Tag: letterkunde

Twee buren, twee culturen?

Door Mathijs Sanders

Ehrenfesthuis, Leiden.
Bron: Wikipedia

Wat vermag de studie van literatuur in een tijd waarin de Geesteswetenschappen zwaarder onder druk staan dan ooit tevoren en waarin kennisgebieden door politieke krachten uit elkaar worden gedreven? Een recente Nederlandse roman laat zien hoe wetenschappers zich inzetten voor een creatief samenspel van uiteenlopende disciplines. Literatuur en literatuurwetenschap kunnen daar een bemiddelende rol bij spelen.

De mooiste hoofdstukken van de sprookjesachtige roman De vrolijke verrijzenis van Arago van Tomas Lieske spelen zich af in Leiden rond het jaar 1922. Na een reeks wonderbaarlijke omzwervingen in het grensgebied van Oostenrijk en Italië wordt de vijftienjarige wees Lise samen met haar pleegmoeder Simone Werner en de vos Arago – die na een aanrijding in de Dolomieten op wonderbaarlijk uit de dood is opgestaan – opgenomen in het huis van de Nederlandse natuurkundige Paul Ehrenfest. In die levendige en liefdevolle sociale omgeving maakt zij kennis met vooraanstaande natuurkundigen als Niels Bohr en Willem de Sitter. In de open sfeer van het Ehrenfesthuis wordt Lise spelenderwijs betrokken bij vrije uitwisseling van ideeën over uiteenlopende onderwerpen als de kwantummechanica, de kosmologie, de wiskunde en de Nederlandse taal. Het gezelschap vormt een kleine Republiek der Letteren, een intellectuele ruimte waar kennis wordt gedeeld, de scheidslijnen tussen verbeelding en wetenschap niet scherp getrokken worden en fanatisme uit den boze is. De wetenschappers zijn overtuigd van de betrekkelijkheid van hun ideeën en van de kracht van de verbeelding. Hun intellectuele bevlogenheid krijgt vorm in levendige conversaties, waar ook kinderen in worden betrokken.  Kinderen – zo luidt de onuitgesproken opvatting – beschikken immers over de gave van de verwondering, over het vermogen om te begrijpen wat zij niet kunnen verklaren. Lise leert van de wetenschappers dat mensen zich niet moeten laten begrenzen door wat geldt als zekere kennis. In het Ehrenfesthuis aan de Leidse Witte Rozenstraat werden volgens de verteller geen meningen opgedrongen, ‘er werd uitgelegd waarom de een er zus over dacht en de ander zo.’

Lees verder >>

Nederlandse letterkunde: een zonnige toekomst

Door Mathijs Sanders

Laat ik maar bekennen dat de lof die Bram Lambrecht mijn boek Europese papieren toezwaait in zijn recensie voor het tijdschrift Internationale Neerlandistiek (2019-2) mij niet onbewogen laat. De bespreking verwoordt precies wat ik met dat boek beoogde, namelijk het leveren van een bijdrage aan de het onderzoek binnen ons vakgebied naar de internationale dimensies van literatuur in Nederland en ‘meer mensen warm [te] maken voor ons werk’ (vooral die eerste persoon meervoud in de recensie bevalt mij zeer). ‘Het [boek] zet radicaal en systematisch in op een transnationale neerlandistiek en bewijst dat een dergelijke werkwijze tot nieuwe inzichten leidt.’

Lees verder >>

Fantasie en maatschappijkritiek

Door Theo Meder

Soms krijg je als onderzoeker een, op het eerste gezicht, eigenaardig boek ter recensie aangeboden. Het overkwam mij met de wetenschappelijke bundel Phantastik und Gesellschaftskritik im deutschen, niederländischen und nordischen Kulturraum, met als tweede titel Fantastique et approches critiques de la société; Espaces germanique, néerlandophone et nordique. De editeurs zijn Marie-Thérèse Mourey en Evelyne Jacquelin en de bundel van 272 pagina’s verscheen in 2018 bij de universiteitsuitgeverij van Heidelberg voor de somma van 56 euro.

