Tag: leenwoorden

Ik jouisseer vreemde Franse woorden

Door Marten van der Meulen

Onze taal stikt van de vreemde woorden. Schattingen over de aanwezigheid van woorden van niet-Oergermaanse origine in het lexicon van het Nederlands schommelen rond de 75%. Van veel van deze woorden weten we al lang niet meer dat het om importwoorden gaat. Wie weet nog dat kelder uit het Latijn komt, of bus uit het Engels? Andere importwoorden herkennen we onmiddelijk, omdat hun woordbeeld bijvoorbeeld vreemd is. Denk aan quinoa, sriracha of  phoDit idee gaat ook op voor Franse woorden. Op mij komen die al snel enorm exotisch over, zoals ik al een aantal keer eerder schreef. Nu kwam ik laatst weer een zooitje tegen, waar ik enorm van jouisseerde, en dat ik jullie dus ook niet wil onthouden. Lees verder >>

Leenwoorden uitspreken: je eigen keuze

Door Marc van Oostendorp

Sommige taalonderwerpen lijkt iedereen interessant te vinden, behalve de taalkundige. Leenwoorden zijn daar een voorbeeld van: begin in een volle bus een gesprek over taal, en binnen de kortste keren worden leenwoorden daarin genoemd; maar heel veel taalwetenschappelijk onderzoek is er niet naar dat verschijnsel.

Het boek Borrowing van de Canadese taalkundige Shana Poplack is daarom een welkome aanwinst in de literatuur. In het boek beschrijft Poplack uitgebreid haar onderzoek naar hoe woorden uit de ene taal in een andere taal worden overgenomen en hoe zo’n ‘vreemd’ woord gaandeweg integreert – in de taal zelf en in de taalgemeenschap.

Een fascinerend hoofdstuk is bijvoorbeeld dat over de uitspraak van leenwoorden. Als een woord lang genoeg gebruikt wordt, gaat de uitspraak zich vanzelf aanpassen aan de nieuwe taal. In het Nederlands spreekt niemand computer nog op zijn Engels uit, met een Engelse p of een Engelse t. Als je dat wel doet, klink je enorm aanstellerig en eigenlijk alsof je niet weet hoe het hoort. Voor nieuwere leenwoorden is dat niet altijd even duidelijk: ik geloof dat Whatsapp nog door veel mensen in mijn omgeving met een Engelse w wordt uitgesproken. Waar ligt de grens?

Lees verder >>

‘The Dutch craze’ and strawberries in Tokugawa Japan

Door Christopher Joby

The presence of Dutch merchants and physicians, inter alia, in Tokugawa Japan led to a range of consequences for the Japanese language, which could hardly have been foreseen when the first Dutch ship, De Liefde, ran aground on the coast of Usuki in Bungo Province (now Usuki City, Oita Prefecture) on the eastern coast of Kyushu in April 1600. One consequence of language contact between Dutch and Japanese was a number of changes and additions to Japanese grammar, which will be the subject of future blogs. It also resulted in additions to the Japanese lexicon, sometimes in the form of whole words, such as the Japanese for coffee, but in other cases it resulted in new words which were part Japanese, part non-Japanese. One example of this is words beginning with ‘ran’ (蘭). This in fact derives from the second syllable of the Japanese rendering of the Portuguese word for ‘Holland’ ‘Oranda’, the Portuguese having arrived in Japan some fifty years earlier. Perhaps the best known example of this is rangaku (蘭学), the study of Dutch books, or more generally of Western books imported into Japan by the Dutch. Gaku (学)  means ‘study’ or ‘learning’ in Japanese. Japanese nobles who dedicated themselves to studying the Dutch language and Dutch learning, i.e. rangaku earned the name ranpeki (蘭癖) (lit. ‘those with the Dutch craze’). Sometimes, new words in Japanese were formed using oranda. This was often the case for new varieties of flowers and vegetables that the Dutch introduced. For example, the Japanese for the variety of strawberry oranda-ichigoオランダいちご. As I have written before in this blog, Dutch may not be a world language, but it has certainly influenced many other languages in a variety of, sometimes unexpected, ways. Lees verder >>

