Tag: lexicografie

Pas verschenen: Klimaatschieter, dwangzoen en kastelen in Spanje

Komt een klimaatschieter op gewelddadige wijze op voor het milieu? Is een dwangzoen een typisch gevalletje #MeToo? En zijn kastelen in Spanje echt een bezoekje waard? In het nieuwe boek Klimaatschieter, dwangzoen en kastelen in Spanje bespreken Dirk Geirnaert en Roland de Bonth de betekenis en herkomst van ‘woorden die we wisten’.

Lees verder >>

De witte wijn leppende elite

Door Roland de Bonth

Een paar weken geleden brak Nicoline van der Sijs op Neerlandistiek een lans voor de historische taalkunde, die bestudeert hoe het moderne Nederlands is ontstaan uit oudere taalfasen (lees haar pleidooi hier). Wie kennis heeft van de historische taalkunde kan volgens haar met een relativerende en kritische blik naar taalregels kijken. Daarnaast geeft bestudering van de oorsprong en geschiedenis van woorden – de etymologie – inzicht in culturele en maatschappelijke veranderingen: de taal vormt een spiegel van de cultuur.

Dat wij tegenwoordig in het Nederlands veel woorden uit het Engels overnemen, bewijst dat deze taal een sterke invloed heeft. In het voortgezet onderwijs behoort Engels – naast wiskunde en Nederlands – tot de kernvakken. Bovendien is het de enige moderne vreemde taal die voor alle middelbare scholieren verplicht is. Bij een fiks aantal masteropleidingen aan Nederlandse universiteiten is het de voertaal. En wie mee wil tellen in de wetenschappelijke wereld, moet het Engels in woord en geschrift beheersen. Lees verder >>

Van taalvitter naar taalfitter

Door Jan Renkema

Vijf jaar lang verzamelde het Instituut voor de Nederlandse Taal taalirritaties in verkiezingen onder de titel Weg met dat woord! In dit boekje worden de inzendingen besproken en gaan de auteurs dieper in op die ergernissen. Ik kreeg het boekje en ik irriteerde mij zó dat ik het heb weggeven aan een man die mij tijdens het baantjes trekken steeds probeerde naar de kant te socializen (‘druk hè, u was er vorige week niet hè’). Hij zag het zwembad als een watersociëteit en bestond het zelfs om mij, met toch al enig emeritaat achter de rug, aan te spreken met ‘Dag jongeman’. Ik haat dat!

Irritatie over taal? Tot mijn ergernis had het maandblad Onze Taal jarenlang een rubriek Taalergernissen. Nooit zal ik het artikeltje vergeten van Caroline Hoonhout uit Arnhem (2009:71) onder de titel ‘Grootste ergernis’: “Ik heb vele ergernissen. (volgen acht voorbeelden) Maar de grootste ergernis ben ikzelf, omdat ik het mezelf zo moeilijk maak. Waarom ergeren deze dingen mij toch, terwijl de meeste mensen zulke fouten niet eens opmerken en daar ook helemaal niet mee zitten.” Volgens mij moet deze Caroline Hoonhout erelid worden van het Genootschap Onze Taal. Lees verder >>

Het as

Door Henk Wolf

Een paar dagen geleden bekeek ik op nu.nl een video over cremeren. In die video had de voice-over het een paar keer over ‘het as’. Dat vond ik opvallend, want voor mij is as uitsluitend een de-woord.

Ik heb eerst op de online-woordenboeken WNT en Van Dale nagekeken of die as als het-woord kennen. Dat bleek niet zo te zijn. Toen heb ik op meldpunttaal.nl een melding van de vondst gemaakt. Dat kan ik iedereen die iets aparts hoort of leest, aanraden, want daar onstaat een mooi databankje van opvallende vernieuwingen in het Nederlands. Hulde aan de bedenkers! Lees verder >>

Keurig netjes (1): In de woordenboeken

Door  Ton van der Wouden

Op 27 juni 2018 hield lexicograaf Pieter Duijff van de Fryske Akademy een lezing in Leiden voor het Matthias de Vriesgenootschap, een club van Nederlandse woordenboekenmakers en -liefhebbers. De voordracht ging over een nieuw project van de Akademy, een vertaalwoordenboek Nederlands-Fries. De casus die Pieter besprak was het oer-Hollandse keurig netjes. Het bijwoord keurig fungeert daarin als een versterker van het bijvoeglijk naamwoord netjes: keurig netjes is netter dan alleen maar netjes. De conclusie van het verhaal was, dat die combinatie keurig netjes bijna niet idiomatisch in het Fries te vertalen is.

