Tag: Lanseloet van Denemerken

Als een meisje ja zegt … Een antwoord aan Remco Sleiderink

Door Ludo Jongen

In een recente column legt Remco Sleiderink omstandig uit dat Sanderijn, de vrouwelijke protagonist uit het Middelnederlandse abelspel Lanseloet van Denemerken, door de titelheld zou zijn verkracht. Terecht gaat de auteur ervan uit dat men van verkrachting moet spreken indien dit tegen de wil van een van de deelnemers plaatsvindt. Immers als een meisje nee zegt, bedoelt ze dat ook. Maar gaat Sanderijn wel tegen haar wil met Lanseloet naar bed?

In de eerste scène van dit abelspel probeert een smoorverliefde Lanseloet Sanderijn tot drie keer toe in bed te krijgen. Sanderijn is echter niet op d’r achterhoofd gevallen en weigert even zo vaak op zijn avances in te gaan. Ongetwijfeld is ook zij verliefd, maar ze wil de zekerheid dat Lanseloet met haar in het huwelijk zal treden, ook na een vrijpartij. Dat betwijfelt ze. Lees verder >>

Het mirakel van Sanderijn. #MeToo in de Middelnederlandse literatuur

door Remco Sleiderink

De manier waarop naar verkrachting wordt gekeken verschilt van cultuur tot cultuur. In opdracht van de Europese Commissie is vorig jaar aan 27.818 Europeanen de vraag gesteld of ‘geslachtsgemeenschap zonder wederzijdse toestemming’ (oftewel verkrachting) in bepaalde gevallen te rechtvaardigen is. Uit Eurobarometer 449 blijkt dat 28% van de ondervraagden zich dergelijke situaties kan inbeelden. Als de partner dronken is of onder invloed van drugs, vrijwillig mee naar huis is gegaan of sexy kledij heeft gedragen, zou zoiets te verdedigen zijn. Ook als vooraf is geflirt, de persoon meerdere sekspartners heeft gehad, als er niet expliciet ‘nee’ is gezegd of fysiek weerstand is geboden of als iemand ’s nachts buiten is gaan wandelen zonder begeleiding, zien veel Europeanen – mannen én vrouwen – mogelijkheden om een verkrachting niet als zodanig te benoemen. De verschillen binnen Europa zijn echter aanzienlijk. In Zweden acht slechts 6% van de respondenten een rechtvaardiging mogelijk, in Roemenië maar liefst 55%. Zelfs tussen Nederland en België zijn er volgens deze bevraging forse verschillen. Daar gaat het om respectievelijk 15% en 40%. Lees verder >>