Tag: letterkunde

Willem Brakman en de logge hops der hormonen

Door Ton den Boon

‘We waren gelukkig, ik hield van haar en zij bedroog me met al m’n vrienden.’ Soms zijn uitspraken over seks en erotiek in de verhalen van Willem Brakman hilarisch, maar vaak schuilt er iets venijnigs in. Misschien hangt dat wel samen met de voorliefde van Brakman voor het beschrijven van seksuele aberraties. Helpt een personage een ‘bijzonder elegante vrouw, ferm van stap’ ongevraagd bij het instappen in de bus, dan streelt hij langs haar ‘nylons zacht als boter’. Niets aan de hand dus, denk je als lezer, maar vervolgens blijkt de vileine aard van de man: ‘Oneindig teder heb ik haar even aangeraakt met de tip van mijn vingertop waaraan een scherfje scheermes was bevestigd door middel van een vleeskleurige pleister. Even een snelle zwiep van verrukking, een naaldscherpe aai; en een vleug van troost vond ik in de holte van haar knie, maar zij glimlachte over mij heen naar de Banque de Paris. Thuis zal zij merken hoe diep mijn verering voor haar was en hoe feilloos mijn precisie. Een druppel bloed zal op de vloer van de badkamer fluisteren in een uiterste aan stilte, en in die kleine rode poel keert mijn gezicht terug, mijn glimlach. Dan zal ze gillen en van mij dromen, wat wil een mens meer?’ Lees verder >>

Toen de pornografie nog bontkleurige hanen had

Door Marc van Oostendorp

Weten jullie nog wie Couperus is? Ik vermoed dat het antwoord ‘ja’ is voor bijna allen die dit in 2017 lezen. Maar jij daar, degene die in 2067 door de archieven van dit curieuze ‘weblog’ aan het bladeren is, weet jij het ook?

Wij hier in 2017, we waren ook maar een minderheid die steeds marginaler werd. Maar wij beschouwden het nog wel als een teken van minimale beschaving dat we niet alleen weleens van Louis Couperus gehoord hadden, maar dat we ook weleens een boek van hem hadden gelezen.

Maar er verschenen in ons uithoekje van de eeuwigheid nog wel aardige kleine studies, zoals Een eenzame verschijning, waarin Ton van Kalmthout van het Huygens Instituut op een rijtje zet hoe Louis Couperus besproken werd in schoolboeken over Nederlandse literatuur tussen 1890 en 1990. Lees verder >>

Neerlandistiek en nationalisme

Door Marc van Oostendorp

Ik verwachtte niet dat er op letterkundige bijeenkomsten PowerPoints met kolommen cijfers werden getoond, en zeker niet als die bijeenkomsten dichterlijke titels dragen als Dreef de zwarte bui schaduwend voorbij?, maar precies dat gebeurde afgelopen vrijdag in Nijmegen. Die cijfers waren over het algemeen onheilspellend en lieten bijvoorbeeld zien hoe weinig kennis leraren Nederlands hebben van contemporaine Nederlandse romans, of hoe de studentenaantallen aan de universiteiten in Nederland en Vlaanderen sinds de crisis volkomen zijn ingestort.

De bijeenkomst had als bedoeling om de pols te nemen van de ‘letterkundige neerlandistiek’ en hoewel de problemen dus over elkaar heen buitelden, waren er toch vooral ook inspirerende oproepen vanuit de intra- én de extramurale neerlandistiek – om de ramen open te gooien, om trotser te zijn, om te laten zien hoeveel moois er te ontdekken valt, om meer samen te werken, om meer samen te werken met taalkundigen, of juist minder. Lees verder >>

‘Op Verwey afstappen? Zo’n snotneus als ik?’

