Tag: leesonderwijs

Echte teksten? Welke teksten?

Begrijpend lezen is belangrijk

Door Joke Brasser

Je bent je als docent ongetwijfeld bewust van het belang van begrijpend lezen voor de ontwikkeling van je leerlingen. Onderzoek toont aan dat lesmethodes Nederlands onvoldoende bijdragen aan de leesontwikkeling van leerlingen. De methodeteksten zijn voorzien van vragen en oefeningen die niet gericht zijn op het begrijpen van de inhoud van de tekst, maar op het aanleren van een leesstrategie. Abma, schrijver van ‘Goed onderwijs begint met een goed curriculum’beargumenteert dat het oorspronkelijke tekstdoel komt te vervallen wanneer een tekst in een methode opgenomen wordt.  Als je als leerling bijvoorbeeld een informatieve tekst moet lezen om vragen erover te beantwoorden, is je leesdoel niet: je informeren, maar: het beantwoorden van vragen. Bovendien zijn leesteksten in methodes vaak versimpeld en ingekort. De auteurs van Geletterdheid en Schoolsucces stellen dat docenten voor goed leesonderwijs rijke teksten nodig hebben, die niet versimpeld zijn, aantrekkelijk geschreven zijn en goed opgebouwd. De leesmonitor onderschrijft deze conclusie en noemt ook het belang van het lezen van ‘volledige, authentieke teksten’.

Lees verder >>

Bulkboek 2.0

Door Theo Knippenberg

Geachte docent Nederlands, lerarenopleider, schoolmediathecaris of anderszins betrokkene bij het stimuleren van lezen door jongeren of nieuwkomers,

Bulkboek is terug, in een totaal nieuwe vorm… met prachtige verhalen die (geheel gratis!) online gelezen, gedownload en geprint kunnen worden, maar ook tegelijk (kosteloos) kunnen worden beluisterd op o.a. Spotify en Apple Music, onomstreden twee van de populairste apps onder scholieren.

Komende maand is het precies vijftig jaar geleden dat ik het eerste bulkboek maakte (een roman van Heere Heeresma). In september 1969 was dat. En ik had nog geen flauw idee dat de volgende dertig jaar het gros van de scholieren met die krantjes literair zou opgroeien. 
Nu ben ik best trots om het onderwijs anno schooljaar 2020 de opvolger aan te bieden: een soort bulkboek-twee-punt-nul.

Lees verder >>

Waarom ik graag Kader Abdolah in de klas lees

Door Michelle van Dijk

De verhalenbundel Rode wijn en andere verhalen van Kader Abdolah opent met het verhaal ‘Een onbekende trekvogel’. Ik ken het verhaal al jaren, want het is een moderne klassieker in lessen verhaalanalyse. Het is kort en leerlingen ontdekken er snel thema en motieven in, misschien ook een moraal, een boodschap, zelfs als ik daar helemaal niet om vraag. Dat is mooi.

Er is een grandioos verschil tussen wiskunde uitleggen en een verhaal uitleggen. In beide gevallen is een leraar blij of op z’n minst tevreden als de leerling het antwoord heeft gevonden. Bij wiskunde of bijvoorbeeld zinsontleding is dat voor alle leerlingen hetzelfde antwoord. Bij literatuur niet en dat is zo mooi: dat een leerling iets ontdekt en ook kan beseffen dat het een uniek inzicht is. Je kunt anderen overtuigen van jouw ideeën of overtuigd raken van hoe de ander het ziet, maar je zult hoe dan ook verrast zijn door de vele mogelijkheden. (Poëzie-analyse: NOG VEEL LEUKER!)