Het eerste eigenaardige aan deze wetenschappelijke uitgave is dat de bijdragen in het Duits en het Frans zijn. Niet dat dat verboden is, maar Engels was voor veel lezers een betere keuze geweest. Je hoopt vervolgens dan dat tenminste de Abstracts (pp. 245-255) achterin in het Engels zijn, maar nee, die zijn weer tweetalig Duits en Frans. Editeur Mourey rechtvaardigt in haar voorwoord de bundel als internationaal en interdisciplinair (p. IX). Met het Namenregister (pp. 267-272) is het misgegaan trouwens: in het boek ontbreken de verwijzingen naar de bladzijden, en dus moest er een los katern worden ingelegd met namen en de corresponderende pagina’s. De tekst op de achterflap belooft bijdragen over narratieve fantasiewerelden in hun relatie tot de realiteit.

Lees verder >>

De schatkamer van… Karin Amatmoekrim

‘De schatkamer van…’ is een rubriek in de DBNL-nieuwsbrief, ter gelegenheid van het twintigjarig bestaan van DBNL. In deze rubriek komt maandelijks een bekende DBNL-fan aan het woord, die vertelt over een schat die hij of zij uit de digitale bibliotheek heeft opgediept. Deze maand is dat schrijver en letterkundige Karin Amatmoekrim.

‘Mijn schat in de DBNL is de grote selectie tijdschriften, vooral de literaire. Vorig jaar schreef ik de artikelenreeks ‘Verzwegen geschiedenis’, verschenen in de Correspondent. In deze reeks staan gebeurtenissen in de geschiedenis centraal die je niet in de boeken vindt, die maar bij een paar historici bekend zijn, maar die wel een hoop verklaren over onze huidige samenleving. Ik schreef hiervoor over Boven-Digoel, een concentratiekamp avant la lettre op Papoea-Nieuw-Guinea waar vijftien jaar lang mensen die zich verzetten tegen het koloniale bewind in Indonesië in weggestopt werden. Dat kende ik vooraf helemaal niet. Op Delpher, een ander groot digitaliseringsproject van de Koninklijke Bibliotheek, spitte ik kranten uit de jaren dertig door en daar kwam ik namen en artikelen tegen die ik vervolgens opzocht in de DBNL. E. du Perron heeft er veel over geschreven bijvoorbeeld. De informatie die ik hier vond, heb ik gebruikt voor die reeks. Voor mij is de DBNL dus vooral een grote bron van secundaire literatuur. Later kwam ik ook de brieven van Soetan Sjahrir tegen, de eerste premier van Indonesië, geschreven tijdens zijn gevangenschap in Boven-Digoel.

Als ik iets zou mogen toevoegen aan de DBNL, dan zouden dat wat meer moderne, kleinere en vooral meer obscure tijdschriften zijn, tijdschriften die je eigenlijk nooit tegenkomt. In Sheffield las ik laatst zo’n literair blaadje met bijdragen van lokale dichters en schrijvers. Dat soort kleine nichetijdschriften wordt natuurlijk overal in de wereld uitgegeven; misschien ook wel in Paramaribo of andere delen van de wereld die tot het Nederlandse taalgebied gerekend worden. Hoe mooi zou het zijn als zulke blaadjes beschikbaar komen voor onderzoek. En Wij slaven van Suriname van Anton de Kom moet online komen, maar ik begrijp dat dat in mei gaat gebeuren. Dat heb ik wel in huis natuurlijk, maar als het online staat, is het voor iedereen beschikbaar. Belangrijk, want het boek is een belangrijke toevoeging aan de literaire canon. Het is een bijzondere mengvorm van literaire genres die je niet veel tegenkomt in onze literatuur. Bovendien is het een onmisbaar onderdeel van de Nederlandse slavernijgeschiedschrijving en draagt het bij aan de manier waarop we ons de Tweede Wereldoorlog herinneren.

Ik heb de DBNL eigenlijk altijd openstaan op mijn computer, houd haar in mijn achterhoofd als ik aan het werk ben. Dat wens ik deze bibliotheek toe in dit jubileumjaar: heel veel bezoek, dat ze vaak geraadpleegd wordt en dat mensen net als ik automatisch naar DBNL gaan als ze ergens nieuwsgierig naar zijn.’

Karin Amatmoekrim is schrijver en letterkundige. Ze werkt momenteel onder andere aan een proefschrift over schrijver-journalist Anil Ramdas.