Gesprek met Johan W. van Hulst

door Marieke Winkler

Mijn opa werd geboren in 1900. Dat maakte het erg makkelijk zijn leeftijd te onthouden – hoewel het niet zoveel uitmaakte hoe oud hij precies was want voor mij was opa Winkler altijd al stokoud. Hij overleed in 1994. Ik was tien. Vandaag had ik een afspraak met meneer Van Hulst, de oudste bewoner van het verzorgingstehuis waar een goede vriend van mij fysiotherapeut is. Meneer Van Hulst is geboren in 1911. Dat betekent dat hij meer dan drie keer zo oud is als ik nu ben. Ik kan mij niet voorstellen hoe oud dat is. Het idee dat iemand al langer dan een eeuw op de aarde rondloopt is amper te bevatten.

Nog op 95-jarige leeftijd schreef Van Hulst een artikel over de dichter Albert Verwey. Hierin betoogt hij aan de hand van vele passages uit Verweys gedichten waarin naar ‘het Boek’ wordt verwezen dat Verwey zijn religieuze opvoeding nooit verloochend heeft. Een nogal tegendraadse opvatting. De Tachtigers, waartoe Verwey behoorde, zijn immers de boeken ingegaan als de dichters die Schoonheid op de plaats van God zetten en de dichter tot Christusfiguur maakten. Toen Van Hulst vernam dat er op dit moment door een veel jongere neerlandicus onderzoek wordt gedaan naar Verwey, veerde hij op in zijn rolstoel. Ik kreeg het artikel thuisbezorgd en moest maar eens komen praten. Lees verder >>

Herhaalde aankondiging: Dreef de zwarte bui schaduwend voorbij?

Letterkundige neerlandistiek nu en in het komend decennium

Het is alweer meer dan een decennium geleden dat Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde een themanummer publiceerde over de toekomstperspectieven van de Nederlandse letterkunde. ‘Hoe verder?’, luidde de vraag die samenstellers Ernst van Alphen en Frans-Willem Korsten zichzelf en de medewerkers aan het nummer (2004) stelden. In hun inleidende artikel opperden zij dat de neerlandistiek wellicht stervende was.

Die diagnose blijkt anno 2016 niet in een overleden patiënt te hebben geresulteerd, maar het is wel goed weer eens op de gezondheid en vruchtbaarheid van het vak te reflecteren. In ruim tien jaar tijd is het veld immers van samenstelling veranderd, zijn er (dus) nieuwe onderzoeksrichtingen ingeslagen en zijn de infrastructurele randvoorwaarden gewijzigd, zowel financieel als organisatorisch (nieuwe onderzoeksprogramma’s, brede Masters). Lees verder >>

Wederwaardigheden bij het editeren: literatuur tussen het puin

                                                                                                       door Viorica Van der Roest

Het was op 3 maart 2009 overal in het nieuws: de instorting van het Historisch Archief in de Severinstrasse in Keulen. Terwijl ik die avond naar het Journaal keek, kwam daar natuurlijk ook de grote hoeveelheid historische bronnen ter sprake die door de aarde was opgeslokt. Wat erg, dacht ik, al die oude handschriften en oorkonden. En toen kwam, met een schok, een andere gedachte: Parthonopeus! Tegenwoordig weet ik alle bewaarplaatsen van de handschriftfragmenten van de Parthonopeus van Bloys uit mijn hoofd, maar zo ver was ik in 2009 nog niet. Ik wist alleen dat er een aantal fragmenten op verschillende plaatsen in Keulen lagen. Ik ben nog nooit zo snel op het repertorium van Kienhorst afgestoven als die keer. Een snelle bladersessie leerde me dat er, helaas, inderdaad twee fragmenten in het Historisch Archief hadden gelegen, afkomstig uit twee verschillende handschriften. Die lagen dus nu tussen het puin. Zouden ze nog gered kunnen worden? Lees verder >>

In een scheur om Karel ende Elegast

Door Douwe Brouwer, Elise van Schaik en Mark Visscher


Hoe maak je middelbare scholieren enthousiast om middeleeuwse verhalen te lezen? Het lijkt – en is – misschien wel een van de meest ondankbare taken die een docent Nederlands kan hebben. Oude boeken zijn immers stoffig, saai en onleesbaar. Dat beeld willen wij, (oud-) UvA-studenten Douwe Brouwer, Elise van Schaik en Mark Visscher, bijstellen.