Het WNT

De combinatie keurig netjes liet me ondertussen niet los. Lees verder >>

Prof. dr. Jacques Van Keymeulen ontvangt Matthias de Vriespenning

Foto: Miet Ooms

Op vrijdag 14 september 2018 ontving prof. dr. Jacques Van Keymeulen de Matthias de Vriespenning uit handen van prof. dr. Frieda Steurs, directeur van het Instituut voor de Nederlandse Taal.

De Stichting Matthias de Vriesfonds werd ongeveer 40 jaar geleden opgericht en heeft tot doel de Nederlandse lexicologie in het algemeen te bevorderen. De naam van de stichting verwijst naar Matthias de Vries (1820-1892), een Nederlands taalkundige die als Leidse hoogleraar sterk inzette op de Nederlandse letteren, de taalkunde en de lexicografie. Samen met L.A. te Winkel zette hij het Woordenboek der Nederlandsche Taal op, in de later naar hen beiden genoemde spelling De Vries en Te Winkel. Het Matthias de Vriesfonds reikte vroeger al de Matthias de Vriespenning uit aan personen die zich zeer verdienstelijk hebben gemaakt voor de lexicologie. De zilveren penning is een kleine versie van de plaquette op de gevel van het voormalige woonhuis van De Vries aan het Rapenburg in Leiden. Vorig jaar is deze traditie opnieuw in het leven geroepen. In maart 2017 ontving Frans Debrabandere de penning voor zijn naamkundig onderzoek. Op 14 september 2018 was het de beurt aan prof. dr. Jacques Van Keymeulen. De penning werd uitgereikt op zijn emeritaatsviering.

Lees verder >>

Nieuwe betekenissen van ‘officieel’

Door Henk Wolf

Ik word er altijd een beetje blij van als ik denk dat ik een taalverandering heb gevonden die nog niet in de woordenboeken is opgenomen. Af en toe denk ik dat ik er een gevonden heb en daar schrijf ik dan een stukje over. Een zo’n verandering is de betekenisuitbreiding van het woord officieel.

In officieel herkennen we natuurlijk het Franse office of het Latijnse officium, die allebei verwijzen naar het ‘ambt’. Officieel betekent in het Nederlands dan ook al heel allerlei dingen die met het ambtelijk apparaat of – wat breder – met de overheid te maken hebben. En daaruit komen weer nieuwere betekenissen als ‘volgens de regels’, ‘vormelijk’, ‘deftig’, ‘statig’, ‘traditioneel’ voor, die allemaal in de woordenboek terug te vinden zijn.

Recenter lijkt officieel er nog twee betekenissen bij te hebben gekregen. Die beschrijf ik hieronder. Lees verder >>

Hooggekurkt

Een achttiende-eeuwse aanvulling op het WNT

Door Roland de Bonth

Kurkentrekkers leiden steeds vaker een kwijnend bestaan in de keukenla. Wijnproducenten stappen over op schroefdoppen of – in mindere mate – op kunststofkurken. Toch levert dat geen rust op voor de kurkeiken in Zuid-Europa en Noord-Afrika want bij de productie van schoenen is kurk – na de plateauzolen uit de jaren zeventig – sinds enkele jaren weer bijzonder geliefd. Vooral bij zomerschoenen komen we kurken zolen tegen. Denk aan sleehakken en sandalen als Birkenstocks.

Verwonderlijk is dat niet. Kurk is een natuurlijk materiaal: de schors van de kurkeik wordt voor 100% gebruikt voor de productie van kurk. Bovendien is kurk volledig recyclebaar. Schoenen met kurken zolen zijn comfortabel om te dragen. De structuur van kurk zorgt er namelijk voor dat deze zolen veerkrachtig en schokabsorberend zijn. Een bijkomende gunstige eigenschap van kurk is dat het tegen een stootje kan en slijtvast is. Lees verder >>

J.H. Halbertsma’s Lexicon Frisicum (1872) wordt vertaald

Door Anne Dykstra

Joost Hiddes Halbertsma (1789-1869) wordt gezien als de founding father van de lexicografie van het moderne Fries. Daar valt wat voor te zeggen, want zijn postuum uitgegeven Lexicon Frisicum (1872) heeft uiteindelijk geleid tot het wetenschappelijke Woordenboek der Friese taal (1984-2011) van de Fryske Akademy, en daarmee tot allerlei andere woordenboeken die bij de Fryske Akademy zijn verschenen.

Toch schreef Halbertsma het Lexicon Frisicum uitdrukkelijk niet voor de Friese bevolking, maar voor een internationaal publiek van (taal)wetenschappers. Om zijn doelgroep te bereiken, heeft hij als metataal voor zijn woordenboek het Latijn gekozen, terwijl het Latijn als wetenschapstaal toentertijd eigenlijk al op zijn retour was. Lees verder >>

De taal der liefde voor al uw taalliefde

Door Marc van Oostendorp

Wie niet van De taal der liefde houdt, het ‘literair woordenboek van seks en erotiek’ dat Ton den Boon onlangs publiceerde, houdt niet werkelijk van taal.

Dat is gemakkelijk te bewijzen. Een beetje taal kent drie grote verschillende manieren waarop ze kan worden toegepast. Alle drie hebben ze hun eigen attractie voor de taalliefhebber Er is de officiële, formele taal die knispert als oude papieren en de hele wereld weet te vangen in gevoelloos en droog proza. Er is de literaire taal die peilloos diep weet te boren. En er is de straattaal die alles direct weet te zeggen.

Er zijn, kortom, de talen van het verstand, het gevoel en de onderbuik. Wie echt van een onderwerp houdt, houdt van alle facetten. Nergens komen die facetten van de woordenschat zo natuurlijk bijeen als in dit woordenboek.

Dat levert lemma’s op als: Lees verder >>

Ilja Leonard Pfeijffer als pornograaf

De taal van Ilja Leonard Pfeijffer (9)

Door Marc van Oostendorp

aandeeltje, boeing, brandweerslang, designpiston, dinges, dreglijn, erectie, fluit, frikadel, gepiemelte, geslacht, geslachtsdeel, glijpaal, grote, heipaal, johan-friso, joystick, kleinduimpje, kleine heer, kruis, lans, lardeerpriem, leuter, lul, meneer des huizes, neukstaaf, paal, paalmansje, paling, penis, pennetje, pias, piemeltje, piemertje, Piet, pikkemans, pik, pikkie, pinkeltje, pi-pa-puddingbuks, pisbuis, pook, praalhans, prakkertje, ranshansje, roe, sigaar, slurf, slurfje, snikkel, snikkeltje, snorkel, snorkeltje, spies, staart, stijve, stokbrood, stukje stinklijf, tokkeletokus, vleeshomp, wat er in het broekje hangt, Willem-Alexander, ijsje, zuigstang

aars, aarsje, aarshol, anus, billen, booty, hammen, hol, holte, kleffe kadetjes, kont, kontje, krent, lubberkwabben, piece of ass, poepertje, poepgaatje, poepgat, reet, roos, stoelgang, tokus, snolhol, zweethol Lees verder >>

Willem Brakman en de logge hops der hormonen

Door Ton den Boon

‘We waren gelukkig, ik hield van haar en zij bedroog me met al m’n vrienden.’ Soms zijn uitspraken over seks en erotiek in de verhalen van Willem Brakman hilarisch, maar vaak schuilt er iets venijnigs in. Misschien hangt dat wel samen met de voorliefde van Brakman voor het beschrijven van seksuele aberraties. Helpt een personage een ‘bijzonder elegante vrouw, ferm van stap’ ongevraagd bij het instappen in de bus, dan streelt hij langs haar ‘nylons zacht als boter’. Niets aan de hand dus, denk je als lezer, maar vervolgens blijkt de vileine aard van de man: ‘Oneindig teder heb ik haar even aangeraakt met de tip van mijn vingertop waaraan een scherfje scheermes was bevestigd door middel van een vleeskleurige pleister. Even een snelle zwiep van verrukking, een naaldscherpe aai; en een vleug van troost vond ik in de holte van haar knie, maar zij glimlachte over mij heen naar de Banque de Paris. Thuis zal zij merken hoe diep mijn verering voor haar was en hoe feilloos mijn precisie. Een druppel bloed zal op de vloer van de badkamer fluisteren in een uiterste aan stilte, en in die kleine rode poel keert mijn gezicht terug, mijn glimlach. Dan zal ze gillen en van mij dromen, wat wil een mens meer?’ Lees verder >>