Foto: Sacha de Boer

 

 

Het geduld van Griselda

Door Viorica Van der Roest 

De middeleeuwse heldin Griselda zou geen punten scoren bij hedendaagse feministen, maar in de periode van de vroege boekdrukkunst was ze mateloos populair. In het nieuwe nummer van het Journal of Dutch Literature (2019, 1; via open access in te zien) staat een artikel van Rita Schlusemann over de vorm waarin dit verhaal in de Nederlanden en Engeland in druk verscheen. Er blijken aanzienlijke verschillen tussen de Nederlandse en Engelse situatie te zijn; Schlusemann oppert dat deze misschien vooral te maken hebben met het feit dat de Nederlandse drukken anoniem waren, terwijl de verschillende Engelse drukken steeds een weergave zijn van het werk van een (bekende) auteur.

Waar ging dat verhaal van Griselda nu precies over? Griselda is een jonge vrouw van eenvoudige afkomst, maar ze trouwt desondanks met de markies van Saluce, die haar vervolgens schandalig behandelt. Hij laat haar geloven dat hij hun kinderen heeft vermoord en verstoot haar daarna van zijn hof. Volgzaam en met engelengeduld ondergaat Griselda dit alles. Haar beloning: aan het eind van het verhaal wordt ze herenigd met haar dood gewaande kinderen en met haar man. De moraal: een geduldige en volgzame vrouw wint altijd.

Het verhaal werd voor het eerst door Boccaccio opgeschreven, als het honderdste verhaal in zijn Decamerone (1349-1353). Lees verder >>

Worden kranten echt steeds eenvoudiger en romans niet?

Door Marc van Oostendorp

Het is altijd leuk om mensen terecht te wijzen die denken dat vroeger alles beter was: dat het bruinbrood een vollere smaak had, dat iedere gymnasiast nog moeiteloos de eerste honderd regels van de Ilias kon citeren, dat de ramen in een Nederlandse straat nog iedere week blinkten van het zeepsop.

Er ging dan ook een kreet van vreugde door de lokalen van Neerlandistiek toen het nieuwste nummer van ons veel oudere zusje, TNTL, op de mat lag, want daarin stond een artikel met de titel Zijn romans en kranten sinds 1950 eenvoudiger geworden? En iedereen weet wat zo’n vraag betekent: nee, natuurlijk zijn ze niet eenvoudiger geworden. “Hun conclusie”, vatte Ewoud Sanders onlangs samen in zijn taalrubriek in NRC: “het taalgebruik is niet versimpeld”. Ook het Engelstalige abstract van het artikel doet die bewering: “the language of the novels did not change substantially”.

Maar er lijken mij redenen om wat voorzichtiger te zijn. Lees verder >>

De schatkamer van… Stefaan Goossens

Door Stefaan Goossens

‘De schatkamer van…’ is een nieuwe rubriek in de DBNL-nieuwsbrief, ter gelegenheid van het twintigjarig bestaan van DBNL. In deze rubriek komt maandelijks een bekende DBNL-fan aan het woord, die vertelt over een schat die hij of zij uit de digitale bibliotheek heeft opgediept. Deze maand is dat Stefaan Goossens, hoofddocumentalist bij het Poëziecentrum in Gent.

‘De grootste schat in de DBNL is voor mij Reinaert de Vos, specifiek het exemplaar uit 1846 van de Stadsbibliotheek Haarlem met de berijming van Jan Frans Willems. De Reinaert is om te beginnen natuurlijk gewoon een rijk en interessant verhaal, maar begin negentiende eeuw was het wat in de vergetelheid geraakt in Vlaanderen. Na de onafhankelijkheid van België in 1830 vond er een sterke verfransing plaats van het openbaar leven, waardoor er maar weinig ruimte was voor de Vlaamse taal en cultuur. Willems was een groot beijveraar van de Vlaamse taal en cultuur en ageerde tegen deze ontwikkeling onder meer door bestaande Nederlandse teksten te bewerken voor een negentiende-eeuws publiek, waaronder dus het middeleeuwse verhaal over de streken van Reinaert. Lees verder >>

DBNL bestaat 20 jaar

In 2019 bestaat de Digitale Bibliotheek voor de Nederlandse Letteren twintig jaar. Dit jubileum zal uiteraard niet onopgemerkt voorbijgaan. Gedurende het hele kalenderjaar zullen via verschillende kanalen de schijnwerpers worden gericht op deze digitale schatkamer, die wereldwijd vrij toegankelijk is voor iedereen. Zo komt in de nieuwsbrief maandelijks een bekende DBNL-fan aan het woord, die vertelt over een schat die hij of zij uit de digitale bibliotheek heeft opgediept.

De stichting Digitale Bibliotheek voor de Nederlandse Letteren werd op 6 juli 1999 opgericht door de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde. In een tijd waarin het bezit van een computer met internetaansluiting lang niet zo vanzelfsprekend was als nu, bouwde een groep pioniers aan een digitale bibliotheek over de literatuur en cultuurgeschiedenis van het Nederlandse taalgebied. Al snel zag de overheid het belang van zo’n digitale bibliotheek en stelde via de Nederlandse Taalunie financiën beschikbaar voor de verdere ontwikkeling van de collectie. Inmiddels is de DBNL ondergebracht bij de Koninklijke Bibliotheek in Den Haag en zijn de Taalunie en de Vlaamse Erfgoedbibliotheek als samenwerkingspartners betrokken bij het beleid, de financiering (Taalunie) en de uitvoering in Vlaanderen (Vlaamse Erfgoedbibliotheek).

De DBNL-collectie omvat op dit moment meer dan 15.000 titels en groeit maandelijks met zo’n 20.000 pagina’s. De DBNL wordt jaarlijks ruim vier miljoen keer gevonden door onderzoekers, docenten, studenten en boekenliefhebbers van over de hele wereld.

Meld je hier aan voor de nieuwsbrief.

Mooie dingen en rituele schijn: poëzie als politiek wapen

Door Evelyne Shamier

Thierry Baudet. Bron: Wikimedia

Aan Thierry Baudet.

U lijkt zich bij de Algemene Politieke Beschouwingen te hebben opgeworpen als een ambassadeur van de Nederlandse poëzie. Het zal een tegenvaller zijn geweest dat collega-Kamerleden niet onder de indruk waren van uw voordracht en uw suggestie dat het kabinet ‘weinig grossiert in poëtisch taalgebruik’. Ofschoon op dit gebied weinig gegrossierd wordt in de huidige formatie, is er geen sprake van poëtisch pionieren. Zo reciteerden uiteenlopende politieke partijen vóór uw tijd met grote regelmaat de versregels ‘tussen droom en daad staan wetten in de weg en praktische bezwaren’. Ongetwijfeld is op een gegeven moment ook in Den Haag het besef gekomen dat het gedicht ‘Het huwelijk’ (1910) van Willem Elsschot meer omvat dan die twaalf gevleugelde woorden. Zoals letterkundig neerlandica Maaike Meijer in In tekst gevat (1996) beargumenteert, voert het gedicht ons in deze passage mee met de fantasie van een man die zijn ouder geworden echtgenote wil doodslaan. Zowel Adriaan van Dis als Tom Lanoye schreef een tegengedicht vanuit het perspectief van de vrouw; zo kan het ook. Lees verder >>

Doorgeefluiken en leessensaties

Terugblik op een programma met literaire alumni aan de Universiteit Gent

Door Yves T’Sjoen

Het voorbije academiejaar gaf de faculteit Letteren en Wijsbegeerte van de Universiteit Gent een vrijgeleide. Met de benodigde pecunia mochten we ter gelegenheid van de viering van twee eeuwen Universiteit Gent een voordrachtenreeks met literaire alumni op het getouw zetten. In totaal achttien romanschrijvers en dichters passeerden tussen oktober en mei de revue. Zij spraken met elkaar over hun studentenjaren, schreven speciaal voor de gelegenheid een verhaal of een autobiografische tekst en traden in discussie met een publiek van hedendaagse studenten en andere literatuurliefhebbers. Het feest van de letteren had plaats in het faculteitsgebouw, met aan de weinig florissante gevel een strofe van Karel van de Woestijne (uit De boom-gaard der vogelen en der vruchten, 1905):

Wat is het goed aan ’t hart van zacht verliefd te zijn,
zijn luimen naar een verre’ of naêren lach te meten,
en, te elken avond weêr het kommer-brood gegeten,
weêr blij te mogen rijze’ in iedren morgen-schijn,
deed nieuwe liefde-lach het oude leed vergéten.

Lees verder >>

Radio Walewein

Door Remco Sleiderink

Nog nooit gehoord van Walewein? Schandalig – althans volgens deze twee studenten Nederlandse Taal- en Letterkunde aan de Universiteit Antwerpen. Simon Van Den Bergh en Simon Peeters willen middeleeuwse verhalen opnieuw tot leven brengen en zijn daarom gestart met Radio Walewein.

Goede verhalen zijn van alle tijden. Vandaag is er James Bond en vroeger… toen was er Walewein! Simon & Simon willen laten horen dat Middelnederlandse verhalen ook vandaag tot de verbeelding kunnen spreken. Daarom besloten ze in een droogkomische podcast de parallellen tussen enkele hedendaagse helden en de middeleeuwse Roman van Walewein onder de loep te nemen. Lees verder >>

Themanummer Nederlandse letterkunde: De taal der ziekte

Het tijdschrift Nederlandse letterkunde publiceerde een themanummer De taal der ziekte: literaire perspectieven op geneeskunde, psychosomatiek en psychiatrie (gastredactie Gaston Franssen & Stefan van Geelen)

Het nummer staat hier. Een publiekspresentatie vindt plaats op 3 mei in Spui25 (met o.a. Frans-Willem Korsten, Floor Scheepers, en Myrthe van der Meer), klik hier voor meer informatie.

Inhoud:

  • De taal der ziekte. Literaire perspectieven op geneeskunde, psychosomatiek en psychiatrie, door Gaston Franssen en Stefan van Geelen
  • ‘Ik kan niet genezen van een kwaal die ik niet ken’. Depressie en intertekstualiteit in Kikker gaat fietsen (2008) van Maarten van Buuren, door Anne-Fleur van der Meer
  • Een wandelende anomalie. Renate Dorresteins Heden ik (1993), ME/CVS, en de onbepaaldheid van de autopathografie, door Gaston Franssen & Stefan van Geelen
  • Autie-biografisch gelezen. Het spanningsveld tussen taal, narrativiteit en autisme, Leni Van Goidsenhoven
  • Voor en door gekken. De Gekkenkrant als discursieve praktijk, door Arnout De Cleene

Vooys 36.1 is verschenen

Het themanummer ‘Nieuwe namen’, het eerste nummer van Vooys’ 36e jaargang, is uit!

In deze editie staat het werk van promovendi en jonge wetenschappers centraal. Marieke Winkler trapt af met een reflectie op de status van de hedendaagse literaire kritiek, Tessa de Zeeuw vervolgt met een lezing van Judith Herzbergs gedicht ‘Zeesterren’ in het licht van de biopolitiek, Sophie Reinders vult een lacune door middel van haar onderzoek naar zestiende-eeuwse gelegenheidsdichten van edelen zelf, en David Huys analyseert hoe in de roman Het ijzig hart van Almudena Grandes omgegaan wordt met Spanjes oorlogsverleden. Voorts bevat dit nummer een interview met allrounder Marja Pruis, bespreekt Ben de Witte de geschiedenis en de huidige praktijk van de term queer, laat Marieke van Delft ons kennismaken met een bijzondere Russische bijbeluitgave, brengt Klaas la Roi verslag uit van zijn bezoek aan de Comic Con Amsterdam, en vindt u op de laatste pagina’s een drietal recensies.

Een selectie van deze artikelen kunt u binnenkort online lezen op onze website.

Pas verschenen: Kornee van der Haven & Jürgen Pieters (red.), Lyric Address in Dutch Literature (1250-1800)

Lyric Address in Dutch Literature ​ (1250-1800) ​is een boek waarin 10 lyrische gedichten uit de periode van Hadewijch tot en met Bellamy worden besproken met speciale aandacht voor vormen van aanspreking in deze gedichten. Het boek onderzoekt hoe het lyrische karakter van de gedichten  tot uiting komt door de nadrukkelijke aanwezigheid van een lyrisch ik (of een lyrisch wij) dat zich door te spreken profileert ten opzichte van een object (een abstractie, een persoon, de lezer), een spreken dat mogelijk verband houdt met een maatschappelijke werkelijkheid buiten of binnen het gedicht. De spanning tussen nabijheid en afstand (tot dat maatschappelijke domein) is een van de belangrijkste aandachtspunten van het boek, evenals de wijze waarop poëzie als een individuele uitingsvorm spanningen in de samenleving blootlegt. De auteurs vestigen hun aandacht op de literaire (stijl)middelen en registers (zoals de apostrof) die in de bestudeerde gedichten worden toegepast om bijvoorbeeld een publiek aan te spreken en hoe die middelen het (lyrische) ik helpen te positioneren ten opzichte van het maatschappelijk domein.
Lees verder >>

Trije dagen fol mei Fryske letterkunde

(Persbericht Fryske Akademy)

It grutte Frysk Geasteswittenskiplik Kongres (Conference on Frisian Humanities) yn Stedsskouboarch De Harmonie wijt trije dagen oan de stúdzje fan literatuer yn ’e Fryslannen. Fan moandei 23 o/m woansdei 25 april biede de Twadde Letterkundedagen in ferskaat oan lêzingen fan sprekkers dy’t foar de helte út it bûtenlân komme, foar in fjirdepart út Fryslân en in fjirdepart út oare parten fan Nederlân.

Op ’e Letterkundedagen binne lêzingen te folgjen oer û.o. Joast Halbertsma (Alpita de Jong, Jonathan Roper), identiteitskonstruksje yn it wurk fan Waling Dykstra (Abe de Vries), de Noardfryske fertelliteratuer nei 1945 (Wendy Vanselow), de Fryske kolleksjes yn ’e British Library en Oxford (Marja Kingma, Johanneke Sytsema), skientme en dea yn ’e Fryske poëzij (Alyda Faber) en Fryske literatuer út in Sintraal-Europeesk perspektyf wei (Wilken Engelbrecht). Lees verder >>

Vacature: Hoogleraar Letterkunde Open Universiteit, Heerlen/Utrecht

(0,5 fte) tijdelijk voor de duur van 5 jaar, met uitzicht op een dienstverband voor onbepaalde tijd.

Vacaturenummer: FAC/CenR/18006
Standplaats: Heerlen/Utrecht

Als hoogleraar bent u mede verantwoordelijk voor de kwaliteit van het bachelor- en masteronderwijs, zowel disciplinair als interdisciplinair. In samenwerking met collega’s verzorgt en ontwikkelt u onderwijs en werkt daarbij mee aan een goede afstemming van het onderwijsaanbod met de leden van de eigen sectie en andere secties binnen CW. Daarnaast draagt u bij aan een verdere versterking van de samenhang tussen onderwijs en onderzoek.

Uw onderzoek sluit aantoonbaar aan bij het onderzoeksprogramma “Waarde en waardering van cultuur”. U publiceert in internationale tijdschriften en participeert in nationale en internationale netwerken, met het oog op samenwerkingsverbanden op het onderzoeksgebied. U werft en begeleidt promovendi in samenwerking met in nader overleg te benoemen co-promotoren. U bent in staat externe middelen te verwerven uit de tweede en derde geldstroom. Lees verder >>

Moderne letterkunde: lesbische liefde in literair proza uit de jaren twintig

In de nieuwe reeks ‘Moderne letterkunde’ worden recente publicaties uit letterkundige vakbladen gesignaleerd.

Door Gaston Franssen

Schrijvers zoals Gerard Reve en Anna Blaman zien we vaak als pioniers wanneer het gaat om de literaire verbeelding van de homoseksuele en lesbische liefde, maar er waren natuurlijk ook al eerder auteurs die zulke onderwerpen aansneden. Hoe deden die schrijvers dat precies en wat vonden lezers daar eigenlijk van? Die vraag stelt Aukje van Hout in een artikel voor Nederlandse letterkunde (22/2). Van Hout kijkt in haar bijdrage naar verschillende werken van twee schrijvers uit de jaren twintig: Edith Werkendam en Johan de Meester. Die werken maakten lesbische liefde bespreekbaar en ‘denkbaar’. Maar de waardering voor de twee auteurs liep sterk uiteen: zo werd het werk van de ene afgeserveerd, terwijl dat van de andere werd bejubeld. Hoe komt dat? Lees verder >>

Nieuwe Parelduiker 2017/5: Jan Cremer

De nieuwe Parelduiker is er bijna en bevat behalve de vertrouwde artikelen over schrijvers, zoals een ode aan Peter van Straaten en een duik in de nalatenschap van C.C.S. Crone, nog twee opmerkelijke stukken:

Jan Cremer en de Prozaprijs van Amsterdam 1967

Rumoer rond Cremer: precies 50 jaar geleden kwam de jury van de Prozaprijs van de gemeente Amsterdam niet tot een eensluidend oordeel aan wie de prijs moest worden toegekend. Twee leden waren voor Jan Cremer, één voor Renate Rubinstein. Het leidde tot een conflict tussen de Amsterdamse Kunstraad en B&W van Amsterdam. Jurylid H.U. Jessurun d’Oliveira klapt uit de school. Lees verder >>

Ilja Leonard Pfeijffer als zoon

De taal van Ilja Leonard Pfeijffer (41)

Door Marc van Oostendorp

In zijn proza is Ilja Leonard Pfeijffer een artistieke Suske: weliswaar omgeven door allerlei figuren (Wiske, ‘tante Sidonia’) met wie hij in een onduidelijke relatie staat, maar klaarblijkelijk zonder gezin. Wie de autobiografische passages van Pfeijffers oeuvre leest leest, kan wel vagelijk de contouren ontdekken van het Rijswijkse Brinta-gezin – vader, moeder, jongen, meisje – waaruit de schrijver voortkomt, maar erg precies worden zij nooit. Bovendien laten de personages, als ze een knip voor de neus waard zijn, geregeld merken dat ze geen belangstelling hebben voor het stichten van een eigen gezin.

Dat geldt alles ook voor de poëzie, die aan Jan en alleman gericht kan zijn –geliefden, vrienden, vijanden, onbekenden – maar nooit aan een familielid.

Des te opvallender is dat de relatie tussen ouder en kind in al het toneelwerk een prominente plaats inneemt. Alle grote toneelstukken (De eeuw van mijn dochter, Malpensa, Blauwdruk voor een nog beter leven, De advocaat, het zaterdag gepremièreerde Achter het huis) draaien op de een of andere manier om die relatie.  Lees verder >>

Voorjaar 2018, Nascholingscursus ‘Recente Nederlandse en Vlaamse letterkunde’, Nijmegen

In het voorjaar van 2018 organiseert de Opleiding Nederlandse Taal en Cultuur van de Radboud Universiteit Nijmegen een postacademische cursus Recente Nederlandse en Vlaamse Letterkunde en een Docentendag voor leraren Nederlands.

Nascholingscursus ‘Recente Nederlandse en Vlaamse letterkunde’

Deze cursus wordt voor de dertiende keer op rij gehouden en is bedoeld voor neerlandici, leraren Nederlands, alumni en andere belangstellenden.

Het programma bestaat dit jaar uit acht bijeenkomsten, op woensdagavonden in de periode van 24 januari tot en met 18 april.

Locatie: Collegezalencomplex, Mercatorpad 1, zaal CC4
Aanvang: 19.00 uur  Einde: (uiterlijk) 21.00 uur
Omstreeks 20.00 uur is er een pauze met (gratis) koffie/thee. Lees verder >>

In memoriam Jan Wolkers (1925-2007) {2}

Door Peter van Zonneveld

De Jan Wolkers Show in de RAI op 13 oktober 1968.
Foto: Eric Wolkers.

Gisterenavond heb ik in Paradiso iets verteld over mijn persoonlijke ervaringen met Jan Wolkers. Tot zijn inner circle behoorde ik niet, maar ik heb hem meermalen ontmoet, zowel in Leiden als op Texel. Mijn liefde voor zijn werk gaat terug tot 1964, toen ik ‘Kort Amerikaans’ las. Ik was zestien; mijn vader vond het best, mijn moeder niet. Een fascinerend boek, ook al omdat ik het decor zo goed kende.

Tussen Oegstgeest en Leiden loopt de legendarische Rijnsburgerweg, die in zijn werk zo prominent aanwezig is. Daar fietste ik dagelijks overheen, want mijn middelbare school bevond zich in een zijstraat. In de Tekenacademie Ars Aemula Naturae, waar hij zich in de oorlog ontwikkelde tot beelden kunstenaar, was mijn judoclub gevestigd. Zijn broer Gerrit overleed aan difterie in de isolatiebarak van het Leidse Academisch Ziekenhuis; tien jaar later lag ik ook in die barak, op verdenking van dezelfde kwaal.

Ik las al zijn boeken, fietste door de stad om al die beschreven plekken te bezoeken. Lees verder >>

Keuzes maken

Door Jos Joosten

Het eerste gastcollege in de reeks ‘Literaire kritiek’ van Arjan Peters aan de Radboud Universiteit was gewijd aan En we noemen hem van Marjolijn van Heemstra. De recensies van de Nijmeegse MA-studenten waren overwegend positief. Zelf ben ik blijven dubben over dit boek.

Centraal in Van Heemstra’s boek staat het tamelijk spectaculaire verhaal van ‘bommenneef’, een oudoom van haar die in de familie naam maakte doordat hij ruim een jaar na de bevrijding, op Sinterklaasavond 1946, een bom liet afleveren bij een NSB-familie in Den Haag. Drie mensen kwamen om bij deze eigenrichting. Binnen de familie werd er steevast wat besmuikt gedaan over deze actie (waar hij voor veroordeeld werd): het waren immers ‘verraaiers’ die alsnog hun verdiende loon kregen?

Voor Van Heemstra wordt dit verhaal acuut wanneer ze zwanger wordt en ze een belofte aan haar grootmoeder zal moeten nakomen: ze kreeg van haar de zegelring van bommenneef Frans, op voorwaarde dat haar zoon zijn voornaam en doopnamen zou krijgen. Plots wordt het van belang te weten wie de oudoom nu eigenlijk was – en al snel: hoe legitiem zijn daad was. Lees verder >>

Waar ontmoeten wetenschap en literatuur elkaar? Tweegesprek dichter Micha Hamel en letterkundige Lotte Jensen

We heten u van harte welkom bij dit tweegesprek op het snijvlak van kunst en wetenschap tussen Micha Hamel en Lotte Jensen. Aan de hand van enkele gedichten van Micha Hamel gaan zij in gesprek over onderwerpen als: hoe kijkt een dichter naar de wetenschap die hem/haar probeert te verklaren en is het maatschappelijk engagement van dichters in de 19e eeuw anders dan van hedendaagse dichters? Ook spreken zij over literatuur als spiegel van de samenleving en haar rol in de nationale identiteitsvorming.

Over de sprekers

Micha Hamel (1970) is componist, dichter en onderzoeker. Zijn concertmuziek werd uitgevoerd door vrijwel alle belangrijke Nederlandse orkesten en ensembles. Ook componeerde hij muziek voor dans en theater, zoals voor het Nationale Ballet en Orkater. Met Alle enen opgeteld debuteerde hij in 2004 als dichter. Deze bundel werd bekroond met de Lucy B. & C.W. van der Hoogtprijs. In 2006 verscheen de dichtbundel Luchtwortels, in 2010 Nu je het vraagt, en in 2013 Bewegend doel. Dit jaar verscheen in mei zijn recentste dichtbundel Toen het moest. Sinds 2010 is Micha Hamel lector ‘Performance Practice’ aan Hogeschool Codarts, Rotterdam, alwaar hij onderzoek verricht naar nieuwe mogelijke en noodzakelijke ontwikkelingen in de concertpraktijk. Sinds januari 2015 is hij lid van de Akademie van Kunsten van de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen.

Lotte Jensen (1972) is universitair hoofddocent historische Nederlandse letterkunde en filosoof. In 2001 promoveerde zij aan de Faculteit der Geesteswetenschappen van de Universiteit van Amsterdam op een proefschrift over journalistes en vrouwentijdschriften in de achttiende en negentiende eeuw in Nederland. Momenteel concentreert haar onderzoek zich op nationale identiteitsvorming vanuit een cultuurhistorisch perspectief. Ze publiceerde onder meer De verheerlijking van het verleden (2008), Verzet tegen Napoleon (2013) en Vieren van vrede. Het ontstaan van de Nederlandse identiteit, 1648-1815 (2016).  Lees verder >>

Literaire bruggenbouwers tussen Nederland en Frankrijk

(Persbericht AUP)

Lang gold Parijs als het centrum van de wereldliteratuur en was het Frans een internationale lingua franca. Het effect daarvan is te merken in de geschiedenis van de Nederlandse literatuur, die vaak een sterke gerichtheid op Franse modellen vertoonde. Andersom heeft Nederland op verschillende momenten een rol gespeeld als cultureel ideaal voor Franse schrijvers.

Dit boek beschrijft de geschiedenis van de literaire betrekkingen tussen beide landen aan de hand van een aantal case studies. Enerzijds wordt ingegaan op het belang van Frankrijk als cultureel ijkpunt en de daarmee samenhangende meertaligheid en aanwezigheid van Franse werken in Nederlandse boekencollecties. Lees verder >>