Dutch loanwords in Northern Sulawesi

Door Christopher Joby

Bahasa Indonesia (literally ‘language of Indonesia’) is a form of Malay used as a language of wider communication (LWC) in the Indonesian archipelago. Alongside this LWC, many other language varieties are spoken across the archipelago. The Dutch were more active in some parts of the archipelago than others and for longer, and so some of these varieties contain Dutch loanwords not found in Bahasa Indonesia.

Manado Malay is a Malay creole spoken by more than 500,000 in Manado in north Sulawesi. Furthermore, Prentice argues that it is spoken by many millions more as a second language across this region. The Dutch were active there from the mid-seventeenth century until the mid-twentieth century and as a result there was much language contact between Dutch and Manado. Nicoline van der Sijs writes that there are in fact more than 1,000 Dutch loanwords in Manado, three hundred of which are not found in Bahasa Indonesia. Christian missionary activity in the area means that some Dutch loanwords in Manado are Christian terms such as dominee (minister) and gebed (prayer). Prentice adds to these the term borgo from the Dutch burger (citizen) used to refer to those who speak Manado as a first language. Lees verder >>

De taal van Wilders: Ok lijken en difficulteren

Door Marc van Oostendorp

Over de taal van Geert Wilders heeft menigeen zich al gebogen, er is zelfs al jaren geleden een heel boek over verschenen, en toch blijft hij ons, zelfs nu het einde van zijn carrière in zicht lijkt, verbazen. Wat te denken, bijvoorbeeld, van deze recente tweet:

Allereerst is natuurlijk de uitdrukking ‘leek ok’ interessant. Zeker in de hier vermoedelijk bedoelde betekenis – geen problemen hebben – is het vermoedelijk ontleend aan het Engels. In de oude kranten op Delpher kan ik het niet vinden, het is dus vermoedelijk in ieder geval een nieuwe constructie. Lees verder >>

Waarom woorden lenen?

Door Marc van Oostendorp

Bron: Facebook-pagina Onnodig Engels taalgebruik.

Waarom lenen we woorden uit andere talen? Ik kende de literatuur niet over die vraag, ik wist eigenlijk alleen maar van populaire verklaringen zoals dat het allemaal aanstellerij is, en dat een leenwoord gebruiken betekent dat je je wereldser voordoet dan je eigenlijk bent. Maar er bestaan dus ook mensen die er uitgebreider over hebben nagedacht. In het nieuwe nummer van Taal en Tongvalgeeft Esme Winter-Froemel een overzicht van de literatuur.

Er zijn, vinden de deskundigen, twee hoofdklassen. Winter-Froemel noemt zecatachretischen niet catachretisch. Catechretisch zijn woorden die een leemte vullen in de woordenschat van de taal, ze zijn niet in competitie met andere woorden. Het gaat bijvoorbeeld om woorden voor nieuwe technologie (smartphone) of voor nieuwe, niet eerder onderzochte manieren om de werkelijkheid te zien, zoals mansplaining Lees verder >>

Duitse Anglicismendag

Door Marc van Oostendorp

Toen motorfietsen nog motorfietsen waren en taalfouten nog met een krachtig FOEI werden begroet, kwam ik gemiddeld een dag per week naar de burelen van Onze Taal. Wat ik daar precies kwam doen, weet ik niet meer. Veel goeds zal het dus wel niet geweest zijn, maar ik keek altijd gefascineerd naar het werk dat alle mensen daar deden. Zelden zag men een groep harder én met meer plezier werken dan aldaar.