Wamen, waamde, gewaamd

Door Jan Bethlehem

Van Dale’s Groot woordenboek van de Nederlandse taal geeft sinds 1961 voor wamen: onovergankelijk werkwoord; waamde, heeft gewaamd, met de betekenis: de modder doen opwellen: de rivier, het tij waamt. Als nuance in de betekenis geeft het ’knoeien, morsen’. Sinds de editie van 1999 verschaft het enige etymologische informatie. In de laatste uitgave legt het verband met Latijn vomere [braken], Litouws vēmti [braken] en het Neder­landse wemelen. Ik heb zo mijn twijfels over de opgegeven etymologische verwant­schap en ’knoeien, morsen’ lijkt me meer dan een nuance in betekenis. Maakt allemaal niks uit, wamen bestaat niet.

Wamen duikt voor het eerst op in de woordenlijst van Nicolaes Witsen’s Aeloude en hedendaegsche scheeps-bouw en bestier van 1671, p. 493a: het ty waemt ’de stroom doet de modder of het zant van de gront boven komen’. Lees verder >>

Uitreiking Matthias de Vriespenning aan dr. Frans Debrabandere in het Belfort in Sluis

Frieda Steurs reikt de penning uit aan Frans Debrabandere.Foto: Miet Ooms

Op zaterdag 18 maart jl. ontving dr. Frans Debrabandere op het symposium ‘Zeeuwen door de eeuwen. Verhalen over Zeeuwse familienamen’ in het Belfort in Sluis de Matthias de Vriespenning uit handen van prof. dr. Frieda Steurs, directeur van het Instituut voor de Nederlandse Taal. De Stichting Matthias de Vriesfonds werd bijna 40 jaar geleden opgericht en heeft tot doel de Nederlandse lexicologie in het algemeen te bevorderen. De naam van de stichting verwijst naar  Matthias de Vries (18201892), een Nederlands taalkundige die als Leidse hoogleraar sterk inzette op de Nederlandse letteren, de taalkunde en de lexicografie. Samen met L.A. te Winkel zette hij het Woordenboek der Nederlandsche Taal op, in de later naar hen beiden genoemde spelling De Vries en Te Winkel. Lees verder >>

7 april 2017: Kiliaanlezing

De Kiliaanstichting nodigt u uit tot het bijwonen van de Kiliaanlezing 2017:

MaartenJan Hoekstra
(TU Delft)
Ontwerpen aan de stad in woorden

De lezing wordt gevolgd door een borrel. Gelieve zich op te geven bij: Nicoline van der Sijs (post@nicolinevdsijs.nl)

Tijd:        Vrijdag 7 april 2017 16.00 uur
Plaats:      Meertens Instituut (k. 2.18)
Oudezijds Achterburgwal 185
1012 DK Amsterdam

Lees verder >>

Oude betekenissen in nieuwe Van Dale


Er is een nieuwe Van Dale, en dat zullen we weten. Bij de royale aandacht voor de zojuist verschenen 15e editie van Van Dale gaat het vooral over vernieuwingen. Er zijn nieuwe woorden opgenomen (dodebomenmedia, factchecken) en oude geschrapt (schrijfjeukte, hongerbloempje). En er is veel publiciteit over de onlineversie, waarin gebruikers zelf dingen kunnen toevoegen, de zogenaamde ‘Van Dale Wiki’. Op beide is wel wat aan te merken, zo is bijvoorbeeld hongerbloempje met 2900 hits op Google geschrapt, maar pijpenstrootjemoederkorenmet 648 gehandhaafd. De onlineversie is veel te duur: de gedrukte versie, waar je tien jaar mee doet, is in de eerste aanbieding € 149.- (daarna € 179.- ), 10 jaar de onlineversie kost je 10 x € 75.-