Lees verder >>

Ik ben blij dat ik niet meer naar school hoef

Door Coen Peppelenbos

Op dit moment is er een team van veertien vrouwen (ik kan dus moeilijk het voorheen sekseneutrale meervoud ‘man’ moeilijk gebruiken) bezig om het schoolvak Nederlands, van basisschool tot en met vwo, te vernieuwen. Dat gebeurt bij alle vakken binnen curriculum.nu. Volgens goed Nederlands gebruik is de procedure volledig verpolderd, zodat iedereen het idee krijgt dat je op alle momenten kunt meebesluiten. Bijvoorbeeld nu, nu er een nieuw concept-voorstel op tafel ligt. Over een jaar kom je er dan opeens achter dat je iets waardevols mist, zoals we bij de lerarenopleidingen merkten toen dankzij rommelige procedures van 10voordeleraar opeens de historische letterkunde van het programma was geschrapt. Nog steeds zijn de argumenten daarvoor nog niet openbaar gemaakt, zelfs de notulen daarover zijn niet openbaar. Lees verder >>

Max Havelaar, of de meningen van Nederlandse scholieren

Door Roland de Bonth

Hij maakt deel uit van de Canon van Nederland, is opgenomen in de Dynamische canon van de Nederlandstalige literatuur vanuit Vlaams perspectief, is verfilmd door Fons Rademakers,  is hertaald en bewerkt door Gijsbert van Es, is bewerkt en van context voorzien door Peter van Zonneveld, werd belaagd door zombies én kreeg een toesprakentoernooi. Inderdaad, Max Havelaar.

Maar ook zijn schepper ontbreekt het niet aan de nodige aandacht: Multatuli leende zijn naam aan een museum, een genootschap, een stadswandeling en een leesclub. Het afgelopen jaar prijkte hij zelfs op een van de drie kussens waar gasten van het populaire radio1-programma De Taalstaat hun voorkeur voor konden uitspreken.     

Het is dan ook niet voor niets dat Multatuli’s Max Havelaar alom beschouwd wordt als één van de belangrijkste werken van de Nederlands(talig)e letterkunde. En dat er in het voortgezet onderwijs bij de lessen literatuurgeschiedenis – én geschiedenis – aandacht wordt geschonken aan dit boek, is dan ook niet meer dan terecht. Lees verder >>

‘Relevantie en opbrengsten’

Door Marc Kregting

Gestaag maakt De praktijk van de leeslijst me duidelijk dat ik in een parallel universum leef. Jeroen Dera concretiseert in dat rapport welke boeken Nederlandse middelbarescholieren in 2018 tot zich hebben genomen. En hoewel hij een slag om de arm houdt over de representativiteit van zijn 1886 deelnemers uit havo en vwo, is de proef volgens hem statistisch safe. Ik vertrouw op zijn kunde en ben dan van mijn melk.

Deze scholieren consumeren van alles, bewonderenswaardig divers. Op hun lijst, ondergebracht in een bijlage, staan 725 verschillende auteurs. Dera geeft daar het nodige commentaar bij: scheve verhoudingen tussen vrouwen en mannen, tussen westers en niet-westers, de onbekendheid met Vlaanderen. Maar hij zwijgt erover dat de keuze van de scholieren ongewild de spot drijft met wat jury’s, neerlandici en dies meer voor belangrijke boeken houden. Da’s uiteraard ook lollig. Lees verder >>

Verplichte leeslijst wijst leerling de weg

Door Nico Keuning

Ontlezing bij de jeugd is een zorg van deze tijd. Hoe kan het lezen gestimuleerd worden? Niet door de verplichte leeslijst op de middelbare school, vinden sommigen. ‘Verplicht’ zou ontmoedigen. Maar hoe moeten leerlingen die niet lezen zelf een literatuurlijst samenstellen? De verplichte leeslijst is een ontdekkingsreis. Niet alleen ontdekt de leerling de lezer in zichzelf, hij wordt bovendien op het spoor gezet van zijn favoriete literatuur. Er is wel een voorwaarde aan die verplichte lijst verbonden: een inspirerende leraar.