Het gefascineerdst was ik door de helden van de Taaladviesdienst. Eigenlijk had ik daar wel willen werken, aan de telefoon mensen te woord staan (veel vragen kwamen toen nog binnen via de telefoon, ik zei toch al dat het gouden tijden waren). En dan bijvoorbeeld een dag tot germanismedag verklaren en tegen iedereen over elke kwestie zeggen: dat is een germanisme! Groter als? Germanisme! Een aantal mensen die? Germanisme! Hoogbouw? Germanisme! Enzovoort.

Maar daar moet je nu niet meer mee aankomen. De jeugd van tegenwoordig weet niet meer wat een germanisme is! En schrijft tweets als de volgende:

Twee bewijzen in één tweet! Lees verder >>

In ligstoelen luiert het schuim van de naties

Een geschiedenis van het Nederlands in 196 sonnetten (145)
Het Nederlandse sonnet bestaat 452 jaar. Hoe is het de taal in die tijd vergaan?

Door Marc van Oostendorp

Illustratie: Susanne van der Kleij

Kust van Guinee

Zacht ruischt langs den scheepswand het schuim,
Langs de kim vloeit aanhoudend geflikker.
De kopra broeit in het ruim,
De kaptein wordt hoe langer hoe dikker.

De sterren beklimmen het ruim,
Hoog boven den mast – o, was ik er!
In ligstoelen luiert het schuim
Van de naties op dek, meest half sikker.

De zee is zoo goed en zoo groot,
Maar het schip zoo benauwd en zoo klein,
En het leven eentonig en schriel.

Men kan beter in Noordwijk, Deauville
In een strandstoel ’t zeeleven genieten,
Dan door werkelijk zeeman te zijn.

J.J. Slauerhoff (uit: Een eerlijk zeemansgraf)

Dat de Nederlandse woordenschat gevormd is door de zee, daarvan getuigt het werk van J.J. Slauerhoff. De zee zorgde voor contact met ander volk – omdat je nog eens ergens kwam, en omdat je nog eens iemand anders meenam in je bootje. Lees verder >>

Football of voetbal: wanneer passen we leenwoorden aan?

Door Marten van der Meulen

Het Nederlands stikt van de niet-Nederlandse woorden. Duits, Frans, Engels, Latijn: het houdt niet op. De laatste jaren lenen we vooral woorden uit het Engels. Dat vindt niet iedereen even leuk. Sommige mensen denken dat Engelse leenwoorden onze taal bedreigen (dat is gelukkig niet zo), andere mensen zijn bang voor de toenemende culturele invloed van vooral de VS, en er zijn mensen die de Engelse woorden simpelweg niet mooi vinden. Maar we lenen nieuwe woorden niet willekeurig: er is altijd een reden. En als we woorden lenen, kunnen we die ook aanpassen aan het Nederlands. Recent onderzoek naar voetbalwoorden laat mooi zien hoe en waarom dat gebeurt.

Hoe leen je een woord?

Vaak vinden mensen dat een leenwoord alleen waarde heeft als er nog niet geen bestaand woord is dat een concept afdekt. Zo zou awkward onnodig zijn omdat genant (overigens ook een leenwoord) hetzelfde betekent, en is shoppen onnodig omdat we al winkelen hebben. Maar dit is om twee redenen een al te beperkte visie op taal. Ten eerste is er in heel veel gevallen tóch een betekenisverschil tussen verschillende woorden, hoe subtiel ook. Zo betekenen shoppen en winkelen hetzelfde in zin 1 en 2, maar kun je winkelen niet, en shoppen wel gebruiken als in zin 3 en 4 (de asterisk betekent dat de zin ongrammaticaal is). Lees verder >>

Uitleenwoordenbank geeft inzicht in ons verleden

Het Nederlands heeft allerlei woorden uit andere talen overgenomen, maar andersom heeft het Nederlands ook woorden uitgeleend. De Uitleenwoordenbank van het Meertens Instituut bevat meer dan 18.000 ‘uitleenwoorden’. Met deze nieuwe applicatie kun je als bezoeker zelf woorden en woordvelden in kaart brengen, waardoor je op een snelle manier inzicht krijgt in de taalcontactgeschiedenis van het Nederlands.


Lees verder >>

Gezocht: deelnemers onderzoek uitspraak Engelse leenwoorden

Voor een online onderzoek naar de uitspraak van Engelse leenwoorden door Nederlanders zijn we op zoek naar meer deelnemers.
Het onderzoek, dat maximaal 15 minuten duurt, gaat met name over de vraag of een Engels leenwoord anders uitgesproken wordt in een Nederlandse of een Engelse zin. Om dit vast te stellen, wordt deelnemers gevraagd een paar zinnetjes op te nemen met de microfoon van hun computer.

Natuurlijk zullen alle gegevens vertrouwelijk behandeld worden. Bovendien worden er onder de deelnemers cadeaubonnen verloot van een gerenommeerde internetboekhandel.

Rias van den Doel en Jelle van der Werff

De harde Hollandse g van Golf

Door Marc van Oostendorp

“Toen Volkswagen in 1974 de Golf introduceerde,” schreef iemand deze week op het Meldpunt Taal, “werd de naam nog uitgesproken met de g van het Duitse Gott of zoals de gelijknamige sport in het Engels wordt aangeduid. Bij mijn weten is dat vele jaren volgehouden. Nu heeft men het bij VW zelf over de Golf met die harde Hollandse g van ‘ga toch weg!’. Hoezo internationalisering?”

Er is inderdaad iets met de g. Ik heb niet kunnen vinden hoe de melder weet hoe men ‘bij VW zelf’ Golf uitspreek. De filmpjes van Volkswagen die ik heb gezien hebben opzwepende muziek, maar er wordt geen woord in gezegd. Mogelijk is de melder in een showroom geweest, of bij het hoofdkantoor van Volkswagen. Overigens lijkt mij dat je de merknaam Volkswagen zelf ook met een (‘harde Hollandse’) [x] of een (elders in de Nederlanden gebruikte) [ɣ] uitspreekt, en niet met de [ɡ] die je in het Duits of het Engels ziet.

In ieder geval zou ik zelf geloof ik ook nooit [ɡ] zeggen als ik Nederlands sprak.
Lees verder >>

De doorbraak van niks

Door Marc van Oostendorp


Ik schrok even op toen ik vanochtend het nieuwe nummer van Nederlandse Taalkunde las. Temidden van een interessante discussie over de vraag of zullen nu wel of niet een hulpwerkwoord van toekomstige tijd is, schrijft Ronny Boogaart ineens plompverloren:

Maar V&B; doen iets anders. Voor hen heeft de toekomstlezing van zinnen met zullen helemaal niks met de betekenis van zullen te maken.

Ik schrok daar ondanks mezelf even van, en dacht terug aan de middelbare school. Daar ben ik een keer door een leraar toegesproken omdat ik in de schoolkrant niks geschreven had. Foei! En nog geen vijfendertig jaar later schrijft een zeergeleerde neerlandicus, die niet veel jonger is dan ik, het zomaar in een geleerde discussie: de alinea waar dit uitkomt bevat verder woorden als modaal, temporeel, lokaliseren en oppositie.

Lees verder >>

Anglicisme van het jaar

De tijd van de verkiezingen van ‘X-van-het-jaar’ is alweer aangebroken. Aan die lijst kan nu een verkiezing Anglicisme van het Jaar worden toegevoegd. Zo’n verkiezing was er nog niet. Dat is niet zo gek: er wordt vaak heel negatief gedaan over Engelse leenwoorden. Ze worden weggezet als indringers, als nare woorden die eerlijke, calvinistische, hardwerkende Nederlandse woorden verdringen. Onzin, vindt internetfenomeen Milfje Meulskens:  “Veel anglicismen zijn buitengewoon nuttige toevoegingen aan onze geweldige Nederlandse taal. Bovendien verdringen ze het Nederlands niet, maar worden de woorden juist aangepast aan de Nederlandse uitspraak, grammatica en uiteindelijk vaak ook spelling.”

Om de anglicismen te eren organiseert Milfje dit jaar voor de eerste keer deze roemruchte verkiezing. Ze doet dit geïnspireerd door onze de Duitse website Anglizismus des Jahres, die al vier jaar met groot succes een dergelijke verkiezing houdt.

Meer informatie vindt u op anglicisme.nl, waar u tot 28 november a.s. ook uw nominaties kunt plaatsen.

De geschiedenis van het woord ‘tapen’

Door Marc van Oostendorp

Na afloop van de vergadering gisteren kwam er een vrouw naar me toe. “Mijn zoon zegt tapen,” zei ze. Als mensen mij zien, beginnen ze ineens over taal te praten.

Zeggen we niet allemaal weleens tapen? Dat werkwoord dat we uit het Engels lenen heeft inmiddels zelfs meerdere betekenissen. Iedere generatie heeft zijn nieuwe vorm van tapen.

Voor veertigers betekent het in de eerste plaats: iets op een cassettebandje zetten. “Wat? Heb jij die nieuwe plaat van The Cure nog niet? Wacht ik zal hem even voor je tapen!” Het feit dat de jeugd van tegenwoordig dat prachtig-mooie Nederlandse woord niet meer kent, is zeker een teken dat de westelijke beschaving op het punt staat ineen te storten.
Lees verder >>

Oppoppen?

Ik erger me zelden tot nooit aan Engelse woorden in de Nederlandse taal; sterker nog, ze vallen me meestal niet eens echt op. Maar de laatste tijd kom ik in tijdschriften en kranten steeds vaker een eigenaardig woord tegen: oppoppen. Afgelopen zaterdag in Trouw weer, in de rubriek Wat doen we? (blz. 29 in de bijlage Tijd). Dit staat er:

Ze poppen overal op: huiskamerrestaurants.

Nou denk ik te begrijpen waar dit vandaan komt. Een zoekactie via Google levert een aantal treffers op waar het woord oppoppen steeds wordt gebruikt in de betekenis van ‘het verschijnen van pop up-vensters’. In die context vind ik het in ieder geval minder vreemd om het woord tegen te komen, alhoewel ook niet heel mooi. Maar in het genoemde geval in Trouw gaat het over huiskamerrestaurants; iets uit de tastbare realiteit dus. Dat is in mijn ogen net zoiets als wanneer je de ramen in je huis windows zou gaan noemen, omdat je dat woord zo vaak tegenkomt op je computer. Lees verder >>

Verdwijnend Engels: Plenty

Is het Engelse leenwoord op zijn retour? Sommige woorden bevinden zich inmiddels al zo lang in het Nederlands dat ze langzamerhand misschien uit de gratie raken. Ik denk dat plenty daar een voorbeeld van is, al kan ik het moeilijk bewijzen. ‘Ik heb plenty redenen om dat te doen’ – dat hoor ik mijn vader (een moderne 70er) nog wel zeggen – maar zeggen jongeren het ook nog? Wordt het tijd voor een Vereniging ter Bescherming van het Verdwijnende Engelse Leenwoord? (Er zijn er meer die verdwijnen: horrie op bijvoorbeeld, of tipsy.)

Lees verder >>

Ukelele

Heeft iemand zich al eens verdiept in de geschiedenis van het woord ukelele? Waarom schrijven wij dat woord in het Nederlands bijvoorbeeld met drie e‘s, terwijl men het overal elders als ukulele schrijft, met twee u’s en twee e’s (in het Hawaiaans betekent uku ‘vlo’ en lele ‘springend’)? En waarom wij het uitspreken op zijn quasi-Engels, namelijk als [juːkəlɪli] in plaats van als [juːkəleiliː] zoals in het Engels, of [ʔukulɛlɛ] zoals in het Hawaiaans?

Het woord moet ergens in de vroege jaren twintig van de twintigste eeuw, of zelfs nog iets eerder, naar Nederland gekomen zijn. Lees verder >>