Op YouTube zijn we zo’n anderhalf jaar geleden ‘De Alphaman’ begonnen: een reeks samenvattingen van historische literatuur. We verwennen de kijker met eigenhandig getekende illustraties, met af en toe een flauw woordgrapje en vooral met een zwaar aangezette stem die het verhaal in twee minuten van begin tot einde samenvat. Als uitsmijter krijgt de kijker een leestip: ‘lees dit boek als je geïnteresseerd bent in: diefstal, bloedneuzen, complottheorieën en praten met dieren’. Lees verder >>

Pas verschenen: S. Smith, Miraudijs, Walewein en ‘ic’. Twee opstellen over ‘Die Riddere metter Mouwen’.

Vlaanderen kent in de dertiende en de eerste helft van de veertiende eeuw een bloeitijd van Arturromans in de volkstaal. In episodische verhalen, te onderscheiden van lijvige pseudo-historische romans, geniet de dappere en hoofse ridder Walewein, de neef van koning Artur, een geweldige reputatie. Vreemd, en vragend om een verklaring, is dat Walewein slechts een kleine en ook nog eens ontluisterende rol speelt in Die Riddere metter Mouwen, een roman die als invoeging in de beroemde Lancelotcompilatie bewaard is gebleven. In een lang artikel bespreekt de auteur van Miraudijs, Walewein en ‘ic’, wat de reden van Waleweins degradatie geweest kan zijn. Hierbij ook aandacht voor de Roman van Walewein, een meesterlijke tekst geschreven door twee dichters, Penninc en Pieter Vostaert. Lees verder >>

Dreef de zwarte bui schaduwend voorbij?

Letterkundige neerlandistiek nu en in het komend decennium

Het is alweer meer dan een decennium geleden dat Tijdschrift voor Nederlandse Taal- en Letterkunde een themanummer publiceerde over de toekomstperspectieven van de Nederlandse letterkunde. ‘Hoe verder?’, luidde de vraag die samenstellers Ernst van Alphen en Frans-Willem Korsten zichzelf en de medewerkers aan het nummer (2004) stelden. In hun inleidende artikel opperden zij dat de neerlandistiek wellicht stervende was.

Die diagnose blijkt anno 2016 niet in een overleden patiënt te hebben geresulteerd, maar het is wel goed weer eens op de gezondheid en vruchtbaarheid van het vak te reflecteren. In ruim tien jaar tijd is het veld immers van samenstelling veranderd, zijn er (dus) nieuwe onderzoeksrichtingen ingeslagen en zijn de infrastructurele randvoorwaarden gewijzigd, zowel financieel als organisatorisch (nieuwe onderzoeksprogramma’s, brede Masters). Lees verder >>

Reynaertcolloquium ‘De metamorfosen van een literaire vos’

Op vrijdag 21 april 2017 vindt in Sint-Niklaas het colloquium ‘Metamorfosen van een literaire vos’ plaats. Wetenschappers uit drie landen, van vier verschillende instellingen, presenteren zes lezingen waarin diverse methodologische aspecten en enkele voorbeelden van de lange Nachlebung van het verhaal worden bestudeerd:

  • Dra. Irmgard Fuchs (Zwitserland) – Universiteit Zürich,
    Reynaert en Reinhart. Twee vossenverhalen in comparatistisch perspectief’
  • Em. prof. Paul Wackers (Nederland) – Universiteit Utrecht,
    ‘Mag dat? Over acceptabele en onacceptabele interpretaties van het Reynaertverhaal
  • Drs. Wouter Haverals en Dr. Mike Kestemont (België) – ISLN/Universiteit Antwerpen,
    ‘Op het ritme van de Reynaert. De panoramische lectuur van een Middelnederlands meesterwerk aan de hand van de computer’
  • Dr. Kevin Absillis (België) – ISLN/Universiteit Antwerpen
    ‘En wat was ’t nu met den ezel?’ Felix Timmermans (1886-1947) en de Reynaert
  • Prof. Dr. Kris Humbeeck (België) – ISNL/Universiteit Antwerpen
    ‘Enkele tinten grijs en één echte rosse: over de vos Reynaert, collaboratie en repressie’
  • Jan Dewilde (België) – Artesis Plantijn Hogeschool Antwerpen (Conservatorium)
    ‘De vos op noten: de vos in Vlaamse liederen en opera’s’.

Lees verder >>

Symposium Promovendi Nederlandse Taal en Cultuur Nijmegen zwaaien af

Dit jaar zullen maar liefst zes promovendi van de afdeling Nederlandse Taal en Cultuur van de Radboud Universiteit Nijmegen hun proefschrift verdedigen, een mooi moment om hen allen uit te nodigen hun letterkundig onderzoek te presenteren. Namens de promovendi Lieke van Deinsen, Jeroen Dera, Ad Poirters, Sophie Reinders, Bart Verheijen en Marieke Winkler nodigt de afdeling u daarom van harte uit voor een middag waarin zij vertellen over hun belangrijkste of meest opzienbarende onderzoeksresultaten. Van zestiende eeuwse social media (Sophie Reinders) tot canonvorming in de vroege achttiende eeuw (Lieke van Deinsen), van  gebruikssporen in liturgische boeken (Ad Poirters) tot Nederlandse verzetsliteratuur tegen Napoleon (Bart Verheijen) en literaire kritiek in allerlei vormen en media (Marieke Winkler en Jeroen Dera): het belooft een gevarieerde, inspirerende middag te worden!

Deelname is gratis, wel graag even aanmelden bij Marieke Winkler via m.winkler@let.ru.nl. Ook voor vragen kunt u zich wenden tot Marieke Winkler.

Dag: vrijdag 27 januari
Tijd: 15u tot 17u (aansluitend borrel)
Plaats: Radboud Universiteit Nijmegen,
Erasmusgebouw, zaal E2.05

Uitslag De De Avondenquiz

Door Roland de Bonth

avondenDrie dagen na het plaatsen van de De Avondenquiz ontving ik reeds de eerste antwoorden. Dat dit geen toeval was, bleek uit de toevoeging die de deelnemer achter zijn naam zette: ‘Avondenlezer sinds 1976’. Met slechts één foutje – en terechte kritische opmerkingen bij twee vragen – is Niek van den Elzen dan ook de terechte winnaar van deze quiz. Van harte gefeliciteerd. Het speelgoedkonijn komt zijn kant op.

De juiste antwoorden: Lees verder >>

Nieuws van de Gentse onderzoeksgroep Teksteditie Literatuur in Vlaanderen

Op 23 maart 2017 organiseren Poëziecentrum, KANTL en TLIV een studienamiddag over poëzie en klassieke muziek.

De onderzoeksgroep Teksteditie Literatuur in Vlaanderen (UGent) organiseert in 2017 samen met Huygens ING (Den Haag) een studiedag: Transmissie van tekst in tekst.

Recente edities van TLIV (najaar 2016)

  • Cyriel Buysse, Tragedie en andere vroege verhalen. Gent, Woolf, 2016 (Cyriel Buyssebibliotheek 1).
  • Literatuur in Vlaanderen 1900-1950 (Academia Press): Victor Brunclair, Gedichten (met een nawoord van Anneleen De Coux)
  • ‘Richard Minne leest Guido Gezelle’, in Sonia Vandepitte, Bart Defrancq, Lieve Jooken (red.), Een sextant voor een taalspecialist. Bijdragen tot Joost Buysschaert in profiel. Gent, Academia Press, 2016, p. 169-176.

Lees verder >>

‘Echte literatuur bedrijven deed je in de 18e eeuw niet in het Nederlands’

Door Michiel Leen

9789035143753-178-0Onlangs verscheen De weg naar het binnenland, het het achtste en laatste deel in de reeks Geschiedenis van de Nederlandse literatuur. De reeks is opgezet als doorlopend verhaal met alle recente vondsten en de nieuwste wetenschappelijke inzichten. De serie, een initiatief van de Taalunie, is bedoeld voor zowel Neerlandici als voor een breder publiek. De verschillende delen beschrijven de literatuur uit Nederland en Vlaanderen van de middeleeuwen tot 2005. In januari 2017 wordt de reeks afgerond met een terugblik van de redactie.

Michiel Leen sprak met de auteur van dit laatste deel, Tom Verschaffel.

Niet de spannendste periode uit de vaderlandse letteren, maar wel een cruciaal scharniermoment in de culturele en politieke geschiedenis van de Zuidelijke Nederlanden.

De literatuur van de Zuidelijke Nederlanden in de 18e eeuw is een wat een ondergeschoven kindje. De periode tussen 1700 en 1800 wordt er gewoonlijk gezien als een literair braakland. Een literatuurgeschiedenis schrijven over die periode is dan ook niet evident. Historicus Tom Verschaffel, docent aan de KU Leuven, ging de uitdaging aan. En neen, dat was volgens zijn zeggen géén ondankbare taak. Lees verder >>

Onderzoek naar Bonita Avenue: doe mee!

Wij, Roel Smeets (RU) en Lucas van der Deijl (UvA), hebben afgelopen week een mini-experiment opgezet over leeservaringen van de roman Bonita Avenue van Peter Buwalda, bestaande uit een vragenlijst met vier korte vragen. Wij zullen deze data verwerken in een wetenschappelijk artikel.

Graag zouden we zoveel mogelijk respondenten verzamelen. Daarom zouden we het zeer op prijs stellen als u aan ons experiment wilt deelnemen. U kunt bij de vragenlijst terecht komen via deze verkorte url: https://goo.gl/forms/9WPHEU2DX63szJP13

 

Max Havelaars met zombies en culturele toeëigening

Door Marc van Oostendorp

92000000599827852016 was het jaar dat Max Havelaar door een vooraanstaand schrijver een ‘effectief moordwapen voor elk sluimerend vonkje literaire interesse ‘ werd genoemd, een boek dat je vooral niet aan middelbare scholieren moet geven omdat ze dan nóóit meer een boek willen lezen.

Het was ook het jaar dat Max Havelaar met zombies verscheen, een bewerking die volgens de auteur, Martijn Adelmund, door scholieren gelezen kan worden naast het origineel om ze te laten zien dat het een ‘sensatiegerichte aanklacht’ is. Om dat sensationele karakter te onderstrepen voorziet hij het verhaal van opengereten buiken met naar buiten stulpende ingewanden.

Er lijkt me in ieder geval genoeg stof tot discussie. Lees verder >>

Verlies van botheid door buitenlanders

Door Marc van Oostendorp

stipriaan_botheidIn zijn nieuwe boek Lof der botheid deinst René van Stipriaan er niet voor terug zijn lezer eens flink te kwellen. In een van de hoofdstukken gaat het over de biografie van Constantijn Huygens, en Van Stipriaan beschrijft dan hoe in de loop van de tijd verschillende potentiële biografen zijn teruggedeinsd: dat leven duurde te lang, en zat te vol met geleerdheid, talen, contacten. Alleen een voldoende jong iemand met enorme ambitie en de mogelijkheid om zich ‘veertig jaar lang’ in dat leven te verdiepen zou een kans maken. Nog los van of iemand dat dan zou willen lezen.

Dan wijst Van Stipriaan erop dat hijzelf de dertig inmiddels gepasseerd is, maar anders best zo’n boek zou willen schrijven. Doe dat dan! wil je hem als lezer toeroepen. Lees verder >>

De oorlog in het bos. Over literaire stijl

Door Marc van Oostendorp

attachment-1-5
‘Vijftig tinten grijs in het bos’. Illustratie: MvO
Kun je uitrekenen of een boek in een literaire stijl geschreven is? En kun je dat rekenen vervolgens door een computer laten doen? Dat is een van de vragen die Andreas van Cranenburgh probeert te beantwoorden in zijn onlangs verdedigde proefschrift Rich statistical parsing and literary language.

Om dat te doen, moet je natuurlijk eerst een maat hebben van hoe literair een boek eigenlijk is. Van Cranenburgh haalt deze uit het project The Riddle of Literary Language, waarin een groot aantal internetgebruikers over een groot aantal relatief recente, vertaalde en oorspronkelijke, boeken een oordeel hebben gegeven. Die oordelen zijn bij elkaar opgeteld, en dat levert de uiteindelijk maat van literariteit op. (Vijftig tinten grijs kwam daar als allerlaagste uit, als je dat wil weten.) Lees verder >>

30-31 maart 2017: Dreef de zwarte bui schaduwend voorbij? Letterkundige neerlandistiek nu en in het komend decennium

Het is alweer meer dan een decennium geleden dat het tijdschrift TNTL een themanummer publiceerde over de toekomstperspectieven van de Nederlandse letterkunde. ‘Hoe verder?’, luidde de vraag die samenstellers Ernst van Alphen en Frans-Willem Korsten zichzelf en de medewerkers aan het nummer (2004) stelden. In hun inleidende artikel opperden zij dat de neerlandistiek wellicht stervende was. Die diagnose blijkt anno 2016 niet in een overleden patiënt te hebben geresulteerd, maar het is wel goed weer eens op de gezondheid en vruchtbaarheid van het vak te reflecteren. In ruim tien jaar tijd is het veld immers van samenstelling veranderd, zijn er (dus) nieuwe onderzoeksrichtingen ingeslagen en zijn de infrastructurele randvoorwaarden gewijzigd, zowel financieel als organisatorisch. Genoeg reden voor de leerstoel Nederlandse Letterkunde van de Radboud Universiteit om op 30 en 31 maart 2017 een bijeenkomst te organiseren met en voor vakgenoten, die beoogt de inhoudelijke stand van zaken op te maken rond de nationale en internationale letterkundige neerlandistiek. Wat is de huidige positie van ons vak in landelijk perspectief, vanuit internationaal oogpunt, wetenschappelijk en maatschappelijk?​
Lees verder >>

27 januari 2017: 130 jaar later. Nieuwe perspectieven op Multatuli

multatuliDatum:  Vrijdag 27 januari 2017
Plaats:  Academiegebouw Leiden, Rapenburg 73,
Klein Auditorium

De toegang is gratis, maar u dient zich aan te melden via r.a.m.honings@hum.leidenuniv.nl

Met lezingen vanLars Bernaerts, Jane Fenoulhet, Ralf Grüttemeier, Laurens Ham,  Odile Heynders, Jaap de Jong, Kris Humbeeck, Evelien Neven,  Saskia Pieterse, Olf Praamstra & Marc van Zoggel Lees verder >>

Over J.C. Bloem en de NSB. Een voetnoot

Door Jan Noordegraaf

Enkele maanden geleden was er enige literair-historische reuring in de gemeente Alphen aan den Rijn. Dat had te maken met het feit dat het toen vijftig jaar geleden was dat de dichter J.C. Bloem overleed. Jacques Bloem was in 1887 geboren in het dorp Oudshoorn, dat in 1918 is ingelijfd bij Alphen aan den Rijn. Aan de andere kant van het water ligt nu een bekend vogelpark annex restaurant.

De Alphense initiatiefgroep ‘Dichter bij Bloem’ had de gemeente Alphen aan den Rijn gevraagd om (financiële) medewerking bij het organiseren van een aantal evenementen rond de dichter Bloem. Via een ambtenaar van de gemeente kreeg de groep evenwel een afwijzende reactie. De mededeling luidde: ‘De gemeente kan zich niet committeren aan zijn levenswijze. Jullie hebben toch ook op Wikipedia [sic!] kunnen lezen dat hij niet van onbesproken gedrag was?’. Gedoeld werd onder meer op het feit dat Bloem in de jaren dertig lid is geweest van de NSB. Lees verder >>

Themadag Avant-garde in de Nederlandse literatuur: ‘ik wil bloot zijn en beginnen’

Dit jaar is het honderd jaar geleden dat de eerste bijeenkomst van Dada plaatsvond in Cabaret Voltaire in Zürich. Het dadaïsme werd een van de stromingen van de historische avant-garde, die net als andere -ismen- (futurisme, kubisme, expressionisme, surrealisme etc.) de burgerlijke maatschappij wilde vernietigen en er een nieuwe wereld en nieuwe mens voor in de plaats wilde stellen. De kunst moest herijkt worden en ‘visioenair’ zijn: woorden en vormen dienden te worden  bevrijd uit hun traditionele keurslijf.

Paul van Ostaijen is de meest bekende literaire vernieuwer uit deze periode. Zijn typografie  was vernieuwend, evenals zijn hartenkreten (‘ik wil bloot zijn en beginnen’) uit Feesten van angst en pijn.

Wat hebben deze radicale stromingen voor invloed gehad op maatschappij en kunsten? Is de literatuur van nu beïnvloed door de avant-gardistische ideeën van toen? Bestaat er nog steeds een avant-garde in de moderne literatuur? De kenner hiervan bij uitstek is Geert Buelens die onlangs een bloemlezing heeft samengesteld over avant-gardistische poëzie in de Lage Landen: Dan Dada doe uw werk! Lees verder >>

Toch weer eens Dèr Mouw lezen!

Door Marc van Oostendorp

coverWanneer ik het eerder dit jaar verschenen Handig literatuurboek van Willem Wilmink zou moeten samenvatten, zou ik de volgende zin aanwijzen uit dit 470 pagina dikke boek: “Iets dergelijks is mezelf overkomen met de negentiende-eeuwse dominee-dichter Van Charante.”

Dat is het! Daar zit het allemaal in! Niet alleen de stijl van Wilmink, die het persoonlijke (‘is mezelf overkomen’) moeiteloos combineert met grote geleerdheid (Van Charan-wie?). Het lijkt me ook de toverformule voor enthousiasmerend schrijven over literatuur, en dan vooral over oudere literatuur. Je moet weten waar je het over hebt; maar je moet ook niet bang zijn je eigen eigenaardigheden in te brengen.

Blijkens dit boek, dat bestaat uit door Guus Middag uit de nalatenschap bij elkaar geplaatste artikelen, blijkt dat Wilmink die balans keurig wist te bewaren. Lees verder >>

De delete-knop en de bestsellerindustrie

Door Marc van Oostendorp

9780674417076Dertig jaar geleden had ik niet moeten proberen om ’s ochtends vroeg een stukje te schrijven. Ik woonde toen in een studentenkamer en had alleen een oude tikmachine. Als ik daar buiten de reguliere uren om op werkte, werd mijn benedenbuurvrouw zo kwaad van het geluid – ‘ben je nu alweer je kamer aan het veranderen!’ – dat ik het wel uit mijn hoofd zou laten om dat buiten de gewone uren te doen.

De computer heeft het allemaal veranderd. Schrijven is bijvoorbeeld steeds minder geluid gaan maken: op de gemiddelde laptop hoor je het nog wel zachtjes als je in dezelfde ruimte bent, maar op slimme schermen merk je er niets meer van. En dat is natuurlijk nog maar de kleinste van alle veranderingen die er in het ambacht zijn gekomen.

Wat een briljant idee om een ‘literaire geschiedenis van het tekstverwerken’ te schrijven en zo in kaart te brengen hoe het (literaire) schrijven en de computertechniek in de afgelopen decennia samen zijn veranderd. Lees verder >>