Tag: leestekens

Puntkomma

Door Marc van Oostendorp

De puntkomma is een weinig populair leesteken. Hij heeft zelfs tegenstanders, mensen die vinden dat de gebruikers van de puntkomma overdreven aanstellers zijn, schrijvers die niet precies weten wat de relatie tussen twee zinnen is die ze achter elkaar zetten en daarom de lezer maar het bos in sturen met een punt boven een komma.

Geef ons maar een gedachtestreepje!

De Amerikaanse wetenschapshistorica Cecelia Watson schreef een onderhoudend boek over dit versmade leesteken. Het bestaat uit drie ongelijke delen over verleden, heden en toekomst.

Het deel over het verleden geeft een aardig overzicht van de geschiedenis van de puntkomma. Die begint met de humanisten in de Renaissance die een muzikaal idee hadden over punten en komma’s: ze gaven een ritme aan de tekst. Vervolgens valt de interpunctie in de negentiende eeuw, in ieder geval in Amerika, in handen van de taaladviesboeken (ik schreef eerder deze week over een recent Nederlands voorbeeld).

Lees verder >>

Leestekens: een kwestie van smaak

Door Marc van Oostendorp

Leestekens vormen een interessant onderwerp van potentieel onderzoek. Ze maken enerzijds onderdeel uit van de geschreven taal en geschreven taal schreeuwt altijd om standaardisering. Maar hoewel we in het Nederlands absurd gedetailleerde regels hebben over dat andere aspect dat uniek is voor de geschreven taal – de spelling – is het gebruik van leestekens niet officieel geregeld en ook anderszins nauwelijks gecodificeerd. Bij de meeste dictees let men niet op de leestekens.

Dat geldt overigens net zozeer voor andere talen. Interpunctie heeft iets te maken met hoe een tekst geacht wordt te klinken: wat voor pauzes je legt, hoe en waar je afbreekt, welke klém-tó-nén je legt. Interpunctie hoort in die zin eerder bij de stijl, en ook de strengste schoolmeesters deinzen vaak terug voor al te harde stijlregels.

Veel aspecten van de interpunctie kan iedereen voor zichzelf bepalen. Toch zijn er in de loop van de tijd allerlei conventies ontstaan. Het is bijvoorbeeld in het Nederlands niet ‘fout’ om voor ieder leesteken een spatie te plaatsen , zoals in sommige andere talen wel gebeurt , maar het is simpelweg niet de manier waarop ‘we’ het doen . Het ziet er raar uit .

Lees verder >>

Het streepje

Nultaal (5)

Door Jan Renkema

Zonder nul is er geen wiskunde. Zonder niets is er geen communicatie. Want niets in taal is niet niets, maar iets. In deze serie een verkenning van onder meer: de stilte, de spatie, de betekenis van de punt, wat er gebeurt tussen ‘navel’ en ‘truitje’, het inhoudsloze gesprek, ‘Dat hebt u mij niet horen zeggen,‘E 621’ op een verpakking en verbale reddingsvlotten. Niets?zeggend, nee: Iets!zeggend.

Onze spelling kent een minimaal teken, het liggend streepje. Alleen een streepje, bijna niets. Maar dat bijna niets heeft heel veel functies: koppelteken (bijna-botsing), scheidingsteken (precisie-instrument), afbreekteken (lei-draad) en weglatingsteken (in- en uitvoer). Let wel, ik heb het hier alleen nog maar over het korte streepje. Het langere liggend streepje, het teken –,  heeft nog veel meer functies: vijf als leesteken, bijvoorbeeld het aandachtstreepje, en zes in getallen, o.a. het nulteken, € 250, –. Een beschrijving ervan zou nogal wat ruimte in beslag nemen. Zie de Schrijfwijzer, pagina 451. Lees verder >>

De accénten van Stóry

Door Marc van Oostendorp


Heel hard roepen kun je in de schrijftaal met hoofdletters, met cursief, en in informelere registers met asterisken of aanhalingstekens. Het tijdschrift Story heeft nog een manier ontdekt: met accenten.
Laten we bijvoorbeeld de voorpagina van het tijdschrift van deze maand erbij nemen:
Maar liefst drie keer op één pagina worden accenten gebruikt om nadruk te leggen. Ik zet ze even in volgorde van opvallendheid: 
  1. ‘Verliefde Merel wil trouwen én baby’
  2. ‘Yolanthe bréékt met zus!’
  3.  ‘Ongelóóf na dood Albert West’. 

Lees verder >>

Uitroeptekens als minismileys

Door Marc van Oostendorp

Er is een kleine verandering die ik bij mezelf meen te bespeuren, maar die nauwelijks te bestuderen is. Ik heb het idee dat ik meer uitroeptekens schrijf dan vijfentwintig jaar geleden. En ik denk dat ik daar ook niet de enige in ben – anders zou ik het hier natuurlijk ook niet melden. Ik heb het onlangs eens op Twitter nagevraagd en daar vonden de mensen het ook.

Het is moeilijk te onderzoeken – je zou daarvoor liefst even snel door digitale bestanden heen gaan, maar heel veel zoekmachines op internet zijn er juist op getraind leestekens te negeren. Je zou het dus wel kunnen doen door zelf een grote hoeveelheid materiaal te verzamelen, maar het moet dan wel vooral informeel geschreven Nederlands van vijfentwintig jaar geleden zijn. En waar haal je zo snel grote hoeveelheden ingescande persoonlijke brieven uit die tijd vandaan?

Lees verder >>

De betekenis (van ‘tussen haakjes’)

Door Marc van Oostendorp


Wat betekent het als je iets tussen haakjes zet? Ik probeerde deze week literatuur te vinden over deze belangwekkende kwestie, maar ik kon niets vinden. Misschien heeft er ooit weleens iemand over geschreven, maar een bloeiende tak van wetenschap lijkt de leestekenkunde niet te zijn.

Leestekens zijn de stiefkinderen van het taalonderzoek. Ze horen bij de geschreven taal; de meeste taalkundigen zijn daar minder in geïnteresseerd omdat ze vooral belangstelling hebben voor gesproken taal, die natuurlijker zou zijn. En degenen die de geschreven taal wél serieus nemen, richten zich dan weer vooral op spelling van woorden. Zoals dictees alleen gaan over verkeerde d’s en t’s, en nooit over een misplaatste puntkomma, zo richt ook het onderzoek zich vooral op het woordbeeld.

Ik kwam erop doordat ik een compliment wilde uitdelen op Facebook.
Lees verder >>

Kommarust, komma, en rust

Door Marc van Oostendorp

Milfje Meulskens vertegenwoordigt de jeugd in de Nederlandse taalblogrepubliek. Zij is een creatie van twee jonge aanstormende taalkundigen en schrijft op haar blog over taal en af en toe over seks.

Zo ging het deze week over de komma. Milfje haalde een interessante kwestie aan: het verschil tussen de volgende twee zinnen.

Hier sta ik op de foto met mijn vrienden, Piet, en Jan.
Hier sta ik op de foto met mijn vrienden, Piet en Jan.

Lees verder >>