Als we uitgaan van de Nederlandse literatuur, dan begint de Moderne Letterkunde met Max Havelaar (1860) van Multatuli (ps. van Eduard Douwes Dekker). Een prachtig boek van een meesterverteller over kolonialisme, een onderwerp dat nog steeds actueel is. Om niet te zeggen hot. De jonge lezer kan op aangeven van de leraar heel eenvoudig een sprong maken naar De tolk van Java (2016), van Alfred Birney, die met dit boek, waarin hij qua compositie zinspeelt op Max Havelaar, de Libris Literatuurprijs won. Lees verder >>

De school als bron van onvergetelijke literatuur

Door Nico Keuning

Wat een mooi onderwerp voor een promotie: de leraar in de literaire roman. Ton Bastings (de Volkskrant, 19 december jl.) heeft voor zijn onderzoek romans van leraren-schrijvers gekozen die een ontluisterend beeld schetsen van de eenzame strijd van de hoofdpersoon in het moderne onderwijs. Het wemelt in de Nederlandse literatuur van schoolmeesters en leraren. Van ‘Pennewip’ in  Woutertje Pieterse (1872), van Multatuli, tot leraar ‘Van Gigch’ in de recente romans van L.H. Wiener die de meeste sympathie voelt ‘voor het eigenwijze, ongeremde type’ leerling. Bij deze leraar wekt het ‘overbeleefde, gehoorzame kind zelfs in lichte mate zijn afkeer’ op (De verering van Quirina T. – 2006). Hier raakt Wiener een belangrijk thema dat, naast de neergang van de kwaliteit van het onderwijs, het leesplezier van literaire schoolromans bepaalt: de verhouding meester/leraar – leerling. Lees verder >>

Lancering praktijkgids ‘Extra kansen voor laaggeletterde nieuwkomers’ (UAntwerpen)

Van maart tot juni 2018 liep aan de Universiteit Antwerpen het onderzoeksproject ‘Extra kansen voor laaggeletterde anderstalige jongeren’. Doel van dit project was om op basis van een literatuurstudie een praktijkgids te ontwikkelen voor leerkrachten. 
Uit een analyse van het onthaalonderwijs voor anderstalige nieuwkomers in Vlaanderen bleek immers dat deze leerkrachten een dringende behoefte aan de nodige professionalisering hebben, in het bijzonder rond het onderwijs aan laaggeletterde adolescenten.

Lees verder >>

De eerste LitLab-leesclubs staan online!

De LitLab leesclubs bieden een digitaal spelsysteem waarmee leerlingen in groepjes van 4 tot 6 kunnen discussiëren over een Nederlandstalige roman. Een virtueel kaartspel levert ze quiz- en discussievragen over de gelezen tekst. Leerlingen lezen de vragen van een smartphone of tablet. Momenteel zijn in samenspraak met docenten leesclubs opgericht voor zes recente romans, van Niña Weijers, Franca Treur, Hanna Bervoets, Koen Peeters, Murat Isik en Marjolijn van Heemstra. Dat aantal zal de komende maanden worden uitgebreid. Ook worden de leesclubs onderdeel van het lespakket dat voorbereidt op de Inktaap 2019. Lees verder >>

De verhalen in onze taal zijn de troef van ons vak

Door Floor van Renssen.
Met medewerking van Anneke Smits en Erna van Koeven.

Enkele weken geleden verschenen er vlak achter elkaar een aantal emotionele artikelen over literatuuronderwijs aan tweedegraads lerarenopleidingen. Collega’s vielen elkaar aan op een snibbige toon. Het begon met de column van Coen Peppelenbos op weblog Tzum over het feit dat literatuur van voor 1880 niet meer verplicht is in de herijkte kennisbasis voor lerarenopleidingen Nederlands. Marc van Oostendorp wond zich hier over op: ‘Nu heb ik er genoeg van!’. Hij schreef over ‘het hbo’ (hij bedoelt de lerarenopleiders die de kennisbasis vaststelden): ‘Hiermee heeft het hbo laten zien dat het niet in staat is een eigen ‘kennisbasis´ vast te stellen, dat men zich te veel laat leiden door allerlei andere overwegingen en niet door de wens leraren te kweken die een voorbeeld voor hun leerlingen kunnen zijn – voorbeelden van nieuwsgierigheid, van eruditie, van iets verder kijken dan je neus lang is.’