Maar het belangrijkste: je leest weinig over de kerntaak van een woordenboek: de betekenisdefinitie van woorden. In Onze Taal (2015:10, p. 266)  vertelt hoofdredacteur Den Boon, dat ‘ouderwetse betekenisomschrijvingen’ soms zijn aangepakt, met als voorbeeld dat definities waarin het woord inzonderheid voorkwam inmiddels zijn gewijzigd. Voorbeeld absentielijst ‘lijst waarop de absenten (inz. absente leerlingen) aangetekend worden’. Dat is nu geworden ‘lijst waarop de absenten (m.n. absente leerlingen) aangetekend worden’. (Ik kwam inz.overigens in totaal maar 8 keer tegen in Van Dale14). Een hele modernisering.

Lees verder >>

Vernederlandsingen in de elektronische Woordenbank van de Nederlandse Dialecten

Een oproep tot medewerking

Door Nicoline van der Sijs
Vandaag wordt de elektronische Woordenbank van de Nederlandse Dialecten (eWND) gelanceerd, zie het persbericht hier en zie de website. De eWND bevat complete tekstuitgaven van dialectwoordenboeken, met inleidingen waarin uitleg wordt gegeven over de uitspraak, spelling en grammatica van het dialect. Die complete tekstuitgaven zijn gedigitaliseerd door vrijwilligers; ze kunnen voor wetenschappelijk onderzoek worden gedownload. Op de website kan men ook bladeren door de alfabetische gedeeltes van de dialectwoordenboeken en zo een overzicht krijgen van de inhoud van een specifiek dialectwoordenboek. Momenteel staan er veertig dialectwoordenboeken op de website, waarvan drie nooit eerder gepubliceerd: een Venloos typoscript uit 1937, het manuscript van een dik Drents woordenboek van H. Molema uit 1889, en uit 1895 van dezelfde Molema de aangevulde handschriftelijke versie van zijn Gronings woordenboek dat in 1887 in druk is verschenen.

Lees verder >>

Recensie: Waarom is een witte neushoorn grijs? (en een zwarte ook) Woorden die je op het verkeerde been zetten

Door Maartje Lindhout

Soms vraag je je af waarom iets eigenlijk heet zoals het heet. Waarom noemen we Oostenrijk niet Zuidenrijk? Wat heeft een ijselijke kreet met ijs te maken? In het boekje Waarom is een witte neushoorn grijs? (en een zwarte ook) geven Heidi Aalbrecht en Pyter Wagenaar op een speelse, dynamische en toegankelijke manier antwoord op zulke vragen. Het boekje behandelt niet alleen woorden die je op het verkeerde been zetten, zoals de ondertitel wel doet vermoeden. Ook de herkomsten van spreekwoorden als ‘Joost mag het weten.’ en termen als nostalgie worden behandeld. Het boek bevat woordweetjes die eigenlijk iedereen wel wil kennen.

Lees verder >>

17 april 2015: The Role of Lexicography in Standardisation and Purification of Lesser Used Languages

Friday April 17, 2015
At Tryater, Oostersingel 70 NL-8921 GB Leeuwarden
Price: € 25,00
Register: Click here
On Friday 17 April 2015, the Fryske Akademy is organizing a one-day international conference that will be tackling the role of lexicography in standardisation and purification of lesser used languages. 
The Frisian language is one of those. As an emancipating language in the Netherlands, Frisian is acquiring new functions and penetrating into new societal domains, or into domains that are traditionally reserved for the dominant Dutch language. Therefore, it needs new terminology. Dictionaries may play an important role in reinforcing a language, in language codification and language standardisation. At the same time, making dictionaries triggers critical issues in the lexicographic practice of lesser used languages such as Frisian.

Lees verder >>

Aankondiging en oproep voor lezingen 20ste Fries Filologencongres


De Fryske Akademy organiseert dit jaar voor de twintigste keer het Frysk Filologekongres (Fries Filologencongres), in Leeuwarden op woensdag 10, donderdag 11 en vrijdag 12 december. Het congres wil een podium zijn voor het wetenschappelijk debat met betrekking tot de frisistiek in de breedste zin. De voertalen zijn: Fries, Nederlands, Engels en Duits.
De opzet van het congres is dat er elke dag wordt begonnen met een plenaire lezing. Hierna zijn er parallelsessies. Op de donderdag is er een avondsessie over Onderwijs. Het congres richt zich op de volgende onderzoeksgebieden: Oudfries, Taalkunde, Letterkunde, Lexicografie, Taalsociologie, Geschiedenis van Fryslân/Cultuurstudie. Het onderzoeksveld is het Fries, met inbegrip van de dialecten die in Fryslân voorkomen, in alle fasen en het Fries in Duitsland (Noord- en Oost-Friesland). Lezingen die vanuit een vergelijkend perspectief relevant zijn, zijn ook van harte welkom.

Lees verder >>

Die leksikograaf als ekostryder

In die hersiening van ’n gevestigde woordeboek, een wat al ’n hele paar dekades oud is, kry die leksikograaf dikwels nie net met konkrete hersieningskwessies te doen nie, maar ook nie-konkrete. Konkrete hersieningskwessies het byvoorbeeld te doen met woorde en uitdrukkings wat verouderd geraak het en met betekenisverskuiwing, op grond van die taalaanvoeling van een of meer leksikograwe of korpusvoorbeelde en -statistieke. Nie-konkrete hersieningskwessies is moeiliker om te bepaal en het veral te doen met die gees van die tyd waarin ’n woordeboek saamgestel of daadwerklik hersien is en die lewensuitkyk van ’n leksikograaf. So ’n tydsgees of lewensuitkyk kan ’n invloed hê op die manier waarop woorde en uitdrukkings vertolk word, en die voorbeeldmateriaal wat gekies word. Waar vertolkings en voorbeeldmateriaal te nou aan ’n bepaalde tydperk verbind is, of die hebbelikhede van ’n bepaalde leksikograaf weerspieël, word die rakleeftyd van vertolkings en voorbeeldmateriaal beperk, en die volgende geslag woordeboekgebruikers vind al hoe minder aanklank daarby.

Lees verder >>

Lexicologen krijgen 7 ton voor Europees netwerk

Europese woordenschat als gemeenschappelijk cultureel erfgoed

Het Instituut voor Nederlandse Lexicologie (INL, Leiden) en de Fryske Akademy (Leeuwarden) hebben samen met partners uit 28 andere Europese landen een bedrag van ruim 700.000 euro ontvangen van COST: een organisatie die wetenschappelijke samenwerking in Europa stimuleert. Het doel is het opzetten van een Europees netwerk voor lexicologen dat de zichtbaarheid, de toegankelijkheid en het gebruik van de Europese nationale woordenboeken vergroot.
Hoe verschillend de landen en talen van Europa ook zijn, in de loop der tijd hebben ze elkaar allemaal beïnvloed. De beschrijving van onze talen is daarom een belangrijk onderdeel van ons gemeenschappelijke Europese culturele erfgoed, vastgelegd in een of meerdere nationale woordenboeken. Zo heeft Engeland de Oxford English Dictionary, Duitsland het Deutsches Wörterbuch, Friesland het Wurdboek fan de Fryske taal en Nederland het Woordenboek der Nederlandsche Taal en het Algemeen Nederlands Woordenboek. Buiten de wetenschap zijn deze naslagwerken vaak relatief onbekend.
Lees verder >>

Pas verschenen: Woordenboek van het Nederlands in Suriname van 1667 tot 1876


Het Meertens Instituutheeft onlangs het Woordenboek van het Nederlands in Suriname van 1667 tot 1876 uitgegeven. Het boek bevat 2100 woorden en vaste verbindingen met hun betekenis en informatie over bijvoorbeeld etymologie en leenwoorden.
In 1667 veroverden de Nederlanders Suriname op de Engelsen. Het Nederlands werd hierbij geëxporteerd naar Suriname en maakte daar vervolgens een geheel eigen ontwikkeling door, met name omdat in Suriname woorden gemaakt moesten woorden voor zaken die in Nederland niet voorkwamen – bijvoorbeeld gebruiken, planten en dieren.

Lees verder >>