseum: Geschiedjuweel

door Jan Stroop

Kijk bij een bezoek aan ’s Rijks museum  in Atrium West ook eens langs de  linkermuur omhoog. Dan zie je een groot  paneel met een interessante tekst.  Er staat:




“Aen d’Amstel en aan ’t Y, daer doet sich heerlijck ope
Sy die, als Keyserin, de kroon draeght van Europe.”
’t Geschiedjuweel, dat blinkt aan dien doorluchten krans
Vindt in dit heiligdom zijn echten wederglans. 

Lees verder >>