En toen had ík er genoeg van. Lees verder >>

De Witteweg naar een veelbelovende toekomst voor het literatuuronderwijs

Erwin Mantingh

Er is vóór en na Witte 2008 in het literatuuronderwijs. Zelden heeft een proefschrift in een zo korte tijd een zo grote invloed gehad op de praktijk in het schoolvak Nederlands als dat van Theo Witte. Lezen voor de lijst is in korte tijd een begrip geworden: de twee gelijknamige sites bedienen de leerlingen in het voortgezet onderwijs, en hun docenten. De praktijk op bijna 80% van de middelbare scholen in Nederland wordt inmiddels mede bepaald door Lezen voor de lijst.

Idealiter hebben al die leerlingen inmiddels meer vat gekregen op hun ontwikkeling als literaire lezer en is het boekenleed dat leeslijst heet verleden tijd. Maar we zijn er helaas nog lange niet, want tussen droom en daad… In te veel gevallen wordt de site gebruikt op een manier die niet in overeenstemming is met de doelstellingen ervan en dan blijven beoogde effecten uit. En in het decennium sinds de publicatie van Het oog van de meester zijn er nieuwe beren op de weg verschenen, waarvan ontlezing de allergrootse bedreiging lijkt te vormen voor het literatuuronderwijs.

Toch was de toonzetting op het afscheid van Theo Witte, 16 maart jongstleden in Groningen, niet somber. De scheidende vakdidacticus, lerarenopleider, onderzoeker, projectleider en vakmeester sprak zelf bevlogen over ‘De kunst van het onderwijzen: De veelbelovende toekomst van het literatuuronderwijs in zeven axioma’s.’ Aan welke eisen goed literatuuronderwijs volgens hem moet voldoen, valt binnenkort te lezen in de bundeling van de symposiumteksten. Ik wil ter ere van het afscheid van deze leermeester van velen, kort stilstaan bij zijn grootste succes. Lees verder >>

Decennia leeservaring afsteken

Door Marc van Oostendorp

hoe-lees-ik-lidewijde-paris-boek-cover-9789046821084Ik heb het altijd wonderlijk gevonden als mensen werden geprezen omdat ze zulke ‘goede lezers’ zijn. Lezen lijkt me in de eerste plaats net zo min als kaas eten of wijn drinken een wedstrijd; het is iets dat je doet omdat het fijn is, niet omdat je er zo goed in bent of er beter in wil worden. De enige die profiteert van goed lezen, ben je zelf; en wat er precies goed is, dat bepaal je ook zelf. Goed is wat fijn is.

Maar zoals er gidsen staan om beter kaas te eten of beter wijn te drinken, zo is er nu ook een gids om beter te leren lezen. Het is geschreven door Lidewijde Paris, die uitgever is geweest, en literatuurdocent, en recensent, en tegenwoordig leesambassadeur: iemand, kortom met een enorm enthousiasme en ook een bewezen talent voor goed lezen.

Hoe lees ik? is dan ook een aardig boek.  Lees verder >>

Maar als je erover nadenkt…

Leerlingen uit de bovenbouw van de basisschool die met elkaar in gesprek gaan over boeken die ze allemaal gelezen hebben, ontwikkelen zich in het verwoorden van hun belevingen, interpretaties en beoordelingen. Dit blijkt uit het promotieonderzoek van Gertrud Cornelissen waarvoor zij een onderwijsleertraject ontwikkelde waarin kinderen uit groep 7 en 8 van de basisschool literaire gesprekken met elkaar voerden over eenzelfde boek. Cornelissen promoveerde 31 mei 2016 aan de Vrije Universiteit Amsterdam. Haar zogeheten ‘lekenpraatje’, waarin ze voorafgaand aan de promotie, de belangrijkste bevindingen samenvatte staat hier: